Help Print this page 
Title and reference
Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Jaarverslag 2006 over het communautaire ontwikkelingsbeleid en de tenuitvoerlegging van de buitenlandse hulp in 2005 {SEC(2006) 808}

/* COM/2006/0326 def. */
Multilingual display
Text

52006DC0326

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Jaarverslag 2006 over het communautaire ontwikkelingsbeleid en de tenuitvoerlegging van de buitenlandse hulp in 2005 {SEC(2006) 808} /* COM/2006/0326 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 22.6.2006

COM(2006) 326 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Jaarverslag 2006 over het communautaire ontwikkelingsbeleid en de tenuitvoerlegging van de buitenlandse hulp in 2005 {SEC(2006) 808}

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Jaarverslag 2006 over het communautaire ontwikkelingsbeleid en de tenuitvoerlegging van de buitenlandse hulp in 2005

INHOUDSOPGAVE

1. Op weg naar de verwezenlijking van de millenniumdoelen voor ontwikkeling 4

1.1. Steun voor de VN-top ‘Millennium + 5’; de EU stelt haar doelstellingen vast 4

1.2. Een Europese visie op ontwikkeling 6

2. Partnerschapsaanpak 6

2.1. Samenwerking met de westelijke Balkan 6

2.2 Het Europees nabuurschapsbeleid 7

2.3 De gemeenschappelijke ruimten met Rusland 7

2.4. Het oudste partnerschap: Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan 8

2.5 Versterking van het partnerschap met Latijns-Amerika 8

3. Een steeds sterkere politieke dimensie 8

3.1. Instrumenten ter bevordering van de democratie en de mensenrechten 8

3.2. Een kader creëren voor politieke dialoog 9

3.3. Migratie en asielvraagstukken in het kader van het ontwikkelingsbeleid 10

4. Meer hulp, betere hulp en snellere hulp – Europa staat ervoor 10

4.1. Effectiviteit van hulp 10

4.2. Evaluatie 11

4.3. Beheer 12

4.4. Resultaten 12

Inleiding

De Europese Unie is de grootste donor van ontwikkelingshulp, de voornaamste handelspartner van de ontwikkelingslanden en een belangrijke partner van de politieke dialoog. In 2005 heeft de EU zich ertoe verbonden de officiële ontwikkelingshulp vóór 2010 qua omvang te verdubbelen.

In termen van verstrekte ontwikkelingshulp was 2005 een recordjaar voor de Europese Commissie: 6,2 miljard EUR tegenover 5,7 miljard EUR in 2004. Dit bewijst opnieuw dat de Commissie, die ongeveer een vijfde van alle gelden beheert die de EU aan officiële ontwikkelingshulp besteedt, haar toezeggingen effectief en snel nakomt, en het geld dus de personen bereikt die het nodig hebben. Hieruit blijkt dat de hervormingen die in 2000 zijn gestart om verbetering te brengen in de besteding van de hulp van de Commissie aan derde landen, hun vruchten afwerpen. Samen met de respons van de EU op natuurrampen als de tsunami en de aardbeving in Pakistan vormt dit tastbaar bewijs dat de Commissie een steeds betrouwbaardere partner is.

De algemene doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid en de buitenlandse hulp van de Europese Gemeenschap worden genoemd in het Verdrag (artikel 177).

Binnen dit juridische kader heeft de Commissie in haar jaarlijkse beleidsstrategie voor 2005[1] specifieke doelstellingen uitgezet die van bijzonder belang zijn voor het ontwikkelingsbeleid en de buitenlandse hulp. In 2005 had het beleid de volgende speerpunten:

- het stabilisatie- en associatieproces in de Balkan;

- verdere implementatie van het Europees Nabuurschapsbeleid, met name door middel van actieplannen;

- totstandbrenging van vier gemeenschappelijke ruimten met Rusland;

- bijdragen aan de wederopbouw van Irak;

- herzien en naar boven bijstellen van de EU-bijdrage aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling;

- zorgen dat de Vredesfaciliteit voor Afrika operationeel wordt;

- instellen van een EU-waterfaciliteit.

