Help Print this page 

Document 52008PC0809

Title and reference
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (herschikking) {SEC(2008) 2930} {SEC(2008) 2931}

/* COM/2008/0809 def. - COD 2008/0240 */
  • No longer in force
Multilingual display
Text

52008PC0809




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 3.12.2008

COM(2008) 809 definitief

2008/0240 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

(herschikking)

{SEC(2008) 2930}{SEC(2008) 2931}

⎢ .

TOELICHTING

Achtergrond van het voorstel |

110 | Motivering en doel van het voorstel Richtlijn 2002/95/EG (de BGS-richtlijn) beoogt het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te beperken om bij te dragen tot de bescherming van de volksgezondheid en een milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing en verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De twee belangrijkste redenen voor de herziening van deze richtlijn zijn de volgende: 1. De Commissie zet zich in voor een betere regelgeving die eenvoudig, begrijpelijk, doeltreffend en uitvoerbaar is. Regelgeving waar bedrijven mee moeten werken, beïnvloedt hun concurrentievermogen en hun vermogen om te groeien en banen te scheppen. Betere regelgeving is een belangrijke doelstelling van het partnerschap voor groei en werkgelegenheid van de EU (de Lissabonstrategie). Er is ruimte om de richtlijn te verbeteren wat betreft toepassing, handhaving en samenhang. 2. Overeenkomstig de BGS-richtlijn moet de Commissie bij de herziening van de maatregelen van die richtlijn voornamelijk aandacht schenken aan de opneming van twee extra categorieën apparatuur (apparatuur die onder de categorieën 8 en 9 van bijlage I A van Richtlijn 2002/96/EG (AEEA) valt: medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur) en de aanpassing van de lijst van stoffen waarvoor beperkingen gelden. Doel van het voorstel is een verduidelijking van de richtlijn ten behoeve van een gemakkelijkere tenuitvoerlegging, betere handhaving op nationaal niveau, aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek en samenhang met andere onderdelen van de communautaire wetgeving. |

120 | Algemene context Onzekerheid over het toepassingsgebied, gebrek aan duidelijkheid over wettelijke bepalingen en definities, verschillende benaderingen van de lidstaten ten aanzien van de naleving van de productvoorschriften alsmede potentiële doublures met procedures van andere onderdelen van de EU-wetgeving (zoals REACH), veroorzaken onnodige administratieve kosten. Zonder een herziening van de BGS-richtlijn kunnen met de wetgeving geen optimale milieuvoordelen worden bereikt, zal de onzekerheid van de fabrikanten over de wettelijke eisen voor het aantonen van de conformiteit met de BGS-richtlijn en over de handhavingsmethoden in de 27 lidstaten blijven bestaan en zal de administratieve belasting even hoog blijven of zelfs toenemen. |

130 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Het besluit dat verband houdt met het onderhavige voorstel is de BGS-richtlijn. |

140 | Samenhang met andere beleidsgebieden van de EU De herziening verbetert de complementariteit en samenhang van de BGS-richtlijn met andere relevante Gemeenschapswetgeving, zoals het pakket wetgeving inzake het op de markt brengen van producten[1] (betreffende definities en handhaving), REACH[2] (betreffende het gebruik van stoffen), de EVP-richtlijn[3] (betreffende het ontwerp van elektrische en elektronische apparatuur (EEA)) en de wetgeving in verband met het beheer van afval van EEA. Zij beoogt de administratieve belasting te verminderen en de BGS-richtlijn kosteneffectiever te maken. |

Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

211 | Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Via de EUROPA-website zijn twee overlegronden met de belanghebbenden georganiseerd. In de eerste overlegronde (van 22 maart tot en met 22 mei 2007) konden de deelnemers opmerkingen en informatie verstrekken over de onderdelen van de BGS-richtlijn die voor herziening in aanmerking kwamen. De tweede overlegronde (van 13 december 2007 tot en met 13 februari 2008) was het met name bedoeld om feedback en informatie te ontvangen over de in de eerste ronde voorgestelde beleidsopties. |

212 | Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden De antwoorden op de raadpleging kwamen van een groot aantal belanghebbenden en uit veel verschillende geografische gebieden, met aanzienlijke verschillen in de kwaliteit en omvang van de bijdragen. Bij de eerste raadpleging (49 respondenten) gaven de belanghebbenden met name aan behoefte te hebben aan stroomlijning en harmonisatie bij de uitvoering (in het bijzonder met betrekking tot het toepassingsgebied en de naleving van de voorschriften) en aan een snellere regeling voor vrijstellingen. NGO’s verzochten om verbetering van de milieu- en gezondheidsvoordelen van de richtlijn. In de tweede ronde (62 respondenten) gaven de belanghebbenden in detail aan wat hun voorkeuren waren met betrekking tot de verschillende opties en de toekomstige algemene strekking van de BGS-richtlijn. Sommigen stelden voor de BGS-richtlijn geleidelijk af te schaffen en het beheer van gevaarlijke stoffen in de REACH-verordening onder te brengen, maar de meeste belanghebbenden deelden dit standpunt niet. In het algemeen hadden de voorstellen betrekking op de verduidelijking van begrippen en de beperking van onzekerheden. |

213 | De resultaten van de raadplegingen zijn te vinden op http://ec.europa.eu/environment/waste/weee/events_rohs2_en.htm. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

221 | Betrokken wetenschaps- en kennisgebieden In 2006 is een studie uitgevoerd naar de eventuele opneming van medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur (overeenkomstig artikel 6 van de BGS-richtlijn)[4]. In juni 2008 is een studie afgerond betreffende de noodzaak en haalbaarheid van de opneming van verdere gevaarlijk stoffen in de BGS-richtlijn, overeenkomstig artikel 4, lid 3, en artikel 6 van die richtlijn. In juni 2008 is een dienstverleningscontract afgerond voor de ondersteuning van de diensten van de Commissie bij de technische aspecten van de effectbeoordeling. In april 2008 is een studie afgerond betreffende de innovatie- en concurrentieaspecten van de herziening van de AEEA-richtlijn en de BGS-richtlijn[5]. De enige stof die in het kader van de nieuwe stand van de wetenschap voor een onderzoek naar een ontheffing van het verbod in aanmerking kwam, is deca-BDE. Het gebruik van deca-BDE in EEA wordt sinds 2002 door de BGS-richtlijn beperkt. In 2005 werd deca-BDE bij Beschikking 2005/717/EG[6] vrijgesteld van het gebruiksverbod. Op 1 april 2008 heeft het Europees Hof van Justitie de beschikking betreffende de vrijstelling nietig verklaard maar de geldigheid van de beschikking nog tot en met 30 juni 2008 gehandhaafd[7]. Sinds 1 juli 2008 is de oorspronkelijke beperking van het verbod van deca-BDE in EEA weer van toepassing. In het onderhavige voorstel is deca-BDE nog steeds opgenomen in de lijst van verboden stoffen (bijlage IV). Er bestaat nog onzekerheid over de toxiciteit van deze stof en de omzetting ervan in afbraakproducten die zelf verboden stoffen zijn (debromering tot PBT/vPvB-stoffen). Uit de risicobeoordeling is gebleken dat er geen verdergaande risicobeperkende maatregelen genomen hoeven te worden dan de reeds toegepaste maatregelen met betrekking tot de risico's voor consumenten, de menselijke gezondheid (fysisch-chemische eigenschappen), risico’s voor de atmosfeer en risico’s voor micro-organismen in afvalwaterzuiveringsinstallaties en dat er behoefte bestaat aan verdere informatie over en onderzoek naar de risico’s voor werknemers, voor menselijke blootstelling via het milieu en voor het aquatische en het terrestrische ecosysteem teneinde de bedenkingen ten aanzien van de persistente, bioaccumulerende en toxische eigenschappen van de stof afdoende te kunnen karakteriseren[8]. Verordening (EG) nr. 565/2006 van de Commissie stelt dat er verder onderzoek moet worden uitgevoerd met het oog op de risicobeoordeling, met inbegrip van ontwikkelingsneurotoxiciteit, biomonitoring bij de mens en programma’s voor milieumonitoring[9]. De risico’s van het gebruik van deca-BDE in EEA blijken ook duidelijk uit recente bevindingen[10] over onregelmatige dumping van afval in de EU en in het bijzonder over illegale verhandeling van AEEA aan landen met afvalbeheersvoorwaarden die niet aan de normen voldoen. Industriële gebruikers kunnen overeenkomstig de criteria van artikel 5, lid 1, onder b), van dit voorstel tijdelijke vrijstellingen aanvragen. Overeenkomstig de zevende overweging van dit voorstel wordt de momentele beperking van het gebruik regelmatig opnieuw onderzocht en, indien nodig, in het licht van nieuwe technische en wetenschappelijke informatie aangepast. |

222 | Gebruikte methode Bovengenoemde onderzoeken werden uitgevoerd met behulp van enquêtes en literatuuronderzoek alsmede interviews met ondernemingen, nationale handhavingsinstanties en vertegenwoordigers uit de industrie. Daarnaast zijn technische workshops met belanghebbenden georganiseerd. |

223 | Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigen Industriefederaties en afzonderlijke ondernemingen, NGO’s en lidstaten. |

2249 | Samenvatting van de ontvangen en gebruikte adviezen |

225 | De belangrijke elementen van het ontvangen en gebruikte advies betroffen de harmonisatie van de eisen, de verduidelijking en vereenvoudiging van de richtlijn, de verbetering van de vrijstellingsregeling en de opneming van medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur in het toepassingsgebied van de richtlijn. |

226 | Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiek Publicatie van eindverslagen op de EUROPA-website. |

