Help Print this page 
Title and reference
Arrest van het Hof van 14 mei 1974.
J. Nold, Kohlen- und Baustoffgroßhandlung tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Zaak 4-73.

European Court Reports 1974 -00491
  • ECLI identifier: ECLI:EU:C:1974:51
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html DE html EN html FR html IT html NL html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

61973J0004

ARREST VAN HET HOF VAN 14 MEI 1974. - J. NOLD, KOHLEN - UND BAUSTOFFGROSSHANDLUNG TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - ZAAK NO. 4/73.

Jurisprudentie 1974 bladzijde 00491
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00277
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00283
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00273
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00291
Finse bijz. uitgave bladzijde 00293


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . CONCENTRATIE VAN ONDERNEMINGEN - KOLENMIJNONDERNEMINGEN - BRANDSTOFFEN - HANDELSREGELING - VERKOOPVOORWAARDEN - GROOTHANDELAREN - TOELATING TOT RECHTSTREEKSE AFNAME - GOEDKEURING

( EGKS-VERDRAG, ART . 66 )

2 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN - FUNDAMENTELE RECHTEN - EERBIEDIGING GEWAARBORGD DOOR HET HOF - CONSTITUTIES DER LID-STATEN - INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN

3 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN - FUNDAMENTELE RECHTEN - EERBIEDIGING IN DE RECHTSORDE VAN DE GEMEENSCHAP - EIGENDOMSRECHT - VRIJHEID VAN PROFESSIONELE WERKZAAMHEID - BEGRENZING - SOCIALE FUNCTIE VAN SOMMIGE RECHTEN - ALGEMEEN BELANG VAN DE GEMEENSCHAP - ONAANTASTBAAR WEZEN DER RECHTEN

Samenvatting


1 . DE COMMISSIE IS GERECHTIGD EEN HANDELSREGELING WELKE DE TOELATING TOT RECHTSTREEKSE AFNAME VAN BRANDSTOFFEN BEPERKT GOED TE KEUREN WANNEER DIE REGELING HAAR RECHTVAARDIGING VINDT IN DE NOODZAAK DE DISTRIBUTIE TE RATIONALISEREN EN OP DEZELFDE WIJZE OP ALLE BETROKKEN ONDERNEMINGEN WORDT TOEGEPAST .

2 . DE FUNDAMENTELE RECHTEN MAKEN EEN INTEGREREND DEEL UIT VAN DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN WELKER EERBIEDIGING HET HOF VERZEKERT . BIJ DE BESCHERMING DIER RECHTEN HEEFT HET HO HOF ZICH TE LATEN LEIDEN DOOR DE CONSTITUTIONELE TRADITIES WELKE AAN DE LID-STATEN GEMEEN ZIJN, ZODAT HET GEEN MAATREGELEN KAN TOELATEN WELKE ZICH NIET VERDRAGEN MET DE FUNDAMENTELE RECHTEN DIE IN DE CONSTITUTIES DIER STATEN ZIJN ERKEND EN GEWAARBORGD . AAN INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN INZAKE DE BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS WAARAAN DE LID-STATEN HEBBEN MEDEGEWERKT OF WAARBIJ ZIJ ZICH HEBBEN AANGESLOTEN KUNNEN OOK AANWIJZIGINGEN WORDEN ONTLEEND WAARMEDE IN HET RAAM VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT REKENING DIENT TE WORDEN GEHOUDEN .