Om de doelstellingen van de jaarlijkse beleidsstrategie te voltooien, had de Commissie ook gepland om de herziening van de Overeenkomst van Cotonou af te ronden en de herziene overeenkomst te tekenen. Deze doelstelling versterkte, samen met de implementatie van de Vredesfaciliteit en de nadruk op de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, de focus op Afrika als voornaamste prioriteit voor 2005.

Deze doelstellingen hebben de acties en financieringsprogramma’s gestuurd die in 2005 zijn uitgevoerd. Deze acties worden in het jaarverslag uitvoerig belicht.

Daarnaast richtte het hulp- en ontwikkelingsbeleid van de EG zich in 2005 met name op vijf prioritaire gebieden:

- Tijdens de voorbereiding van de VN-top “Millennium + 5” in september 2005 heeft de EU ook opnieuw haar gehechtheid uitgesproken aan verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en zich een voorstandster getoond van een gezamenlijke aanpak van ontwikkeling. De EU is er alles aan gelegen om in een hoger tempo vorderingen te boeken bij het verwezenlijken van de milleniumdoelstellingen, en wil de aandacht richten op meer en betere hulp, versterking van de beleidssamenhang en extra inspanningen bij de steunverlening aan Afrika.

- Een nieuwe tripartiete verklaring over het ontwikkelingsbeleid , de Europese consensus inzake ontwikkeling, is aangenomen door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, en aangevuld met een EU-strategie voor Afrika . De specifieke problemen van Afrika, met name Afrika ten zuiden van de Sahara, vragen om een passende respons. Deze speciale strategie moet ertoe leiden dat de inspanningen van de EU een radicale verandering inluiden in de steunverlening aan Afrika, zowel kwantitatief als kwalitatief.

- De EU heeft haar partnerschapsaanpak verder ontwikkeld: landen krijgen een kader voor hun betrekkingen met de EU dat gebaseerd is op samenwerking en afgestemd is op hun situatie. In 2005 zijn belangrijke stappen gezet wat betreft de versterking van het partnerschap met de landen van de westelijke Balkan, Rusland, Latijns-Amerika en de ACS-landen. 2005 is ook een cruciaal jaar geweest voor het Europees nabuurschapsbeleid.

- De politieke dimensie van de steun en buitenlandse hulp was fundamenteel, of het nu ging om het gebruik van de hulp als pressiemiddel voor de politieke dialoog of de financiering van specifieke acties ter versterking van de rechtsstaat of de eerbiediging van de mensenrechten.

- De Gemeenschap heeft in 2005 vastgehouden aan haar besluit dat de hulp sneller en beter moet worden verleend . De Verklaring van Parijs, die in 2005 door de EU-lidstaten en de Commissie is ondertekend, heeft op dit punt een belangrijke bijdrage geleverd en de voordelen zullen spoedig zichtbaar worden.

1. OP WEG NAAR DE VERWEZENLIJKING VAN DE MILLENNIUMDOELEN VOOR ONTWIKKELING

1.1. Steun voor de VN-top ‘Millennium + 5’; de EU stelt haar doelstellingen vast

In 2005 heeft de internationale gemeenschap belangrijke stappen gezet in de strijd tegen armoede in de wereld door de milleniumdoelen voor ontwikkeling opnieuw te activeren. De EU heeft op de VN-top in september 2005 een leidende rol gespeeld, zowel politiek als wat betreft financiële toezeggingen.

In de aanloop naar de top heeft de Europese Unie, op basis van voorstellen van de Commissie, overeenstemming bereikt over maatregelen om in een hoger tempo vooruitgang te boeken bij het verwezenlijken van de millenniumdoelen voor ontwikkeling, gericht op het bestrijden van extreme armoede en de voornaamste aspecten daarvan. Deze vormden de basis voor de Europese bijdrage aan de VN-top en bestonden uit drie belangrijke elementen:

