Help Print this page 
Title and reference
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden

/* COM/2006/0338 def. - CNS 2006/0113 */
Multilingual display
Text

52006PC0338

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden /* COM/2006/0338 def. - CNS 2006/0113 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 26.6.2006

COM(2006) 338 definitief

2006/0113 (CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. Het VN-ECE-Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (hierna "het Verdrag" te noemen) is op 25 juni 1998 door de Gemeenschap en haar lidstaten ondertekend. Het Verdrag is op 30 oktober 2001 in werking getreden en is op 17 februari 2005 door de Gemeenschap goedgekeurd bij Besluit 2005/370/EG van de Raad[1].

2. In artikel 6, lid 11, van het Verdrag wordt inspraak van het publiek bij de besluitvorming over de introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen (hierna “GGO’s” te noemen) specifiek behandeld en wordt bepaald dat de Partijen, binnen het kader van hun nationale wetgeving, voor zover mogelijk en passend, de voorschriften van artikel 6 moeten toepassen.

3. Deze voorschriften worden in de Gemeenschap uitgevoerd via bepalingen die zijn opgenomen in Richtlijn 2001/18/EG van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van GGO's in het milieu[2] en Verordening (EG) nr. 1829/2003 van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders[3].

4. De ondertekenaars van het Verdrag hebben op de eerste bijeenkomst van de Partijen verzocht de toepassing van het Verdrag op de introductie van GGO’s verder te ontwikkelen. Tijdens die bijeenkomst (Lucca, Italië, 21-23 oktober 2002) hebben de Partijen vervolgens een werkgroep GGO’s opgericht met de opdracht de mogelijkheden te verkennen en te ontwikkelen om de bestaande Aarhus-bepalingen ter zake te versterken. De door deze werkgroep geïnventariseerde mogelijkheden zijn besproken tijdens de tweede bijeenkomst van de Partijen (Almaty, Kazachstan, 27 mei 2005).

5. De Raad van de Europese Unie heeft de Commissie gemachtigd om namens de Europese Gemeenschap over een eventuele wijziging van de bestaande Aarhus-bepalingen inzake GGO’s te onderhandelen overeenkomstig de op 10 maart 2005 vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren. Volgens deze richtsnoeren moest de Commissie ervoor zorgen dat de tijdens de tweede bijeenkomst van de Partijen genomen besluiten spoorden met de desbetreffende communautaire wetgeving, met name die inzake de introductie in het milieu en het op de markt brengen van GGO’s.

6. Tijdens de tweede bijeenkomst van de Partijen is een wijziging van het Verdrag overeengekomen die de verplichtingen van de Partijen betreffende inspraak bij de besluitvorming over GGO’s nader moet specificeren. De communautaire regelgeving inzake GGO’s omvat bepalingen inzake toegang tot informatie en inspraak; het betreft met name de voorschriften van de artikelen 9 en 24 van Richtlijn 2001/18/EG[4] en van de artikelen 6, 18 en 29 van Verordening (EG) nr. 1829/2003[5]. Deze bepalingen zijn in overeenstemming met de wijziging op het Verdrag van Aarhus, die bijgevolg geen herziening van de desbetreffende wetgeving vereist.

7. De succesvolle coördinatie die door de Gemeenschap is gevoerd tijdens het onderhandelingsproces dient te worden voortgezet bij de vaststelling van de wijziging op het Verdrag van Aarhus, zodat de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring zoveel mogelijk gelijktijdig door de Gemeenschap en de lidstaten kunnen worden nedergelegd. De enkele lidstaten die het Verdrag nog niet hebben bekrachtigd moeten ook hun inspanningen daartoe opvoeren.

8. De Gemeenschap dient thans deze wijziging op het Verdrag van Aarhus goed te keuren.

2006/0113 (CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van de VN/ECE (hierna het Verdrag van Aarhus) beoogt aan het publiek rechten te verlenen en legt aan de Partijen en overheidsinstanties verplichtingen op betreffende toegang tot informatie en inspraak en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden.