230 | Effectbeoordeling De volgende opties werden overwogen: het toepassingsgebied en de definities niet te verduidelijken of aan te vullen; de richtlijn volledig in te trekken; het verbod voor een stof (deca-BDE) op te heffen en de lijst van beperkte stoffen uit te breiden. Al deze opties zijn verworpen omdat uit de effectbeoordeling is gebleken dat de voordelen van de herziening van de richtlijn daarmee niet optimaal zouden zijn of omdat de potentiële kosten groter waren dan de voordelen. Aanbevolen wordt verduidelijkingen op te nemen en handhavingsbepalingen in te voeren, teneinde de bepalingen waar mogelijk op één lijn te brengen met andere onderdelen van de communautaire wetgeving (zoals de REACH-verordening), de vrijstellingsregeling aan te passen en twee nieuwe categorieën apparatuur op te nemen. De verwachte voordelen liggen op milieugebied (beperking van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in het milieu afkomstig van medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur, beperking van het aantal niet-conforme producten op de markt) en op economische gebied (vermindering van de administratieve belasting, voorkomen van dubbele procedures en verhoging van de rechtszekerheid). |

231 | De Commissie heeft een effectbeoordeling van het voorstel uitgevoerd die is opgenomen in het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie. |

Juridische elementen van het voorstel |

305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregelen De basisdoelstellingen en -mechanismen van deze richtlijn zijn niet gewijzigd. Het uiteindelijke doel is te komen tot een situatie waarin bepaalde gevaarlijke stoffen helemaal niet meer in elektrische en elektronische apparatuur worden gebruikt; indien dit tijdelijk niet mogelijk is, worden vrijstellingen verleend. Een verbod op nieuwe stoffen wordt niet voorgesteld. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen zijn: Artikel 2 (toepassingsgebied): er worden twee nieuwe bijlagen toegevoegd die het toepassingsgebied van de richtlijn beschrijven. De eerste bijlage beschrijft de brede productcategorieën en de tweede bijlage, die door de Commissie gewijzigd kan worden, bevat een bindende lijst van producten per categorie. Een geharmoniseerd toepassingsgebied verbetert de uitvoering van de richtlijn en beperkt de administratieve belasting. Medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur worden met het oog op de milieu- en gezondheidsvoordelen van de beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in dergelijke apparatuur in de richtlijn opgenomen; de opneming vindt evenwel geleidelijk plaats om nadelige sociaaleconomische gevolgen te voorkomen. Artikel 3 (definities): de definities van "marktdeelnemers" worden op één lijn gebracht met de definities van het pakket wetgeving inzake het op de markt brengen van producten en nieuwe definities zoals de definities van "medische hulpmiddelen" en "homogeen materiaal" worden toegevoegd. Geharmoniseerde definities die stroken met de betreffende communautaire wetgeving vergroten de juridische duidelijkheid en beperken de administratieve kosten. Artikel 4 (verbod van stoffen): er worden maximumconcentraties voor de verboden stoffen vastgesteld (opneming in de richtlijn van een besluit van de Commissie) en de toestemming om niet-conforme reserveonderdelen te gebruiken wordt uitgebreid tot apparatuur waarvoor een vrijstelling geldt op het moment dat ze in de handel wordt gebracht. Hiermee wordt voorkomen dat apparatuur vroegtijdig uit de handel moet worden genomen. Een nieuwe bijlage met specifieke vrijstellingen voor de nieuwe productcategorieën (medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur) wordt toegevoegd voor gevallen waarin vervanging nog niet haalbaar is. Er komt een regeling voor de invoering van nieuwe verboden van stoffen overeenkomstig de REACH-methodiek ten behoeve van een optimale samenhang en synergie met de in het kader van de wetgeving inzake chemische stoffen uitgevoerde werkzaamheden. De uitvoeringsbepalingen voor dit proces worden in het kader van de comitéprocedure ontwikkeld. Daarbij verleent de Commissie prioriteit aan het gebruik van de in het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) voorhanden zijnde expertise. De Commissie zal het ECHA verzoeken de als prioritair beschouwde stoffen te beoordelen. Artikel 5 (vrijstellingsregeling): de maximale geldigheidsduur voor vrijstellingen wordt op vier jaar vastgesteld om vervanging te stimuleren, rechtszekerheid te verschaffen en – overeenkomstig REACH – de bewijslast naar de aanvrager te verschuiven. Nieuwe criteria als beschikbaarheid en betrouwbaarheid voor het verlenen van vrijstellingen worden ingevoerd om rekening te houden met bredere sociaaleconomische aspecten. De Commissie wordt belast met het opstellen van uitvoeringsbepalingen die de aanvragers moeten toepassen wanneer zij om een vrijstelling verzoeken. Hierdoor wordt de procedure gemakkelijker en sneller. De artikelen 6 tot en met 8 zijn nieuw en betreffen de invoering van productconformiteitsbeoordelingseisen en markttoezichtmechanismen overeenkomstig het pakket wetgeving inzake het op de markt brengen van producten. Een beperking van het aantal niet-conforme producten door een versterkt en geharmoniseerd markttoezicht is een kosteneffectieve manier om de milieuvoordelen van de richtlijn te vergroten. Geharmoniseerde conformiteitsbeoordelingseisen vergroten de rechtszekerheid en beperken de administratieve kosten voor de lidstaten en de fabrikanten. |

310 | Rechtsgrondslag Artikel 95 van het Verdrag. |

320 | Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen. |

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende redenen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. |

321 | De milieugevolgen van elektrische en elektronische producten en het vrij verkeer ervan op de interne markt vallen onder de gezamenlijke bevoegdheid van de Gemeenschap en de lidstaten. |

323 | Een beperkte milieubescherming en problemen op de interne markt kunnen tot individuele initiatieven van de lidstaten leiden. |

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende redenen beter door een optreden van de Gemeenschap worden verwezenlijkt. |

324 | De grensoverschrijdende aard van de problemen leent zich goed voor regeling op communautair niveau. Harmonisatie van de eisen voor fabrikanten en autoriteiten in de hele Gemeenschap bevordert kosteneffectiviteit en vereenvoudiging. |

325 | Aan de behoefte aan een verdergaande harmonisatie van de BGS-eisen kan alleen worden voldaan met een herschikking van de richtlijn. Vereenvoudiging van de EU-wetgeving kan alleen op Gemeenschapsniveau plaatsvinden. |

326 | Versnipperde nationale administratieve regelingen op dit gebied leiden voor de fabrikanten tot meerkosten voor de naleving. |

327 | Deze herschikking is een integrerend bestanddeel van het streven naar betere regelgeving op Gemeenschapsniveau. |

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. |

331 | De voorgestelde maatregel is de herschikking van een bestaande richtlijn met betrekking tot de door de Raad en het Europees Parlement aangegeven punten. Deze maakt ook deel uit van de vereenvoudigingsoperatie en vergroot de samenhang en synergie met andere relevante Gemeenschapswetgeving die betrekking heeft op dezelfde producten. |

332 | De verduidelijking van het toepassingsgebied en de definities, de invoering van geharmoniseerde handhavingsbepalingen en de verbetering van de regeling voor het verlenen van vrijstellingen van de beperkingen vergroten de rechtszekerheid en beperken de administratieve belasting. |

Keuze van instrumenten |

341 | Voorgesteld instrument: richtlijn. |

342 | Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn. De voorgestelde maatregel dient tot herschikking van een bestaande richtlijn; voor zover vereist omvat deze elementen van richtsnoeren waarvan de harmoniserende invloed onvoldoende werd geacht. Met zelfregulerende activiteiten alleen kunnen de beleidsdoelstellingen niet worden bereikt. Een eventuele intrekking van de richtlijn is tijdens de effectbeoordeling bestudeerd en verworpen. |

Gevolgen voor de begroting |

409 | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. |

Aanvullende informatie |

510 | Vereenvoudiging |

511 | Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van wetgeving: vereenvoudiging van administratieve procedures voor overheidsinstanties (EU of nationaal); vereenvoudiging van administratieve procedures voor particulieren. |

512 | Het verduidelijkt de definities en het toepassingsgebied en harmoniseert de conformiteitsbeoordeling van producten en markttoezichtactiviteiten. Bovendien wordt de regeling voor het verlenen van vrijstellingen met het oog op de vooruitgang van wetenschap en techniek aangepast en efficiënter gemaakt. |

513 | Een gestructureerde coördinatie van de markttoezichtautoriteiten en –activiteiten (met inbegrip van informatie-uitwisseling), een verduidelijking van het toepassingsgebied en de definities en de stroomlijning van de regeling voor het verlenen van vrijstellingen vergemakkelijkt het werk van de autoriteiten bij het uitvoeren en handhaven van de richtlijn. |

514 | De verduidelijking van het toepassingsgebied en de definities maakt het gemakkelijker te beslissen of een product binnen het toepassingsgebied valt en welke maatregelen voor het bereiken van de conformiteit moeten worden genomen. Het harmoniseren van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geeft de fabrikanten rechtszekerheid over wat zij als conformiteitsbewijs moeten voorleggen aan de autoriteiten in de Gemeenschap. |

515 | Het voorstel is opgenomen in het programma van de Commissie voor de modernisering en vereenvoudiging van het acquis communautaire en in het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie, onder referentie 2008/ENV/001. |

520 | Herschikking van bestaande wetgeving De goedkeuring van dit voorstel leidt tot de herschikking van de bestaande wetgeving, namelijk de bestaande Richtlijn 2002/95/EG. Aangezien bijlage V met de lijst van stoffen die van het verbod van artikel 4, lid 1, van de BGS-richtlijn zijn uitgesloten in het kader van de comitéprocedure naar gelang de technische en wetenschappelijke vooruitgang regelmatig wordt bijgewerkt, maakt die bijlage geen deel uit van dit voorstel in het kader van de medebeslissingsprocedure. |

Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling |

531 | Het voorstel bevat geen evaluatiebepaling. De Commissie zal echter aan de hand van de resultaten van de uit hoofde van artikel 138, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 uitgevoerde evaluatie nauwgezet bijhouden of een eventuele herziening nodig is. |

550 | Concordantietabel De lidstaten delen de Commissie de tekst van de nationale bepalingen tot omzetting van de richtlijn mee, alsmede een concordantietabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn. |

560 | Europese Economische Ruimte De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte. |

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

2008/0240 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

(herschikking) (Voor de EER relevante tekst)

H ET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie[11],

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité[12],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[13],

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag en gezien de gemeenschappelijke tekst die op 8 november 2002 door het bemiddelingscomité is goedgekeurd[14],

Overwegende hetgeen volgt:

ò nieuw

1. Richtlijn 2002/95/EG van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur[15] moet op verscheidene punten ingrijpend worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient de genoemde richtlijn te worden herschikt.

