Use quotation marks to search for an "exact phrase". Append an asterisk (*) to a search term to find variations of it (transp*, 32019R*). Use a question mark (?) instead of a single character in your search term to find variations of it (ca?e finds case, cane, care).
stelt een kader vast om uiterlijk tegen 2050 klimaatneutraliteit binnen de Europese Unie (EU) te bereiken (d.w.z. dat er een evenwicht tussen de broeikasgasemissies1 en -verwijderingen in Europese wetgeving wordt geregeld);
omvat, naast de bindende doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit in de EU te bereiken, de doelstelling om daarna tot negatieve emissies te komen;
voorziet in een bindende doelstelling om de netto broeikasgasemissies in Europa uiterlijk in 2030 met ten minste 55 % (ten opzichte van 1990) te reduceren, en om uiterlijk zes maanden na de eerste wereldwijde evaluatie (“global stocktake”), bedoeld in de Overeenkomst van Parijs, een klimaatdoelstelling voor 2040 vast te stellen;
EU-instellingen en EU-lidstaten moeten alle nodige maatregelen nemen om de doelstellingen van de verordening te verwezenlijken, daarbij rekening houdend met rechtvaardigheid, solidariteit en kosteneffectiviteit.
Bij de verordening wordt een onafhankelijke Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering opgericht. Na een open selectieprocedure benoemt de raad van bestuur van het Europees Milieuagentschap de 15 leden van de raad van bestuur voor een periode van vier jaar. Zij worden geselecteerd op basis van hun wetenschappelijke excellentie en hun grote deskundigheid op het gebied van klimaat- en milieuwetenschappen. De 15 vooraanstaande wetenschappelijke deskundigen worden op persoonlijke titel benoemd.
De taken van de adviesraad omvatten:
het in overweging nemen van de meest recente wetenschappelijke conclusies in de verslagen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) en wetenschappelijke klimaatgegevens, met name met betrekking tot informatie die relevant is voor de EU;
het verstrekken van wetenschappelijk advies en het uitbrengen van verslagen over bestaande en voorgestelde maatregelen van de EU;
het bijdragen aan de uitwisseling van onafhankelijke wetenschappelijke kennis;
het in kaart brengen van de acties en kansen om de klimaatdoelstellingen van de EU te behalen;
het vergroten van het bewustzijn over klimaatverandering en de gevolgen ervan.
De lidstaten moeten ook:
een klimaatadviesorgaan oprichten voor het verstrekken van deskundig wetenschappelijk advies aan de bevoegde nationale autoriteiten;
een klimaat- en energiedialoog op verschillende niveaus opzetten, waarbij lokale overheden, maatschappelijke organisaties, de bedrijfswereld, investeerders en andere betrokken partijen en het brede publiek betrokken zijn;
tegen een strategie voor 30 jaar indienen bij de Europese Commissie, daarna om de 10 jaar, en waar nodig deze om de 5 jaar actualiseren.
In de verordening worden de volgende tussentijdse EU-maatregelen omschreven, die de EU moeten helpen haar klimaatneutraliteitsdoelstelling voor 2050 te behalen.
Uiterlijk 2030 de netto broeikasgasemissies in de EU met ten minste 55 % (ten opzichte van 1990) reduceren; in juli 2021 heeft de Commissie een reeks wetgevingsvoorstellen ingediend om de bestaande EU-wetgeving te verbeteren en nieuwe initiatieven op te nemen voor de tenuitvoerlegging van deze nieuwe doelstelling. Daarna houdt de Commissie toezicht op de vooruitgang van deze wetgevingsvoorstellen om te bepalen of de nieuwe doelstelling wordt behaald.
De nettoverwijderingen tot maximaal 225 miljoen ton CO2-equivalent beperken om ervoor te zorgen dat er tot 2030 voldoende mitigatie-inspanningen worden geleverd. Om de koolstofput2 van de EU te versterken in overeenstemming met de klimaatneutraliteitsdoelstelling voor 2050, voorziet de verordening er ook in dat de EU ernaar streeft haar nettokoolstofput in 2030 te vergroten.
De Commissie wordt gemachtigd om binnen 6 maanden na de eerste “global stocktake” in het kader van de Overeenkomst van Parijs een klimaatdoelstelling voor 2040 voor te stellen. Het voorstel moet vergezeld gaan van een verslag met de geraamde indicatieve broeikasgasbegroting van de EU voor 2030-2050.
