Help Print this page 

Summaries of EU Legislation

Title and reference
Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 99/70/EG raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, gesloten door het EVV, de UNICE en het CEEP(vakbonden)

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

  • De richtlijn bevat de minimumeisen met betrekking tot arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die gelijke behandeling moeten waarborgen van werknemers met een dergelijke overeenkomst en misbruik als gevolg van het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd moeten voorkomen.
  • De landen van de Europese Unie (EU) worden verzocht sancties vast te stellen voor het schenden van deze eisen.
  • De richtlijn bevat speciale clausules ter beperking van de administratieve last die voor mkb-bedrijven kan voortvloeien uit de toepassing van deze nieuwe regels.

KERNPUNTEN

De richtlijn heeft uitsluitend betrekking op arbeidsvoorwaarden voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; wettelijke stelsels van sociale zekerheid vallen onder de bevoegdheid van de EU-landen.

De richtlijn is van toepassing op werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (inclusief seizoenarbeiders), met uitzondering van werknemers die door een uitzendbureau ter beschikking van een inlener worden gesteld. De partijen zijn echter voornemens om een soortgelijke overeenkomst te sluiten voor uitzendarbeid.

Daarnaast kunnen EU-landen bepalen dat deze overeenkomst niet van toepassing is op:

  • leerovereenkomsten en het leerlingwezen;
  • arbeidsovereenkomsten en arbeidsverhoudingen die zijn gesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma.

Het non-discriminatiebeginsel

De overeenkomst verbiedt werkgevers om werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd minder gunstig te behandelen dan werknemers in vaste dienst louter op grond van het feit dat zij op basis van een overeenkomst voor bepaalde tijd werken, tenzij het verschil in behandeling om objectieve redenen gerechtvaardigd is.

De overeenkomst beoogt de kwaliteit van arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren door de toepassing van het non-discriminatiebeginsel te garanderen en misbruik als gevolg van het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd te voorkomen.

Misbruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd voorkomen

Ter voorkoming van misbruik als gevolg van het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd moeten EU-landen, na raadpleging van de sociale partners, een of meer van de volgende maatregelen invoeren (waarbij rekening moet worden gehouden met de behoeften van bepaalde sectoren en categorieën werknemers):

  • vaststelling van objectieve redenen die een vernieuwing van dergelijke overeenkomsten of verhoudingen rechtvaardigen;
  • vaststelling van de maximale totale duur van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd;
  • vaststelling van het aantal malen dat dergelijke overeenkomsten of verhoudingen mogen worden vernieuwd.

Opleidingsmogelijkheden

Voor zover mogelijk moeten werkgevers de toegang tot opleidingsmogelijkheden vergemakkelijken voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd om hun vaardigheden, carrièremogelijkheden en beroepsmobiliteit te vergroten.

Werknemersvertegenwoordigers

Werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moeten worden meegeteld bij de berekening van de drempel waarboven werknemersvertegenwoordigingen kunnen worden ingesteld.

Sancties voor schendingen door werkgevers

EU-landen moeten sancties vaststellen die van toepassing zijn op schendingen van nationale uitvoeringsbepalingen.

Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en mkb-bedrijven

Wat betreft de toepassing van de richtlijn op mkb-bedrijven is speciale zorg besteed aan het vermijden van administratieve, financiële en juridische lasten die de ontwikkeling van mkb-bedrijven kunnen belemmeren. Volgens de Europese Commissie verwijzen een aantal clausules van de overeenkomst betreffende de wijze van toepassing naar nationaal recht, collectieve overeenkomsten of gebruiken en/of naar de sociale partners, waardoor rekening kan worden gehouden met de speciale behoeften van mkb-bedrijven.

