Help Print this page 
Title and reference
Arrest van het Hof van 17 december 1970.
Internationale Handelsgesellschaft mbH tegen Einfuhr- und Vorratsstelle für Getreide und Futtermittel.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Verwaltungsgericht Frankfurt am Main - Duitsland.
Zaak 11-70.

European Court Reports 1970 -01125
  • ECLI identifier: ECLI:EU:C:1970:114
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html DE html EN html FR html IT html NL html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

61970J0011

ARREST VAN HET HOF VAN 17 DECEMBER 1970. - INTERNATIONALE HANDELSGESELLSCHAFT MBH TEGEN EINFUHR - UND VORRATSSTELLE FUER GETREIDE UND FUTTERMITTEL. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT). - ZAAK NO. 11/70.

Jurisprudentie 1970 bladzijde 01125
Deense bijz. uitgave bladzijde 00235
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00581
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00625
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00241
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00503
Finse bijz. uitgave bladzijde 00501


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . HANDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN - GELDIGHEID - TOETSING AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT - AUTONOMIE, EENHEID EN GELDING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT - GEEN BEROEP OP DE REGELEN VAN HET NATIONALE CONSTITUTIONELE RECHT MOGELIJK

2 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - GRONDRECHTEN - HANDHAVING DOOR HET HOF IN HET KADER VAN HET COMMUNAUTAIR BESTEL EN VAN DE DOELSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP

3 . LANDBOUW - GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN - INVOER - EN UITVOERCERTIFICATEN MET WAARBORGSTELLING - DEZE REGELING ALS NOODZAKELIJK EN PASSEND MIDDEL TE BESCHOUWEN - GEEN SCHENDING VAN GRONDRECHTEN

( EEG-VERDRAG, ARTT . 40, 43 )

4 . LANDBOUW - GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN - INVOER - EN UITVOERCERTIFICATEN - GELDIGHEIDSDUUR - OVERSCHRIJDING DAARVAN - OVERMACHT - BEGRIP

(' S RAADS VERORDENING NR . 120/67 )

5 . LANDBOUW - GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN - INVOER - EN UITVOERCERTIFICATEN - VERVAL VAN VERPLICHTING TOT INVOER OF UITVOER - BEPERKING TOT OVERMACHT - ZODANIGE BEPERKING GEOORLOOFD

Samenvatting


1 . DE GELDIGHEID VAN HANDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP MAG ALLEEN AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDEN GETOETST; DE AARD VAN HET VERDRAGSRECHT, DAT ZIJN OORSPRONG IN EEN AUTONOME RECHTSBRON VINDT, BRENGT MEDE DAT DAARTEGENOVER, WIL HET ZIJN COMMUNAUTAIRE AARD NIET VERLIEZEN EN DE RECHTSGRONDSLAG VAN DE GEMEENSCHAP ZELVE NIET IN GEVAAR WORDEN GEBRACHT, IN RECHTE GEEN BEROEP OP ENIGE NATIONALE RECHTSREGEL MAG WORDEN GEDAAN; DERHALVE KUNNEN BEWEERDE INBREUKEN OP GRONDRECHTEN ZOALS DIE IN DE CONSTITUTIE VAN EEN LID-STAAT ZIJN NEERGELEGD OF OP DE BEGINSELEN VAN HET CONSTITUTIONEEL BESTEL VAN EEN LID-STAAT, AAN DE RECHTSGELDIGHEID VAN EEN HANDELING DER GEMEENSCHAP OF AAN DE WERKING DIER HANDELING OP HET GRONDGEBIED VAN DIE STAAT NIET AFDOEN ( ARREST VAN 15 JULI 1964, ZAAK 6-64, JURISPRUDENTIE X, 1964, BLZ . 1219 ).

2 . DE EERBIEDIGING DER GRONDRECHTEN MAAKT EEN BESTANDDEEL UIT VAN DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN WELKER EERBIEDIGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE WORDT VERZEKERD . DE HANDHAVING DEZER RECHTEN MOET, OFSCHOON ZIJ UIT DE GEMEENSCHAPPELIJKE CONSTITUTIONELE TRADITIE DER LID-STATEN VOORTVLOEIT, IN HET KADER VAN HET COMMUNAUTAIRE BESTEL EN VAN DE DOELSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP WORDEN VERZEKERD ( ARREST VAN 12 NOVEMBER 1969, ZAAK 29-69, JURISPRUDENTIE XV, 1969, BLZ . 425 ).