(2) Overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 175, lid 1, is de Europese Gemeenschap bevoegd om toe te treden tot internationale overeenkomsten-en de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen-die bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 174, lid 1, van het EG-Verdrag genoemde doelstellingen.

(3) Het Verdrag van Aarhus is op 25 juni 1998 door de Gemeenschap ondertekend en is op 30 oktober 2001 in werking getreden. Het Verdrag is op 17 februari 2005 door de Gemeenschap goedgekeurd bij Besluit 2005/370/EG van de Raad[6].

(4) Tijdens de tweede bijeenkomst van de Partijen in mei 2005 is een wijziging van het Verdrag van Aarhus overeengekomen die de verplichtingen van de Partijen betreffende inspraak bij de besluitvorming over GGO’s nader specificeert. De communautaire wetgeving inzake GGO’s, met name Richtlijn 2001/18/EG en Verordening (EG) nr. 1829/2003, omvat bepalingen inzake inspraak bij de besluitvorming over GGO’s die sporen met de wijziging op het Verdrag van Aarhus.

(5) De wijziging op het Verdrag van Aarhus staat sinds 27 september 2005 open voor bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door de Partijen. De Europese Gemeenschap en de lidstaten dienen de nodige stappen te ondernemen opdat de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring zoveel mogelijk gelijktijdig kunnen worden nedergelegd.

(6) De Gemeenschap dient deze wijziging op het Verdrag van Aarhus goed te keuren.

BESLUIT:

Artikel 1

De in de bijlage bij dit besluit opgenomen wijziging op het Verdrag van Aarhus die betrekking heeft op inspraak bij de besluitvorming over genetisch gemodificeerde organismen wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd.

Artikel 2

1. De Voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd de persoon of personen aan te wijzen die bevoegd zijn om de akte van goedkeuring neder te leggen bij de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die als depositaris fungeert, overeenkomstig artikel 14 van het Verdrag van Aarhus.

2. De Europese Gemeenschap en de lidstaten die Partij zijn bij het Verdrag van Aarhus streven ernaar hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van de wijziging gelijktijdig en indien mogelijk uiterlijk op 31 december 2006 neder te leggen.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Gedaan te Brussel, […]

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

WIJZIGING OP HET VERDRAG BETREFFENDE TOEGANG TOT INFORMATIE, INSPRAAK BIJ BESLUITVORMING EN TOEGANG TOT DE RECHTER INZAKE MILIEUAANGELEGENHEDEN

Artikel 6, lid 1

De huidige tekst wordt vervangen door :

11. Onverminderd artikel 3, lid 5, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op besluiten over het al dan niet toestaan van de introductie in het milieu en het op de markt brengen van genetisch gemodificeerde organismen.

Artikel 6 bis

Na artikel 6 wordt een nieuw artikel ingevoegd dat luidt als volgt :

Artikel 6 bis

INSPRAAK BIJ BESLUITEN OVER DE INTRODUCTIE IN HET MILIEU EN HET OP DE MARKT BRENGEN VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN

1. Overeenkomstig de voorschriften van bijlage I bis zorgt elke Partij in een vroeg stadium voor daadwerkelijke informatie en inspraak voordat zij besluiten neemt over het al dan niet toestaan van de introductie in het milieu en het op de markt brengen van genetisch gemodificeerde organismen.

2. De overeenkomstig lid 1 van dit artikel door de Partijen vastgestelde eisen en de bepalingen van hun nationaal kader inzake bioveiligheid moeten elkaar aanvullen en ondersteunen, met inachtneming van de doelstellingen van het Cartagena-protocol inzake bioveiligheid.

Bijlage I bis

Na bijlage I wordt een nieuwe bijlage ingevoegd die luidt als volgt :

Bijlage I bis

IN ARTIKEL 6 BIS BEDOELDE VOORSCHRIFTEN

1. Elke Partij neemt in haar regelgevingskader maatregelen voor daadwerkelijke informatie en inspraak bij het nemen van onder het bepaalde in artikel 6 bis vallende besluiten op waarin tevens wordt voorzien in een redelijke termijn, ten einde het publiek op passende wijze de gelegenheid te bieden zijn mening te geven over de voorgestelde besluiten.

