Help Print this page 
Title and reference
Mededeling van de Commissie - Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme

/* COM/2007/0621 def. */
Multilingual display
Text

52007DC0621

Mededeling van de Commissie - Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme /* COM/2007/0621 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 19.10.2007

COM(2007) 621 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme

1. INLEIDING

In het besef dat het toerisme van cruciaal belang is voor de economie van de EU heeft de Commissie in maart 2006 een nieuw toerismebeleid[1] vastgesteld. Het belangrijkste doel van dat beleid is "het concurrentievermogen van de Europese toeristische sector te verbeteren en meer en betere banen te creëren dankzij een duurzame groei van het toerisme in Europa en in de wereld." Daarnaast heeft de Commissie expliciet erkend dat: "groei en werkgelegenheid centraal stellen hand in hand [gaat] met het nastreven van doelstellingen op sociaal en milieugebied"; voorts heeft zij aangekondigd een Europese Agenda 21 voor het toerisme te zullen opstellen op basis van de resultaten van de werkzaamheden van de Werkgroep duurzaam toerisme[2] (WDT), die in het in februari 2007 verschenen rapport “Action for more sustainable European tourism” [3] in de openbaarheid zijn gebracht.

Toerisme is ontegenzeggelijk een van de economische activiteiten met het grootste potentieel om groei en werkgelegenheid in de EU te genereren. Het aandeel van het toerisme in engere zin[4] in het bbp van de EU bedraagt momenteel 4%: van 2% in diverse nieuwe lidstaten tot 12% op Malta. Het indirecte aandeel in het bbp is veel groter: het toerisme genereert meer dan 10% van het bbp van de EU en is goed voor ongeveer 12% van alle arbeidsplaatsen.

Het toerisme is vooral belangrijk als bron van werkgelegenheid voor jongeren, die tweemaal zo vaak werkzaam zijn in deze sector als in de overige economie[5]. De werkgelegenheid in de toeristische sector is de afgelopen jaren aanzienlijk meer gegroeid dan in de rest van de economie en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Lissabondoelstelling om meer en betere banen te scheppen. Het belang van het toerisme binnen de economie van de EU zal de komende jaren waarschijnlijk nog toenemen: naar verwachting zal de toeristische vraag jaarlijks met iets meer dan 3% stijgen[6].

Het vinden van een juist evenwicht tussen een autonome ontwikkeling van de reisbestemmingen en de bescherming van het milieu enerzijds en de ontwikkeling van een concurrerende economische activiteit anderzijds kan problematisch zijn. De werkzaamheden van de Werkgroep duurzaam toerisme hebben echter bevestigd dat er in de toeristische sector meer dan in enig andere sector in nauwe samenhang met het milieu en de samenleving synergieën kunnen worden ontwikkeld. Dit is het gevolg van het nauwe verband dat bestaat tussen de ontwikkeling van toeristische bestemmingen en de natuurlijke omgeving en het specifieke culturele karakter ervan en de sociale interactie met en de veiligheid en het welzijn van de plaatselijke bevolking. Deze kenmerken maken van het toerisme de drijvende kracht achter het behoud en de ontwikkeling van de reisbestemmingen: direct omdat zij leiden tot meer bewustwording en meer inkomenssteun en indirect omdat zij een economische rechtvaardiging voor een dergelijke ondersteuning door derden bieden.

Globale trends en prioriteiten zijn aan verandering onderhevig. De belangrijkste uitdaging waarvoor de toeristische sector staat, is meer dan ooit om tegelijkertijd concurrerend te blijven én duurzame ontwikkeling te bevorderen in het besef dat het concurrentievermogen op de lange termijn van een duurzame ontwikkeling afhankelijk is. Vooral de klimaatverandering wordt tegenwoordig gezien als een fundamenteel probleem, waardoor de toeristische sector ook verplicht wordt zijn bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de bestemmingen zich genoodzaakt zien om zich aan te passen aan veranderingen in het vraagpatroon en in hun aanbod van bepaalde soorten toerisme.

