Help Print this page 
Title and reference
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (PHARE – ISPA – SAPARD) in 2005 {SEC(2006)1546}

/* COM/2006/0746 def. */
Multilingual display
Text

52006DC0746

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (PHARE – ISPA – SAPARD) in 2005 {SEC(2006)1546} /* COM/2006/0746 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 30.11.2006

COM(2006)746 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

ALGEMEEN VERSLAG OVER DE PRETOETREDINGSSTEUN (PHARE – ISPA – SAPARD) IN 2005 {SEC(2006)1546}

1. SAMENVATTING

Dit is het zesde verslag aan het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten die in 2005 zijn gefinancierd door middel van de drie pretoetredingsinstrumenten Phare, Ispa and Sapard. Het verslag behandelt met name de coördinatie van deze instrumenten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1266/1999 van de Raad inzake de coördinatie van de pretoetredingssteun[1] (hierna “de coördinatieverordening” genoemd). In aansluiting op de succesvolle voltooiing van de toetredingsonderhandelingen in Kopenhagen in 2002 werd meer aandacht besteed aan het creëren van de bestuurlijke capaciteit die noodzakelijk is voor een geslaagde tenuitvoerlegging van het acquis, en aan de participatie in lopende of toekomstige communautaire programma’s vanaf het tijdstip van toetreding.

Phare is gericht op de aanpak van prioriteiten in verband met de overname van het acquis communautaire via de versterking van de bestuurlijke capaciteit of de ondersteuning van daarmee samenhangende investeringen. Dit instrument bestrijkt daarnaast de economische en sociale cohesie.

Ispa (het pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid) financiert grote infrastructuurprojecten op het gebied van milieu en vervoer.

Sapard (het speciale toetredingsprogramma voor landbouw en plattelandsontwikkeling) financiert de ontwikkeling van de landbouw en het platteland.

Voor financiële informatie over de pretoetredingsinstrumenten wordt verwezen naar deel 5 “Financieel overzicht”.

De coördinatie van de drie instrumenten wordt gewaarborgd door een onderlinge taakverdeling. Een comité op directoraatniveau zorgt voor de coördinatie tussen de betrokken diensten van de Commissie. In mei 2006 is aan het Phare-beheerscomité, dat de Commissie bij de coördinatie van de pretoetredingsinstrumenten bijstaat, een algemene nota over de steunverlening met betrekking tot alle instrumenten voorgelegd. Op landenniveau heeft de Commissie de kandidaat-lidstaten ertoe aangemoedigd om de interdepartementale coördinatie, die wordt beschouwd als een fundamentele voorwaarde voor het succesvolle beheer van de structuurfondsen in de toekomst, te versterken.

2. ALGEMENE BESCHRIJVING VAN DE WERKING VAN DE PRETOETREDINGSINSTRUMENTEN

2.1. Vastlegging en overdracht van middelen

EU-middelen kunnen pas worden overgemaakt, nadat 1) een raamovereenkomst is ondertekend, 2) de Commissie een besluit inzake vastlegging in de begroting heeft genomen, en 3) een jaarlijkse bilaterale financieringsovereenkomst of een overeenkomstig memorandum is ondertekend waarin de financiële verplichting van de Gemeenschap voor de betrokken maatregel ten behoeve van het ontvangende land is bepaald, dat wil zeggen waarin de rechten en plichten van beide partijen zijn vastgesteld. De besluitvormings- en vastleggingsprocedures zijn echter per instrument verschillend. Nadere informatie over de procedures die bij de verschillende instrumenten in financiering resulteren, is opgenomen in bijlage 1.1.

2.2. Uitvoeringsstructuren in de kandidaat-lidstaten

De stroom geldmiddelen uit de pretoetredingsinstrumenten loopt via het in elk land bij het ministerie van Financiën ondergebrachte nationale fonds, onder verantwoordelijkheid van de nationale ordonnateur. De concrete tenuitvoerlegging van Phare en Ispa gebeurt door uitvoeringsinstanties, zoals de centrale financierings- en contracteringseenheid (CFCU), die de gelden ontvangen van het nationale fonds[2]. Sapard wordt ten uitvoer gelegd door het specifieke Sapard-orgaan, dat de gelden ontvangt van het nationale fonds.

2.3. Gedecentraliseerde uitvoering krachtens artikel 12 van de coördinatieverordening[3]

Decentralisatie is het proces waarbij het beheer van de EU-fondsen wordt toevertrouwd aan de overheden van de kandidaat-lidstaten.

