Help Print this page 
Title and reference
Conventionele handelingen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Conventionele handelingen

Conventionele handelingen behoren tot het afgeleide recht van de Europese Unie (EU). Zij zijn het resultaat van een vrijwillige wilsovereenstemming tussen de EU en een derde land of van een samenwerkingsakkoord tussen de Europese instellingen.

Conventionele handelingen vormen samen met de unilaterale handelingen het afgeleide recht van de Europese Unie (EU). Zij scheppen rechten en verplichtingen en zijn het resultaat van een wilsovereenstemming tussen de Europese instellingen of tussen de Europese instellingen en een derde. In tegenstelling tot unilaterale handelingen zijn conventionele handelingen dus niet gebaseerd op een wetgevingsprocedure noch op de wil van één instelling.

De oprichtingsverdragen van de EU maakt een onderscheid tussen twee hoofdcategorieën conventionele handelingen:

  • internationale overeenkomsten;
  • interinstitutionele akkoorden.

Internationale overeenkomsten

Internationale overeenkomsten zijn overeenkomsten die gesloten worden tussen de EU, enerzijds, en een derde land of een derde organisatie, anderzijds. In artikel 216 van het Verdrag betreffende de werking van de EU zijn de gevallen vastgesteld waarin de EU gemachtigd is om dergelijke overeenkomsten te sluiten.

Internationale overeenkomsten hebben bovendien dwingende kracht in de hele EU. Zij staan boven de unilaterale handelingen van afgeleid recht, die bijgevolg met de internationale overeenkomsten in overeenstemming moeten zijn.

Interinstitutionele akkoorden

Interinstitutionele akkoorden worden tussen de Europese instellingen gesloten. Deze hebben ten doel samenwerking tussen de instellingen tot stand te brengen en te vergemakkelijken, met name tussen de Commissie, het Parlement en de Raad.

Dit soort akkoorden is gegroeid uit de institutionele praktijk en werd met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in de oprichtingsverdragen van de EU verankerd. Artikel 295 van het Verdrag betreffende de werking van de EU erkent het bestaan van interinstitutionele akkoorden en preciseert dat dergelijke akkoorden ook bindend kunnen zijn. Het bindende karakter van een akkoord hangt af van de bereidheid van de betrokken instellingen om verbintenissen aan te gaan.

Interinstitutionele akkoorden kunnen bovendien de vorm aannemen van gedragscodes, richtsnoeren en verklaringen.

Laatste wijziging: 27.08.2010

Top