De toekomst van het Europese toerisme hangt af van de kwaliteit van de ervaringen van de toerist. De toeristen zullen gaan inzien dat zij kunnen verwachten dat op bestemmingen waar de belangen van het milieu, de werknemers en de plaatselijke gemeenschap serieus worden genomen, aan hun wensen wordt voldaan. Door bij hun activiteiten constant rekening te houden met duurzame ontwikkeling kunnen de actoren in de toeristische sector de concurrentievoordelen beschermen die Europa tot een van de aantrekkelijkste toeristenbestemmingen ter wereld maken, namelijk intrinsieke diversiteit en verscheidenheid aan landschappen en culturen. Door op een maatschappelijk verantwoorde wijze[7] aandacht te besteden aan duurzaamheidsaspecten kan de toeristische sector bovendien gemakkelijker producten en diensten innoveren en de kwaliteit en waarde ervan vergroten.

De Europese Commissie komt daarom met de in deze mededeling beschreven "Agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme" haar toezegging[8] op de lange termijn na, die door de overige Europese instellingen ondersteund wordt[9]. De mededeling bouwt voort op het rapport van de Werkgroep duurzaam toerisme en de resultaten van de in aansluiting daarop gehouden openbare raadpleging[10]. De agenda vormt een verdere bijdrage aan de uitvoering van de hernieuwde strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid[11] en aan de vernieuwde strategie voor duurzame ontwikkeling[12].

2. DE AGENDA VOOR EEN DUURZAAM EN CONCURREREND EUROPEES TOERISME

Voor het juiste evenwicht tussen het welzijn van de toeristen, de belangen van natuur en cultuur en de ontwikkeling en het concurrentievermogen van toeristische bestemmingen en bedrijven is een geïntegreerd en globaal beleid benodigd, waarbij alle actoren dezelfde doelstellingen nastreven.

2.1. De doelstellingen voor de duurzame ontwikkeling van het Europees toerisme en de uitdagingen die daartoe moeten worden aangegaan

Het huidige EU-kader voor de ontwikkeling van het economische, sociale en milieubeleid, dat berust op het nieuwe partnerschap voor groei en werkgelegenheid en de strategie voor duurzame ontwikkeling, biedt de juiste voorwaarden voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze agenda: namelijk economische welvaart, sociale rechtvaardigheid en cohesie en de bescherming van het milieu en de cultuur[13].

Deze doelstellingen moeten voor de bij het Europees toerisme betrokken partijen als leidraad dienen bij beleid en maatregelen die van invloed zijn op Europees uitgaand toerisme en bij de bevordering van het toerisme als middel om de duurzame ontwikkeling van de gastlanden te stimuleren.

Bij het nastreven van deze doelstellingen moeten een aantal aan de toeristische sector inherente uitdagingen[14] onder ogen worden gezien. Daarbij gaat het voornamelijk om de volgende kwesties: duurzaam behoud en beheer van natuurlijke en culturele hulpbronnen, beperking van het verbruik van grondstoffen en van vervuiling op toeristische bestemmingen, met inbegrip van het produceren van afval, aansturing van veranderingen in het belang van de gemeenschap, vermindering van het seizoensgebonden karakter van de vraag, bestrijding van de milieueffecten van het toeristenverkeer, mogelijkheid tot deelname aan toeristische ervaringen voor iedereen en kwalitatieve verbetering van de werkgelegenheid binnen de toeristische sector – mede door de aanpak van de problematiek van de arbeid van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen in de context van het migratiebeleid van de Commissie[15]. De veiligheid garanderen van de toeristen en plaatselijke gemeenschappen waar toeristische diensten worden aangeboden is ook van groot belang en een fundamentele voorwaarde voor een succesvolle ontwikkeling van het toerisme[16].

Deze uitdagingen liggen niet vast in ruimte of tijd. De prioriteit die eraan wordt toegekend, de wijze waarop zij worden aangepakt en de eventuele kansen die zij bieden, kunnen van plaats tot plaats verschillen.

De betrokken partijen moeten op veranderingen anticiperen en deze blijven volgen. Bij beleid en maatregelen moet worden ingecalculeerd hoe vraag en aanbod de invloed zullen ondergaan van milieuproblemen, zoals klimaatverandering[17] en waterschaarste[18], technologische ontwikkelingen en andere actuele politieke, economische en sociale kwesties. Daarom zullen alle bovengenoemde taken in samenwerking met alle actoren regelmatig opnieuw worden bekeken.