3 . DAT IN DE LANDBOUWVERORDENINGEN VAN DE GEMEENSCHAP INVOER - EN UITVOERCERTIFICATEN WORDEN VERLANGD, DES DAT DE HOUDERS VERPLICHT ZIJN TOT UITVOERING DER VOORGENOMEN TRANSACTIES EN VOOR NAKOMING DIER VERPLICHTING DOOR HET STELLEN VAN EEN WAARBORG WORDT INGESTAAN, IS EEN NOODZAKELIJK EN TEVENS PASSEND MIDDEL IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 40, LID 3, EN 43 VAN HET EEG-VERDRAG OM DE BEVOEGDE GEZAGSORGANEN IN STAAT TE STELLEN TOT EEN ZO EFFICIENT MOGELIJK INTERVENTIEBELEID OP DE GRAANMARKT .

DE CERTIFICATENREGELING MAAKT GEEN INBREUK OP ENIGERLEI GRONDRECHT .

4 . DE TERM OVERMACHT, ZOALS DIE IN DE LANDBOUWVERORDENINGEN WORDT GEBEZIGD, OMVAT NIET SLECHTS VOLSTREKTE ONMOGELIJKHEID, DOCH MEDE ABNORMALE, BUITEN TOEDOEN VAN DE IMPORTEUR CASU QUO EXPORTEUR INGETREDEN OMSTANDIGHEDEN, WAARVAN DE GEVOLGEN, ALLE DILIGENTIE TEN SPIJT, SLECHTS TEN KOSTE VAN ONEVENREDIG GROTE OFFERS TE VERMIJDEN WAREN GEWEEST ( ARREST VAN 11 JULI 1968, ZAAK 4-68, JURISPRUDENTIE XIV, 1968, BLZ . 537, 538 ).

5 . DOOR HET DOEN VERVALLEN VAN DE UITVOERVERPLICHTING EN HET VRIJGEVEN VAN DE WAARBORGSOM TOT GEVALLEN VAN OVERMACHT TE BEPERKEN, HEEFT DE COMMUNAUTAIRE WETGEVER EEN REGELING GETROFFEN WELKE, ZONDER DE IMPORTEURS OF EXPORTEURS IN ONEVENREDIGE MATE TE BELASTEN, ZICH ERTOE LEENT DE NORMALE WERKING VAN DE ORDENING VAN DE GRAANMARKT - IN HET ALGEMEEN BELANG, ZOALS DAT IN ARTIKEL 39 VAN HET VERDRAG IS OMSCHREVEN - TE VERZEKEREN .

Partijen


IN DE ZAAK 11-70

- VERZOEK, DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT AM MAIN KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG AAN HET HOF VAN JUSTITIE GEDAAN IN HET VOOR DIE RECHTERLIJKE INSTANTIE AANHANGIG GEDING TUSSEN

INTERNATIONALE HANDELSGESELLSCHAFT MBH, GEVESTIGD TE FRANKFURT AM MAIN,

EN

EINFUHR - UND VORRATSSTELLE FUER GETREIDE UND FUTTERMITTEL TE FRANKFURT AM MAIN

Onderwerp


EN STREKKENDE TOT HET BEKOMEN VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE GELDIGHEID VAN ARTIKEL 12, LID 1, ALINEA 3, VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 120/67/EEG VAN 13 JUNI 1967, HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR GRANEN, EN VAN ARTIKEL 9 VAN VERORDENING NR . 473/67/EEG VAN DE COMMISSIE VAN 21 AUGUSTUS 1967 MET BETREKKING TOT DE INVOER - EN UITVOERCERTIFICATEN VOOR GRANEN, OP BASIS VAN GRANEN VERWERKTE PRODUKTEN, RIJST , BREUKRIJST EN OP BASIS VAN RIJST VERWERKTE PRODUKTEN,

WIJST

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT HET VERWALTUNGSGERICHT TE FRANKFURT AM MAIN BIJ BESCHIKKING VAN 18 MAART 1970, INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 26 MAART 1970, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG TWEE VRAGEN HEEFT GESTELD INZAKE DE GELDIGHEID VAN DE REGELING BETREFFENDE DE UITVOERCERTIFICATEN EN DE DAARAAN GEKOPPELDE WAARBORGSTELLING - HIERNA TE NOEMEN : "WAARBORGREGELING" -, VOORZIEN IN 'S RAADS VERORDENING NR . 120/67/EEG VAN 13 JUNI 1967 HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR GRANEN ( PUBLIKATIEBLAD 1967, BLZ . 2269 ) EN IN VERORDENING NR . 473/67 EEG VAN DE COMMISSIE VAN 21 AUGUSTUS 1967 MET BETREKKING TOT DE INVOER - EN UITVOERCERTIFICATEN VOOR GRANEN ( PUBLIKATIEBLAD 1967, NR . 204, BLZ . 16 );

