Help Print this page 
Title and reference
Arrest van het Hof van 12 november 1969.
Erich Stauder tegen Stadt Ulm - Sozialamt.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Verwaltungsgericht Stuttgart - Duitsland.
Zaak 29-69.

European Court Reports 1969 -00419
  • ECLI identifier: ECLI:EU:C:1969:57
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html DE html EN html FR html IT html NL html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

61969J0029

ARREST VAN HET HOF VAN 12 NOVEMBER 1969. - ERICH STAUDER TEGEN STAD ULM - SOZIALAMT. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT STUTTGART). - ZAAK NO. 29/69.

Jurisprudentie 1969 bladzijde 00419
Deense bijz. uitgave bladzijde 00107
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00147
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00157
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00387
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00421
Finse bijz. uitgave bladzijde 00419


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . HANDELINGEN VAN EEN INSTELLING - EEN TOT ALLE LID-STATEN GERICHTE BESCHIKKING - INTERPRETATIE - CRITERIA - GELET MOET WORDEN OP DE VERSIES VAN DE HANDELING IN DE VERSCHILLENDE TALEN

( E.E.G.-VERDRAG ART . 189 )

2 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - DAARONDER ZIJN MEDE BEGREPEN DE FUNDAMENTELE RECHTEN VAN DE MENS - HET HOF MOET DE EERBIEDIGING DAARVAN VERZEKEREN .

Samenvatting


1 . WANNEER EEN ENKELE BESCHIKKING TOT ALLE LID-STATEN WORDT GERICHT, BRENGT HET VEREISTE ENER UNIFORME TOEPASSING EN UITLEGGING MEDE, DAT DEZE TEKST NIET OP ZICH ZELF IN EEN VAN ZIJN VERSIES WORDT BESCHOUWD, DOCH GEBIEDT DAT HIJ ZAL WORDEN GEINTERPRETEERD - MET NAME IN HET LICHT VAN DE IN ALLE TALEN GEREDIGEERDE VERSIES - ZOWEL NAAR DE WERKELIJKE BEDOELING VAN DE WETGEVER, ALS GELET OP HET DOEL HETWELK HIJ ZICH DAARMEDE HEEFT GESTELD .

2 . DE LITIGIEUSE BEPALING KOMT IN GENEN DELE IN STRIJD MET DE FUNDAMENTELE RECHTEN VAN DE MENS GELIJK DIE BESLOTEN LIGGEN IN DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT, WAARVAN HET HOF DE EERBIEDIGING VERZEKERT .

Partijen


IN DE ZAAK 29-69

BETREFFENDE EEN DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT TE STUTTGART IN HET BIJ DIT GERECHT AANHANGIGE GEDING TUSSEN

ERICH STAUDER, 79 ULM, MARIENWEG 15,

EISER,

DE STAD ULM - SOZIALAMT,

VERWEERSTER,

Onderwerp


KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET E.E.G.-VERDRAG TOT HET HOF GERICHT VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING TEN AANZIEN VAN DE VOLGENDE VRAAG :

"IS HET MET DE GELDENDE ALGEMENE BEGINSELEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT VERENIGBAAR DAT DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VAN 12 FEBRUARI 1969 ( 69/71 E.E.G .) DE VERKOOP VAN BOTER TEGEN VERLAAGDE PRIJS AAN CONSUMENTEN DIE SOCIALE BIJSTAND ONTVANGEN AFHANKELIJK STELT VAN BEKENDMAKING VAN DE NAAM VAN DE BEGUNSTIGDE AAN DE VERKOPER?"

WIJST

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT HET VERWALTUNGSGERICHT TE STUTTGART BIJ BESCHIKKING VAN 18 JUNI 1969, BINNENGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 26 JUNI 1969, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET E.E.G.-VERDRAG DE VRAAG HEEFT GESTELD OF HET MET DE GELDENDE ALGEMENE BEGINSELEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT VERENIGBAAR IS, DAT ARTIKEL 4 DER BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN 69/71 VAN 12 FEBRUARI 1969 DE VERKOOP VAN BOTER TEGEN VERLAAGDE PRIJS AAN CONSUMENTEN DIE SOCIALE BIJSTAND ONTVANGEN, AFHANKELIJK STELT VAN BEKENDMAKING VAN DE NAAM VAN DE BEGUNSTIGDE AAN DE VERKOPER;

2 OVERWEGENDE DAT VOORNOEMDE, TOT ALLE LID-STATEN GERICHTE, BESCHIKKING TER BEVORDERING VAN DE AFZET VAN OVERTOLLIGE BOTERVOORRADEN OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT DIE STATEN MACHTIGT AAN BEPAALDE CATEGORIEEN VAN CONSUMENTEN DIE SOCIALE BIJSTAND ONTVANGEN BOTER TEGEN EEN LAGERE DAN DE NORMALE PRIJS TER BESCHIKKING TE STELLEN;

DAT AAN DEZE MACHTIGING BEPAALDE VOORWAARDEN ZIJN VERBONDEN MET HET DOEL, ONDER MEER, TE VERZEKEREN DAT HET ALDUS OP DE MARKT GEBRACHTE PRODUKT NIET VAN ZIJN BESTEMMING WORDT AFGELEID;