2.2. Een actiekader

Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze agenda en de aanpak van de eerder vermelde taken is een consistent optreden nodig dat door overheidsbeleid ondersteund kan worden: een duurzaam beheer van de bestemmingen, integratie van aspecten van duurzame ontwikkeling in het bedrijfsleven en bewustmaking van de toeristen.

Een duurzaam beheer van toeristische bestemmingen, met name door een effectieve ruimtelijke ordening en ontwikkelingsplanning en door investeringsbeslissingen ten behoeve van infrastructuur en diensten, is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van het toerisme. Een duurzaam beheer kan de economische resultaten en het concurrentievermogen van een bestemming op de lange termijn verbeteren, wanneer ervoor gezorgd wordt dat de nieuwe toeristische ontwikkeling wat betreft omvang en aard voldoet aan de belangen van de plaatselijke gemeenschap en het milieu. Hiertoe zijn een ondersteunend kader vereist, waarbij alle regionale en lokale actoren betrokken zijn, en tevens een doelmatige structuur voor de bevordering van samenwerking en coördinatie.

Om te beginnen moeten bedrijven concurrerend blijven. Maatregelen daartoe moeten worden beschouwd als onderdeel van het proces tot realisering van duurzame ontwikkeling, die op termijn een van de belangrijkste concurrentievoordelen zal worden. De bedrijven moeten daarom beter dan voorheen in hun besluitvormingsprocedure, bedrijfsvoering en beheersinstrumenten een plaats inruimen voor met duurzame ontwikkeling samenhangende aspecten, om zo hun concurrentievermogen op de lange termijn, hun levensvatbaarheid en succes zeker te stellen. Hierbij is voor bedrijfsondersteunende diensten en bedrijfsorganisaties een belangrijke rol weggelegd.

Ten slotte zou tastbare vooruitgang kunnen worden geboekt indien er van de vraagzijde van de recreatiesector en de bedrijfsmarkt krachtiger en consistenter signalen uitgingen. Het kritische vermogen van de toeristen moet worden ontwikkeld en versterkt, zodat zij duurzame ontwikkeling bij hun keuzes betrekken. Door toeristen beter bewust te maken van duurzaamheid en ethische aspecten kan bij hen verantwoordelijkheidsbesef en een verantwoordelijk gedrag worden aangekweekt. Anderzijds kunnen de consumenten, naarmate zij het belang van duurzame ontwikkeling beter beseffen, bedrijven ertoe brengen daarmee rekening te houden en maatregelen in die richting te nemen.

2.3. Uitgangspunten voor de verwezenlijking van een concurrerend en duurzaam toerisme

Om een concurrerend en duurzaam toerisme te verwezenlijken, vraagt de Commissie alle actoren de volgende uitgangspunten[19] in acht te nemen:

- Een globale en geïntegreerde benadering – Bij de planning en ontwikkeling van het toerisme moet rekening worden gehouden met alle effecten die het kan hebben. Verder moet het toerisme goed uitgebalanceerd zijn en geïntegreerd in een breed scala aan activiteiten die van invloed zijn op samenleving en milieu.

- Langetermijnplanning – Bij duurzame ontwikkeling gaat het erom dat rekening wordt gehouden met de belangen van zowel de huidige als de toekomstige generaties. Een voorwaarde voor langetermijnplanning is het vermogen maatregelen over een langere termijn uit te voeren.

- Bereiken van het juiste ontwikkelingstempo – De omvang, het tempo en de vorm van de ontwikkeling moeten recht doen aan en rekening houden met de aard, de middelen en de behoeften van de ontvangende gemeenschappen en bestemmingen.

- Betrokkenheid van alle actoren – Een duurzame benadering vergt een brede en doelbewuste participatie bij besluitvorming en uitvoering in de praktijk van allen die met de resultaten ervan te maken krijgen.

- Benutting van de beste beschikbare kennis – Bij beleid en maatregelen moet de meest recente en beste kennis worden benut. Informatie over trends en effecten van het toerisme, en vaardigheden en ervaring moeten in geheel Europa uitgewisseld worden.

