Help Print this page 

Document 52016DC0860(01)

Title and reference
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK Schone energie voor alle Europeanen

COM/2016/0860 final/2
Multilingual display
Text
The HTML format is unavailable in your User interface language.

Brussel, 30.11.2016

COM(2016) 860 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Schone energie voor alle Europeanen


1.Inleiding

De energie-unie is een van de tien prioriteiten van de Commissie-Juncker. Zij is erop gericht om in combinatie met andere vlaggenschipinitiatieven zoals de digitale eengemaakte markt, de kapitaalmarktenunie en het investeringsplan voor Europa, de economie van de EU te moderniseren en arbeidsplaatsen, groei en investeringen voor Europa tot stand te brengen.

Het voorliggende pakket biedt de gelegenheid om zowel de overgang naar schone energie als het scheppen van groei en banen te versnellen. Door vanaf 2021 jaarlijks tot 177 miljard euro aan nieuwe overheids- en particuliere investeringen te ontsluiten, kan dit pakket gedurende het komende decennium tot 1% bbp extra en 900 000 nieuwe banen opleveren 1 . Tevens zou de economie van de EU in 2030 gemiddeld 43 % minder koolstofintensief zijn dan nu 2 en zou hernieuwbare stroom ongeveer de helft van de elektriciteitsproductiemix van de EU uitmaken 3 .

Figuur 1: Modernisering van de economie — rol van de energie-unie en de klimaatactie

De Overeenkomst van Parijs is de eerste in haar soort en zou zonder de Europese Unie niet mogelijk zijn geweest. Wij hebben vandaag opnieuw het voortouw genomen en bewijzen nogmaals dat de Europese Unie, samen, aan de verwachtingen kan voldoen.Jean-Claude Juncker, naar aanleiding van de ratificatie door de EU van de Overeenkomst van Parijs op 4 oktober 2016

De energiesector is belangrijk voor de Europese economie: de energieprijzen bepalen het concurrentievermogen van de gehele economie en vertegenwoordigen gemiddeld 6 % van de jaarlijkse gezinsuitgaven 4 . De sector verschaft werk aan bijna 2,2 miljoen mensen, gespreid over 90 000 ondernemingen overal in Europa 5 , en vertegenwoordigt 2% van de totale toegevoegde waarde 6 . Daarachter gaat een bloeiende maakindustrie schuil die de noodzakelijke apparatuur en diensten levert, niet alleen in Europa maar over de hele wereld. De ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiënte producten en diensten heeft overal in Europa nieuwe bedrijven doen ontstaan, die nieuwe bronnen van werkgelegenheid en groei voor de Europeanen vormen. De werkgelegenheidseffecten van de energie-unie reiken veel verder dan de sector van de energievoorziening: direct of indirect verschaffen sectoren die met hernieuwbare energie te maken hebben werk aan ruim 1 miljoen mensen 7 en op het vlak van energie-efficiëntie opererende bedrijven aan nog eens ongeveer 1 miljoen 8 .

De energie-unie is het belangrijkste instrument van de EU en haar voornaamste bijdrage tot een wereldwijde, grootschalige transitie naar een koolstofarme economie. De Overeenkomst van Parijs is in december jongstleden tot stand gekomen door bemiddeling van de EU en deze eerste mondiale overeenkomst om de klimaatverandering af te remmen is dankzij de snelle ratificatie door de EU nauwelijks een jaar later op 4 november 2016 in werking getreden. De Overeenkomst van Parijs stippelt een duidelijke en ambitieuze koers uit voor koolstofarme innovatie. Het uitvoeren van de ambitieuze, door de EU in Parijs aangegane verbintenissen is thans de prioriteit en hangt in grote mate af van een geslaagde omschakeling naar schone energie aangezien twee derde van de broeikasgasemissies afkomstig zijn van de productie en het gebruik van energie.

Insgelijks is het van belang dat de overgang naar schone energie alle Europeanen ten goede komt. Alle consumenten, ook de kwetsbare en degenen die in energiearmoede leven, moeten voelen dat er met hen rekening wordt gehouden en profiteren van de tastbare voordelen waarop de energie-unie in de eerste plaats mikt: een zekerder toegang tot schonere energie tegen concurrerende prijzen waarborgen. De Commissie heeft reeds de kaderstrategie voor de energie-unie 9 , voorstellen inzake de veiligstelling van de gaslevering 10 , het EU-handelssysteem voor emissierechten 11 en daarmee samenhangende regels inzake de verdeling van de inspanningen 12 en inzake landgebruik en bosbouw 13 , alsook een strategie voor emissiearme mobiliteit 14 gepresenteerd.

Zoals aangekondigd in het werkprogramma van de Commissie voor 2017 15 presenteert de Commissie vandaag wet- en regelgevingsvoorstellen en ondersteunende maatregelen die gericht zijn op de modernisering van de economie en het stimuleren van investeringen in sectoren die met schone energie te maken hebben.

De wet- en regelgevingsvoorstellen en ondersteunende maatregelen die het pakket vormen, hebben tot doel de omschakeling van de EU-economie naar schone energie vorm te geven, te versnellen en te consolideren, en daarbij banen en groei te scheppen in nieuwe economische sectoren en bedrijfsmodellen.

De wet- en regelgevingsvoorstellen hebben betrekking op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, de opzet van de elektriciteitsmarkt, de voorzieningszekerheid en regels voor de governance van de energie-unie.

Het voorgelegde pakket heeft drie hoofddoelstellingen:

Energie-efficiëntie eerst

Wereldleider worden op het gebied van hernieuwbare energie

Consumenten op een faire manier daarvan laten meeprofiteren

De ondersteunende maatregelen omvatten initiatieven om innovatie inzake schone energie te versnellen en gebouwen in Europa te renoveren, naast maatregelen om: overheids- en particuliere investeringen aan te moedigen en de beschikbare EU-begrotingsmiddelen optimaal te gebruiken; initiatieven van het bedrijfsleven ter verbetering van het concurrentievermogen te steunen; de maatschappelijke gevolgen van de omschakeling naar schone energie te verzachten; diverse spelers erbij te betrekken, enerzijds nationale, lokale en stedelijke autoriteiten en anderzijds het bedrijfsleven, de sociale partners en investeerders, en het leiderschap van Europa op het gebied van schone energietechnologieën en -diensten maximaal uit te bouwen en derde landen te helpen hun beleidsdoelen te bereiken.

De ruimere context van dit pakket is de voortrekkersrol die de EU wil spelen inzake de transitie naar intelligentere, schonere energie voor iedereen, de uitvoering van de overeenkomst van Parijs, de bevordering van economische groei, investeringen en leiderschap op het vlak van technologie, de creatie van nieuwe mogelijkheden voor werkgelegenheid en welvaart voor de burgers.

Om de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU voor 2030 te bereiken, moet in de periode 2020-2030 jaarlijks ongeveer 379 miljard euro worden geïnvesteerd 16 , voornamelijk in energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen en infrastructuur. Het bedrijfsleven van de EU moet het voortouw nemen voor deze investeringen. Veel zal in dit verband afhangen van het innovatievermogen. Met 27 miljard euro per jaar besteed aan openbaar en particulier onderzoek, ontwikkeling en innovatie op gebieden die met de energie-unie te maken hebben 17 , is de EU goed gepositioneerd om deze transitie om te zetten in concrete industriële en economische mogelijkheden.

Dankzij de vandaag door de Commissie voorgestelde beleidsmaatregelen zou de industriële productie in de bouwsector met wel 5 %, en in de machinebouw en in de ijzer- en staalsector met respectievelijk 3,8 en 3,5% kunnen toenemen, wat gelijkstaat met 700 ,000 extra banen in de bouw, 230 000 in de machinebouw en 27 000 in de ijzer- en staalsector 18 . 

2.Energie-efficiëntie eerst

Energie-efficiëntie is de meest universeel beschikbare bron van energie. De goedkoopste en schoonste bron van energie, is de energie die niet moeten worden geproduceerd of gebruikt, en “Energie-efficiëntie eerst” is de uiting daarvan. Het betekent dat energie-efficiëntie als een rode draad doorheen het gehele energiesysteem moet lopen, dat de vraag dus actief moet worden beheerd om het energieverbruik te optimaliseren en de kosten voor consumenten en de afhankelijkheid van invoer te verminderen, terwijl investeringen in de infrastructuur voor energie-efficiëntie moeten worden beschouwd als kosteneffectieve opstap naar een koolstofarme en circulaire economie. Hierdoor zal productie-overcapaciteit, en met name opwekking uit fossiele brandstoffen, uit de markt kunnen worden gehaald.

Overeenkomstig het verzoek van de Europese Raad van oktober 2014 heeft de Commissie de energie-efficiëntiedoelstelling van de EU herzien en zij is van mening dat de EU een bindende doelstelling van 30 % voor de EU als geheel tegen 2030 zou moeten vaststellen. Deze verhoging ten opzichte van de in 2014 overeengekomen doelstelling van ten minste 27 % zal zich naar verwachting vertalen in 70 miljard euro extra bruto binnenlands product en 400 000 extra banen en een verdere vermindering van de EU-factuur voor de invoer van fossiele brandstoffen 19 .De hogere doelstelling zal de EU tevens in staat stellen om haar doelstellingen voor 2030 inzake vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en hernieuwbare energiebronnen te bereiken.

De Commissie stelt voor om de energiebesparingsverplichtingen (1,5% per jaar voor energieleveranciers en -distributeurs) van de energie-efficiëntierichtlijn 20 na 2020 te verlengen. Deze maatregel heeft als eerste effect gehad private investeringen aan te trekken en de komst van nieuwe marktspelers, zoals leveranciers van energiediensten en aankoopgroeperingen, te ondersteunen, en zou deze ontwikkelingen ook na 2020 moeten blijven ondersteunen. Voorts zal de nieuwe opzet van de elektriciteitsmarkt steeds gelijkere voorwaarden tot stand brengen voor de deelname van de vraagzijde aan de markt.

Gebouwen maken 40 % uit van het totale energieverbruik; ongeveer 75 % daarvan is niet energie-efficiënt 21 . Er wordt onvoldoende geïnvesteerd in energie-efficiëntie van gebouwen en er zijn talrijke belemmeringen. Gebouwen worden weliswaar regelmatig onderhouden of verbeterd, maar energiebesparende investeringen worden vaak veronachtzaamd vanwege middelenschaarste en concurrentie met andere investeringen, een gebrek aan betrouwbare informatie, een gebrek aan vaklieden met de vereiste kwalificaties of twijfels over de mogelijke baten. In het tempo van vandaag (renovatie van ongeveer 1 % van de gebouwen per jaar) zou het een eeuw duren om het gebouwenbestand te upgraden naar moderne, bijna energieneutrale niveaus 22 . Het gaat bij “schone” gebouwen om veel meer dan het besparen van energie alleen: zij bieden meer comfort en een betere levenskwaliteit, hernieuwbare energie, opslag en digitale technologie kunnen erin worden geïntegreerd, en er kan een koppeling worden gemaakt met het vervoerssysteem. Investeringen in een schoon gebouwenbestand kunnen de motor zijn voor de transitie naar een koolstofarme economie.

Meer investeren in openbare gebouwen zoals ziekenhuizen, scholen en kantoren, hangt ook af van de beschikbaarheid van particuliere financiering en particuliere ondernemingen die energiediensten en innovatieve mechanismen zoals energieprestatiecontracten aanbieden. Aangezien jaarlijks ongeveer een miljard euro wordt uitgegeven aan energie in openbare gebouwen, kan besparen op energie eveneens een positief effect hebben op de overheidsbudgetten. De regels voor overheidsinvesteringen en voor de statistische behandeling van renovatie van activa moeten evenwel transparant en duidelijk zijn om het investeren in de energie-efficiëntie van openbare activa te vergemakkelijken. De Commissie onderzoekt in nauwe samenwerking met de lidstaten de impact van de overheidsboekhoudregels op de markt voor energieprestatiecontracten en zal haar richtsnoeren inzake de statistische behandeling van dergelijke partnerschappen vóór het eind van het voorjaar 2017 bijwerken.

De herziening van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen 23 is erop gericht het renovatietempo op te voeren door de bepalingen inzake renovatiestrategieën van gebouwen op lange termijn aan te scherpen om het gebouwenbestand tegen het midden van de eeuw koolstofarm te maken. Met het voorstel wordt ook beoogd projectontwikkelaars en investeerders betere informatie te verschaffen door de eisen voor energieprestatiecertificaten te verscherpen, informatie ter beschikking te stellen over het energieverbruik van openbare gebouwen en de intensiteit van overheidssteun te koppelen aan de gerealiseerde energiebesparingen. Het voorstel bevat tevens een oproep aan de lidstaten om ook gericht te investeren ten behoeve van degenen die in energiearmoede leven, aangezien energie-efficiëntie één van de beste manieren is om de hoofdoorzaken daarvan aan te pakken.

Ter ondersteuning van de strategie van de EU voor een emissiearme mobiliteit en van het toenemende gebruik van elektriciteit in het vervoer zal de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen de installatie van oplaadpunten verplicht stellen. Wat bestaande gebouwen betreft, zal deze eis alleen gelden vanaf 2025 voor commerciële gebouwen met meer dan 10 parkeerplaatsen. Wat nieuwe of ingrijpend gerenoveerde gebouwen betreft, zal de eis gelden voor residentiële gebouwen met meer dan 10 parkeerplaatsen, in de vorm van een verplichting om de nodige voorzieningen voor bekabeling aan te brengen, en voor commerciële gebouwen met meer dan 10 parkeerplaatsen, in de vorm van een verplichting om oplaadpunten te installeren. Kleine en middelgrote ondernemingen en openbare besturen kunnen buiten het toepassingsgebied worden gelaten, deze laatste op grond van het feit dat zij al onder de richtlijn alternatieve brandstoffen vallen, mits hun oplaadpunten toegankelijk voor het publiek zijn. Met het oog op meer efficiëntie van het vervoer en bevordering van digitale mobiliteitsoplossingen omvat dit pakket ook een EU-strategie voor de uitrol van coöperatieve intelligente vervoerssystemen 24 .

Om het tempo waarin gebouwen worden gerenoveerd verder te versnellen en de omschakeling van het gebouwenbestand naar schone energie te ondersteunen, lanceert de Commissie een Europees initiatief voor gebouwen (zie bijlage I) met een onderdeel “slimme financiering voor slimme gebouwen”. Met dit in nauwe samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB) en de lidstaten opgezette initiatief kan tot 2020 nog eens 10 miljard euro aan openbare en particuliere middelen worden gemobiliseerd om gebouwen energie-efficiënter te maken en op hernieuwbare energie om te schakelen, een pipeline van bankwaardige projecten aan te leggen en in elke lidstaat een platform voor energie-efficiëntie te creëren. Het initiatief beoogt ook het vertrouwen in de markt voor “schone” gebouwen te versterken door over ruim 7 000 Europese industriële en bouwprojecten op het gebied van energie-efficiëntie technische en financiële gegevens over de prestaties ter beschikking te stellen aan investeerders en andere belanghebbenden en samen te werken met de financiële sector aan een gemeenschappelijk kader voor investeringen in schone gebouwen, met het oog op meer doelgerichte en gestandaardiseerde marktfinanciering voor dergelijke projecten. Dit moet leiden tot belangrijke verbeteringen in de levens- en werkomstandigheden, baten voor het klimaat en inzake energiebesparing, en jobs en investeringen. Het Europese initiatief voor gebouwen geeft een stimulans aan de Europese bouwsector terwijl deze met een aantal economische en maatschappelijke uitdagingen wordt geconfronteerd. Het energie-efficiënter maken van gebouwen kan een van de drijvende krachten zijn achter de modernisering van de sector en zijn personeelsbestand.

Energie-intensieve sectoren zoals de staalsector en de automobielindustrie moeten hun inspanningen voor verbeteringen op het vlak van energie-efficiëntie voortzetten. Die investeringen worden gewoonlijk terugverdiend in de vorm van een lagere energierekening. Andere sectoren, zoals de defensiesector, beschikken over een tot dusver onbenut energie-efficiencypotentieel en kostenbesparingen daar zullen een onmiddellijk positief effect op de overheidsbegrotingen hebben.

