Help Print this page 
Title and reference
Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het europees economisch en sociaal Comite en het Comite van de Regio’s - Verslag over de tweede externe tussentijdse evaluatie van het programma Cultuur 2000

/* COM/2006/0666 def. */
Multilingual display
Text

52006DC0666

Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het europees economisch en sociaal Comite en het Comite van de Regio’s - Verslag over de tweede externe tussentijdse evaluatie van het programma Cultuur 2000 /* COM/2006/0666 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 8.11.2006

COM(2006) 666 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE EN HET COMITE VAN DE REGIO’S

Verslag over de tweede externe tussentijdse evaluatie van het programma Cultuur 2000

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE EN HET COMITE VAN DE REGIO’S

Verslag over de tweede externe tussentijdse evaluatie van het programma Cultuur 2000

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding 4

2. Achtergrond van de externe evaluatie 4

3. De externe evaluatie 4

3.1. Voorwaarden 4

3.2. Methode 4

3.3. De bevindingen van het evaluatiebureau 5

3.3.1. Financiële aspecten 5

3.3.2. Jaarlijkse focus op een culturele sector 5

3.3.3. Europese meerwaarde 6

3.3.4. Relevantie 6

3.3.5. Effectiviteit en impact 6

3.3.6. Doelmatigheid en kosteneffectiviteit 7

3.3.7. Nut, meerwaarde en duurzaamheid 7

4. Belangrijkste aanbevelingen uit de externe evaluatie en commentaar van de Commissie 7

5. Conclusies van de Commissie 10

SAMENVATTING

Cultuur 2000 is het belangrijkste financierings- en programmeringsinstrument van de Europese Unie voor haar activiteiten op het gebied van culturele samenwerking tijdens de periode 2000-2006. Het budget van het programma bedraagt ongeveer 236 miljoen euro.

Dit verslag is gebaseerd op de tweede tussentijdse evaluatie van het programma door een onafhankelijk adviesbureau. Het bevat de voornaamste bevindingen en aanbevelingen van het adviesbureau, alsook het standpunt van de Commissie hierover.

Het evaluatiebureau concludeert dat het programma zijn doel heeft bereikt en geschikt is gebleken om zowel de oorspronkelijke als de huidige behoeften op het gebied van culturele samenwerking in Europa in te vullen. Het bevestigt ook de noodzaak van een programma dat specifiek op de cultuursector is gericht, in plaats van cultuur in andere programma’s op te nemen.

Volgens het evaluatiebureau pakt Cultuur 2000 de tekortkomingen in de bevordering van transnationale samenwerking in Europa aan en genereert het programma heel wat bijkomende samenwerking via nieuwe of versterkte banden tussen Europese culturele actoren.

Deelnemen aan Cultuur 2000 levert organisaties een aantal voordelen op: ze doen ervaring op met cultuur op Europees niveau; ze worden professioneler door verbeterde managementvaardigheden; hun organisatorische en individuele capaciteiten nemen toe; er is meer dialoog tussen de culturele actoren. Opmerkelijk was dat de volledige artistieke sector vertegenwoordigd was en dat de deelnemers uit organisaties van alle rang en stand kwamen. De helft van de begunstigden heeft minder dan tien werknemers.

Deze verwezenlijkingen en de Europese dimensie van het programma hebben volgens het evaluatiebureau geleid tot hechtere culturele banden tussen landen, een sterkere perceptie van de Europese identiteit en een betere integratie van de nieuwe lidstaten.

Ter illustratie: zonder Cultuur 2000 zou een op twee respondenten zijn project zelfs niet hebben uitgewerkt. Het programma heeft dus zeker nieuwe ideeën opgeleverd.

Bovendien is een hoog niveau aan duurzaamheid bereikt. Bijna twee op drie respondenten zegt de banden met de gevormde partnerschappen in stand te willen houden. Twee op drie respondenten zegt de activiteiten na afloop van het project te willen voortzetten.