2 OVERWEGENDE DAT HET VERWALTUNGSGERICHT BLIJKENS DE OVERWEGINGEN VAN DE VERWIJZINGSBESCHIKKING TOT DUSVER DE LITIGIEUZE BEPALINGEN NIET ALS RECHTSGELDIG HEEFT WILLEN BESCHOUWEN EN DERHALVE MEENT DAT AAN DE BESTAANDE RECHTSONZEKERHEID EEN EINDE MOET WORDEN GEMAAKT;

DAT DE WAARBORGREGELING NAAR HET OORDEEL VAN HET VERWALTUNGSGERICHT IN STRIJD IS MET BEPAALDE AAN HET NATIONALE CONSTITUTIONELE BESTEL TEN GRONDSLAG LIGGENDE BEGINSELEN WELKE IN HET RAAM VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT MOETEN WORDEN GEHANDHAAFD, ZODAT HET PRIMAAT VAN HET SUPRANATIONALE RECHT ZOU HEBBEN TE WIJKEN VOOR DE BEGINSELEN VAN DE DUITSE GRONDWET;

DAT DE WAARBORGREGELING MET NAME ZOU INDRUISEN TEGEN DE BEGINSELEN INZAKE VRIJHEID VAN HANDELEN EN DISPOSITIE, ECONOMISCHE VRIJHEID EN EVENREDIGHEID, ZOALS DIE MET NAME IN DE ARTIKELEN 2, ALINEA 1, EN 14 VAN GENOEMDE GRONDWET BESLOTEN LIGGEN;

DAT DE VERPLICHTING TOT IN - OF UITVOER WELKE UIT DE AFGIFTE DER UITVOERCERTIFICATEN VOORTVLOEIT IN SAMENHANG MET HET STELLEN VAN EEN WAARBORG AL TE ZEER IN DE VRIJHEID VAN DISPOSITIE DER HANDELAREN ZOU INGRIJPEN, TERWIJL HET MET DE VERORDENINGEN BEOOGDE DOEL BOVENDIEN MET MINDER VERSTREKKENDE MAATREGELEN HAD KUNNEN WORDEN BEREIKT;

DE BESCHERMING DER GRONDRECHTEN IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE

3 OVERWEGENDE DAT HET TE BAAT NEMEN VAN AAN HET NATIONALE RECHT ONTLEENDE REGELEN OF BEGRIPPEN TER BEOORDELING VAN DE RECHTSGELDIGHEID DER HANDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP DE EENHEID EN HET TOT GELDING KOMEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT AANTAST;

DAT DE GELDIGHEID VAN ZULKE HANDELINGEN ALLEEN AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT MAG WORDEN GETOETST;

DAT IMMERS DE AARD VAN HET VERDRAGSRECHT, DAT ZIJN OORSPRONG IN EEN AUTONOME RECHTSBRON VINDT, MEDEBRENGT DAT DAARTEGENOVER, WIL HET ZIJN COMMUNAUTAIRE AARD NIET VERLIEZEN EN DE RECHTSGRONDSLAG VAN DE GEMEENSCHAP ZELVE NIET IN GEVAAR WORDEN GEBRACHT, IN RECHTE GEEN BEROEP OP ENIGE NATIONALE RECHTSREGEL MAG WORDEN GEDAAN;

DAT DERHALVE BEWEERDE INBREUKEN OP GRONDRECHTEN ZOALS DIE IN DE CONSTITUTIE VAN EEN LID-STAAT ZIJN NEERGELEGD OF OP DE BEGINSELEN VAN HET CONSTITUTIONEEL BESTEL VAN EEN LID-STAAT, AAN DE RECHTSGELDIGHEID VAN EEN HANDELING DER GEMEENSCHAP OF AAN DE WERKING DIER HANDELING OP HET GRONDGEBIED VAN DIE STAAT NIET KUNNEN AFDOEN;

4 OVERWEGENDE DAT EVENWEL DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT OF NIET ENIGE SOORTGELIJKE IN HET GEMEENSCHAPSRECHT VERANKERDE GARANTIE IS MISKEND;

DAT IMMERS DE EERBIEDIGING DER GRONDRECHTEN EEN BESTANDDEEL UITMAAKT VAN DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN WELKER EERBIEDIGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE WORDT VERZEKERD;

DAT DE HANDHAVING DEZER RECHTEN, OFSCHOON UIT DE GEMEENSCHAPPELIJKE CONSTITUTIONELE TRADITIE DER LID-STATEN VOORTVLOEIENDE, IN HET KADER VAN HET COMMUNAUTAIRE BESTEL EN VAN DE DOELSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP MOET WORDEN VERZEKERD;

DAT DERHALVE TERMEN AANWEZIG ZIJN OM, GEZIEN DE TWIJFEL WELKE TEN DEZE BIJ HET VERWALTUNGSGERICHT IS GEREZEN, NA TE GAAN OF DE WAARBORGREGELING INDRUISTE TEGEN RECHTEN VAN FUNDAMENTELE AARD, WELKER EERBIEDIGING IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE MOET WORDEN VERZEKERD;