Ecologisch ontwerp en energie-etikettering zullen een belangrijke rol blijven spelen bij het realiseren van energie- en grondstoffenbesparingen bij de consumenten en het creëren van zakelijke kansen voor Europese bedrijven. Na zorgvuldige afweging heeft de Commissie besloten de focus van het beleid op producten met het grootste potentieel inzake energiebesparing en recycling te versterken.

Daartoe neemt zij een pakket aan bestaande uit het werkplan inzake ecologisch ontwerp 2016-2019 en een aantal productspecifieke maatregelen 25 . In dat werkplan worden de prioriteiten van de Commissie voor de komende drie jaar uiteengezet; het omvat evaluaties van bestaande productspecifieke maatregelen om ze up-to-date met nieuwe technologische ontwikkelingen te houden en bestudering van nieuwe producten met het oog op eventuele regelgeving om nog niet ontgonnen potentieel te benutten. De maatregelen uit het werkplan inzake ecologisch ontwerp kunnen in potentie gezamenlijk tegen 2030 een jaarlijkse besparing op primaire energie van meer dan 600 TWh opleveren, wat vergelijkbaar is met het jaarlijkse primaire energieverbruik van een middelgrote lidstaat. Dit zal ervoor zorgen dat Europa wereldleider blijft inzake productefficiëntiestandaarden en economische en ecologische voordelen voor consumenten en bedrijven blijft opleveren.

3.Wereldleider worden op het gebied van hernieuwbare energie

De Europese sector van de hernieuwbare energie verschaft werk aan ruim 1 100 000 personen 26 en Europa is nog steeds wereldleider op het gebied van windenergie. 43 % van alle windturbines op onze planeet zijn vervaardigd door een paar grote Europese constructeurs. De kosten van zonne- en windtechnologie konden worden gedrukt door toedoen van de ambitieuze beleidsmaatregelen van de EU. Hierdoor is hernieuwbare energie goedkoper en toegankelijker geworden voor de hele wereld. Alhoewel Europa zijn koppositie als producent van zonnepanelen en -modules is kwijtgespeeld aan import, wordt de meeste toegevoegde waarde van het installeren van een zonnepaneel (> 85%) in Europa gegenereerd 27 . 

De belangrijkste werkgevers in de Europese sector van de hernieuwbare energie zijn wind- en zonne-energie en vaste biomassa. De fotovoltaïsche sector heeft evenwel banen verloren zien gaan: de werkgelegenheid in 2014 bedroeg nog iets meer dan een derde van het niveau van 2011 als gevolg van dalende capaciteit van de maakindustrie 28 . De windenergiesector zorgde voor de meerderheid van de banen in hernieuwbare energie in de EU. In de periode 2005-2013 is de omzet van de Europese windenergiesector verachtvoudigd, terwijl de inkomsten in de EU op circa 48 miljard euro worden geraamd 29 . De werkgelegenheid in de sector is in dezelfde periode vervijfvoudigd en was in 2014 in totaal goed voor ongeveer 320 000 arbeidsplaatsen 30 . De Commissie zal ook deelnemen aan initiatieven onder leiding van het bedrijfsleven om de mondiale koppositie van de EU inzake hernieuwbare energiebronnen en schone technologieën in het algemeen te ondersteunen.

De Europese Raad heeft voor het aandeel van hernieuwbare energie in het verbruik in de EU een doelstelling op EU-niveau vastgelegd van minimaal 27% in 2030. Dit minimum is bindend op EU-niveau, maar zal niet worden omgezet in nationaal bindende streefcijfers. In plaats daarvan zullen de lidstaten bijdragen toezeggen via de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen 31 , die deel uitmaken van de voorgestelde governance om gezamenlijk de EU-doelstelling te bereiken. De collegiale druk die door regionaal overleg over de plannen wordt uitgeoefend en de mogelijkheid voor de Commissie om aanbevelingen te doen, moeten in combinatie met het algemene beleidskader dat door de andere wetgevende onderdelen van dit pakket wordt gevormd, de lidstaten ertoe aanzetten om hoog te mikken en verhinderen dat op de inspanningen van anderen wordt geteerd. Mocht de Commissie vaststellen dat met name op het vlak van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie hetzij de ambities, hetzij de implementatie, of beide, ondermaats blijven, dan kan zij de nodige maatregelen nemen om dat te voorkomen of te remediëren. Het beoogde niveau zal in de toekomst worden geëvalueerd in het licht van de internationale verbintenissen van de EU.

De groei inzake hernieuwbare energie moeten worden gedragen door de meest innovatieve technologieën die substantiële winst inzake de uitstoot van broeikasgassen opleveren. De wereldmarkt inzake oplossingen op het vlak van hernieuwbare energie gepaard aan de doelstellingen op lange termijn om de economie koolstofvrij te maken, wordt geraamd op circa 6 800 miljard euro in de periode 2014-2035 32 , waarbij er met name buiten Europa een groot groeipotentieel ligt. De jongste jaren waren de investeringen in opwekking uit hernieuwbare bronnen goed voor ruim 85 % van de investeringen in opwekking, voor het merendeel op lagere spanningsniveaus en met name op het niveau van de distributienetten. De nieuwe voorstellen zijn erop gericht deze trend verder te versterken, bijvoorbeeld door belemmeringen voor zelfopwekking weg te nemen.

De richtlijn hernieuwbare energie 33 en de voorstellen betreffende de nieuwe opzet van de elektriciteitsmarkt 34 moeten voor een regelgevingskader zorgen dat gelijke voorwaarden waarborgt voor alle technologieën, zonder afbreuk te doen aan de klimaat- en energiedoelstellingen. Elektriciteit zal een belangrijke rol spelen in de overgang naar schone energie. Het aandeel van hernieuwbare stroom is gestegen tot 29 % van de productie en zal oplopen tot de helft van de elektriciteitsproductiemix van de EU, hoofdzakelijk uit variabele bronnen zoals wind en zon. Een belangrijk deel daarvan zal gedecentraliseerd op het distributienet worden gebracht. De marktregels moeten worden aangepast om deze ontwikkeling te faciliteren, de variabiliteit te beheren en de elektriciteitsvoorziening te waarborgen. Het nieuwe regelgevingskader dient derhalve te verzekeren dat hernieuwbare energiebronnen volwaardig aan de elektriciteitsmarkt kunnen deelnemen en dat de regels voor de marktwerking niet discriminerend zijn voor hernieuwbare energiebronnen.

Om beter te voorzien in het groeiende aandeel van, hoofdzakelijk variabele, hernieuwbare energiebronnen, moeten de wholesalemarkten verder worden ontwikkeld en in het bijzonder over aangepaste regels beschikken die kortere termijnhandel mogelijk maken om in te spelen op de eisen van de variabele opwekking. Door handel korter bij het tijdstip van levering mogelijk te maken, zullen geïntegreerde, kortetermijnmarkten voor elektriciteit tevens flexibiliteit op de markten voor zowel opwekking, vraag als opslag lonend maken. Bovendien zullen de marktregels worden aangepast zodat producenten van hernieuwbare energie volledig kunnen deelnemen aan en inkomsten kunnen verwerven in alle marktsegmenten, inclusief de markt voor systeemdiensten.

Prioritaire dispatching wordt gehandhaafd voor bestaande installaties, kleinschalige installaties en demonstratieprojecten.  Voor andere installaties zullen, ongeacht de gebruikte technologie, niet-discriminerende voorschriften inzake toegang van derden gelden. Tevens mag hernieuwbare energie niet meer dan strikt noodzakelijk is aan beperkingen onderhevig zijn.

Door deze nieuwe regels zullen producenten van hernieuwbare stroom een steeds groter aandeel van hun inkomsten kunnen halen uit de markt. Die inkomsten zullen echter, met name in geval van nieuwe opkomende technologieën, niet altijd volstaan om de hoge kapitaaluitgaven voor hernieuwbare energie volledig te dekken. Investeerders hebben behoefte aan voorspelbaarheid van het beleid. De richtlijn hernieuwbare energie bevat daarom beginselen die van toepassing zullen zijn op steun ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen na 2020 om te verzekeren dat subsidies, waar die noodzakelijk zijn, kosteneffectief zijn en de markt zo min mogelijk verstoren.

Om hernieuwbare energie met succes te integreren, blijft ook een robuuste transmissie- en distributie-infrastructuur nodig, alsook een Europees netwerk met goede interconnecties. Europa heeft het meest zekere stroomnet ter wereld, maar tegen 2030 moet er aanzienlijk in geïnvesteerd worden. De Commissie werkt nauw samen met de lidstaten in regionaal verband (Baltic Energy Market Interconnection Plan, Central and South-Eastern European Gas Connectivity Group, South-West Europe en Northern Seas) om de ontwikkeling van essentiële infrastructuur te bevorderen. Zij heeft ook een groep van deskundigen opgericht die haar moet adviseren over de formulering en verwezenlijking van interconnectiedoelen voor 2030.

Er is te weinig gebruikgemaakt van het potentieel dat verwarming en koeling bieden om bij te dragen aan de overkoepelende doelstelling voor hernieuwbare energiebronnen. De algemene oriëntatie daarvoor is uiteengezet in de strategie voor verwarming en koeling 35 . De huidige voorstellen moeten de lidstaten ertoe aanzetten om het aandeel hernieuwbare energie in verwarming en koeling te vermeerderen, de beheerders van stadsverwarming en -koeling om hun netwerk open te stellen voor concurrentie, en de installatie van bijvoorbeeld warmtepompen aan te moedigen

Bio-energie heeft een belangrijk aandeel in de hernieuwbare energiemix en dat zal ook in de toekomst zo blijven. Zij zorgt voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling in plattelandsgebieden, vervangt fossiele brandstoffen en draagt bij tot de energiezekerheid.

De ontwikkeling van geavanceerde alternatieve brandstoffen voor het vervoer zal worden aangemoedigd door middel van een bijmengingsmandaat voor brandstofleveranciers, terwijl het aandeel van biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen in de doelstelling van de EU voor hernieuwbare energiebronnen geleidelijk zal worden teruggedrongen. Ondersteuning van de elektrificatie van het vervoer is een andere belangrijke nieuwe doelstelling van het kader voor de elektriciteitsmarkt en zal worden onderbouwd met regelgeving voor de consumentenelektriciteitsmarkt.

Vaste biomassa die momenteel in de EU wordt gebruikt voor warmte- en krachtopwekking, is voornamelijk plaats- en regiogebonden en gebaseerd op nevenproducten van de bosbouwindustrie, en is bij de huidige niveaus globaal genomen klimaatvriendelijk. De vrees bestaat evenwel dat de klimaateffecten zouden verslechteren als het gebruik ervan blijft toenemen. Om de klimaatvoordelen op lange termijn te verzekeren, zal de bijkomende druk op de bossen moeten worden beperkt.

De synergie-effecten tussen de circulaire economie en de verschillende toepassingen van biomassa moeten worden versterkt, in het bijzonder omdat hout kan worden gebruikt voor uiteenlopende producten met een hogere toegevoegde waarde dan alleen energie-opwekking. Om die synergie maximaal te bevorderen, zou alleen efficiënte omzetting van biomassa in energie overheidssteun mogen krijgen, ofwel in de vorm van financiële steun, ofwel via preferentiële toegang tot het stroomnet, tenzij er gegronde redenen zijn omwille van de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening.

Thans is het merendeel van de biomassa die wordt gebruikt voor warmte- en krachtopwekking afkomstig van bossen. De bosbouwpraktijken in de EU en daarbuiten zijn zeer uiteenlopend. De lidstaten hebben nationale wetgeving inzake duurzaam bosbeheer uitgewerkt en werken samen, bijvoorbeeld in het kader van het Forest Europe-proces. Sommige lidstaten die op grote schaal biomassa invoeren voor energiedoeleinden hebben eveneens specifieke duurzaamheidsregelingen voor biomassa ingesteld en zullen dat volgens het Commissievoorstel kunnen blijven doen. Tevens zal de Commissie zal steun blijven verlenen voor duurzame houtexploitatie via het plattelandsontwikkelingsbeleid van de EU. Deze verschillende actieniveaus zijn complementair waar het gaat om het ondersteunen van duurzame bosbeheerpraktijken.

De Commissie stelt daarom voor de bestaande EU-duurzaamheidscriteria uit te breiden tot alle soorten bio-energie. Het voorstel behelst een nieuwe benadering van bos-biomassa, die gebaseerd is op de bestaande regelgeving inzake duurzaam bosbeheer en een gedegen registratie van de broeikasgasemissies waarvoor het landgebruik en de bosbouwindustrie in het land van oorsprong van de biomassa verantwoordelijk zijn. De ontwikkelingen in de biomassaproductie en het gebruik ervan als energiebron zullen worden gevolgd en geëvalueerd via het governanceproces voor de energie-unie.

4.Consumenten op een faire manier laten meeprofiteren

De consument staat centraal in de energie-unie. Energie is een kritiek goed, dat absoluut noodzakelijk is om volwaardig aan de moderne samenleving te kunnen deelnemen.

De overgang naar schone energie moet ook een fair voordeel opleveren voor de sectoren, regio’s of kwetsbare delen van de samenleving die door die transitie worden geraakt.

De Commissie stelt een hervorming van de energiemarkt voor die consumenten zeggenschap geeft en een vrijere keuze laat waar het om energie gaat. Voor het bedrijfsleven betekent dit een groter concurrentievermogen; voor consumenten betere informatie, mogelijkheden om zelf actiever te zijn op de energiemarkt en de energiekosten beter onder controle te houden.

De eerste stap in de richting van het centraal stellen van de consument in de energie-unie, is het verstrekken van betere informatie over het energieverbruik en de energiekosten. De voorstellen houden in dat consumenten intelligente meters, duidelijke facturen en eenvoudiger overstapvoorwaarden zouden krijgen. Zij zouden de overstap naar een andere leverancier ook goedkoper maken door de opzegvergoeding af te schaffen. Gecertificeerde vergelijkingsinstrumenten zullen de consument betrouwbare informatie verschaffen over het beschikbare aanbod. Eén van de voorstellen is om betrouwbaardere energieprestatiecertificaten met een “intelligentie”-indicator in het leven te roepen.

De Commissie zorgt in het kader van dit pakket ook voor grotere transparantie met haar tweede tweejaarlijkse verslag over de kosten en prijzen van energie 36 . De kostprijs van energie beïnvloedt onze energiemixkeuze, de gezinsuitgaven en de concurrentiepositie van Europa. Met een invoerafhankelijkheid die 74% bedraagt, blijft de EU zich blootstellen aan de volatiele prijzen van fossiele brandstoffen die op de wereldmarkt worden bepaald. De internationale ontwikkelingen in de voorbije jaren hebben de “energie-invoerfactuur” van de EU met 35 % gedrukt en de economische groei gestimuleerd. De groothandelsprijzen voor elektriciteit zijn op het laagste peil in 12 jaar en de gasprijzen zijn gedaald met 50 % sinds 2013 en de olieprijzen met bijna 60 % sinds 2014. De prijsverschillen zijn kleiner geworden in vergelijking met andere wereldeconomieën.

Voor de eindverbruikersprijzen (de gezinnen) zijn de trends anders. De dalende energieprijzen zijn ongedaan gemaakt door hogere netwerkvergoedingen en belastingen en heffingen van de overheid; energie wordt vaak gebruikt als belastinggrondslag om voor de broodnodige overheidsinkomsten te zorgen. De consumentenprijzen van elektriciteit zijn sinds 2008 met 3 % per jaar gestegen en die van gas met 2 %. Als gevolg daarvan zijn de energiekosten lichtjes toegenomen tot bijna 6% van de gezinsuitgaven.