2. In haar regelgevingskader kan een Partij, indien passend, voorzien in uitzonderingen op de in deze bijlage vastgestelde inspraakprocedure:

(a) in geval van de introductie van een genetisch gemodificeerd organisme (GG0) in het milieu voor enig ander doel dan het op de markt brengen daarvan, indien:

(i) een dergelijke introductie onder vergelijkbare biogeografische voorwaarden reeds is goedgekeurd binnen het regelgevingskader van de betrokken Partij; en

(ii) eerder reeds voldoende ervaring is opgedaan met de introductie van het betrokken GGO in vergelijkbare ecosystemen

(b) in geval van het op de markt brengen van een GGO, indien dit:

(i) reeds werd goedgekeurd binnen het regelgevingskader van de betrokken Partij; of

(ii) bestemd is voor onderzoek of voor cultuurcollecties.

3. Onverminderd de geldende wetgeving inzake vertrouwelijkheid, stelt elke Partij, overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, tijdig en op passende en effectieve wijze een samenvatting van de kennisgeving die is ingediend voor het verkrijgen van een vergunning voor de introductie in het milieu of het op de markt brengen van een GGO op haar grondgebied, alsook het beoordelingsrapport wanneer dit voorhanden is, beschikbaar aan het publiek, een en ander overeenkomstig haar nationaal kader inzake bioveiligheid.

4. In geen geval beschouwen de Partijen de volgende informatie als vertrouwelijk:

(a) een algemene beschrijving van het betrokken genetisch gemodificeerde organisme of organismen, naam en adres van de aanvrager van de vergunning voor de introductie, het voorgenomen gebruik en in voorkomend geval de introductielocatie

(b) de methodes en plannen voor bewaking van het betrokken genetisch gemodificeerde organisme of organismen en voor optreden in noodgevallen

(c) de milieurisicobeoordeling.

5. Elke Partij zorgt voor een transparante besluitvorming en verschaft het publiek toegang tot de desbetreffende procedurele informatie. Deze informatie betreft bijvoorbeeld:

(i) de aard van mogelijke besluiten

(ii) de voor de besluitvorming verantwoordelijke overheidsinstantie;

(iii) overeenkomstig punt 1 vastgestelde inspraakregelingen

(iv) een aanduiding van de overheidsinstantie waarvan relevante informatie kan worden verkregen

(v) een aanduiding van de overheidsinstantie waarbij opmerkingen kunnen worden ingediend en van het tijdschema voor het doorgeven van opmerkingen.

6. De krachtens lid 1 genomen maatregelen moeten het publiek de mogelijkheid bieden om op elke passende wijze alle opmerkingen, informatie, analyses of meningen naar voren te brengen die het relevant acht voor de voorgestelde introductie, inclusief het op de markt brengen.

7. Elke Partij streeft ernaar te waarborgen dat bij de besluitvorming over het al dan niet toestaan van de introductie in het milieu van GGO’s, inclusief het op de markt brengen daarvan, naar behoren rekening wordt gehouden met het resultaat van de krachtens lid 1 georganiseerde inspraakprocedure.

8. De Partijen bepalen dat wanneer een onder de bepalingen van deze bijlage vallend besluit door een overheidsinstantie is genomen, de tekst van dat besluit openbaar wordt gemaakt, tezamen met de redenen en overwegingen waarop het besluit is gebaseerd.

[1] Besluit van de Raad van 17 februari 2005 betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden.

[2] PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1-39.

[3] PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1-23.

[4] De artikelen 7, 8, 16, 19, 20, 23 en 31 van Richtlijn 2001/18/EG bevatten specifieke bepalingen inzake de informatie die ter beschikking van het publiek moet worden gesteld. Bovendien wordt in artikel 25 van Richtlijn 2001/18/EG aangegeven welke informatie niet als vertrouwelijk moet worden beschouwd.

[5] In artikel 30 van Verordening (EG) nr 1829/2003 wordt specifiek bepaald welke informatie niet als vertrouwelijk moet worden beschouwd.

[6] PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1-3.

Top