- Risicominimalisering en –management (het voorzorgsbeginsel) – Als er onzekerheid over de resultaten bestaat, moet er een volledige beoordeling plaatsvinden en moeten er preventieve maatregelen worden getroffen om schade voor milieu of samenleving te vermijden.

- Koppeling van effecten en kosten (de gebruiker en vervuiler betaalt) – In de prijzen dienen de reële, aan verbruik en productie verbonden kosten voor de samenleving tot uitdrukking te komen. Dit heeft niet alleen implicaties bij vervuiling op zich, maar betekent ook dat er voor het gebruik van faciliteiten waaraan aanzienlijke bedrijfskosten zijn verbonden, kosten in rekening worden gebracht.

- Vaststelling en naleving van capaciteitsgrenzen – De capaciteitsgrenzen van afzonderlijke bestemmingen en grotere gebieden moeten in aanmerking worden genomen. Daarbij moet de bereidheid en het vermogen aanwezig zijn om zo nodig de omvang van de toeristische ontwikkeling en van de toeristenstromen aan banden te leggen.

- Doorlopende monitoring – Een essentieel aspect van duurzame ontwikkeling is het inzicht in de consequenties van ontwikkelingen en een nooit aflatende waakzaamheid, zodat de vereiste veranderingen en verbeteringen kunnen worden uitgevoerd.

3. SAMEN DE TOEKOMST TEGEMOET

Diverse actoren zien nu al het belang van duurzame ontwikkeling in en streven ernaar om op dit gebied betere prestaties te leveren. Desondanks moet er nog meer vooruitgang worden geboekt. In het kader van huidige – en toekomstige – initiatieven moeten de krachten worden gebundeld en moet er op meer in het oog springende en op een meer op synergie gerichte wijze worden samengewerkt, zodat er omvangrijker resultaten kunnen worden behaald.

Beoogd wordt met deze agenda een dergelijk vrijwillig en doorlopend proces te ondersteunen, dat door alle bij toerisme betrokken partijen in Europa gepromoot zou moeten worden: de verschillende overheidslagen – lokale autoriteiten, organisaties op het gebied van bestemmingsmanagement, regio's, de lidstaten – en de Europese Commissie zelf, bedrijven, toeristen en alle overige instanties[20],die het toerisme kunnen stimuleren, ondersteunen en beïnvloeden.

Tal van private en publieke actoren met gedecentraliseerde bevoegdheden zijn bij de toeristische sector betrokken. Daarom is het van groot belang het subsidiariteitsbeginsel in acht te nemen en een bottom-up benadering te hanteren waarbij alle actoren worden betrokken die de bevoegdheid hebben om beslissingen te nemen en die vrijwillig een bijdrage leveren aan de implementatie van deze agenda.

Derhalve wordt het accent gelegd op gemeenschappelijke maatregelen op het niveau van de toeristische bestemming, zij het in de context van ondersteunende nationale en Europese beleidslijnen en acties.

3.1. De rol van de actoren

De Werkgroep duurzaam toerisme heeft een actiekader ontwikkeld, waarbij aan de verschillende actoren brede verantwoordelijkheden[21] en specifieke taken[22] worden toegewezen bij de implementatie van de agenda, en wel in verband met de drie hierboven genoemde kernaspecten – namelijk duurzame bestemmingen, duurzame bedrijven en toeristen met verantwoordelijkheidsbesef – en met de gesignaleerde uitdagingen.

De actoren in de toeristische sector wordt verzocht hun respectieve verantwoordelijkheden op zich te nemen en de kansen aan te grijpen die duurzame ontwikkeling biedt als potentiële drijvende kracht achter innovatie en groei.

De actoren moeten hun kennis onderling uitwisselen door elkaar zowel van de positieve als negatieve resultaten die zij bereiken, in kennis te stellen, zodat de ontwikkeling van kennis, de verspreiding ervan en de uitvoering van duurzame en concurrerende methodes nog nauwer met elkaar verbonden worden. Hiertoe moeten zij een gestructureerde en geregelde samenwerking tot stand brengen op het niveau waarop zij hoofdzakelijk actief zijn – hetzij op dat van de bestemming, hetzij op regionaal, nationaal, Europees of internationaal niveau – in het kader waarvan het thema duurzame ontwikkeling besproken kan worden. Een voorbeeld van een dergelijke samenwerking is de sociale dialoog van werkgevers en werknemers en hun organisaties.