⎢2002/95/EG

(21) De verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke de lidstaten hebben aangenomen om het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EEA) te beperken kunnen de handel belemmeren en de mededinging in de Gemeenschap verstoren, en derhalve rechtstreekse gevolgen hebben voor de totstandkoming en de werking van de interne markt. Daarom dienen de wetgevingen van de lidstaten terzake onderling te worden aangepast en bij te dragen tot de bescherming van de volksgezondheid en een milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing en verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

ê 2002/95/EC (aangepast)

ð nieuw

(3)(2) De Europese Raad heeft tijdens zijn bijeenkomst in Nice van 7, 8 en 9 december 2000 ð Krachtens Richtlijn 2002/95/EG toetst de Commissie de bepalingen van die richtlijn, in het bijzonder om apparatuur die onder bepaalde categorieën valt, in het toepassingsgebied op te nemen. De Commissie gaat tevens na of de lijst van stoffen aan de wetenschappelijke vooruitgang moet worden aangepast; zij neemt daarbij het voorzorgsbeginsel in acht, zoals ï goedgekeurd ð door ï de resolutie van de Raad van 4 december 2000. inzake het voorzorgsbeginsel.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

ð nieuw

(3) De mededeling van de Commissie van 30 juli 1996 betreffende de actualisering van de communautaire strategie voor het afvalbeheer beklemtoont de noodzaak om het gehalte aan gevaarlijke stoffen in afval te verminderen en wijst op de potentiële voordelen van in de gehele Gemeenschap geldende regels ter beperking van de aanwezigheid van dergelijke stoffen in producten en productieprocessen.

(4) In de resolutie van de Raad van 25 januari 1988 betreffende een communautair actieprogramma tegen milieuverontreiniging door cadmium[16] wordt de Commissie verzocht, onverwijld werk te maken van de ontwikkeling van specifieke maatregelen met het oog op een dergelijk programma. Ook de volksgezondheid dient te worden beschermd en daartoe moet een alomvattende strategie ten uitvoer worden gelegd die met name gericht is op de beperking van het gebruik van cadmium en de bevordering van onderzoek naar vervangingsmiddelen. In de resolutie wordt beklemtoond dat het gebruik van cadmium moet worden beperkt tot gevallen waarin geen geschikte en veiligere alternatieven voorhanden zijn.

(4)(5) De beschikbare gegevens tonen aan, dat de maatregelen inzake inzameling, verwerking, recycling en verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) van Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur[17], noodzakelijk zijn om de moeilijkheden bij het afvalbeheer in verband met de zware metalen en de brandvertragers te verminderen. Doch, ondanks deze maatregelen zullen aanzienlijke hoeveelheden AEEA in de bestaande verwijderingsroutes blijven terechtkomen. En, zelfs wanneer AEEA afzonderlijk wordt ingezameld en aan specifieke recyclingprocessen wordt onderworpen, zal het gehalte aan kwik, cadmium, lood, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) en polybroomdifenylethers (PBDE's) vermoedelijk gezondheids- en milieurisico's blijven opleveren.

(5)(6) Rekening gehouden met de technische en economische haalbaarheid, ð ook voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) ï is het vervangen van die stoffen in elektrische en elektronische apparatuur door veilige of veiligere materialen de doeltreffendste manier om de met die stoffen samenhangende gezondheids- en milieurisico's dermate te verminderen, dat het in de Gemeenschap vooropgestelde beschermingsniveau gehaald wordt. Door het gebruik van deze gevaarlijke stoffen te beperken, zullen waarschijnlijk de mogelijkheden en de economische rentabiliteit van recycling van AEEA toenemen en de negatieve gevolgen voor de gezondheid van werknemers in recyclingbedrijven afnemen.

(6)(7) De stoffen waarop deze richtlijn betrekking heeft, zijn wetenschappelijk goed onderzocht en beoordeeld, en met betrekking daartoe zijn diverse maatregelen op communautair en nationaal niveau vastgesteld.

(7)(8) De in deze richtlijn voorziene maatregelen zijn, rekening gehouden met bestaande internationale richtsnoeren en aanbevelingen, gebaseerd op een beoordeling van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens. De maatregelen zijn noodzakelijk om het voor ogen gestelde niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te bereiken, gelet op de mogelijke gevaren van het ontbreken van dergelijke maatregelen in de Gemeenschap. Deze maatregelen moeten regelmatig opnieuw worden onderzocht en, indien nodig, in het licht van de beschikbare technische en wetenschappelijke informatie worden aangepast.

∫ nieuw

(8) Deze richtlijn is een aanvulling op de specifieke Gemeenschapswetgeving betreffende afvalbeheer, zoals Richtlijn 2008/[…]/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake afval.

(9) Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten[18] maakt de vaststelling mogelijk van specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten die ook onder de onderhavige richtlijn kunnen vallen. Richtlijn 2005/32/EG en de uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van deze richtlijn doen geen afbreuk aan de communautaire wetgeving inzake afvalbeheer.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

? nieuw

(10)(9) Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de Gemeenschapswetgeving betreffende veiligheids- en gezondheidseisen en aan de specifieke Gemeenschapswetgeving betreffende afvalbeheer, in het bijzonder √ Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's en afgedankte batterijen en accu's ∏ Richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten[19] ? en Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen[20] .⎪

⎢ 2002/95/EG

? nieuw

(11)(10)De technische ontwikkeling van elektrische en elektronische apparatuur zonder zware metalen, PBDE's en PBB's, dient in aanmerking te worden genomen.

(12) Zodra wetenschappelijk bewijsmateriaal beschikbaar is en rekening houdend met het voorzorgsbeginsel moet worden bekeken of andere gevaarlijke stoffen kunnen worden verboden en vervangen door meer milieuvriendelijke alternatieven die ten minste hetzelfde niveau van bescherming van de consumenten garanderen ? , rekening houdend met de samenhang met andere Gemeenschapswetgeving, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH)[21]. Er moet in het bijzondere rekening worden gehouden met de mogelijke gevolgen voor KMO’s. ⎪

(13)(11) Vrijstellingen van de eis tot vervanging worden toegestaan indien de vervanging uit wetenschappelijk of technisch oogpunt onmogelijk is ? , met bijzondere aandacht voor de situatie van KMO’s ⎪ of indien de nadelige gevolgen van de vervanging voor het milieu, of de volksgezondheid ? of op sociaaleconomisch gebied ⎪ waarschijnlijk zwaarder wegen dan de voordelen van die vervanging voor de mens en voor het milieu ? of indien de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van vervangende stoffen niet gewaarborgd is. ⎪ Voorts moet de vervanging van de gevaarlijke stoffen in de elektrische en elektronische apparaten gebeuren op een wijze die verenigbaar is met de gezondheid en de veiligheid van de gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur. ð Het in de handel brengen van medische hulpmiddelen vereist een conformiteitsbeoordelingsprocedure overeenkomstig Richtlijn 93/42/EG en Richtlijn 98/79/EG, die de inschakeling van een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aangewezen aangemelde instantie kan vereisen. Indien een aangemelde instantie verklaart dat de veiligheid van de potentiële vervangende stof voor het beoogde gebruik in medische hulpmiddelen of in medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek niet aangetoond is, wordt dit gezien als een duidelijk negatief gevolg op sociaaleconomisch gebied en op het gebied van de gezondheid en consumentenveiligheid.⎪ (EEA). ? Het moet mogelijk zijn om voor apparatuur die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn vrijstelling aan te vragen, zelfs wanneer de aanvraag voor de daadwerkelijke opname van die apparatuur in het toepassingsgebied valt. ⎪

∫ nieuw

(14) Het toepassingsgebied van vrijstellingen voor bepaalde specifieke materialen of onderdelen moet worden beperkt om tot een geleidelijke beëindiging van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te komen, aangezien het gebruik van deze stoffen voor dergelijke toepassingen op den duur moet worden vermeden.

⎢2002/95/EG

(15)(12) Gelet op de voordelen van hergebruik, vernieuwing en verlenging van de levensduur van producten, dienen reserveonderdelen beschikbaar te blijven.

∫ nieuw

(16) De procedures voor de beoordeling van de conformiteit van elektrische en elektronische apparatuur die onder deze richtlijn vallen moeten voldoen aan de relevante Gemeenschapswetgeving en in het bijzonder aan Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad[22]. Het harmoniseren van de conformiteitsbeoordelingsprocedures moet de fabrikanten rechtszekerheid geven over wat zij als conformiteitsbewijs moeten voorleggen aan de autoriteiten in de Gemeenschap.

(17) De voor producten op Gemeenschapsniveau beschikbare conformiteitsmarkering, de CE-markering, moet ook gelden voor elektrische en elektronische apparatuur die onder deze richtlijn valt.

(18) De bij Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93[23] vastgestelde martktoezichtmechanisme kunnen de vrijwaringsmechanismen waarborgen voor de controle op de naleving van deze richtlijn.