Voor Phare en Ispa verliep het beheer in 2005 volgens het gedecentraliseerde uitvoeringssysteem DIS, behalve in het geval van Kroatië. DIS houdt in dat de procedures voor het beheer van met Ispa- en Phare-gelden gefinancierde maatregelen of projecten controle vooraf vereisen, dat wil zeggen dat besluiten tot plaatsing en gunning van opdrachten door de aanbestedende autoriteit worden genomen en ter goedkeuring aan de delegatie van de Commissie in het begunstigde land worden voorgelegd. De delegaties van de Commissie dragen aldus de verantwoordelijkheid voor het goedkeuren van aanbestedingsdocumenten voordat aanbestedingsprocedures in gang worden gezet of contracten worden ondertekend.

Kroatië diende in het tweede kwartaal van 2005 bij de Commissie een verzoek in om accreditatie van zijn DIS-systeem voor Phare en Ispa. De auditdiensten van de Commissie (bij de directoraten-generaal Uitbreiding en Regionaal beleid) beoordeelden naar aanleiding van dat verzoek de capaciteit voor het beheer van nationale en sectorale programma’s en projecten, de procedures voor financiële controle en de structuren voor de overheidsfinanciën in Kroatië. Naar aanleiding van deze beoordeling besloot de Commissie in februari 2006 het beheer van Phare[4] en Ispa op gedeeltelijk gedecentraliseerde basis over te dragen aan de aangewezen Kroatische instantie binnen het ministerie van Financiën.

Sapard daarentegen wordt volledig gedecentraliseerd ten uitvoer gelegd (EDIS = uitgebreid gedecentraliseerd uitvoeringssysteem). EDIS staat voor de volledige decentralisatie van de EU-steun, dat wil zeggen dat het beheer van de EU-pretoetredingssteun wordt overgedragen aan de overheden van de kandidaat-lidstaten en de Commissie individuele verrichtingen niet langer stelselmatig vooraf maar slechts achteraf controleert, terwijl zij de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de algemene begroting blijft dragen.

De overdracht van beheersverantwoordelijkheden in het kader van DIS en EDIS vereist dat elk land passende beheers- en controlesystemen opzet die op nationaal niveau worden goedgekeurd door de nationale ordonnateur. Als deze voorwaarden zijn vervuld, vergewist de Commissie zich ervan dat deze systemen aan de eisen voldoen voordat zij tot de overdracht van het financieel beheer besluit.

Hoewel Phare en Ispa in Bulgarije en Roemenië ook in 2005 ten uitvoer werden gelegd via het DIS, kon in deze landen verdere vooruitgang worden vastgesteld met de overschakeling naar EDIS op basis van de coördinatieverordening. De streefdatum voor EDIS-accreditatie was zomer 2006. Voor Phare en Ispa gebeurt de overschakeling naar EDIS in vier fasen die zijn beschreven in het werkdocument van de Commissie “Voorbereiding op uitgebreide decentralisatie” en het EDIS-draaiboek voor Ispa en Phare. Het draaiboek omschrijft de procedurele fasen die leiden tot een EDIS-besluit. In de fasen 1 tot en met 3, die onder de verantwoordelijkheid van de kandidaat-lidstaten vallen, wordt nagegaan welke tekortkomingen de beheers- en controlesystemen vertonen, worden eventuele tekortkomingen aangepakt en wordt nagegaan of deze systemen aan de vereisten voldoen. In de vierde fase, die onder de verantwoordelijkheid van de Commissie valt, wordt het Commissiebesluit voorbereid. Dit besluit wordt genomen na een diepgaand onderzoek, waaronder een verificatie-audit ter plaatse, van de beheers- en controlesystemen zoals beschreven in de EDIS-aanvraag die door de nationale ordonnateur bij de Commissie is ingediend.

Voor nadere informatie over EDIS wordt verwezen naar bijlage 1.2.

3. MONITORING EN EVALUATIE

3.1. Phare

De uitvoering van de Phare-programma’s wordt gevolgd door middel van een gestructureerd monitoring- en evaluatieproces. Voor elk land is er een gemengd monitoringcomité (JMC), dat wordt ondersteund door sectorale subcomités (SMSC’s) die tweemaal per jaar bijeenkomen.