Tot slot heeft het evaluatiebureau een aantal aanbevelingen gedaan, waarvan de meeste al deels of volledig zijn toegepast of zullen worden opgenomen in het nieuwe programma Cultuur[1], dat vanaf 2007 in de plaats komt van Cultuur 2000. Dat geldt met name voor de aanbevelingen waarin wordt gezegd dat de verwezenlijkingen van het project meer onder de aandacht moeten worden gebracht. Dat moet gebeuren met een actieve verspreidingsstrategie waarmee de zichtbaarheid van zowel het programma zelf als de gefinancierde projecten wordt verhoogd. De voordelen van het programma kunnen alleen beter worden gedeeld en ontwikkeld dankzij een effectieve verspreiding, zeker aangezien Cultuur 2000 door zijn relatieve kleine budget niet als grootschalig programma bedoeld is.

1. I NLEIDING

Dit verslag wordt ingediend uit hoofde van de vijfde overweging van Besluit 626/2004/EG[2] waarbij het programma Cultuur 2000 wordt verlengd tot 2006. Het bevat het standpunt van de Commissie over de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de tweede tussentijdse evaluatie van het programma, die te vinden is via de onderstaande link:

http://ec.europa.eu/dgs/education_culture/evalreports/index_en.htm

2. ACHTERGROND VAN DE EXTERNE EVALUATIE

Het programma Cultuur 2000 is ingesteld bij Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000[3] (hierna “het besluit”). Het is bedoeld om de culturele samenwerking te bevorderen en op die manier bij te dragen aan de ontwikkeling van een voor alle Europeanen gemeenschappelijke culturele ruimte. Hiertoe zijn in artikel 1 van het besluit acht specifieke doelstellingen vastgesteld.

De steun wordt verleend via drie soorten acties. Actie 1 steunt projecten van één jaar, die worden uitgevoerd door culturele actoren[4] uit ten minste drie landen, en vertaalprojecten waaraan geen partnerschapsvereisten zijn verbonden. Actie 2 steunt meerjarenprojecten in het kader van samenwerkingsovereenkomsten, waarbij culturele actoren[5] uit ten minste vijf landen betrokken zijn. Actie 3 tot slot steunt bijzondere culturele evenementen met een Europese en/of internationale dimensie.

Cultuur 2000 is een gecentraliseerd programma met een netwerk van culturele contactpunten (CCP’s) in de deelnemende landen. De CCP’s staan in de eerste plaats in voor de promotie van het programma, zij verschaffen toegang tot het programma en brengen koppelingen met de culturele sector op nationaal niveau tot stand.

3. DE EXTERNE EVALUATIE

3.1. Voorwaarden

Na een aanbestedingsprocedure[6] werd Ecotec Research and Consulting Ltd geselecteerd om de evaluatie uit te voeren. Deze evaluatie was bedoeld als vervolg en aanvulling op de eerste evaluatie, waarover verslag werd uitgebracht in 2003. Dit tweede verslag heeft dus hoofdzakelijk betrekking op de periode 2002-2004 voor de Acties 1 en 3 en de periode 2000-2001 voor Actie 2.

3.2. Method e

De methode voorzag onder meer in interviews met leden van het comité van beheer, vertegenwoordigers van de CCP’s, deskundigen, projectleiders, medeorganisatoren en personeelsleden van de Commissie. Voorts was er een elektronische enquête onder projectleiders en medeorganisatoren en werden casestudy’s ter plaatse uitgevoerd.

3.3. De bevindingen van het evaluatiebureau

Algemeen gezien vond het evaluatiebureau het programma Cultuur 2000 geschikt om de behoefte aan culturele samenwerking in Europa in te vullen.

In de periode 2000-2004 zijn 1 072 projecten gefinancierd: bijna 40% van de aanvragers van Actie 1 en 18% van de aanvragers van Actie 2 heeft financiële steun gekregen[7].

De Cultuur 2000-deelnemers zijn erg verscheiden wat culturele sector, omvang en rechtsvorm betreft (ngo’s, nationale culturele instellingen, lokale overheden, privébedrijven enz.). Opmerkelijk is dat de meerderheid van de begunstigde culturele actoren relatief klein was in termen van organisatiecapaciteit; de helft van de respondenten van de e-enquête had minder dan tien werknemers, in de meeste gevallen zelfs minder dan zes.

Wat het aspect samenwerking betreft, zijn in twee op drie projecten nieuwe partnerschappen tot stand gebracht[8].

