Help Print this page 
Title and reference
Bureau voor de grondrechten - EUR-Lex

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Bureau voor de grondrechten - EUR-Lex

Deze verordening stelt een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) in ter uitbreiding van het mandaat van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat. Het Bureau, dat sinds 1 maart 2007 operationeel is, heeft ten doel de EU-instellingen en de lidstaten van de Europese Unie (EU) bijstand en expertise te bieden op het gebied van de grondrechten.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.

SAMENVATTING

Het Bureau heeft ten doel de EU-instellingen en -organen en de lidstaten van de Europese Unie (EU) bij de uitvoering van het EU-recht bijstand en expertise te bieden op het gebied van de grondrechten. Het heeft tot taak de instellingen, organen en lidstaten te helpen deze rechten ten volle te eerbiedigen.

Het Bureau verzamelt gegevens over de grondrechten op de bevoegdheidsgebieden van de EU die zijn vastgesteld in zijn meerjarenkader. Het Bureau staat open voor de deelname van kandidaat-lidstaten. De Raad kan ook besluiten landen die met de EU een stabilisatie- of associatieovereenkomst hebben gesloten, uit te nodigen om aan de werkzaamheden van het Bureau deel te nemen. Zodoende wordt de geleidelijke afstemming van hun wetgeving op het EU-recht vergemakkelijkt en hun inspanningen voor Europese integratie ondersteund.

Het meerjarenkader, dat een periode van vijf jaar bestrijkt, legt de thematische werkterreinen van het Bureau vast, die de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en daarmee samenhangende onverdraagzaamheid moeten omvatten.

De taken van het Bureau worden vervuld binnen de grenzen van de thematische gebieden en omvatten:

  • de verzameling, analyse, verspreiding en evaluatie, in volledige onafhankelijkheid, van relevante, objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie en gegevens over de concrete gevolgen van door de EU genomen maatregelen voor de grondrechten en over de goede praktijken inzake naleving en bevordering van deze rechten;
  • de ontwikkeling, in samenwerking met de Commissie en de lidstaten, van normen ter verbetering van de vergelijkbaarheid, objectiviteit en betrouwbaarheid van de gegevens op Europees niveau;
  • de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke enquêtes en van voorbereidende en haalbaarheidsstudies;
  • de opstelling en publicatie van conclusies en adviezen over specifieke onderwerpen en over de evolutie van de grondrechten bij de uitvoering van het beleid, ten behoeve van de Europese instellingen en de lidstaten wanneer zij het EU-recht uitvoeren;
  • de publicatie van een jaarverslag over grondrechtenvraagstukken die op het werkterrein van het Bureau liggen;
  • de publicatie van thematische verslagen op basis van zijn analysen;
  • de publicatie van een jaarverslag over zijn activiteiten;
  • de ontwikkeling van een communicatiestrategie en de bevordering van de dialoog met het maatschappelijk middenveld om bij het publiek het bewustzijn van de grondrechten te vergroten.

Het Bureau coördineert zijn activiteiten en stelt een samenwerkingsnetwerk in (het platform voor de grondrechten) bestaande uit diverse actoren op het gebied van de grondrechten. Doel van het platform is informatie uit te wisselen, kennis te bundelen en voor samenwerking te zorgen tussen het Bureau en de betrokken partijen.

Het Bureau brengt ook nauwe institutionele relaties op internationaal, Europees en nationaal niveau tot stand, met name met de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de bevoegde agentschappen van de EU, alsmede gouvernementele organisaties en overheidsinstanties, met inbegrip van nationale mensenrechteninstellingen. Het doel is samen te werken en doublures te voorkomen.

De organen van het Bureau zijn als volgt gestructureerd:

  • de raad van bestuur (programmerings- en toezichtorgaan) bestaat uit één door elke lidstaat aangewezen onafhankelijk persoon, één door de Raad van Europa aangewezen onafhankelijk persoon en twee vertegenwoordigers van de Commissie. De ambtstermijn van de leden van de raad van bestuur bedraagt vijf jaar en kan niet verlengd worden. De raad van bestuur stelt het jaarlijks werkprogramma en een jaarverslag op en benoemt en ontslaat zo nodig de directeur van het Bureau. Hij keurt jaarlijks de ontwerpbegroting en de definitieve begroting van het Bureau goed;
  • het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en de vicevoorzitter van de raad van bestuur, twee andere door de raad van bestuur gekozen leden van de raad van bestuur, en een van de vertegenwoordigers van de Commissie in de raad van bestuur. De door de Raad van Europa in de raad van bestuur aangewezen persoon kan ook aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur deelnemen. Het dagelijks bestuur heeft tot taak de raad van bestuur bij te staan;
  • het wetenschappelijk comité bestaat uit elf onafhankelijke personen die hoog gekwalificeerd zijn op het gebied van de grondrechten. De leden van het wetenschappelijk comité worden door de raad van bestuur aangewezen na een selectieprocedure en na raadpleging van de bevoegde commissie van het Europees Parlement. De ambtstermijn van de leden van het wetenschappelijk comité bedraagt vijf jaar en kan niet verlengd worden. Het wetenschappelijk comité waarborgt de wetenschappelijke kwaliteit van het werk van het Bureau.

