Help Print this page 
Title and reference
Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

De coördinatie van de socialezekerheidsstelsels heeft ten doel het vrije verkeer van burgers binnen de Europese Unie (EU) te vergemakkelijken en stoelt op samenwerking tussen de nationale socialezekerheidskassen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

De socialezekerheidsstelsels van de landen van de Europese Unie (EU) worden onderling gecoördineerd. De sociale uitkeringen en de toekenningsvoorwaarden worden evenwel op nationaal niveau bepaald, naargelang de traditie en de cultuur van elk land.

In het Europese recht zijn voorschriften en beginselen vastgesteld die het recht op het vrije verkeer van personen in de EU moeten garanderen. Op het terrein van sociale zekerheid wordt dit recht bovenal gegarandeerd door het beginsel van de samentelling van alle tijdvakken van verzekering, arbeid (al dan niet in loondienst) of wonen in de verschillende EU-lidstaten en het beginsel van de export van verstrekkingen in alle EU-lidstaten waar de begunstigde of zijn of haar gezinsleden wonen.

Betrokken personen

Deze verordening is van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat van de EU op wie de socialezekerheidswetgeving van een van deze lidstaten van toepassing is of geweest is, en ook op hun gezinsleden en nabestaanden.

Zij is tevens van toepassing op onderdanen van derde landen die wettelijk in de EU verblijven en door hun situatie banden hebben met verschillende lidstaten, alsmede op hun gezinsleden en hun nabestaanden.

Volgens het beginsel van gelijke behandeling hebben personen die in een EU-lidstaat wonen waarvan zij de nationaliteit niet hebben dezelfde rechten en plichten die in de nationale wetgeving zijn vastgesteld als de onderdanen van die EU-lidstaat.

De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op alle klassieke takken van sociale zekerheid, met name:

  • ziekte,
  • moederschap,
  • arbeidsongevallen,
  • beroepsziekten,
  • ouderdomspensioenen
  • nabestaandenuitkeringen
  • invaliditeitsuitkeringen,
  • werkloosheidsuitkeringen,
  • gezinsbijslagen,
  • uitkeringen bij vervroegde uittreding,
  • uitkeringen bij overlijden.

Met de verordening wordt ook het beginsel van samentelling van tijdvakken erkend, dat wil zeggen dat de tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen die in een EU-lidstaat zijn vervuld, in alle andere EU-lidstaten in aanmerking worden genomen. Dat betekent dat een lidstaat voor de berekening van het recht op prestaties rekening moet houden met de tijdvakken van verzekering, van arbeid (al dan niet in loondienst) en van wonen in andere lidstaten van de EU.

Vaststelling van de toe te passen wetgeving

Op de verzekerde is de wetgeving van niet meer dan één lidstaat van toepassing. Dat is de lidstaat waarin hij een beroepsactiviteit uitoefent.

Voor bepaalde categorieën arbeiders gelden bijzondere bepalingen. Dat is met name het geval voor ambtenaren, op wie de wetgeving van toepassing is van de lidstaat waaronder de dienst ressorteert waarin zij werkzaam zijn, alsook voor arbeiders die in meerdere lidstaten van de EU in loondienst of als zelfstandige werken.

Verstrekkingen (ziekte, moederschap en vaderschap)

Grensarbeiders zijn aangesloten bij het orgaan van het land waar zij werken, ook al wonen zij in een ander land van de EU en hebben zij toegang tot de gezondheidszorg van beide landen. Er zijn bijzondere bepalingen voorzien voor verstrekkingen aan de leden van hun gezin.

Personen die in een ander land van de EU verblijven dan hun woonland, met name in het kader van een vakantie, moeten een beroep kunnen doen op de medische diensten die zij tijdens hun verblijf nodig hebben. De wetgeving van het land waar zij verblijven, bepaalt de financiële voorwaarden voor de verstrekking van de betrokken diensten. De kosten zijn evenwel ten laste van of worden terugbetaald door het orgaan van de sociale zekerheid van het land van herkomst. Dit recht wordt aangetoond met de Europese ziekteverzekeringskaart, die elke verzekerde bij zijn socialezekerheidsorgaan kan aanvragen.

De gezinsleden van een gepensioneerde arbeider hebben recht op bepaalde verstrekkingen, ook wanneer zij in een andere lidstaat dan de pensioengerechtigde wonen.

