Help Print this page 
Title and reference
Havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen

De bescherming van het mariene milieu kan worden verbeterd door het terugdringen van lozingen van scheepsafval en ladingresiduen in zee.

BESLUIT

Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen - Verklaring van de Commissie.

SAMENVATTING

De bescherming van het mariene milieu kan worden verbeterd door het terugdringen van lozingen van scheepsafval en ladingresiduen in zee.

WAT DOET DEZE RICHTLIJN?

Deze richtlijn moet de beschikbaarheid en het gebruik van havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen verbeteren. Ze stelt ook een handhavingsregeling vast, met inbegrip van een systeem voor inspecties en voor de uitwisseling van informatie.

KERNPUNTEN

Onder de richtlijn vallen:

alle schepen, ongeacht de vlag waaronder zij varen, die een haven in een land van de Europese Unie (EU) aandoen, met uitzondering van oorlogsschepen en schepen in eigendom of onder beheer van een staat die uitsluitend voor een niet-commerciële overheidsdienst worden gebruikt;

alle havens in de EU-landen die gewoonlijk door de betreffende schepen worden aangedaan.

EU-landen moeten ervoor zorgen dat de havenontvangstvoorzieningen:

toereikend zijn voor de behoeften van de schepen die hun havens gewoonlijk aandoen, zonder onnodig oponthoud van de schepen te veroorzaken;

afgestemd zijn op de grootte van de haven en het soort schepen dat de haven aandoet, aangezien grotere havens gewoonlijk meer en grotere schepen binnenkrijgen.

Afvalontvangst- en verwerking

Voor elke haven moet een plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval worden uitgewerkt. Deze plannen moeten worden beoordeeld en goedgekeurd door het betreffende EU-land. De plannen moeten minstens om de drie jaar opnieuw worden goedgekeurd.

Kennisgeving

De kapitein van een schip dat op weg is naar een haven in de EU en dat geen vissersvaartuig is of een pleziervaartuig waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden vervoerd, moet bepaalde informatie verstrekken, met name:

de laatste haven waar scheepsafval werd afgegeven en de datum waarop dat gebeurde;

het soort en de hoeveelheid afval en residuen die moeten worden afgegeven en/of die aan boord blijven, en het percentage van de maximale opslagcapaciteit.

Afgifte

Scheepsafval moet worden afgegeven bij een havenontvangstvoorziening voor vertrek uit een EU-haven, tenzij de kapitein kan aantonen dat het schip voldoende aparte opslagcapaciteit heeft voor het scheepsafval dat al is ontstaan en dat tijdens de reis naar de voorziene haven van afgifte nog zal ontstaan. Een EU-land kan in dat laatste geval toch eisen dat het afval van een schip wordt afgegeven voor vertrek uit de haven, als het goede redenen heeft om aan te nemen dat:

er in de beoogde haven van afgifte geen toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn;

of indien die haven niet bekend is;

en er derhalve een risico bestaat dat het afval op zee zal worden geloosd.

Inspecties

Van de schepen die een EU-haven aandoen moet minimaal 25 % worden gecontroleerd. EU-landen moeten bijzondere aandacht besteden aan schepen die:

niet aan de aanmeldingsvoorschriften hebben voldaan;

ervan worden verdacht dat ze hun afval niet hebben afgegeven in overeenstemming met de richtlijn.

Afvalbijdragen

De havens moeten een kostendekkingssysteem invoeren om de afgifte van scheepsafval op land aan te moedigen en het lozen van afval op zee te ontmoedigen. Alle schepen die een EU-haven aandoen zullen een aanzienlijk deel van de kosten dragen (bepaald op 30 % door de Europese Commissie), ongeacht het feitelijke gebruik van de voorzieningen. De bijdragen kunnen variëren naar gelang van o.a. de categorie, het type en de grootte van het schip. De bijdragen kunnen worden verlaagd indien de kapitein kan aantonen dat het milieuzorgsysteem, het ontwerp, de uitrusting en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat er minder scheepsafval wordt geproduceerd.

Uitvoering van de richtlijn

In 2015 publiceerde de Commissie haar eindevaluatieverslag over de uitvoering van de richtlijn. De conclusie luidde dat de richtlijn gedeeltelijk doeltreffend, efficiënt en samenhangend werd uitgevoerd. Er werden ook een aantal kwesties opgesomd die kunnen worden aangepakt bij een herziening van de richtlijn.

VANAF WANNEER IS DEZE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

Vanaf 28 december 2000.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Richtlijn 2000/59/EG

28.12.2000

28.12.2002

PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81-90

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Richtlijn 2002/84/EG

29.11.2002

23.11.2003

PB L 324 van 29.11.2002, blz. 53-58

Verordening (EG) nr. 1137/2008

11.12.2008

-

PB L 311 van 21.11.2008, blz. 1-54

De opeenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2000/59/EG zijn opgenomen in de basistekst. Deze geconsolideerde versie is alleen van documentaire waarde.

Laatste wijziging: 25.08.2015

Top