Help Print this page 
Title and reference
Identificatie en registratie van schapen en geiten

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Identificatie en registratie van schapen en geiten

De Europese Unie (EU) zet een systeem op voor de identificatie en registratie van schapen en geiten, wat de traceerbaarheid aanzienlijk bevordert. Het systeem zorgt er namelijk voor dat elk dier alsmede het geboortebedrijf van elk dier afzonderlijk kan worden geïdentificeerd.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Met een individueel traceersysteem kunnen alle schapen en geiten vanaf hun geboorte en tijdens intracommunautair handelsverkeer afzonderlijk worden gevolgd.

Identificatie

Alle schapen en geiten die bij Europese bedrijven zijn geboren, worden als volgt geïdentificeerd door middel van:

  • een eerste identificatiemiddel, bestaande uit een elektronische transponder of een oormerk dat door de nationale bevoegde autoriteiten is erkend. Het oormerk wordt in één oor aangebracht, is van duurzaam materiaal, onvervalsbaar en tijdens de gehele levensduur van het dier gemakkelijk leesbaar, zonder dat het dier daarvan enige hinder ondervindt. Het moet van een afstand duidelijk zichtbaar zijn en de landencode bevatten van de lidstaat van het bedrijf, gevolgd door een individuele code;
  • een tweede identificatiemiddel, dat een elektronische transponder kan zijn voor dieren die als eerste identificatiemiddel reeds een oormerk dragen, of een oormerk, een merkteken aan de poot of een tatoeage voor de dieren die als eerste identificatiemiddel reeds een elektronische transponder hebben (tatoeages mogen niet gebruikt worden voor dieren die voor het intracommunautaire handelsverkeer bestemd zijn).

Voor dieren die bestemd zijn om te worden geslacht voordat ze twaalf maanden oud zijn en die voor het intracommunautaire handelsverkeer noch voor uitvoer naar derde landen bestemd zijn, kunnen de lidstaten een alternatieve identificatiemethode toestaan. In dat geval dient een oormerk te worden aangebracht met de landencode en de identificatiecode van het geboortebedrijf van het dier.

De identificatie moet binnen zes maanden na de geboorte worden uitgevoerd en voordat het dier het geboortebedrijf verlaat. De lidstaten mogen deze termijn verlengen tot ten hoogste negen maanden voor dieren die worden gehouden in extensieve houderijsystemen of in openluchtfokkerijen. Uit een derde land ingevoerde dieren moeten binnen 14 dagen worden geïdentificeerd bij het bedrijf van bestemming.

Register, verplaatsingsdocument en databank

Elke houder van dieren, ook wanneer dit tijdelijk is, houdt een register bij met bepaalde gegevens van het verplaatsingsdocument, waarvan alle groepen dieren die worden verplaatst, vergezeld gaan.

De verplaatsingsdocumenten kunnen per lidstaat verschillen. Bepaalde landen kunnen aanvullende informatie eisen bovenop de informatie die verplicht is overeenkomstig de onderhavige verordening. De verplaatsingsdocumenten worden ten minste gedurende drie jaar bijgehouden. Zij zijn facultatief indien de lidstaat over een volledig operationele gecentraliseerde elektronische databank beschikt. Alle gebruikte modellen voor het verplaatsingsdocument dienen aan de Commissie en de andere lidstaten ter kennis te worden gebracht.

De bevoegde nationale autoriteiten houden een centraal register bij dat informatie bevat over alle bedrijven op het nationale grondgebied. Deze informatie heeft betrekking op het bedrijf, de personen die verantwoordelijk zijn voor de dieren, de activiteit van de houder, het productietype en de gehouden diersoorten.

Met ingang van 1 januari 2008 wordt in iedere lidstaat een geautomatiseerde databank aangelegd met gegevens over de bedrijven en de verplaatsingen van de dieren. De houder verstrekt de bevoegde autoriteit binnen zeven dagen gegevens over verplaatsingen van dieren.

Met ingang van 31 december 2009 dient een elektronische identificatieregeling te worden toegepast. Deze verplichting is desondanks niet van toepassing op dieren geboren vóór deze datum, en dit tot 31 december 2014. Lidstaten met niet meer dan 600 000 schapen en geiten kunnen deze elektronische identificatie echter facultatief stellen voor dieren die niet aan het intracommunautaire handelsverkeer deelnemen.

De lidstaten en deskundigen van de Commissie zien middels controles ter plaatse toe op naleving van de verordening. In geval van overtreding kunnen sancties worden opgelegd.

Comité

De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

Context

Deze verordening is opgesteld om het Europees recht inzake de identificatie en registratie van schapen en geiten te versterken. Dit is gebeurd naar het voorbeeld van de rundersector, met de goedkeuring van de verordening tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 21/2004

29.1.2004

-

L 5 van 9.1.04

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1791/2006

1.1.2007

-

L 363 van 20.12.2006

Verordening (EG) nr. 1560/2007

22.12.2007

-

L 340 van 22.12.07

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 45/2012

9.2.2012

-

PB L 17 van 20.1.2012

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening nr. 21/2004 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Beschikking 2006/968/EG van de Commissie van 15 december 2006 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad wat betreft richtsnoeren en procedures voor de elektronische identificatie van schapen en geiten [Publicatieblad L 401 van 30.12.2006].

Verordening (EG) nr. 1505/2006 van de Commissie van 11 oktober 2006 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad wat betreft de minimaal te verrichten controles in verband met de identificatie en registratie van schapen en geiten [Publicatieblad L 280 van 12.10.2006].

Verordening (EU) nr. 506/2010 van de Commissie van 14 juni 2010 tot wijziging van de bijlage van verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad wat betreft in dierentuinen gehouden schapen en geiten [Publicatieblad L 149 van 15.6.2010].

Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw, voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid, vervoersbeleid, energie, belastingen, statistieken, trans-Europese netwerken, rechtswezen en grondrechten, justitie, vrijheid en veiligheid, milieu, douane-unie, externe betrekkingen, buitenlands en veiligheids- en defensiebeleid en instellingen, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië [Publicatieblad L 158 van 10.6.2013].

Laatste wijziging: 21.04.2014

Top