Help Print this page 
Title and reference
Controle op concentraties van ondernemingen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Controle op concentraties van ondernemingen

Deze verordening betreffende de controle op concentraties van ondernemingen heeft het wettelijke referentiekader grondig gewijzigd. Niet alleen wordt het eenloketbeginsel versterkt, maar ook wordt de participatie van de nationale mededingingsautoriteiten effectief bevorderd en de aanmeldings- en onderzoeksprocedure vereenvoudigd.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de EG-concentratieverordening).

SAMENVATTING

Hoewel de resultaten van de toepassing van Verordening (EEG) nr. 4064/89 over het algemeen positief kunnen worden genoemd, is uit de ervaring die met deze verordening is opgedaan en uit het debat naar aanleiding van de publicatie van het Groenboek van 2001 gebleken dat het systeem zou kunnen worden verbeterd.

De concentratieverordening van 1989 was gericht op het eenloketprincipe (d.w.z. dat de Commissie een exclusieve controle kon uitoefenen op iedere belangrijke grensoverschrijdende fusie, terwijl zij daarvoor een aantal verschillende procedures in individuele EU-landen moest doorlopen. In de verordening van 2004 gaat men terug naar het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de jurisdictie die het meest in aanmerking komt, bevoegd is om een bepaalde concentratie te onderzoeken. Zo wordt vermeden dat dezelfde concentratie bij verscheidene mededingingsautoriteiten in de EU moet worden aangemeld.

Deze verordening geldt voor alle concentraties met een EU-dimensie. Een concentratie wordt geacht tot stand te zijn gekomen als er een duurzame wijziging van zeggenschap voortvloeit uit:

  • de fusie van twee of meer voorheen onafhankelijke ondernemingen of delen van ondernemingen;
  • het verkrijgen, door een of meer personen die al zeggenschap over ten minste één onderneming bezitten, of door een of meer ondernemingen, van zeggenschap, rechtstreeks of middellijk, over een of meer andere ondernemingen.

Twee of meer transacties die van elkaar afhangen of nauw verweven zijn, worden beschouwd als één en dezelfde concentratie.

Een concentratie krijgt een EU-dimensie als:

  • de totale omzet die over de gehele wereld door alle betrokken ondernemingen tezamen is behaald, meer dan 5 miljard euro bedraagt; en
  • ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk een totale omzet hebben behaald die meer dan 250 miljoen euro bedraagt, tenzij elk van de betrokken ondernemingen meer dan tweederde van haar totale omzet binnen de EU in één EU-land behaalt.

Als de hierboven vermelde drempels niet worden gehaald, gaat het toch om een concentratie met een EU-dimensie als:

  • de totale omzet die over de gehele wereld door alle betrokken ondernemingen tezamen is behaald, meer dan 2,5 miljard euro bedraagt;
  • de totale omzet die door alle betrokken ondernemingen in elk van ten minste drie EU-landen is behaald, meer dan 100 miljoen euro bedraagt;
  • in elk van ten minste drie landen ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk een totale omzet hebben behaald die meer dan 25 miljoen euro bedraagt; en
  • ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk een totale omzet hebben behaald die meer dan 100 miljoen euro bedraagt, tenzij elk van de betrokken ondernemingen meer dan tweederde van haar totale omzet binnen de EU in één EU-land behaalt.

Aanmeldingsprocedure: de betrokken ondernemingen en personen

In de regel moeten concentraties met een EU-dimensie bij de Commissie worden aangemeld vóór hun totstandbrenging en na de sluiting van de overeenkomst, de aankondiging van het openbare overnamebod of de verwerving van een zeggenschapsdeelneming. Aanmelding op grond van deze verordening is echter ook al mogelijk vóór er een bindende overeenkomst is gesloten en deze verordening schrapt de verplichting om transacties binnen één week na sluiting van een overeenkomst aan te melden. Op die manier wordt het systeem versoepeld en wordt ook de coördinatie van het onderzoek van concentraties met andere jurisdicties vergemakkelijkt.

