Help Print this page 
Title and reference
Actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement

In deze richtlijn worden de regels vastgesteld volgens welke burgers van de Europese Unie (EU) die in een EU-land verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn, hun actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen uitoefenen.

BESLUIT

Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn.

SAMENVATTING

In deze richtlijn worden de nadere regels vastgesteld volgens welke de burgers van de Europese Unie (EU) die in een EU-land verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn, in dat land hun actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen uitoefenen.

Deze richtlijn laat het actief en passief kiesrecht van de onderdanen van de EU-landen onverlet bij verkiezingen voor het Europees Parlement in hun eigen land, ook wanneer deze onderdanen buiten hun land verblijven.

De richtlijn strekt tot vaststelling van de voorwaarden waaraan onderdanen van een ander EU-land moeten voldoen om hun actief en passief kiesrecht in het land van verblijf te kunnen uitoefenen. Zij moeten met name:

  • EU-burger zijn;
  • verblijven in het EU-land waar zij hun actief of passief kiesrecht willen uitoefenen;
  • voldoen aan dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het desbetreffende EU-land die hun actief of passief kiesrecht willen uitoefenen (het beginsel van de gelijkheid tussen nationale kiezers en kiezers uit andere EU-landen).

EU-burgers kunnen hun actief en passief kiesrecht uitoefenen in het land waar zij verblijven of in hun land van herkomst. Niemand mag bij eenzelfde verkiezing meer dan eenmaal zijn stem uitbrengen of in meer dan een land kandidaat zijn.

In Richtlijn 2013/1/EU van de Raad worden de procedures vereenvoudigd waarmee mensen zich verkiesbaar kunnen stellen als ze in een lidstaat wonen waarvan ze geen onderdaan zijn. Eerst moesten EU-burgers die zich verkiesbaar wilden stellen in een lidstaat waarvan ze geen onderdaan waren een burgercertificaat van hun lidstaat overleggen waarin werd verklaard dat ze het recht om zich verkiesbaar te stellen voor de verkiezingen van het Europees Parlement niet hadden verloren in die lidstaat. Vanaf de verkiezingen van 2014 moeten EU-burgers die zich verkiesbaar stellen hun aanvraag voorzien van een verklaring in plaats van een certificaat. De autoriteiten in de lidstaat waar ze verblijven moeten contact opnemen met de lidstaat van herkomst om de geldigheid van de verklaring te verifiëren. Om te zorgen voor efficiënte communicatie moeten de lidstaten allemaal één contactpunt aanwijzen dat verantwoordelijk is voor het verschaffen van informatie met betrekking tot dergelijke kandidaten.

Kiezers kunnen slechts worden ingeschreven op de kiezerslijst van het land van verblijf indien zij dat van te voren aanvragen. In de landen waar stemplicht bestaat, geldt deze verplichting ook voor de kiezers uit andere EU-landen die zich op de kiezerslijst laten inschrijven.

Om op de kiezerslijst te worden ingeschreven, moeten kiezers uit andere EU-landen dezelfde bewijzen overleggen als nationale kiezers. Bovendien moeten zij aanvullende informatie verstrekken in de vorm van een formele verklaring.

Indien kiezers uit andere EU-landen inschrijving op de kiezerslijst wordt ontzegd of indien hun kandidaatstelling wordt verworpen, moeten zij toegang hebben tot dezelfde beroepsprocedures als de onderdanen van het land van verblijf.

REFERENTIES

Besluit

Inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Richtlijn 93/109/EG

30.12.1993

1.2.1994

L 329, 30.12.1993

Richtlijn 2013/1/EU van de Raad

27.10.2013

28.1.2014

PB L 26, 26.1.2013

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie van 27 oktober 2010 over de verkiezing van de leden van het Europees Parlement (Akte van 1976 zoals gewijzigd bij Besluit 2002/772/EG, Euratom) en over de deelname van EU-burgers aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in de lidstaat van verblijf (Richtlijn 93/109/EG) [ COM(2010) 605 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Naar aanleiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2009 gaat de Commissie in dit verslag na of de kiesrechten van de EU-burgers in acht werden genomen. Daarbij kijkt zij naar:

  • de mate waarin de burgers kennis hadden van de verkiezingen en de daarmee verband houdende rechten, alsook de opkomst;
  • de mate waarin EU-burgers uit andere EU-landen kennis hadden van de verkiezingen en eraan hebben deelgenomen in hun land van verblijf alsmede de maatregelen die de EU-landen hebben genomen om de verkiezingsdeelname van die burgers aan te moedigen;
  • de omzetting en de toepassing door de EU-landen van het EU-recht ter zake.