Gepensioneerde grensarbeiders

Deze sociaal verzekerden kunnen een beroep doen op verstrekkingen in de laatste lidstaat waar zij tewerkgesteld waren indien het gaat om de voortzetting van een behandeling die in die lidstaat is begonnen.

Zij, alsook hun gezinsleden, hebben het recht om verder behandeld te worden in de lidstaat waar zij het laatst hebben gewerkt:

  • zonder beperking indien zij in de laatste vijf jaar vóór de ingangsdatum van een ouderdoms- of invaliditeitspensioen ten minste twee jaar als grensarbeider hebben gewerkt;
  • indien de betrokken lidstaten voor deze regeling hebben gekozen.

Prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten

Personen die in een andere lidstaat wonen of verblijven dan die waarin zij aangesloten zijn op de sociale zekerheid vallen toch onder het stelsel voor arbeidsongevallen en beroepsziekten. De verstrekkingen worden door het orgaan van de woon- of verblijfplaats verleend volgens de daar toepasselijke wetgeving.

Het orgaan van de lidstaat waar de arbeider op de sociale zekerheid is aangesloten draagt de kosten voor het vervoer van die persoon naar zijn woonplaats. Het orgaan moet vooraf toestemming voor dit vervoer hebben verleend, behalve in het geval van grensarbeiders.

Uitkeringen bij overlijden

Indien een verzekerde of een van zijn gezinsleden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat overlijdt, wordt het overlijden geacht te hebben plaatsgevonden in de bevoegde lidstaat. Het bevoegde orgaan is dus verplicht de uitkeringen bij overlijden welke krachtens de door dit orgaan toegepaste wetgeving verschuldigd zijn, toe te kennen, zelfs indien de rechthebbende in een andere lidstaat woont.

Uitkeringen bij invaliditeit

Ten aanzien van invaliditeitsuitkeringen maakt de verordening onderscheid tussen wetgeving van het type A, volgens welke het bedrag van de invaliditeitsuitkeringen onafhankelijk is van de duur van de tijdvakken van verzekering of wonen, en die alleen worden betaald door het bevoegde orgaan op het tijdstip van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid, met invaliditeit als gevolg, en de andere uitkeringen onder wetgeving van het type B, die op dezelfde manier worden gecoördineerd als de ouderdomspensioenen.

Ouderdomspensioenen

Elke lidstaat waarin iemand verzekerd is geweest, betaalt een ouderdomspensioen wanneer de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Bij de berekening van het exacte pensioenbedrag worden alle in een andere lidstaat vervulde tijdvakken in aanmerking genomen.

Er gelden ook bepalingen over de wijze waarop de bevoegde organen de uitkering berekenen en anticumulatiebepalingen vaststellen.

Wanneer een arbeider recht heeft op pensioenuitkeringen in verschillende landen van de EU, mag het totale bedrag van die uitkeringen niet lager zijn dan het wettelijke minimumpensioen in zijn woonland, voor zover in dat land een wettelijk pensioenminimum bestaat.

Werkloosheidsuitkeringen

Ten aanzien van de werkloosheidsuitkeringen moet het bevoegde orgaan van een lidstaat rekening houden met de in andere lidstaten vervulde tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst, alsof deze tijdvakken overeenkomstig de door dat orgaan toegepaste wetgeving waren vervuld, onder de voorwaarde dat de betrokkene de laatste tijdvakken van de verzekering heeft vervuld.

Een werkloze kan zich naar een andere lidstaat begeven om daar werk te zoeken. Daarbij behoudt hij gedurende drie maanden het recht op een werkloosheidsuitkering. Deze periode kan door de bevoegde dienst of het bevoegde orgaan tot maximaal zes maanden worden verlengd. Indien de werkloze niet bij of vóór het verstrijken van dit tijdvak terugkeert, kan hij elk recht op uitkering verliezen.

Vervroegde uittreding

Begunstigden van wettelijke stelsels voor vervroegde uittreding kunnen hun uitkeringen en gezinsbijslagen in een andere EU-lidstaat ontvangen. Bovendien zijn hun ziektekosten in andere EU-lidstaten gedekt. Op basis van het beginsel van gelijke behandeling hebben zij dezelfde rechten en plichten als de andere burgers van het betrokken land.

