Help Print this page 
Title and reference
Bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken

Het doel van deze verordening is de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken te verbeteren, te vereenvoudigen en te bespoedigen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken.

SAMENVATTING

Deze verordening vergemakkelijkt het verkrijgen van bewijsmateriaal in een andere lidstaat. Zij is van toepassing in burgerlijke en handelszaken wanneer een gerecht van een lidstaat:

  • een gerecht van een andere lidstaat verzoekt bewijsmateriaal bijeen te brengen;
  • verzoekt toestemming om zelf bewijsmateriaal in een andere lidstaat te mogen bijeenbrengen.

Er mag alleen een verzoek worden gedaan om bewijsmateriaal te verkrijgen voor gebruik in een zaak die reeds is of zal worden aangespannen.

Denemarken neemt niet deel aan de verordening.

Rechtstreekse communicatie tussen de gerechten

De lidstaten moeten een lijst opstellen van gerechten die bevoegd zijn om bewijsmateriaal te verzamelen en hun territoriale en/of bijzondere bevoegdheid aangeven. Een verzoek wordt door het gerecht waarbij de zaak is of zal worden aangespannen (het verzoekende gerecht) rechtstreeks gericht tot het gerecht in de lidstaat die het bewijsmateriaal moet verzamelen (het aangezochte gerecht).

Elke lidstaat wijst een autoriteit als centrale autoriteit aan, die is belast met:

  • het verstrekken van informatie aan de gerechten;
  • het zoeken naar oplossingen indien zich problemen voordoen bij het verstrekken van die informatie;
  • in uitzonderingsgevallen, het toezenden van verzoeken uit het buitenland aan de bevoegde gerechten.

Vorm en inhoud van de verzoeken

Verzoeken moeten ingediend worden via de standaardformulieren die in de verordening worden voorgeschreven en moeten gegevens bevatten zoals naam en adres van de partijen, de aard en het onderwerp van de rechtszaak, het gevraagde onderzoek enz.

Het verzoek moet worden gesteld in de officiële taal van het aangezochte gerecht of in een andere taal die de aangezochte lidstaat aanvaardt.

Uitvoering

Het verzoek wordt behandeld volgens het nationale recht van de aangezochte lidstaat. Binnen negentig dagen na ontvangst moet gevolg zijn gegeven aan het verzoek.

De uitvoering van een verzoek kan slechts worden geweigerd indien:

  • het verzoek niet binnen de werkingssfeer van deze verordening valt (het gaat bijvoorbeeld om een strafzaak en niet om een burgerlijke of handelszaak);
  • de behandeling van het verzoek niet onder de bevoegdheid van gerechtelijke instanties valt;
  • het verzoek onvolledig is;
  • de persoon die moet worden verhoord zich beroept op een recht of een verbod om getuigenis af te leggen;
  • er geen consignatie of voorschot is betaald voor de kosten verbonden aan het inschakelen van een deskundige.

Indien de behandeling van een verzoek wordt geweigerd, deelt het aangezochte gerecht dit mede aan het verzoekende gerecht binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek.

Indien dit mogelijk is volgens het nationale recht van de lidstaat van het verzoekende gerecht kunnen vertegenwoordigers van dat gerecht aanwezig zijn wanneer het aangezochte gerecht de gevraagde gerechtelijke handeling verricht. Hetzelfde geldt voor de partijen en hun eventuele vertegenwoordigers.

De verordening belet twee of meerdere lidstaten niet overeenkomsten te handhaven of te sluiten ter verdere bespoediging of vergemakkelijking van de behandeling van verzoeken om het verrichten van gerechtelijke handelingen.

REFERENTIES

Besluit

Inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1206/2001

1.7.2001

-

PB L 174, 27.6.2001

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie van 5 december 2007 aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité inzake de toepassing van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken [ COM(2007) 769 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Volgens de Commissie zijn de twee belangrijkste doelstellingen van de verordening (de vereenvoudiging van de samenwerking tussen lidstaten en de bespoediging van de bewijsverkrijging) voldoende bereikt. Er zullen echter bepaalde maatregelen genomen moeten worden om de werking van de verordening te verbeteren, met name:

  • rechtspractici meer vertrouwd maken met de verordening;
  • de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de termijn van negentig dagen voor de uitvoering van verzoeken in acht wordt genomen;
  • moderne technologieën, met name videoconferenties, beter benutten.

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van een aantal basisbesluiten op het gebied van justitie waarin wordt verwezen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie [ COM(2013) 452 final - niet gepubliceerd in het Publicatieblad].

Dit voorstel heeft tot doel de Commissie gedelegeerde handelingen te laten vaststellen in het kader van vijf verordeningen op justitieel gebied, waarbij Verordening (EC) nr. 1206/2001 de huidige geldende verordening met controleprocedure vervangt.

Laatste wijziging: 01.04.2014

Top