Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Bescherming van de financiële belangen van de EU - fraudebestrijding

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
Multilingual display
Text

Bescherming van de financiële belangen van de EU - fraudebestrijding

Sinds 1995 is er een overeenkomst van kracht die in het kader van het strafrecht de financiële belangen van de EU en haar belastingbetalers moet beschermen. In de loop der jaren is de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen aangevuld met een reeks protocollen.

BESLUIT

Akte van de Raad van 26 juli 1995 tot vaststelling van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48-57)

SAMENVATTING

Sinds 1995 is er een overeenkomst van kracht die in het kader van het strafrecht de financiële belangen van de EU en haar belastingbetalers moet beschermen. In de loop der jaren is de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen aangevuld met een reeks protocollen.

WAT DOET DEZE OVEREENKOMST?

Door de overeenkomst en bijbehorende protocollen

  • wordt er een geharmoniseerde wettelijke definitie van fraude geboden
  • moeten de ondertekenaars ervan strafrechtelijke sancties voor fraude vaststellen.

KERNPUNTEN

EU-landen moeten doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties invoeren om fraude tegen de financiële belangen van de EU aan te pakken.

In de overeenkomst wordt een onderscheid gemaakt tussen fraude met betrekking tot uitgaven en die die betrekking hebben op inkomsten.

  • Voorbeelden van fraude met betrekking tot uitgaven zijn onder andere elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten:
    • waarbij valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat middelen afkomstig van de begroting van de EU wederrechtelijk worden ontvangen of achtergehouden;
    • of met hetzelfde gevolg, in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden;
    • of deze middelen worden misbruikt door ze voor andere doelen aan te wenden dan die waarvoor zij oorspronkelijk zijn toegekend.
  • Voorbeelden van fraude met betrekking tot inkomsten zijn onder andere elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten:
    • waarbij valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat de middelen van de algemene begroting van de EU wederrechtelijk worden verminderd;
    • of met hetzelfde gevolg, in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden;
    • of met hetzelfde gevolg, van een rechtmatig verkregen voordeel misbruik wordt gemaakt (bijvoorbeeld misbruik van wettelijk ontvangen belastingbetalingen).

In ernstige gevallen van fraude kunnen deze sancties bestaan uit vrijheidsbeneming die in bepaalde gevallen kan leiden tot uitlevering.

In het eerste protocol van de overeenkomst die in 1996 werd aangenomen wordt een onderscheid gemaakt tussen „actieve” * en „passieve” * corruptie van ambtenaren. Ook bevat het protocol een definitie van „ambtenaar” (zowel op nationaal als op EU-niveau) en worden de sancties voor corruptie geharmoniseerd.

Aansprakelijkheid van rechtspersonen

Elk EU-land moet wetgeving uitvaardigen waarmee ondernemingshoofden of andere personen die binnen een bedrijf beslissingen nemen of controle uitoefenen (d.w.z. rechtspersonen) strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. In het tweede protocol, uit 1997, wordt de overeenkomst verder verduidelijkt inzake kwesties van de aansprakelijkheid van rechtspersonen, confiscatie en het witwassen van geld.

Nationale rechters

In 1996 werd er een protocol aangenomen waarmee interpretatieve rechtsbevoegdheid aan het Hof van Justitie werd verleend. Met dit protocol kunnen nationale rechters in geval van twijfel over de interpretatie van de overeenkomst en de bijbehorende protocollen het Hof van Justitie van de Europese Unie verzoeken om prejudiciële beslissingen.

Elk land moet de nodige maatregelen treffen om zijn rechtsmacht over de delicten overeenkomstig de verplichtingen in het kader van de overeenkomst vast te stellen.

Gevallen van fraude waarbij twee of meer landen zijn betrokken

Als fraude een strafbaar feit vormt dat ten minste twee EU-landen betreft, moeten deze landen doeltreffend samenwerken bij het onderzoek, de vervolging en de handhaving van de opgelegde sancties door middel van, bijvoorbeeld, wederzijdse rechtshulp, uitlevering, overdracht van vervolging of tenuitvoerlegging van in een ander EU-land uitgesproken vonnissen.

Geschillen tussen EU-landen

Indien er geschillen ontstaan over de interpretatie of toepassing van de overeenkomst moet de zaak eerst door de Raad worden onderzocht. Als de Raad niet binnen zes maanden een oplossing vindt, kan een van de partijen in het geschil een verzoek indienen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie heeft ook rechtsmacht over geschillen tussen EU-landen en de Europese Commissie.

VANAF WANNEER IS DE OVEREENKOMST VAN TOEPASSING?

De overeenkomst is in werking getreden op 17 oktober 2002 samen met het eerste protocol en het protocol inzake de interpretatie ervan door het Hof van Justitie. Het tweede protocol is in werking getreden op 19 mei 2009.

De overeenkomst en de bijbehorende protocollen staan open voor ondertekening door elk land dat tot de EU toetreedt.

Kijk voor meer informatie op het Europees Bureau voor fraudebestrijding.

KERNBEGRIPPEN

* Actieve corruptie: een overtreding door een ambtenaar die steekpenningen geeft of toezegt.

* Passieve corruptie: een overtreding door een ambtenaar die steekpenningen aanneemt.

GERELATEERDE BESLUITEN

Akte van de Raad van 27 september 1996 tot vaststelling van een protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB C 313 van 23.10.1996, blz. 1-10)

Akte van de Raad van 29 november 1996 tot opstelling, op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van het Protocol betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB C 151 van 20.5.1997, blz. 1-14)

Akte van de Raad van 19 juni 1997 tot vaststelling van het tweede protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB C 221 van 23.10.1996, blz. 11-22)

Besluit 2008/40/JBZ van de Raad van 6 december 2007 betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, het Protocol van 27 september 1996, het Protocol van 29 november 1996 en het Tweede Protocol van 19 juni 1997 (PB L 9 van 12.1.2008, blz. 23-24)

Laatste bijwerking 24.08.2015

Top