3 . OFSCHOON DE CONSTITUTIONELE ORDE VAN ALLE LID-STATEN HET EIGENDOMSRECHT BESCHERMING VERZEKERT EN DE VRIJHEID VAN HANDEL, ARBEID EN ANDERE PROFESSIONELE WERKZAAMHEDEN MET SOORTGELIJKE WAARBORGEN OMRINGT, MOETEN DE ALDUS GEWAARBORGDE RECHTEN WEL VERRE VAN ALS ABSOLUTE PREROGATIEVEN TE MOGEN WORDEN BESCHOUWD, IN VERBAND MET DE SOCIALE FUNCTIE DER BESCHERMDE GOEDEREN EN WERKZAAMHEDEN WORDEN BEZIEN . ZULKE RECHTEN WORDEN DERHALVE NORMALITER SLECHTS ONDER VOORBEHOUD VAN IN HET OPENBAAR BELANG VOORZIENE BEPERKINGEN GEWAARBORGD . OOK IN DE RECHTSORDE VAN DE GEMEENSCHAP KOMT HET GERECHTVAARDIGD VOOR MET BETREKKING TOT DEZE RECHTEN HET VOORBEHOUD TE MAKEN DAT BEPAALDE GRENZEN DIE HUN RECHTVAARDIGING VINDEN IN DE DOELSTELLINGEN VAN ALGEMEEN BELANG WELKE DE GEMEENSCHAP NASTREEFT, MOETEN WORDEN IN ACHT GENOMEN ZOLANG AAN HET WEZEN DIER RECHTEN GEEN AFBREUK WORDT GEDAAN . IN GEEN GEVAL MOGEN DE AAN DE ONDERNEMING VERSTREKTE WAARBORGEN ZONDER MEER WORDEN UITGEBREID TOT DE BESCHERMING VAN DE BELANGEN OF KANSEN VAN DE HANDEL, WELKER WISSELVALLIGHEID VOOR DE ECONOMISCHE WERKZAAMHEID WEZENLIJK IS .

Partijen


IN DE ZAAK 4-73

J . NOLD, KOHLEN - UND BAUSTOFFGROSSHANDLUNG, COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP NAAR DUITS RECHT, GEVESTIGD TE DARMSTADT, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR M . LUETKEHAUS, ADVOCAAT TE ESSEN , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TEN KANTORE VAN DE ADVOCAAT A . ELVINGER, GEVESTIGD ALDAAR 84, GRAND-RUE,

VERZOEKSTER,

TEGEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR D . OLDEKOP, ALS GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ HAAR JURIDISCH ADVISEUR P . LAMOUREUX, 4, BOULEVARD ROYAL,

VERWEERSTER,

ALSMEDE

RUHRKOHLE AKTIENGESELLSCHAFT, GEVESTIGD TE ESSEN,

EN

RUHRKOHLE VERKAUFS-GESELLSCHAFT MBH, GEVESTIGD TE ESSEN,

BEIDEN VERTEGENWOORDIGD DOOR DE TE DUESSELDORF GEVESTIGDE ADVOCAAT O . LIEBERKNECHT, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TEN KANTORE VAN DE ADVOCAAT A . BONN, GEVESTIGD ALDAAR, 22, COTE D'EICH,

INTERVENIENTEN

Onderwerp


BETREFFENDE VERZOEK OM NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING DER COMMISSIE INZAKE TOESTEMMING TOT NIEUWE VERKOOPVOORSCHRIFTEN VAN RUHRKOHLE AG VAN 21 DECEMBER 1972,

WIJST

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP J . NOLD DIE TE DARMSTADT EEN GROOTHANDEL IN STEENKOOL EN BOUWMATERIALEN EXPLOITEERT, NA OP 31 JANUARI 1973 BEROEP TE HEBBEN INGESTELD THANS CONCLUDEERT TOT VERNIETIGING VAN DE BESCHIKKING DER COMMISSIE VAN 21 DECEMBER 1972 BETREFFENDE GOEDKEURING VAN EEN NIEUWE VERKOOPREGELING VAN DE RUHRKOHLE AG ( PB 1973, NR . L 120, BLZ . 14 ), ALTHANS TOT NIETIGVERKLARING EN NIET-TOEPASSELIJKVERKLARING DIER BESCHIKKING VOOR ZOVER ZIJ VERZOEKSTER BETREFT;