De wijzigingen in de reglementering waarin dit pakket voorziet en de ontwikkeling van centrale, conventionele opwekking naar gedecentraliseerde, intelligente, onderling gekoppelde markten zal het voor consumenten gemakkelijker maken om hun eigen energie op te wekken, op te slaan, te delen, te verbruiken of door te verkopen aan de markt, direct of via energiecoöperaties. Consumenten zullen in staat zijn om rechtstreeks of via energieaggregators vraagrespons te geven. Nieuwe slimme technologieën zullen consumenten die dat willen controle geven over hun energieverbruik en hen in staat stellen dit op een actieve manier te beheren en hun comfort te verbeteren. Dankzij deze vernieuwingen zullen huishoudens en ondernemingen gemakkelijker meer betrokken kunnen worden bij het energiesysteem en op prijssignalen kunnen reageren. Dit vereist tevens dat prijsplafonds voor groot- en kleinhandelsprijzen worden geëlimineerd, maar met waarborging van volledige en adequate bescherming van kwetsbare particuliere consumenten. De nieuwe wetgevingsvoorstellen zullen ook kansen creëren voor nieuwe en innovatieve bedrijven om meer en betere diensten aan consumenten aan te bieden. Dit moet innovatie en digitalisering bevorderen en Europese ondernemingen helpen om energie-efficiëntie en koolstofuitstootbesparende technologieën concreet te maken.

Bestrijding van energiearmoede bij mensen met een laag inkomen en niet-energie-efficiënte huisvesting is overal in de EU een belangrijke uitdaging. In 2014 ging bijna 9 % van de totale uitgaven van de huishoudens met het laagste inkomen in de EU naar energie 37 . Dit is een stijging met 50% ten opzichte van 10 jaar eerder, wat veel meer is dan voor een gemiddeld huishouden. Dit pakket bevat een nieuwe benadering van de bescherming van kwetsbare consumenten, waarbij de lidstaten onder andere worden geholpen de energiekosten voor de consument te drukken door steun te verlenen voor investeringen in energie-efficiëntie. De Commissie vraagt in de voorstellen voor energie-efficiëntie aan de lidstaten om aandacht te besteden aan energiearmoede door middel van het vereiste dat een deel van de energie-efficiëntiemaatregelen bij voorrang wordt genomen ten behoeve van huishoudens die in energiearmoede leven en van sociale woningen. Ook de woningrenovatiestrategieën op lange termijn moeten tot het terugdringen van energiearmoede bijdragen. Tevens zullen de lidstaten in het kader van het governanceproces voor de energie-unie energiearmoede moeten monitoren en erover verslag uitbrengen; de Commissie van haar kant, zal ervoor zorgen dat goede praktijken gemakkelijker worden uitgewisseld. In overeenstemming met haar inspanningen om consumenten meer macht te geven en te beschermen, stelt de Commissie daarnaast sommige procedurele waarborgen voor die in acht moeten worden genomen voordat de consument kan worden afgesloten. Ook richt de Commissie een waarnemingspost voor energiearmoede op die de informatie over het probleem en de mogelijke oplossingen moet verbeteren en de lidstaten in hun inspanningen moet helpen.

5.Faciliterende maatregelen

De EU doet weliswaar al veel om de overgang naar schone energie en de verwezenlijking van de drie grote prioriteiten – Energie-efficiëntie eerst, EU wereldleider inzake hernieuwbare energie, Consumenten op een faire manier laten meeprofiteren – te ondersteunen , maar er is meer nodig.

Dit betekent deels het regelgevend EU-kader voor na 2020 vaststellen, vandaar de voorstellen betreffende de marktopzet, energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en governance ter aanvulling van de initiatieven die de Commissie eerder presenteerde inzake klimaatactie en emissiearme mobiliteit 38 .

De EU moet de overgang naar schone energie ook faciliteren met andere instrumenten die haar ter beschikking staan. Zij kan daarbij gebruikmaken van zeer uiteenlopende beleidsinstrumenten zoals een effectieve handhaving van de EU-regelgeving, aanwending van EU-financiering op een doelmatige en coherente manier en aanmoediging van partnerschappen met belanghebbende partijen.

De overgang naar schone energie kan alleen tot stand worden gebracht met de medewerking van alle betrokken partijen uit het maatschappelijk middenveld en het regionale en lokale niveau. De steden, regio’s, het bedrijfsleven, de sociale partners en andere belanghebbenden moeten actief worden betrokken bij het debat over de transitie, in het bijzonder bij de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, zodat deze voldoende tegemoetkomen aan de behoeften van de verschillende geledingen.

Welke actie nodig is, zal mettertijd variëren. Ter gelegenheid van de stand van de energie-unie die zij jaarlijks opmaakt, zal de Commissie verslag uitbrengen over de tenuitvoerlegging van de samen met dit pakket voorgestelde acties ter bevordering van de omschakeling naar schone energie en nieuwe acties aankondigen waar zulks nodig is.

Om de concurrentiekracht van Europa te versterken en de toepassing van schone technologieën te stimuleren, presenteert de Commissie als onderdeel van dit pakket een initiatief om innovatie inzake schone energie te versnellen 39 . Het bestaat uit een reeks specifieke maatregelen om het regelgevend, economisch en investeringsklimaat voor innovatie in schone technologieën en systemen te verbeteren. Voortbouwend op het Europese SET-plan (Strategic Energy Technology) en de lopende werkzaamheden van de STRIA (Strategic Transport Research and Innovation Agenda) stelt het tevens een beperkt aantal prioriteiten op het vlak van onderzoek, innovatie en concurrentiepositie die de strategische doelstellingen van het pakket moeten ondersteunen. Deze sterkere prioritering zal een herschikking meebrengen van een aanzienlijk deel van de middelen van Horizon 2020 (ten minste 2 miljard euro) en richtinggevend zijn voor overheidssteun en private investeringen in de hele EU. Voorts zal de Commissie een nieuwe financieringsaanpak uitproberen voor de ondersteuning van innovaties met een hoog risicoprofiel maar een mogelijke grote impact op het gebied van schone energie en de schaalvergroting van activiteiten van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, in het bijzonder van de relevante kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), om ondernemerschap en marktintroductie van innovatieve, koolstofarme en energie-efficiënte oplossingen te bevorderen.

Om voor groei en banen te zorgen, moet het Europese bedrijfsleven het voortouw nemen bij de overgang naar schone energie. De Commissie zal ondersteuning geven aan initiatieven van het bedrijfsleven om van de EU wereldleider inzake schone energie en koolstofarme technologische oplossingen te maken. Dergelijke initiatieven moeten erop gericht zijn de industriële verankeringen in de gehele waardeketen te versterken en daarbij niet-economische actoren zoals de sociale partners en consumentenorganisaties te betrekken. De Commissie zal ook met belanghebbenden overleggen over de behoefte aan een industrieel platform “schone energie” waarin alle takken (energie-vervoer-maakindustrie-digitale sector enz.) worden bijeengebracht en collectief kunnen bespreken hoe het bedrijfsleven in de EU de voordelen van de omschakeling naar schone energie optimaal kan benutten, hoe onze wereldwijde concurrentiepositie kan worden bevorderd en hoe er internationaal kan worden samengewerkt.

De lidstaten moeten in hun nationale energie- en klimaatplannen ook plaats inruimen voor de impact van de transitie op het vlak van de samenleving, de vaardigheden en de industrie, en de manier waarop daarmee wordt omgegaan. De Commissie zal bestuderen hoe de omschakeling in steenkool- en koolstofintensieve gebieden beter kan worden ondersteund. Zij zal daartoe met de actoren in de betrokken regio’s als partners samenwerken, advies verstrekken, in het bijzonder over de beschikbaarheid van financiering en programma’s en hoe ervan gebruik te maken, en de uitwisseling van goede praktijken, onder andere overleg over industriële stappenplannen en omscholingsbehoeften, stimuleren via specifieke platforms.

Meer in het algemeen zal de Commissie zorgen voor platforms voor sectoren en werknemers om de vaardigheden aan de behoeften van de omschakeling naar schone energie aan te passen. Op grond van de ervaring met de eerste proefprojecten in het kader van de Europese vaardighedenagenda 40 in de automobielsector en de sector van de maritieme technologie zal de Commissie in 2017 nieuwe plannen ontvouwen voor sectorale samenwerking inzake vaardigheden op het gebied van hernieuwbare energie en voor de bouwsector, met het accent op koolstofarme technologieën.

Als onderdeel van het pakket wil de EU ook sneller werk maken van de afschaffing van inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen, in lijn met de internationale verbintenissen in het kader van de G7 en de G20 en de Overeenkomst van Parijs. De resterende maar nog steeds aanzienlijke overheidssteun voor aardolie, steenkool en andere koolstofintensieve brandstoffen blijven de energiemarkt verstoren, werkt economische inefficiëntie in de hand en belemmert investeringen in de omschakeling naar schone energie en innovatie. De hervorming van de marktopzet schaft de prioritaire dispatching voor steenkool, gas en turf af en zal de behoefte aan capaciteitsmechanismen, die vaak op steenkool steunden, verminderen. De Commissie zal tevens voorzien in een regelmatige monitoring van de subsidiëring van fossiele brandstoffen in de EU en verwacht dat de lidstaten hun energie- en klimaatplannen gebruiken om de uitfasering van subsidies voor fossiele brandstoffen te monitoren. De Commissie zal een REFIT-evaluatie maken van het EU-kader voor belastingheffing op energie met het oog op mogelijke volgende stappen, ook vanuit het oogpunt van de inspanningen om de subsidiëring van fossiele brandstoffen af te schaffen.

Het EU-beleid inzake externe en ontwikkelingssamenwerking omvat belangrijke hefbomen om de transitie naar schone energie wereldwijd te ondersteunen en onze partners in nabuurschapslanden en in de ontwikkelingslanden daarbij te helpen 41 .

De EU gaat de samenwerking met de landen van de Westelijke Balkan, Turkije en de zuidelijke en oostelijke buurlanden op het vlak van energie-efficiëntie opvoeren. De eerste vier proefprojecten met grootschaligere investeringen in energie-efficiëntie in de bouwsector zijn van start gegaan en worden in 2017 mogelijk uitgebreid tot andere partnerlanden. De EU zal ook meer middelen uittrekken voor energie-efficiëntie van gebouwen via de respectieve financieringsinstrumenten voor nabuurschapsbeleid en pretoetredingssteun.

Afrika is een bevoorrechte partner van de EU en het energiepartnerschap tussen Afrika en de EU verschaft het kader voor samenwerking op energiegebied. Daarnaast steunt de EU het Afrikaanse initiatief voor hernieuwbare energie.

Het Europese bedrijfsleven kan deze kansen benutten om zijn leiderschap op het vlak van export en investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie aan te bieden op de wereldwijde markten. De EU is de sluiting van een overeenkomst inzake milieugoederen binnen de Wereldhandelsorganisatie genegen en streeft in haar bilaterale handelsovereenkomsten naar liberalisering van de handel in milieugoederen en -diensten en facilitering van handel en investeringen in de opwekking van hernieuwbare energie.

In bijlage II, “Maatregelen om de overgang naar schone energie te bevorderen”, worden enkele gebieden belicht waar op korte termijn krachtigere actie kan worden ondernomen, de focus kan worden verlegd of de synergie-effecten kunnen worden versterkt om werkgelegenheid, groei en investeringen in Europa te ondersteunen. Dit moet tevens de lidstaten ook helpen om hun energie- en klimaatverbintenissen tegen 2020 na te komen en ambitieus en kosteneffectief te zijn waar het gaat om hun doelstellingen voor 2030, en terzelfder tijd andere publieke en private actoren ertoe aanmoedigen zich actiever voor de omschakeling naar schone energie in te zetten.

6.Conclusies

Alle wetgevingsvoorstellen die de Commissie in 2015 en 2016 met betrekking tot de energie-unie heeft ingediend, moeten prioritair door het Parlement en de Raad worden behandeld. Dit is ook benadrukt door de Europese Raad in maart 2016 en wordt door het Europees Parlement gesteund. De gemaakte vorderingen zullen worden geëvalueerd tijdens de Europese Raad in het voorjaar van 2017.

Het Europees Parlement en de Raad moeten waken over de algemene samenhang van dit pakket en de eerdere voorstellen van de Commissie inzake bijvoorbeeld het handelssysteem voor emissierechten, de verdeling van de inspanningen, het landgebruik en emissie-arme mobiliteit.

(1)

Effectbeoordeling herziening van de energie-efficiëntierichtlijn, SWD(2016) 405.

(2)

Onderliggende resultaten van de Effectbeoordeling herziening van de energie-efficiëntierichtlijn, SWD(2016) 405.

(3)

Effectbeoordeling herschikking van de richtlijn hernieuwbare energie, SWD(2016) 418.

(4)

COM(2016) 769.

(5)

EU energy in figures, Statistical Pocketbook 2016.

(6)

Eurostat – nationale rekeningen.

(7)

  EurObserv'ER, The State of Renewable Energies in Europe, 15th edition, 2015 (2014 figures).

(8)

Study on Assessing the Employment and Social Impact of Energy Efficiency.

(9)

COM (2015) 80

(10)

COM (2016) 52

(11)

COM (2015) 337

(12)

COM (2016) 482

(13)

COM (2016) 479

(14)

COM (2016) 501

(15)

COM (2016) 710

(16)

Effectbeoordeling herziening van de energie-efficiëntierichtlijn, SWD(2016) 405 (investeringscijfers exclusief de vervoerssector).

(17)

JRC-SETIS (binnenkort).

(18)

Bron: Effectbeoordeling herziening van de energie-efficiëntierichtlijn, SWD(2016) 405 (gedetailleerde resultaten afkomstig van de macro-economische analyse).

(19)

Effectbeoordeling herziening van de energie-efficiëntierichtlijn, SWD(2016) 405.

(20)

COM(2016) 761.

(21)

Effectbeoordeling aanpassing van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen, SWD(2016) 414.

(22)

Effectbeoordeling herziening van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen, SWD(2016) 414.

(23)

COM(2016) 765.

(24)

COM(2016) 766.

(25)

COM(2016) 773; C(2016) 7764, 7765, 7767, 7769, 7770 en 7772.

(26)

  EurObserv'ER, 15th edition, 2015 .

(27)

Effectbeoordeling herschikking van de richtlijn hernieuwbare energie, SWD(2016) 418. Zie ook de volgende studie: http://gramwzielone.pl/uploads/files/Solar_Photovoltaics_Jobs___Value_Added_in_Europe.pdf .

(28)

EurObserv'ER, 15th edition, 2015.

(29)

EurObserv'ER, 15th edition, 2015.

(30)

EurObserv'ER, 15th edition, 2015.

(31)

Dit zal worden geregeld in de nieuwe verordening over de governance van de energie-unie (COM(2016) 759).

(32)

International Energy Agency, World Energy Investment Outlook Special Report 2014.

(33)

COM(2016) 767.

(34)

De maatregelen voor de marktopzet omvatten een herschikking van de elektriciteitsrichtlijn (COM(2016) 864), een herschikking van de elektriciteitsverordening (COM(2016) 861), een herschikking van de ACER-verordening (COM(2016) 863) en een nieuwe verordening betreffende de paraatheid voor risico's in de elektriciteitssector (COM(2016) 862).

(35)

COM(2016) 51.

(36)

COM(2016) 769.

(37)

Zie werkdocument over energie-armoede (voetnoot 4).

(38)

Zie de mededeling “Een snellere overgang van Europa naar een koolstofarme economie” (COM(2016) 500) en de mededeling “Een Europese strategie voor emissiearme mobiliteit” (COM(2016) 501).

(39)

COM(2016) 763.

(40)

Zie Mededeling "Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa: samenwerken ter versterking van het menselijk kapitaal, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen” (COM(2016) 381).

(41)

Zie Mededeling “Proposal for a new European Consensus on Development – Our World, our Dignity, our Future”, COM(2016) 740, en het Europees plan voor externe investeringen.

Top

Brussel, 30.11.2016

COM(2016) 860 final

BIJLAGE

De overschakeling van gebouwen naar schone energie versnellen

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

Schone energie voor alle Europeanen


In het initiatief dat vandaag door de Commissie wordt gelanceerd, nemen gebouwen een prominente plaats in bij de transitie van Europa naar schone energie.