Met het oog op de coördinatie met de bevoegde nationale autoriteiten biedt de verordening de betrokken ondernemingen of personen de mogelijkheid om de Commissie al voor de aanmelding door middel van een gemotiveerde kennisgeving in kennis te stellen. Deze procedure voorafgaande aan de aanmelding biedt de partijen de mogelijkheid om de Commissie aan te tonen dat de voorgenomen concentratie weliswaar in een grensoverschrijdende concentratie resulteert, maar van invloed is op de mededinging op de markt in één EU-land. Indien dat EU-land niet binnen 15 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving verklaart niet in te stemmen met het verzoek om verwijzing, heeft de Commissie 25 werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de gemotiveerde kennisgeving, om de zaak in haar geheel of gedeeltelijk te verwijzen naar de bevoegde autoriteiten van dat EU-land, zodat hierop de nationale mededingingswetgeving van dat land kan worden toegepast.

Dezelfde procedure wordt toegepast wanneer een persoon of een onderneming de aandacht van de Commissie wil vestigen op de grensoverschrijdende effecten die een concentratie zonder EU-dimensie op Europees niveau kan hebben.

Inleiding van de procedure: de Commissie

Na ontvangst van de aanmelding kan de Commissie besluiten de procedure in te leiden, onderzoek te doen of sancties op te leggen. Zij stelt bij beschikking vast dat:

  • de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van de verordening valt;
  • de concentratie verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt;
  • er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt.

Een concentratie met een EU-dimensie mag in beginsel pas drie weken na de aanmelding tot stand worden gebracht. Als de concentratie echter al is uitgevoerd en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard, kan de Commissie de betrokken ondernemingen verplichten de concentratie te ontbinden of om de situatie te herstellen die bestond vóór de concentratie tot stand kwam.

Ook kan de Commissie voorlopige maatregelen opleggen wanneer zij vaststelt dat een aangemelde concentratie weliswaar onder de verordening valt, maar dat er geen twijfel over de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt bestaat of wanneer een eenvoudige wijziging al volstaat om de concentratie met de gemeenschappelijke markt in overeenstemming te brengen.

Om naleving van de verordening af te dwingen kan de Commissie de volgende sancties opleggen:

  • geldboeten: de Commissie kan geldboeten van ten hoogste 1% van de totale omzet van de onderneming opleggen als deze opzettelijk of uit onachtzaamheid onjuiste, onvolledige of misleidende inlichtingen verstrekt, dan wel de inlichtingen niet binnen de vastgestelde termijn verstrekt. De Commissie kan ook geldboeten opleggen als de zegels die gedurende de inspectie werden geplaatst, werden verbroken. De Commissie kan geldboeten opleggen van ten hoogste 10% van de totale omzet van de onderneming als de onderneming opzettelijk of uit onachtzaamheid nalaat om een concentratie aan te melden vóór zij tot stand komt, een concentratie tot stand brengt en daarbij de bepalingen van deze verordening schendt of een beslissing van de Commissie overtreedt.
  • dwangsommen: de Commissie kan dwangsommen van ten hoogste 5% van de gemiddelde dagelijkse gezamenlijke omzet van de onderneming opleggen voor elke werkdag waarmee de in haar beschikking – met een verzoek om inlichtingen, waarbij een inspectie wordt gelast enz. - vastgestelde termijn wordt overschreden.

Een adviescomité bestaande uit vertegenwoordigers van de autoriteiten van de EU-landen moet door de Commissie vooraf worden geraadpleegd bij alle beslissingen betreffende de (on)verenigbaarheid of de vaststelling van geldboeten of dwangsommen. Het Europees Hof van Justitie kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Verwijzingsprocedure: de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de EU-landen

Om ervoor te zorgen dat een concentratie wordt onderzocht door de bevoegde autoriteit die hiertoe het best in staat is, werd de procedure inzake de verwijzing naar de bevoegde autoriteiten van de EU-landen vereenvoudigd.