Voor de gemengde monitoringcomités van de nieuwe lidstaten geldt een herzien JMC-mandaat dat in mei 2004 in werking is getreden. Het hoofddoel is de verdere versterking van de toezichtsfunctie van de JMC’s en de rapportage aan de Commissie. Alle nieuwe lidstaten hebben dan ook in 2005 een statusverslag over de implementatie van de Phare-bijstand aan hun JMC voorgelegd, waarin de bevindingen van de monitoringverslagen en tussentijdse evaluatieverslagen en de financiële rapportage werden geconsolideerd. Het JMC/SMSC-stelsel is in Bulgarije en Roemenië al in 2001 ingevoerd. In Kroatië is in 2005 een test met het JMC/SMSC-stelsel uitgevoerd, waarbij op de vergaderingen gedecentraliseerde Cards-projecten aan de orde kwamen.

Het systeem voor monitoring en tussentijdse evaluatie houdt in dat de verantwoordelijkheden voor monitoring en tussentijdse evaluatie geleidelijk worden gedecentraliseerd en aan de kandidaat-lidstaten overgedragen, in samenhang met de DIS- en EDIS-accreditatie. Alle nieuwe lidstaten hebben in 2005 hun gedecentraliseerde structuren voor monitoring en tussentijdse evaluatie opgezet. In Bulgarije en Roemenië is de monitoring in 2001 gedecentraliseerd, maar de tussentijdse evaluatie geschiedde nog gecentraliseerd. Ter voorbereiding op de decentralisatie van de tussentijdse evaluaties zijn beide landen in 2005 begonnen met het opstellen van een actieplan voor gedecentraliseerde monitoring en tussentijdse evaluatie. Kroatië is begonnen met de voorbereidingen voor de decentralisatie van de monitoring.

In 2005 zijn door de gecentraliseerde instantie voor tussentijdse evaluatie van DG Uitbreiding voor Bulgarije en Roemenië 27 landenverslagen, regionale verslagen, ad-hocverslagen of thematische verslagen opgesteld. Uit deze verslagen kwamen de volgende hoofdpunten naar voren:

- de doelstellingen zijn te ambitieus/vaag/onduidelijk en moeten opnieuw worden geformuleerd om werkbaar te zijn;

- er is onvoldoende capaciteit voor het opzetten van meerjarenprogrammering en het opstellen van projectdossiers en de voorbereidingen schieten tekort;

- de effectiviteit van de meerjarenprogrammering is verminderd door de elkaar versterkende vertragingen bij de implementatie;

- de duurzaamheid loopt gevaar door de beperkte absorptiecapaciteit van de instituties en het uitblijven van vooruitgang bij de hervorming van het openbaar bestuur;

- Phare heeft tot dusver weinig succes gehad met de voorbereiding van de begunstigden op de structuurfondsen;

- over het algemeen is de effectiviteit van de twinningprocedure voldoende.

3.2. Ispa

Voor alle Ispa-projecten gebeuren monitoring en evaluatie overeenkomstig de Ispa-verordening en de bepalingen van de financieringsovereenkomst. De voortgang van de uitvoering wordt systematisch tweemaal per jaar en periodiek getoetst door de diensten van de Commissie, met name via de monitoringcomités.

De eisen voor evaluatie achteraf zijn vastgelegd in deel XIII van de bijlage bij het financieringsmemorandum dat voor elk project overeengekomen wordt tussen de Commissie en het begunstigde land. Hierin is bepaald dat de Commissie en de begunstigde landen na de voltooiing van een project de impact ervan en de wijze waarop het is uitgevoerd, evalueren. Aangezien eind 2005 nog geen enkel project was voltooid, zijn in 2005 geen eindevaluaties verricht.

3.3. Sapard

De uitvoering van de Sapard-programma’s valt zowel wat monitoring als wat evaluatie betreft onder de bepalingen van de meerjarige financieringsovereenkomsten. In 2004 is elk monitoringcomité ten minste eenmaal bijeengekomen. De Commissie en de begunstigde landen zijn nauw blijven samenwerken op het gebied van de aanpassing en de toepassing van de monitoring- en evaluatiesystemen. De veertien vergaderingen van de monitoringcomités in 2005 waren een nuttige gelegenheid voor de bespreking van en besluitvorming over: i) het toezicht op de uitvoering van de programma’s, ii) de goedkeuring van de wijzigingen die moesten worden aangebracht in verband met de afsluiting van het programma en de verbetering van de absorptiecapaciteit (BG, RO), en iii) de goedkeuring van de jaarlijkse voortgangsverslagen over de uitvoering van de Sapard-programma’s, voordat deze officieel bij de Commissie werden ingediend.

