Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
Multilingual display
Text

Fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten

Het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten streeft ernaar kernmateriaal en nucleaire faciliteiten te beveiligen en sancties bij inbreuken op dit gebied op te leggen. Het verdrag wil ook zorgen voor samenwerking van de partijen bij dit verdrag.

SAMENVATTING

WAT DOET HET BESLUIT?

  • Het geeft goedkeuring aan de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie tot het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten.
  • Het verdrag streeft naar:
    • beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten,
    • vaststelling van sancties bij inbreuken op dit gebied,
    • samenwerking van de ondertekenende landen.

KERNPUNTEN

Het nieuwe verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten heeft tot doel een effectieve fysieke beveiliging van kernmateriaal dat voor vreedzaam gebruik is bestemd, gedurende het gebruik, de opslag en het vervoer ervan te waarborgen en misdaden in verband met dergelijk materiaal en nucleaire faciliteiten te voorkomen en te bestrijden. Het is gebaseerd op het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties (CPPNM). Alle EU-landen zijn partij bij het CPPNM.

Elke lidstaat moet alle nodige maatregelen te treffen om deze effectieve beveiliging te bewerkstelligen en met name diefstal of verdwijning van het kernmateriaal waarvoor hij verantwoordelijk is, alsook sabotage van nucleaire faciliteiten op zijn grondgebied, te voorkomen. Het Euratom-Verdrag is breder omdat dit bepaalt dat de EU-landen moeten voorkomen dat kernmateriaal wordt afgeleid voor andere doeleinden dan die waarvoor het is bestemd.

Bij de tenuitvoerlegging van het verdrag moeten de EU-landen een aantal fundamentele beginselen in acht nemen, met name de beginselen van verantwoordelijkheid van de staat en de vergunninghouders, de veiligheidscultuur, de verzekering en de vertrouwelijkheid.

De verdragsluitende partijen moeten zich ervan vergewissen dat kernmateriaal dat zij invoeren, uitvoeren of in transito op hun grondgebied aanvaarden, beveiligd is overeenkomstig het veiligheidsniveau dat voor dergelijk materiaal geldt.

De verdragsluitende partijen moeten een bevoegde instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het verdrag, alsmede een contactpunt dat zij aan de andere ondertekenende landen bekend maken, hetzij rechtstreeks, hetzij via de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Voorts moeten zij samenwerken ingeval van diefstal, sabotage of risico van diefstal of sabotage. Deze samenwerking neemt meer bepaald de vorm aan van uitwisseling van informatie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van deze informatie ten opzichte van derden.

Bij bepaalde inbreuken moeten de lidstaten passende sancties toepassen die evenredig zijn met de ernst van de inbreuken. Met name moet worden bestraft: het handelen zonder bevoegdverklaring op een wijze die de dood of ernstige verwondingen veroorzaakt of kan veroorzaken, de diefstal van kernmateriaal, de sabotage van een nucleaire faciliteit, de dreiging kernmateriaal te gebruiken om de dood of ernstige verwondingen te veroorzaken of om materiële goederen aanzienlijke schade toe te brengen, alsook pogingen om een van de genoemde daden te plegen, deelneming aan een van deze daden of de organisatie ervan.

Elke verdragsluitende partij is bevoegd om te oordelen over inbreuken op haar grondgebied of aan boord van een in de staat van die partij ingeschreven schip of luchtvaartuig. Zij is ook verantwoordelijk wanneer de vermoedelijke dader van de inbreuk een onderdaan is van de staat in kwestie. Bedoelde inbreuken geven voorts aanleiding tot uitlevering tussen de partijen. Wanneer er sprake is van dergelijke inbreuken moeten de partijen elkaar bovendien de grootst mogelijke juridische bijstand verlenen. Politieke motieven voor de inbreuken kunnen geen reden zijn om uitlevering of juridische bijstand te weigeren.

Het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties (CPPNM) is gesloten in 1979 en is in werking getreden in 1987. Het is in 2005 gewijzigd bij gelegenheid van een conferentie ter versterking van de bepalingen van het verdrag. Na de inwerkingtreding van de in 2005 aangenomen wijziging, moet om de vijf jaar een conferentie worden georganiseerd ter herziening van het gewijzigde verdrag.

VANAF WANNEER IS DIT BESLUIT VAN TOEPASSING?

Het besluit is op 10 juli 2007 in werking getreden.

ACHTERGROND

Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties (CPPNM) en de wijzigingen daarvan

BESLUIT

Besluit 2007/513/Euratom van de Raad van 10 juli 2007 tot goedkeuring van de toetreding van de Euroepse Gemeenschap voor Atoomenergie tot het gewijzigde Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten - Verklaring van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie overeenkomstig artikels 18, lid 4, en 17, lid 3 van het CPPNM (PB L 190, 21.7.2007, van. 12–14)

Laatste bijwerking 13.12.2015

Top