De EU-landen hebben Richtlijn 93/109/EG in het algemeen correct omgezet en toegepast. Toch blijkt uit het verslag dat enkele landen EU-burgers uit andere EU-landen voorwaarden oplegden, waardoor zij obstakels creëren voor de uitoefening van het actief en passief kiesrecht van die burgers in hun land van verblijf. In bepaalde gevallen zijn de voorwaarden in strijd met de richtlijn. Een aantal EU-landen moet ook aanvullende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat zij hun verplichting nakomen om burgers voldoende informatie te verstrekken over de uitoefening van hun rechten.

De werking van het in de richtlijn vastgestelde mechanisme dat moet voorkomen dat het actief en passief kiesrecht tweemaal wordt uitgeoefend, blijft ontoereikend. De Commissie overweegt of het nodig is haar voorstel tot wijziging van de richtlijn, dat nog in behandeling is, te vervangen om dit probleem aan te pakken.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2007 over de toekenning van een afwijking overeenkomstig artikel 19, lid 2, van het EG-Verdrag, ingediend krachtens artikel 14, lid 3, van Richtlijn 93/109/EG betreffende het actief en passief kiesrecht van de burgers van de Unie bij de verkiezingen voor het Europees Parlement [ COM(2007) 846 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Overeenkomstig artikel 14 van de richtlijn legt de Commissie met het oog op de verkiezingen van juni 2009 een verslag voor dat gaat over de afwijkingen die de EU-landen zijn toegestaan. Alleen Luxemburg heeft zo’n afwijking van de Commissie verkregen (zie hieronder), volgens welke het land het actief kiesrecht kan voorbehouden aan de kiezers die ten minste een bepaalde verblijfsduur in het land kunnen aantonen. Na onderzoek lijkt het de Commissie dat de redenen voor de afwijking overeind blijven en dat geen wijzigingen hoeven te worden voorgesteld.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 over de toekenning van een afwijking overeenkomstig artikel 19, lid 2, van het EG-Verdrag, ingediend krachtens artikel 14, lid 3, van Richtlijn 93/109/EG betreffende het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement [ COM(2003) 31 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Artikel 14 van Richtlijn 93/109/EG staat een EU-land toe een afwijking van dit beginsel te vragen indien het aantal onderdanen uit andere EU-landen dat daar verblijft en de kiesgerechtigde leeftijd heeft bereikt, meer bedraagt dan 20 % van het totale aantal EU-burgers dat de kiesgerechtigde leeftijd heeft bereikt en daar verblijft. Deze afwijking werd aan Luxemburg toegekend. De Commissie concludeert dat de redenen ter rechtvaardiging van de afwijking voor Luxemburg nog steeds overeind blijven. Het is bijgevolg niet nodig wijzigingen voor te stellen.

Mededeling van de Commissie van 18 december 2000 over de toepassing van Richtlijn 93/109/EG bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 1999 – Actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn [ COM(2000) 843 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

De Commissie is van oordeel dat de toepassing van Richtlijn 93/109/EG tot nu toe weinig bevredigend is. In deze mededeling wordt immers vastgesteld dat het opkomstpercentage van niet in hun land van herkomst verblijvende EU-burgers bij de Europese verkiezingen in 1999 niet veel is toegenomen. Het passief kiesrecht wordt nog minder uitgeoefend.

Het systeem voor de uitwisseling van informatie heeft eens te meer niet naar tevredenheid gewerkt. De Commissie pleit er dus voor de uitwisseling van informatie in de praktijk te verbeteren, binnen het bestaande regelgevingskader, want volgens haar is het niet nodig de richtlijn te wijzigen, ook al wordt de informatie-uitwisseling bemoeilijkt omdat de termijnen voor de inschrijving op de kiezerslijsten niet zijn geharmoniseerd.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 7 januari 1998 over de toepassing van Richtlijn 93/109/EG – Kiesrechten bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn [ COM(97) 731 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Uit het verslag van de Commissie over de toepassing van Richtlijn 93/109/EG blijkt dat alle EU-landen de richtlijn hebben toegepast bij de verkiezingen voor het Europees Parlement van juni 1994. Zweden, Oostenrijk en Finland hebben de richtlijn toegepast bij de verkiezingen die in 1995 en 1996 na hun toetreding tot de Unie werden gehouden.

In het rapport worden twee vaststellingen gedaan in verband met deze verkiezingen:

  • de informatie over deze nieuwe rechten voor de Europese burgers liet te wensen over;
  • het aantal verkozen niet-nationale kandidaten was ongemeen laag (één niet-nationale kandidaat werd verkozen in zijn EU-land van verblijf), terwijl de gemiddelde opkomst van niet-nationale kiezers 5,87 % bedroeg.

Aangezien de EU-landen de richtlijn, algemeen gesproken, op bevredigende wijze hebben omgezet, is de Commissie in dit stadium van oordeel dat de richtlijn zelf niet hoeft te worden gewijzigd.

Laatste wijziging: 13.01.2014

Top