DAT VERZOEKSTER TEGEN DIE BESCHIKKING IN HOOFDZAAK INBRENGT DAT DE RUHRKOHLE-VERKAUF GMBH DAARBIJ IS GEMACHTIGD DE RECHTSTREEKSE LEVERING VAN STEENKOOL AFHANKELIJK TE STELLEN VAN HET SLUITEN VAN TWEEJARIGE OVEREENKOMSTEN INZAKE EEN AF TE NEMEN MINIMUMHOEVEELHEID VAN 6 000 TON PER JAAR VOOR DE HUISBRAND - EN KLEINVERBRUIKERSSECTOR, WELKE HOEVEELHEID HAAR JAAROMZET IN DEZE SECTOR VERRE TE BOVEN GAAT, WAARDOOR ZIJ ALS GROOTHANDELAAR IN DE EERSTE HAND ZOU WORDEN WEGGEWERKT;

DE ONTVANKELIJKHEID

2 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET VERZOEKSCHRIFT NIET HEEFT WEERSPROKEN;

DAT DAARENTEGEN RUHRKOHLE AG EN RUHRKOHLE-VERKAUF GMBH ALS INTERVENIENTEN HEBBEN GESTELD HET BEROEP NIET-ONTVANKELIJK TE ACHTEN OMDAT VERZOEKSTER DAARBIJ GEEN BELANG ZOU HEBBEN;

DAT ZIJ NAMELIJK MENEN DAT WANNEER VERZOEKSTER DOOR VERNIETIGING VAN DE BESCHIKKING VAN 21 DECEMBER 1972 IN HET GELIJK MOCHT WORDEN GESTELD, 'S HOFS ARREST ERTOE ZOU LEIDEN DAT DE AAN DE ONDERHAVIGE HANDELSREGELING VOORAFGAANDE REGELING HERLEEFT;

DAT VERZOEKSTER EVENMIN AAN DE VOORWAARDEN VAN DE VROEGERE REGELING ZOU VOLDOEN, ZODAT ZIJ IN IEDER GEVAL HAAR HOEDANIGHEID VAN GROOTHANDELAAR IN DE EERSTE HAND ZOU VERLIEZEN;

3 OVERWEGENDE DAT DEZE EXCEPTIE TEN ONRECHTE IS OPGEWORPEN;

DAT IMMERS DE COMMISSIE BIJALDIEN DE BESTREDEN BESCHIKKING OP GROND VAN DE OPGEWORPEN GRIEVEN MOCHT WORDEN VERNIETIGD, NAAR ALLE WAARSCHIJNLIJKHEID AANLEIDING ZOU VINDEN HET DAARHEEN TE LEIDEN DAT DE GOEDGEKEURDE HANDELSREGELING ZOU WORDEN VERVANGEN DOOR NIEUWE BEPALINGEN WAARIN IN MEERDERE MATE MET VERZOEKSTERS POSITIE REKENING WORDT GEHOUDEN;

DAT AAN VERZOEKSTER DAN OOK EEN BELANG BIJ VERNIETIGING VAN DE HIERBEDOELDE BESCHIKKINGEN NIET KAN WORDEN ONTZEGD;

TEN PRINCIPALE

4 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTER, WAT BETREFT DE IN ARTIKEL 33 VAN HET EGKS-VERDRAG GENOEMDE GRONDEN TOT VERNIETIGING, ZICH OVER HAAR GRIEVEN TEGEN DE LITIGIEUZE BESCHIKKING NIET NADER HEEFT UITGELATEN;

5 DAT HAAR BETOOG IN IEDER GEVAL GOEDDEELS TERSTOND MOET WORDEN TERZIJDE GESTELD, NAMELIJK VOOR ZOVER ZIJ GRIEVEN TE BERDE BRENGT WELKE NIET DE BEPALINGEN VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING DER COMMISSIE, DOCH HAAR BETREKKING TOT DE INTERVENTIENTEN BETREFFEN;