Het doel van de focus op de plek waar we wonen en werken is een alomvattende, geïntegreerde benadering te ontwikkelen die energie-efficiëntie voorop stelt, bijdraagt aan het wereldwijde leiderschap van de EU op het vlak van hernieuwbare energie en de consumenten laat meeprofiteren, op zodanige wijze dat de lidstaten worden geholpen om hun energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020 en 2030 te bereiken.

De voordelen van een dergelijke geïntegreerde benadering zijn evident:

-stimulering van investeringen op nationaal, regionaal en lokaal niveau, bevordering van groei en werkgelegenheid, innovatie en vaardigheden;

-energiebesparingen en lagere exploitatiekosten, een gezondere leef- en werkomgeving voor de burgers;

-bestrijding van energie-armoede, met bijzondere nadruk op het aanpakken van energie-inefficiënte sociale woningen en openbare gebouwen;;

-een geleidelijke decentralisatie van het Europese energiesysteem door duurzame energie in gebouwen toe te passen;

-aansluiting van gebouwen op een geconnecteerd, digitaal gestuurd productie-, opslag- en transportsysteem dat zal bijdragen aan de Europese strategie voor een emissie-arme mobiliteit;

-zeggenschap geven aan huishoudens, bedrijven en energiegemeenschappen, en

-bijdragen aan de circulaire economie.

De bouwsector alleen al is goed voor 18 miljoen directe arbeidsplaatsen in Europa en 9 % van het bbp 1 . 

De Europese bouwsector is bij machte om op een aantal economische en maatschappelijke uitdagingen zoals werkgelegenheid en groei, grotere urbanisatie, maatschappelijke netwerkvorming en digitale communicatie, demografische veranderingen en geglobaliseerde waardeketens, ecologische druk en, last but not least, uitdagen op het vlak van energie en klimaatverandering een antwoord te bieden. Gebouwen kunnen een van de drijvende krachten zijn achter de modernisering van de sector en zijn personeelsbestand.

De EU is reeds wereldleider inzake innovatieve systemen voor gebouwen. Door energie-efficiënte oplossingen, hernieuwbare energie, opslag en aansluiting op digitale en vervoersystemen via gebouwen te integreren, kan dit leiderschap verder worden uitgebouwd en het bevorderlijke regelgevingskader optimaal worden benut.

Gebouwen zijn momenteel verantwoordelijk voor 40 % van het totale energieverbruik in Europa. Ongeveer 75 % van het gebouwenbestand is niet energie-efficiënt. In het tempo van vandaag (renovatie van ongeveer 1 % van de gebouwen per jaar) zou het een eeuw duren om het gebouwenbestand te upgraden naar moderne, koolstofarme niveaus 2 .

Om het duurzame-energiepotentieel van gebouwen te ontsluiten, moet een aantal maatschappelijke, financiële, technische en administratieve belemmeringen worden overwonnen. Zo worden gebouwen weliswaar regelmatig onderhouden of verbeterd, maar worden investeringen in duurzame energie vaak veronachtzaamd vanwege concurrentie met andere investeringen om de schaarse middelen, een gebrek aan betrouwbare informatie, een tekort aan vaklieden met de vereiste kwalificaties of twijfels over de mogelijke baten.

Daarenboven ondervinden heel wat projectontwikkelaars nog steeds moeilijkheden om de nodige initiële financiering voor hun projecten rond te krijgen en biedt de markt onvoldoende aantrekkelijke en aangepaste financieringsproducten. Dit falen van de markt is hoofdzakelijk terug te voeren op een gebrek aan inzicht bij financiers en investeerders in de risico’s en de talrijke voordelen van investeringen in duurzame energie, voornamelijk energie-efficiëntie. Bovendien leiden de kleinschaligheid van sommige investeringen en het gebrek aan pasklare oplossingen tot hogere implementatiekosten en wordt de vraag naar financiering gedrukt door het gebrek aan capaciteit en knowhow om bankwaardige projecten te structureren.

Het is de taak van een duurzaam energiebeleid om consumenten te helpen deze investeringen gemakkelijker te realiseren en gunstiger investeringsvoorwaarden te creëren. Burgers die hun woning renoveren, moeten kunnen kiezen voor efficiëntere oplossingen op basis van begrijpelijke, duidelijke en tijdige informatie over verbruik en kosten. De overheid moet bij de renovatie van openbare gebouwen zoals ziekenhuizen, scholen, sociale woningen of kantoren, toegang hebben tot gunstige financieringsmogelijkheden en vernieuwende diensten zoals bijvoorbeeld energieprestatiecontracten.

Er is behalve aan een goed regelgevingskader, waarvan via de voorgestelde herziening van de richtlijn energie-efficiëntie en de richtlijn energieprestatie van gebouwen in Europa werk wordt gemaakt, behoefte aan aanvullende acties om onmiddellijk snelle aanpassingen in de reële economie en het aanpakken van de financieringskwestie te ondersteunen.

1.    Intelligente financiering voor intelligente gebouwen

Op het gebied van renovatie van gebouwen om ze duurzaam energie-efficiënt te maken, kunnen het bundelen van projecten en overheidsgaranties een hemelsbreed verschil maken. Het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) 2.0 3 , dat deel uitmaakt van het investeringsplan voor Europa, is de sleutel van grootschaligere private financiering voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in gebouwen.

Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie nemen nu al een prominente plaats in bij EFSI-projecten. Zo heeft de overgrote meerderheid van de energieprojecten waarvan de financiering tot hiertoe is goedgekeurd (goed voor 22 % van de totale investeringen ten belope van 154 miljard euro) daarop betrekking. Gezien het succes, heeft de Commissie voorgesteld de looptijd van het EFSI te verlengen tot eind 2020 en te eisen dat ten minste 40 % van de projecten van het EFSI-venster voor infrastructuur en innovatie bijdragen aan de overeenkomstig de COP21-doelstellingen ondernomen actie op klimaat-, energie- en milieugebied. Dit is een grote kans en levert een concrete bijdrage aan het vrijmaken van publieke en private middelen om de transitie naar een koolstofarme circulaire economie te ondersteunen. De steun uit het Europees Fonds voor strategische investeringen kan een aanvulling vormen op of gecombineerd worden met steun in de vorm van subsidies of financiering uit andere EU-fondsen, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen.

In de periode 2014-2020 zullen het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds 17 miljard euro investeren in de energie-efficiëntie van openbare en residentiële gebouwen en bedrijven, in het bijzonder kleine en middelgrote 4 . Dit is een verdrievoudiging ten opzichte van de vorige periode en onderstreept het belang dat de lidstaten en de regio’s hechten aan energie-efficiëntie. Via hefboomwerking kan hiermee een veel groter bedrag in de vorm van publieke en private medefinanciering worden gemobiliseerd, naar schatting tot circa 27 miljard euro in totaal 5 . Een van de doelstellingen van het investeringsplan voor Europa is het gebruik van financieringsinstrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen om aanvullende particuliere financiering te mobiliseren en levensvatbare markten te helpen creëren, ten minste te verdubbelen. De lidstaten en regio’s zijn voornemens bijna 6,4 miljard euro 6 via financieringsinstrumenten te investeren ten behoeve van de koolstofdoelstellingen, met name in energie-efficiëntie; dit is ruim het achtvoudige van de periode 2007-2013 7 .

Voortbouwend op het investeringsplan voor Europa en de Europese structuur- en investeringsfondsen zal de Commissie een initiatief lanceren om investeringen door publieke entiteiten, energiedienstverstrekkers (ESCO’s), kmo’s en midcaps, en huishoudens in energie-efficiëntie en intelligente gebouwen nog meer te stimuleren. Met dit nieuwe, in nauwe samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB) en de lidstaten uit te voeren initiatief kan tot 2020 nog eens 10 miljard EUR aan publieke en private middelen 8 voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie worden losgemaakt. Dit moet gebeuren via financiële intermediairs en nationale investeringsplatformen die projecten samenvoegen, het investeringsrisico overnemen en een optimaal gebruik van de publieke middelen waarborgen, in het bijzonder van de Europese structuur- en investeringsfondsen in combinatie met financiering via het Europees Fonds voor strategische investeringen. Dergelijke combinaties, die momenteel al mogelijk zijn, zullen verder worden vergemakkelijkt door de voorgestelde wijzigingen van het Financieel Reglement en de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen 9 . De lidstaten, met name die met een hogere energie-intensiteit en een afhankelijkheid van externe energiebronnen, worden aangemoedigd deel te nemen en bij te dragen aan dit initiatief. De risicodeling tussen EU- en nationale publieke en private fondsen zal de financieringsopties voor de eindbegunstigden aantrekkelijker maken. Bovendien zullen er verschillende procedurele en administratieve voordelen verbonden zijn aan het gebruik van een Europese oplossing, bijvoorbeeld op het gebied van staatssteun, aanbestedingen, cofinancieringsverplichtingen, verslaglegging en evaluatie achteraf. Van belang is ook dat de Commissie bij de toetsing van de overheidsfinanciën aan het stabiliteits- en groeipact een positief oordeel zal vellen over de inbreng van de lidstaten in eenmalige bijdragen in thematische of meerlandeninvesteringsplatformen in het kader van het EFSI 10 .

Een aanzienlijk deel van deze middelen zal naar steden en regio’s gaan: lokale en regionale actoren spelen een cruciale rol bij het ondersteunen van schone gebouwen via de besluitvorming inzake bouwvoorschriften en stadsplanning. Via initiatieven als het Burgemeestersconvenant voor klimaat en energie 11 worden steden en regio’s aangemoedigd acties te ondernemen om de broeikasgasemissies te verminderen, de schokbestendigheid te vergroten en toegang tot schone en betaalbare energie voor iedereen te garanderen.

Pijler I: Effectiever gebruik van overheidsmiddelen

Het is de bedoeling de beschikbare overheidsmiddelen maximaal te benutten door middel van financieringsinstrumenten die geconstateerde tekortkomingen van de markt verhelpen en door subsidies doelgerichter op kwetsbare consumenten te concentreren. De Commissie zal daartoe het volgende doen:

a.Financieringsmodellen voor duurzame energie ontwikkelen, gebaseerd op nationale investeringsplatformen (eventueel met een regionale dimensie) om aanvullende particuliere financiering voor het renoveren van gebouwen aan te trekken en opgezet zoals bepaald in de EFSI-verordening en met inachtneming van de regels van de EU voor staatssteun.

Meer dan in andere ontwikkelde economieën spelen banken een centrale rol in de financiering van investeringen van consumenten en ondernemingen. Zij zijn weliswaar steeds actiever in de nieuwe energiemarkten, voornamelijk die van de grootschalige hernieuwbare energie, maar zien energie-efficiëntie zelden als een afzonderlijk marktsegment. Het resultaat daarvan is dat er een gebrek is aan adequate en betaalbare commerciële financieringsproducten voor investeringen in energie-efficiëntie of hernieuwbare energie in gebouwen 12 . Om dit manco te verhelpen, heeft de Commissie een financieringsregeling uitgewerkt, de PF4EE-faciliteit (Private Finance for Energy Efficiency), die wordt bekostigd uit het LIFE-programma en beheerd door de EIB. Dat er een potentieel is om investeringen in energie-efficiëntie te stimuleren door middel van risicodeling, technische bijstand en kredietlijnen van de EIB aan deelnemende financiële instellingen, wordt aangetoond door het succes van deze proefregeling, die een aanzienlijk grotere hefboom heeft gecreëerd dan was voorzien. De met de PF4EE-faciliteit opgedane ervaring zal een extra impuls geven aan het combineren van het Europees Fonds voor strategische investeringen met andere bronnen van overheidsfinanciering zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen, waar zulks passend is via investeringsplatformen 13 .

Op grond van deze ervaring zal de Commissie de ontwikkeling van flexibele financieringsplatformen voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op nationaal of regionaal niveau ondersteunen. Deze platformen kunnen een volledige dienstverlening aanbieden waarbij lokale banken, financiële intermediairs, energiedienstverleningsbedrijven of andere entiteiten die investeringen groeperen in staat worden gesteld gunstige financieringsproducten te leveren aan een brede waaier van eindbegunstigden op het gebied waar het platform actief is 14 . Met name kunnen drie elkaar versterkende elementen worden geleverd aan de entiteiten die bereid zijn om portefeuilles van investeringen in duurzame energieoplossingen te financieren:

-grootschaligere EIB-schuldfinanciering via het Europees Fonds voor strategische investeringen ter vergroting van hun financieringscapaciteit (waarmee wordt bijgedragen tot een grotere focus op energieduurzame gebouwen in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen 2.0);

-een risicodelingsmechanisme om het risico op investeringsportefeuilles in energieduurzame gebouwen te verminderen en eindbegunstigden gunstigere leningvoorwaarden te verschaffen. Dit kan worden gecombineerd met middelen die lokaal beschikbaar zijn, inclusief van de Europese structuur- en investeringsfondsen;

-technische expertise en bijstand voor het uitrollen van leningenprogramma’s ontwikkeld in samenwerking met de Europese investeringsadvieshub, onder andere via faciliteiten zoals ELENA, JASPERS, fi-compass 15 , en andere nationale of regionale financieringsbronnen.

De Commissie zal met het oog op ondersteuning van de ontwikkeling van dit model en andere verwante instrumenten ten gunste van duurzame energie, nagaan of er mogelijkheden zijn om bestaande EU-middelen, bijvoorbeeld die voor technische bijstand, te herschikken.

b.Energieprestatiecontracten: Energieprestatiecontracten moeten als middel om openbare gebouwen energie-efficiënter te maken, een grotere rol toebedeeld krijgen. Zij zorgen voor een integrale benadering van renovatieprojecten, die de financiering, de uitvoering van de werkzaamheden en het energiebeheer omvat. In sommige gevallen maken zij het tevens mogelijk in efficiëntie te investeren zonder dat de overheidsschuld stijgt, wat van vitaal belang is voor de centrale overheid en plaatselijke en regionale besturen die zuinig met begrotingsmiddelen moeten omspringen, met name op het vlak van sociale huisvesting, ziekenhuizen en scholen. De regels voor overheidsinvesteringen en voor de statistische behandeling van renovatie van activa moeten evenwel transparant en duidelijk zijn om het investeren in de energie-efficiëntie van openbare activa te vergemakkelijken. Eurostat zal bekijken welke behandeling moet worden gereserveerd voor de impact van investeringen in verband met energie-efficiëntie op de overheidsschuld en het -tekort. De Commissie onderzoekt in nauwe samenwerking met de lidstaten de impact van de overheidsboekhoudregels op de markt voor energieprestatiecontracten en zal haar richtsnoeren inzake de statistische behandeling van dergelijke partnerschappen vóór het eind van het voorjaar 2017 bijwerken.  

c.Assistentie aan fondsbeheerders voor het structureren en inzetten van financieringsinstrumenten: naast de steun in het kader van de Europese investeringsadvieshub, fi-compass of het netwerk voor energie- en beheersautoriteiten (EMA), zal de Commissie een reeks events organiseren om regionale capaciteit op te bouwen waarbij de belangrijkste besluitvormers en belanghebbenden worden betrokken. In november van dit jaar vond in Riga de eerste workshop plaats, gericht op de Oostzeeregio.

d.Ook heeft de Commissie een gebruiksklaar (“off-the-shelf”) model ontwikkeld om het aandeel van financieringsinstrumenten uit de Europese structuur- en investeringsfondsen te vergroten. De lidstaten zijn actief in het opzetten van financieringsinstrumenten voor energie-efficiëntie, met name om het doel dat 20% van de ESIF via financieringsinstrumenten zou moeten worden gekanaliseerd naar investeringen in een koolstofarme economie, te verwezenlijken. Sommige lidstaten lopen wat dit betreft wat achterop en een grootschaliger gebruik van kant-en-klare oplossingen kan deze achterstand helpen wegwerken.

Parallel daarmee voorziet het wetgevingsvoorstel voor de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen in maatregelen waarbij de financiële prikkels uit overheidsmiddelen worden gekoppeld aan de gerealiseerde energiebesparing.

