Help Print this page 
Title and reference
Besluiten van de Europese Unie

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Besluiten van de Europese Unie

Om de EU-bevoegdheden uit te oefenen, kunnen EU-instellingen vijf soorten wetgevingshandelingen aannemen. Een besluit is een bindende wetgevingshandeling die ofwel van algemene toepassing is, ofwel een specifieke adressaat heeft.

SAMENVATTING

Om de EU-bevoegdheden uit te oefenen, kunnen EU-instellingen vijf soorten wetgevingshandelingen aannemen. Een besluit is een bindende wetgevingshandeling die ofwel van algemene toepassing is, ofwel een specifieke adressaat heeft.

Een besluit maakt deel uit van het afgeleide recht van de EU. Een besluit wordt door de EU-instellingen aangenomen in overeenstemming met de oprichtingsverdragen.

Een handeling die in haar geheel bindend is

Volgens artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is een besluit in zijn geheel bindend. Zoals een verordening, kan een besluit niet onvolledig, selectief of gedeeltelijk worden toegepast.

Een besluit kan een wetgevingshandeling of een niet-wetgevingshandeling zijn.

Een besluit is een wetgevingshandeling als het gezamenlijk wordt aangenomen door:

het Europees Parlement met de deelname van de Raad, of

de Raad met de deelname van het Europees Parlement via de speciale wetgevingsprocedure.

In alle andere gevallen zijn besluiten niet-wetgevingshandelingen. Ze kunnen bijvoorbeeld worden aangenomen door de Europese Raad, de Raad of de Commissie.

Niet-wetgevingsbesluiten kunnen ook de vorm aannemen van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

Besluit met een specifieke adressaat

Een besluit kan een of meerdere adressaten hebben (een of meerdere EU-landen, een of meerdere ondernemingen of personen). Bijvoorbeeld toen de Commissie via een besluit een boete oplegde aan softwaregigant Microsoft voor het misbruiken van zijn dominante marktpositie, was de enige direct betrokken onderneming Microsoft.

Een besluit dat vermeldt tot wie het is gericht, moet ter kennis worden gebracht van de betrokken partij en wordt van kracht bij deze kennisgeving. Deze kennisgeving kan plaatsvinden via het versturen van een aangetekende brief met ontvangstbewijs. Een besluit dat vermeld tot wie het is gericht, kan ook worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. De publicatie betekent echter niet dat het besluit niet betekend hoeft te worden; de kennisgeving is de enige manier om ervoor te zorgen dat de wet uitvoerbaar is tegenover de adressaat.

Een besluit gericht tot een of meerdere specifieke personen of ondernemingen heeft rechtstreekse werking (d.w.z. dat het rechtstreeks rechten en verplichtingen creëert voor de adressaat, die zich hierop kan beroepen voor de rechtbank).

Een besluit gericht aan een specifiek EU-land of EU-landen als adressaat kan rechtstreekse werking hebben. Of een dergelijk besluit rechtstreekse werking heeft, hangt af van zijn aard, achtergrond en formulering. Het Hof van Justitie van de Europese Unie erkent alleen een „verticale” rechtstreekse werking van besluiten die zijn gericht aan een of meerdere EU-landen. Dat betekent dat een persoon zich alleen kan beroepen op een dergelijk besluit tegen het EU-land waaraan het besluit is gericht (en niet tegen een andere persoon).

Besluit zonder adressaat

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon hoeft een besluit niet altijd meer te specificeren aan wie het is gericht. Artikel 288 van het VWEU verduidelijkt dat een besluit kan specificeren aan wie het is gericht, terwijl zijn voorganger (artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap) alleen verwees naar een besluit dat specificeert aan wie het is gericht.

Besluiten zonder specifieke adressaten kunnen worden aangenomen door wetgevingsprocedures.

Besluiten die niet specificeren aan wie ze zijn gericht en die niet zijn aangenomen door wetgevingsprocedures, zijn niet-wetgevingshandelingen. Dergelijke niet-wetgevingsbesluiten zijn in het bijzonder de basiswetgevingshandeling geworden op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands beleid en veiligheidsbeleid (GBVB). Volgens artikel 25 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) zal de EU het GBVB uitvoeren door:

de algemene richtlijnen vast te leggen;

de acties te bepalen die de EU moet ondernemen;

de posities te bepalen die de EU moet innemen;

de modaliteiten vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van bovenvermelde acties en posities.

Voor die doelstellingen en op basis van het VEU nemen de Europese Raad en de Raad niet-wetgevingsbesluiten aan (artikel 31,lid 1 van het VEU).

Besluiten die niet specificeren aan wie ze zijn gericht, of het nu wetgevingshandelingen of niet-wetgevingshandelingen zijn, moeten worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ze worden van kracht op de datum die erin wordt gespecificeerd of, als er geen datum wordt vermeld, op de twintigste dag na de publicatie.

Voor meer informatie, zie EU-recht op de website van de Europese Unie.

Laatste bijwerking 16.09.2015

Top