6 DAT VOOR ZOVER DE GRIEVEN DE BESCHIKKING DER COMMISSIE BETREFFEN, VERZOEKSTERS SCHRIFTELIJK EN MONDELING BETOOG IN HOOFDZAAK NEERKOMT OP HET INROEPEN VAN SCHENDING VAN WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN EN SCHENDING VAN HET VERDRAG OF ZIJN UITVOERINGSREGELINGEN;

DAT DEZE MIDDELEN, WAT BETREFT DE NIEUWE VOORWAARDEN VOOR RECHTSTREEKSE BEVOORRADING DOOR DE KOLENMIJNEN, MET NAME BEHELZEN DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING ONVOLDOENDE MET REDENEN ZOU ZIJN OMKLEED EN DAT ER TE HAREN DETRIMENTE ZOU ZIJN GEDISCRIMINEERD, TERWIJL VOORTS INBREUK ZOU ZIJN GEMAAKT OP HAAR FUNDAMENTELE RECHTEN;

1 . DE GRIEVEN DAT DE BESCHIKKING ONVOLDOENDE MET REDENEN ZOU ZIJN OMKLEED EN DAT ER ZOU ZIJN GEDISCRIMINEERD

7 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE BIJ BESCHIKKING VAN 27 NOVEMBER 1969 KRACHTENS ARTIKEL 66, LEDEN 1 EN 2, VAN HET EEG-VERDRAG MACHTIGING VERLEEND HEEFT TOT HET ONDERBRENGEN VAN DE MEESTE KOLENMIJNONDERNEMINGEN VAN HET RUHRBEKKEN IN EEN ENKELE VENNOOTSCHAP, RUHRKOHLE AG;

DAT IN ARTIKEL 2, LID 1, DIER BESCHIKKING AAN DE NIEUWE VENNOOTSCHAP DE VERPLICHTING IS OPGELEGD ALLE WIJZIGINGEN HARER VERKOOPREGELING AAN DE COMMISSIE TER GOEDKEURING VOOR TE LEGGEN;

DAT EEN DAARTOE STREKKEND VERZOEK DOOR RUHRKOHLE AG OP 30 JUNI 1972 TOT DE COMMISSIE IS GERICHT;

DAT DE GOEDKEURING DER COMMISSIE BIJ DE LITIGIEUZE BESCHIKKING VAN 21 DECEMBER 1972 IS VERLEEND;

DAT BIJ DE ALDUS GOEDGEKEURDE REGELING NIEUWE VOORWAARDEN ZIJN VASTGESTELD NOPENS DE MINIMUMHOEVEELHEDEN TOT AFNAME WAARVAN DE HANDELAREN ZICH MOETEN VERBINDEN OM IN DE GELEGENHEID TE WORDEN GESTELD TOT RECHTSTREEKSE AFNAME BIJ DE PRODUCENT;

DAT MET NAME DE RECHTSTREEKSE LEVERINGEN AFHANKELIJK ZIJN GESTELD VAN DE VOORWAARDE DAT DE HANDELAAR TWEEJARIGE CONTRACTEN VOOR EEN AF TE NEMEN MINIMUMHOEVEELHEID VAN 6 000 TON PER JAAR VOOR DE HUISBRAND - EN KLEINVERBRUIKERSSECTOR ZOU AFSLUITEN;

8 OVERWEGENDE DAT AAN DE COMMISSIE WORDT VERWETEN DAT ZIJ RUHRKOHLE AG HEEFT TOEGESTAAN WILLEKEURIG DEZE EIS TE STELLEN, HETGEEN ERTOE ZOU HEBBEN GELEID DAT VERZOEKSTER, GEZIEN HET BEDRAG EN DE AARD VAN HAAR JAARLIJKSE OMZETTEN, VAN RECHTSTREEKSE BEVOORRADING WERD UITGESLOTEN EN TERUGGEWEZEN NAAR DE POSITIE VAN HANDELAAR IN DE TWEEDE HAND, MET ALLE DAARAAN VERBONDEN HANDELSNADELEN;

