Help Print this page 
Title and reference
Vrij verkeer van werknemers

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Vrij verkeer van werknemers

De mogelijkheid die Europese burgers hebben om zich vrij te verplaatsen en in een ander EU-land te werken, is een van de vier fundamentele principes van vrij verkeer die in de EU-Verdragen zijn vastgelegd. Met deze verordening wordt de bestaande wetgeving bijgewerkt en wordt ervoor gezorgd dat het principe in de praktijk wordt nageleefd.

BESLUIT

Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie.

SAMENVATTING

Vrij verkeer van arbeid biedt niet enkel voordelen voor de personen die ervoor kiezen om elders te werken, maar ook voor de samenlevingen die hen ontvangen. De betrokken werknemers kunnen namelijk hun persoonlijke situatie verbeteren, terwijl in de ontvangende samenleving waarin ze terechtkomen vacatures kunnen worden opgevuld en tekorten aan vaardigheden kunnen worden opgeheven.

Net zoals iemand die in één EU-land woont het recht heeft om betaald werk te aanvaarden in een andere lidstaat, staat het werkgevers vrij om vacatures in de hele Unie bekend te maken en overeenkomsten met potentiële werknemers uit de hele Unie aan te gaan.

Deze wetgeving vervangt Verordening (EEG) nr. 1612/68 die reeds meermaals ingrijpend was gewijzigd sinds de oorspronkelijke versie in oktober 1968 was goedgekeurd. Ze waarborgt een goede werking van het systeem door elke vorm van nationaal onderscheid tussen EU-werknemers te verbieden.

Ze verbiedt met name:

  • afzonderlijke wervingsprocedures voor personen met een andere nationaliteit, en
  • beperkingen met betrekking tot de verspreiding van vacatures of het opleggen van specifieke voorwaarden zoals de inschrijving bij een arbeidsbureau voor personen die uit een ander EU-land afkomstig zijn.

Zo is het eveneens onwettig dat werknemers die afkomstig zijn uit een andere lidstaat ten opzichte van nationale werknemers worden gediscrimineerdmet betrekking tot arbeidsvoorwaarden zoals beloning, ontslag en terugkeer naar de arbeidsmarkt, of met betrekking tot sociale en fiscale voordelen . Beide categorieën werknemers hebben gelijke toegang tot opleiding in vakscholen en revalidatie- en herscholingscentra.

Hetzelfde principe van toegang tot het nationale algemeen onderwijs, leerlingstelsels en beroepsopleidingen geldt voor kinderen van iemand die in een ander EU-land werkt of heeft gewerkt.

De wetgeving bestrijkt bepaalde sociale rechten. Werknemers die in een ander EU-land werken, hebben recht op dezelfde potentiële huursubsidies als personen met de nationaliteit van het land en kunnen zich in de regio waarin ze werkzaam zijn, inschrijven op een huisvestingslijst, zo die bestaat,

Eén uitzondering

De enige uitzondering op het verbod op discriminatie betreft de taal. Werkgevers kunnen eisen dat een toekomstige werknemer voldoende kennis heeft van de taal van het land, indien dit noodzakelijk is voor de desbetreffende vacature.

REFERENTIES

Besluit

Inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Verordening (EU) nr. 492/2011van het Europees Parlement en de Raad

16.6.2011

-

PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1

GERELATEERDE BESLUITEN

Uitvoeringsbesluit 2012/733/EU van de Commissie van 26 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk, en een nieuwe opzet van Eures (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 21).

Laatste wijziging: 16.06.2014

Top