Binnen het Europees toerisme spelen kleine en microbedrijfjes een onontbeerlijke rol, maar door hun omvang kan het voor hen moeilijker zijn om rekening te houden met aspecten van de duurzame ontwikkeling en deze als onderdeel van hun bedrijfsvoering te "verkopen". Daarom wordt er bij de relevante tussenschakels op aangedrongen de kernboodschappen van deze agenda aan hen door te geven en hun bijdrage tot de implementatie ervan te bevorderen.

3.2. De rol van de Europese Commissie

De Commissie is zich bewust van haar verantwoordelijkheid om op te treden en zal via een stapsgewijze benadering initiatieven op Europees niveau ontplooien, waardoor zij de actoren van de toeristische sector toegevoegde waarde op Europees niveau kan bieden en tegelijkertijd de in het Verdrag vastgelegde verdeling van bevoegdheden in acht neemt.

Deze agenda zal voor de Commissie als leidraad dienen bij haar toekomstige activiteiten op het gebied van het toerisme en op alle andere beleidsterreinen die van invloed zijn op het toerisme en de duurzame ontwikkeling ervan. De Commissie zal hiertoe een beroep doen op de Werkgroep duurzaam toerisme.

Voorts zal de Commissie de samenwerking inzake het toerisme voortzetten met de nabuurlanden (Oost-Europa en de MED-regio), en de bij het Europese nabuurschapsbeleid betrokken landen en de ontwikkelingslanden met lage- en middeninkomens blijven ondersteunen door middel van directe buitenlandse investeringen van de Europese Unie en joint ventures op het gebied van het toerisme.

3.2.1. De actoren aanzetten tot de opbouw en uitwisseling van kennis

De Europese Commissie heeft zich tot doel gesteld om "good practices" meer profiel te geven en er waardering voor te wekken bij de burgers van de EU en in de samenleving en om de kennis en het begrip van methoden te bevorderen waarbij duurzame ontwikkeling en concurrentievermogen samengaan en elkaar aanvullen.

De Commissie organiseert al conferenties en voert onderzoek uit met het oog op bewustmaking van kwesties zoals de bevordering van reizen door jongeren, ouderen en personen met speciale behoeften door middel van sociale initiatieven en initiatieven ten behoeve van een toegankelijk toerisme en van de werkmethoden die op lokaal en regionaal niveau zouden kunnen worden toegepast (zoals bijvoorbeeld een onderzoek naar het effect van culturele en sportevenementen op middelgrote en kleine bedrijven die op het toerisme gericht zijn). Een voorbeeld van een dergelijk praktijkgericht initiatief is de handleiding bij de leerruimte toerisme (tourism learning area), waarin een lans wordt gebroken voor de participatie van kennisinstellingen in het kader van een op consensusvorming gerichte benadering, die een verbetering van de prestaties van het mkb en het menselijk potentieel in de toeristische sector op het niveau van de bestemmingen beoogt.

De Commissie zal er zich voorts voor inzetten om de prioriteiten van een duurzaam Europees toerisme onder de aandacht van de kennisscheppende actoren (zoals universiteiten, onderzoeksinstellingen en publieke en private observatoria) te brengen. Hierdoor zal de samenwerking tussen deze actoren onderling en het aanbod van formeel en niet-formeel onderwijs over toerisme worden bevorderd. Verder zal de Commissie door middel van de volgende maatregelen de mobiliteit binnen Europa stimuleren: ondersteuning van transnationale scholing en stages, uitwisselingen en de ontwikkeling van scholingsmethoden, -materiaal en –inhoud en de integratie van de uitgangspunten van de duurzame ontwikkeling in scholingsprogramma's.