DAT VERZOEKSTER ENERZIJDS HET FEIT DISCRIMINEREND ACHT DAT ZIJ, ANDERS DAN ANDERE ONDERNEMINGEN, VAN RECHTSTREEKSE LEVERING DOOR DE PRODUCENT IS UITGESLOTEN EN DAARDOOR IN EEN ONGUNSTIGER POSITIE VERKEERT DAN HANDELAREN DIE IN HET GENOT VAN BEDOELD VOORDEEL ZIJN GEBLEVEN;

DAT ZIJ ZICH ANDERZIJDS BEROEPT OP ARTIKEL 65, LID 2, DAT IN SOORTGELIJKE OMSTANDIGHEDEN ALS IN ARTIKEL 66 BEDOELD, OVEREENKOMSTEN TOT GEMEENSCHAPPELIJKE VERKOOP SLECHTS GEDOOGT WANNEER ZULKE AFSPRAKEN BIJDRAGEN "TOT EEN DUIDELIJKE VERBETERING VAN DE PRODUKTIE OF DE VERDELING VAN BEDOELDE PRODUKTEN";

9 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE ER IN DE REDENGEVING HARER BESCHIKKING BLIJK VAN GEEFT ZICH ERVAN BEWUST TE ZIJN GEWEEST DAT HET INVOEREN VAN EEN NIEUWE VERKOOPREGELING ERTOE ZOU LEIDEN DAT EEN AANTAL HANDELAREN NIET LANGER RECHTSTREEKS BIJ DE PRODUCENT ZOU KUNNEN KOPEN INDIEN ZIJ VOORMELDE VERPLICHTINGEN NIET KONDEN AANGAAN;

DAT ZIJ DEZE MAATREGEL RECHTVAARDIGT MET EEN BEROEP OP HET FEIT DAT RUHRKOHLE AG IN VERBAND MET EEN STERKE TERUGGANG VAN DE KOLENVERKOOP HAAR DISTRIBUTIE HEEFT MOETEN RATIONALISEREN DOOR HAAR RECHTSTREEKSE MEDEWERKING VOORTAAN SLECHTS TE VERLENEN AAN HANDELAREN DIE IN STAAT ZIJN HAAR EEN BEHOORLIJK VERKOOPVOLUME TE GARANDEREN;

DAT HET VERLANGEN ENER CONTRACTUELE VERBINTENIS VOOR EEN JAARLIJKSE MINIMUMHOEVEELHEID DE STEENKOLENMIJNEN EEN GEREGELDE AFZET - VAN AAN HET PRODUKTIERITME AANGEPASTE HOEVEELHEDEN - MOET VERZEKEREN;

10 DAT HET STELLEN VAN VOORMELDE CRITERIA BLIJKENS DE TOELICHTINGEN DIE DOOR DE COMMISSIE EN DOOR DE INTERVENIENTEN ZIJN VERSTREKT, NIET ALLEEN EEN RECHTVAARDIGING KAN VINDEN IN DE TECHNISCHE CONDITIES VAN DE EXPLOITATIE DER KOLENMIJNEN, DOCH OOK IN DE BIJZONDERE ECONOMISCHE MOEILIJKHEDEN GESCHAPEN DOOR DE RECESSIE IN DE KOLENPRODUKTIE;

DAT BEDOELDE CRITERIA, VASTGESTELD BIJ EEN BESLUIT VAN ALGEMENE STREKKING, DAN OOK NIET DISCRIMINEREND ZIJN TE ACHTEN EN IN DE BESCHIKKING VAN 21 DECEMBER 1972 RECHTENS GENOEGZAAM MET REDENEN ZIJN OMKLEED;

DAT NIET IS GESTELD DAT DEZE CRITERIA OP ZODANIGE WIJZE ZIJN GEHANTEERD DAT VERZOEKSTER ANDERS IS BEHANDELD DAN DE ANDERE ONDERNEMINGEN DIE, EVENALS ZIJ, NIET AAN DE VOORWAARDEN DER NIEUWE REGELING VOLDOEN, ZODAT HUN HET VOORDEEL DAT IN TOELATING TOT RECHTSTREEKSE AFNAME BIJ DE PRODUCENT IS GELEGEN, KWAM TE ONTVALLEN;

