Help Print this page 
Title and reference
Gelijke behandeling van uitzendkrachten

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Gelijke behandeling van uitzendkrachten

Europese wetgeving verbetert de bescherming van uitzendkrachten door gelijke behandeling inzake essentiële arbeidsvoorwaarden te waarborgen. Zij creëert een kader voor de gebruikmaking van uitzendwerk teneinde effectief bij te dragen tot het scheppen van banen en de ontwikkeling van flexibele arbeidsvormen.

BESLUIT

Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november betreffende uitzendarbeid.

SAMENVATTING

Uitzendkrachten zijn in dienst bij een uitzendbureau en worden ter beschikking gesteld van inlenende ondernemingen. Wat de essentiële arbeidsvoorwaarden betreft, hebben uitzendkrachten en werknemers die rechtstreeks door de onderneming in dienst zijn genomen voor hetzelfde werk per definitie recht op gelijke behandeling

Deze richtlijn is van toepassing op openbare en particuliere uitzendbureaus en inlenende ondernemingen die een economische activiteit uitoefenen, al dan niet met winstoogmerk. Na raadpleging van de sociale partners kunnen lidstaten besluiten dat de richtlijn niet van toepassing is op arbeidsovereenkomsten binnen een specifiek openbaar opleidings-, inpassings- of herscholingsprogramma.

Arbeidsvoorwaarden

Het beginsel van gelijke behandeling is van toepassing op de essentiële arbeidsvoorwaarden met betrekking op:

  • de arbeidstijd, overuren, pauzes, rusttijden, nachtarbeid, vakantie en feestdagen;
  • bezoldiging.

Werknemers krijgen ook gelijke behandeling met betrekking tot:

  • de bescherming van zwangere vrouwen en zogende moeders;
  • de bescherming van kinderen en jongeren;
  • gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  • bescherming tegen discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst, overtuiging, leeftijd of seksuele gerichtheid.

Lidstaten kunnen de sociale partners echter toestaan specifieke arbeidsvoorwaarden te definiëren voor uitzendkrachten.

De lidstaten kunnen, na raadpleging van de sociale partners, bepalen dat van het beginsel van gelijke bezoldiging mag worden afgeweken voor uitzendkrachten die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben en die ook vergoed worden tussen twee opdrachten in.

Toegang tot werk, opleiding en diensten

Uitzendkrachten moeten vrij zijn om een arbeidsovereenkomst te sluiten met de inlenende onderneming na afloop van hun opdracht. Zij moeten dus worden ingelicht over vacatures voor een vaste baan. Hun deelname aan opleidingsprogramma’s moet worden bevorderd, ofwel binnen het uitzendbureau ofwel binnen de inlenende onderneming.

Toegang tot bedrijfsvoorzieningen en diensten in de inlenende onderneming (met name kantines, kinderopvang- en vervoersfaciliteiten) moeten openstaan voor hen, en in principe onder dezelfde voorwaarden als andere werknemers.

Vertegenwoordiging en informatie

Vertegenwoordigingsorganen van werknemers worden gevormd volgens een drempel die wordt berekend naar het aantal werknemers in een onderneming of instelling. Uitzendkrachten worden meegeteld in de berekening binnen het uitzendbureau dat hen in dienst heeft, de inlenende onderneming aan wie zij ter beschikking zijn gesteld of beide bedrijven.

Wanneer een inlenende onderneming de arbeidssituatie aan de vertegenwoordigingsorganen van de werknemers presenteert, moet zij informatie verstrekken over de inzet van uitzendkrachten.

Sancties

Lidstaten moeten effectieve, evenredige en afschrikkende straffen opstellen in geval van inbreuken op nationale bepalingen onder deze richtlijn. Zij moeten er ook voor zorgen dat er wettelijk of administratief beroep mogelijk is in geval van inbreuken op de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen.

Context

Lidstaten moesten de beperkingen of verbodsbepalingen die van toepassing zijn op uitzendwerk uiterlijk 5 december 2011 heroverwogen hebben. Deze beperkingen kunnen enkel worden gerechtvaardigd om redenen van algemeen belang.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

2008/104/EG

5.12.2008

5.12.2011

PB L 327 van 5.12.2008

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de toepassing van Richtlijn 2008/104/EG betreffende uitzendarbeid. ( COM(2014)176 final van 21.3.2014 - niet verschenen in het Publicatieblad).

Het verslag van de Commissie concludeert dat de richtlijn, over het algemeen, correct uitgevoerd en toegepast wordt, maar dat er nog niet volledig aan het tweeledige doel voldaan is. Enerzijds heeft de omvang van het gebruik van bepaalde afwijkingen van het beginsel op gelijke behandeling, in specifieke gevallen, kunnen leiden tot een situatie waarin de toepassing van de richtlijn geen daadwerkelijk effect heeft gehad op de verbetering van de bescherming van uitzendkrachten. Anderzijds heeft de heroverweging van de beperkingen en verboden op het inzetten van uitzendkrachten, in de meeste gevallen, geleid tot het legitimeren van de status quo, in plaats van een impuls te geven om op een andere manier na te denken over de rol van uitzendwerk in moderne, flexibele arbeidsmarkten.

De Commissie zal blijven toezien op de toepassing van de richtlijn en nauw samenwerken met de lidstaten en sociale partners om ervoor te zorgen dat de doelstellingen behaald worden. Gezien het feit dat de richtlijn recentelijk door de lidstaten ingevoerd is en dat er meer tijd nodig is om ervaring te verwerven in de toepassing ervan, oordeelt de Commissie dat er in dit stadium geen wijzigingen nodig zijn.

Laatste wijziging: 17.06.2014

Top