Help Print this page 
Title and reference
Gelijke behandeling in arbeid en beroep

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Gelijke behandeling in arbeid en beroep

De richtlijn stelt een algemeen kader in om een gelijke behandeling van personen in de Europese Unie (EU) op de werkplek te garanderen, ongeacht de godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid van die personen.

BESLUIT

Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

SAMENVATTING

Het doel van de richtlijn is dat mensen met een bepaalde godsdienst of overtuiging, een bepaalde handicap, een bepaalde leeftijd of een bepaalde seksuele geaardheid niet gediscrimineerd worden en in plaats daarvan een gelijke behandeling op de werkplek genieten.

Welke soorten discriminatie worden door de richtlijn bestreden?

De richtlijn bestrijdt zowel directe discriminatie (verschil in behandeling op grond van een specifiek kenmerk) als indirecte discriminatie (elke bepaling, criterium of praktijk die ogenschijnlijk neutraal is maar die de personen in de boven-genoemde categorieën ten opzichte van anderen benadeelt). Intimidatie, die een vijandige omgeving creëert, wordt ook beschouwd als een vorm van discriminatie.

Op wie is de richtlijn wel van toepassing en op wie niet?

De richtlijn is zowel in de overheidssector als in de particuliere sector op alle personen van toepassing en heeft betrekking op:

  • de voorwaarden voor toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige, met inbegrip van de selectie- en aanstellingscriteria en met inbegrip van bevorderingskansen;
  • beroepsopleidingen;
  • werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden (met inbegrip van beloning);
  • lidmaatschap van en betrokkenheid bij organisaties van werkgevers of werknemers of andere beroepsorganisaties.

De richtlijn is niet van toepassing op verschillen in behandeling gebaseerd op nationaliteit, noch op uitkeringen van welke aard dan ook die worden verstrekt op basis van wettelijke programma's, met inbegrip van de regelingen voor sociale zekerheid of voor sociale bescherming.

Wat kan worden gedaan om een einde te maken aan de discriminatie?

EU-landen moeten ervoor zorgen dat eenieder die zich door niet-toepassing van het beginsel van gelijke behandeling benadeeld acht, toegang krijgt tot gerechtelijke en/of administratieve procedures. Deze regel blijft zelfs van kracht na beëindiging van de verhouding waarin deze persoon zou zijn gediscrimineerd. Meer details over rechtsmiddelen en handhaving van rechten zijn terug te vinden in hoofdstuk II van de richtlijn.

Hoe kan de situatie worden verbeterd?

Volgens een verslag (COM(2014) 2 final) over deze richtlijn en de richtlijn rassengelijkheid bestaat de grootste uitdaging erin om de reeds bestaande bescherming meer onder de aandacht te brengen en ervoor te zorgen dat de richtlijnen beter worden uitgevoerd en toegepast.

REFERENTIES

Besluit

Inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Richtlijn 2000/78/EGvan de Raad

2.12.2000

2.12.2003

PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Gezamenlijk verslag inzake de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (richtlijn rassengelijkheid) en van Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep) (COM(2014) 2 final van 17.1.2014 - niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

Laatste wijziging: 27.06.2014

Top