Forse toename van de kwantiteit en kwaliteit van de hulp van de EU

De officiële ontwikkelingshulp van de 25 lidstaten tezamen bedroeg in 2005 in totaal 43 miljard EUR. De EU stemde ermee in de bedragen voor officiële ontwikkelingshulp verder te verhogen dan de toezeggingen die waren gedaan in Monterrey – 0,39% van het BNI in 2006 – en legde zich vast op een nieuw tussentijds minimum voor 2010 van 0,51% van het BNI in elke lidstaat (0,17% voor de nieuwe lidstaten), om het door de VN gestelde doel van 0,7% in 2015 te halen. Dit moet de collectieve bijdrage van de EU brengen op 0,56% van het BNI in 2010. In absolute termen betekent deze toezegging dat in 2010 een bedrag van 20 miljard EUR extra beschikbaar is aan officiële ontwikkelingshulp.

Beleid op andere terreinen moet bijdragen tot verwezenlijking van milleniumdoelen voor ontwikkeling

Ontwikkelingssamenwerking is op zich niet voldoende om de milleniumdoelen voor ontwikkeling te realiseren. Ander EU-beleid speelt een essentiële rol bij het helpen van ontwikkelingslanden om de milleniumdoelen te halen, vandaar het concept Samenhang in het ontwikkelingsbeleid[2]. De EU heeft besloten 12 beleidsterreinen[3] te verbinden met de milleniumdoelen voor ontwikkeling en het daarmee samenhangende tijdschema, en op deze 12 terreinen specifieke verbintenissen geaccepteerd om te zorgen voor samenhang met de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid.

Een prioriteit: Afrika

De Commissie wil haar inspanningen richten op Afrika om de Afrikanen te helpen een hoofdrol te spelen bij hun eigen ontwikkeling, en wil als katalysator fungeren om extra ontwikkelingshulp te genereren. De EU stelt alles in het werk om een daadwerkelijk partnerschap tot stand te brengen, gebaseerd op volwassen handels- en politieke betrekkingen. De EU zet zich niet alleen in voor sociale cohesie en duurzame ontwikkeling, maar stimuleert ook de ontwikkeling van het netwerk dat nodig is voor regionale integratie tussen Afrikaanse landen en voor de Zuid-Zuidhandel. Zij heeft ook een partnerschap tot stand gebracht met de Afrikaanse Unie, en de EU-instellingen voeren acties uit als de herfinanciering van de Vredesfaciliteit.

1.2. Een Europese visie op ontwikkeling

Op 20 december 2005 hebben de voorzitters van de Commissie, de Raad en het Parlement hun instemming betuigd met de nieuwe verklaring over het ontwikkelingsbeleid van de EU, de Europese consensus inzake ontwikkeling[4], een mijlpaal in de geschiedenis van de ontwikkelingssamenwerking van de EU. Voor de eerste keer in vijftig jaar zijn op het niveau van de Unie gemeenschappelijke waarden, beginselen, doelstellingen en middelen gedefinieerd om armoede uit te roeien en de millenniumdoelen voor ontwikkeling te verwezenlijken.

De EU-strategie voor Afrika[5] , die in december is goedgekeurd, is de eerste concrete toepassing van de Europese consensus inzake ontwikkeling. Deze zet een kader uit voor actie van de lidstaten en de Europese Commissie ter ondersteuning van de inspanningen van Afrika om de millenniumdoelen voor ontwikkeling te halen, dankzij extra hulp voor met name vrede en veiligheid, bestuur, infrastructuur en handel.

Betere zorg voor kinderen

In de nieuwe verklaring over het ontwikkelingsbeleid van de EU en de nieuwe EU-strategie voor Afrika wordt aandacht geschonken aan de behoeften en rechten van kinderen (onderwijs, gezondheid, kinderarbeid, zorg voor wezen enz.). De EU is sterk gehecht aan vorderingen inzake de internationaal overeengekomen doelstellingen van het VN-verdrag inzake de rechten van het kind. Er zijn richtlijnen ontwikkeld inzake de rechten van kinderen voor de beleidsdialoog op delegatieniveau. De groep van commissarissen voor fundamentele rechten, die wordt geleid door voorzitter Barroso, heeft in april 2005 besloten te werken aan een “Pact voor het Kind” om de behartiging van de rechten van het kind in het interne en externe beleid van de EU te bevorderen.

