Help Print this page 

Document 52015PC0596

Title and reference
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval

COM/2015/0596 final - 2015/0276 (COD)
Multilingual display
Text

Brussel, 2.12.2015

COM(2015) 596 final

2015/0276(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2015) 259 final}
{SWD(2015) 260 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

1.1Algemene context

De economie van de Unie verliest thans een aanzienlijke hoeveelheid potentiële secundaire grondstoffen die zich in afvalstromen bevinden. In 2013 bedroeg de totale afvalproductie in de EU ongeveer 2,5 miljard ton, waarvan 1,6 miljard ton niet hergebruikt of gerecycleerd werd en dus verloren ging voor de Europese economie. Naar schatting zou nog 600 miljoen ton kunnen worden gerecycleerd of hergebruikt. Ter illustratie werd slechts een beperkt deel (43 %) van het stedelijk afval in de Unie gerecycleerd; de rest werd gestort (31 %) of verbrand (26 %). Derhalve mist de Unie grote kansen om de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren en om de economie een meer circulair karakter te geven.

Op het gebied van afvalbeheer bestaan er binnen de Unie ook grote verschillen tussen de lidstaten onderling. In 2011 waren er zes lidstaten die minder dan 3 % van hun stedelijk afval stortten, maar stortten 18 lidstaten 50 %, en sommige landen zelfs meer dan 90 %. Deze ongelijkheid moet dringend worden aangepakt.

De voorstellen tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen 1 , Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval 2 , Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen 3 , Richtlijn 2000/53/EG betreffende autowrakken 4 , Richtlijn 2006/66/EG inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's 5 en Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur 6 maken deel uit van het pakket circulaire economie, dat ook de mededeling van de Commissie "Closing the loop – An EU action plan for the Circular Economy" bevat.

1.2Motivering en doel van het voorstel

Aan de recente trends is te zien dat verdere vooruitgang op het gebied van hulpbronnenefficiëntie mogelijk is en dat dit grote economische, sociale en milieuvoordelen kan opleveren. Het omvormen van afval tot een hulpbron is essentieel voor een efficiënter hulpbronnengebruik en voor het sluiten van de lus in een circulaire economie.

De wettelijk bindende doelstellingen in de EU-wetgeving inzake afval hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbetering van het afvalbeheer, de bevordering van innovatie op het gebied van recycling, de beperking van het gebruik van stortplaatsen en het creëren van prikkels om het consumentengedrag te veranderen. Verbetering van het afvalstoffenbeleid kan aanzienlijke voordelen opleveren: duurzame groei en nieuwe werkgelegenheid, een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, directe besparingen die zijn verbonden aan betere afvalbeheerpraktijken en een beter milieu.

Het voorstel tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG komt tegemoet aan de wettelijke verplichting tot herziening van de doelstellingen voor afvalbeheer van die richtlijn. De voorstellen, die deel uitmaken van het pakket circulaire economie en de zes eerder genoemde richtlijnen wijzigen, bouwen deels voort op het voorstel dat de Commissie in juli 2014 indiende en vervolgens in februari 2015 introk. Zij stemmen overeen met de doelstellingen van het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik 7 en het zevende milieuactieprogramma 8 , waaronder volledige toepassing van de afvalhiërarchie 9 in alle lidstaten, een vermindering van de absolute hoeveelheid afval en de hoeveelheid afval per hoofd van de bevolking, het waarborgen van hoogwaardige recycling en het gebruik van gerecycleerd afval als een belangrijke, betrouwbare bron van grondstoffen voor de Unie. Zij dragen ook bij aan de uitvoering van het EU-grondstoffeninitiatief 10 en schenken aandacht aan het voorkomen van voedselverspilling. Bovendien vereenvoudigen deze voorstellen de verslagleggingsvereisten van alle zes de richtlijnen.

2.UITKOMSTEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN VAN DE EFFECTBEOORDELING

2.1Studies

In de voorstellen en de bijgaande effectbeoordelingen zijn de technologische, sociaaleconomische en kosten-batenaspecten van de uitvoering en verdere ontwikkeling van de EU-wetgeving inzake afval beoordeeld. Daarnaast zijn in een aanvulling van de effectbeoordeling de mogelijke effecten van aanvullende varianten op de voornaamste in de effectbeoordeling vastgestelde beleidsopties geanalyseerd.

2.2Interne raadpleging

Binnen de Commissie heeft een effectbeoordelingsstuurgroep bestaande uit verschillende diensten van de Commissie (SG, ECFIN, GROW, CLIMA, JRC en ESTAT) de voorbereiding van de wetgevingsvoorstellen gevolgd.