∫ nieuw

(13) Volgens een comitéprocedure dient de Commissie zorg te dragen voor de aanpassing, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, van de uitzonderingen op de voorschriften betreffende de geleidelijke beëindiging van het gebruik van en het verbod op gevaarlijke stoffen.

⎢2002/95/EG

(19)(14) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[24].

∫ nieuw

(20) In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven, de bijlagen II, III, IV, V en VI aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang en de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen aan te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/95/EG, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

(21) De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in nationaal recht dient te worden beperkt tot die bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijn materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijn.

(22) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage VIII, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten.

(23) De doelstelling van de te ondernemen actie, namelijk de vaststelling van beperkingen voor het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, kan niet in voldoende mate door de lidstaten worden verwezenlijkt en kan derhalve, wegens de omvang van het probleem en de implicaties voor andere Gemeenschapswetgeving betreffende de nuttige toepassing en verwijdering van afval en beleidsgebieden van gemeenschappelijk belang zoals de bescherming van de volksgezondheid, beter op Gemeenschapsniveau worden verwezenlijkt. Bijgevolg kan de Gemeenschap maatregelen vaststellen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel als omschreven in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

? nieuw

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

√ Onderwerp ∏ Doelstellingen

Doel van deze richtlijn is de wetgevingen der lidstaten inzake beperkingen op het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur onderling aan te passen en

?Deze richtlijn voorziet in de voorschriften om het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te beperken ⎪ en zo bij te dragen tot de bescherming van de volksgezondheid en een milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing en verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1. Deze richtlijn is, onverminderd artikel 6, van toepassing op elektrische en elektronische apparatuur van de categorieën 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 van bijlage I A ? als beschreven in bijlage II ⎪ bij Richtlijn 2002/96/EG (AEEA) alsmede op gloeilampen en armaturen in huishoudens.

⎢ 2002/95/EG

? nieuw

2. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de ? eisen van de ⎪ Gemeenschapswetgeving inzake veiligheids- en gezondheidseisen, ? chemische stoffen, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 1907/2006 ⎪ of aan de en specifieke Gemeenschapswetgeving inzake afvalstoffenbeheer.

3. Deze richtlijn is niet van toepassing op: het hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur die vóór 1 juli 2006 op de markt is gebracht.

2. ?apparatuur die nodig is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van de lidstaten, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal die voor specifiek militaire doeleinden zijn bestemd; ⎪

3. ? apparatuur die speciaal ontworpen is als deel van een ander soort apparatuur die niet binnen het toepassingsgebied van de richtlijn valt en zijn functie alleen als deel van die apparatuur kan vervullen; ⎪

4. ? apparatuur die niet bestemd is om als een aparte functionele eenheid of als commerciële eenheid op de markt te worden gebracht. ⎪

Artikel 3

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) "elektrische en elektronische apparatuur" of ? (hierna ⎪ "EEA" genoemd): apparaten die elektrische stromen of elektromagnetische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden die onder de categorieën van bijlage I A van Richtlijn 2002/96/EG (AEEA) vallen en bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom;

b) "producent: eenieder die ongeacht de verkooptechniek, met inbegrip van technieken voor verkoop op afstand overeenkomstig Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten[25]:

i) onder zijn eigen merk elektrische en elektronische apparatuur vervaardigt en verkoopt,

ii) onder zijn eigen merk apparatuur verkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd, waarbij de wederverkoper niet als "producent" wordt beschouwd, wanneer de naam van de producent overeenkomstig punt i) op het apparaat zichtbaar is, of

iii) beroepsmatig elektrische en elektronische apparatuur invoert in, respectievelijk uitvoert uit een lidstaat.

Wordt niet als "producent" aangemerkt, diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten i) tot en met iii).

∫ nieuw

b) "fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die EEA vervaardigt of onder zijn naam of handelsmerk laat ontwerpen of vervaardigen;

c) "distributeur": een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, behalve de fabrikant of de importeur, die EEA op de markt aanbiedt;

d) "importeur": een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die EEA uit een derde land in de Gemeenschap in de handel brengt;

e) "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van EEA met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de communautaire markt;

f) "in de handel brengen": het voor het eerst in de Gemeenschap op de markt aanbieden van EEA;

g) "geharmoniseerde norm": een norm die, op grond van een door de Commissie ingediend verzoek, overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 98/34/EG is vastgesteld door een van de in bijlage I bij die richtlijn genoemde Europese normalisatie-instellingen;

h) "gemachtigde": een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;

i) "CE-markering": een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het product in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de communautaire harmonisatiewetgeving die in het aanbrengen ervan voorziet;

j) "conformiteitsbeoordeling": het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de eisen van de richtlijn met betrekking tot EEA;

k) "markttoezicht": activiteiten en maatregelen van overheidsinstanties om ervoor te zorgen dat EEA voldoet aan de eisen die in deze richtlijn zijn opgenomen en geen gevaar oplevert voor de gezondheid en veiligheid of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang;

l) "homogeen materiaal": een materiaal van uniforme samenstelling dat niet mechanisch in afzonderlijke materialen kan worden gesplitst; d.w.z. dat de materialen in principe niet op mechanische wijze van elkaar kunnen worden gescheiden door bijvoorbeeld losschroeven, snijden, verbrijzelen, malen en slijpen;

m) "medisch hulpmiddel": een medisch hulpmiddel in de zin van artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 93/42/EG;

n) "medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek": een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek in de zin van artikel 1, lid 2, onder b), van Richtlijn 98/79/EG;

o) "actief implanteerbaar medisch hulpmiddel": een actief implanteerbaar medisch hulpmiddel in de zin van artikel 1, lid 2, onder c), van Richtlijn 90/385/EEG;

p) "industriële meet- en regelapparatuur": meet- en regelapparatuur die uitsluitend voor gebruik voor industriële of professionele doeleinden is ontworpen.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 4

Preventie

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat vanaf 1 juli 2006, nieuwe elektrische en elektronische apparatuur √ EEA ∏ ? met inbegrip van reserveonderdelen voor de reparatie of het hergebruik van deze apparatuur ⎪ die op de markt wordt gebracht geen ? van de in bijlage IV genoemde stoffen ⎪ lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) of polybroomdifenylethers (PBDE's) meer bevat. Nationale maatregelen om het gebruik van deze stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te beperken of te verbieden, en die vóór de aanneming van de onderhavige richtlijn conform de communautaire wetgeving zijn aangenomen, kunnen tot 1 juli 2006 worden gehandhaafd.

⎢ 2002/95/EG, bijlage,punt 29

? nieuw

2. Met het oog op artikel 5, lid 1, onder a), ð deze richtlijn ï wordt ð in homogene materialen de in bijlage IV genoemde maximale concentratiewaarde in gewichtsprocent getolereerd ï voor lood, kwik, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) en polybroomdifenylethers (PBDE's) een maximale concentratie van 0,1 gewichtsprocent in homogene materialen en voor cadmium een maximale concentratie van 0,01 gewichtsprocent in homogene materialen getolereerd.

∫ nieuw

3. Lid 1 is van toepassing op medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur die vanaf 1 januari 2014 in de handel wordt gebracht, op medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die vanaf 1 januari 2016 in de handel worden gebracht en op industriële meet- en regelapparatuur die vanaf 1 januari 2017 in de handel wordt gebracht.

4. Lid 1 is niet van toepassing op reserveonderdelen voor de reparatie en het hergebruik van:

a) vóór 1 juli 2006 in de handel gebrachte EEA;

b) vóór 1 januari 2014 in de handel gebrachte medische hulpmiddelen;

c) vóór 1 januari 2016 in de handel gebrachte medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek;

d) vóór 1 januari 2014 in de handel gebrachte meet- en regelapparatuur;

e) vóór 1 januari 2017 in de handel gebrachte industriële meet- en regelapparatuur;

f) EEA waarvoor vrijstelling is verleend en die voor het verstrijken van die uitzondering in de handel is gebracht.

5. Lid 1 is niet van toepassing op actieve implanteerbare medische hulpmiddelen. De Commissie herziet uiterlijk in 2020 de uitsluiting van actieve implanteerbare medische hulpmiddelen met het oog op de opneming daarvan.

⎢ 2002/95/EG

? nieuw

26. Lid 1 geldt niet voor de in de bijlagen II ? V en VI ⎪ genoemde toepassingen.

3. Zodra er wetenschappelijk bewijsmateriaal beschikbaar is, besluiten het Europees Parlement en de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie, volgens de beginselen van het beleid voor chemische stoffen als vastgesteld in het 6e Milieuactieprogramma, over een verbod op andere gevaarlijke stoffen en de vervanging daarvan door milieuvriendelijker alternatieven die de consumenten ten minste hetzelfde beschermingsniveau bieden.