Pijler II: Groepering van projecten en bijstand voor projectontwikkeling

Het welslagen van dit initiatief is afhankelijk van de aanwezigheid van een “pipeline” van bankwaardige projecten die de investeringsplatformen en financieringsinstrumenten voedt. Heel wat projectontwikkelaars (overheidsinstanties, particuliere ontwikkelaars of bedrijven) missen echter de nodige vaardigheden en capaciteit om ambitieuze bouwprojecten in verband met schone energie op te zetten, uit te voeren en te financieren. De Commissie zal daarom:

a.bestaande faciliteiten ter ondersteuning van projectontwikkeling 16  op EU-niveau, zoals ELENA, versterken in samenwerking met de Europese investeringsadvieshub. Het is de bedoeling het aantal investeringsmogelijkheden uit te breiden, de ontwikkeling van financieringsinstrumenten te ondersteunen, de afstand tot projectontwikkelaars, met name in Oost- en Centraal-Europa, te verkleinen, steden en lokale actoren nauwer hierbij te betrekken en de groepering en marktabsorptie van beloftevolle oplossingen die innovatieve technologieën, financieringsvormen en organisatiestrategieën in zich verenigen, te stimuleren. De Commissie zal het budget van de EU-bijstand voor projectontwikkeling optrekken van 23 miljoen euro in 2015 tot 38 miljoen euro per jaar met ingang van 2017. De verwachting is dat met dit budget voor 2016-2017 tot 3 miljard euro 17 aan investeringen in energieduurzame gebouwen zal kunnen worden gemobiliseerd;

b.de lidstaten stimuleren om gespecialiseerde lokale of regionale loketten voor projectontwikkelaars op te richten die het gehele traject voor gegadigden bestrijken, gaande van informatieverstrekking, technische bijstand, structurering en verstrekking van financiële steun, tot het monitoren van besparingen. Dankzij deze faciliteiten zouden er meer lokaal ontwikkelde projectpijplijnen moeten komen en hechte, betrouwbare partnerschappen met lokale actoren (zoals kmo’s, financiële instellingen en energieagentschappen) om het aanbod van financiering en de vraag met elkaar in verbinding te brengen. De ontwikkeling en replicatie van deze unieke loketten zal op EU-niveau worden ondersteund door uitwisseling van goede praktijken via Manag’Energy 18 , financiering via Horizon 2020 19 , de EU-faciliteiten voor projectontwikkelingsbijstand of financiering uit de Europese structuur- en investeringsfondsen indien toepasselijk.

Parallel daarmee zal het voorstel om de energiebesparingsverplichtingen voor de lidstaten van artikel 7 van de energie-efficiëntierichtlijn te verlengen, eveneens een prikkel geven om kleinschalige projecten te groeperen.

Pijler III: Risicovermindering

Volgens financiële instellingen 20 is het noodzakelijk dat investeerders en financiers beter begrijpen wat de reële risico’s en baten zijn van op markt- en prestatiegegevens gebaseerde investeringen in energieduurzame gebouwen. Fundamentele factoren zoals de geringere kans op wanbetaling bij leningen voor energiebesparing of de meerwaarde van activa als gevolg van een hoger energierendement moeten meer worden erkend door banken en tot uiting komen in de prijsstelling voor hun financieringsproducten. De ontwikkeling van specifieke financieringsproducten voor energieduurzame gebouwen is tevens van belang om de totstandkoming van een secundaire (herfinancierings-)markt te ondersteunen en de participatie van privékapitaal te vergroten. Om deze transformatie van de markt te ondersteunen:

a.lanceert de Commissie een platform om het risico van investeringen in energie-efficiëntie te verkleinen dat de technische en financiële prestaties publiceert van ruim 5000 Europese industriële en bouwprojecten voor energie-efficiëntie. Projectontwikkelaars, financiers en investeerders worden uitgenodigd om deze open databank aan te vullen en te profiteren van de benchmarkingfunctie en te leren van collega’s.

b.zal zij nauw samenwerken met publiek- en privaatrechtelijke financiële instellingen, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en sectordeskundigen aan een gezamenlijk kader voor het intekenen op investeringen in energieduurzame gebouwen. Dit samen met de Energy Efficiency Financial Institutions Group11 voor 2017 geplande initiatief zal financiële instellingen helpen om de belangrijkste baten in hun bedrijfspraktijk mee te nemen, de transactiekosten te verlagen en het investeerdersvertrouwen te vergroten. Het zal teven bijdragen tot het ontsluiten van de groene hypotheekmarkt.

Parallel daarmee zijn in het wetgevingsvoorstel voor de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen maatregelen opgenomen om privé-investeerders toegang te geven tot meer en betere informatie; dit omvat onder andere betrouwbaardere energieprestatiecertificaten voor gebouwen, het verzamelen van de feitelijke energieverbruiksgegevens van openbare gebouwen en de verdere ontwikkeling van langetermijnactieplannen voor renovatie ter ondersteuning van investeringsbesluiten.

Daarnaast roept de Commissie ook een EU-waarnemingspost Gebouwen op om alle relevante informatie met betrekking tot de energierenovatie van gebouwen in de EU te centraliseren. Dit moet het ontwerpen, uitvoeren, monitoren en evalueren van beleidsmaatregelen en de ermee samenhangende financieringsinstrumenten ondersteunen.

2.    De bouwsector

De Commissie zal betrokken actoren in de bouwsector uitnodigen om te bespreken welke uitdagingen en kansen investeringen in energieduurzame gebouwen bieden voor de sector en op welke manier deze verder kunnen worden bevorderd. Dit vormt een aanvulling op de werkzaamheden van het driepartijenforum op hoog niveau voor duurzaam bouwen in het kader van de Bouwstrategie 2020.

Met de Europese vaardighedenagenda 21 heeft de Commissie actie ondernomen om knelpunten op het gebied van vaardigheden te helpen aanpakken. Op basis van de met de proefprojecten dit jaar opgedane ervaring zal de Commissie in 2017 een nieuwe reeks zogenaamde “blueprints” voor samenwerking op het gebied van vaardigheden binnen sectoren uitrollen; één daarvan betreft de bouwsector en focust op energie-efficiëntie en digitale vaardigheden. In dit verband zullen synergie-effecten worden gecreëerd met het EU-initiatief "Build Up Skills", dat gericht is op bij- en nascholing van werknemers in de bouwsector op het vlak van energie-efficiëntie en technologische oplossingen voor hernieuwbare energie, de installatie ervan en het beheer 22 .

Nieuwbouw of opknappen van bestaande gebouwen om ze energie-efficiënter te maken, biedt een gelegenheid om bouw- en sloopmethoden opnieuw te bekijken en middelenefficiëntie in een breder perspectief te bezien. Als onderdeel van het pakket voor de circulaire economie zal de Commissie volgend jaar een EU-kader voorstellen om de algehele milieuprestaties van gebouwen te beoordelen. Een dergelijk kader moet worden gebruikt ter bevordering van de circulaire economie in de gebouwde omgeving, onder andere als referentie voor grootschalige toepassingsprojecten, de Europese structuur- en investeringsfondsen en nationale beleidsvorming en wetgeving. Voorts verkent de Europese Commissie mogelijkheden om steun te verlenen aan initiatieven ter bevordering van investeringen in nieuwe en/of innoverende recyclinginfrastructuur voor bouw- en sloopafval in regio’s met een achterstand ten opzichte van de 70%-doelstelling van de kaderrichtlijn afvalstoffen inzake hergebruik, terugwinning en recycling tegen 2020. Dergelijke investeringen zouden kunnen worden gesteund via het Europees Fonds voor strategische investeringen. De oprichting van een specifiek platform voor projecten op het vlak van de circulaire economie is bezig. Daarnaast heeft de Commissie een protocol opgesteld voor het beheer van bouw- en sloopafval dat betrokken actoren behulpzaam moet zijn bij het behandelen van afval op een ecologisch verantwoorde manier en het recyclingpotentieel ervan moet vergroten. Met het oog op de toekomst werkt de Commissie werkt ook aan beginselen en voorschriften voor een duurzaam ontwerp van gebouwen die minder bouw- en sloopafval moeten opleveren en materiaalrecycling moeten vergemakkelijken. Al deze initiatieven zullen uiteindelijk helpen het energieverbruik en de kosten die verband houden met bouwmaterialen te drukken.

Het groei- en banenpotentieel van de bouwsector moet worden ontsloten door de werking van de markten te verbeteren. De resultaten van de geschiktheidcontrole met betrekking tot de bouw zullen worden gebruikt om de samenhang van de wetgeving op het gebied van de interne markt en van energie-efficiëntie te verbeteren. Zo moeten de eisen die voortvloeien uit verordeningen inzake ecologisch ontwerp waar zulks passend is worden verwerkt in de geharmoniseerde normen in het kader van de bouwproductenverordening die op dezelfde producten van toepassing zijn, zodat producenten één enkel kader hebben om hun producten te testen. Omdat de interne markt voor bouwproducten nog steeds gefragmenteerd is, is een proces van overleg met belanghebbenden aan de gang 23 dat eventueel binnen de termijn van deze Commissie zou kunnen leiden tot een herziening van de bouwproductenverordening.

De Europese Commissie zal innovatie blijven ondersteunen door de ontwikkeling van geavanceerde technologische producten en processen te stimuleren in het kader van het contractuele publiek-private partnerschap (cPPP) voor energie-efficiënte gebouwen (EeB). Dit PPP moet de technologieën opleveren die nodig zijn om de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de Europese bouwsector te vergroten 24 .

Dit initiatief zou kunnen worden ondersteund met een intelligente aanbestedingsaanpak die vernieuwende koolstofarme oplossingen bevordert door middel van standaardiseringsinitiatieven vanuit het bedrijfsleven, zoals SustSteel 25 . De uiteindelijke standaarden kunnen in de bouwsector worden toegepast om zijn duurzaamheidsdoelstellingen te verwezenlijken. Deze aanpak zou kunnen worden herhaald voor andere bouwproducten en zou de sector in staat moeten stellen zijn inspanningen te valoriseren en zijn producten doeltreffender te commercialiseren.

De nieuwe richtlijnen voor overheidsopdrachten (van kracht sinds voorjaar 2016) consolideren en optimaliseren alle bestaande instrumenten voor innovatie, namelijk functionele criteria, varianten, kwaliteitsoverwegingen in technische specificaties en gunningscriteria. De EU draagt ook bij aan innovatie in aanbestedingen via de Europese structuur- en investeringsfondsen en Horizon 2020. Dit heeft een aantal baanbrekende projecten opgeleverd. Een interessant voorbeeld is het grensoverschrijdende PAPIRUS-project (dat zich uitstrekt over Duitsland, Spanje, Italië en Noorwegen) dat erop gericht is om via overheidsopdrachten innoverende oplossingen voor duurzaam bouwen te bevorderen, implementeren en valideren, met de klemtoon op bijna-energieneutrale gebouwen. Voorts heeft de Commissie niet-bindende EU-criteria voor groene overheidsopdrachten voor ontwerp, bouw en beheer van kantoorgebouwen gepubliceerd die een reeks aanbevelingen bevatten voor het aanbesteden van groene, energiezuinige kantoorgebouwen 26 .

Digitale technologieën hebben het potentieel om bouwprocessen en de exploitatie van gebouwen efficiënter te maken, en zodoende bij te dragen aan het bereiken van onze energiebesparingsdoelstellingen. Daarom steunt de Commissie het vaststellen van gemeenschappelijke beginselen en regels voor overheidsaanbestedingen om de kenmerken van gebouwen, waaronder hun energieprestaties, te digitaliseren (Building Information Modelling). In combinatie met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk kader voor een digitaal bouwlogboek en specifieke acties ten behoeve van het kleine en middelgrote bedrijven vergemakkelijkt dit in aanzienlijke mate de uitwisseling van informatie en ondersteuning van de besluitvorming vóór, tijdens en na bouwprojecten, voorkomt dit een wildgroei van concurrerende nationale strategieën en werkt het kostenbesparend voor die bedrijven. Bovendien ziet de EU er overeenkomstig de Government Procurement Agreement van de WTO en bij bilaterale overeenkomsten op toe dat overheidsopdrachten transparant en via mededinging verlopen zonder discriminatie van goederen, diensten of leveranciers van de EU.

(1)

     Europese Commissie, The European construction sector – A global partner, 2016.

(2)

     Effectbeoordeling herziening van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen, SWD(2016) 414; zie ook het verslag van het JRC "Energy Renovation: The Trump Card for the New Start for Europe" op http://iet.jrc.ec.europa.eu/energyefficiency/publication/energy-renovation-trump-card-new-start-europe

(3)

     Mededeling “Europa investeert weer – Balans van het investeringsplan voor Europa en volgende stappen”, COM(2016) 359.

(4)

   Noot: daarnaast is er uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), die ook onder de ESIF vallen, 870 miljoen EUR en 113 miljoen EUR respectievelijk toegewezen.

(5)

   Raming op basis van de financiële tabellen van de operationele programma’s 2014-2020 voor de gehele thematische doelstelling “De overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken ondersteunen”.

(6)

     Inclusief nationale cofinanciering.

(7)

     Het eerste jaarlijkse voortgangsoverzicht van de financieringsinstrumenten in het kader van de ESIF 2014-2020 is gepland voor eind november 2016.

(8)

     De EIB heeft de voorbije vijf jaar 10,5 miljard EUR verstrekt aan de sector van de energie-efficiëntie.

(9)

     COM(2016) 605 van 14 september 2016.

(10)

     Zie de Verklaring van de Commissie over haar beoordeling van eenmalige bijdragen in het kader van het EFSI-initiatief met het oog op de tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact, PB L169 van 1.7.2015, blz. 38, alsook de Mededeling “Optimaal benutten van de flexibiliteit binnen de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact”, COM(2015) 12.

(11)

  http://www.covenantofmayors.eu/index_nl.html  

(12)

     In het bijzonder verwarming en koeling, zonnepanelen op daken en warmtepompen.

(13)

In het recente voorstel voor een “Omnibusverordening” (COM (2016) 605) stelt de Commissie vereenvoudigde regels voor om de ESI-fondsen en het EFSI te combineren, wat de ontwikkeling van andere pasklare modellen en stramienen mogelijk zou kunnen maken.

(14)

     Deze platformen zullen ook een grotere zichtbaarheid verschaffen aan gefinancierde projecten met het oog op het verkrijgen van de procedurele en administratieve voordelen die het EFSI biedt.

(15)

fi-compass is een platform voor adviesdiensten inzake financieringsinstrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF), opgericht om ondersteuning te bieden aan ESIF-beheersautoriteiten en andere belanghebbende partijen in de vorm van praktische knowhow en leermiddelen betreffende financieringsinstrumenten. https://www.fi-compass.eu/

(16)

   De ELENA-faciliteit en PDA vallen onder Horizon 2020.

(17)

   Gebaseerd op het hefboomeffect van de faciliteiten ELENA en PDA EASME in het verleden.

(18)

   Manag’Energy zal het middelpunt zijn voor de meer dan 400 lokale en regionale energieagentschappen in Europa om hun capaciteit inzake financiering van energie-efficiëntie uit te bouwen en om hen in staat te stellen structuren op te zetten voor overkoepelende, geïntegreerde lokale/regionale benaderingen.

(19)

   H2020, EE-23-2017, voor innovatieve financieringsregelingen, met name regelingen die steunen op projectaggregators of clearinghouses op regionaal of nationaal niveau.

(20)

    www.eefig.com

(21)

   Mededeling "Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa: samenwerken ter versterking van het menselijk kapitaal, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen” (COM(2016) 381).

(22)

Initiatief gefinancierd uit de programma’s Intelligente energie voor Europa en maatschappelijke Horizon 2020-uitdaging 3.

(23)

     Zoals aangekondigd in het verslag over de uitvoering van de bouwproductenverordening (referentie toevoegen).

(24)

     http://ec.europa.eu/research/industrial_technologies/energy-efficient-buildings_en.html.

(25)

   De staalindustrie werkt aan Europese normen voor duurzaam staal (SustSteel) op grond waarvan ondernemingen zouden kunnen certificeren dat hun staalproducten voor de bouwsector voldoen aan de vastgestelde eisen inzake de economische, ecologische en sociale aspecten van duurzaamheid.

(26)

SWD(2016) 180 final, EU GPP Criteria for Office Building Design, Construction and Management.