2.3Extern overleg

De Commissie heeft een indicatieve lijst opgesteld van onderwerpen die moeten worden aangepakt en de eerste gesprekken met de voornaamste belanghebbenden gingen in februari 2013 van start. Overeenkomstig de minimumnormen voor raadpleging is er een online raadpleging gehouden, die liep van juni 2013 tot september 2013. Er werden 670 reacties ingediend, hetgeen een weerspiegeling was van de grote bezorgdheid onder het publiek over de situatie van het afvalbeheer in de EU en de hoge verwachtingen van EU-optreden op dit gebied. Tussen juni en september 2015 werd een specifieke raadpleging van de lidstaten gehouden, alsook een bredere raadpleging inzake de circulaire economie.

2.4Effectbeoordeling

Samen met het in juli 2014 goedgekeurde voorstel 11 zijn een effectbeoordeling en een samenvatting gepubliceerd. In de effectbeoordeling, die de voornaamste analytische basis blijft voor de herziene wetgevingsvoorstellen, zijn de voornaamste economische, sociale en milieueffecten van de verschillende beleidsopties voor de verbetering van het afvalbeheer in de EU beoordeeld. Verschillende doelscenario's zijn beoordeeld en met een "basisscenario" vergeleken om de meest geschikte instrumenten – d.w.z. de instrumenten en doelstellingen die een minimum aan kosten en een maximum aan baten opleveren – vast te stellen.

De Raad voor effectbeoordeling van de Commissie heeft op 8 april 2014 een positief advies over de effectbeoordeling uitgebracht en tegelijkertijd een aantal aanbevelingen gedaan om het verslag nog te verbeteren. De raad verzocht om meer duidelijkheid over de probleemomschrijving en over de noodzaak van nieuwe tussentijdse doelstellingen, sterkere argumenten voor een stortverbod uit het oogpunt van subsidiariteit en evenredigheid en voor uniforme doelstellingen voor alle lidstaten, en nadere uitleg over de wijze waarop de uiteenlopende prestaties van de lidstaten in het voorstel in aanmerking worden genomen.

De effectbeoordeling leidde tot de conclusie dat een combinatie van opties de volgende voordelen biedt:

vermindering van de administratieve lasten, met name voor kleine inrichtingen of ondernemingen, vereenvoudiging en betere uitvoering, waaronder door ervoor te zorgen dat de doelen geschikt zijn voor het beoogde doel;

werkgelegenheid – tegen 2035 kunnen rechtstreeks meer dan 170 000 banen worden gecreëerd; de meeste daarvan kunnen onmogelijk buiten de EU worden verplaatst;

vermindering van de broeikasgasuitstoot – tussen 2015 en 2035 kan meer dan 600 miljoen ton broeikasgasuitstoot worden vermeden;

positieve effecten voor het concurrentievermogen van de Europese afvalbeheer- en recyclingsector, alsmede voor de productiesector van de EU (betere regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, verminderde risico's in verband met toegang tot grondstoffen);

herinjectie van secundaire grondstoffen in de EU-economie, hetgeen op zijn beurt de afhankelijkheid van de EU van de invoer van grondstoffen vermindert.

Bij het voorstel is een analysenota ingediend als aanvulling op de effectbeoordeling. In die nota zijn een aantal aanvullende opties en varianten geanalyseerd teneinde beter rekening te kunnen houden met de verschillende uitgangsposities van de lidstaten.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

3.1Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

De belangrijkste punten van de voorstellen tot wijziging van de EU-wetgeving inzake afvalbeheer zijn:

onderlinge afstemming van definities;

verhoging van de doelstelling om tegen 2030 65 % van het stedelijk afval voor te bereiden voor hergebruik en te recyclen;

verhoging van de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van verpakkingsafval, en vereenvoudiging van de reeks doelstellingen;

geleidelijke beperking van het storten van stedelijk afval tot 10 % tegen 2030;

grotere harmonisering en vereenvoudiging van het wetgevingskader inzake bijproducten en "einde-afvalfase";

nieuwe maatregelen ter bevordering van preventie (waaronder van voedselverspilling) en hergebruik;

invoering van minimale operationele voorwaarden voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;

invoering van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing om toe te zien op de naleving van de doelstellingen voor recycling;

vereenvoudiging en stroomlijning van de verslagleggingsvereisten;

aanpassing aan de artikelen 290 en 291 VWEU inzake gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

3.2Rechtsgrondslag en recht om te handelen

De voorstellen wijzigen zes richtlijnen die betrekking hebben op het beheer van verschillende soorten afvalstoffen. De voorstellen tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 1999/31/EG, Richtlijn 2000/53/EG, Richtlijn 2006/66/EG en Richtlijn 2012/19/EU zijn gebaseerd op artikel 192, lid 1, VWEU, en het voorstel tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG is gebaseerd op artikel 114 VWEU.

Artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2008/98/EG bevat een doelstelling om tegen 2020 50 % van het huishoudelijk en soortgelijk afval voor te bereiden voor hergebruik en te recyclen, en om 70 % van niet-gevaarlijk bouw- en sloopafval voor te bereiden voor hergebruik, te recyclen of anders nuttig toe te passen. Overeenkomstig artikel 11, lid 4, moest de Commissie die doelen uiterlijk op 31 december 2014 opnieuw bezien om zo nodig de doelen scherper te stellen en de vaststelling van doelstellingen voor andere afvalstromen te overwegen, rekening houdend met de milieugevolgen en de economische en sociale effecten van het vaststellen van de doelstellingen. Overeenkomstig artikel 9, onder c), moest de Commissie tegen einde 2014 afvalpreventie- en ontkoppelingsdoelstellingen voor 2020 vaststellen, gebaseerd op beste beschikbare praktijken met inbegrip van, indien nodig, een herziening van de in artikel 29, lid 4, bedoelde indicatoren. Ten slotte moest de Commissie overeenkomstig artikel 37, lid 4, in het eerste verslag dat uiterlijk op 12 december 2014 moest worden uitgebracht, een aantal maatregelen evalueren, waaronder regelingen voor producentenverantwoordelijkheid voor specifieke afvalstromen, streefdoelen, indicatoren en maatregelen die verband houden met recycling, alsmede activiteiten voor een nuttig gebruik van materiaal en energie die ertoe kunnen bijdragen dat de in de artikelen 1 en 4 vastgestelde doelstellingen op effectievere wijze kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 5, lid 2, van Richtlijn 1999/31/EG bevat drie streefdoelen voor het voorkomen van de stort van biologisch afbreekbaar stedelijk afval en verbiedt het storten van bepaalde afvalstromen. Het laatste streefdoel voor het voorkomen van de stort van biologisch afbreekbaar stedelijk afval moet uiterlijk op 16 juli 2016 door de lidstaten worden verwezenlijkt. Krachtens artikel 5, lid 2, wordt dit uiterlijk op 16 juli 2014 getoetst en vervolgens bevestigd of in het licht van de praktische ervaring van de lidstaten met de verwezenlijking van de twee eerdere streefdoelen gewijzigd teneinde een hoog niveau van milieubescherming te waarborgen.

Artikel 6, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG bevat streefdoelen voor de terugwinning en recycling van verpakkingsafval, die krachtens artikel 6, lid 5, iedere vijf jaar moeten worden vastgesteld op basis van de praktische ervaring die is opgedaan in de lidstaten alsmede de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en evaluatietechnieken, zoals levenscyclusanalyses en kosten-batenanalyses.

3.3Subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel

De voorstellen zijn in overeenstemming met het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij beperken zich ertoe de bovengenoemde richtlijnen te wijzigen door een kader van gemeenschappelijke doelstellingen vast te stellen, waarbij het aan de lidstaten is over de precieze uitvoeringsmethoden te beslissen.

3.4Toelichtende stukken

De Commissie is van oordeel dat toelichtende stukken over de maatregelen van de lidstaten ter omzetting van de richtlijnen noodzakelijk zijn om de kwaliteit van de informatie over de omzetting van de richtlijnen te verbeteren.

De wetgeving inzake afvalstoffen wordt in de lidstaten vaak op uiterst gedecentraliseerde wijze omgezet, bijvoorbeeld op regionaal of lokaal niveau en in meerdere rechtshandelingen, afhankelijk van de administratieve structuur van de lidstaat. Als gevolg daarvan moeten de lidstaten bij de omzetting van de gewijzigde richtlijnen mogelijk een grote verscheidenheid aan wetgevingshandelingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau wijzigen.

De voorstellen wijzigen zes verschillende afvalrichtlijnen en zijn van invloed op een groot aantal wettelijk bindende verplichtingen, waaronder een uitgebreide wijziging van de doelstellingen van Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 1999/31/EG en Richtlijn 94/62/EG en een vereenvoudiging van Richtlijn 2000/53/EG, Richtlijn 2006/66/EG en Richtlijn 2012/19/EU. Dit is een ingewikkelde herziening van de wetgeving inzake afval die gevolgen kan hebben voor een aantal nationale wetgevingsmaatregelen.

De herziene doelstellingen voor afvalbeheer in de gewijzigde richtlijnen zijn met elkaar vervlochten, en daarom moeten zij met de nodige zorgvuldigheid worden omgezet in nationale wetgeving en later worden geïntegreerd in de nationale systemen voor afvalbeheer.

De bepalingen van de gewijzigde richtlijnen zullen gelden voor een breed scala van publieke en particuliere belanghebbenden in de lidstaten en zullen grote gevolgen hebben voor de geplande investeringen in infrastructuur voor afvalbeheer. Een volledige en correcte omzetting van de gewijzigde richtlijnen is essentieel om ervoor te zorgen dat de doelstellingen (te weten de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu, een efficiënter gebruik van hulpbronnen, het waarborgen van de werking van de interne markt en het vermijden van belemmeringen voor het handelsverkeer en concurrentiebeperking binnen de EU) worden verwezenlijkt.