2. Partnerschapsaanpak

2.1. Samenwerking met de westelijke Balkan

In 2005 hebben de landen van de westelijke Balkan aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de stabilisatie en de verzoening, binnenlandse hervormingen en regionale samenwerking. Zij zijn dichter bij de Unie gekomen en blijven in het kader van het programma Cards financiële steun ontvangen tot de invoering van het geharmoniseerd pretoetredingsinstrument in 2007[6]. In juni 2005 heeft de Europese Raad er opnieuw op gewezen dat de EU vastbesloten is de Agenda van Thessaloniki uit te voeren. In 2005 zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest: toetredingsonderhandelingen zijn geopend met Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft de status van kandidaat-lidstaat gekregen, de sluiting van een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Albanië is dichterbij gekomen en met Servië en Montenegro en Bosnië en Herzegovina zijn onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst van start gegaan. Het politieke proces tot vaststelling van een besluit over de toekomstige status van Kosovo is begonnen. Het Europese perspectief betekent een krachtige stimulans voor politieke en economische hervormingen en moedigt verzoening tussen de diverse bevolkingsgroepen in de regio aan.

2.2 Het Europees nabuurschapsbeleid

Het Europees nabuurschapsbeleid[7] is gericht op de totstandbrenging van een zone van welvaart en stabiliteit die zich uitstrekt over de EU en haar buurlanden, op basis van verbintenissen waarover beide partijen het eens zijn en overeenkomstig het participatiebeginsel. Het biedt de mogelijkheid van toegang tot de interne markt en steun bij het voldoen aan de EU-normen, alsmede bijstand bij de hervormingen die de economische en sociale ontwikkeling moeten stimuleren. ln ruil daarvoor gaan de partners van het Europees nabuurschapsbeleid een precieze en controleerbare verbintenis aan tot het versterken van de rechtsstaat, de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten, de bevordering van economische hervormingen, de stimulering van werkgelegenheid en sociale cohesie, en samenwerking bij belangrijke doelstelling van het buitenlands beleid (bestrijding van terrorisme, non-proliferatie van massavernietigingswapens). Het doel van het partnerschap is vooruitgang te belonen met nog ruimere voordelen, die echter geheel los staan van het vooruitzicht op toetreding. Het Europees nabuurschapsbeleid draagt ook bij tot het wegnemen van de bezorgdheid die binnen de EU bestaat over illegale migratie, grensbeheer en georganiseerde misdaad.

In 2005 is verdere vooruitgang geboekt bij de voltooiing van de actieplannen met de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, waarbij het met name ging om de status van markteconomie, de versoepeling van de visumafgifte en de energiedialoog met Oekraïne, het opzetten van een missie voor grensbeheer aan de grens Moldavië-Oekraïne, en de versterking en uitbreiding van de reikwijdte van de politieke dialoog met een aantal landen in het Middellandse-Zeegebied. Nieuwe actieplannen worden uitgevoerd met Jordanië, Israël, de Palestijnse Autoriteit, Moldavië en Oekraïne. Tot slot zijn onderhandelingen van start gegaan met Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. In het Middellandse-Zeegebied wordt meer nadruk gelegd op het ondersteunen van de economische hervormingen die de partnerlanden zijn begonnen, het financieren van sectoraal beleid (met name onderwijs en gezondheidszorg) en het bevorderen van democratie, mensenrechten en goed bestuur.

2.3 De gemeenschappelijke ruimten met Rusland

In mei 2005 is een aantal road maps goedgekeurd voor de totstandbrenging van vier ‘gemeenschappelijke ruimten[8] tussen de EU en Rusland . Deze routekaarten zetten gezamenlijke doelstellingen uit voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en de maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen te verwezenlijken. Daarnaast wordt de samenwerking van de EU met Rusland voortgezet in het kader van het strategisch partnerschap.

