Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Kabelbaaninstallaties voor het vervoer van personen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Kabelbaaninstallaties voor het vervoer van personen

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2000/9/EG — Kabelbaaninstallaties voor personenvervoer

WAT IS HET DOEL VAN DEZE RICHTLIJN?

De richtlijn bevat een reeks fundamentele veiligheidseisen voor de Europese Unie (EU), alsmede keurings- en controleprocedures, die gelden voor kabelbaaninstallaties voor personenvervoer.

KERNPUNTEN

Kabelbaaninstallaties voor personenvervoer zijn kapitaalgoederen (d.w.z. zwaar materieel waarvoor een relatief grote investering nodig is). Ze bestaan uit verschillende componenten en zijn ontworpen, gebouwd, geassembleerd en in bedrijf gesteld voor het leveren van een dienst op het gebied van personenvervoer.

Toepassingsgebied

  • De installaties waar het in deze richtlijn om gaat, zijn:
    • kabelspoorwegen of andere voertuigen die worden voortgetrokken door één of meer kabels;
    • zweefbanen waarvan de voertuigen worden gedragen en/of voortbewogen door één of meer kabels, waaronder gondelbanen en stoeltjesliften;
    • sleepliften.

De richtlijn is niet van toepassing op:

  • liften in de zin van Richtlijn 95/16/EG;
  • traditioneel gebouwde kabeltrams;
  • installaties die gebruikt worden voor landbouwdoeleinden;
  • toestellen voor vrijetijdsbesteding die worden gebruikt op kermissen en in pretparken;
  • installaties voor mijnbouw en industriële doeleinden;
  • kabelponten, tandradbanen en met kettingen voortbewogen installaties.

Definities

  • In de richtlijn worden de volgende begrippen gedefinieerd: installatie*, veiligheidscomponent*, opdrachtgever*, bedrijfstechnische voorwaarden* en onderhoudstechnische voorwaarden*.
  • In de richtlijn zijn ook de doelstellingen of essentiële eisen vastgelegd met betrekking tot veiligheid, gezondheid en bescherming van zowel het milieu als de consument waaraan de inrichting tijdens de bouw en vóór de inbedrijfstelling moet voldoen.

Standaardisering

  • Europese specificaties (gemeenschappelijke technische specificaties, Europese technische goedkeuringen of nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet) worden opgesteld op basis van essentiële eisen. Deze worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  • Europese geharmoniseerde normen worden opgesteld door de Europese normalisatieorganisaties.
  • Van systemen die zijn gebouwd conform de Europese specificaties wordt aangenomen dat ze voldoen aan de essentiële eisen.

Beoordelingsprocedures

  • De procedures om te beoordelen of veiligheidscomponenten en systemen in overeenstemming zijn met de essentiële eisen, zijn gebaseerd op de modulaire benadering als omschreven in de EU-regels over EG-markering van overeenstemming. De beoordeling van die overeenstemming is een taak van de door EU-landen aangewezen organisaties. Zij doen dit op grond van gemeenschappelijke beoordelingscriteria en informeren vervolgens de Europese Commissie en de andere EU-landen. De beoordelingsprocedure wordt in werking gesteld op verzoek van ofwel de constructeur of zijn EU-vertegenwoordiger in het geval van veiligheidscomponenten, ofwel de opdrachtgever of zijn vertegenwoordiger in het geval van installaties.
  • Voordat de inrichting in de handel wordt gebracht, moet deze de EG-verklaring van overeenstemming hebben ontvangen, waarmee een praktische invulling wordt gegeven aan de naleving van deze richtlijn. Deze verklaring wordt opgesteld door ofwel de constructeur of zijn EU-vertegenwoordiger in het geval van veiligheidscomponenten, ofwel door de opdrachtgever of zijn vertegenwoordiger in het geval van installaties.
  • Wanneer de veiligheidscomponenten onder andere EU-richtlijnen vallen, vermeldt de EG-verklaring van overeenstemming ook dat de veiligheidscomponenten aan de eisen van die richtlijnen voldoen.
  • Het is EU-landen niet toegestaan om, op hun grondgebied en op basis van deze richtlijn, over te gaan tot het verbieden, beperken of belemmeren van:
    • het in de handel brengen van veiligheidscomponenten voor gebruik in een systeem;
    • het bouwen of in werking stellen van installaties, die voldoen aan de eisen zoals vermeld in de bestaande richtlijn.
  • Een EU-land moet zich ervan vergewissen dat een veiligheidscomponent met CE-markering van overeenstemming of een installatie die is goedgekeurd en overeenkomstig het beoogde doel wordt gebruikt, geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van personen en eventueel de veiligheid van goederen. Indien het EU-land van mening is dat dit wel het geval is, moet het alle passende maatregelen nemen om de gebruiksomstandigheden voor dit veiligheidscomponent of de installatie te beperken. In de richtlijn staan welke procedures moeten worden gevolgd afhankelijk of de niet-overeenstemming voortvloeit uit:
    • het niet beantwoorden aan de essentiële eisen;
    • een verkeerde toepassing van de Europese specificaties;
    • een leemte in de Europese specificaties.

Intrekking

Richtlijn 2000/9/EEG wordt met ingang van 21 april 2018ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) 2016/424.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is sinds 3 mei 2000van toepassing. EU-landen moesten de richtlijn voor 3 mei 2002 omzetten in nationale wetgeving.

ACHTERGROND

Kijk voor meer informatie op:

  • „Cableways” (kabelbaaninstallaties) op de website van de Europese Commissie.

* KERNBEGRIPPEN

Installatie: bestaat in het kader van deze samenvatting uit verschillende componenten die zijn ontworpen, gebouwd, geassembleerd en in bedrijf gesteld met het oog op het vervoer van personen.

Veiligheidscomponent: een elementair onderdeel, een groep van onderdelen of een (deel)verzameling van materiaal, alsmede elke inrichting, dat/die in de installatie is verwerkt voor de veiligheid of de gezondheid van personen, ongeacht of het passagiers, personeel of derden betreft.

Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening een installatie wordt gebouwd.

Bedrijfstechnische voorwaarden: alle technische voorzieningen en maatregelen die van invloed zijn op ontwerp en uitvoering en die vereist zijn voor een veilige werking van de installatie.

Onderhoudstechnische voorwaarden: alle technische voorzieningen en maatregelen die van invloed zijn op ontwerp en uitvoering en die vereist zijn voor het onderhoud ter verzekering van een veilige werking van de installatie.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2000/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende kabelbaaninstallaties voor personenvervoer (PB L 106, 3.5.2000, blz. 21-48)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Verordening (EU) 2016/424 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende kabelbaaninstallaties en tot intrekking van Richtlijn 2000/9/EG (PB L 81, 31.3.2016, blz. 1-50)

Laatste bijwerking 12.09.2016

Top