11 DAT DEZE MIDDELEN DERHALVE MOETEN WORDEN VERWORPEN;

2 . DE GRIEF, SCHENDING VAN FUNDAMENTELE RECHTEN BEHELZENDE

12 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTER ZICH TEN SLOTTE OP SCHENDING VAN BEPAALDE FUNDAMENTELE RECHTEN BEROEPT AANGEZIEN DE BEPERKINGEN GESTELD IN DE NIEUWE DOOR DE COMMISSIE GOEDGEKEURDE REGELING, DIE RECHTSTREEKSE BEVOORRADING UITSCHAKELT, ZOZEER AFBREUK ZOUDEN DOEN AAN DE RENTABILITEIT VAN HAAR ONDERNEMING EN AAN DE VRIJHEID VAN HAAR ECONOMISCHE WERKZAAMHEID, DAT ZIJ IN HAAR BESTAAN WORDT BEDREIGD;

DAT DAARDOOR EEN HAAR TOEKOMEND EN MET HET EIGENDOMSRECHT GELIJK TE STELLEN RECHT, ALSOOK HET RECHT OP VRIJE BEROEPSUITOEFENING ZOUDEN WORDEN GESCHONDEN, ZOALS DIE WORDEN BESCHERMD IN HET GRUNDGESETZ VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND EN IN DE CONSTITUTIES VAN ANDERE LID-STATEN EN VERSCHILLENDE INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN, MET NAME IN DE EUROPESE CONVENTIE TER BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS VAN 4 NOVEMBER 1950 EN HET ADDITIONEEL PROTOCOL VAN 20 MAART 1952;

13 OVERWEGENDE DAT DE FUNDAMENTELE RECHTEN, NAAR HET HOF REEDS EERDER HEEFT OVERWOGEN, EEN INTEGREREND DEEL UITMAKEN VAN DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN WELKER EERBIEDIGING HET VERZEKERT;

DAT HET HOF ZICH BIJ DE BESCHERMING DIER RECHTEN HEEFT TE LATEN LEIDEN DOOR DE CONSTITUTIONELE TRADITIES WELKE AAN DE LID-STATEN GEMEEN ZIJN EN DUS GEEN MAATREGELEN KAN TOELATEN WELKE INDRUISEN TEGEN FUNDAMENTELE RECHTEN DIE IN DE CONSTITUTIES DIER STATEN ZIJN ERKEND EN GEWAARBORGD;

DAT AAN INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN INZAKE DE BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS WAARAAN DE LID-STATEN HEBBEN MEDEGEWERKT OF WAARBIJ ZIJ ZICH HEBBEN AANGESLOTEN OOK AANWIJZIGINGEN KUNNEN WORDEN ONTLEEND WAARMEDE IN HET RAAM VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT REKENING DIENT TE WORDEN GEHOUDEN;

DAT VERZOEKSTERS GRIEVEN IN HET LICHT DEZER BEGINSELEN MOETEN WORDEN BEOORDEELD;

14 OVERWEGENDE DAT OFSCHOON DE CONSTITUTIONELE ORDE VAN ALLE LID-STATEN HET EIGENDOMSRECHT BESCHERMING VERZEKERT EN DE VRIJHEID VAN HANDEL, ARBEID EN ANDERE PROFESSIONELE WERKZAAMHEDEN MET SOORTGELIJKE WAARBORGEN OMRINGT, DE ALDUS GEWAARBORGDE RECHTEN WEL VERRE VAN ALS ABSOLUTE PREROGATIEVEN TE MOGEN WORDEN BESCHOUWD, IN VERBAN MET DE SOCIALE FUNCTIE DER BESCHERMDE GOEDEREN EN WERKZAAMHEDEN MOETEN WORDEN BEZIEN;

