Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Mobiliteit voor studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, leerkrachten en opleiders

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Mobiliteit voor studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, leerkrachten en opleiders

 

SAMENVATTING VAN:

Aanbeveling 2001/613/EG inzake de mobiliteit binnen de EU van studenten, personen in opleiding, vrijwilligers, leerkrachten en opleiders

WAT IS HET DOEL VAN DE AANBEVELING?

Deze aanbeveling, naar aanleiding van de Europese Raad van Lissabon in 2000, heeft als doel het ondersteunen van vrij verkeer op het gebied van onderwijs en opleidingen. Aan EU-landen wordt gevraagd de benodigde stappen te nemen om de mobiliteit van studenten, docenten en opleiders binnen de EU te stimuleren.

KERNPUNTEN

Met de aanbevelingen worden EU-landen opgeroepen juridische, administratieve, taalkundige en culturele obstakels weg te nemen voor mensen die:

  • studeren of een opleiding volgen;
  • vrijwilligerswerk verrichten; of
  • doceren of opleidingen geven;

in een ander EU-land.

De naar voren gebrachte vraagstukken, doelstellingen en suggesties zijn:

  • het doel om ten minste twee EU-talen te leren, in combinatie met een taalkundige en culturele voorbereiding op de reis;
  • bij jongeren het bewustzijn van EU-burgerschap vergroten en respect voor verschillen stimuleren;
  • eenvoudige toegang verstrekken tot informatie over mogelijkheden in andere EU-landen;
  • financiële steun (toelagen, beurzen, subsidies, leningen enz.) mogelijk maken en vereenvoudigen;
  • ondersteuning bieden bij vervoerskosten, accommodatie, maaltijden en toegang tot culturele middelen op dezelfde basis als voor burgers van het gastland, en
  • het bewustzijn van financiële rechten en wederzijdse regelingen inzake sociale zekerheid verhogen.

Maatregelen voor studenten en personen die een opleiding volgen

  • studenten aanmoedigen een deel van hun opleiding in een ander EU-land te volgen, en de academische erkenning van voltooide studieperiodes tussen landen onderling vergemakkelijken;
  • het gebruik stimuleren van duidelijkere modellen voor opleidingscertificaten, bijvoorbeeld door het bieden van vertalingen en gecentraliseerde informatiepunten;
  • het voor studenten gemakkelijker maken om, met het oog op het verkrijgen van een verblijfsvergunning, aan te tonen dat zij voor ziektekosten verzekerd zijn of over financiële middelen beschikken, en
  • de integratie en ondersteuning van studenten binnen het onderwijssysteem van het gastland en hun re-integratie in het land van herkomst vereenvoudigen.

Maatregelen voor jonge vrijwilligers

  • ervoor zorgen dat in wettelijke en bestuursrechtelijke vraagstukken rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van vrijwilligerswerk;
  • de invoering van een deelnamecertificaat met het oog op een algemeen EU-model voor sollicitaties stimuleren, en
  • discriminatie van vrijwilligers bij aanspraken op sociale bescherming voorkomen.

Maatregelen voor leerkrachten en opleiders

  • problemen bij mobiliteit die voortkomen uit nationale wetgeving, oplossen en samenwerking stimuleren;
  • tijdelijke vervanging van leerkrachten en opleiders die deelnemen aan mobiliteitsprogramma's;
  • integratie in de gastinstelling vereenvoudigen;
  • Europese opleidingsperioden invoeren om zo mobiliteit te vereenvoudigen;
  • de invoering van een Europese dimensie in het onderwijs stimuleren via de inhoud van opleidingsprogramma’s en via contacten en uitwisselingen tussen instellingen, en
  • Europese mobiliteitservaring stimuleren als bestanddeel van de loopbaan.

EU-landen wordt verzocht om elke twee jaar een rapport op te stellen over de maatregelen die zijn genomen in antwoord op deze aanbevelingen.

ACHTERGROND

De uiteengezette aanbevelingen waren oorspronkelijk van toepassing op EU-programma's als Socrates (onderwijs), Leonardo da Vinci (beroepsonderwijs) en Jeugd, die nu onderdeel uitmaken van het programma Erasmus+, en vormen een aanvulling op maatregelen die nu vallen onder ET 2020, dat gericht is op samenwerking in onderwijs, opleidingen en een leven lang leren.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Aanbeveling 2001/613/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juli 2001 inzake de mobiliteit binnen de Gemeenschap van studenten, personen in opleiding, vrijwilligers, leerkrachten en opleiders (PB L 215 van 9.8.2001, blz. 30-37)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Aanbeveling van de Raad van 28 juni 2011 — Jeugd in beweging — de leermobiliteit van jongeren bevorderen (PB C 199 van 7.7.2011, blz. 1-5)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — „Jeugd in beweging” — Een initiatief om jongeren ten volle te betrekken bij het realiseren van slimme, duurzame en inclusieve groei in de Europese Unie (COM(2010) 477 definitief, 15.9.2010)

Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de invoering van het Europees systeem voor studiepuntenoverdracht voor beroepsonderwijs en -opleiding (ECVET) (PB C 155 van 8.7.2009, blz. 11-18)

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 15 november 2007, over het verbeteren van de kwaliteit van de lerarenopleiding (PB C 300 van 12.12.2007, blz. 6-9)

Beschikking nr. 2241/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende een enkel communautair kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass) (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 6-20)

Laatste bijwerking 19.12.2016

Top