Top

Brussel, 30.11.2016

COM(2016) 860 final

BIJLAGE

Actie om de omschakeling naar schone energie te stimuleren

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

Schone energie voor alle Europeanen


Het merendeel van de in dit document vervatte acties zal op korte tot middellange termijn effect sorteren. Ter gelegenheid van de stand van de energie-unie die zij jaarlijks opmaakt, zal de Commissie verslag uitbrengen over de tenuitvoerlegging van die acties en nieuwe acties aankondigen waar zulks nodig is.

1. Een sociaal billijke transitie en nieuwe vaardigheden

Energie is een kritiek goed en een kritieke dienstverlening, die absoluut noodzakelijk zijn om volwaardig aan de moderne samenleving te kunnen deelnemen. Er bestaat reeds een aantal instrumenten die zullen moeten worden ingezet om ervoor te zorgen dat de transitie naar schone energie billijk verloopt en dat rekening wordt gehouden met de veranderingen die dit meebrengt voor de sectoren, regio’s of kwetsbare groepen van de samenleving voor wie deze overgang nadelige gevolgen heeft.

Een centrale rol is hierbij weggelegd voor de Europese structuur- en investeringsfondsen, waaronder het Europees Sociaal Fonds, die de aanpassing in de getroffen sectoren en regio’s en de overschakeling op nieuwe bedrijfsmodellen en functieprofielen ondersteunt. In de periode 2014-2020 zal minstens 1,1 miljard EUR uit het Europees Sociaal Fonds worden bestemd om de onderwijs- en opleidingsstelsels aan te passen met het oog op de vereiste vaardigheden en kwalificaties en om nieuwe banen te creëren in energie- en milieugerelateerde sectoren. Het Europees Sociaal Fonds wordt door sommige lidstaten ook gebruikt om energiearmoede te bestrijden, ter aanvulling van de 5,2 miljard euro toegewezen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds voor investeringen in energie-efficiëntie van woningen. Sommige lidstaten hebben ervoor gekozen deze toewijzingen te concentreren op sociale woningen en behoeftige huishoudens en op die manier bij te dragen aan oplossingen op lange termijn voor energiearmoede voor bijna 1 miljoen huishoudens. Gebouwen energie-efficiënter maken is één van de belangrijkste middelen om energie betaalbaarder te maken en energiearmoede te bestrijden. Naast de voorgestelde wetgevende maatregelen 1 zal de Commissie een waarnemingspost voor energiearmoede oprichten die betrouwbare statistieken moet opstellen over het aantal huishoudens dat in energiearmoede leeft en moet bijdragen tot de verspreiding van goede praktijken.

In het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid worden doelgerichte acties gefinancierd op het gebied van kennisoverdracht, verwerving van vakkundigheid en bevordering van innovatieve oplossingen op het vlak van energie-efficiëntie en opwekking. Zo zullen naar verwachting 99 000 begunstigden (hoofdzakelijk landbouwers en bosbezitters) een opleiding in verband met energievraagstukken krijgen in de periode 2014-2020.

In het bijzonder om de solidariteit te bevorderen bij de transitie naar schone energie heeft de Commissie naar aanleiding van de herziening van het EU-handelssysteem voor emissierechten 2 voorgesteld middelen uit te trekken om te voorzien in de bijzonder hoge extra investeringsbehoeften in lidstaten met een lager gemiddeld inkomen. Het nieuwe moderniseringsfonds moet investeren in de modernisering van de energiesystemen en verhoging van de energie-efficiëntie gemakkelijker maken. Bovendien is ook voorgesteld dat 10 % van de rechten die de lidstaten zullen veilen, verdeeld zou blijven worden ten gunste van sommige lidstaten met een lager gemiddeld inkomen. Tot slot stelt de Commissie voor dat de lidstaten de inkomsten uit de emissiehandel ook gebruiken om de verwerving van vaardigheden en de herplaatsing van door de transitie naar een koolstofarmere economie getroffen werknemers te steunen, in nauwe samenspraak met de sociale partners.

Dit moet worden vervolledigd met een specifiek initiatief voor extra en op maat gesneden steun voor de omschakeling in de kolen- en koolstofintensieve industriële regio’s. Bedoeling is het planningproces van die regio’s voor de structurele veranderingen die de energietransitie met zich meebrengt alsook de uitwisseling met andere regio’s met een vergelijkbare situatie te versnellen en/of een extra impuls te geven. Bij wijze van eerste stap zal de Commissie deze regio’s bijeenbrengen om mogelijke planningformules te bespreken, de uitwisseling van beste praktijken vlotter te laten verlopen en te onderzoeken welke steuninstrumenten ter beschikking staan.

De “slimme specialisatie”-aanpak van het EU-cohesiebeleid, met name de gespecialiseerde platformen 3 , kunnen de regio’s concrete assistentie verlenen. Dit bottom-up proces waaraan het bedrijfsleven, de onderzoeks-, ontwikkeling- en innovatiegemeenschap en de overheid deelnemen, kan regio’s op weg helpen om hun energietransitiestrategie te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen.

De transitie naar schone energie biedt kansen om duurzame banen te scheppen. Om die overgang te doen slagen, moeten werknemers worden bij- en omgeschoold, moet er beter worden gepland en geanticipeerd op veranderingen en moeten de vaardigheden beter op de nieuwe eisen worden afgestemd. Het Europees Sociaal Fonds kan die inspanningen in alle levensstadia ondersteunen, via sensibilisering van kinderen in de scholen, steunverlening voor passende beroepsopleidingen en aanmoediging van ondernemerschap op het gebied van schone energie tot sociale inclusie via passende banen. In het kader van de Europese vaardighedenagenda 4 heeft de Commissie een initiatief gelanceerd om knelpunten en tekorten aan bepaalde vaardigheden in specifieke economische sectoren te helpen wegwerken (via de zogenaamde “blueprints” voor samenwerking op het gebied van vaardigheden binnen sectoren). Afgaande op de ervaring met de dit jaar gelanceerde proefplannen (met name voor de automobiel- en maritieme technologie sectoren), zijn dergelijke initiatieven geschikt om te voorzien in de behoefte aan specifieke vaardigheden voor de overschakeling naar schone energie. Het lopende plan voor samenwerking in de maritieme sector omvat reeds offshore wind- en oceaanenergie en kan een bijzonder leerrijke testcase zijn voor de tweede golf in sectoren als hernieuwbare energie en de bouw.

De sociale partners spelen een cruciale rol bij het in kaart brengen van de behoeften en het anticiperen op en in goede banen leiden van veranderingen. Zij worden reeds betrokken bij de werkzaamheden voor de energie-unie in EU-verband en moeten nauw worden betrokken bij het proces maar ook bij de besprekingen voor de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen.

Met het oog op de ondersteuning van een sociaal billijke transitie en de verwerving van nieuwe vaardigheden:

zal de Commissie nagaan hoe zij het transitieproces in kolen- en koolstofintensieve regio’s beter kan steunen. Zij zal daartoe met de actoren in de betrokken regio’s als partners samenwerken, advies verstrekken, in het bijzonder over de beschikbaarheid van financiering en programma’s en hoe ervan gebruik te maken, en de uitwisseling van goede praktijken, onder andere overleg over industriële stappenplannen en omscholingsbehoeften, stimuleren via specifieke platforms.

De lidstaten moeten van de opstelling van hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen gebruikmaken om zich te bezinnen over de gevolgen van de omschakeling naar schone energie op sociaal gebied, op het vlak van de vereiste vaardigheden en voor het bedrijfsleven.

Op basis van de ervaring met de proefprojecten zal de Commissie in 2017 twee nieuwe blauwdrukken uitrollen voor samenwerking binnen sectoren inzake het verwerven van de vaardigheden voor de nieuwe technologieën, namelijk binnen de sector van de hernieuwbare energie in het algemeen en de bouwsector, met de klemtoon op koolstofarme technologieën.

De Commissie doet een oproep tot de lidstaten om de sociale partners nauw te betrekken bij de besprekingen over de energietransitie, in het bijzonder die over de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen.

2. EU-financiering voor resultaten voor de reële economie

De financiering van de energietransitie zal een combinatie moeten zijn van privé-investeringen en overheidsmiddelen die als hefboom werken voor privé-investeringen en de tekortkomingen van de markt verhelpen. De wetgevingsvoorstellen in dit pakket en het voorstel tot hervorming van het EU-emissiehandelssysteem zullen privé-investeringen bevorderen. Cruciale factoren voor het opnemen van de investeringsuitdaging zijn goed functionerende energie- en koolstofmarkten, stabiele regelgeving en een transparant beleid.

De financieringsinstrumenten waarover de EU beschikt, zoals het Europees Fonds voor strategische investeringen, leveren een betekenisvolle bijdrage aan de ondersteuning van de omschakeling naar schone energie. Dat fonds is goed op weg om tegen medio 2018 ten minste 315 miljard EUR aan extra investeringen in de reële economie te mobiliseren. Volgens de meest recente cijfers stond de teller op 154 miljard EUR. Bij de start van de tweede fase heeft de Commissie voorgesteld het Europees Fonds voor strategische investeringen te versterken en uit te breiden. Voorgesteld wordt dat ten minste 40 % van de investeringen van het venster infrastructuur en innovatie betrekking zou hebben op het klimaat, energie en het milieu en zou bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.

In lijn met de doelstelling van de EU om ten minste 20 % van de EU-begroting in de periode 2014-2020 aan klimaatactie te besteden, is voor het hervormde cohesiebeleid 5 eveneens een sleutelrol weggelegd bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de energie-unie; de financiële toewijzingen hiervoor bedragen 68,8 miljard EUR. Dit zal worden aangevuld met nationale cofinanciering door de overheid en de privésector, om te komen tot een totaal van 92 miljard EUR 6 . Daarnaast wordt door de programma’s voor plattelandsontwikkeling steun verleend voor doelgerichte investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie (bijna 6 miljard EUR). Alhoewel er eerste aanwijzingen zijn dat er in 2016 7 vooruitgang is geboekt met de tenuitvoerlegging, moet er thans urgent actie worden ondernomen om de implementatie in een aantal lidstaten te versnellen. De Commissie zal technische steun blijven verstrekken aan de lidstaten die problemen ondervinden bij de uitvoering.

Eenvoudiger en flexibeler regels, zoals voorgesteld door de Commissie in de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader 2014-2020, moeten eveneens ertoe bijdragen dat deze financiering snellere resultaten op het terrein oplevert. In het kader van die evaluatie heeft de Commissie een ruimere agenda gelanceerd voor vereenvoudiging van de regels waaraan de Europese fondsen onderworpen zijn. Dit omvat het vergemakkelijken van de combinatie van de combinatie van het Europees Fonds voor strategische investeringen met andere bronnen van EU-financiering, waaronder de Europese structuur- en investeringsfondsen. Eén van de doelstelling is het vergroten van de absorptie van middelen van het Europees Fonds voor strategische investeringen in minder ontwikkelde en overgangsregio’s. De lidstaten en regio’s nemen zich reeds voor om via de Europese structuur- en investeringsfondsen bijna 6,4 miljard EUR in de vorm van financieringsinstrumenten te investeren voor vermindering van de koolstofuitstoot, voornamelijk voor energie-efficiëntie. Dit is meer dan een verachtvoudiging van de toewijzingen in vergelijking met de periode 2007-2013 en volgens de eerste indicaties wordt er behoorlijke vooruitgang geboekt 8 . Om een hogere benuttingsgraad van financieringsinstrumenten te stimuleren, staat de Commissie de lidstaten tevens bij via het fi-compass platform voor adviesdiensten en pasklare instrumenten met gestandaardiseerde regels en voorwaarden die verenigbaar zijn met de bepalingen betreffende de Europese structuur- en investeringsfondsen en de staatssteunregels, en een combinatie van openbare en private middelen beogen.

Een voorbeeld van een succesvol project waarbij het Europees Fonds voor strategische investeringen is gecombineerd met de Europese structuur- en investeringsfondsen, is het investeringsplatform in de Franse regio Hauts-de-France, dat toont hoe zeer uiteenlopende publieke en particuliere actoren hun knowhow en deskundigheid kunnen bundelen en hoe verschillende bronnen kunnen worden gecombineerd om omvangrijke private investeringen in projecten voor koolstofarme energie los te maken. Een ander voorbeeld is Private Finance for Energy Efficiency (PF4EE) 9 dat via lokale commerciële banken schuldfinanciering met risicoafdekking verstrekt, waardoor de banken betere financieringsvoorwaarden kunnen bieden voor projecten op het vlak van energie-efficiëntie in gebouwen en bij kleine en middelgrote ondernemingen. Het verstrekt eveneens specifieke deskundige ondersteuning, wat lokale banken in staat stelt nieuwe, op maat van de klant gesneden financieringsproducten voor energie-efficiëntie te ontwikkelen en te commercialiseren.

De faciliteit voor schoner vervoer zal gebruikmaken van financieringsinstrumenten en gecombineerde oplossingen om innovatieve koolstofarme technologieën te introduceren en de shift naar koolstofarme mobiliteit te versnellen. De vervanging van bussen en touringcars heeft een mogelijk marktpotentieel van circa 3500 voertuigen oftewel 875 miljoen EUR aan extra investeringen per jaar.

Om de investeringen die de omschakeling naar schone energie moeten onderbouwen verder op te schalen en een investeringsshift te verwezenlijken:

lanceert de Commissie vandaag een initiatief “intelligente financiering voor intelligente gebouwen” (zie bijlage I) om investeringen in energieschone gebouwen aan te moedigen. Het is de bedoeling hiermee in alle 2017 in alle lidstaten de oprichting te ondersteunen van investeringsplatformen die het combineren van overheidsmiddelen en het aanbieden van aantrekkelijke financieringsproducten voor marktspelers mogelijk maken. Tevens moet het de verstrekking van technische bijstand versterken met het oog op verdere ontwikkeling en pooling van kleinschalige projecten en de uitrol van risicoafdekkingsactiviteiten ten behoeve van investeringen in energie-efficiëntie.

In het kader van het investeringsplan voor Europa heeft de Commissie recentelijk proefprojecten gelanceerd om de tijdpaden van de verschillende procedures voor investeringsprojecten in strategische infrastructuur op EU-niveau beter op elkaar af te stemmen. In eerste instantie zijn België en Slowakije betrokken. Na evaluatie van deze projecten zal de Commissie het experiment in de loop van 2017 uitbreiden tot andere lidstaten; de ambitie is om effectief “één loket” te creëren voor alle lidstaten en één gemeenschappelijk team voor het investeringsbeleid dat alle betrokken diensten van de Commissie – met inbegrip van de vertegenwoordigingen in de lidstaten – omvat, tot stand te brengen.

De Commissie doet een oproep tot de lidstaten om de Europese structuur- en investeringsfondsen sneller te benutten om de omschakeling naar schone energie te ondersteunen.

Zij lanceert op 1 december 2016 samen met de Europese Investeringsbank een faciliteit voor schoner vervoer om investeringen in schoon, energie-efficiënt vervoer en in geïntegreerde infrastructuurvoorzieningen voor energie en vervoer aan te moedigen.

3. De juiste prikkels geven voor investeringen in de omschakeling naar schone energie

De exploitatie van hernieuwbare energiebronnen en maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie zijn kapitaalintensief. Om in de toekomst van een lagere energierekening of van inkomsten te kunnen profiteren, moet er van tevoren geïnvesteerd worden; huishoudens moeten daarvoor sparen en bedrijven kapitaal aantrekken of leningen aangaan bij kredietinstellingen.

De huidige economische context van lage kapitaalkosten is bevorderlijk om op grotere schaal private investeringen te mobiliseren en kapitaaluitgaven te kanaliseren naar schone energie, energie-efficiënte oplossingen en duurzame activa. Dit biedt kansen voor burgers, bedrijven, overheden en investeerders om een hoger rendement dan op spaartegoeden te krijgen.

De geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen van de lidstaten – een onderdeel van de energie-uniegovernance waarover de Commissie vandaag een voorstel presenteert 10 – zullen ook dienen als „routekaarten” die de voor de energietransitie noodzakelijke publieke en particuliere investeringen identificeren.