De betrokkenheid op lokaal en regionaal niveau zal via samenwerkingsverbanden tussen de verschillende soorten bestemmingen (bijvoorbeeld plattelands-, kust-, berg- en stedelijke gebieden) worden ondersteund; deze zullen zich inzetten voor een duurzaam beheer van bestemmingen. Deze door pioniers opgerichte samenwerkingsverbanden staan open voor deelname van alle andere belanghebbende partijen. De Europese Commissie zal de versterking of totstandbrenging van platforms ondersteunen – ook door het gebruik van nieuwe technologieën – waar goede en slechte ervaringen kunnen worden uitgewisseld en de samenwerking tussen de toeristische sector en andere, aanverwante sectoren verbeterd kan worden. Door de bevordering van de uitwisseling van optimale praktijkvoorbeelden ten behoeve van duurzaam beheer van bestemmingen (bijvoorbeeld de omgang met zaken als seizoensafhankelijkheid en de verlenging van het toeristenseizoen) kan een belangrijke bijdrage aan het concurrentievermogen van de toeristische bestemmingen worden geleverd. Deze platforms zouden een specifieker benadering mogelijk maken, waardoor beter rekening kan worden gehouden met de territoriale en economische kenmerken van de bestemmingen.

Ook het jaarlijkse Europees forum voor het toerisme biedt alle actoren een platform voor de uitwisseling van meningen en voor een hechtere samenwerking bij kwesties die samenhangen met de dwarsverbanden tussen de duurzame ontwikkeling en het concurrentievermogen van de Europese toeristische sector.

Ter versterking van de samenwerking met lidstaten en tussen lidstaten onderling zullen hun via het Raadgevend Comité inzake toerisme ingediende jaarlijkse verslagen[23] worden gebruikt om de uitwisseling en verspreiding van informatie te bevorderen, mede om na te gaan in hoeverre hun beleid en maatregelen de duurzame ontwikkeling van het toerisme waarborgen.

Aan de behoefte aan betere en sneller beschikbare gegevens over de ontwikkeling van het toerisme in Europa kan deels door het verzamelen en verspreiden van statistische en geografische gegevens[24] en deels door de werkzaamheden van bestaande en nieuwe observatoria tegemoet worden gekomen. Dergelijke informatie zou de monitoring van de belangrijkste uitdagingen kunnen vereenvoudigen, met name de met werkgelegenheid en seizoensafhankelijkheid samenhangende uitdagingen die voor het mkb van belang zijn.

Ten slotte verzoekt de Commissie internationale organisaties (UNWTO, UNEP, UNESCO enz.) aan dit proces bij te dragen door synergieën tussen hun werkterreinen en de Europese agenda aan te geven.

3.2.2. Promoten van topbestemmingen

De Commissie zet de uitvoering van het proefproject „Europese topbestemmingen” (EDEN) voort. In het kader van EDEN worden nieuwe Europese bestemmingen gepropageerd en worden andere ondersteund; bij de toeristische ontwikkeling van deze bestemmingen is duurzaamheid in sociaal, cultureel en milieuopzicht gewaarborgd. Ieder jaar wordt voor de prijs een ander thema gekozen. De Commissie zal het opzetten van netwerken tussen bekroonde bestemmingen bevorderen, zodat de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden op Europees niveau bevorderd wordt en andere bestemmingen ervan kunnen worden overtuigd om soortgelijke modellen voor de ontwikkeling van duurzaam toerisme te gebruiken.

De Commissie zal eveneens het imago en de beeldvorming van Europa als hoogkwalitatieve en duurzame toeristenbestemming bevorderen. Met het oog hierop zal de Commissie samenwerken met de European Travel Commission en de nationale organisaties voor toerisme om een geschikte strategie te ontwikkelen waarvan de benutting van het European Destination Tourism Portal deel uitmaakt[25].

3.2.3. Aanboren van financiële instrumenten van de EU

De Europese Commissie is zich ervan bewust dat de actoren financiële steun nodig hebben voor de implementatie van de agenda. Op Europees niveau bestaat reeds een aantal mogelijkheden: zo kunnen de lidstaten en alle regio's toeristische projecten via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling financieren. Duurzame en innovatieve benaderingen worden reeds nadrukkelijk als prioriteitscriteria genoemd in de verschillende doelstellingen van de diverse Europese financiële instrumenten: met name betreft het hier de fondsen in het kader van het cohesiebeleid (het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fond)s, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het Europees Visserijfonds, het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (het effect op het toerisme valt onder de prioriteit klimaatverandering). In de doelstellingen van het Leonardo da Vinci-programma gebeurt dat in de vorm van een specifieke maatregel voor leerlingen en jongeren binnen het beroepsonderwijs en in het kader van een lopend project voor de analyse en ontwikkeling van kwalificaties in de sector. Het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie ondersteunt eveneens het concurrentievermogen van bedrijven in de EU, in het bijzonder dat van het mkb [26]. De Commissie zal de verspreiding bevorderen van informatie over de benutting tot dusverre van deze financiële instrumenten van de EU en over de mogelijke aanspraak die de diverse actoren in de toeristische sector erop kunnen maken.

