Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Invoering van de euro

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Invoering van de euro

 

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EG) nr. 974/98 — over de invoering van de euro

Artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

WAT IS HET DOEL VAN DEZE VERORDENING EN VAN ARTIKEL 140 VWEU?

  • In de verordening worden de wettelijke monetaire vereisten vastgelegd die moeten worden toegepast door landen van de Europese Unie die de euro hebben ingevoerd. In de verordening worden de verschillende fasen voorafgaand aan de invoering van de euro uiteengezet.
  • In artikel 140 VWEU worden de criteria uiteengezet voor het lidmaatschap van de economische en monetaire unie en de invoering van de euro. Het voorziet in een regelmatige controle van de vooruitgang die wordt geboekt door niet-eurolanden om aan deze vereisten te voldoen.

KERNPUNTEN

  • De verordening betreffende de invoering van de euro:
    • bevat bijzonderheden over de data voor de eenheidsmunt in elk land dat de euro invoert, voor het moment waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld en voor de afschaffing van de nationale munteenheid;
    • bevestigt dat de euro de eenheidsmunt is, dat deze munt is verdeeld in 100 cent en dat deze de nationale munteenheid van de deelnemende landen vervangt tegen de overeengekomen omrekeningskoers;
    • geeft de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van deelnemende eurolanden het exclusieve recht eurobiljetten in omloop te brengen;
    • staat toe dat nationale bankbiljetten en munten een wettig betaalmiddel blijven, vanaf de dag voor de datum waarop de euro wordt aangenomen;
    • bevat de voorwaarden voor een eventuele periode van geleidelijke afschaffing van nationale munteenheden, een mogelijkheid waarvan geen enkele tot de eurozone behorende lidstaat heeft gebruikgemaakt;
    • stelt dat nationale bankbiljetten en munten in hun respectieve landen tot zes maanden na de respectieve omschakeling naar de chartale euro wettig betaalmiddel blijven;
    • vermeldt dat eurobiljetten en -munten het enige wettige betaalmiddel zijn in de landen van de eurozone na de respectieve datum waarop wordt omgeschakeld naar de chartale euro;
    • staat eurolanden toe passende sancties op te leggen aan valsemunterij of vervalsing van bankbiljetten of munten.
  • Landen die de euro willen invoeren, moeten voldoen aan de volgende vier economische en financiële voorwaarden, de zogeheten convergentiecriteria, zoals uiteengezet in artikel 140 VWEU en in Protocol nr. 13 van het VWEU:
    • prijsstabiliteit: ze moeten gedurende een jaar een inflatiecijfer hebben dat niet hoger is dan 1,5 % van de drie laagste nationale cijfers binnen de eurozone;
    • overheidsfinanciën: ze moeten ervoor zorgen dat deze solide en duurzaam zijn door het overheidstekort en de overheidsschuld te beperken tot ten hoogste respectievelijk 3 % en 60 % van het bruto binnenlands product;
    • stabiliteit van wisselkoersen: ze dienen gedurende ten minste twee jaar extreme wisselkoersschommelingen te voorkomen door deel te nemen aan het wisselkoersmechanisme, dat de koersen reguleert tussen de lidstaten die de euro wel en niet hebben ingevoerd;
    • renteconvergentie: ze dienen een langetermijnrente te hebben die het percentage van de drie best presterende eurolanden met niet meer dan twee procentpunt overschrijdt.
  • De Europese Commissie heeft meegeholpen de komst van de euro voor te bereiden met een brede informatiecampagne. Deze campagne was gericht op:
    • bedrijven die de euro vanaf 1 januari 2002 zouden gaan gebruiken voor transacties;
    • het grote publiek, dat zich moest aanpassen aan de nieuwe munten en biljetten en de prijzen en waarden die deze vertegenwoordigen;
    • groepen met bijzondere behoeften, bijvoorbeeld mensen die sociaal of economisch geïsoleerd zijn, mensen met fysieke beperkingen of mensen die niet kunnen lezen of schrijven;
    • schoolkinderen die met de nieuwe munteenheid zouden opgroeien en hun ouders en oudere familieleden zouden kunnen helpen met de nieuwe munt vertrouwd te raken.

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening is sinds 1 januari 1999 van toepassing.

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN

Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1-5)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EG) nr. 974/98 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Derde deel — Het beleid en intern optreden van de Unie — Titel VIII — Economisch en monetair beleid — Hoofdstuk 5 — Overgangsbepalingen — Artikel 140 (oude artikelen 121, lid 1, 122, lid 2, tweede zin, en 123, lid 5, VEG) (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 108-110)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Protocol (nr. 13) betreffende de convergentiecriteria (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 281-282)

Laatste bijwerking 03.04.2017

Top