Ter aanmoediging van particuliere investeringen in de omschakeling naar schone energie is een geheel van gunstige en samenhangende economische prikkels eveneens onontbeerlijk. Een effectieve koolstofbeprijzing; en een uitfasering van subsidies voor fossiele brandstoffen zijn van cruciaal belang om schadelijke marktdistorsies te elimineren, de milieu- en maatschappelijke kosten van een ongewijzigd scenario te internaliseren en de prijs te bepalen van met verschillende investeringsmogelijkheden verbonden risico’s.

De Commissie heeft reeds een herziening voorgesteld van het EU-emissiehandelssysteem voor de periode na 2020 11 . De EU ondersteunt eveneens de oprichting van emissiehandelssystemen via bilaterale samenwerking 12 en deelname aan en financiering van multilaterale initiatieven met onze internationale partners 13 .

Overeenkomstig de in de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en binnen de G7 en de G20 aangegane verbintenissen heeft de EU reeds een aantal concrete stappen gezet om de subsidiëring van fossiele brandstoffen af te schaffen. De resterende maar nog steeds aanzienlijke overheidssteun voor aardolie, steenkool en andere koolstofintensieve brandstoffen blijft evenwel de energiemarkt verstoren, leidt tot economisch ondoeltreffend gedrag en belemmert investeringen in de omschakeling naar schone energie en innovatie.

Volgens het jongste verslag van de Commissie over de energieprijzen en -kosten, dat vandaag is uitgebracht als onderdeel van dit pakket, bedroeg de directe subsidiëring van fossiele brandstoffen voor elektriciteit en verwarming in 2012 17,2 miljard EUR, en die voor vervoer 24,7 miljard EUR 14 . Volgens de ramingen voor 2015 van het Internationaal Monetair Fonds lopen de subsidies voor fossiele brandstoffen in de EU op tot 300 miljard EUR als de externe kosten worden meegerekend. Alhoewel dit een nog relatief beperkt aandeel is van het wereldwijde totaal van ruim 4,8 biljoen EUR 15 , betekent het een aanzienlijke economische last voor de EU. De huidige lage olie- en gasprijzen bieden een ideale kans om de subsidies voor fossiele brandstoffen, met inbegrip van belastingvrijstellingen, uit te faseren zonder nadelige gevolgen voor de welvaart.

Om bij te dragen tot een heroriëntatie van de financiële stromen in de richting van de omschakeling naar schone energie:

Heeft de Commissie een deskundigengroep op hoog niveau aangesteld die tegen eind 2017 een advies moet uitbrengen over de ontwikkeling van duurzame financiering, om te waarborgen dat het financieel systeem de groei op langere termijn op een houdbare manier kan financieren en “lock-in” van infrastructuur en activa met een hoog emissieniveau te voorkomen.

Met het vandaag gepubliceerde verslag over de energieprijzen en -kosten als uitgangspunt, zal de Commissie de transparantie versterken. Zij zal om de twee jaar de energieprijzen en -kosten blijven monitoren en de subsidiëring van fossiele brandstoffen strenger in de gaten houden, overeenkomstig de binnen de G7 en G20 aangegane verbintenissen om inefficiënte subsidies af te schaffen.

De Commissie zal in 2017 een REFIT-evaluatie maken van het EU-kader voor belastingheffing op energie met het oog op mogelijke volgende stappen, ook vanuit het oogpunt van de inspanningen om de subsidiëring van fossiele brandstoffen af te schaffen.

De lidstaten kunnen de opstelling van hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen te baat nemen om de investeringen te identificeren die noodzakelijk zijn voor de omschakeling naar schone energie. De lidstaten moeten in het kader daarvan ook de uitfasering van subsidies voor fossiele brandstoffen monitoren.

De Commissie zal bij het evalueren van de richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming en energie 2014-2020 eveneens nagaan hoe deze regels, evenals de staatssteunregels voor investeringen in onderzoek en innovatie, de lidstaten in staat kunnen stellen om innovatie op het gebied van technologie en oplossingen voor hernieuwbare energie te stimuleren.

4. Onderzoek, innovatie en concurrentievermogen

Onderzoek en innovatie zijn essentieel voor de wereldwijde concurrentie- en koppositie van Europa inzake geavanceerde technologieën op het gebied van hernieuwbare energie 16 en energie-efficiënte oplossingen, en zorgen ervoor dat zij op een succesvolle manier hun weg vinden naar de economie. De Europese Unie neemt deel aan het op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 gelanceerde initiatief “Mission Innovation”, dat landen bijeenbrengt die zich ertoe hebben verbonden hun investeringen in onderzoek naar schone energie binnen vijf jaar te verdubbelen.

Samen met dit pakket, ontvouwt de Commissie een specifieke strategie om innovatie op het vlak van schone energie te versnellen 17 . De strategie houdt een sterkere prioritering in en concrete acties om koolstofarme innovaties op ruimere schaal toe te passen en sneller te commercialiseren. Het initiatief zal dienen als testcase voor toekomstige nieuwe horizontale benaderingen van innovatie en concurrentievermogen. 

Europa kan meer halen uit de omschakeling naar een koolstofarme economie door de innovatie op het vlak van schone energie te versnellen: het kan groei- en werkgelegenheidskansen creëren door meer te exporteren en ondernemingen op te richten en de burgers meer zeggenschap geven door middel van integratie van digitale oplossingen.

Ook voor initiatieven van het bedrijfsleven is een belangrijke rol weggelegd als motor van innovatie en het wereldwijde concurrentievermogen van de EU. Zij zijn reeds een belangrijk onderdeel van het SET-plan (Europees strategisch plan voor energietechnologie). De sectoren zonne-energie 18 en slimme netwerken en opslag 19 leveren enkele goede voorbeelden van dergelijke initiatieven. Een ander goed voorbeeld is de strategische routekaart betreffende oceaanenergie, die gericht is op maximalisering van particuliere en openbare investeringen in de ontwikkeling van oceaanenergie door de aan de technologie verbonden risico’s maximaal te verkleinen.

In de strategie voor de energie-unie 20 heeft de Commissie een initiatief aangekondigd om relevante data, analyses en inlichtingen te groeperen en toegankelijk te maken. Dit moet de Commissie in de allereerste plaats in staat stellen een solide beoordeling te maken van het globale presteren van schone-energietechnologieën in de EU, niet alleen wat betreft onderzoek en innovatie, maar ook inzake marktaandeel, invoer/uitvoer, werkgelegenheid, groei en investeringen. Deze competitiviteitsanalyse moet periodiek worden geactualiseerd wanneer de stand van de energie-unie wordt opgemaakt en de belangrijkste prioriteiten en acties moeten in het licht daarvan worden herbekeken.

Om de Europese concurrentiepositie te verstevigen en de toepassing van schone-energietechnologieën te stimuleren:

Presenteert de Commissie vandaag een initiatief dat innovatie op het vlak van schone energie moet versnellen, omvattende een serie specifieke maatregelen ter verbetering van de regelgevende, economische en investeringscontext voor innovatie in schone-energietechnologieën en -systemen, en dat de belangrijkste prioriteiten voor de inzet van financieringsinstrumenten en programma’s van de EU, waaronder Horizon 2020, bepaalt. 

De Commissie zal door het bedrijfsleven genomen initiatieven ondersteunen die erop gericht zijn van de EU wereldleider inzake schone-energietechnologieën te maken, de industriële verankeringen in de gehele waardeketen te versterken en daarbij niet-economische actoren zoals de sociale partners en consumentenorganisaties te betrekken. De Commissie zal ook met belanghebbenden overleggen over de behoefte aan een industrieel platform “schone energie” waarin alle takken (energie-vervoer-maakindustrie-digitale sector enz.) worden bijeengebracht en collectief kunnen bespreken hoe het bedrijfsleven in de EU de voordelen van de omschakeling naar schone energie optimaal kan benutten.

De Commissie zal samenwerken met het bedrijfsleven, de onderzoekswereld en andere basisspelers voor het verzamelen van betrouwbare strategische informatie over het globale presteren van de EU en haar concurrentiepositie in koolstofarme energie en energie-efficiënte oplossingen. Deze competitiviteitsanalyse zal periodiek worden geactualiseerd.

5. De nodige fysieke infrastructuur bouwen om de vrije doorstroming van energie en de omschakeling naar schone energie te ondersteunen

Het Europese energiesysteem bevindt zich momenteel in een overgangsfase. De energienetten moeten worden opgewaardeerd en gemoderniseerd om de toenemende vraag naar elektriciteit op te vangen, als gevolg van een ingrijpende shift in de totale energiewaardeketen en -mix en de toenemende integratie van variabele hernieuwbare energie. Er is tevens behoefte aan specifieke ondersteunende infrastructuur voor emissie-arme mobiliteit.

Niettegenstaande de prioriteit op korte termijn erin moet bestaan de goede werking van de interne energiemarkt te verzekeren door te zorgen voor de ontbrekende interconnectoren om de 10%-interconnectiedoelstelling voor 2020 te bereiken, door een einde te maken aan het isolement van een aantal lidstaten en door interne bottlenecks weg te werken, moet de energie-infrastructuur die vandaag wordt gepland terzelfder tijd compatibel zijn met beleidskeuzes voor de langere termijn, onder andere wat betreft de overgang naar emissie-arme mobiliteit.

Dit betekent ook ervoor zorgen dat rekening wordt gehouden met energie-efficiëntie 21 bij het plannen van het algehele energiesysteem: actief beheren van de vraag om het energieverbruik, de kosten voor consumenten en de afhankelijkheid van invoer te verminderen, en investeren in energie-efficiëntie beschouwen als kosteneffectieve opstap naar een koolstofarme en circulaire economie. Investeringen in voortdurend intelligentere en flexibelere infrastructuur zijn aangemerkt als een van de “no regret”-opties.

Om de totstandkoming van de noodzakelijke fysieke infrastructuur voor de omschakeling naar schone energie en de vrije doorstroming van energie te ondersteunen:

Zal de Commissie in het kader van de jaarlijkse stand van de energie-unie de inventaris opmaken van de projecten van gemeenschappelijk belang die vertraagd of uitgesteld zijn om de uitvoering ervan te bevorderen. Zij kan deze aangelegenheden ook ter sprake brengen in haar aanbevelingen aan de lidstaten, in het bijzonder waar het gaat om projecten van gemeenschappelijk belang die binnen de werkgroepen van hoog niveau inzake energie zijn aangewezen.

De Commissie zal bij de komende evaluatie van de TEN-E-verordening in 2017 nagaan hoe het regelgevingskader kan worden verbeterd om de voltooiing van projecten van gemeenschappelijk belang verder te bevorderen.

De Commissie heeft een deskundigengroep ingesteld die technisch advies moet uitbrengen over de kosteneffectieve opsplitsing van de 15 %-elektriciteitsinterconnectiedoelstelling in regionale, nationale en/of grensoverschrijdende interconnectieniveaus. De Commissie zal hierover verslag uitbrengen in het najaar 2017, samen met de vaststelling van de 3de lijst van de Unie van projecten van gemeenschappelijk belang.

6. Digitalisering

De strategie van de Commissie van mei 2015 voor de digitale eengemaakte markt 22 beoogt de goede omgeving en voorwaarden te creëren voor de introductie van geavanceerde digitale netwerken en diensten, onder andere in de energiesector.

Om de consumenten op een faire manier te laten meeprofiteren is er behoefte aan innovatieve ondernemingen die nieuwe energietechnologieën met digitale technologie (big data, cloudcomputing) en mobiele communicatietechnologie (5G) combineren om nieuwe producten en diensten (decentrale elektriciteitsopwekking, energiebeheerssystemen, intelligente toestellen en slimme controles; kleinschalige opslag met inbegrip van elektrische auto’s) die de actieve consument ondersteunen en helpen het energieverbruik te optimaliseren (minder en anders) en zodoende geld te besparen. In september 2016 stelde de Commissie een herziening van de EU-telecomregels voor om tegemoet te komen aan de toenemende connectiviteitsbehoeften van de Europeanen door investeringen in netwerken met hoge capaciteit te stimuleren. De Commissie stelde tevens een 5G-actieplan 23 voor dat een gemeenschappelijk Europees tijdschema bevat voor een gecoördineerde commerciële lancering van 5G in 2020.

Parallel daarmee moeten kwesties zoals toegang tot gegevens, privacy en gegevensbescherming worden geregeld, alsook cyberbeveiliging en vragen in verband met open standaarden en interoperabiliteit. Het startschot voor werkzaamheden met betrekking tot dit laatste is gegeven door de mededeling van de Commissie van april 2016 over de digitalisering van de Europese industrie 24 . Met die mededeling is ook een nieuw Europees initiatief inzake de cloud gelanceerd, dat het potentieel bezit om uit te groeien tot backbone van het nieuwe energiedatasysteem.

Het energiesysteem beveiligen tegen cyberrisico’s en -bedreigingen is des belangrijker omdat grootschalig gebruik van informatie- en communicatietechnologie en dataverkeer steeds essentiëler wordt voor het functioneren van de infrastructuur waarop de energiesystemen berusten. Een groep van deskundigen op het gebied van cyberbeveiliging inzake energie analyseert momenteel de specifieke behoeften inzake veiligheid van de energie-infrastructuur en zal de Commissie hierover adviseren.

Als onderdeel van de uitvoering van de strategie voor de digitale eengemaakte markt:

Werkt de Commissie aan een initiatief om de totstandkoming van een Europese data-economie te bevorderen. In het kader daarvan, alsook in dat van het voorstel over de opzet van de energiemarkt 25 , zullen kwesties zoals datalokalisatie en nieuwe vraagstukken zoals eigendom en aansprakelijkheid, (her)bruikbaarheid, toegang en interoperabiliteit worden aangepakt; het initiatief zal met name relevant zijn voor wat betreft de gegevens die vereist zijn voor energieprocessen en nieuwe energiediensten.

De Commissie werkt aan een herziening van de e-privacyrichtlijn om deze in overeenstemming te brengen met de onlangs aangenomen regels inzake gegevensbescherming. Dit is relevant voor de verwerking van gegevens inzake intelligent energieverbruik.

Vertrekkende van de succesvolle ontwikkeling van standaarden voor slimme netwerken zal de Commissie in 2017 een tweejarig project lanceren voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke veilige communicatiestandaarden die de vrije doorgifte van energiegerelateerde gegevens aan de diverse betrokken spelers moeten waarborgen. De Commissie zal de resultaten daarvan eind 2018 publiceren.

In 2017 zal de Commissie in het kader van de Taakgroep slimme netwerken werkgroepen van belanghebbenden oprichten die het pad moeten effenen voor netcodes over vraagrespons, cyberbeveiliging in de energiecontext en een gemeenschappelijk format voor consumentengegevens. De Commissie zal in het voorjaar 2017 rapporteren over de opzet, het mandaat en de planning van de groepen en tegen eind 2018 de eindresultaten bekendmaken.

Op basis van de werkzaamheden van de deskundigengroep Cyberbeveiliging op energiegebied zal de Commissie in de loop van 2017 een overlegplatform voor belanghebbenden oprichten en indien nodig tegen eind 2017 passende maatregelen voorstellen.

Als vervolgactie op de strategie voor een emissie-arme mobiliteit werkt de Commissie een implementatiestrategie uit voor coöperatieve intelligente vervoerssystemen met het oog op de introductie van dergelijke systemen tegen 2019 en een versnelde overgang naar coöperatief, geconnecteerd en geautomatiseerd wegtransport.

7. De externe dimensie

Het extern beleid en het ontwikkelingsbeleid zijn belangrijke instrumenten om wereldwijd de overgang naar schone energie te ondersteunen en onze partnerlanden, ook die in het nabuurschap van de EU, te helpen hun verplichtingen onder de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen van de agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling na te komen.

