Help Print this page 
Title and reference
Groenboek over de modernisering van het arbeidsrecht

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html SV
Multilingual display
Text

Groenboek over de modernisering van het arbeidsrecht

Dit groenboek beoogt de aanzet te geven tot een publiek debat in de EU over de modernisering van het arbeidsrecht in het licht van de ontwikkelingen op de Europese arbeidsmarkten. Deze moeten flexibeler worden en een zo groot mogelijke zekerheid bieden. Voor het arbeidsrecht is hierbij een essentiële rol weggelegd. Het aanzwengelen van een debat over dit vraagstuk zou de invoering van een doelmatig en proactief regelgevingskader mogelijk maken. Voor een geslaagde aansturing van vernieuwingen en veranderingen moeten op de arbeidsmarkten drie centrale thema's in overweging worden genomen: lexibiliteit, arbeidszekerheid en tweedeling op de arbeidsmarkt.

BESLUIT

Groenboek van de Commissie van 22 november 2006: "De modernisering van het arbeidsrecht met het oog op de uitdagingen van de 21e eeuw" [COM(2006) 708 - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

In dit groenboek brengt de Commissie de voornaamste uitdagingen in kaart met betrekking tot de kloof tussen de huidige wetgeving enerzijds en de realiteit van het arbeidsproces anderzijds.

Het heeft tot doel om de lidstaten, de sociale partners en andere belanghebbende partijen bij een open debat te betrekken over de vraag hoe het arbeidsrecht - ongeacht contractvorm - kan bijdragen tot de bevordering van zowel flexibiliteit als arbeidszekerheid.

De Commissie is van plan gedurende een periode van vier maanden een openbare raadpleging te houden aan de hand van de in dit groenboek aangesneden vraagstukken. Na de openbare raadpleging zal de Commissie in 2007 een follow-upmededeling uitbrengen.

De Commissie heeft een katalysatorfunctie bij de ondersteuning van de initiatieven van de lidstaten, aangezien de bescherming van de arbeidsvoorwaarden hoofdzakelijk in de nationale wetgeving wordt geregeld. Op EU-niveau worden de maatregelen van de lidstaten ondersteund en aangevuld door het sociale acquis.

Ontwikkeling van de Europese arbeidsmarkten

De Europese arbeidsmarkten maken een ontwikkeling door die hoofdzakelijk samenhangt met de snelle technologische vooruitgang, de toenemende concurrentie in verband met de mondialisering en de veranderde vraag van de consument. Dit komt tot uitdrukking in veranderingen van de arbeidsorganisatie, arbeidstijden, lonen en aantallen werknemers in de diverse stadia van de productiecyclus.

In juridisch opzicht hebben deze veranderingen geleid tot een breder scala aan arbeidscontracten. Er zijn nieuwe categorieën werknemers (zoals uitzendkrachten) ontstaan. Wetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) ontwikkelen zich derhalve parallel. Door middel van de cao's worden rechtsbeginselen aan bepaalde economische situaties en aan de bijzondere omstandigheden van bepaalde bedrijfstakken aangepast.

Op EU-niveau is wetgeving vastgesteld om ervoor te zorgen dat de nieuwe flexibeler arbeidsvormen gepaard gaan met ten minste een minimum aan sociale rechten voor alle werknemers, zowel voor deeltijdarbeid (es de en fr) als voor arbeid voor bepaalde tijd (es de en fr). De Raad heeft daarentegen geen gemeenschappelijk standpunt weten te bepalen ten aanzien van een voorstel voor een richtlijn betreffende de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten (es de en fr).

Steeds meer atypische contractvormen

Tot de atypische contractvormen behoren arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, deeltijdcontracten, contracten voor oproepkrachten, nulurencontracten, contracten voor uitzendkrachten en freelancecontracten.

Zelfstandigen kiezen ervoor om zelfstandig te werken ondanks de geringere mate van bescherming, omdat daar een directere zeggenschap over arbeidsvoorwaarden en loon tegenover staat. Het aantal werknemers dat geen standaardarbeidsovereenkomst heeft, is van meer dan 36% van de arbeidskrachten in 2001 gestegen tot bijna 40% in 2005 in de EU-25. Het aantal zelfstandigen bedraagt meer dan 15% van de totale beroepsbevolking. Het aantal banen voor bepaalde tijd is gestegen van 12% van de totale werkgelegenheid in 1998 tot meer dan 14% in 2005 in de EU-25.