2.4. Het oudste partnerschap: Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan

Ook is in 2005 de Overeenkomst van Cotonou herzien. De Overeenkomst van Cotonou, die het kader is voor de betrekkingen met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) , is het oudste partnerschap van de EU. Het is gericht op de bevordering van een gezamenlijke strategie voor armoedebestrijding door middel van een daadwerkelijk partnerschap.

Gezamenlijke instellingen, waaronder de Paritaire Parlementaire Vergadering en de ACS-EG-Raad van Ministers, spelen sinds het allereerste begin een centrale rol in het partnerschap, en de participatie van het maatschappelijk middenveld en andere betrokkenen heeft bijgedragen tot de verbetering van de effectiviteit van de ACS-EU-samenwerking.

De sociale, economische, politieke, culturele en ecologische aspecten van duurzame ontwikkeling zijn in de overeenkomst geïntegreerd, bewijs en neerslag van de relevante internationale verbintenissen van de EU en de ACS-partners.

Daarnaast wordt voortdurend vooruitgang geboekt met de totstandbrenging van een innovatief kader voor samenwerking op economisch en handelsgebied, dat gericht is op de bevordering van ontwikkeling door versterking van de regionale economische integratie, de opheffing van handelsbelemmeringen en de bevordering van de geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie.

Om het partnerschap met de ACS-landen echt vorm te kunnen geven, is een nieuw Europees Ontwikkelingsfonds opgericht, dat de ACS-landen in de periode 2007-2013 in totaal 22,682 miljard EUR aan steun gaat verstrekken.

2.5 Versterking van het partnerschap met Latijns-Amerika

In mei 2005 hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie een ontmoeting gehad met de ministers van Buitenlandse Zaken van de Rio-groep. De besprekingen hadden betrekking op regionale-integratieprocessen in Latijns-Amerika, sociale ongelijkheid en sociale uitsluiting. Ook is gesproken over de voorbereidingen voor de VN-top van september 2005.

In december 2005 heeft de Commissie met de goedkeuring van de mededeling “Een nauwer partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika” een nieuwe impuls gegeven aan het strategisch partnerschap met dit continent.

De onderhandelingen over een associatie- en vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Mercosur zijn voortgezet en er zijn voorbereidende stappen gezet voor overeenkomsten met Midden-Amerika en de Andesgemeenschap.

3. Een steeds sterkere politieke dimensie

3.1. Instrumenten ter bevordering van de democratie en de mensenrechten

Deze prioriteit komt tot uitdrukking in alle gesloten overeenkomsten en krijgt ook vorm in de politieke dialoog op landenniveau en regionaal niveau en in de geografische samenwerkingsprogramma’s. Het Europees Initiatief voor Democratie en Mensenrechten (EIDHR)[9] is voornamelijk gericht op landen die op deze gebieden de meeste steun nodig hebben: de belangrijkste begunstigden zijn de organisaties van het maatschappelijk middenveld die op deze terreinen actief zijn. In 2005 is een bedrag van 126,7 miljoen EUR besteed, vooral aan de financiering van projecten die in de twee voorgaande jaren waren opgestart. Zo is het werk gesteund van het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger voor de Mensenrechten, de Raad van Europa, de speciale tribunalen voor het voormalige Joegoslavië, Sierra Leone en Cambodja, projecten voor de bevordering van de democratie in Belarus[10] en initiatieven ter ondersteuning van de rechten van inheemse bevolkingsgroepen. In 2005 is bijzondere prioriteit gegeven aan Irak , dat in totaal 10 miljoen EUR kreeg toegewezen. Binnen de VN-trustfondsen werden projecten geïdentificeerd die speciaal gericht waren op het constitutionele proces, de opleiding van binnenlandse verkiezingswaarnemers en de organisaties van het maatschappelijk middenveld.

De EU wordt steeds meer gezien als een belangrijke partner op het gebied van verkiezingswaarneming . Wanneer er een verkiezingswaarnemingsmissie wordt georganiseerd, werken de Commissie, het Europees Parlement en de Raad nauw samen om te bepalen of de verkiezingen “vrij een eerlijk” verlopen. Het aantal verkiezingswaarnemingsmissies is in 2005 toegenomen en zal in 2006 blijven groeien. Ongeveer 1 000 waarnemers zijn in 2005 ingezet, tegenover 632 in 2004.