Toepassing

EU-landen moesten zorgen voor de inwerkingtreding van de benodigde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om uiterlijk 10 juli 2001 aan deze richtlijn te voldoen, of dienden zich ervan te verzekeren dat de sociale partners uiterlijk op die datum de nodige maatregelen hadden ingevoerd. EU-landen konden maximaal één jaar extra krijgen wanneer dat nodig was om door middel van een collectieve overeenkomst rekening te houden met bijzondere moeilijkheden of uitvoering. In dat geval diende de Commissie echter te worden geïnformeerd over de omstandigheden.

Uitvoering van deze richtlijn vormt geen geldige reden voor het verlagen van het algemene niveau van bescherming van de werknemers op het door deze richtlijn bestreken gebied. EU-landen kunnen echter bepalingen invoeren die gunstiger zijn dan de bepalingen die in deze richtlijn zijn opgenomen.

Verslagen

In twee uitvoeringsverslagen van de Commissie staan de nationale uitvoeringsmaatregelen van de richtlijn beschreven (zie het onderdeel „Gerelateerde documenten” hierna).

Deze verslagen worden aangevuld door twee onderzoeken (Uitvoeringsverslag inzake Richtlijn 1999/70/EG betreffende de door de UNICE, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije) (maart 2007) en Verslagen (Samenvattingen) inzake de uitvoering van Richtlijn 1999/70/EG in Bulgarije en Roemenië (2009).

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is van toepassing sinds10 juli 1999. EU-landen moesten de richtlijn uiterlijk 10 juli 2001 in nationaal recht hebben omgezet.

ACHTERGROND

Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vormden het onderwerp van een voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad. Het Europees Parlement heeft op 24 oktober 1990 geadviseerd over het voorstel (Publicatieblad van de Europese Unie C 295, 26.11.1990).

Bij gebreke van overeenstemming in de Raad heeft de Commissie besloten de sociale partners te raadplegen op grond van artikel 3 van de Overeenkomst inzake Sociaal Beleid. Tijdens de eerste raadplegingsronde benadrukten de sociale partners de noodzaak van het bestrijden van discriminatie van werknemers die te maken hebben met nieuwe, flexibele vormen van arbeid.

Aan het einde van de tweede raadplegingsronde hebben de sociale partners besloten om onderhandelingen te beginnen over dit onderwerp.

Parallel daaraan, op 19 juni 1996, hebben de UNICE (nu BusinessEurope), het CEEP en het EVV een kaderovereenkomst inzake deeltijdarbeid gesloten, ingevoerd door Richtlijn 97/81/EG van 15 december 1997. In de preambule van deze overeenkomst hebben de partijen bij de overeenkomst hun voornemen bekendgemaakt om na te gaan of soortgelijke overeenkomsten noodzakelijk zijn voor andere arbeidsvormen. Op 18 maart 1999 hebben zij een raamovereenkomst gesloten inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, welke raamovereenkomst door deze richtlijn wordt ingevoerd.

De Commissie vond het nodig een evenwichtig en flexibel kader in te voeren dat verenigbaar is met de blijvende toename van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, terwijl misbruik daarvan wordt voorkomen.

Op 6 mei 1999 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over het voorstel van de Commissie waarin het een beroep doet op de Raad om de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd goed te keuren [niet gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie]. Het Parlement gaf echter aan te betreuren dat de overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op opeenvolgende arbeidsverhoudingen, dat de regels ter voorkoming van misbruik door opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd geen kwalitatieve of kwantitatieve verplichtingen bevat en dat geen voorziening is getroffen op grond waarvan deze werknemers voorrang hebben bij nieuw gecreëerde banen of toegang hebben tot een passende beroepsopleiding.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 99/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB L 175, 10.7.1999, blz. 43-48)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid (PB L 14, 20.01.1998, blz. 9-14)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 97/81/EG werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

Werkdocument van de diensten van de Commissie - Nationale uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 1999/70/EG (EU-15) (SEC(2006) 1074 definitief, 11.8.2006)

Werkdocument van de diensten van de Commissie - Nationale uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 1999/70/EG (EU-10) (SEC(2008) 2485 definitief, 17.9.2008)

Laatste bijwerking 04.12.2016

Top