∫ nieuw

7. Wanneer er een onaanvaardbaar risico voor de menselijke gezondheid of het milieu ontstaat ten gevolge van het gebruik van bepaalde stoffen, en in het bijzonder de in bijlage III opgenomen stoffen, dat in de gehele Gemeenschap moet worden aangepakt, wordt de lijst van verboden stoffen van bijlage IV herzien met gebruik van een methodologie op basis van de in de artikelen 69 tot en met 72 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschreven procedure. Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn betreffen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 5

Aanpassing √ van de bijlagen ∏ aan de vooruitgang van wetenschap en techniek

⎢ 2008/35/EG art. 1, lid 1, onder a) (aangepast)

? nieuw

? 1. Voor de aanpassing van de bijlagen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, stelt de Commissie de volgende maatregelen vast: ⎪

1.a) Eeventuele √ noodzakelijke ∏ wijzigingen die nodig zijn om aan de bijlage ? II ⎪ voor de navolgende doeleinden aan de vooruitgang van wetenschap en techniek aan te passen worden vastgesteld:";

a) vaststelling, waar nodig, van getolereerde maximumconcentraties van de in artikel 4, lid 1, bedoelde stoffen in bepaalde materialen en onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur;

b) de vrijstelling ? het opnemen ⎪ van materialen en onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur √ EEA ∏ van artikel 4, lid 1 ? in de bijlagen V en VI wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: ⎪

- de verwijdering of vervanging ervan door middel van ontwerpwijzigingen of door middel van materialen en onderdelen waarvoor geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de in artikel 4, lid 1, genoemde stoffen of materialen, is Ö om technische of wetenschappelijke redenen Õ onmogelijk;

- ?de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van vervangende stoffen is niet gewaarborgd;⎪

- de vervanging houdt voor het milieu, de gezondheid en/of veiligheid van de consument ? of op sociaaleconomische gebied ⎪ waarschijnlijk meer nadelen dan voordelen in voor het milieu, de gezondheid en/of de veiligheid van de consument ? en/of op sociaaleconomische gebied ⎪;

c) toetsing van iedere vrijstelling in de bijlage ten minste om de vier jaar dan wel vier jaar na toevoeging van een product aan de lijst, met het oog op de eventuele schrapping van materialen en onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur uit de bijlage, indien verwijdering of vervanging ervan door middel van ontwerpwijzigingen of door middel van materialen en onderdelen waarvoor geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de in artikel 4, lid 1, genoemde stoffen of materialen, technisch of wetenschappelijk mogelijk is, mits de vervanging voor het milieu, de gezondheid en/of de veiligheid van de consument niet meer nadelen dan voordelen inhoudt.

⎢ 2008/35/EG art. 1, lid 1, onder b)

De onder de punten a), b) en c), in de eerste alinea bedoelde maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

∫ nieuw

c) het schrappen van materialen en componenten van EEA uit de bijlagen V en VI wanneer niet langer wordt voldaan aan de in punt b)vermelde voorwaarden.

Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2. Maatregelen die worden vastgesteld overeenkomstig lid 1, onder b), gelden voor maximaal vier jaar en kunnen worden vernieuwd. De Commissie neemt tijdig een besluit over vernieuwingsaanvragen die uiterlijk 18 maanden voor het verstrijken van een vrijstelling zijn ingediend.

⎢ 2002/95/EG

? nieuw

32. Alvorens de bijlage ? bijlagen ⎪ overeenkomstig lid 1 te wijzigen, raadpleegt de Commissie onder andere de producenten van elektrische en elektronische apparatuur, recycleerders, verwerkers, milieuorganisaties en werknemers- en consumentenverenigingen. Eventuele opmerkingen worden toegezonden aan het comité van artikel 7, lid 1. De Commissie brengt verslag uit van de informatie die zij heeft ontvangen.

ð 4. Voor zover materialen of componenten op basis van artikel 5, lid 1, onder b), van deze richtlijn in de bijlagen V en VI van deze richtlijn zijn opgenomen, worden deze toepassingen ook geacht te zijn vrijgesteld van de in artikel 58, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermelde autorisatieplicht. ï

∫ nieuw

Artikel 6 Uitvoeringsmaatregelen

De Commissie stelt nadere bepalingen vast voor:

- aanvragen voor een vrijstellingsregeling, met inbegrip van het formaat ervan en de soorten informatie die bij de indiening van een aanvraag moeten worden verschaft, zoals een analyse van de alternatieven en, indien passende alternatieven voorhanden zijn, een vervangingsplan conform Verordening (EG) nr. 1907/2006.

- de inachtneming van de maximumconcentraties van artikel 4, lid 2;

- de uitvoering van artikel 5, lid 2, rekening houdend met de behoefte aan rechtszekerheid van marktdeelnemers in afwachting van een besluit van de Commissie inzake de vernieuwing van vrijstellingsregelingen.

Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn betreffen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

⎢ 2002/95/EG

Artikel 6

Toetsing

Uiterlijk op 13 februari 2005 toetst de Commissie de in deze richtlijn vastgestelde maatregelen aan eventuele nieuwe wetenschappelijke gegevens.

Zij doet binnen dezelfde termijn in het bijzonder voorstellen tot opneming van apparatuur die onder de categorieën 8 en 9 van bijlage I A van Richtlijn 2002/96/EG (AEEA) valt, in het toepassingsgebied van deze richtlijn.

De Commissie gaat tevens na of de lijst van stoffen als bedoeld in artikel 4, lid 1, aan de wetenschappelijke gegevens moet worden aangepast; zij neemt daarbij het voorzorgsbeginsel in acht en dient zo nodig bij het Europees Parlement en de Raad voorstellen in tot aanpassing.

Bijzondere aandacht dient bij het onderzoek te worden geschonken aan de gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens van andere gevaarlijke stoffen en materialen die worden gebruikt in elektrische en elektronische apparatuur. De Commissie onderzoekt of het haalbaar is om dergelijke stoffen en materialen te vervangen en legt het Europees Parlement en de Raad voorstellen voor om indien nodig de reikwijdte van artikel 4 uit te breiden.

∫ nieuw

Artikel 7

Verplichtingen van fabrikanten

1. Wanneer zij hun producten in de handel brengen, waarborgen de fabrikanten dat deze producten zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de eisen van artikel 4.

2. De fabrikanten stellen de vereiste technische documentatie op en voeren de in module A van bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG vastgestelde interne productiecontrole uit of laten deze uitvoeren.

Wanneer met die procedure is aangetoond dat EEA aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen de fabrikanten een EG-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan.

3. De fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EG-conformiteitsverklaring tot 10 jaar nadat de betreffende EEA in de handel is gebracht.

4. De fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van hun serieproductie te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van de betreffende EEA en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van de apparatuur is verwezen.

5. Indien dit rekening houdend met de risico's van een product passend wordt geacht, voeren de fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de consumenten steekproeven uit op de op de markt gebrachte EEA, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen EEA en houden daarvan zo nodig een register bij, en houden de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

6. De fabrikanten zorgen ervoor dat op hun EEA een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer dit door de omvang of aard van de EEA niet mogelijk is, dat de vereiste informatie op de verpakking of in een bij de EEA gevoegd document is vermeld.

7. De fabrikanten vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het contactadres op de EEA, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij de EEA gevoegd document. Het adres moet één plaats aangeven waarop de fabrikant kan worden gecontacteerd.

8. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebrachte EEA niet conform is met de toepasselijke communautaire harmonisatiewetgeving, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de EEA conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen de fabrikanten, indien de EEA een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij de EEA op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

9. De fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de EEA aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van de door hen in de handel gebrachte EEA.

Artikel 8 Gemachtigden

1. Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde aanstellen.

De verplichtingen uit hoofde van artikel 7, lid 1, en de opstelling van technische documentatie kunnen geen deel uitmaken van het mandaat van de gemachtigde.

2. Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten:

a) hij houdt de EG-conformiteitsverklaring en de technische documentatie ten minste gedurende 10 jaar ter beschikking van de nationale toezichtautoriteiten;

b) hij verstrekt een bevoegde nationale autoriteit op grond van een met redenen omkleed verzoek alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de EEA aan te tonen;

c) hij verleent op verzoek van de bevoegde nationale instanties medewerking aan eventueel genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van EEA die onder hun mandaat valt.

Artikel 9

Verplichtingen van importeurs

1. Importeurs brengen alleen producten in de Gemeenschap in de handel die aan de gestelde eisen voldoen.

2. Alvorens EEA in de handel te brengen, zien de importeurs erop toe dat de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat de EEA voorzien is van de vereiste CE-markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten, en dat de fabrikant aan de eisen in artikel 7, leden 5 en 6, heeft voldaan.

Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat bepaalde EEA niet conform is met artikel 4, mag hij de EEA niet in de handel brengen alvorens ze conform is gemaakt. Wanneer de EEA een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan bovendien op de hoogte.

3. De importeurs vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het contactadres op de EEA, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij de EEA gevoegd document.

4. De importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor de EEA verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van de EEA met de eisen in artikel 4 niet in het gedrang komt.

5. Indien dit gelet op de risico's van de EEA passend wordt geacht, voeren de importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten, steekproeven uit op de op de markt gebrachte EEA, onderzoeken zij klachten, non-conforme apparatuur en teruggeroepen apparatuur en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht.

6. Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat bepaalde door hen in de handel gebrachte EEA niet conform is met deze richtlijn, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de EEA conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen de importeurs, indien de EEA een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij de EEA op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

7. De importeurs houden gedurende 10 jaar een kopie van de EG-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.

8. De importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de EEA aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van de door hen in de handel gebrachte EEA.

Artikel 10 Verplichtingen van distributeurs

1. Distributeurs die EEA op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid in verband met de toepasselijke eisen.

2. Alvorens EEA op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of de EEA voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten in een taal die de consumenten en andere eindgebruikers in de lidstaat waar de EEA op de markt wordt aangeboden, kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen in artikel 7, leden 5 en 6, en artikel 9, lid 3, hebben voldaan.

Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat bepaalde EEA niet conform is met artikel 4, mag hij de EEA niet in de handel brengen alvorens ze conform is gemaakt. Wanneer de EEA een risico vertoont, brengt de distributeur ook de fabrikant of de importeur evenals de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte.

3. De distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor de EEA verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van de EEA met de eisen in artikel 4 niet in het gedrang komt.

4. Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat bepaalde door hen op de markt aangeboden EEA niet conform is met deze richtlijn, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de EEA conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen de distributeurs, indien de EEA een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij de EEA op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

5. De distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de EEA aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen op de markt aangeboden EEA.