DE EERSTE VRAAG ( WETTIGHEID VAN DE WAARBORGREGELING )

5 OVERWEGENDE DAT HET VERWALTUNGSGERICHT IN DE EERSTE PLAATS VRAAGT OF DE VERPLICHTING TOT UITVOER, OMSCHREVEN IN ARTIKEL 12, LID 1, ALINEA 3, VAN VERORDENING NR . 120/67, DE DAARAAN GEKOPPELDE WAARBORGSTELLING EN HET VERBEUREN DIER WAARBORG BIJALDIEN TIJDENS DE GELDIGHEIDSDUUR VAN HET CERTIFICAAT GEEN UITVOER MOCHT HEBBEN PLAATSGEHAD, RECHTSGELDIG ZIJN;

6 OVERWEGENDE DAT VOLGENS DE 13E OVERWEGING VAN DE CONSIDERANS VAN VERORDENING NR . 120/67 "DE BEVOEGDE INSTANTIES IN STAAT MOETEN WORDEN GESTELD DE ONTWIKKELING VAN HET HANDELSVERKEER PERMANENT TE VOLGEN TEN EINDE DE ONTWIKKELING VAN DE MARKT TE KUNNEN BEOORDELEN EN EVENTUEEL DE ... MAATREGELEN TOE TE PASSEN DIE DEZE ONTWIKKELING VEREIST" EN "DAT TE DIEN EINDE BEHOORT TE WORDEN VOORZIEN IN DE AFGIFTE VAN DE IN - OF UITVOERCERTIFICATEN WAARAAN HET STELLEN VAN EEN WAARBORG WORDT GEKOPPELD ALS GARANTIE DAT DE IN - OF UITVOER WAARVOOR DE CERTIFICATEN WORDEN AANGEVRAAGD, ZAL PLAATSVINDEN";

DAT UIT HET VORENOVERWOGENE ALSOOK UIT DE SYSTEMATIEK DER VERORDENINGEN VOLGT, DAT DE WAARBORGREGELING DIENT OM TE GARANDEREN DAT IMPORT - EN EXPORTTRANSACTIES WAARVOOR CERTIFICATEN WORDEN AANGEVRAAGD WERKELIJK WORDEN UITGEVOERD ZULKS TEN EINDE TE VERZEKEREN DAT ZOWEL DE GEMEENSCHAP ALS DE LID-STATEN ZO NAUWKEURIG MOGELIJK KENNIS DRAGEN VAN DE VOORGENOMEN TRANSACTIES;

7 DAT KENNIS DIENAANGAANDE EN ALLE VERDERE BESCHIKBARE GEGEVENS BETREFFENDE DE MARKTSITUATIE ONONTBEERLIJK ZIJN OM DE BEVOEGDE GEZAGSORGANEN IN STAAT TE STELLEN EEN VERANTWOORD GEBRUIK TE MAKEN VAN DE GEWONE EN DE BUITENGEWONE MIDDELEN WELKE TER VERZEKERING VAN DE WERKING VAN HET BIJ DE VERORDENING INGESTELDE PRIJZENSYSTEEM TE HUNNER BESCHIKKING ZIJN GESTELD, ZOALS AANKOPEN, OPSLAG EN VERKOOP VAN IN OPSLAG GENOMEN VOORRADEN, VASTSTELLING VAN DENATURERINGSPREMIES, VASTSTELLING VAN EXPORTRESTITUTIES, VRIJWARINGSMAATREGELEN EN DE KEUZE VAN MAATREGELEN TER VOORKOMING DAT HET HANDELSVERKEER ZICH VERLEGT;

DAT DEZE NOODZAAK ZICH TE MEER DOET GEVOELEN NU DE INVOERING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID VOOR DE GEMEENSCHAP EN DE LID-STATEN ZWARE FINANCIELE VERANTWOORDELIJKHEDEN MEDEBRENGT;

8 DAT HET DERHALVE VAN BELANG IS DAT DE BEVOEGDE GEZAGSORGANEN NIET SLECHTS DE BESCHIKKING HEBBEN OVER STATISTISCHE GEGEVENS BETREFFENDE DE MARKTSITUATIE, DOCH OOK OVER NAUWKEURIGE PROGNOSES VOOR DE IN - EN UITVOER;

DAT NU IN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 120/67 AAN DE LID-STATEN DE VERPLICHTING WORDT OPGELEGD AAN IEDERE BELANGHEBBENDE IN - OF UITVOERCERTIFICATEN TE VERSTREKKEN, EEN PROGNOSE GEEN ENKELE BETEKENIS ZOU HEBBEN INDIEN DE CERTIFICATEN VOOR DE HOUDERS NIET DE VERPLICHTING ZOUDEN MEDEBRENGEN ZICH NAAR DEZELVE TE GEDRAGEN;

