Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Luchtvaartovereenkomsten tussen de EU en de VS

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Luchtvaartovereenkomsten tussen de EU en de VS

 

SAMENVATTING VAN:

Besluit 2007/339/EG betreffende de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de EU en de EU-landen, enerzijds, en de Verenigde Staten van Amerika, anderzijds

WAT DOET DIT BESLUIT?

  • Met dit besluit wordt door de Europese Unie (EU) de Overeenkomst inzake luchtvervoer goedgekeurd, waarover is onderhandeld met de Verenigde Staten van Amerika.
  • De overeenkomst voorziet in het openstellen van alle trans-Atlantische routes voor luchtvaartmaatschappijen uit de EU en de VS.
  • Tevens omvat de overeenkomst een voorziening voor uitbreiding met betrekking tot zaken als eigendom en controle van luchtvaartmaatschappijen.

KERNPUNTEN

Toegang tot de markt: verkeersrechten en aangelegenheden in verband met commercie/exploitatie

  • De overeenkomst staat luchtvaartmaatschappijen uit de EU toe om:
    • vluchten uit te voeren naar de VS vanaf elk vliegveld in de EU, ongeacht hun vestigingsplaats binnen de EU (het concept „communautaire luchtvaartmaatschappij”);
    • te vliegen op internationale routes tussen de EU en de VS (recht van de derde* en vierde*vrijheid), en routes buiten de EU en de VS (recht van de vijfde vrijheid*), zonder beperkingen op het aantal vluchten of het type vliegtuigen;
    • onbeperkte goederendiensten van dezevende vrijheid * uit te voeren (hoewel er voor luchtvaartmaatschappijen uit de VS geen aanvullende onbeperkte goederenrechten van de zevende vrijheid zullen gelden in aanvulling op de rechten die eerder werden verleend door acht EU-landen);
    • onder het zevende recht van vrijheid beperkte vluchten uit te voeren voor personenvervoer tussen de VS en elke locatie in de Europese gemeenschappelijke luchtvaartruimte (Ecaa)* (hoewel dergelijke rechten niet worden verleend aan luchtvaartmaatschappijen uit de VS).
  • De overeenkomst maakt vrije prijzen mogelijk (hoewel vervoerders uit de VS geen prijzen kunnen vaststellen voor routes binnen de EU) en bevat gedetailleerde regels betreffende franchising en branding om het voor luchtvaartmaatschappijen uit de EU mogelijk te maken hun netwerkaanwezigheid in de VS uit te breiden.
  • Onder de overeenkomst is tevens onbeperkte code-sharing toegestaan (waarbij twee of meer luchtvaartmaatschappijen dezelfde vlucht delen) en ontstaan nieuwe mogelijkheden voor luchtvaartmaatschappijen uit de EU om op internationale routes luchtvaartuigen met bemanning te leveren (via „wet-lease” -overeenkomsten) aan luchtvaartmaatschappijen uit de VS.

Toegang tot de markt: eigendom en controle

  • Luchtvaartmaatschappijen uit de VS garanderen:
    • een toegestaan percentage eigendom door EU-burgers, incl. de mogelijkheid om meer dan 50 % van het totale aandelenkapitaal te bezitten;
    • een eerlijke en vlotte behandeling van transacties van EU-investeringen in luchtvaartmaatschappijen uit de VS.
  • Luchtvaartmaatschappijen uit de EU garanderen:
    • het recht investeringen uit de VS in luchtvaartmaatschappijen uit de EU te beperken tot 25 % van de stemgerechtigde aandelen (naar het voorbeeld van het systeem in de VS);
    • acceptatie door de VS van elke luchtvaartmaatschappij uit de EU in eigendom van of beheerd door burgers uit de EU of de Ecaa.
  • Luchtvaartmaatschappijen uit niet-EU-landen garanderen:
    • eenzijdige acceptatie door de VS van EU-eigendom van en EU-controle over luchtvaartmaatschappijen in de EER, de Ecaa en 18 Afrikaanse landen.
  • Het Gemengd comité dat onder de overeenkomst is ingesteld, speelt een rol in kwesties met betrekking tot eigendom en controle.

Samenwerking op het gebied van regelgeving

Met de overeenkomst wordt tevens de samenwerking tussen de twee partijen op de volgende gebieden versterkt.

  • Beveiliging: streven naar verenigbare praktijken en normen en verschillen in regelgeving zoveel mogelijk beperken.
  • Veiligheid: beter overleg en betere samenwerking in geval van veiligheidsvraagstukken bij beide partijen.
  • Mededingingsbeleid: de belofte om samen te werken bij de toepassing van mededingingsregels bij overeenkomsten die van invloed zijn op de trans-Atlantische markt en om verenigbare regelgeving bij overeenkomsten te stimuleren.
  • Overheidssubsidies: erkenning dat dergelijke subsidies invloed kunnen hebben op het vermogen van een luchtvaartmaatschappij om eerlijk en gelijkwaardig te concurreren, en de behoefte aan overeenkomsten waarin zorgen over subsidies aan de orde kunnen worden gebracht.
  • Milieu: erkenning van het belang van bescherming van het milieu en intenties voor verregaande technische samenwerking om emissies in het van luchtverkeer te verminderen en brandstofefficiëntie te verhogen.