De eis om toelichtende stukken toe te zenden kan voor sommige lidstaten een aanvullende administratieve belasting vormen. De toelichtende stukken zijn echter noodzakelijk om effectief te kunnen verifiëren of de richtlijn volledig en correct is omgezet, hetgeen om bovengenoemde redenen essentieel is. Er bestaan geen minder belastende maatregelen om een doeltreffende verificatie mogelijk te maken. Toelichtende stukken kunnen echter ook in belangrijke mate bijdragen tot het verminderen van de administratieve lasten die gepaard gaan met het toezicht op de naleving door de Commissie: zonder deze stukken zouden aanzienlijke middelen en veelvuldige contacten met nationale autoriteiten nodig zijn om de omzettingsmethoden in alle lidstaten te volgen.

Gelet op bovenstaande is het passend de lidstaten te verzoeken de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer documenten waarin het verband tussen de bepalingen van de richtlijnen tot wijziging van de afvalwetgeving en de overeenkomstige onderdelen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht.

3.5Gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie

In artikel 1, leden 4, 5, 6, 9, 11, 14, 15, 18, 19, 21 en 22, van het voorstel betreffende Richtlijn 2008/98/EG, artikel 1, leden 4, 6, 7, 9 en 10, van het voorstel betreffende Richtlijn 94/62/EG, artikel 1, leden 6 en 7, van het voorstel betreffende Richtlijn 1999/31/EG en de voorgestelde wijzigingen van de artikelen 1 en 3 van het voorstel betreffende de Richtlijnen 2000/53/EG en 2012/19/EU zijn de gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie beschreven en de overeenkomstige procedures voor de vaststelling van deze handelingen vastgesteld.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting, en gaat daarom niet vergezeld van het financieel memorandum als bepaald in artikel 31 van het Financieel Reglement (Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad).    

2015/0276 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 12 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het afvalstoffenbeheer in de Unie moet worden verbeterd met het oog op de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens, het behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, en de bevordering van een meer circulaire economie.

(2)De bij Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad 13 vastgestelde doelstellingen voor de terugwinning en recycling van verpakking en verpakkingsafval moeten worden gewijzigd om de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van verpakkingsafval te verhogen, teneinde beter aan te sluiten bij de ambitie van de Unie om tot een circulaire economie te komen.

(3)Voorts moeten, met het oog op een grotere samenhang van de afvalwetgeving, de definities van Richtlijn 94/62/EG in overeenstemming worden gebracht met die van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad 14 , die van toepassing is op afval in het algemeen.

(4)Er zouden duidelijke economische, sociale en milieuvoordelen verbonden zijn aan een verdere verhoging van de bij Richtlijn 94/62/EG vastgestelde doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van verpakkingsafval.

(5)Een geleidelijke verhoging van de bestaande doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van verpakkingsafval moet waarborgen dat economisch waardevolle afvalmaterialen geleidelijk en doeltreffend nuttig worden toegepast door middel van een adequaat afvalstoffenbeheer en in overeenstemming met de afvalhiërarchie. Op die manier moet ervoor worden gezorgd dat waardevolle materialen uit afval terugvloeien naar de Europese economie, waardoor vooruitgang wordt geboekt met de uitvoering van het grondstoffeninitiatief 15 en de ontwikkeling van een circulaire economie.

(6)In veel lidstaten is de nodige infrastructuur voor afvalstoffenbeheer nog niet volledig uitgebouwd. Het is daarom van groot belang duidelijke beleidsdoelstellingen te bepalen om te voorkomen dat recycleerbare materialen onderaan de afvalhiërarchie blijven vastzitten.

(7)Door de samenvoeging van de bij de Richtlijnen 2008/98/EG en 1999/31/EG vastgestelde recyclingdoelstellingen en stortbeperkingen zijn de bij Richtlijn 94/62/EG vastgestelde doelstellingen van de Unie voor energieterugwinning en de recyclingdoelstellingen van de Unie voor verpakkingsafval niet langer nodig.

(8)Deze richtlijn stelt langetermijndoelstellingen vast voor het afvalstoffenbeheer van de Unie en geeft ondernemingen en de lidstaten een duidelijke richting voor de investeringen die nodig zijn om die doelstellingen te verwezenlijken. Bij het ontwikkelen van hun nationale strategieën voor afvalstoffenbeheer en het plannen van investeringen in de infrastructuur voor afvalstoffenbeheer moeten de lidstaten, in overeenstemming met de afvalhiërarchie, terdege gebruikmaken van de Europese structuur- en investeringsfondsen door preventie, hergebruik en recycling te bevorderen.