DAT AAN DEZE VERPLICHTING WEDEROM GEEN FEITELIJK GEZAG ZOU TOEKOMEN WANNEER HAAR NALEVING NIET DOOR PASSENDE MIDDELEN WARE VERZEKERD;

9 DAT ER GEEN BEZWAAR TEGEN KAN WORDEN GEMAAKT DAT DE COMMUNAUTAIRE WETGEVER DAARTOE ZIJN KEUZE OP HET MIDDEL VAN DE WAARBORGSTELLING HEEFT BEPAALD, IN AANMERKING GENOMEN DAT DIT MECHANISME IS AFGESTEMD OP DE VRIJWILLIGE AARD VAN DE AANVRAGEN DER CERTIFICATEN EN VERGELEKEN MET ANDERE MOGELIJKE STELSELS HET VOORDEEL BIEDT ZOWEL EENVOUDIG ALS EFFICIENT TE ZIJN;

10 DAT DOOR EEN REGELING IN VOEGE ALS DOOR VERZOEKSTER IN HET BODEMGESCHIL BEPLEIT, VOLGENS WELKE ALLEEN OPGAVE VAN GEREALISEERDE EXPORTEN EN NIETGEBRUIKTE CERTIFICATEN BEHOEFT TE WORDEN GEDAAN, UIT HOOFDE VAN HAAR RETROSPECTIEVE AARD EN BIJ GEBREKE VAN ENIGERLEI GARANTIE TEN AANZIEN VAN HAAR TOEPASSING, AAN DE BEVOEGDE GEZAGSORGANEN GEEN BETROUWBARE GEGEVENS NOPENS DE ONTWIKKELING VAN HET HANDELSVERKEER KUNNEN WORDEN VERSCHAFT ;

11 DAT OOK AAN EEN STELSEL VAN A POSTERIORI OPGELEGDE GELDBOETEN UIT EEN OOGPUNT VAN BESTUUR EN RECHTSBEDELING ZOWEL IN HET STADIUM WAARIN DE BESCHIKKING MOET WORDEN GENOMEN ALS IN DAT VAN HAAR UITVOERING NIET ONAANZIENLIJKE MOEILIJKHEDEN VERBONDEN ZOUDEN ZIJN, TE MEER NU DE BETROKKEN ONDERNEMERS ZICH AAN DE GROEP DER INTERVENIERENDE INSTANTIES KUNNEN ONTTREKKEN DOORDIEN ZIJ OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT ZIJN GEVESTIGD, WORDENDE IN ARTIKEL 12 DER VERORDENING AAN DE LID-STATEN DE VERPLICHTING OPGELEGD DE CERTIFICATEN AF TE GEVEN AAN ELKE "BELANGHEBBENDE DIE DAARTOE HET VERZOEK DOET, ONGEACHT DE PLAATS VAN VESTIGING IN DE GEMEENSCHAP";

12 DAT DAN OOK HET VERLANGEN VAN IN - EN UITVOERCERTIFICATEN , DES DAT DE HOUDERS VERPLICHT ZIJN TOT UITVOERING DER VOORGENOMEN TRANSACTIES EN VOOR NAKOMING DIER VERPLICHTING DOOR HET STELLEN VAN EEN WAARBORG WORDT INGESTAAN, EEN NOODZAKELIJK EN TEVENS PASSEND MIDDEL IS OM DE BEVOEGDE GEZAGSORGANEN IN STAAT TE STELLEN TOT EEN ZO EFFICIENT MOGELIJK INTERVENTIEBELEID OP DE GRAANMARKT;

13 DAT DE RECHTSGELDIGHEID VAN BEDOELDE VOORSCHRIFTEN VAN VERORDENING NR . 120/67 DERHALVE IN BEGINSEL NIET KAN WORDEN BETWIST;

14 OVERWEGENDE DAT NOCHTANS MOET WORDEN ONDERZOCHT OF BEPAALDE ONDERDELEN VAN DE WAARBORGREGELING, GETOETST AAN DE DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT OPGESOMDE BEGINSELEN, NIET AANVECHTBAAR ZIJN, TERWIJL VOORTS DOOR VERZOEKSTER IN HET BODEMGESCHIL IS GESTELD DAT DE AAN DE WAARBORGSTELLING VERBONDEN LAST DE HANDEL AL TE ZEER BEZWAART, EN WEL IN ZODANIGE MATE DAT INBREUK OP DE GRONDRECHTEN ZOU WORDEN GEMAAKT;

