Help Print this page 
Title and reference
Bestrijding van georganiseerde criminaliteit: strafbare feiten die verband houden met deelneming aan een criminele organisatie

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Bestrijding van georganiseerde criminaliteit: strafbare feiten die verband houden met deelneming aan een criminele organisatie

Georganiseerde criminaliteit vormt een bedreiging voor Europese burgers, ondernemingen, overheidsorganen en de economie in haar geheel. Criminelen werken probleemloos over de grenzen heen, waardoor er behoefte is aan maatregelen op Europees niveau.

BESLUIT

Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit.

SAMENVATTING

Al sinds de jaren negentig neemt de Europese Unie (EU) maatregelen om de georganiseerde criminaliteit op een doeltreffender wijze te bestrijden. In 2008 stelde de Raad het Kaderbesluit 2008/841/JBZ ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit vast. Dit besluit stelde gedragingen die verband houden met de deelneming aan een criminele organisatie strafbaar. Het heeft tot doel de wetten van de verschillende lidstaten inzake het strafbaar stellen van feiten die verband houden met de deelneming aan een criminele organisatie te harmoniseren en sancties voor deze feiten vast te leggen.

Strafbare feiten

Er zijn twee typen gedragingen waarvan lidstaten ten minste één moeten erkennen als een strafbaar feit:

  • A: actieve deelneming aan de criminele activiteiten van een organisatie, met kennis van het oogmerk dan wel het voornemen van de organisatie om strafbare feiten te plegen;
  • B: een overeenkomst inzake het plegen van strafbare feiten, ook al neemt de betrokkene niet deel aan de uitvoering van die feiten.

Sancties

Lidstaten moeten sancties voor de hierboven genoemde strafbare feiten vaststellen.

  • voor type A is de minimumvereiste een maximale vrijheidsstraf die ten minste twee jaar bedraagt.
  • voor type B is de minimumvereiste eenzelfde maximale vrijheidsstraf als voor het strafbare feit dat met de overeengekomen nagestreefde activiteit wordt beoogd, of een maximale vrijheidsstraf van ten minste twee jaar.

Deze sancties kunnen onder specifieke omstandigheden worden verminderd, bijvoorbeeld wanneer de dader afziet van de criminele activiteiten of helpt bij het identificeren en voor het gerecht brengen van andere daders.

Op basis van het kaderbesluit moeten lidstaten voorschriften invoeren die ervoor zorgen dat rechtspersonen (zoals bedrijven) voor de hierboven genoemde strafbare feiten aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer die feiten in hun naam worden gepleegd door een persoon die in de rechtspersoon een leidende functie bekleedt.

De sancties voor rechtspersonen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Deze sancties omvatten boetes en kunnen andere sancties omvatten zoals:

  • uitsluiting van recht op steun van de overheid;
  • tijdelijk of blijvend verbod op commerciële activiteiten en sluiting van de vestigingen die zijn gebruikt voor het plegen van de strafbare feiten;
  • plaatsing onder gerechtelijk toezicht;
  • gerechtelijke maatregel tot ontbinding.

Rechtsmacht en coördinatie van de vervolging

Iedere lidstaat moet ervoor zorgen dat zijn rechtsmacht de gevallen bestrijkt waarin strafbare feiten die verband houden met de deelneming aan een criminele organisatie geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied worden gepleegd, door een of meerdere van zijn onderdanen worden gepleegd of namens een op het grondgebied van die lidstaat gevestigde rechtspersoon worden gepleegd.

Indien meer dan één lidstaat rechtsmacht heeft met betrekking tot het strafbare feit, dan moeten de betrokken lidstaten samenwerken, bijvoorbeeld via Eurojust, om te beslissen welke lidstaat de daders zal vervolgen en om de vervolging te concentreren. Er moet in het bijzonder rekening worden gehouden met waar het strafbare feit werd gepleegd, de nationaliteit of woonplaats van de dader, het land waaruit het slachtoffer afkomstig is en het grondgebied waarop de dader is aangetroffen.

Tijdlijn

  • 1997: de EU neemt een eerste actieplan ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit aan;
  • 1998: de EU neemt Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ inzake deelneming aan een criminele organisatie aan;
  • 2000: de Algemene Vergadering van de VN neemt het verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad aan - het eerste wereldwijde juridische instrument in de strijd tegen grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit (in werking getreden in 2003);
  • 2002: de EU neemt Kaderbesluit 2002/475/JBZ inzake terrorismebestrijding aan (definieert een terroristische groep op basis van de definitie van criminele organisatie in Gemeenschappelijk Optreden 1998/733/JBZ);
  • 2004: Mededeling van de Commissie erkent dat de maatregelen ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit moeten worden verbeterd; EU treedt toe tot het verdrag van de VN;
  • 2008: de EU neemt Kaderbesluit 2008/841/JBZ tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ aan.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad

11.11.2008

11.5.2010

PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42

GERELATEERDE BESLUITEN

Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de protocollen daarbij.

Laatste wijziging: 01.07.2014

Top