3.3.1. Financi ële aspecten

Om er zeker van te zijn dat de deelnemers werkelijk samen projecten opzetten, werd in 2001 de 5%-regel ingevoerd, die bepaalt dat projectleiders en medeorganisatoren een financiële bijdrage van minimaal 5% moeten leveren aan het totale budget. Het evaluatiebureau vond geen aanwijzingen dat deze eis tot uitsluiting had geleid, noch van organisaties uit de nieuwe lidstaten, noch van kleine actoren (zie punt 3.3). Wat de nieuwe lidstaten betreft, kan de verklaring zijn dat in zeven landen plus Roemenië nationale of regionale financieringsmogelijkheden werden gevonden. Dankzij deze fondsen ontvangen succesvolle Cultuur 2000-kandidaten nationale of regionale cofinanciering. Het evaluatiebureau ziet in de vereiste minimale financiële bijdrage van alle medeorganisatoren een goed middel om ervoor te zorgen dat iedereen zich voldoende inzet[9].

In 2004 werd de financiering van projecten van Actie 1 aangepast: de betalingsverhouding van 50% vooraf en 50% na goedkeuring van het eindverslag door de Commissie werd gewijzigd in 70% vooraf/30% achteraf. Volgens 60% van de respondenten had dit geleid tot een betere kasstroom[10].

3.3.2. Jaarlijkse focus op een culturele sector

In 2002, 2003 en 2004 werd jaarlijks op een specifieke culturele sector gefocust (visuele kunsten, podiumkunsten en cultureel erfgoed). Noch deze evaluatie, noch de vorige evaluatie onderschrijft dit model – de algemene aanpak op cultuurgebied is sectoroverschrijdend.

3.3.3. Europese meerwaarde

Heel wat respondenten benadrukten dat Cultuur 2000 het enige programma ter bevordering van transnationale samenwerking in Europa is, aangezien elk land eigen, nationale prioriteiten hanteert[11]. Spelers met een verschillende achtergrond en cultuur samenbrengen brengt op zich al nieuwe concepten voort, zegt het evaluatiebureau[12], en het is een springplank voor verdere samenwerking. Andere resultaten: hechtere culturele banden tussen landen, een sterkere perceptie van de Europese identiteit en een betere integratie van de nieuwe lidstaten.

3.3.4. Relevan tie[13]

Uit de evaluatie blijkt dat Cultuur 2000 een geschikt uitgangspunt is om zowel de oorspronkelijke als de huidige behoeften op het gebied van culturele samenwerking in te vullen (98% van de respondenten) en dat de culturele gebieden waarop het programma van toepassing is[14] de aard van het cultuurgebied goed weergeven (97% van de respondenten). Nagenoeg iedereen vindt het programma doelgericht.

Ook is zowat iedereen overtuigd van de noodzaak van een specifiek cultuurprogramma (in plaats van cultuur in andere programma’s op te nemen).

Bovendien vult Cultuur 2000 duidelijk een leemte in de financiering van transnationale samenwerking in Europa, die niet door nationale of regionale financieringsprogramma’s wordt gevuld. Dankzij het programma zijn er ook veel nieuwe gevallen van transnationale samenwerking ontstaan. Heel wat partnerschapbanden en activiteiten zijn na afloop van de Cultuur 2000-financiering blijven bestaan en hebben soms zelfs geleid tot bijkomende transnationale samenwerkingsactiviteiten die los staan van Cultuur 2000.

3.3.5. Effectiv iteit en impact[15]

Alleen al doordat het bestaat, draagt het programma Cultuur 2000 bij aan de hoofddoelstellingen, namelijk meer samenwerking, dialoog en uitwisseling tussen culturele actoren in Europa.

Ook kan worden gesteld dat de acht doelstellingen van artikel 1 van het besluit in grote lijnen zijn verwezenlijkt, sommige meer dan andere, met name het bevorderen van de kennis van de cultuur en geschiedenis van de Europese volkeren en het verbeteren van het begrip van de Europese culturele diversiteit.

Het evaluatiebureau wijst ook op een aantal obstakels, met name de kloof tussen de brede doelstellingen en de beperkte middelen van het programma; de complexiteit van de administratieve en organisatorische eisen; het gebrek aan informatie over potentiële partners; de beperkte managementvaardigheden van de culturele actoren, hun gebrek aan ervaring met Europese projecten en het gebrek aan middelen in de culturele sector in het algemeen.