15 OVERWEGENDE DAT TER BEOORDELING VAN DE WERKELIJKE LAST DIE DOOR DE WAARBORGSTELLING OP DE HANDEL WORDT GELEGD , NIET ZO ZEER DE - TERUGBETAALDE - WAARBORGSOM ( 0,5 REKENEENHEID PER 1000 KG ) ALS WEL DE AAN HET STELLEN DER WAARBORG VERBONDEN KOSTEN EN LASTEN IN AANMERKING DIENEN TE WORDEN GENOMEN;

DAT BIJ HET WAARDEREN VAN DEZE LAST MET VERBEURTE VAN DE WAARBORGSOM ZELVE GEEN REKENING MAG WORDEN GEHOUDEN, AANGEZIEN DE HANDELAREN DOOR DE VOORSCHRIFTEN DER VERORDENING NOPENS ALS OVERMACHT TE BESCHOUWEN OMSTANDIGHEDEN AFDOENDE WORDEN BESCHERMD;

16 DAT VOORMELDE KOSTEN, VERGELEKEN MET DE TOTALE WAARDE VAN DE BETROKKEN GOEDEREN EN DE ANDERE KOSTEN VAN DE HANDEL , NIET ONEVENREDIG HOOG ZIJN;

DAT DE LASTEN VERBONDEN AAN DE WAARBORGREGELING DERHALVE NIET BUITENSPORIG ZWAAR ZIJN EN ALS HET NORMALE GEVOLG ZIJN TE BESCHOUWEN VAN EEN REGELING TOT ORDENING DER MARKTEN - IN DE ZIN WAARIN ZODANIGE REGELING IS VERSTAAN NAAR DE EIS VAN HET ALGEMEEN BELANG, OMSCHREVEN IN ARTIKEL 39 VAN HET VERDRAG, DAT BEOOGT DE LANDBOUWBEVOLKING EEN REDELIJKE LEVENSSTANDAARD EN TEVENS BIJ LEVERING AAN VERBRUIKERS REDELIJKE PRIJZEN TE VERZEKEREN -;

17 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTER IN HET GEDING VOOR DE NATIONALE RECHTER VOORTS BETOOGT DAT VERBEURTE VAN DE WAARBORG ALS GEVOLG VAN NIET-NAKOMING VAN DE IN - OF UITVOERVERPLICHTING IN WERKELIJKHEID EEN GELDBOETE OF STRAFMAATREGEL IS, TOT INSTELLING WAARVAN HET VERDRAG DE RAAD EN DE COMMISSIE NIET HEEFT BEVOEGD VERKLAARD;

18 OVERWEGENDE DAT DEZE STELLING BERUST OP EEN ONJUISTE BEOORDELING VAN HET WAARBORGSTELSEL DAT NIET MET EEN STRAFSANCTIE MAG WORDEN GELIJKGESTELD OMDAT HET SLECHTS DE NAKOMING ENER VRIJWILLIG AANGEGANE VERBINTENIS GARANDEERT;

19 OVERWEGENDE VOORTS DAT DE ARGUMENTEN WELKE VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING ENERZIJDS WIL ONTLENEN AAN DE OMSTANDIGHEID DAT DE DIENSTEN DER COMMISSIE HAARS INZIENS IN TECHNISCH OPZICHT NIET IN STAAT ZIJN TE WERKEN MET DE GEGEVENS VERKREGEN DANK ZIJ HET GEWRAAKTE STELSEL, ZODAT HET GENERLEI NUTTIG EFFECT ZOU SORTEREN, EN ANDERZIJDS AAN HET FEIT DAT DE LITIGIEUZE WAREN VALLEN ONDER DE REGELING VOOR HET ACTIEF VEREDELINGSVERKEER, NIET TER ZAKE DIENENDE ZIJN;

DAT BEDOELDE WEREN IMMERS AAN HET BEGINSEL DER WAARBORGREGELING OP ZICHZELF NIET VERMOGEN AF TE DOEN;

20 OVERWEGENDE DAT DE CERTIFICATENREGELING - MET DE DAARAAN VOOR DE AANVRAGERS VERBONDEN EN DOOR EEN WAARBORGSOM GEGARANDEERDE IN - OF UITVOERVERPLICHTING - BLIJKENS AL HET VORENOVERWOGENE GEEN INBREUK OP ENIGERLEI GRONDRECHT MAAKT;

DAT HET WAARBORGMECHANISME EEN PASSEND MIDDEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER LANDBOUWMARKTEN IS IN DE ZIN VAN ARTIKEL 40, PARAGRAAF 3, VAN HET VERDRAG EN BOVENDIEN AAN ARTIKEL 43 VOLDOET;

DE TWEEDE VRAAG ( HET BEGRIP OVERMACHT )