(9)Er zijn doelstellingen vastgesteld voor de recycling van kunststof verpakkingsafval tegen 2025, waarbij rekening is gehouden met wat technisch haalbaar was op het moment van de herziening van de richtlijn; de Commissie kan voorstellen doen voor herziene niveaus van de doelstellingen voor kunststoffen tegen 2030 op basis van een evaluatie van de vooruitgang die de lidstaten hebben geboekt met de verwezenlijking van die doelstellingen, rekening houdend met de ontwikkeling van de soorten kunststoffen op de markt, de ontwikkeling van nieuwe recyclingtechnologieën en de vraag naar gerecycleerde kunststoffen.

(10)Voor ferrometalen en aluminium moeten afzonderlijke recyclingdoelstellingen worden bepaald om aanzienlijke economische en ecologische voordelen te behalen; meer recycling van aluminium zorgt immers voor de besparing van een aanzienlijke hoeveelheid energie en koolstofdioxide. De bestaande doelstelling voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van metalen verpakking moet daarom worden gesplitst in afzonderlijke doelstellingen voor deze twee soorten afvalstoffen.

(11)Om te berekenen of de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling worden verwezenlijkt, moeten de lidstaten rekening kunnen houden met producten en componenten die voor hergebruik zijn voorbereid door erkende bedrijven voor de voorbereiding voor hergebruik en in het kader van erkende statiegeldsystemen. Om voor deze berekeningen geharmoniseerde voorwaarden te verzekeren, zal de Commissie gedetailleerde regels vaststellen voor de bepaling van erkende bedrijven voor de voorbereiding voor hergebruik en erkende statiegeldsystemen, alsmede voor de verzameling en verificatie van gegevens en de verslaglegging hierover.

(12)Om de betrouwbaarheid van de verzamelde gegevens over de voorbereiding voor hergebruik te verzekeren, is het essentieel om gemeenschappelijke verslagleggingsregels vast te stellen. Het is tevens van belang preciezere regels vast te stellen die de lidstaten moeten volgen bij het aangeven van wat daadwerkelijk is gerecycleerd en kan worden meegerekend voor de verwezenlijking van de recyclingdoelstellingen. Hiertoe moet als algemene regel het verslag over de verwezenlijking van de recyclingdoelstellingen worden gebaseerd op de input in het eindproces van recycling. Om de administratieve lasten te verminderen, moet het de lidstaten, onder strikte voorwaarden, worden toegestaan hun verslag over de recyclingpercentages op de output van sorteerinrichtingen te baseren. Het gewichtsverlies van materialen of stoffen te wijten aan fysieke en/of chemische transformatieprocessen eigen aan het eindproces van recycling moet niet worden afgetrokken van het gewicht aan afvalstoffen dat in het verslag als gerecycleerd wordt aangegeven.

(13)Om te zorgen voor een betere, snellere en meer eenvormige uitvoering van deze richtlijn en te anticiperen op zwakke punten in de uitvoering ervan, moet een systeem voor vroegtijdige waarschuwing worden ingevoerd, zodat tekortkomingen aan het licht komen en vóór de termijnen voor de verwezenlijking van de doelstellingen maatregelen kunnen worden genomen.

(14)Door de lidstaten ingediende statistische gegevens zijn voor de Commissie essentieel om de naleving van de afvalwetgeving in alle lidstaten te kunnen beoordelen. De kwaliteit, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van statistieken moet worden verbeterd door één toegangspunt voor alle gegevens over afvalstoffen in te stellen, achterhaalde verslagleggingsvereisten te schrappen, nationale verslagleggingsmethoden af te wegen en een kwaliteitscontroleverslag over de gegevens in te voeren.

(15)De uitvoeringsverslagen die de lidstaten om de drie jaar opstellen, zijn geen doeltreffend instrument gebleken voor het toezicht op de naleving en het waarborgen van een goede uitvoering, en leverden een onnodige administratieve belasting op. Het is daarom wenselijk de bepalingen die de lidstaten ertoe verplichten dergelijke verslagen op te stellen, in te trekken en voor het toezicht op de naleving uitsluitend gebruik te maken van de statistische gegevens die de lidstaten elk jaar bij de Commissie indienen.

(16)Betrouwbare verslaglegging over statistische gegevens betreffende afvalstoffenbeheer is van wezenlijk belang voor een doeltreffende uitvoering en voor het waarborgen van de vergelijkbaarheid van gegevens tussen de lidstaten. Bij de voorbereiding van de verslagen over de naleving van de in Richtlijn 94/62/EG bepaalde doelstellingen zouden de lidstaten gebruik moeten maken van de recentste methode die door de Commissie en de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten is ontwikkeld.

(17)Met het oog op de aanvulling of wijziging van Richtlijn 94/62/EG moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag de bevoegdheid om handelingen vast te stellen ten aanzien van artikel 6 bis, leden 2 en 5, artikel 11, lid 3, artikel 19, lid 2, en artikel 20 aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(18)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 94/62/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend in verband met artikel 12, lid 3 quinquies, en artikel 19. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 16 .