4. COÖRDINATIE

4.1. Algemeen

Zoals voorgeschreven door de coördinatieverordening zorgt de Commissie voor nauwe coördinatie tussen de drie pretoetredingsinstrumenten. In de verordening is nauwkeurig bepaald op welk terrein ieder instrument bijstand verleent, waardoor de kans op overlappingen wordt geminimaliseerd.

De toetredingspartnerschappen vormen het algemene kader voor de bijstandsverlening uit de drie pretoetredingsinstrumenten. Zij worden wat Phare betreft aangevuld door de nationale ontwikkelingsprogramma’s en wat Ispa betreft door de nationale milieu- en vervoersstrategieën. De Sapard-projecten worden uitgekozen op basis van de programma’s voor plattelandsontwikkeling 2000-2006, die zijn opgesteld op basis van de plannen van de kandidaat-lidstaten en per land door de Commissie in 2000 zijn goedgekeurd.

Het Phare-beheerscomité speelt een sleutelrol bij de algemene coördinatie. In artikel 9 van de coördinatieverordening wordt bepaald dat dit comité de Commissie bijstaat bij de coördinatie van de werkzaamheden uit hoofde van de drie instrumenten, en dat de Commissie het comité informeert over de indicatieve toewijzing van financiële middelen per land en per pretoetredingsinstrument, en over de door haar uit hoofde van de coördinatie met de EIB, andere communautaire instrumenten en de internationale financiële instellingen ondernomen acties.

4.2. Coördinatie binnen de Commissie

De verantwoordelijkheid voor het Phare-programma en de coördinatie van de instrumenten berusten bij DG Uitbreiding, dat daarin wordt bijgestaan door het Phare-beheerscomité. De verantwoordelijkheid voor Ispa berust bij DG Regionaal beleid en die voor Sapard bij DG Landbouw.

De programmering wordt gecoördineerd via uitgebreid overleg tussen de diensten van de Commissie. Daarnaast is binnen de verschillende betrokken diensten van de Commissie op directieniveau een coördinatiecomité opgezet, dat met name aandacht besteedt aan de voorbereiding van EDIS voor Phare en Ispa.

Het coördinatiecomité van de Commissie voor de drie pretoetredingsinstrumenten, dat op directieniveau is ingesteld, is in 2005 niet officieel bijeengekomen, hoewel een groot aantal vergaderingen is gehouden met het oog op met name de opzet van het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun IPA en de afdelingen daarvan[5].

Op de vergadering van het Phare-beheerscomité van 19 mei 2005 heeft de Commissie de lidstaten een algemene nota over steunverlening voorgelegd, waarin zij verslag uitbracht over de coördinatie van de pretoetredingssteun in 2005 en de voor 2006 geplande steun. Met name werd informatie verstrekt over de jaarlijkse indicatieve financiële toewijzingen aan ieder land voor de drie instrumenten, de coördinatie met de EIB en de internationale financiële instellingen en de vooruitgang en de vooruitzichten in verband met het gedecentraliseerde beheer. In een afzonderlijk jaarverslag over de coördinatie van de pretoetredingssteun wordt nadere informatie verstrekt over de coördinatie van Phare, Ispa en Sapard.

Om doublures te voorkomen, heeft de Commissie de scheidslijn tussen Phare en Sapard duidelijker afgebakend, rekening houdende met de bepalingen van de coördinatieverordening. De coördinatie van de monitoring van de projecten geschiedt via het gemeenschappelijk monitoringcomité. Dit comité wordt indien mogelijk bijgestaan door de monitoringcomités voor Ispa en de relevante Phare-subcomités.

4.3. Coördinatie binnen de kandidaat-lidstaten

De Commissie moedigt de kandidaat-lidstaten ten zeerste aan om de interdepartementale coördinatie te versterken, aangezien deze een fundamentele voorwaarde is voor een succesvol toekomstig beheer van de structuurfondsen door de kandidaat-lidstaten en, op de korte termijn, voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor economische en sociale cohesie in het kader van Phare. Hoewel op dit vlak aanzienlijke vooruitgang is geconstateerd, moet deze interdepartementale coördinatie evenwel verder worden verbeterd. Omdat vanaf het begin in gedecentraliseerd beheer is voorzien (Sapard) of geleidelijk op een dergelijk beheer wordt overgeschakeld (Phare en Ispa), moet bij de kandidaat-lidstaten de verantwoordelijkheid voor een goede coördinatie van de projecten die pretoetredingssteun ontvangen, en voor het tegengaan van overlappingen navenant worden ontwikkeld.