21 OVERWEGENDE DAT HET VERWALTUNGSGERICHT IN DE TWEEDE PLAATS VRAAGT OF, BIJALDIEN HET HOF HET VOORSCHRIFT VAN VERORDENING NR . 120/67 GELDIG MOCHT ACHTEN, ARTIKEL 9 DER OP GROND DIER VERORDENING VASTGESTELDE VERORDENING NR . 473/67 DER COMMISSIE RECHTMATIG IS, NU DAARIN SLECHTS VOOR HET GEVAL VAN OVERMACHT IS BEPAALD DAT DE WAARBORG NIET WORDT VERBEURD;

22 OVERWEGENDE DAT HET VERWALTUNGSGERICHT ARTIKEL 1 VAN VERORDENING NR . 473/67 BLIJKENS DE VERWIJZINGSBESCHIKKING VAN TE VERGAANDE STREKKING - EN IN STRIJD MET VOORMELDE BEGINSELEN - ACHT, AANGEZIEN DAARBIJ HET VERVALLEN VAN DE VERPLICHTING TOT IN - OF UITVOER EN HET ACHTERWEGE BLIJVEN VAN VERBEURTE VAN DE WAARBORG ALLEEN VOOR "ALS OVERMACHT TE BESCHOUWEN OMSTANDIGHEDEN" IS VOORZIEN;

DAT HET VERWALTUNGSGERICHT, AFGAANDE OP ZIJN ERVARING, DIT VOORSCHRIFT ALS VAN TE BEPERKTE INHOUD BESCHOUWT OMDAT KRACHTENS HETZELVE DE WAARBORG TEN LASTE VAN DE EXPORTEURS WORDT VERBEURD VERKLAARD IN GEVALLEN WAARIN DE UITVOER ACHTERWEGE BLEEF OM AANNEMELIJKE, DOCH NIET MET OVERMACHT STRICTO SENSU GELIJK TE STELLEN REDENEN;

DAT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING HARERZIJDS DEZE BEPALING TE RIGOUREUS ACHT, AANGEZIEN ONGEACHT DE OM HANDELSREDENEN GERECHTVAARDIGDE DISPOSITIES DER IMPORTEURS EN EXPORTEURS ALLEEN VOOR HET GEVAL VAN OVERMACHT VOORZIEN IS DAT DE WAARBORG NIET WORDT VERBEURD;

23 OVERWEGENDE DAT DE TERM OVERMACHT, ZOALS DIE IN DE LANDBOUWVERORDENINGEN WORDT GEBEZIGD, OP DE BIJZONDERE AARD VAN DE RECHTSBETREKKINGEN TUSSEN DE ONDERNEMERS EN HET NATIONALE BESTUUR EN OP DE DOELSTELLINGEN DIER VERORDENINGEN IS AFGESTEMD;

DAT BLIJKENS DEZE DOELSTELLINGEN EN DE STELLIGE VOORSCHRIFTEN DER BETROKKEN VERORDENINGEN ONDER DE TERM OVERMACHT NIET SLECHTS VOLSTREKTE ONMOGELIJKHEID IS TE VERSTAAN, DOCH DAT ZIJ MEDE OMVAT ABNORMALE, BUITEN TOEDOEN VAN DE IMPORTEUR CASU QUO EXPORTEUR INGETREDEN OMSTANDIGHEDEN, WAARVAN DE GEVOLGEN, ALLE DILIGENTIE TEN SPIJT, SLECHTS TEN KOSTE VAN ONEVENREDIG GROTE OFFERS TE VERMIJDEN WAREN GEWEEST;

DAT DEZE TERM NIET SLECHTS VOOR WAT DE AARD VAN HET INGEROEPEN EVENEMENT BETREFT, DOCH OOK WANNEER MOET WORDEN BESLIST WELKE DILIGENTIE DE EXPORTEUR HAD MOETEN BETRACHTEN OM AAN HET EVENEMENT HET HOOFD TE BIEDEN EN WELKE OFFERS HIJ DAARTOE HAD DIENEN TE AANVAARDEN, VOLDOENDE ELASTISCH IS;

24 DAT DE DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT INGEROEPEN GEVALLEN WAARIN HET VERBEUREN VAN DE WAARBORGSOM VOOR DE EXPORTEUR EEN ONGERECHTVAARDIGDE EN BUITENSPORIGE LAST BETEKENT, BETREKKING SCHIJNEN TE HEBBEN OP UITVOER WELKE HETZIJ DOOR SCHULD OF DWALING VAN DE EXPORTEUR HETZIJ OM REDENEN VAN ZUIVER COMMERCIELE AARD ACHTERWEGE IS GEBLEVEN;