Aangezien de wettelijke stelsels voor vervroegde uittreding slechts in een zeer beperkt aantal lidstaten bestaan, sluit deze verordening de regel van de samentelling van de tijdvakken uit voor het verkrijgen van het recht op de uitkeringen bij vervroegde uittreding.

Gezinsuitkeringen

Een persoon heeft recht op gezinsuitkeringen overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde lidstaat, ook voor gezinsleden die in een andere lidstaat wonen, alsof deze in de eerstbedoelde lidstaat woonden.

Bij samenloop van rechten worden de gezinsuitkeringen in de eerste plaats toegekend overeenkomstig de wetgeving die als prioritair is aangemerkt.Er kan een aanvullende toeslag worden uitbetaald door de organen van andere lidstaten, waarvan de wetgeving van toepassing is, maar geen prioriteit heeft.

Bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties

In tegenstelling tot de algemene regel zijn deze prestaties niet exporteerbaar indien zij zijn opgenomen in bijlage X en aan bepaalde criteria voldoen. Deze criteria zijn van toepassing op alle lidstaten en overeenkomstige prestaties worden in de verschillende lidstaten gelijk behandeld.

Coördinatie-instrumenten van de socialezekerheidsstelsels

Met deze verordening wordt het beginsel van behoorlijk bestuur versterkt. De organen moeten namelijk binnen een redelijke termijn op alle aanvragen reageren en de betrokkenen daartoe alle informatie verstrekken die nodig is om de door deze verordening verleende rechten uit te oefenen. Bovendien moeten de betrokken organen als zich bij de uitleg en de toepassing van de verordening moeilijkheden voordoen, met elkaar in contact treden om een oplossing te zoeken voor de betrokken persoon.

De verordening bevat voorzieningen die ten doel hebben de goede werking en de samenwerking tussen de lidstaten en hun organen op het gebied van sociale zekerheid te bevorderen, met name:

  • een Administratieve Commissie, die tot taak heeft alle vraagstukken van interpretatieve aard, voortvloeiende uit de bepalingen van deze verordening en van enige overeenkomst of regeling die in het kader daarvan tot stand zal komen, te behandelen;
  • een Technische Commissie, een subcommissie van de Administratieve Commissie, die tot taak heeft de relevante technische documentatie te verzamelen en de noodzakelijke studies en werkzaamheden te verrichten;
  • een Rekencommissie, die de jaarlijkse gemiddelde terugbetalingskosten van de gezondheidszorg in de lidstaten berekent;
  • een Raadgevend Comité, dat ten behoeve van de Administratieve Commissie adviezen uitbrengt en voorstellen doet.

Bijlagen

De verschillende bijlagen van de verordening hebben een dubbele functie:

  • ze verwijzen naar de verschillen in wetgeving/voorschriften die van toepassing zijn voor de uitvoering en coördinatie en
  • ze specificeren de gevallen waarin speciale bepalingen van toepassing zijn (waaronder beperkingen, aanvullende rechten, uitzonderingen etc.) die voor sommige lidstaten van toepassing zijn in verband met specifieke kenmerken in hun nationale wetgeving.

Deze bijlagen worden daarom bijgewerkt om rekening te houden met de wijzigingen die optreden in de wetgeving van de lidstaten.

Context

De coördinatie van de socialezekerheidsstelsels is in 1959 ingevoerd met de vaststelling van Verordening nr. 3 en op 1 oktober 1972 gevolgd door de vaststelling van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad. Met deze verordening kon worden gewaarborgd dat alle werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn een gelijke behandeling krijgen en recht hebben op socialezekerheidsprestaties ongeacht waar zij werken of wonen.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 883/2004

20.5.2004

-

L 314 van 7.6.2004

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 988/2009

30.10.2009

-

L 284 van 30.10.2009

Verordening (EU) nr. 1231/2010

1.1.2010

-

L 344 van 29.12.2010

Verordening (EU) nr. 465/2012

28.6.2012

-

L 149 van 8.6.2012

Verordening (EU) nr. 1224/2012

8.1.2013

-

L 349 van 19.12.2012

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 883/2004 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels [Publicatieblad L 284 van 30.10.2009].

In deze verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld die ervoor moeten zorgen dat uitkeringen snel en efficiënt worden uitbetaald, ondanks de grote verscheidenheid van de socialezekerheidsstelsels in de lidstaten.

Laatste wijziging: 17.01.2014

Top