Daarom heeft de Commissie deze landen gevraagd de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn voor een doeltreffende en doelmatige coördinatie. De controlelijst die aan de kandidaat-lidstaten en de delegaties van de Commissie is toegezonden en aan de hand waarvan de delegaties kunnen nagaan of de betreffende uitvoeringsinstantie in staat is tot een verantwoord en efficiënt beheer van een Phare-onderdeel voor economische en sociale cohesie, vermeldt dat een evaluatie moet worden verricht waaruit blijkt dat de opgezette coördinatiestructuren adequaat zijn en dat er passende mechanismen bestaan om overlapping te voorkomen met andere communautaire instrumenten, met name Phare (grensoverschrijdende samenwerking), Sapard en Ispa.

4.4. Coördinatie met de EIB en de international financiële instellingen (IFI’s)

De IFI’s en de bilaterale donoren worden door de Commissie in de loop van de programmeringscyclus regelmatig geconsulteerd om vast te stellen op welke gebieden gezamenlijk kan worden opgetreden en te zorgen voor een complementaire aanpak van de pretoetredingsprioriteiten.

Om de samenwerking en de medefinanciering van projecten met de EIB en andere IFI’s, zoals de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), de Wereldbank en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (CEB, in samenwerking met de Duitse Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW)) te regelen, hebben de Europese Commissie en de deelnemende IFI’s op 20 mei 2003 het gewijzigde memorandum van overeenstemming voor de uitbreidingslanden gesloten.

In Phare-verband zijn er slechts beperkte mogelijkheden voor medefinanciering met de IFI’s van investeringsprojecten in het kader van de nationale programma’s, doordat de tijdschema’s voor de programmeringsmechanismen van Phare en de mechanismen voor de toewijzing van leningen sterk verschillen. Er wordt echter nauw samengewerkt met de IFI’s om een solide en duurzaam kader op te zetten voor de financiering van leningen, wanneer dit een geschikter middel is dan financiering uit de fondsen. Op deze wijze wordt ervoor gezorgd dat de twee financieringsmethoden elkaar aanvullen.

Voor de in het kader van Phare gefinancierde horizontale programma’s kwamen vóór 2005 tien Phare-landen in aanmerking. De met ingang van 2005 gestarte programma’s zijn gericht op slechts vier landen: Roemenië, Bulgarije, Kroatië en Turkije. Het technische karakter en de meerlandenaanpak van de opeenvolgende horizontale financieringsfaciliteiten vereisten zeer gespecialiseerde financiële instellingen, die veel ervaring hebben met internationale financiering en de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf en de gemeentelijke sector. De voorkeur werd gegeven aan financiële instellingen met de status van internationale publiekrechtelijke instellingen die de waarden van de EU delen, met name wat betreft de uitbreiding, en die vergelijkbare publieke beleidsdoelstellingen hebben, boven financiële instellingen uit de particuliere sector die commerciële investeringsvoorwaarden hanteren.

Het eerste faciliteitsprogramma werd in 1999 samen met de EBRD opgestart. In latere jaren kwamen daar de CEB, die het programma in samenwerking met de KfW uitvoert, en de EIB bij. Sinds 1999 zijn door de Commissie 23 faciliteitsprogramma’s gelanceerd.

- 14 financieringsfaciliteiten voor het midden- en kleinbedrijf, met in totaal 323 miljoen euro aan stimuleringsmaatregelen van de EU en 2,03925 miljard euro aan kredietlijnen van de IFI’s. Per eind februari 2006 was reeds 267 miljoen euro aan EU-stimuleringsmaatregelen voor projecten toegewezen.

- 9 financieringsfaciliteiten voor de gemeentelijke sector, met in totaal 100 miljoen euro aan stimuleringsmaatregelen van de EU en 500 miljoen euro aan leningen van de IFI’s. Per eind februari 2006 was reeds 37,5 miljoen euro aan EU-stimuleringsmaatregelen voor projecten toegewezen.

De financieringsfaciliteit voor het midden- en kleinbedrijf is een programma met meerdere begunstigden, dat bedoeld is om de capaciteit van financiële tussenpersonen (banken, leasebedrijven) in de begunstigde landen (nieuwe lidstaten en kandidaat-lidstaten) te versterken, zodat zij hun financieringsactiviteiten voor het midden- en kleinbedrijf kunnen uitbreiden en in stand houden.