Artikel 11

Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze richtlijn als een fabrikant beschouwd en hij moet aan de in artikel 7 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer hij EEA onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of reeds in de handel gebrachte EEA zodanig wijzigt dat de conformiteit met de toepasselijke eisen in het gedrang kan komen.

Artikel 12

Identificatie van marktdeelnemers

Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten gedurende een periode van 10 jaar mee:

a) welke marktdeelnemer bepaalde EEA aan hen heeft geleverd;

b) aan welke marktdeelnemer zij bepaalde EEA hebben geleverd.

Artikel 13

EG-conformiteitsverklaring

1. In de EG-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat aangetoond is dat aan de eisen van artikel 4 is voldaan.

2. De structuur van de EG-conformiteitsverklaring komt overeen met het model en bevat de in bijlage VII vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt.

3. Door de EG-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van de EEA op zich.

Artikel 14

Algemene beginselen van de CE-markering

De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

Artikel 15

Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering

1. De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op de EEA of op het gegevensplaatje aangebracht. Wanneer dit gezien de aard van de EEA niet mogelijk of niet gewaarborgd is, wordt de CE-markering aangebracht op de verpakking en in de begeleidende documenten wanneer de desbetreffende wetgeving deze documenten voorschrijft.

2. De CE-markering wordt aangebracht voordat de EEA in de handel wordt gebracht. Zij kan worden gevolgd door een pictogram of een ander teken dat een bijzonder risico of gebruik aanduidt.

3. De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie wanneer een dergelijke instantie betrokken is bij de productiecontrolefase.

Het identificatienummer van de aangemelde instantie wordt aangebracht door die instantie zelf dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant of diens gemachtigde.

4. De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor een juiste toepassing van de voorschriften voor de CE-markering en nemen passende maatregelen tegen oneigenlijk gebruik van het merkteken. De lidstaten voorzien ook in sancties voor inbreuken, waaronder mogelijk strafrechtelijke sancties voor ernstige inbreuken. Deze sancties moeten evenredig zijn met de ernst van de overtreding en voldoende afschrikkend zijn om oneigenlijk gebruik tegen te gaan.

Artikel 16

Vermoeden van overeenstemming

De lidstaten veronderstellen dat elektrische en elektronische apparatuur die van de CE-markering is voorzien, aan de eisen in deze richtlijn voldoet.

Elektrische en elektronische apparatuur die proeven en metingen hebben ondergaan overeenkomstig geharmoniseerde normen, waarvan de referenties zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie , worden geacht te voldoen aan alle relevante eisen van deze richtlijn waarop dergelijke normen betrekking hebben.

∫ nieuw

Artikel 17

Markttoezicht en controles van EEA die de communautaire markt binnenkomt

De lidstaten voeren markttoezicht uit, overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

⎢2008/35/EG Art. 1, punt 2 (aangepast)

Artikel 18 7

Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 18 van Richtlijn 75/442/EEG √ 2006/12/EG ∏van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 1975 Ö 5 april 2006 Õ betreffende afvalstoffen[26] ingestelde comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

Artikel 198

Sancties

De lidstaten moeten sancties vaststellen op overtredingen van de nationale bepalingen die op grond van deze richtlijn zijn vastgesteld. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en ontmoedigend zijn.

√De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op nationale bepalingen die op grond van deze richtlijn zijn vastgesteld en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties ten uitvoer worden gelegd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op de in artikel 12 genoemde datum van de desbetreffende bepalingen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen ervan zo spoedig mogelijk mede. ∏

Artikel 209

Omzetting

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 13 augustus 2004 aan deze richtlijn te voldoen. Ze stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

⎢ .

1. De lidstaten dienen uiterlijk op [18 maanden na de bekendmaking van deze richtlijn in het Publicatieblad van de Europese Unie] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van […].

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de wettelijke en bestuursrechtelijke Ö belangrijkste Õ bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

⎢ .

Artikel 21

Intrekking

Richtlijn 2002/95/EG, als gewijzigd bij de in bijlage VIII, deel A, vermelde besluiten, wordt ingetrokken met ingang van de dag volgende op de in artikel 20, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn vastgestelde datum, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage VIII, deel B, vermelde termijnen voor de omzetting in nationaal recht en toepassing van de in bijlage VIII, deel B, genoemde richtlijn.

Verwijzingen naar de ingetrokken besluiten gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IX.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

Artikel 2210

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de √ twintigste ∏ dag √ volgende op die ∏ van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Artikel 23 11

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

ò nieuw

BIJLAGE I

Categorieën elektrische en elektronische apparatuur waarop deze richtlijn van toepassing is

1. Grote huishoudelijke apparaten

2. Kleine huishoudelijke apparaten

3. IT- en telecommunicatieapparatuur

4. Consumentenapparatuur

5. Verlichtingsapparatuur

6. Elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties)

7. Speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur

8. Medische hulpmiddelen

9. Meet- en regelapparatuur met inbegrip van industriële meet- en regelapparatuur

10. Automaten

BIJLAGE II

Bindende lijst van producten die onder de categorieën van bijlage I vallen:

1. Grote huishoudelijke apparaten, waaronder

Wasmachines

Wasdrogers

Vaatwasmachines

Grote huishoudelijke apparaten voor koeling, bewaring en opslag van voedsel, zoals

Grote koelapparaten, koelkasten, diepvriezers

Grote huishoudelijke apparaten voor de bereiding en andere behandelingen van voedsel, zoals

Kooktoestellen, elektrische fornuizen, elektrische kookplaten,

Magnetrons

Grote toestellen voor de verwarming van kamers, bedden en zitmeubelen, zoals

Elektrische verwarmingsapparatuur, elektrische radiatoren,

Ventilatie-, afzuig- en airconditioningapparatuur, zoals

Elektrische ventilatoren

Airconditioners

2. Kleine huishoudelijke apparaten, waaronder

Schoonmaakapparaten, zoals stofzuigers, rolvegers

Apparaten voor naaien, breien en weven en andere textielbewerkingen

Strijkijzers en andere apparaten voor het strijken en mangelen en andere verzorging van kleding

Broodroosters

Frituurpannen

Koffiemolens, koffiezetmachines en apparatuur voor het openen of luchtdicht sluiten van recipiënten of verpakkingen

Elektrische messen

Tondeuses, haardrogers, elektrische tandenborstels, scheerapparaten, massage- en andere lichaamsverzorgingsapparaten

Klokken, horloges en apparatuur voor het meten, aangeven of registreren van tijd

Weegschalen

3. IT- en telecommunicatieapparatuur, waaronder

Producten en apparatuur voor het elektronisch verzamelen, opslaan, verwerken, presenteren of communiceren van informatie, zoals apparatuur voor gecentraliseerde gegevensverwerking (mainframes, minicomputer, afdrukeenheden) en persoonlijk gebruik (personal computers (inclusief processor, muis, scherm en toetsenbord), laptops (inclusief processor, muis, scherm en toetsenbord), notebookcomputers, notepadcomputers, printers, kopieerapparaten, elektrische en elektronische typemachines, zak- en bureaurekenmachines)

Producten of apparatuur voor het overbrengen met telecommunicatie van geluid, beelden of andere informatie, zoals gebruikerseindstations en –systemen, faxapparaten, telexapparaten, telefoons, munt- en kaarttelefoons, draadloze telefoons, mobiele telefoons, antwoordapparaten

4. Consumentenapparatuur, waaronder producten of apparatuur voor het opnemen of weergeven van geluid of beelden, waaronder signalen of andere technieken voor de verspreiding van beeld en geluid dan telecommunicatie, zoals radiotoestellen, televisietoestellen, videocamera's, videorecorders, hifi-recorders, geluidsversterkers, muziekinstrumenten (met uitzondering van pijporgels in kerken)

5. Verlichtingsapparatuur, waaronder

verlichting of apparatuur voor het verspreiden of regelen van licht, zoals armaturen voor fluorescentielampen, fluorescentielampen (TL-buizen), compacte fluorescentielampen, hogedrukgasontladingslampen, met inbegrip van hogedruknatriumlampen en metaalhalogenidelampen, lagedruknatriumlampen

6. Elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties), waaronder

Boren

Zagen

Naaimachines

Apparatuur voor het draaien, frezen, schuren, slijpen, zagen, snijden, klieven, boren, maken van gaten, ponsen, vouwen, buigen of dergelijke bewerkingen van hout, metaal en ander materiaal

Gereedschap voor het klinken, spijkeren of schroeven, of het verwijderen van klinknagels, spijkers en schroeven, of dergelijk gebruik

Gereedschap voor het lassen, solderen of dergelijk gebruik

Apparatuur voor het verstuiven, verspreiden, dispergeren of op andere wijze behandelen van vloeistoffen of gassen

Gereedschap voor het maaien en andere tuinbezigheden

7. Speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur, waaronder

Elektrische treinen en autoracebanen

Handconsoles voor videospellen

Videospellen

Fiets-, duik-, loop-, roeicomputers en dergelijke

Sportapparatuur met elektrische of elektronische onderdelen

Speelautomaten

8. Medische hulpmiddelen:

– Elektrische apparatuur die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 93/42/EEG valt

– Elektrische apparatuur die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 98/79/EEG valt

9. Meet- en regelapparatuur, waaronder

Rookmelders

Verwarmingsregelaars

Thermostaten

Meet-, weeg- en afstelapparaten voor huishouden of laboratorium

Industriële meet- en regelapparatuur

10. Automaten, waaronder alle automaten voor alle soorten producten, zoals automaten voor warme dranken, automaten voor warme/koude flesjes/blikjes, automaten voor vaste voedingsproducten, geldautomaten

BIJLAGE III In artikel 4, lid 7, bedoelde stoffen

1. Hexabroomcyclododecaan ((HBCDD)

2. Bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP)

3. Butylbenzylftalaat (BBP)

4. Dibutylftalaat (DBP)

BIJLAGE IV Verboden stoffen als bedoeld in artikel 4, lid 7, en getolereerde maximumconcentraties in homogene materialen in gewichtsprocent