3.2.4. Integratie van duurzame ontwikkeling en concurrentievermogen in het communautaire beleid

Verscheidene Europese beleidsterreinen en maatregelen kunnen van grote invloed zijn op het toerisme en de duurzame ontwikkeling ervan en kunnen een belangrijke bijdrage leveren bij de aanpak van de voornaamste problemen. Algemeen beleid, zoals milieu, vervoer, werkgelegenheid en onderzoek, kunnen als gevolg van de specifieke kenmerken ervan op verschillende manieren een stempel drukken op uiteenlopende gebieden. De bijzondere behoeften van deze verschillende gebieden neemt de Commissie nu al in aanmerking en dat zal ook in de toekomst het geval zijn.

Uit het grote aantal reacties van de actoren op de raadplegingsprocedure in verband met het toekomstige maritieme beleid van de EU bleek hun belangstelling voor en ondersteuning van maatregelen op EU-niveau ten behoeve van een duurzaam maritiem en kusttoerisme met een groter concurrentievermogen. De geïntegreerde benadering van het maritiem beleid zal in antwoord op die reacties een basis bieden voor de ontwikkeling van verdere maatregelen ter verbetering van de duurzame ontwikkeling en het concurrentievermogen van de sector. De aandacht van de Commissie zal in de eerste plaats uitgaan naar de bedrijfstak kusttoerisme. Daartoe zal zij de effecten bestuderen van snel expanderende segmenten zoals het cruisetoerisme, de raakvlakken van de cruisevaart, havenfaciliteiten, jachthavens, andere maritieme economische activiteiten en van kwesties die verband houden met de concurrentie tussen het land- en maritieme toerisme in kustgebieden.

Voor berggebieden is een langetermijnbeleid voor plattelandsontwikkeling nodig, waarbij zowel met de eis tot behoud van deze bijzondere natuurlijke omgeving als met het duurzaam welzijn van de bewoners rekening wordt gehouden[27]. De Commissie erkent de noodzaak om het rijke natuurlijk erfgoed van veel van deze kwetsbare berggebieden in stand te houden.

Plattelandsgebieden investeren in het toerisme met het oog op economische diversificatie, die een vereiste is voor groei, werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling. Deze gebieden bieden echte kansen doordat zij aantrekkelijk zijn om in te wonen en werken en door hun functie als reservoir aan natuurlijke rijkdommen en zeer geapprecieerde landschappen. Met het oog hierop moeten de samenhang en de synergieën in het communautaire beleid gewaarborgd, moet het milieu behouden en het platteland beschermd worden.

Toerisme kan ook bijdragen tot de duurzame ontwikkeling van stedelijke gebieden doordat het concurrentievermogen van het bedrijfsleven verbeterd wordt, er in maatschappelijke behoeften wordt voorzien en de culturele en natuurlijke omgeving behouden blijven. Stedelijke bestemmingen kunnen alleen op al deze punten een succes zijn, wanneer zij een globale benadering hanteren die op de uitgangspunten van de duurzame ontwikkeling berust en die door het overheidsbeleid op alle niveaus, waaronder het Europese, erkend en ondersteund wordt.

4. CONCLUSIES

Met deze mededeling wordt het officiële startsein gegeven voor een agenda voor de middellange en lange termijn, in het kader waarvan alle actoren de noodzakelijke stappen moeten ondernemen om een grotere bijdrage te leveren aan duurzame benaderingen om het concurrentievermogen van Europa als de aantrekkelijkste toeristische bestemming te bevorderen.

De Commissie rekent erop dat de andere EU-instellingen dit initiatief politiek zullen ondersteunen en zij zal in 2011 een voortgangsverslag uitbrengen.