3.3.6. Doelmatigheid en kosteneffectiviteit[16]

Algemeen gesproken zijn voor het uitvoeren van het programma vrij beperkte administratieve en beheersmiddelen beschikbaar. Het evaluatiebureau concludeert dat dit de doelmatigheid van de prestaties ten goede komt. Er is echter ook vastgesteld dat te weinig wordt uitgegeven voor administratieve kosten[17] en te veel voor projecten. Volgens het evaluatiebureau zou een verhoging van de administratieve middelen de doelmatigheid verhogen als meer geld wordt uitgetrokken om de feedback aan de kandidaten te verbeteren, een up-to-date bestand met contactpersonen aan te leggen en actiever informatie te verspreiden.

Wat output en resultaten betreft, stelt het evaluatiebureau dat Cultuur 2000 gezien het relatief beperkte budget geen oneindig aantal projecten kan steunen. Kwaliteit en zichtbaarheid zijn dan ook erg belangrijk. Vooral de potentiële kritische impact van het programma moet worden benut.

3.3.7. Nut, meerwaarde en duurzaamheid[18]

Organisaties en individuele personen die bij Cultuur 2000 betrokken zijn, doen daar hun voordeel mee: ze leren de culturele sector beter kennen en doen ervaring op met Europese projecten; doordat ze blijk moeten geven van managementvaardigheden, worden ze professioneler; de organisatiecapaciteit en de bekwaamheid van het personeel nemen toe; er is meer dialoog tussen culturele actoren.

Cultuur 2000 heeft duidelijk impulsen gegeven: de meeste respondenten zeggen dat ze er zonder het programma niet aan begonnen waren, sterker nog, de helft zou zijn project zelfs niet hebben uitgewerkt. Het programma heeft dan ook heel wat nieuwe ideeën opgeleverd.

In 20% van de projecten verklaarden de deelnemers nog niet eerder met hun projectpartners te hebben samengewerkt; in de helft van de gevallen hadden ze slechts met enkele partners al eens eerder samengewerkt. In 25% was er sprake van nieuwe banden, in 33% waren de banden met culturele actoren in andere landen versterkt. Heel wat respondenten zeiden ook dat ze hun samenwerkingsactiviteiten op een of andere manier zouden voortzetten en bijna 67% zei de banden in stand te zullen houden met partnerschappen die ze hadden gevormd.

Volgens het evaluatiebureau had waarschijnlijk geen enkel ander programma de culturele samenwerking meer kunnen bevorderen dan Cultuur 2000. De brede opzet van de doelstellingen verschaft de deelnemers veel mogelijkheden, terwijl de focus op experimenteren en innoveren ligt, wat de creativiteit en nieuwe vormen van culturele expressie ten goede komt.

4. BELANGRIJKSTE AANBEVELINGEN UIT DE EXTERNE EVALUATIE EN COMMENTAAR VAN DE COMMISSIE

De belangrijkste aanbevelingen van het evaluatiebureau zijn vet gedrukt, de reactie van de Commissie cursief.

De toewijzing van gelden die voor elk cultureel gebied en elke actie beschikbaar zijn, moet in de jaarlijkse oproep tot het indienen van voorstellen worden vermeld, om de selectie transparanter te maken.

De verdeling van de middelen over de Acties 1 en 2 wordt al in de oproepen tot het indienen van voorstellen aangegeven in percenten, samen met de verdeling over de verschillende culturele gebieden (schatting van het aantal projecten per gebied). Het toekomstige programma Cultuur bevat geen uitdrukkelijke vermelding van specifieke culturele sectoren, aangezien alle zonder beperking zijn opgenomen. Wel zal een onderscheid worden gemaakt naar type actie (steun voor projecten; steun voor Europese culturele instanties en steun voor analyse en informatie). De toewijzing van begrotingsmiddelen aan de afzonderlijke delen zal duidelijk worden aangegeven.

De Commissie moet alle projectleiders (en afgewezen aanvragers) vragen om een korte vragenlijst over de aanvraag- en selectieprocedure in te vullen. Door op deze manier informatie te verzamelen, wordt het gemakkelijker om voor elke programmadoelstelling een reeks prestatie-indicatoren vast te stellen, waaraan de impact van het programma kan worden afgemeten.

De Commissie is het hier in het algemeen mee eens, aangezien dergelijke gegevens de basis kunnen vormen van betrouwbare statistieken over het programma en het rendement ervan. Praktisch gezien en rekening houdend met de huidige context zal het echter moeilijk worden om het personeel te vinden dat deze taak moet uitwerken en uitvoeren.