DAT ZULKE RECHTEN DERHALVE NORMALITER SLECHTS ONDER VOORBEHOUD VAN IN HET OPENBAAR BELANG VOORZIENE BEPERKINGEN WORDEN GEWAARBORGD;

DAT HET OOK IN DE RECHTSORDE VAN DE GEMEENSCHAP GERECHTVAARDIGD VOORKOMT MET BETREKKING TOT DEZE RECHTEN HET VOORBEHOUD TE MAKEN DAT BEPAALDE GRENZEN DIE HUN RECHTVAARDIGING VINDEN IN DE DOELSTELLINGEN VAN ALGEMEEN BELANG WELKE DE GEMEENSCHAP NASTREEFT, MOETEN WORDEN IN ACHT GENOMEN ZOLANG AAN HET WEZEN DIER RECHTEN GEEN AFBREUK WORDT GEDAAN;

DAT INZONDERHEID DE AAN DE ONDERNEMING VERSTREKTE WAARBORGEN IN GEEN GEVAL ZONDER MEER MOGEN WORDEN UITGEBREID TOT DE BESCHERMING VAN DE BELANGEN OF KANSEN VAN DE HANDEL, WELKER WISSELVALLIGHEID VOOR DE ECONOMISCHE WERKZAAMHEID WEZENLIJK IS;

15 OVERWEGENDE DAT DE DOOR VERZOEKSTER BEDOELDE NADELEN IN WERKELIJKHEID EEN GEVOLG ZIJN VAN DE ECONOMISCHE ONTWIKKELING EN NIET VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING;

DAT HET, GEZIEN DE ECONOMISCHE WIJZIGING WAARTOE DE RECESSIE BIJ DE STEENKOLENPRODUKTIE MOEST LEIDEN, OP HAAR WEG LAG HET HOOFD TE BIEDEN AAN DE NIEUWE SITUATIE EN ZELF TOT DE ONVERMIJDELIJKE RECONVERSIES OVER TE GAAN;

16 DAT HET MIDDEL OM AL DEZE REDENEN MOET WORDEN TERZIJDE GESTELD;

17 OVERWEGENDE DAT HET BEROEP DERHALVE MOET WORDEN VERWORPEN;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

18 OVERWEGENDE DAT VOLGENS ARTIKEL 69, LID 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDT VERWEZEN;

DAT VERZOEKSTER IN HET ONGELIJK IS GESTELD;

19 DAT BIJ BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN 14 MAART 1973 EN BIJ BESCHIKKING VAN HET HOF VAN 21 NOVEMBER 1973 DE UITSPRAAK OMTRENT DE KOSTEN GEVALLEN OP HET VERZOEK OM SCHORSING VAN DE TENUITVOERLEGGING DER BESTREDEN BESCHIKKING ONDERSCHEIDENLIJK OP HET VERZOEK IN INTERVENTIE IS AANGEHOUDEN;

20 DAT HET HOF BIJ BESCHIKKING VAN 21 JUNI 1973 VERZOEKSTER HEEFT VEROORDEELD IN DE KOSTEN ALSTOEN DOOR DE VENNOOTSCHAPPEN RUHRKOHLE AG EN RUHRKOHLE VERKAUFS GMBH IN DE HOOFDZAAK EN IN REFERE GEMAAKT;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE :

1 . VERKLAART HET BEROEP ONGEGROND;

2 . VERWIJST VERZOEKSTER IN DE KOSTEN VAN HET GEDING, DAARIN BEGREPEN DE KOSTEN WAAROMTRENT DE UITSPRAAK BIJ DE BESCHIKKINGEN VAN 14 MAART EN 21 NOVEMBER 1973 IS AANGEHOUDEN EN DIE WAAROMTRENT BIJ BESCHIKKING VAN 21 JUNI 1973 UITSPRAAK IS GEDAAN .

Top