Dit houdt in dat de EU zich sterker zal inzetten voor multilaterale initiatieven en de bevordering van een robuustere en inclusievere wereldwijde energie-infrastructuur, in lijn met het EU-actieplan voor energiediplomatie 26 . De EU is actief lid van het multilaterale Clean Energy Ministerial, een mondiaal forum op hoog niveau om beleidsmaatregelen en programma’s ter bevordering van schone energietechnologie aan te moedigen, opgedane ervaringen uit en beste praktijken te wisselen, en de transitie naar een wereldwijde economie met schone energie te stimuleren. De Commissie zal erop toezien dat de overgang naar een koolstofarme economie integrerend onderdeel blijft van de energiedialoog en -samenwerking in de bilaterale en multilaterale relaties van de EU.

De Commissie heeft actie voor duurzame energie en klimaatactie aangewezen als essentiële grondslagen van haar voorstel voor een nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling 27 . Energie is een ontwikkelingskatalysator van kritisch belang en neemt een cruciale plaats in bij oplossingen voor een duurzame planeet, zoals is erkend in de Agenda 2030 en met name de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) nr. 7 „betaalbare en schone energie” en nr. 13 „klimaatactie” 28 . De EU’s strategische benadering van energie in het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid is opgebouwd rond drie grote prioriteiten: i) het gebrek aan toegang tot energie aanpakken, ii) het aandeel van opwekking van hernieuwbare energie vergroten en iii) bijdragen tot de strijd tegen de klimaatverandering. Gelet op de schaal van de vereiste investeringen, zal de EU de samenwerking met publieke en private partners opvoeren om resultaten te boeken inzake toegang tot energie, energie-efficiëntie en opwekking van hernieuwbare energie. Dit zal gepaard gaan met steun van de EU aan derde landen voor de aanpak van de klimaatverandering en de ontwikkeling van koolstofarme en klimaatbestendige economieën in overeenstemming met het wereldwijde leiderschap van de EU inzake het terugdringen van broeikasgasemissies.

De Commissie heeft een Europees plan voor externe investeringen 29 voorgesteld dat voorziet in een geïntegreerd financieel pakket ter financiering van investeringen buiten de EU. Het plan omvat een Europees fonds voor duurzame ontwikkeling, technische bijstand voor de ontwikkeling van duurzame projecten en het aantrekken van investeerders, en een serie ontwikkelingsprogramma voor technische bijstand ter verbetering van het investerings- en beleidsklimaat in de betrokken landen, in het bijzonder om de schaal van private en publieke investeringen in de koolstofarme economie te vergroten.

Energie is een van de zwaartepunten van de samenwerking van de EU met haar buurlanden, met de nadruk op hervormingen van de regelgeving die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie bevorderen. Dit is het geval in de Energiegemeenschap, waar de EU helpt een regionale energiemarkt in overeenstemming met de wettelijke normen van de EU tot stand te brengen. In het zuidelijke nabuurschap loopt het proces voor de totstandbrenging van een Euro-Mediterrane markt voor elektriciteit en gas, en in het oostelijke nabuurschap biedt het EU4Energy-project steun voor hervormingen in de energiesector. In elk van deze gevallen gaat het erom een gunstig klimaat te scheppen voor investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. In het bijzonder draagt de steun van de EU bij tot het scheppen van een regelgevingskader dat grensoverschrijdende handel in stroom uit hernieuwbare bronnen mogelijk maakt.

Eén voorbeeld van een geslaagd project is ‘s werelds grootste zonnecentrale in Ourzazate, die tegen 2030 zal voorzien in de helft van de vraag naar hernieuwbare energie van Marokko en eventueel stroom zal exporteren naar de EU en naar het oosten 30 .

De EU versterkt de samenwerking met de landen van de Westelijke Balkan, Turkije en de zuidelijke en oostelijke buurlanden op het vlak van energie-efficiëntie. In samenwerking met de internationale financiële instellingen zal de Commissie de investeringen in energie-efficiëntie in de bouwsector opvoeren, te beginnen met vier landen, namelijk Oekraïne, Georgië, Servië en Tunesië.

Afrika is een bevoorrechte partner van de EU en het energiepartnerschap tussen Afrika en de EU verschaft het kader voor samenwerking op energiegebied. De EU steunt eveneens het door Afrika gelanceerde initiatief voor hernieuwbare energie, dat de capaciteit van het continent inzake hernieuwbare energie tegen 2020 met 10 GW moet uitbreiden en tegen 2030 Afrika’s potentieel aan hernieuwbare energie van 300GW moet ontsluiten. Met het oog op de duurzame ontsluiting zal de nadruk liggen op verhoging van de opwekkingscapaciteit uit hernieuwbare bronnen, het verbeteren van de interconnecties over de grenzen heen en van de governance van de energiesector.

Als lid van de Wereldhandelsorganisatie promoot de EU actief de liberalisering van goederen en diensten, wat milieuvoordelen kan opleveren. De Unie heeft nauw samengewerkt met zestien andere leden van de Wereldhandelsorganisatie die het leeuwendeel van de mondiale handel in milieugoederen uitmaken om tot een ambitieuze overeenkomst inzake milieugoederen te komen. Ook in haar bilaterale handelsovereenkomsten streeft de EU naar liberalisering van de handel in milieugoederen en -diensten en facilitering van handel en investeringen in de opwekking van hernieuwbare energie.

Grotere handelsstromen zullen naar verwachting bijdragen tot de snelle verspreiding van milieugoederen, diensten en technologieën in de wereld en de overgang naar een koolstofarme economie. De EU is een wereldleider op het gebied van de in- en uitvoer van milieugoederen. In 2013 was de EU-uitvoer van op de groene lijst opgenomen producten 146 miljard EUR waard (ongeveer 8 % van het EU-totaal), terwijl de invoer 70 miljard EUR waard was. De Europese ondernemingen moeten ernaar streven hun innovatievermogen en knowhow te blijven ontwikkelen en exporteren.

Tot slot worden in de mededeling over oceaangovernance 31 acties voorgesteld die ertoe moeten bijdragen een mondiaal egaal speelveld te creëren voor de Europese sector van de oceaanenergie.

In het licht van de toezegging om van de omschakeling naar schone energie een essentieel onderdeel te maken van de EU-bijdrage aan de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de Overeenkomst van Parijs:

Doet de Commissie een oproep tot de medewetgevers om het wetgevingspakket voor het externe investeringsplan zo spoedig mogelijk goed te keuren.

De Commissie zal onder andere energie bovenaan de agenda plaatsen van de Euro-Afrikaanse top die in november 2017 in Abidjan zal plaatsvinden.

De Commissie zal in het voorjaar van 2017 een rondetafelconferentie voor het bedrijfsleven op hoog niveau over investeringen in hernieuwbare energie in Afrika organiseren om meer inzicht te geven en te krijgen in de inspanningen van de Commissie en de behoeften van de privésector op het vlak van investeringen in Afrika in hernieuwbare energie.

In het voorjaar 2017 zal de Commissie samen met de internationale financiële instellingen de balans opmaken van het proefproject om de investeringen op het gebied van energie-efficiëntie in de bouwsector in de vier bovengenoemde landen op te voeren, om het te gelegener tijd uit te breiden tot andere landen.

De tussentijdse herziening in 2017 van de strategische meerjarenprogrammering van de instrumenten voor het Europese nabuurschaps- en pretoetredingsbeleid zal worden benut om meer financiering te voorzien voor energie-efficiëntie in gebouwen als onderdeel van de investeringen in energie, klimaat en banenschepping.

De Commissie zal haar inspanningen voortzetten om te komen tot een overeenkomst betreffende milieugoederen en -diensten (WTO) om de kosten van inspanningen ter beperking van de klimaatverandering te drukken.

8. Governance en partnerschappen voor effectieve resultaten

De energietransitie is geen top-down proces. Er is beleid en actie nodig van de verschillende bestuursniveaus (lokaal, regionaal, nationaal, EU, internationaal) en de andere betrokken partijen. De governance van de energie-unie moet zorgen voor een onderlinge afstemming van de beleidsmaatregelen en waarborgen dat de EU als geheel haar energie- en klimaatdoelstellingen, met name de doelstellingen voor 2030, verwezenlijkt.

De overgang naar schone energie kan alleen tot stand worden gebracht met de medewerking van alle betrokken partijen uit het maatschappelijk middenveld en het regionale en lokale niveau. De EU bevindt zich in een unieke positie om de omschakeling naar een schone energie via alle sectoren en bestuursniveaus in het beleid te integreren. Het zal daarom van belang zijn dat steden, regio’s, het bedrijfsleven, de sociale partners en andere belanghebbenden worden betrokken bij de uitwerking en uitvoering van de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen.

Samenwerking tussen de lidstaten in regionaal verband zal hen helpen de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU op een doeltreffende en kosteneffectieve wijze te bereiken. De wetgevingsvoorstellen in dit pakket zullen samenwerking in regionaal verband vergemakkelijken. De Commissie zal richtsnoeren over regionale samenwerking voor de lidstaten opstellen, voortbouwend op bestaande samenwerkingsstructuren, terwijl terzelfder tijd regionale samenwerking een mainstreamitem zal worden in alle vijf de dimensies van de energie-unie.

Aangezien steden en stedelijke gemeenschappen de plaats zijn waar een groot deel van de transformatie zich zal afspelen, heeft de EU bijzondere aandacht geschonken aan deze motoren van verandering. De werkzaamheden om de actie op het niveau van de steden te faciliteren, zijn in 2016 in een stroomversnelling gekomen, met de goedkeuring van het “Pact van Amsterdam over de Europese stedelijke agenda”, de creatie van het Mondiale Burgemeestersconvenant en de lancering door de Commissie van een uniek online “loket” voor lokale overheden die op zoek zijn naar specifieke informatie over stedelijke initiatieven in de EU, onder meer op het gebied van omschakeling naar schone energie. Het Burgemeestersconvenant voor klimaat en energie – het vlaggenschipinitiatief van de EU voor stedelijke actie tegen de klimaatverandering, wint aan momentum en bestrijkt nu een breder terrein dat verzachting van de gevolgen van de klimaatverandering en aanpassing aan en toegang tot schone en betaalbare energie omvat. De Commissie repliceert dit succesvolle model momenteel in Noord-Amerika en Mexico; Latijns-Amerika en het Caribisch gebied; Japan; China; India; Zuidoost-Azië, en Afrika ten zuiden van de Sahara in het kader van het Mondiale Burgemeestersconvenant. Er moet, onder andere via de 2017 Energy Union Tour, meer zichtbaarheid worden gegeven aan ambitieuze energietransitieprojecten op stedelijk en regionaal niveau die elders in de Unie zouden kunnen worden herhaald.

Ook plattelandsgebieden hebben een aanzienlijk potentieel om hun bijdrage te leveren aan de omschakeling, bijvoorbeeld op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, zoals duurzame bio-energie.

Eilanden en eilandregio’s zijn geschikte platforms voor proefprojecten op het gebied van omschakeling naar schone energie en kunnen op internationaal niveau tot voorbeeld strekken, zoals bijvoorbeeld in de ultraperifere gebieden van de EU het geval is met El Hierro (Canarische eilanden), dat 100% van zijn energie uit hernieuwbare bronnen haalt. De Commissie wenst de ontwikkeling en toepassing van de best beste beschikbare technologieën op de eilanden en in eilandregio’s, onder andere via de uitwisseling van goede praktijken op het gebied van financiering en wet- en regelgeving, en inzake energie voor vervoer te helpen versnellen. Een eerste stap is om de eilanden samen te brengen, ongeacht hun grootte, geografie of ligging.

Om het “mainstreamen” van de energietransitie te ondersteunen:

Doet de Commissie een oproep tot de steden, regio’s, het bedrijfsleven, de sociale partners en andere belanghebbenden om actief deel te nemen aan het debat over de transitie, in het bijzonder bij de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, en oplossingen te ontwikkelen die voldoende tegemoetkomen aan de behoeften van de verschillende geledingen.

In 2017 zal de Commissie richtsnoeren voor de lidstaten uitbrengen over samenwerking in regionaal verband om het bereiken van de doelstellingen van de energie-unie op een effectieve en doeltreffende manier te vergemakkelijken.

In de eerste helft van 2017 zal de Commissie in Valletta een bijeenkomst op hoog niveau organiseren over de kansen en uitdagingen van schone energie voor eilanden. Hiermee zal een proces in gang worden gezet om eilanden te steunen bij hun omschakeling naar schone energie.

(1)

Zie het voorstel tot wijziging van de richtlijn energieprestatie van gebouwen, COM(2016) 765.

(2)

Voorstel tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen, COM(2015) 337.

(3)

  http://s3platform.jrc.ec.europa.eu .

(4)

Mededeling "Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa: samenwerken ter versterking van het menselijk kapitaal, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen” (COM(2016) 381).

(5)

Het cohesiebeleid wordt ingevuld via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds en het Europees Sociaal Fonds, die deel uitmaken van de Europese structuur- en investeringsfondsen.

(6)

Raming op basis van gewogen gemiddelde cofinanciering zoals opgenomen in de financiële tabellen van de operationele programma’s 2014-2020 voor de thematische doelstellingen “De overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken ondersteunen” en “Duurzaam vervoer bevorderen en knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren wegwerken”.

(7)

Gegevens over projectselectie eind 2016 zullen begin 2017 beschikbaar zijn.

(8)

Het eerste jaarlijkse voortgangsoverzicht van de financieringsinstrumenten in het kader van de ESIF 2014-2020 is gepland voor eind november 2016.

(9)

Private Finance for Energy Efficiency is een financieringsinstrument van de EU, bekostigd uit het LIFE-programma en geïmplementeerd door de EIB.

(10)

COM(2016) 759.

(11)

COM(2015) 337.

(12)

Bijvoorbeeld met China en Korea.

(13)

In het kader van de Overeenkomst van Parijs hebben ongeveer de helft van de landen aangegeven dat zij zullen gebruikmaken van marktmechanismen om de toegezegde emissiereductie te verwezenlijken.

(14)

9,7 miljard EUR subsidies voor steenkool en 6,6 miljard voor gas. De subsidies zijn een erfenis van het verleden voor investeringen in fossiele brandstoffen, teruglevertarieven, vrijstellingen van accijnzen op brandstof, elektriciteitsproductie, en ontmanteling en afvalverwijdering. (Bron: Studie van energiekosten en subsidies, 2014. Voor vervoer (aardoliesubsidies) is de bron de OESO inventory 2013).

(15)

Internationaal Monetair Fonds, 2015.

(16)

Zie ook het voorstel voor een herschikking van de richtlijn hernieuwbare energie, COM(2016) 767.

(17)

COM(2016) 763.

(18)

Met dit initiatief wordt beoogd de concurrentiepositie en de duurzaamheid van de sector te verbeteren, en grootschalige en betaalbare uitbreiding en integratie in het elektriciteitsnet te vergemakkelijken.

(19)

Het initiatief voor een Europees elektriciteitsnet, dat recentelijk is omgedoopt in het “European Technology and Innovation Platform for Smart Networks for the Energy Transition”.

(20)

COM(2015) 80.

(21)

Zie het voorstel tot wijziging van de energie-efficiëntierichtlijn , COM(2016) 761.

(22)

COM(2015) 192.

(23)

COM(2016) 588.

(24)

COM(2016) 180.

(25)

De voorgestelde maatregelen voor de marktopzet omvatten een herschikking van de elektriciteitsrichtlijn (COM(2016) 864), een herschikking van de elektriciteitsverordening (COM(2016) 861), een herschikking van de ACER-verordening (COM(2016) 863) en een nieuwe verordening betreffende de paraatheid voor risico's in de elektriciteitssector (COM(2016) 862).

(26)

Conclusies van de Raad over energiediplomatie op 20 juli 2015 aangenomen door de Raad Buitenlandse Zaken (10995/15).

(27)

Mededeling “Voorstel voor een nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling "Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst”, COM(2016) 740.

(28)

Zie ook de mededeling van de Commissie over de volgende stappen voor een duurzame toekomst voor Europa - “Europese actie voor duurzaamheid”, COM(2016) 739.

(29)

Mededeling: "Stimuleren van Europese investeringen voor banen en groei: naar een tweede fase van het Europees Fonds voor strategische investeringen en een nieuw Europees extern investeringsplan", COM(2016) 581.

(30)

Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen. Gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (JOIN(2016) 49 van 10 november 2016).

Top