DAT DE TEGEN ARTIKEL 9 VAN VERORDENING NR . 473/67 INGEBRACHTE BEZWAREN ER DERHALVE IN WERKELIJKHEID TOE STREKKEN OVERWEGINGEN WELKE UITSLUITEND AAN HET BELANG EN DE GEDRAGINGEN VAN BEPAALDE ONDERNEMERS ZIJN ONTLEEND, IN DE PLAATS TE STELLEN VAN EEN IN HET OPENBAAR BELANG DER GEMEENSCHAP VASTGESTELDE REGELING;

DAT HET KRACHTENS DE BEGINSELEN VAN VERORDENING NR . 120/67 BIJ DE UITVOERINGSVERORDENING NR . 473/67 VASTGESTELDE SYSTEEM ERTOE STREKT DE ONDERNEMERS ALLEEN VAN HUN VERBINTENIS TE ONTSLAAN WANNEER DE IN - OF UITVOER TIJDENS DE GELDIGHEIDSDUUR VAN HET CERTIFICAAT NIET KON WORDEN GEREALISEERD ALS GEVOLG VAN DE IN DIE BEPALINGEN BEDOELDE EVENEMENTEN;

DAT DE IMPORTEURS EN EXPORTEURS, WANNEER VAN ZODANIGE EVENEMENTEN - WAARVOOR ZIJ DE VERANTWOORDELIJKHEID NIET KUNNEN AANVAARDEN - GEEN SPRAKE IS, ZICH HEBBEN TE GEDRAGEN NAAR DE VOORSCHRIFTEN DER LANDBOUWVERORDENINGEN EN NIET NAAR OVERWEGINGEN AAN HUN EIGEN BELANG ONTLEEND;

25 DAT DE COMMUNAUTAIRE WETGEVER DERHALVE DOOR HET DOEN VERVALLEN VAN DE UITVOERVERPLICHTING EN HET VRIJGEVEN VAN DE WAARBORGSOM TOT GEVALLEN VAN OVERMACHT TE BEPERKEN, KENNELIJK EEN REGELING HEEFT GETROFFEN WELKE, ZONDER DE IMPORTEURS OF EXPORTEURS IN ONEVENREDIGE MATE TE BELASTEN, ZICH ERTOE LEENT DE NORMALE WERKING VAN DE ORDENING VAN DE GRAANMARKT - IN HET ALGEMEEN BELANG ZOALS DAT IN ARTIKEL 39 VAN HET VERDRAG IS OMSCHREVEN - TE VERZEKEREN;

DAT DE VOORSCHRIFTEN WAARIN HET VRIJGEVEN VAN DE WAARBORG TOT GEVALLEN VAN OVERMACHT WORDT BEPERKT, DERHALVE GEEN ENKELE GROND TOT BETWISTING VAN DE RECHTSGELDIGHEID DER WAARBORGREGELING BLIJKEN OP TE LEVEREN;

Beslissing inzake de kosten


26 OVERWEGENDE DAT TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN DOOR DE REGERING VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND EN DE COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN AAN HET HOF GEMAAKT, GEEN LAST TOT TERUGBETALING KAN WORDEN GEGEVEN;

27 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN ALS EEN IN DE LOOP VAN HET GEDING VOOR HET VERWALTUNGSGERICHT TE FRANKFURT AM MAIN GEREZEN INCIDENT MOET WORDEN BESCHOUWD, ZODAT DEZE LAATSTE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE VRAGEN, DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT TE FRANKFURT AM MAIN BIJ BESCHIKKING VAN 18 MAART 1970 GESTELD, VERKLAART VOOR RECHT :

BIJ ONDERZOEK NAAR DE GESTELDE VRAGEN IS NIET GEBLEKEN VAN GEGRONDE BEZWAREN TEGEN DE RECHTSGELDIGHEID VAN :

1 . ARTIKEL 12, LID 1, ALINEA 3, VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 120/67/EEG VAN 13 JUNI 1967, WAARIN DE AFGIFTE DER IN - OF UITVOERCERTIFICATEN AFHANKELIJK IS GESTELD VAN EEN WAARBORG TOT VERZEKERING VAN DE NAKOMING DER VERPLICHTING TOT IN - OF UITVOER TIJDENS DE GELDIGHEIDSDUUR VAN HET CERTIFICAAT;

2 . ARTIKEL 9 VAN VERORDENING NR . 473/67/EEG VAN DE COMMISSIE VAN 21 AUGUSTUS 1967, INGEVOLGE HETWELK DE VERPLICHTING TOT IN - OF UITVOER SLECHTS VERVALT - EN DE WAARBORG ALLEEN WORDT VRIJGEGEVEN - WANNEER ZICH ALS OVERMACHT TE BESCHOUWEN OMSTANDIGHEDEN VOORDOEN .

Top