Er zijn verkiezingswaarnemingsmissies georganiseerd voor presidents- en parlementsverkiezingen en ook voor referenda, in Afghanistan, Burundi, Guinee-Bissau, Libanon, Liberia, Ethiopië, de Democratische Republiek Congo, Venezuela en Sri Lanka. Door alle missies is de zichtbaarheid van de EU vergroot, en ook is de EU een steeds kritischere factor geworden bij de versterking van het democratisch proces. Eind 2005 zijn verder missies in voorbereiding voor uitzending in 2006 (Westelijke Jordaanoever en Gazastrook, Oeganda en Haïti).

Behalve verkiezingswaarnemingsmissies als zodanig is ook financiële steun verleend voor verkiezingsprocessen via projecten in landen in Azië en ACS-landen.

3.2. Een kader creëren voor politieke dialoog

In het geval van de ACS-landen bood de herziening van de Overeenkomst van Cotonou, die in juni 2005 werd ondertekend[11], de gelegenheid om de politieke dimensie van het partnerschap te versterken door een meer systematische, formele, effectieve en resultaatgerichte politieke dialoog, gebaseerd op de vertrouwde beginselen van partnerschap en eigen inbreng.

De ACS-EU-partners hebben in de overeenkomst ook een verwijzing opgenomen naar samenwerking bij de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens. Dit is een echte doorbraak op het gebied van de internationale betrekkingen. Een verwijzing naar het Internationaal Strafhof en het Statuut van Rome is ook in de overeenkomst opgenomen, een bewijs van de gehechtheid van beide partijen aan mondiale bestuursinstellingen. Verder bevat de herziene Overeenkomst een clausule over de internationale ACS-EU- samenwerking bij het bestrijden van terrorisme . De versterking van de capaciteit van de partnerlanden op het gebied van terrorismebestrijding mag niet uit dezelfde bronnen worden gefinancierd als de ACS-EG-ontwikkelingssamenwerking[12].

3.3. Migratie en asielvraagstukken in het kader van het ontwikkelingsbeleid

Dit veelbesproken vraagstuk vereist beleid en hulp die een antwoord bieden op zowel de kansen als de problemen die het genereert. Daartoe heeft de Europese Raad herhaaldelijk gewezen op de behoefte aan een brede aanpak van migratie.

Op beleidsniveau heeft de EU in aansluiting op het programma van Den Haag van 2004 het migratiebeleid verder vormgegeven met betrekking tot derde landen. Nationale en regionale programma’s, zoals Meda of Tacis, bieden de basisfinanciering voor migratie- en asielprojecten. Het thematische programma Aeneas, dat bestaat sinds 2004[13], vult de geografische programma’s aan: het biedt financiële en technische bijstand aan derde landen ter ondersteuning van hun inspanningen om te zorgen voor een effectief beheer van alle aspecten van migratiestromen. Een eerste reeks projecten is in de loop van 2005 geselecteerd voor een totaalbedrag van 30 miljoen EUR, waarvan ongeveer 16 miljoen EUR is gereserveerd voor het Middellandse-Zeegebied. De tweede oproep tot het indienen van voorstellen is in december 2005 gepubliceerd met een totale begroting van 40,3 miljoen EUR. Geografisch komt de nadruk te liggen op de landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, het Middellandse-Zeegebied en de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara.

Met betrekking tot asiel heeft de Commissie op 1 september 2005 een mededeling goedgekeurd over r egionale beschermingsprogramma’s [14]. De eerste proefprogramma’s worden ontwikkeld in Tanzania en de westelijke Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS), in nauwe samenwerking met de betrokken derde landen en de UNHCR, zodat vluchtelingen die bescherming nodig hebben daar snel toegang toe verkrijgen, op een wijze die zo nauwkeurig mogelijk beantwoordt aan hun behoeften.