Om het programma en de verwezenlijkingen ervan bij de voornaamste belanghebbenden bekend te maken, moet een verspreidingsstrategie worden ontwikkeld en gepubliceerd.

De Commissie is zich bewust van de noodzaak van gerichte informatie- en communicatieactiviteiten en beseft dat de resultaten van de projecten beter moeten worden benut. In het nieuwe programma Cultuur (deel 3) zal sterk de nadruk worden gelegd op dergelijke communicatie- en verspreidingsactiviteiten.

Het is inderdaad van cruciaal belang om de zichtbaarheid van het programma en de gefinancierde projecten te verhogen om op die manier de kritische impact ervan (in tegenstelling tot de kritische massa) te versterken. De Commissie blijft haar elektronische nieuwsbrief publiceren en zal meer artikelen in publicaties van de culturele sector proberen te krijgen. In samenwerking met het Uitvoerend agentschap voor onderwijs, audiovisuele middelen en cultuur (EACEA) wordt de Europa-website momenteel aangepast. De site wordt gebruiksvriendelijker en zal meer plaats bieden om projecten voor te stellen. Gedetailleerde projecten van hoge kwaliteit kunnen vervolgens ook in een andere context worden gebruikt.

De Commissie zou een onlinepartnerzoekmachine moeten opzetten waar culturele actoren op zoek kunnen gaan naar potentiële partners, aangevuld met links van de Cultuur 2000-internetpagina’s naar soortgelijke partnerzoekmachines van de CCP’s.

De Commissie is van plan te onderzoeken wat de beste manier is om een allesomvattend en effectief internetinstrument te ontwikkelen en te onderhouden. Zo’n instrument zou kunnen worden geëxploiteerd door de CCP’s (die het meest aangewezen zijn om de details van culturele spelers op nationaal en regionaal niveau te verzamelen), in combinatie met de Commissie en het EACEA (in een overkoepelende rol). Zie ook het commentaar van de Commissie over haar website: hier zouden meer directe links kunnen worden gelegd naar partnerzoeksystemen die de CCP’s nu al aanbieden.

De aanvraagformulieren voor Cultuur 2007 moeten worden vereenvoudigd.

Met deze aanbeveling zal rekening worden gehouden binnen de grenzen van het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften ervan. De Commissie heeft het evaluatiebureau meermaals om concrete voorstellen voor verbetering gevraagd, maar heeft op dit gebied niet veel hulp gekregen.

Elke aanvrager moet een gedetailleerde schriftelijke reactie op zijn aanvraag krijgen, samen met een officiële brief met het resultaat van zijn aanvraag.

Sinds de start van Cultuur 2000 zijn hiertoe inspanningen geleverd, die nog zullen worden geïntensiveerd in het kader van het nieuwe programma Cultuur. Tot nu toe heeft de Commissie echter voorrang gegeven aan de financiering van zo veel mogelijk projecten, terwijl de personele middelen veeleer beperkt zijn. Daarom is het zo goed als onmogelijk voor de Commissie om ongeveer 700 aanvragers per jaar een gedetailleerd antwoord te geven.

Het personeelsbestand van het BTB (het bureau voor technische bijstand dat beoordeelt of een aanvraag in aanmerking komt) moet worden uitgebreid om de duur van de procedure in te korten.

Er is geen bureau voor technische bijstand meer. De activiteiten van het BTB zijn op 1 januari 2006 overgenomen door het EACEA, dat bepaalde onderdelen van het programma Cultuur zal beheren. Met deze gespecialiseerde instantie zouden het beheer en de kwaliteit van de dienstverlening aan de begunstigden moeten worden verbeterd. Andere factoren, zoals de procedure van het comité van beheer en het controlerecht van het EP hebben een grotere invloed op de lange selectieprocedure[19].

Elke aanvraag zou slechts tweemaal door externe deskundigen moeten worden beoordeeld. Vóór of tijdens de week van de beoordeling van de aanvragen in Brussel zou een instructiedag voor de deskundigen moeten worden georganiseerd. De deskundigen zouden voor meerdere jaren moeten worden aangesteld. Bij de nationale autoriteiten moet worden nagegaan waarom deskundigen de volgende jaren vaak niet terugkeren. De werkzaamheden van elke deskundige moeten naar behoren worden geëvalueerd.