[1] COM(2006) 134 definitief van 17.3.2006.

[2] Zie COM(2003) 716 definitief en COM(2006) 134 definitief voor nadere bijzonderheden omtrent de samenstelling en de rol van de groep.

[3] http://ec.europa.eu/enterprise/services/tourism/tourism_sustainability_group.htm

[4] De traditionele dienstverleners in het reiswezen en de toeristische sector (hotels, restaurants, cafés, reisbureaus, autoverhuurbedrijven, vliegmaatschappijen, enz.), die rechtstreeks goederen en diensten aan de consument leveren.

[5] Zie "Het bevorderen van de volledige participatie van jongeren in het onderwijs, het arbeidsleven en het maatschappelijk leven", COM(2007) 498 definitief van 5.9.2007.

[6] World Travel and Tourism Council (WTTC) - TSA Regional Reports - European Union 2007.

[7] Zie ook “Opportunity and Responsibility. How to help more small businesses to integrate social and environmental issues into what they do”, januari 2007.

[8] Deze verplichting wordt voor het eerst genoemd in COM(2001) 665 definitief van 13.11.2001 (maatregel 8) en later bekrachtigd in COM(2003) 716 definitief van 21.11.2003 en COM(2006) 134 definitief.

[9] Resolutie van de Raad van 21.5.2002 over de toekomst van het Europese toerisme (2002/C 135/01), de conclusies van de Raad over de duurzaamheid van het Europese toerisme (8194/05, 19.4.2005), Resolutie van het Europees Parlement over de nieuwe perspectieven en uitdagingen voor een duurzaam Europees toerisme (2004/2229 INI).

[10] Zie http://ec.europa.eu/enterprise/services/tourism/index_en.htm

[11] COM(2005) 24 definitief van 2.2.2005.

[12] De tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad op 15/16 juni 2006 goedgekeurde vernieuwde EU-strategie voor duurzame ontwikkeling.

[13] Deze doelstellingen worden nader uitgewerkt in het rapport van de WDT (blz. 3).

[14] De belangrijkste uitdagingen worden in het rapport van de WDT uitvoerig beschreven (blz. 8-17); zij houden nauw verband met de in het kader van de herziene strategie voor duurzame ontwikkeling gesignaleerde zeven prioriteiten.

[15] Zie ook Voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, COM(2007) 249, blz. 2; Effectbeoordeling, SEC(2007)603, blz. 7.

[16] De lidstaten zouden kunnen profiteren van de inventarisatie en uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden inzake de bescherming van dergelijke locaties en massa-evenementen via het programma voor de bescherming van kritieke infrastructuur, dat een goede coördinatie van de in aanmerking komende maatregelen mogelijk zou maken.

[17] Zie ook het groenboek van de Commissie "Aanpassing aan klimaatverandering in Europa – mogelijkheden voor EU-actie", COM(2007) 354 definitief van 29.6.2007

[18] Zie ook "De aanpak van waterschaarste en droogte in de Europese Unie", COM(2007) 414 definitief van 18.7.2007.

[19] Rapport van de Werkgroep duurzaam toerisme “Action for more sustainable European Tourism”, februari 2007, blz. 3-4.

[20] Zoals onder meer: onderwijs- en onderzoeksinstellingen, vakbonden, consumentenorganisaties, ngo's en internationale organisaties.

[21] Rapport WDT, blz. 27-30.

[22] Rapport WDT, Tabellen 1a en 1b, blz. 31-39.

[23] Besluit 86/664/EG van de Raad van 22 december 1986.

[24] Zoals bijvoorbeeld door de herziening van de richtlijn betreffende toerismestatistieken en/of via GMES (Global Monitoring for Environment and Security - wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid), dat geheel Europa omvattende uniforme geospatiale informatiediensten ter beschikking stelt.

[25] www.visiteurope.com

[26] Zie ook COM(2006) 134 definitief, blz. 6-7.

[27] Het Protocol inzake het toerisme bij de Alpenovereenkomst is een voorbeeld van een kaderinstrument ter stimulering en coördinatie van de bijdragen van de actoren op regionaal en lokaal niveau.

Top