(19)Richtlijn 94/62/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(20)Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken 17 , hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(21)Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk enerzijds elk effect van verpakking en verpakkingsafval op het milieu te voorkomen of te beperken en aldus een hoog milieubeschermingsniveau te waarborgen, en anderzijds de werking van de interne markt te garanderen en handelsbelemmeringen, concurrentieverstoring en concurrentiebeperking in de Unie te voorkomen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Europese Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen

Richtlijn 94/62/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a) in punt 1 wordt de volgende tekst geschrapt:

"De Commissie bestudeert indien passend, de voorbeelden ter illustratie van de definitie van verpakking in bijlage I en herziet deze waar nodig. De volgende artikelen worden prioritair behandeld: CD- en videodoosjes, bloempotten, buizen en rollen die met buigbaar materiaal omwikkeld zijn, papier waarop zelfklevende etiketten zitten, en inpakpapier. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.";

b) punt 2 wordt vervangen door:

"2. "verpakkingsafval": alle verpakking of verpakkingsmateriaal waarop de definitie van een afvalstof zoals vastgesteld in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(*) van toepassing is;

(*) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).";

c) de punten 3 tot en met 10 worden geschrapt;

d) de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

"Voorts zijn de in artikel 3 van Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde definities van "afvalstof", "afvalstoffenproducent", "afvalstoffenhouder", "afvalstoffenbeheer", "inzameling", "gescheiden inzameling", "preventie", "hergebruik", "verwerking", "nuttige toepassing", "voorbereiding voor hergebruik", "recycling", "eindproces van recycling" en "verwijdering" van toepassing.";

2) in artikel 4, lid 1, tweede alinea, wordt de eerste zin vervangen door:

"Dergelijke maatregelen kunnen bestaan uit nationale programma's, stimulansen via regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om de effecten van verpakking op het milieu te beperken en soortgelijke maatregelen die, zo nodig in overleg met ondernemingen, worden genomen en opgezet om de vele initiatieven op het gebied van preventie in de lidstaten te bundelen en te benutten. Zij moeten stroken met de doelstellingen van deze richtlijn zoals omschreven in artikel 1, lid 1.";

3) artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door "Nuttige toepassing, hergebruik en recycling";

b) aan lid 1 worden de volgende punten f) tot en met i) toegevoegd:

"f) uiterlijk op 31 december 2025 wordt ten minste 65 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;

g) uiterlijk op 31 december 2025 worden de volgende minimumdoelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:

i) 55 gewichtsprocent van het kunststof;

ii) 60 gewichtsprocent van het hout;

iii) 75 gewichtsprocent van de ferrometalen;

iv) 75 gewichtsprocent van het aluminium;

v) 75 gewichtsprocent van het glas;

vi) 75 gewichtsprocent van het papier en karton;

h) uiterlijk op 31 december 2030 wordt ten minste 75 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;

i) uiterlijk op 31 december 2030 worden de volgende minimumdoelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:

i) 75 gewichtsprocent van het hout;

ii) 85 gewichtsprocent van de ferrometalen;

iii) 85 gewichtsprocent van het aluminium;

iv) 85 gewichtsprocent van het glas;

vi) 85 gewichtsprocent van het papier en karton.";

c) de leden 2 en 3 worden vervangen door:

"2.     Verpakkingsafval dat uit de Unie wordt uitgevoerd, wordt alleen meegerekend voor de verwezenlijking van de in lid 1 vastgestelde doelstellingen door de lidstaat waarin het is ingezameld als aan de voorschriften van artikel 6 bis, lid 4, wordt voldaan en als de exporteur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad(*) kan aantonen dat de overbrenging van de afvalstoffen voldoet aan de voorschriften van die verordening en dat de verwerking van de afvalstoffen buiten de Unie heeft plaatsgevonden onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van de desbetreffende milieuwetgeving van de Unie.

3.    Verpakkingsafval dat naar een andere lidstaat wordt overgebracht met het oog op voorbereiding voor hergebruik, recycling of nuttige toepassing ervan in die andere lidstaat, mag alleen worden meegerekend voor de verwezenlijking van de in lid 1, onder f) tot en met i), vastgestelde doelstellingen door de lidstaat waarin het verpakkingsafval is verzameld.

(*) Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).";

d) de leden 5, 8 en 9 worden geschrapt;

4) het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

Berekeningsregels voor de verwezenlijking van de in artikel 6 vastgestelde doelstellingen

1. Om te berekenen of de in artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i), vastgestelde doelstellingen zijn verwezenlijkt:

a) wordt onder het gewicht van gerecycleerd verpakkingsafval verstaan het gewicht van afvalstoffen die als input in het eindproces van recycling dienen;

b) wordt onder het gewicht van voor hergebruik voorbereid verpakkingsafval verstaan het gewicht van verpakkingsafval dat door een erkend bedrijf voor de voorbereiding voor hergebruik nuttig is toegepast of is ingezameld en alle nodige controle-, schoonmaak- en reparatiehandelingen heeft ondergaan om hergebruik mogelijk te maken zonder verdere sortering of voorbehandeling;

c) mogen lidstaten producten en componenten die voor hergebruik zijn voorbereid door erkende bedrijven voor de voorbereiding voor hergebruik of in het kader van erkende statiegeldsystemen, meerekenen. Voor de berekening van het aangepaste percentage verpakkingsafval dat voor hergebruik is voorbereid en gerecycleerd, waarbij rekening wordt gehouden met de voor hergebruik voorbereide producten en componenten, gebruiken de lidstaten geverifieerde gegevens van de bedrijven en passen zij de in bijlage IV vastgestelde formule toe.