DAT ARTIKEL 4 VAN BESCHIKKING 69/71 HIERTOE IN TWEE VERSIES, WAARONDER DE DUITSE, BEPAALT, DAT DE STATEN ALLE NODIGE MAATREGELEN ZULLEN TREFFEN OPDAT DE BEGUNSTIGDEN HET ONDERHAVIGE PRODUKT SLECHTS KUNNEN KOPEN OP VERTOON VAN EEN "BON WAAROP HUN NAAM IS GESTELD", TERWIJL IN DE ANDERE VERSIES SLECHTS SPRAKE IS VAN HET OVERLEGGEN VAN EEN "GEINDIVIDUALISEERDE BON", WAARBIJ TOEPASSING VAN ANDERE CONTROLEMIDDELEN DAN DE VERMELDING VAN DE NAAM VAN DE BEGUNSTIGDE DERHALVE IS TOEGELATEN;

DAT MITSDIEN ALLEREERST DE JUISTE STREKKING DER LITIGIEUZE BEPALING NADER DIENT TE WORDEN BEPAALD;

3 OVERWEGENDE DAT WANNEER EEN ENKELE BESCHIKKING TOT ALLE LID-STATEN WORDT GERICHT, HET VEREISTE ENER UNIFORME TOEPASSING EN UITLEGGING MEDEBRENGT DAT DEZE TEKST NIET OP ZICH ZELF IN EEN VAN ZIJN VERSIES WORDT BESCHOUWD, DOCH GEBIEDT DAT HIJ ZAL WORDEN GEINTERPRETEERD - MET NAME IN HET LICHT VAN DE IN ALLE TALEN GEREDIGEERDE VERSIES - ZOWEL NAAR DE WERKELIJKE BEDOELING VAN DE WETGEVER, ALS GELET OP HET DOEL HETWELK HIJ ZICH DAARMEDE HEEFT GESTELD;

4 DAT IN EEN GEVAL ALS HET ONDERHAVIGE DE MINST STRENGE INTERPRETATIE DIENT TE WORDEN GEVOLGD, INDIEN ZIJ ALTHANS VOLDOENDE WAARBORG BIEDT DAT DE MET DE DESBETREFFENDE BESCHIKKING BEOOGDE DOELEINDEN WORDEN VERWEZENLIJKT;

DAT VOORTS NIET MAG WORDEN AANGENOMEN, DAT DE AUTEURS DER BESCHIKKING IN SOMMIGE LANDEN DER GEMEENSCHAP STRIKTERE VERPLICHTINGEN WILDEN OPLEGGEN DAN IN ANDERE;

5 DAT DEZE OPVATTING NOG WORDT BEVESTIGD DOOR DE VERKLARING VAN DE COMMISSIE DAT HET COMITE VAN BEHEER - WAARAAN DE ONTWERPBESCHIKKING 69/71 VOOR ADVIES WAS VOORGELEGD - EEN WIJZIGING HEEFT VOORGESTELD IN DIE ZIN DAT DE EIS VAN EEN OP NAAM GESTELDE BON ZOU VERVALLEN; DAT UIT DE LAATSTE CONSIDERANS VAN DEZE BESCHIKKING BLIJKT DAT DE COMMISSIE ZICH MET HET VOORGESTELDE AMENDEMENT WENSTE TE VERENIGEN;

6 DAT DE LITIGIEUZE BEPALING BIJGEVOLG MOET WORDEN GEINTERPRETEERD IN DIER VOEGE DAT ZIJ VERMELDING VAN DE NAMEN DER BEGUNSTIGDEN NIET DWINGEND VOORSCHRIJFT, DOCH DIE EVENMIN VERBIEDT;

DAT DE COMMISSIE OP 29 JULI 1969 ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN EEN RECTIFICATIEBESCHIKKING IN BOVENBEDOELDE ZIN KON PUBLICEREN;

DAT ELK DER LID-STATEN MITSDIEN UIT DE VERSCHILLENDE METHODES VAN INDIVIDUALISERING KAN KIEZEN;

7 DAT, ALDUS VERSTAAN, DE LITIGIEUZE BEPALING IN GENEN DELE IN STRIJD KOMT MET DE FUNDAMENTELE RECHTEN VAN DE MENS WELKE BESLOTEN LIGGEN IN DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT, WAARVAN HET HOF DE EERBIEDIGING VERZEKERT;

Beslissing inzake de kosten


8 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN VAN DE COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DIE HAAR OPMERKINGEN HEEFT INGEZONDEN, NIET TERUGVORDERBAAR ZIJN;

DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN HET KARAKTER DRAAGT VAN EEN INCIDENT IN HET GEDING VOOR HET VERWALTUNGSGERICHT TE STUTTGART EN DE BESLISSING OVER DE KOSTEN DERHALVE AAN DIT GERECHT STAAT;

Dictum


HET HOF,

UITSPRAAK DOENDE OVER DE VRAAG DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT TE STUTTGART BIJ ZIJN BESCHIKKING VAN 18 JUNI 1969 VOORGELEGD, VERKLAART VOOR RECHT :

1 . ARTIKEL 4, TWEEDE GEDACHTENSTREEPJE, DER BESCHIKKING 69/71/EEG VAN 12 FEBRUARI 1969 - GERECTIFICEERD BIJ BESCHIKKING 69/244/EEG - MOET WORDEN GEINTERPRETEERD IN DIE ZIN DAT HET SLECHTS DE INDIVIDUALISERING VERLANGT VAN HEN DIE HET VOORDEEL DER DAARIN VOORZIENE MAATREGELEN GENIETEN, ZONDER DE VERMELDING VAN HUN NAAM VOOR CONTROLE-DOELEINDEN HETZIJ VOOR TE SCHRIJVEN, HETZIJ TE VERBIEDEN;

2 . BIJ DE BEHANDELING VAN DE DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT TE STUTTGART AAN HET HOF VOORGELEGDE VRAAG IS NIET GEBLEKEN VAN ENIG GEBREK DAT TOT ONGELDIGHEID DER LITIGIEUZE BEPALING KAN LEIDEN .

Top