Help Print this page 
Title and reference
Mondiale technische harmonisatie van voertuigen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Mondiale technische harmonisatie van voertuigen

De mondiale technische harmonisatie van voertuigen vindt plaats in het kader van twee internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie een van de overeenkomstsluitende partijen is. In deze overeenkomsten worden wereldwijde geharmoniseerde eisen vastgesteld die een hoog niveau van veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging moeten bieden.

BESLUITEN

Besluit 97/836/EG van de Raad inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen (Herziene overeenkomst van 1958) [Publicatieblad L 346 van 17.12.1997].

Besluit 2000/125/EG van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst betreffende de vaststelling van mondiale technische reglementen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen (parallelle overeenkomst).

SAMENVATTING

Om de wederzijdse erkenning van de goedkeuring van voertuigen op basis van de technische voorschriften te bevorderen en zo de handelsbelemmeringen te beperken, heeft de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) gefungeerd als forum voor de opstelling van een overeenkomst voor de technische harmonisatie van voertuigen, de zogenoemde overeenkomst van 1958. De Europese Unie is op 24 maart 1998 tot deze overeenkomst toegetreden.

De Europese Unie heeft ook actief deelgenomen aan de onderhandelingen over een tweede internationale overeenkomst, de zogenoemde parallelle overeenkomstvan 1998, die op 25 augustus 2000 in werking is getreden. Kenmerkend voor deze overeenkomst is dat er ook landen aan deelnemen die niet in staat zijn de verplichtingen van wederzijdse erkenning zoals voorzien in de overeenkomst van 1958 na te komen.

De sluiting van deze twee overeenkomsten draagt bij aan de doelstellingen van het gemeenschappelijk handelsbeleid; zij dragen er namelijk toe bij dat bestaande technische belemmeringen voor de handel in voertuigen en uitrustingsstukken en onderdelen daarvan worden opgeheven en helpen ook nieuwe handelsbelemmeringen voorkomen. Dankzij de deelname van de Europese Unie worden de reeds geleverde harmonisatie-inspanningen gehandhaafd en wordt de toegang tot de markten van derde landen vergemakkelijkt.

De overeenkomst van 1958

Volgens de overeenkomst van 1958 is een overeenkomstsluitende partij die een of meer aan de overeenkomst gehechte VN-reglementen toepast, gemachtigd om typegoedkeuring te verlenen voor de met die reglementen beoogde voertuigen en uitrustingsstukken en onderdelen daarvan. Zij is ook verplicht de typegoedkeuring te accepteren van elke andere overeenkomstsluitende partij die diezelfde reglementen heeft aanvaard. In het kader van deze overeenkomst zijn tot dusver meer dan 130 reglementen opgesteld.

De overeenkomst van 1958 telt 54 overeenkomstsluitende partijen. Volgens de bepalingen van de overeenkomst worden nieuwe reglementen en wijzigingen van bestaande reglementen vastgesteld met twee derde van de aanwezige en stemmende overeenkomstsluitende partijen. Het nieuwe reglement treedt in werking voor alle overeenkomstsluitende partijen die niet binnen zes maanden na de kennisgeving hebben meegedeeld dat zij er niet mee instemmen, tenzij meer dan een derde van de partijen bezwaar heeft aangetekend en het reglement niet in werking treedt.

De wederzijdse erkenning van de typegoedkeuringen tussen de overeenkomstsluitende partijen die de reglementen toepassen, vergemakkelijkt de handel in voertuigen in heel Europa en op de wereldmarkt.

De parallelle overeenkomst van 1998

In tegenstelling tot de overeenkomst van 1958 bevat de parallelle overeenkomst geen bepalingen betreffende de wederzijdse erkenning van goedkeuringen, zodat landen die niet in staat zijn de verplichtingen inzake wederzijdse erkenning na te komen, toch concreet kunnen deelnemen aan de harmonisatie van mondiale technische reglementen.

De overeenkomst van 1998 telt 33 overeenkomstsluitende partijen. In het kader van deze overeenkomst zijn tot dusver 14 mondiale technische reglementen opgesteld.

Voor de vaststelling van nieuwe mondiale technische reglementen voorziet de overeenkomst in twee verschillende methoden. De eerste methode houdt in dat de bestaande, door de overeenkomstsluitende partijen gebruikte reglementen of normen worden geharmoniseerd, de tweede dat een nieuw mondiaal technisch reglement wordt vastgesteld als er nog geen reglement of norm bestaat.

De overeenkomst bepaalt dat bestaande reglementen van de overeenkomstsluitende partijen die kunnen worden geharmoniseerd, worden opgenomen in het compendium van mogelijke mondiale technische reglementen om de omzetting ervan in mondiale reglementen te vergemakkelijken. Voor opname van een reglement in het compendium is ten minste een derde van de aanwezige en stemmende overeenkomstsluitende partijen vereist, waartoe de stem van de Europese Unie, Japan en de Verenigde Staten moet behoren.

Vastlegging van een mondiaal technisch reglement houdt voor de overeenkomstsluitende partijen geen verplichting in om het in hun eigen nationale wet- of regelgeving op te nemen. De overeenkomstsluitende partijen moeten echter wel kennisgeving doen van hun besluit om een mondiaal technisch reglement al of niet aan te nemen en van de effectieve datum van toepassing ervan. Bovendien is elke overeenkomstsluitende partij die vóór de vaststelling van een technisch reglement stemt, verplicht dat reglement te onderwerpen aan de procedure die zij toepast om een dergelijk reglement in de eigen wet- of regelgeving op te nemen.

De Europese Commissie verricht namens de EU alle vereiste kennisgevingen, zoals:

  • aanname en kennisgeving van mondiale technische reglementen;
  • deelname aan de regeling van geschillen;
  • de bevoegdheid om de overeenkomst te wijzigen.

Besluit 2013/454/EU van de Raad en Besluit 2013/456/EU van de Raad wijzigen de besluiten inzake de twee overeenkomsten dusdanig dat er rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de procedure die moet worden gevolgd voor het sluiten van overeenkomsten tussen de Unie en internationale organisaties na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Besluit van de Raad 97/836/EC

-

-

PB L 346 van 17.12.1997

Besluit van de Raad 2000/125/EC

-

-

PB L 35 van 10.02.2000

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Besluit van de Raad 2013/456/EU

17.9.2013

-

PB L 245 van 14.9.2013

Besluit van de Raad 2013/454/EU

17.9.2013

-

PB L 245 van 14.9.2013

Laatste wijziging: 19.05.2014

Top