Aan deze verscheidenheid aan dienstverbanden zijn een aantal negatieve effecten verbonden. Door een opeenvolging van banen voor de korte termijn en van geringe kwaliteit die onvoldoende sociale bescherming bieden, komen sommige mensen in een kwetsbare positie te verkeren. De Commissie wijst erop dat vooral vrouwen en ouderen en jonge werknemers met atypische contracten het risico lopen op een zwakkere positie op de arbeidsmarkt.

Modernisering van het arbeidsrecht: discussiepunten

Dit groenboek roept op tot een debat over de volgende kwesties in verband met de modernisering van het arbeidsrecht zoals:

  • overgang naar ander werk, d.w.z. de overstap naar een andere arbeidsstatus. De mogelijkheden om de arbeidsmarkt te betreden, daar te blijven en vooruit te komen variëren in belangrijke mate. De wetgeving inzake werkgelegenheidsbescherming en de regelgeving betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten op nationaal niveau hebben een aanzienlijk effect op de overgang naar een andere arbeidsstatus; dit geldt in het bijzonder voor langdurig werklozen of mensen in onzekere arbeidssituaties;
  • onzekerheid ten aanzien van de wettelijke situatie, die vooral verbonden is aan deze uiteenlopende vormen van atypische arbeid. Het verschijnsel van verkapte arbeid in loondienst, dat zich voordoet wanneer een arbeidskracht niet als werknemer in loondienst wordt beschouwd om zo zijn/haar werkelijke rechtspositie aan het oog te onttrekken en bepaalde socialezekerheidskosten te vermijden, is toegenomen. Onduidelijke juridische definities van de rechtsstatus van zelfstandigen kunnen bijvoorbeeld lacunes bij de toepassing van de wetgeving tot gevolg hebben. Het concept "economisch afhankelijke arbeid" heeft betrekking op arbeidssituaties die noch onder de categorie arbeid in loondienst, noch onder werken als zelfstandige vallen. In dit geval is er geen arbeidsovereenkomst gesloten. Ook al bevinden deze werknemers zich niet in een kwetsbare positie, toch zijn zij voor hun inkomen afhankelijk van één afnemer, werkgever of opdrachtgever en vallen zij niet altijd onder het arbeidsrecht.
  • bij werken via een uitzendbureau is er sprake van een "driehoeksverhouding" tussen een inlenend bedrijf, een werknemer en een uitzendbureau. De arbeidsrelatie kan nog ingewikkelder vormen aannemen als werknemers betrokken zijn bij lange uitbestedingsketens;
  • de arbeidstijd, een terrein waarop naar harmonisatie op communautair niveau wordt gestreefd, ondergaat eveneens de invloed van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkten. Over de richtlijn betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd was door de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken eind 2006 nog steeds geen overeenstemming bereikt;
  • de mobiliteit van de werknemers en de uiteenlopende definities van het begrip "werknemer". De mobiliteit van de werknemers wordt bedreigd, aangezien de EU het aan de lidstaten overlaat het begrip "werknemer" te definiëren. De Commissie is van oordeel dat deze voortdurende verwijzing naar nationaal in plaats van Gemeenschapsrecht de bescherming van de werknemers nadelig kan beïnvloeden;
  • zwartwerk is een verontrustend en hardnekkig probleem op de huidige arbeidsmarkten. Zwartwerk leidt, als de belangrijkste factor voor sociale dumping, niet alleen tot uitbuiting van werknemers, maar ook tot concurrentieverstoringen. De Raad heeft overigens in 2003 een resolutie (es de en fr) aangenomen waarin de lidstaten worden opgeroepen dit probleem door middel van preventieve maatregelen en sancties alsook partnerschappen tussen de sociale partners en de overheden op nationaal niveau aan te pakken.

Laatste wijziging: 23.02.2007

Top