De financieringsfaciliteit voor de gemeentelijke sector is vergelijkbaar met die voor het midden- en kleinbedrijf. Leningen en risicodelingsinstrumenten uit de middelen van de IFI’s worden gecombineerd met niet-terugvorderbare financiële stimuleringsmaatregelen voor plaatselijke financiële tussenpersonen. Het is ook de bedoeling dat een beperkt bedrag voor technische bijstand aan gemeenten door Phare zal worden gefinancierd om de vraagzijde van de gemeentelijke kredietmarkt te versterken.

De EIB en de Commissie hebben een faciliteit voor grensregio’s opgezet, zoals gevraagd door de Europese Raad van Nice en nader omschreven in de mededeling van de Commissie van 25 juli 2001 over grensregio’s. Deze faciliteit ondersteunt de aanleg van kleine gemeentelijke infrastructuur in grensregio’s ter bevordering van de integratie met de huidige EU-regio’s. Zij bestaat uit twee programma’s voor gemeentelijke infrastructuur, met in totaal 50 miljoen euro aan EU-stimuleringsmaatregelen en 250 miljoen euro aan leningen van de EIB. Dit programma wordt alleen met de EIB uitgevoerd in grensregio’s en bevindt zich nu in de implementatiefase.

5. FINANCIEEL OVERZICHT

Toewijzingen voor Phare, Ispa en Sapard in 2005 (miljoen euro)

PHARE[6] | SAPARD | ISPA | TOTAAL |

Bulgarije/Roemenië volgens routekaart (plus Kozloduj) | 751,0 | 250,3 | 500,7 | 1502,0 |

Ontmanteling Kozloduj | 50,0 | 50,0 |

Kroatië | 80,0 | NA | 25,0 | 105,0 |

Totaal | 881,0 | 250,3 | 525,7 | 1653,4 |

[1] PB L 161 van 21.6.1999, blz. 68.

[2] Tenzij het nationale fonds fungeert als uitbetalingsinstantie namens de uitvoeringsinstantie.

[3] Overeenkomstig artikel 12 van de coördinatieverordening kan de Commissie beslissen af te zien van voorafgaande goedkeuring van de selectie van projecten, de aanbesteding en de afsluiting van overeenkomsten door de kandidaat-lidstaten.

[4] Ook de meeste nog resterende Cards-projecten werden gedecentraliseerd en overgedragen aan de CFCU.

[5] Tot de zes instrumenten voor buitenlands beleid die voor de periode van 2007–2013 zijn voorgesteld, behoort ook het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun IPA. Het IPA staat op het grensvlak tussen externe bijstand en intern beleid. Het is bedoeld om de integratie in de Unie van de kandidaat-lidstaten (Turkije, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) en de potentiële kandidaat-lidstaten te vergemakkelijken. Het IPA moet een op de toetreding gericht instrument zijn dat tegemoetkomt aan alle eisen die het toetredingsproces stelt, met name wat betreft prioriteiten, monitoring en evaluatie. Het IPA komt in de plaats van de huidige pretoetredingsinstrumenten, dat wil zeggen: Phare, dat gericht is op ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het acquis door institutionele opbouw en daarmee samenhangende investeringen, investeringen in economische en sociale cohesie en grensoverschrijdende samenwerking; Ispa, dat voorbereidt op het cohesiefonds en betrekking heeft op milieu en vervoersinfrastructuur; Sapard, dat voorbereidt op de plattelandsontwikkelingsplannen en betrekking heeft op het gemeenschappelijk landbouwbeleid en plattelandsontwikkeling; de pretoetredingssamenwerking met Turkije, die betrekking heeft op dezelfde gebieden als Phare; en Cards, dat betrekking heeft op de westelijke Balkan.

[6] Deze bedragen zijn de algemene toewijzingen per pretoetredingsinstrument en omvatten nationale programma’s, programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking, het KIDS-programma voor de ontmanteling van kerncentrales, ondersteuningsuitgaven en bijdragen aan meerlandenprogramma’s, met inbegrip van Taiex. Het gaat hier om de oorspronkelijk toegewezen bedragen, dus zonder de extra middelen die in de loop van het jaar aan Roemenië en Bulgarije werden toegewezen in verband met de overstromingen. Deze extra middelen bedroegen 12,3 miljoen euro voor Bulgarije en 24,6 miljoen euro voor Roemenië.

Top