Lood (0,1%)

Kwik (0,1%)

Cadmium (0,01%)

Zeswaardig chroom (0,1%)

Polybroombifenylen (PBB's) (0,1%)

Polybroomdifenylethers (PBDE’s) (0,1%)

⎢ 2005/717/EG enig artikel en bijlage, punt 1 (aangepast)

BIJLAGE VII

√ Van het verbod van artikel 4, lid 1, uitgesloten ∏ toepassingen van lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) of polybroomdifenylethers (PBDE's) die zijn vrijgesteld van de vereisten van artikel 4, lid 1

⎢ 2002/95/EG

1. Kwik in compacte fluorescentielampen tot maximaal 5 mg per lamp.

2. Kwik in TL-buizen voor algemeen gebruik met ten hoogste:

— halofosfaat | 10 mg |

— trifosfaat met normale levensduur | 5 mg |

— trifosfaat met lange levensduur | 8 mg |

3. Kwik in TL-buizen voor speciaal gebruik.

4. Kwik in niet specifiek in deze bijlage genoemde lampen.

5. Lood in glas van beeldbuizen, elektronische onderdelen en fluorescentielampen.

6. Lood in staallegeringen met maximaal 0,35 gewichtsprocent lood, aluminiumlegeringen met maximaal 0,4 gewichtsprocent lood en koperlegeringen met maximaal 4 gewichtsprocent lood.

⎢ 2005/747/EG Art. 1 en bijlage, punt 1

- 7. -Lood in soldeer met een hoge smelttemperatuur (d.w.z. loodlegeringen met minimaal 85 gewichtsprocent lood);

- -lood in soldeer voor servers, opslagsystemen en meervoudige opslagsystemen, en netwerkinfrastructuurapparatuur voor schakeling, signaalverwerking, transmissie en netwerkbeheer voor telecommunicatie;

- -lood in elektronische keramische onderdelen (bv. piëzo-elektronische inrichtingen).

⎢ 2005/747/EG Art. 1 en bijlage, punt 2

8. Cadmium en cadmiumverbindingen gebruikt in elektrische contacten en bij het cadmeren, behoudens in toepassingen die verboden zijn uit hoofde van Richtlijn 91/338/EEG van de Raad[27] houdende wijziging van Richtlijn 76/769/EEG[28] inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten.

⎢ 2002/95/EG

9. Zeswaardig chroom als corrosiewering in het koolstofstalen koelsysteem van absorptiekoelkasten.

⎢ 2005/717/EG enig artikel en bijlage, punt 2 bij het Arrest van het EHvJ (in gevoegde zaken C-14/06 en C-295/06) (aangepast)

9a. DecaBDE in polymeertoepassingen.

⎢2005/717/EG enig artikel en bijlage, punt 3

109b. Lood in loodbronzen lagerschalen en -bussen.

⎢ 2002/95/EG (aangepast)

10. De Commissie beoordeelt volgens de procedure van artikel 7, lid 2, de toepassingen voor

- deca-BDE;

- kwik in TL-buizen voor speciaal gebruik;

- lood in soldeer voor servers, opslagsystemen en meervoudige opslagsystemen, netwerkinfrastructuurapparatuur voor schakelingen, signaalverwerking, transmissie en netwerkbeheer voor telecommunicatie (met het oog op de vaststelling van een bepaalde termijn voor deze vrijstelling), en

- gloeilampen;

met voorrang om zo spoedig mogelijk te constateren of deze punten moeten worden gewijzigd.

⎢2005/747/EG Art. 1 en bijlage, punt 3

11. Lood gebruikt in compliante penconnectorsystemen.

12. Lood als coating voor C-ringen van thermischegeleidingsmodules (TCM).

13. Lood en cadmium in optisch en filterglas.

14. Lood in soldeer bestaande uit meer dan twee elementen met een loodgehalte van meer dan 80 gewichtsprocent en minder dan 85 gewichtsprocent voor de verbinding tussen de pennen en de behuizing van microprocessors.

15. Lood in soldeer voor de totstandbrenging van een haalbare elektrische verbinding tussen een halfgeleider-die en een drager in "flip chip"-behuizingen voor geïntegreerde schakelingen.

⎢ 2006/310/EG, art. 1 en bijlage

16. Lood in gloeibuizen voorzien van met silicaten gecoate buizen.

17. Loodhalide als stralingsmedium in HID-lampen (HID — High Intensity Discharge) gebruikt voor professionele reprografietoepassingen.

18. Lood als activator in het fluorescentiepoeder (1 gewichtsprocent of minder) van gasontladingslampen bij gebruik als bruiningslampen met fosforen als BSP (BaSi2O5:Pb), alsook bij gebruik als speciale lampen voor diazo-drukreprografie, lithografie, insectenvallen, fotochemische en hardingsprocessen waarbij fosforen als SMS ((Sr,Ba)2MgSi2O7:Pb) worden toegepast.

19. Lood met PbBiSn-Hg en PbInSn-Hg in bepaalde samenstellingen als hoofdamalgaam en met PbSn-Hg als hulpamalgaam in zeer compacte spaarlampen.

20. Loodoxide in glas dat gebruikt wordt voor het koppelen van het boven- en ondersubstraat van platte fluorescentielampen voor vloeibaar-kristalschermen (LCD’s).

⎢ 2006/691/EG, art. 1 en bijlage

21. Lood en cadmium in drukinkt voor het aanbrengen van email op boorsilicaatglas.

22. Lood als verontreiniging in Faraday-rotators van zeldzame aarde-ijzergranaat (rare earth iron garnet – RIG), gebruikt voor glasvezel-communicatiesystemen.

23. Lood in de finish van componenten met een kleine steek met uitzondering van connectoren met een steek van 0,65 mm of minder met een NiFe-bedradingsframe en lood in de finish van componenten met een kleine steek met uitzondering van connectoren met een steek van 0,65 mm of minder met een koperen bedradingsframe.

24. Lood in soldeer voor het solderen aan discoïdale en "planar array" keramische meerlagencondensators met een machinaal aangebracht doorlopend gat.

25. Loodoxide in plasmaschermen (PDP-schermen) en oppervlaktegeleiding-elektronenemitter-schermen (SED-schermen), gebruikt in structurele onderdelen; met name in de diëlektrische laag van de voor- en achterglasplaat, de buselektrode, de black stripe, de adreselektrode, de barrier ribs, de fritaansmelting en de fritring en in printpasta.

26. Loodoxide in de glazen ballon van Black Light Blue-lampen (BLB-lampen).

27. Loodlegeringen als soldeer voor omzetters die worden gebruikt in luidsprekers met een hoog vermogen (bedoeld om enkele uren achtereen te functioneren bij een geluidsniveau van 125 dB SPL en meer).

⎢2006/692/EG art. 1 (aangepast)

28. Zeswaardig chroom in corrosiewerende beschermlagen op ongeverfde metaalplaat en metalen bevestigingsmiddelen die dienen ter bescherming tegen corrosie en als afscherming tegen elektromagnetische storingen in apparatuur die behoort tot categorie drie van Richtlijn 2002/96/EG (IT- en telecommunicatieapparatuur). Vrijstelling verleend tot 1 juli 2007

⎢2006/690/EG art. 1

29. Lood gebonden in kristalglas zoals omschreven in bijlage I (categorieën 1, 2, 3 en 4) van Richtlijn 69/493/EEG van de Raad[29].

⎢2005/618/EG art. 1 (aangepast)

Met het oog op artikel 5, lid 1, onder a), wordt voor lood, kwik, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) en polybroomdifenylethers (PBDE's) een maximale concentratie van 0,1 gewichtsprocent in homogene materialen en voor cadmium een maximale concentratie van 0,01 gewichtsprocent in homogene materialen getolereerd.

⎢ 2008/385/EG, art. 1 en bijlage

30. Cadmiumlegeringen als elektrische/mechanische soldeerverbindingen met elektrische geleiders die zich direct op de stemspoel bevinden van transductoren die gebruikt worden in krachtige luidsprekers met een geluidsvermogensniveau van 100 dB (A) of meer.

31. Lood in soldeermateriaal in kwikvrije platte fluorescerende lampen (die bv. worden gebruikt in LCD-schermen, designverlichting of industriële verlichting).