De overeenkomst omvat tevens een heldere routekaart met een niet-uitputtende lijst „punten die van prioritair belang zijn” voor de onderhandelingen over een tweedefaseovereenkomst.

Tweedefaseovereenkomst

In 2008 werden nieuwe onderhandelingen gestart tussen de EU en de VS. Deze onderhandelingen resulteerden in de ondertekening van een tweedefaseovereenkomst in 2010. Dit protocol bouwt voort op de eerste overeenkomst en bestrijkt aanvullende mogelijkheden voor investering en toegang tot de markt. Het verstevigt tevens het kader voor samenwerking op regelgevingsgebieden als veiligheid, beveiliging, sociale aspecten en, in het bijzonder, het milieu, waarbij beide partijen een speciale gezamenlijke verklaring omtrent het milieu zijn overeengekomen.

Noorwegen en IJsland zijn in 2011 toegetreden tot de overeenkomst.

VANAF WANNEER IS HET BESLUIT VAN TOEPASSING?

Het besluit is sinds 25 april 2007 van toepassing. Uit artikel 25 van de Overeenkomst inzake luchtvervoer betreffende voorlopige toepassing blijkt dat de beide partijen zijn overeengekomen om het besluit vanaf 30 maart 2008 toe te passen.

ACHTERGROND

Voor de overeenkomst van 2007 werden relaties met de VS op het gebied van luchtvervoer beheerst door bilaterale overeenkomsten tussen EU-landen en de VS. 16 EU-landen hanteerden al „open skies” -overeenkomsten. Deze gefragmenteerde aanpak bleek echter een obstakel te vormen om tot een waarlijk eengemaakte markt te komen.

In 2002 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaken die waren voorgelegd door de Europese Commissie (C-466/98, C-467/98, C468/98, C-469/98, C-472/98, C-475/98 en C-476/98). Hierin werd de verdeling van de externe bevoegdheden tussen de EU en EU-landen verhelderd en werden bepaalde vraagstukken betreffende vrijheid van vestiging verklaard.

Als gevolg hiervan kreeg de Commissie toestemming met de VS te onderhandelen over een luchtverkeersovereenkomst die voor de EU als geheel van toepassing zou zijn.

Voor meer informatie zie:

* KERNBEGRIPPEN

Derde recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om op het grondgebied van het eerste land verkeer af te zetten dat afkomstig is uit het thuisland van de luchtvaartmaatschappij.

Vierde recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om op het grondgebied van het eerste land verkeer aan boord te nemen met als bestemming het thuisland van de luchtvaartmaatschappij.

Vijfde recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om op het grondgebied van het eerste land verkeer af te zetten en aan boord te nemen dat afkomstig is uit of als bestemming heeft een niet-EU-land.

Zevende recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om verkeer te vervoeren tussen het grondgebied van het verlenende land en elk niet-EU-land. Het is hiervoor niet vereist dat de dienst aansluit op of een verlenging is van enige dienst naar/vanuit het thuisland van de luchtvaartmaatschappij.

Europese gemeenschappelijke luchtvaartruimte: omvat de EU-landen Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, IJsland, Montenegro, Noorwegen, Servië en het interim-bestuur van de Verenigde Naties in Kosovo.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Besluit 2007/339/EG van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de raad bijeen van 25 april 2007 inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Verenigde Staten van Amerika, anderzijds (PB L 134, 25.5.2007, blz. 1-3)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Besluit 2010/465/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de raad bijeen van 24 juni 2010 inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van het Protocol tot wijziging van de luchtvervoersovereenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (PB L 223, 25.8.2010, blz. 1-2)

Protocol tot wijziging van de luchtvervoersovereenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend op 25 en 30 april 2007 (PB L 223, 25.8.2010, blz. 3-19)

Besluit 2011/708/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de raad bijeen van 16 juni 2011 inzake de ondertekening, namens de Unie, en voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen ten eerste, de Verenigde Staten van Amerika, ten tweede, de Europese Unie en haar lidstaten, ten derde, IJsland en ten vierde, het Koninkrijk Noorwegen; en inzake de ondertekening, namens de Unie, en voorlopige toepassing van de Aanvullende Overeenkomst tussen ten eerste, de Europese Unie en haar lidstaten, ten tweede, IJsland en ten derde, het Koninkrijk Noorwegen betreffende de toepassing van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen ten eerste, de Verenigde Staten van Amerika, ten tweede, de Europese Unie en haar lidstaten, ten derde, IJsland en ten vierde, het Koninkrijk Noorwegen (PB L 283, 29.10.2011, blz. 1-2)

Laatste bijwerking 18.12.2016

Top