Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
Multilingual display
Text

Gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt

Doel van deze richtlijn is de samenvoeging van diverse richtlijnen over gelijke behandeling van mannen en vrouwen door vereenvoudiging, modernisering en verbetering van EU-wetgeving op het gebied van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het werk.

SAMENVATTING

De gelijkheid van mannen en vrouwen is een grondbeginsel van het EU-recht dat van toepassing is op alle aspecten van het sociale leven, met inbegrip van de arbeidswereld.

Gelijkheid op het gebied van werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden

Deze richtlijn verbiedt directe* en indirecte discriminatie* van mannen en vrouwen op het gebied van:

  • werving en toegang tot het arbeidsproces, in loonverband of als zelfstandige;
  • ontslag;
  • beroepsopleiding en promoties;
  • aansluiting bij werknemers- of werkgeversorganisaties.

Bovendien verbiedt artikel 157 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU) discriminatie op grond van geslacht op het gebied van beloning voor gelijke arbeid of arbeid van gelijke waarde. Dat beginsel is ook van toepassing op alle systemen van werkclassificatie voor de vaststelling van beloningen.

Een verschillende behandeling van mannen en vrouwen kan evenwel gerechtvaardigd zijn door de aard van de betrokken beroepsactiviteiten, indien de genomen maatregelen legitiem en evenredig zijn.

De EU-landen moeten werkgevers en beroepsopleiders aanmoedigen op te treden tegen discriminatie (zowel directe als indirecte) op grond van geslacht, met name tegen intimidatie* en seksuele intimidatie*.

Gelijkheid op het gebied van sociale bescherming

Vrouwen en mannen worden gelijk behandeld in het kader van ondernemings- en sectorale regelingen voor sociale zekerheid, met name wat betreft:

  • het toepassingsgebied van de regelingen en de voorwaarden voor de toelating ertoe;
  • de premies;
  • de berekening van de prestaties, met inbegrip van verhogingen en de voorwaarden inzake duur en behoud van het recht op prestaties.

Het beginsel is van toepassing op de volledige beroepsbevolking, daaronder begrepen:

  • zelfstandigen (met betrekking tot deze categorie kunnen de EU-landen evenwel een verschillende behandeling voorzien, met name wat de pensioenleeftijd betreft);
  • personen van wie de arbeid is onderbroken door ziekte, moederschap, ongeval of onvrijwillige werkloosheid;
  • werkzoekenden, gepensioneerde en gehandicapte werknemers, alsmede hun rechtverkrijgenden.

Moederschaps-, vaderschaps- en adoptieverlof

Na moederschaps-, vaderschaps- en/of adoptieverlof hebben werknemers het recht om:

  • naar hun baan of een gelijkwaardige functie terug te keren onder voor hen niet minder gunstige voorwaarden;
  • te profiteren van elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop zij tijdens hun afwezigheid recht hadden gehad.

Verdediging van rechten

De EU-landen zorgen ervoor dat werknemers die het slachtoffer zijn van discriminatie beroep kunnen aantekenen, bijvoorbeeld door middel van bemiddelings- en gerechtelijke procedures. Zij nemen ook de nodige maatregelen om werknemers en hun vertegenwoordigers te beschermen tegen elke ongunstige behandeling in reactie op een binnen hun bedrijf neergelegde klacht of een ingeleide gerechtelijke procedure.

Ten slotte voorzien zij in sanctieregelingen en mogelijkheden voor compensatie of reparatie van de geleden schade.

In het geval van een gerechtelijke procedure ligt de bewijslast bij de partij die van discriminatie wordt beschuldigd. Zij moet bewijzen dat het beginsel van de gelijke behandeling niet is geschonden.

Bevordering van gelijke behandeling

De EU-landen wijzen organen aan die tot taak hebben het beginsel van gelijke behandeling te bevorderen, te analyseren en te volgen, alsook toezicht te houden op de naleving van de wetgeving en onafhankelijke hulp te verlenen aan slachtoffers van discriminatie.

Ondernemingen moeten bovendien het gelijkheidsbeginsel bevorderen en de rol van de sociale partners en de niet-gouvernementele organisaties versterken.

ACHTERGROND

KERNBEGRIPPEN

* Directe discriminatie: wanneer iemand op grond van geslacht minder gunstig wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld.

* Indirecte discriminatie: wanneer een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van een geslacht in vergelijking met personen van het andere geslacht bijzonder benadeelt, tenzij die bepaling, maatstaf of handelwijze objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

* Intimidatie: wanneer er sprake is van ongewenst gedrag dat verband houdt met het geslacht van een persoon en tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.

* Seksuele intimidatie: wanneer zich enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie voordoet met als doel of gevolg dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.

BESLUIT

Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking) [PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23-26]

Laatste bijwerking 29.10.2015

Top