Voor de Verordening (EG) nr. 139/2004 werd de identificatie van de concentratiezaken met een grensoverschrijdend effect verzekerd door toepassing van het omzet- en het 3+-criterium (d.w.z. exclusieve EU-bevoegdheid als alle EU-landen of ten minste drie van hen een aanvraag tot verwijzing indienen). Deze twee criteria, waarmee men vrij snel kan bepalen of een bepaalde concentratie tot de bevoegdheid van de EU-landen of de Commissie behoort, bleken echter onvoldoende. In de verordening wordt een nieuw criterium voor verwijzing naar de bevoegde autoriteiten van de EU-landen ingevoerd.

Een EU-land kan binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het afschrift van de aanmelding uit eigen beweging of op verzoek van de Commissie verklaren dat de concentratie in significante mate gevolgen heeft voor de mededinging op zijn markt. De markt voor het product of de dienst in kwestie moet alle kenmerken van een afzonderlijke markt vertonen zonder een wezenlijk deel van de gemeenschappelijke markt te vormen. De Commissie heeft 65 werkdagen na de aanmelding van de betrokken concentratie om te beslissen of zij de zaak zelf overeenkomstig deze verordening zal behandelen, dan wel dat zij de zaak in haar geheel of voor een gedeelte naar de bevoegde autoriteit van het betrokken EU-land zal verwijzen (wanneer de Commissie geen besluit neemt, wordt de zaak geacht naar het betrokken EU-land te zijn verwezen).

Omgekeerd kan een EU-land de Commissie vragen een concentratie die geen EU-dimensie heeft in haar geheel te onderzoeken als deze de handel tussen EU-landen belemmert en aanzienlijke gevolgen dreigt te hebben op het grondgebied van het EU-land of de EU-landen waarvan het verzoek uitgaat. De Commissie stelt dan de bevoegde autoriteiten van de EU-landen en de betrokken ondernemingen hiervan in kennis, waarna de andere EU-landen 15 dagen de tijd krijgen om zich bij het oorspronkelijke verzoek aan te sluiten. Als de Commissie ten slotte niet binnen tien werkdagen besluit de zaak te verwijzen of verwijzing te weigeren, wordt zij geacht te hebben besloten de concentratie overeenkomstig het verzoek te onderzoeken.

Verordening (EG) nr. 139/2004, die van toepassing is vanaf 1 mei 2004, heeft Verordening (EEG) nr. 4064/89 vervangen.

De Commissie heeft in juli 2014 een witboek gepubliceerd waarin de balans wordt opgemaakt van de toepassing van Verordening (EG) nr. 139/2004. Dit heeft aanleiding gegeven tot openbare raadpleging en zal waarschijnlijk leiden tot wetgevingsvoorstellen in de loop van 2015.

Meer informatie is beschikbaar op de website van de Europese Commissie: Directoraat-generaal Concurrentie.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Verordening nr. 139/2004

1.5.2004

-

PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1-22

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2013/C 366/04) (Publicatieblad C 366 van 14.12.2013, blz. 5-9).

Rectificatie op de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004. (Publicatieblad C 11 van 15.1.2014, blz. 6).

Deze mededeling van de Commissie voorziet in een verlenging van de vereenvoudigde procedure voor het onderzoek van concentraties die waarschijnlijk over het algemeen niet zullen leiden tot mededingingsbezwaren. De vorm van de mededeling is korter en veel van dit soort gevallen worden goedgekeurd zonder marktonderzoek. De verlenging van de vereenvoudigde procedure heeft betrekking op de volgende gevallen:

  • horizontale overlapping (indien twee fuserende ondernemingen concurrenten zijn): concentraties onder een gecombineerd marktaandeel van 20% (d.w.z. de gezamenlijke verkopen van beide bij de concentratie betrokken ondernemingen);
  • verticaal gerelateerde markten (indien een onderneming input verkoopt aan een markt waar de andere onderneming actief is, zoals een concentratie tussen een motorleverancier en een autofabrikant): concentraties onder een gecombineerd marktaandeel van 30% worden gecontroleerd krachtens de vereenvoudigde procedure (in plaats van 25% zoals voorheen).

20.05.2014

Top