32. Loodoxide in fritaansmeltingen van vensters voor argon- en kryptonlaserbuizen.

∫ nieuw

BIJLAGE VI

Van het verbod van artikel 4, lid 1, uitgesloten toepassingen, wat de categorieën 8 en 9 betreft

Apparatuur die ioniserende straling gebruikt of detecteert

1 Lood, cadmium en kwik in detectoren voor ioniserende straling

2 Loden lagers in röntgenbuizen

3 Lood in versterkers van elektromagnetische straling: microkanaalplaat en capillaire plaat

4 Lood in glasfrit van röntgenbuizen en beeldversterkers en lood in glasfritbindmiddel voor de assemblage van gaslasers en voor vacuümbuizen die elektromagnetische straling omzetten in elektronen

5 Lood in loodschermen tegen ioniserende straling

6 Lood in testobjecten voor röntgenstraling

7 Loodstearaatkristallen voor röntgendiffractie

8 De bron van radioactieve cadmiumisotopen voor draagbare röntgenfluorescentiespectrometers

Sensoren, detectoren en elektroden (plus punt 1)

1a Lood en cadmium in ionselectieve elektroden, met inbegrip van het glas van pH-elektroden

1b Loodanoden in elektrochemische zuurstofsensoren

1c Lood, cadmium en kwik in infrarooddetectoren

1d Kwik in referentie-elektroden: kwikchloride met een laag kwikgehalte, kwiksulfaat en kwikoxide

Andere

9 Cadmium in helium-cadmium lasers

10 Lood en cadmium in lampen voor atoomabsorptiespectroscopie

11 Lood in legeringen als supergeleider en warmtegeleider bij MRI

12 Lood en cadmium in metaalbindingen van supergeleidende materialen in MRI- en SQUID-detetoren

13 Lood in tegengewichten

14 Lood in piëzo-elektrische monokristallen voor ultrasoontransducers

15 Lood in soldeer van ultrasoontransducers

16 Kwik in meetbruggen met zeer hoge precisiecapaciteit en verliesfactor-meetbruggen en in hoogfrequentie-RF-schakelaars en -relais in meet- en regelapparatuur met hoogstens 20 mg kwik per schakelaar of relais

17 Lood in soldeer voor draagbare defibrillatoren voor noodgevallen

18 Lood in soldeer van infraroodbeeldvormingsmodules met hoog vermogen voor detectie in het bereik van 8 – 14 µm

19 Lood in LcoS-displays (vloeibaar kristal op silicium)

20 Cadmium in meetfilters voor röntgenstralen

BIJLAGE VII

EG-CONFORMITEITSVERKLARING

1. Nr. … (uniek identificatienummer van de EEA):

2. Naam en adres van de fabrikant of zijn gemachtigde:

3. Deze conformiteitsverklaring wordt verstrekt onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant (of de installateur):

4. Voorwerp van de verklaring (beschrijving aan de hand waarvan de EEA kan worden getraceerd, indien nodig, met een foto):

5. Het hierboven beschreven voorwerp is conform Richtlijn …betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.

6. Indien van toepassing, vermelding van de toegepaste geharmoniseerde normen of van de specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft:

7. Indien van toepassing, de aangemelde instantie ... (naam, nummer)… heeft een … (werkzaamheden beschrijven)… uitgevoerd en het certificaat …. afgegeven: …

8. Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens: …………………………………

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening):

BIJLAGE VIII

Deel A

Ingetrokken richtlijn en opeenvolgende wijzigingen ervan

(als bedoeld in artikel 12)

Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad | (PB L 37 van 13.2.2003, blz. 19) |

Beschikking 2005/618/EG van de Commissie | (PB L 214 van 19.8.2005, blz. 65) |

Beschikking 2005/717/EG van de Commissie | (PB L 271 van 15.10.2005, blz. 219) |

Beschikking 2005/747/EG van de Commissie | (PB L 280 van 25.10.2005, blz. 18) |

Beschikking 2006/310/EG van de Commissie | (PB L 115 van 28.4.2006, blz. 38) |

Beschikking 2006/690/EG van de Commissie | (PB L 283 van 14.10.2006, blz. 47) |

Beschikking 2006/691/EG van de Commissie | (PB L 283 van 14.10.2006, blz. 48) |

Beschikking 2006/692/EG van de Commissie | (PB L 283 van 14.10.2006, blz. 50) |

Richtlijn 2008/35/EG van het Europees Parlement en de Raad | (PB L 81 van 20.3.2008, blz. 67) |

Beschikking 2008/385/EG van de Commissie | (PB L 136 van 24.5.2008, blz. 9) |

Deel B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(als bedoeld in artikel 13)

Richtlijn | Omzettingstermijn |

2002/95/EG | 12 augustus 2004 |

2008/35/EG | - |

BIJLAGE IX

Concordantietabel

Richtlijn 2002/95/eg | Deze richtlijn |

Artikel 1 | Artikel 1 |

Artikel 2, lid 1 | Artikel 2, lid 1 |

Artikel 2, lid 2 | Artikel 2, lid 2 |

Artikel 2, lid 3 | Artikel 2, lid 3, aanhef |

- | Artikel 2, lid 3, onder a) en b) |

Artikel 3, onder a) | Artikel 3, onder a) |

Artikel 3, onder b) | - |

- | Artikel 3, punten b) tot en met o) |

Artikel 4, lid 1 | Artikel 4, lid 1 |

- | Artikel 4, leden 3 tot en met 6 |

Artikel 4, lid 2 | Artikel 4, lid 7 |

Artikel 4, lid 3 | - |

- | Artikel 4, lid 8 |

- | Artikel 5, lid 1, aanhef |

Artikel 5, lid 1, eerste alinea, aanhef | Artikel 5, lid 1, onder a) |

Artikel 5, lid 1, eerste alinea, onder a) | - |

Artikel 5, lid 1, eerste alinea, onder b) | Artikel 5, lid 1, onder b), aanhef en eerste en derde streepje |

- | Artikel 5, lid 1, onder b), tweede streepje |

Artikel 5, lid 1, eerste alinea, onder c) | - |

Artikel 5, lid 1, tweede alinea | - |

Artikel 5, lid 2 | Artikel 5, lid 2 |

- | Artikel 5, lid 3 |

Artikel 6 | - |

- | Artikelen 6 tot en met 17 |

Artikel 7 | Artikel 18 |

Artikel 8 | Artikel 19 |

Artikel 9 | Artikel 20 |

- | Artikel 21 |

Artikel 10 | Artikel 22 |

Artikel 11 | Artikel 23 |

- | Bijlagen I tot en met IV |

Bijlage, punten 1 tot en met 28 | Bijlage V, punten 1 tot en met 28 |

Bijlage, punt 29, eerste alinea | Bijlage V, punt 29, eerste alinea |

Bijlage, punt 29, tweede alinea | Artikel 4, lid 2 |

Bijlage, punten 30 tot en met 32 | Bijlage, punten 30 tot en met 32 |

- | Bijlagen VI tot en met IX |

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN DIE UITSLUITEND GEVOLGEN HEBBEN VOOR DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING

1. BENAMING VAN HET VOORSTEL

Richtlijn betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur tot intrekking van Richtlijn 2002/95/EG

2. BEGROTINGSONDERDELEN

Hoofdstuk en artikel:

Begroot bedrag voor het betrokken jaar:

3. FINANCIËLE GEVOLGEN

(x Het voorstel heeft geen financiële gevolgen

( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten, namelijk:

(in miljoen euro, tot op 1 decimaal)

Begrotingsonderdeel | Ontvangsten[30] | Periode van 12 maanden vanaf dd/mm/jjjj | [Jaar n] |

Artikel … | Gevolgen voor de eigen middelen |

Artikel … | Gevolgen voor de eigen middelen |

Situatie na de actie |

[n+1] | [n+2] | [n+3] | [n+4] | [n+5] |

Artikel … |

Artikel … |

4. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

5. OVERIGE OPMERKINGEN

[1] Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82) en Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

[2] PB L 396 van 13.12.2006, blz. 1.

[3] PB L 191 van 22.7.2005, blz. 29.

[4] Eindverslag beschikbaar op: http://ec.europa.eu/environment/waste/pdf/era_study_final_report.pdf.

[5] Eindverslag beschikbaar op: http://ec.europa.eu/enterprise/environment/reports_studies/index.htm.

[6] PB L 271 van 15.10.2005, blz. 48.

[7] Gevoegde zaken C-14/06 en C-295/06. Het Hof was van mening dat de beschikking niet voldeed aan de criteria voor het verlenen van vrijstellingen (artikel 5). Op de eerste plaats was de beschikking niet gebaseerd op een "vooruitgang van wetenschap en techniek" aangezien de ontwerp-conclusies van de risicobeoordeling de vrijstelling van 2002 rechtvaardigde en de conclusies sedertdien niet gewijzigd waren. Op de tweede plaats heeft de Commissie niet beoordeeld of er al dan niet vervangende stoffen beschikbaar waren en wat de gevolgen van de vervangende stoffen zijn in vergelijking met deca-BDE. Op de derde plaats was de vrijstelling te breed.

[8] PB C 131 van 29.5.2008, blz. 7.

[9] PB L 99 van 7.4.2006, blz. 3.

[10] Zie het werkdocument van de diensten van de Commissie bij het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA), blz. 99.

[11] PB C Öð van , blz. Õð √ van , blz. ∏ 365 E van 19.12.2000, blz. 195 en PB C 240 E van 28.8.2001, blz. 303.

[12] PB C √ van , blz. ∏ . 116 van 20.4.2001, blz. 38.

[13] PB C √ van , blz. ∏ 148 van 18.5.2001, blz. 1.

[14] √PB C van , blz. ∏ Advies van het Europees Parlement van 15 mei 2001 (PB C 34 E van 7.2.2002, blz. 109), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 4 december 2001 (PB C 90 E van 16.4.2002, blz. 12) en besluit van het Europees Parlement van 10 april 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad). Besluit van het Europees Parlement van 18 december 2002 en besluit van de Raad van 16 december 2002.

[15] PB L 37 van 13.2.2003, blz. 19.

[16] PB C 30 van 4.2.1988, blz. 1.

[17] Zie bladzijde 24 van dit Publictieblad.

[18] PB L 191 van 22.7.2005, blz. 29-58.

[19] PB L √ 266 van 26.9.2006, blz. 1. ∏ 78 van 26.3.1991, blz. 38. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 98/101/EG van de Commissie (PB L 1 van 5.1.1999, blz. 1).

[20] PB L 229 van 30.4.2004, blz. 5 tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG.

[21] PB L 396 van 30.12. 2006, blz. 1–849.

[22] PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82-128.

[23] PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30-47.

[24] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[25] PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2002/65/EG (PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16).

[26] PB L √ 114 van 27.4.2006, blz. 9. ∏ 194 van 25.7.1975, blz. 39. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

[27] PB L 186 van 12.7.1991, blz. 59.

[28] PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201.

[29] PB L 326 van 29.12.1969, blz. 36. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

[30] Voor traditionele eigen middelen (landbouwrechten, suikerheffingen en douanerechten) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.

Top