4. Meer hulp, betere hulp en snellere hulp – Europa staat ervoor

4.1. Effectiviteit van hulp

Het vergroten van de effectiviteit van hulp concentreert zich op eenvoudige, maar praktische manieren om allerlei zaken te harmoniseren, zoals het opstellen van landenstrategieën, het verlenen van de hulp en de manier waarop daar verslag over wordt uitgebracht, het invoeren van betrouwbaardere systemen en procedures in de begunstigde landen en het overleg tussen donoren. De partnerlanden spelen een belangrijke rol en stellen alles in het werk om hun operationele ontwikkelingsstrategieën te verbeteren, het beheer van de overheidsfinanciën en de nationale systemen voor overheidsopdrachten te versterken en toezicht en auditing te verbeteren. Zo kunnen donoren hun activiteiten beter coördineren, meer hulp via de nationale begroting verstrekken en rapportagevereisten tot een minimum beperken. De transactiekosten voor partnerlanden worden verminderd en de schaarse plaatselijke management- en bestuurscapaciteit is vrij om verder te werken aan nationale prioriteiten. Een belangrijk aspect van dit initiatief is de verschuiving naar de verlening van hulp in de vorm van directe begrotingssteun, zodat deze volledig wordt beheerd binnen de eigen systemen van het partnerland.

De inspanningen van de Commissie om de coördinatie met de lidstaten en andere donoren te verbeteren (Europese consensus inzake ontwikkeling) komen tot uitdrukking in de nauwe samenwerking na de tsunami met de regeringen, het maatschappelijk middenveld in de getroffen landen, internationale NGO’s en financiële instellingen. Door te helpen bij het uitwerken van hulpverleningsmechanismen, zoals trustfondsen voor de wederopbouw met regeringen en de internationale gemeenschap, heeft de Commissie ervoor kunnen zorgen dat de getroffen gemeenschappen ook volledig betrokken waren bij het opzetten van projecten voor de wederopbouw.

De Verklaring van Parijs van 2 maart 2005 over de effectiviteit van hulp[15] is een akkoord tussen bijna 100 landen – landen die hulp ontvangen én donoren, waaronder de 25 lidstaten en de Commissie – en ruim 25 ontwikkelingsagentschappen. Daarin verbinden zij zich ertoe hulp te verstrekken op een wijze die ertoe bijdraagt dat de millenniumdoelen voor ontwikkeling vóór 2015 worden verwezenlijkt. De Verklaring van Parijs had betrekking op de verbintenis doelen vast te stellen en deze te volgen op basis van 12 voortgangsindicatoren[16]. De doelen en indicatoren zijn zo opgezet dat de ondertekenaars van de Verklaring de vorderingen op mondiaal niveau kunnen volgen.

Op basis van de 12 indicatoren kunnen vorderingen worden gevolgd met betrekking tot de vijf partnerschapsverbintenissen die zijn opgenomen in de Verklaring van Parijs: eigen inbreng van de partnerlanden, aanpassing van de donoren aan het nationale ontwikkelingskader van de landen, harmonisatie van de acties van de donoren, resultaatgericht beheer en wederzijds afleggen van verantwoording door donoren en partners over de resultaten. De EU heeft zich verbonden tot de tijdige uitvoering van de Verklaring. De Commissie zal naar verwacht verslag uitbrengen over de vorderingen met betrekking tot de agenda voor de effectiviteit van hulp op EU-niveau en de Raad een verslag voorleggen over de uitvoering op landenniveau in 2005. Daartoe heeft zij een eenvoudig interactief instrument ontwikkeld om verslag uit te brengen over vorderingen bij de aanpassing en harmonisatie.