De Commissie moet binnen 6 maanden na elke “global stocktake” in het kader van de Overeenkomst van Parijs verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad over de vooruitgang die de EU en de lidstaten boeken bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de verordening.
Aanpassing aan klimaatverandering vereist:
van EU-instellingen en -lidstaten dat:
zij hun vermogen tot aanpassing vergroten, de veerkracht versterken of de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen
zij ervoor zorgen dat hun beleidsmaatregelen inzake aanpassing coherent zijn, elkaar ondersteunen, voordelen opleveren voor sectoraal beleid, ze deze maatregelen in alle beleidsterreinen helpen integreren en zich vooral richten op de meest kwetsbare mensen en sectoren;
van de Commissie dat deze goedkeuring geeft voor
een EU-aanpassingsstrategie
richtsnoeren tegen , waarin gemeenschappelijke beginselen en praktijken voor de vaststelling, classificatie en het beheer van klimaatrisico’s bij de planning, ontwikkeling, uitvoering en monitoring van projecten en programma’s zijn vastgesteld;
van lidstaten dat zij nationale aanpassingsstrategieën en plannen vaststellen en deze uitvoeren waarbij zij rekening houden met bijzonder kwetsbare sectoren, waaronder landbouw, water- en voedselsystemen en de voedselzekerheid, en met de noodzaak om op de natuur en op ecosystemen gebaseerde oplossingen te bevorderen.
Voor de beoordeling van de vooruitgang en de maatregelen van de EU moet de Commissie:
uiterlijk op , en vervolgens om de vijf jaar, beoordelen of de EU en de lidstaten collectief vooruitgang boeken op het gebied van de doelstellingen voor 2050 en op het gebied van aanpassing, en of de Europese en nationale maatregelen op het gebied van deze doelstellingen consistent zijn.
evalueren of ontwerpmaatregelen en -wetgeving van de EU, met inbegrip van begrotingsvoorstellen, stroken met de streefcijfers voor 2030 en 2040 en de klimaatneutraliteitsdoelstellingen voor 2050;
regelmatig de relevante nationale maatregelen beoordelen, en aanbevelingen doen aan een lidstaat wanneer zij vaststelt dat er iets niet strookt met de doelstelling inzake klimaatneutraliteit of dat er ontoereikende vooruitgang wordt geboekt om het vermogen tot aanpassing te vergroten, de veerkracht te versterken en de kwetsbaarheid voor de klimaatverandering te verminderen.
De Commissie gaat in gesprek met alle:
delen van de samenleving, waaronder het publiek, de sociale partners en belanghebbenden, en stelt hen in staat bij te dragen aan een billijke en sociaal rechtvaardige klimaatneutrale en veerkrachtige samenleving;
economische sectoren die vrijwillige indicatieve routekaarten voor klimaatneutraliteit opstellen.
De verordening strekt tot wijziging van:
Verordening (EG) nr. 401/2009 inzake het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk (zie samenvatting) en Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie (zie samenvatting).
VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?
De verordening is sinds van toepassing.
ACHTERGROND
In december 2019 gaf de Europese Raad goedkeuring aan de doelstelling van een klimaatneutrale EU in 2050 in aansluiting op de Overeenkomst van Parijs die in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering is aangenomen.
Op keurde de Commissie haar voorstel voor een Europese klimaatwet goed als een belangrijk onderdeel van de Europese Green Deal (zie samenvatting).
De maatregelen van de EU om de broeikasgasemissies op kosteneffectieve wijze te reduceren, hebben al een hele ontwikkeling doorgemaakt. Tussen 1990 en 2019 zijn de emissies met 24 % afgenomen terwijl de economie met 60 % is gegroeid. Een belangrijke hoeksteen van het Europese klimaatbeleid is de regeling voor de handel in emissierechten die met Verordening 2003/87/EG is ingesteld (zie samenvatting).
Broeikasgas: elk gas dat infrarode straling van het aardoppervlak kan absorberen en naar de aarde kan terugstralen.
Put: een reservoir dat koolstofdioxide aan de atmosfeer onttrekt.
BELANGRIJKSTE DOCUMENT
Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van , blz. 1-17)
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — De Europese Green Deal (COM(2019) 640 final van )
Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 328 van , blz. 1-77)
Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) 2018/1999 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad — Wat na Parijs? Een beoordeling van de implicaties van de Overeenkomst van Parijs naar aanleiding van het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering gesloten Overeenkomst van Parijs (COM(2016) 110 final van )
Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van inzake het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk (Gecodificeerde versie) (PB L 126 van , blz. 13-22)
Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van , blz. 32-46)