Help Print this page 
Title and reference
Verblijfstitel voor slachtoffers van mensenhandel

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Verblijfstitel voor slachtoffers van mensenhandel

Verblijfstitels van beperkte duur kunnen worden afgegeven aan onderdanen van landen buiten de EU die het slachtoffer zijn van mensenhandel of (optioneel) hulp hebben gekregen bij illegale immigratie. Men hoopt dat dit hen zal aanmoedigen om met de bevoegde autoriteiten samen te werken, terwijl hen tegelijkertijd adequate bescherming geboden wordt.

BESLUIT

Richtlijn 2004/81/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie.

SAMENVATTING

Verblijfstitels van beperkte duur kunnen worden afgegeven aan onderdanen van landen buiten de EU die het slachtoffer zijn van mensenhandel of (optioneel) hulp hebben gekregen bij illegale immigratie. Men hoopt dat dit hen zal aanmoedigen om met de bevoegde autoriteiten samen te werken, terwijl hen tegelijkertijd adequate bescherming geboden wordt.

WAT DOET DEZE RICHTLIJN?

Deze richtlijn bepaalt de procedure voor het afgeven en verlengen van verblijfstitels, de voorwaarden voor niet-verlenging of intrekking, en de behandeling van de slachtoffers voor- en nadat ze een verblijfstitel hebben gekregen.

KERNPUNTEN

De richtlijn is van toepassing op onderdanen van landen buiten de EU ongeacht of ze de EU illegaal zijn binnengekomen of niet. Verblijfstitels kunnen worden afgegeven aan degenen die de volwassen leeftijd hebben bereikt in het betrokken EU-land en van toepassing zijn op kinderen onder de voorwaarden zoals uiteengezet in nationale wetgeving.

De betrokken personen moeten worden geïnformeerd over de mogelijkheden die onder deze richtlijn worden geboden door de bevoegde autoriteiten van het betrokken EU-land. Onderdanen van landen buiten de EU krijgen een bezinningsperiode om te herstellen en zich te onttrekken aan de invloed van de daders van de strafbare feiten. Daardoor kunnen ze met kennis van zaken beslissen of ze bereid zijn met de bevoegde autoriteiten samen te werken. Tijdens deze periode moeten de betrokken onderdanen van landen buiten de EU:

vrijgesteld zijn van uitwijzing;

indien nodig hulp krijgen om een adequate levensstandaard te verzekeren en toegang hebben tot medische spoedhulp en eventueel psychologische hulp;

toegang hebben tot tolk- en vertaaldiensten, wanneer nodig;

toegang hebben tot kosteloze rechtshulp, als dat voorzien is in de nationale wetgeving.

De bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of:

de aanwezigheid van het slachtoffer dienstig is voor het onderzoek;

het slachtoffer duidelijk blijk heeft gegeven van zijn bereidheid tot medewerking;

het slachtoffer alle banden met de vermoedelijke daders van de omschreven strafbare feiten heeft verbroken.

Als de drie bovenstaande voorwaarden vervuld zijn, zal een tijdelijke, verlengbare verblijfstitel worden afgegeven die geldig is voor ten minste zes maanden. De verblijfstitel kan worden verlengd als nog steeds aan de relevante voorwaarden voldaan wordt. De verblijfstitel biedt de houder toegang tot de arbeidsmarkt, beroepsopleiding en onderwijs, volgens de voorwaarden bepaald in de nationale wetgeving.

De verblijfstitel kan niet worden verlengd als de voorwaarden bepaald door deze richtlijn niet langer vervuld zijn of als de relevante procedures zijn beëindigd. De verblijfstitel kan worden ingetrokken om een aantal redenen, bijvoorbeeld als het slachtoffer opnieuw contact opneemt met de vermoedelijke daders van de strafbare feiten, niet meer samenwerkt, of wanneer de procedure wordt beëindigd.

Het staat EU-landen vrij om gunstigere bepalingen aan te nemen of te handhaven voor personen die onder deze richtlijn vallen.

Terwijl de verzameling van gegevens op verscheidene aspecten van deze richtlijn nog moet worden verbeterd, werd in twee rapporten van de Commissie over de toepassing van de richtlijn in 2010 en in 2014 vastgesteld dat EU-landen te weinig gebruikmaken van de mogelijkheid om een verblijfstitel af te geven in ruil voor samenwerking met de autoriteiten.

ACHTERGROND

Deze richtlijn moet worden gelezen samen met Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van de slachtoffers daarvan. Laatstgenoemde richtlijn biedt een horizontaal wettelijk kader voor onderdanen van landen zowel binnen als buiten de EU en versterkt de meeste bepalingen van Richtlijn 2004/81/EG met inbegrip van het kader voor bescherming van en bijstand aan kinderen.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Richtlijn 2004/81/EG

6.8.2004

5.8.2006

PB L 261 van 6.8.2004, blz. 19-23

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van Richtlijn 2004/81/EG betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie (COM(2010) 493 def. van 15.10.2010).

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de toepassing van Richtlijn 2004/81/EG betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie (COM(2014) 635 final van 17.10.2014).

Laatste wijziging: 02.04.2015

Top