De Commissie erkent dat het belangrijk is externe deskundigen in te schakelen om een transparante selectieprocedure van hoge kwaliteit te garanderen.

Tot 2005 werd elke aanvraag beoordeeld door zes deskundigen. In 2006 waren dat er nog twee. Er moet echter ook rekening worden gehouden met het open karakter van het nieuwe programma Cultuur: nu meer op sectoroverschrijdende activiteiten wordt gefocust, zal meer kennis (en dus een groter aantal deskundigen) nodig zijn om de aanvragen op hun inhoud te beoordelen.

De deskundigen worden vooraf per post geïnformeerd en krijgen bij aankomst instructies tijdens een inleidende vergadering. Zij worden voorgedragen door de deelnemende landen; de Commissie vraagt de deelnemende landen dezelfde deskundige niet meer dan tweemaal te sturen omwille van de objectiviteit. Als een deskundige ondermaats presteert, is er sprake van contractbreuk en worden maatregelen genomen. In het kader van het nieuwe programma Cultuur kan worden overwogen externe deskundigen op een andere manier aan te stellen. Hierdoor zou de procedure in overeenstemming worden gebracht met de praktijk bij andere programma’s van het directoraat-generaal Onderwijs en cultuur.

5. Conclusies van de Commissie

De Commissie is het eens met het algemene oordeel van het evaluatiebureau dat het programma een unieke bijdrage heeft geleverd aan de culturele samenwerking in Europa. Cultuur 2000 heeft een grote rol gespeeld in het verlevendigen van de culturele uitwisselingen in Europa. Waarschijnlijk was geen enkel ander programma er even goed in geslaagd de culturele samenwerking in Europa te bevorderen. De doelstellingen van artikel 151 van het Verdrag zijn dan ook volledig verwezenlijkt.

Duizenden culturele organisaties van alle rang en stand - theaters, musea, verenigingen van beroepsbeoefenaren, onderzoekscentra, universiteiten, culturele instellingen, publieke autoriteiten enz. – van over heel Europa en uit alle culturele sectoren hebben samengewerkt bij de totstandbrenging en uitvoering van culturele en artistieke projecten. Op die manier hebben nog veel meer Europese burgers een unieke kans gekregen om kennis te maken met de cultuur van de andere Europese landen.

Het is dan ook noodzakelijk dat de communautaire steun voor culturele samenwerking in Europa wordt voortgezet. Het nieuwe programma Cultuur zal daarvoor zorgen. Door de communautaire actie toe te spitsen op drie hoofddoelstellingen met een sterke Europese meerwaarde – transnationale mobiliteit van mensen die werkzaam zijn in de culturele sector, transnationale circulatie van kunstwerken en artistieke en culturele producten, en interculturele dialoog – gaat dit programma nog een stap verder in de bevordering van de culturele samenwerking in Europa.

[1] COM(2004) 469 definitief.

[2] PB L 99 van 3.4.2004.

[3] PB L 63 van 10.3.2000.

[4] Eén projectleider – die het programma coördineert – en ten minste twee medeorganisatoren.

[5] Eén projectleider en ten minste vier medeorganisatoren.

[6] Openbare aanbesteding nr. EAC 31/04.

[7] Tweede tussentijdse evaluatie, tabellen 3.6 en 3.9.

[8] ibid. tabel 4.7.

[9] ibid. hoofdstuk 7.1.3.

[10] ibid. tabel 4.18.

[11] ibid. hoofdstuk 7.1.5.

[12] ibid. hoofdstuk 7.1.5.

[13] Mate waarin de programmadoelstellingen relevant zijn voor de huidige culturele sector in Europa.

[14] Voor de periode waarop deze evaluatie betrekking heeft werd de aanvrager verzocht het project bij een specifieke culturele sector in te delen.

[15] Mate waarin de doelstellingen zijn bereikt.

[16] Mate waarin de gewenste effecten zijn bereikt tegen een redelijke prijs.

[17] Tweede externe tussentijdse evaluatie, tabel 3.4.

[18] Mate waarin positieve effecten waarschijnlijk blijven doorwerken na afloop van de activiteit.

[19] COM(2003) 722, blz. 11.

Top