2. Om voor de toepassing van lid 1, onder b) en c), en bijlage IV geharmoniseerde voorwaarden te verzekeren, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast die kwalitatieve en operationele minimumvereisten opleggen voor de bepaling van erkende bedrijven voor de voorbereiding voor hergebruik en erkende statiegeldsystemen, met inbegrip van specifieke regels voor de verzameling en verificatie van gegevens en de verslaglegging hierover.

3. In afwijking van lid 1 mag in het verslag het outputgewicht van een sorteerhandeling als het gewicht van het gerecycleerde verpakkingsafval worden aangegeven, op voorwaarde dat:

a) deze outputafvalstoffen als input in het eindproces van recycling dienen;

b) het gewicht van de materialen of stoffen die geen eindproces van recycling ondergaan en worden verwijderd of worden gebruikt voor energieterugwinning, minder dan 10 % bedraagt van het totale gewicht dat in het verslag als gerecycleerd wordt aangegeven.

4. De lidstaten moeten een doeltreffend systeem voor de kwaliteitscontrole en traceerbaarheid van verpakkingsafval instellen om te waarborgen dat aan de in lid 3, onder a) en b), vastgestelde voorwaarden wordt voldaan. Het systeem kan bestaan uit krachtens artikel 35, lid 4, van Richtlijn 2008/98/EG opgezette elektronische registers, technische specificaties voor de kwaliteitsvereisten voor gesorteerde afvalstoffen of gelijkwaardige maatregelen om de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de verzamelde gegevens over gerecycleerde afvalstoffen te verzekeren.

5. Om te berekenen of de in artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i), vastgestelde doelstellingen zijn verwezenlijkt, mogen de lidstaten rekening houden met de met verbranding gecombineerde recycling van metalen in verhouding tot het aandeel verbrand verpakkingsafval, op voorwaarde dat de gerecycleerde metalen voldoen aan bepaalde kwaliteitsvereisten. De lidstaten maken gebruik van de overeenkomstig artikel 11 bis, lid 6, van Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde gemeenschappelijke methode.";

5) het volgende artikel 6 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 6 ter

Verslag vroegtijdige waarschuwing

1. De Commissie stelt, in samenwerking met het Europees Milieuagentschap, uiterlijk drie jaar voor elke in artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i), vastgestelde termijn verslagen op over de vooruitgang met de verwezenlijking van de in die bepalingen vastgestelde doelstellingen.

2. De in lid 1 bedoelde verslagen omvatten het volgende:

a) een raming van de mate van verwezenlijking van de doelstellingen door elke lidstaat;

b) een lijst van lidstaten die het risico lopen die doelstellingen niet binnen de respectieve termijnen te verwezenlijken, vergezeld van passende aanbevelingen voor de lidstaten in kwestie.";

6) artikel 11, lid 3, wordt vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om te bepalen onder welke voorwaarden de in lid 1 genoemde concentraties niet van toepassing zijn op gerecycleerd materiaal en producten die in een gesloten en gecontroleerde keten zijn opgenomen, alsmede te bepalen welke verpakkingssoorten van de in lid 1, derde streepje, bedoelde eis zijn vrijgesteld.";

7) artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door "Informatiesystemen en verslaglegging";

b) lid 2 wordt vervangen door:

"2. De in lid 1 bedoelde databases omvatten de in bijlage III opgesomde gegevens en verschaffen in het bijzonder informatie over de omvang, kenmerken en ontwikkeling van de verpakkings- en verpakkingsafvalstromen (onder meer informatie over giftige of gevaarlijke bestanddelen van verpakkingsmateriaal en over stoffen die bij de fabricage ervan worden gebruikt) op het niveau van de afzonderlijke lidstaten.";

c) lid 3 wordt geschrapt;

d) de volgende leden 3 bis, 3 ter, 3 quater en 3 quinquies worden ingevoegd:

"3 bis. De lidstaten dienen bij de Commissie voor elk kalenderjaar een verslag in met de gegevens betreffende de verwezenlijking van de in artikel 6, lid 1, onder a) tot en met i), vastgestelde doelstellingen. Zij dienen deze gegevens uiterlijk 18 maanden na het einde van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld elektronisch in.

