Help Print this page 
Title and reference
Bescherming tegen organismen die schadelijk zijn voor planten

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Bescherming tegen organismen die schadelijk zijn voor planten

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2000/29/EG van de Raad betreffende maatregelen ter bescherming van de gezondheid van planten in de EU

SAMENVATTING

WAT DOET DEZE RICHTLIJN?

Deze richtlijn zorgt voor de bescherming van planten tegen schadelijke organismen* (ongedierte en ziekten) door beschermende maatregelen te nemen tegen het binnenbrengen en de verspreiding van die organismen in de EU.

KERNPUNTEN

Elk EU-land gaat over tot instelling van één centrale instantie die verantwoordelijk is voor de gezondheid van planten en schrijft voor dat organismen die als schadelijk worden beschouwd niet op hun grondgebied mogen worden binnengebracht.

De wetgeving heeft betrekking op levende planten en zaden, in het bijzonder vruchten, groenten, bollen, snijbloemen, takken, gevelde bomen en plantenweefsel.

Producenten van planten worden in een officieel register opgenomen.

Bepaalde planten en plantaardige producten die in de EU worden geteeld, ondergaan ten minste eenmaal per jaar een fytosanitaire inspectie.

Planten die voldoen aan de fytosanitaire inspectie krijgen een fytosanitair certificaat. Voor het vervoer naar andere EU-landen wordt er een aangepast merkteken („plantenpaspoort” ) op de planten aangebracht.

Planten die niet voldoen aan de certificaatvoorwaarden worden ofwel behandeld, overgebracht naar een gebied waar zij geen bijkomend risico opleveren, vervoerd naar een plaats van industriële verwerking of vernietigd.

De nationale autoriteiten moeten op de planten aselectief officiële controles verrichten op de plaatsen waar de planten worden geteeld, opgeslagen, te koop aangeboden of waarnaar ze worden vervoerd.

De nationale autoriteiten moeten bepaalde planten controleren die uit niet-EU-landen afkomstig zijn. Ook de verpakking en vervoermiddelen worden officieel grondig onderzocht.

Ingevoerde planten moeten vergezeld worden van een plantenpaspoort dat maximaal veertien dagen voor de uitvoer werd afgegeven. Ze worden ook onderworpen aan identiteitscontroles en fytosanitaire controles.

Ingevoerde planten die niet voldoen aan de vereiste normen kunnen worden behandeld, in quarantaine geplaatst, vernietigd, of de geïnfecteerde producten kunnen worden verwijderd uit de zending.

EU-landen moeten elkaar en de Europese Commissie verwittigen wanneer schadelijke organismen worden ontdekt en moeten alle nodige maatregelen nemen om de organismen te vernietigen.

In mei 2013 heeft de Commissie een nieuwe verordening inzake de gezondheid van planten voorgesteld.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn werd van kracht op 30 juli 2000. Ze moest uiterlijk op 20 januari 2002 door de EU-landen zijn omgezet in nationaal recht.

ACHTERGROND

Gezondheid van planten en bioveiligheid

KERNBEGRIPPEN

* Schadelijke organismen: schadelijke organismen van dierlijke of plantaardige aard zoals insecten, mijten, bacteriën, schimmels, virussen en parasieten.

BESLUIT

Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1–112)

Achtereenvolgende wijzigingen en verbeteringen aan Richtlijn 2000/29/EG zijn opgenomen in de basistekst. Deze geconsolideerde versie is zuiver ter informatie.

Laatste bijwerking 29.11.2015

Top