De directeur van het Bureau wordt aangewezen door de raad van bestuur met inachtneming van de adviezen die door het Europees Parlement en de Raad van de EU zijn uitgebracht over een door de Commissie opgestelde lijst van kandidaten. Hij is met name verantwoordelijk voor het dagelijks beheer en voor de uitvoering van de taken en van de begroting van het Bureau.

Voor het personeel en de directeur van het Bureau gelden de regels die van toepassing zijn op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie. Het Bureau ontwikkelt goede administratieve praktijken met het oog op een zo groot mogelijke transparantie met betrekking tot zijn activiteiten.

In 2013 bedroeg de begroting van het Bureau 21,3 miljoen euro en omvatte het personeel in totaal 78 personen. Een subsidie van de EU, betalingen als vergoeding voor diensten die zijn verleend en de eventuele financiële bijdragen van de organisaties waarmee het Bureau samenwerkt en van de kandidaat-lidstaten en landen die met de EU een stabilisatie- of associatieovereenkomst hebben gesloten, vormen de begroting van het Bureau. De uitgaven van het Bureau omvatten huishoudelijke uitgaven, de bezoldiging van het personeel en uitgaven voor administratie en infrastructuur.

Context

Het Bureau is sinds 1 maart 2007 operationeel. Het is de rechtsopvolger van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) en heeft er alle juridische rechten en plichten en alle financiële verplichtingen van overgenomen. Verordening (EG) nr. 1035/97 houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat wordt met ingang van 1 maart 2007 ingetrokken. Het Bureau is gevestigd in Wenen.

Referenties

Besluit

Inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 168/2007

23.2.2007

-

PB L 53 van 22.2.2007

GERELATEERDE BESLUITEN

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Raad van Europa inzake samenwerking tussen het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en de Raad van Europa [PB L 186 van 15.7.2008].

Deze overeenkomst schept een kader voor de samenwerking tussen het Bureau voor de grondrechten (FRA) en de Raad van Europa. Het is in de eerste plaats de bedoeling doublures te voorkomen en het uitgevoerde werk een meerwaarde te bieden. De samenwerking stoelt op regelmatige contacten, waarvoor in beide organisaties een contactpersoon wordt aangeduid. Bovendien mogen vertegenwoordigers van beide organisaties de vergaderingen van de andere organisatie bijwonen in de hoedanigheid van waarnemer. Het Bureau en de Raad van Europa moeten toezien op de uitwisseling van alle relevante, niet-vertrouwelijke gegevens en informatie alsook op de brede verspreiding van de resultaten van hun activiteiten. Ter bevordering van de complementariteit vindt tussen beide organisaties regelmatig overleg plaats met het doel de activiteiten van het Bureau te coördineren. Dit overleg kan ook leiden tot de ontwikkeling van gezamenlijke en/of complementaire activiteiten op basis van hun gemeenschappelijke belangen.

Besluit 2008/203/EG van de Raad van 28 februari 2008 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 168/2007, wat de vaststelling van een meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor 2007-2012 betreft [PB L 63 van 7.3.2008].

Bij dit besluit wordt een meerjarenkader vastgesteld met een omschrijving van de thematische werkterreinen van het Bureau voor de periode 2007-2012. Het meerjarenkader voorziet in negen thematische gebieden, namelijk: racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid; discriminatie; schadeloosstelling van slachtoffers; de rechten van kinderen; asiel, immigratie en integratie van migranten; visum- en grenscontrole; deelname van de burgers van de Unie aan de democratische werking van de Unie; informatiemaatschappij; en toegang tot efficiënte en onafhankelijke rechtspraak. Op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie kan het Bureau werkzaamheden verrichten die geen betrekking hebben op deze thematische gebieden.

Besluit 252/2013/EG van de Raadtot vaststelling van een meerjarenkader voor 2013-2017 voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten [PB L 79 van 21.3.2013].

Bij dit besluit wordt een nieuw meerjarenkader vastgesteld voor het Bureau van de Europese Unie voor grondrechten voor de periode 2013-2017. Het meerjarenkader voorziet in negen thematische gebieden: (i) toegang tot de rechter; (ii) slachtoffers van misdrijven, met inbegrip van schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven; (iii) informatiemaatschappij, in het bijzonder eerbied voor de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens; (iv) integratie van Roma; (v) justitiële samenwerking, uitgezonderd in strafzaken; (vi) rechten van het kind; (vii) discriminatie; (viii) immigratie en integratie van migranten, visa en grenscontrole en asiel; en (ix) racisme en vreemdelingenhaat. Op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie kan het Bureau werkzaamheden verrichten die geen betrekking hebben op deze thematische gebieden.

Ter uitvoering van het meerjarenkader zorgt het Bureau voor de nodige samenwerking en coördinatie met de bevoegde organen, instanties en agentschappen van de Unie, de lidstaten, internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld.

12.11.2013

Top