De gegevens worden ingediend in het formaat dat door de Commissie overeenkomstig lid 3 quinquies is vastgesteld. Het eerste verslag omvat de gegevens voor de periode van 1 januari [enter year of entry into force of this Directive + 1 year] tot en met 31 december [enter year of entry into force of this Directive + 1 year].

3 ter. De overeenkomstig dit artikel door de lidstaten ingediende gegevens gaan vergezeld van een kwaliteitscontroleverslag en een verslag over de uitvoering van artikel 6 bis, lid 4.

3 quater. De Commissie beoordeelt de overeenkomstig dit artikel ingediende gegevens en publiceert een verslag met de resultaten van haar beoordeling. Dit verslag omvat een beoordeling van de manier waarop de gegevensverzameling wordt georganiseerd, van de gegevensbronnen en van de in de lidstaten gebruikte methode, alsook van de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering omvatten. Er wordt om de drie jaar een verslag opgesteld.

3 quinquies. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die het formaat bepalen voor de verslaglegging over de gegevens overeenkomstig lid 3 bis. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.";

e) lid 5 wordt geschrapt;

8) artikel 17 wordt geschrapt;

9) artikel 19 wordt vervangen door:

"1. De Commissie stelt de nodige uitvoeringshandelingen vast voor de aanpassing van het in artikel 8, lid 2, en artikel 10, tweede alinea, zesde streepje, bedoelde identificatiesysteem aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in bijlage I bepaalde lijst van voorbeelden ter illustratie van de definitie van verpakking te wijzigen.";

10) artikel 20 wordt vervangen door:

"Artikel 20

Specifieke maatregelen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis de nodige gedelegeerde handelingen vast te stellen om eventuele problemen bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn op te vangen, met name voor verpakkingsmateriaal dat inert is en in zeer kleine hoeveelheden (d.w.z. ongeveer 0,1 gewichtsprocent) op de markt van de Unie is gebracht, de primaire verpakking van medische hulpmiddelen en farmaceutische producten, kleine verpakking en luxeverpakking.";

11) artikel 21 wordt vervangen door:

"Artikel 21

Comitéprocedure

1. Voor de toepassing van artikel 12, lid 3 quinquies, en artikel 19, lid 1, wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 39 van Richtlijn 2008/98/EG opgerichte comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(*).

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(*) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.02.2011, blz. 13).";

12) het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 21 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De bevoegdheid om de in artikel 6 bis, lid 2, artikel 11, lid 3, artikel 19, lid 2, en artikel 20 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van [enter date of entry into force of this Directive] voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6 bis, lid 2, artikel 11, lid 3, artikel 19, lid 2, en artikel 20 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere daarin genoemde datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Een overeenkomstig artikel 6 bis, lid 2, artikel 11, lid 3, artikel 19, lid 2, en artikel 20 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.";

13) bijlage III bij Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn;

14) aan Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval wordt bijlage IV toegevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

Omzetting

1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [insert date eighteen months after the entry into force of this Directive] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(2) Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).
(3) Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1).
(4) Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB 269 van 21.10.2000, blz. 34).
(5) Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG (PB L 266 van 26.9.2006, blz. 1).
(6) Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38).
(7) COM(2011571.
(8) Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 "Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet" (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171).
(9) In de afvalhiërarchie komt preventie eerst, gevolgd door hergebruik, dan recycling, energieterugwinning en afvalverwijdering (waaronder storten en verbranding zonder energieterugwinning).
(10) COM(2008699 en COM(2014297.
(11) COM(2014397.
(12) PB C , , blz. .
(13) Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).
(14) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(15) COM(2013442.
(16) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(17) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
Top

Brussel, 2.12.2015

COM(2015) 596 final

BIJLAGE

bij het

voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval

{SWD(2015) 259 final}
{SWD(2015) 260 final}


BIJLAGE

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

1) in de tabellen 1 en 2 wordt elke rij met de titel "Metaal" vervangen door twee rijen met de titels "Ferrometalen" en "Aluminium";

2) in de tabellen 3 en 4 wordt elke rij "Verpakkingsafval van metaal" vervangen door twee rijen met de titels "Verpakkingsafval van ferrometalen" en "Verpakkingsafval van aluminium".

De volgende bijlage IV wordt toegevoegd:

"BIJLAGE IV

Berekeningsmethode voor de voorbereiding voor hergebruik van producten en componenten voor de toepassing van artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i)

Om het aangepaste percentage voor recycling en voorbereiding voor hergebruik overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i), te berekenen, gebruiken de lidstaten de volgende formule:

E: aangepast percentage voor recycling en hergebruik in een bepaald jaar;

A: gewicht van het in een bepaald jaar gerecycleerd of voor hergebruik voorbereid verpakkingsafval;

R: gewicht van de in een bepaald jaar voor hergebruik voorbereide producten en componenten;

P: gewicht van het in een bepaald jaar geproduceerde verpakkingsafval."

Top