4.2. Evaluatie

Evaluaties zijn erop gericht de impact van hulp te verhogen. In 2005 is de laatste hand gelegd aan een programma om de methodologie van het evalueren te verbeteren. In 2005 zijn elf nieuwe evaluaties van start gegaan; diverse andere komen eraan, waaronder twee grote gezamenlijke evaluaties, de een over algemene begrotingssteun, de ander over coördinatie, complementariteit en samenhang. De belangrijkste bevindingen van de evaluaties in 2005 hadden betrekking op twee landen (Benin, Ghana), twee regio’s (het Caribisch gebied en Latijns-Amerika), en een sector (ontwikkeling van de particuliere sector). Een voorbeeld: bij de evaluatie van de steun van de Commissie aan Ghana bleek dat deze vooral zichtbaar was in de verbeterde toegang tot water en sanitaire voorzieningen en basisonderwijs en gezondheidsdiensten voor de armere lagen van de bevolking. In het algemeen wijzen de evaluaties echter op lange termijnen bij de uitvoering en brengen zij de starre en trage procedures van de Commissie aan het licht. In 2005 zijn twee evaluatierapporten over het EIHDR en een studie naar de geschiktheid van de indicatoren van dit initiatief afgerond. De algemene conclusies waren positief.

4.3. Beheer

In 2005 is de Commissie het zwaartepunt blijven verschuiven van input naar resultaat en impact, aangezien deze van invloed zijn op het verstrekken van de hulp. De kwaliteitsfocus is de voortzetting van de hervorming van het beheer van de buitenlandse hulp die in de voorgaande vier jaar (2001-2004) ten uitvoer is gelegd.

De resultaten van de uitvoering van deze hervormingen zijn in kaart gebracht in een openbaar rapport Qualitative assessment of the reforms in the management of external assistance[17] , dat in juli 2005 is gepubliceerd. In dit rapport worden de operationele, organisatorische en methodologische hervormingen die zijn doorgevoerd bij het verstrekken van de hulp onder de loep genomen, en worden de effecten en resultaten van de hulp geëvalueerd.

Het effect van de hervormingen is een constante verbetering van de snelheid waarmee de hulp wordt verstrekt, de omvang van de betalingen die jaarlijks worden verricht en de kortere gemiddelde duur van de implementatie van de hulp.

In het kader van de afronding van de deconcentratie (overdracht van het beheer van ontwikkelingsprogramma’s naar de delegaties van de Commissie) is in maart 2005 de structuur van de Dienst voor samenwerking EuropeAid gewijzigd. De delegaties worden gerichter ondersteund en de landen van de westelijke Balkan zijn vanwege hun vooruitzicht op het lidmaatschap overgegaan naar DG Uitbreiding.

4.4. Resultaten

In 2005 heeft de Commissie haar programma’s ongekend snel en efficiënt uitgevoerd: het geld heeft de begunstigden snel bereikt. Hieruit blijkt dat de hervormingen die in 2000 zijn gestart om de uitbetaling van de hulp van de Commissie aan derde landen te verbeteren, hun vruchten afwerpen.

In 2005 zijn de vastleggingen gestegen tot 8 miljard EUR, ruim 16% meer dan in 2004. De vastleggingen voor landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan zijn met ruim 1 miljard EUR toegenomen en kwamen daarmee bijna op het niveau van 2003. Ook de vastleggingen voor Azië zijn scherp gestegen (bijna 50%) ten opzichte van 2004. Er is voor 6,2 miljard EUR aan ontwikkelingshulp uitbetaald, tegenover 5,7 miljard EUR in het voorgaande jaar.

[pic]

Dankzij de hervormingen kan de Commissie de toegezegde bedragen effectiever verwerken, zowel op het niveau van haar eigen interne procedures, als op dat van de uitvoering van de eigenlijke programma’s. Bij vergelijking van 2001 en 2005 blijkt dat de vastleggingen met 44% en de betalingen met 50% zijn toegenomen. Dit betekent dat de uitvoering gemiddeld 3,32 jaar in beslag neemt, terwijl dit in 2004 nog 3,55 jaar en in 2000 zelfs bijna vijf jaar was.

[pic]

De door de Commissie beheerde officiële ontwikkelingshulp voor laag-inkomenslanden (waaronder de minst ontwikkelde landen) is opnieuw sterk gestegen. Er was namelijk sprake van een toename van circa 1,5 miljard EUR in 2000 tot ruim het dubbele daarvan, ongeveer 3,2 miljard EUR, in 2005. In percenten uitgedrukt was dit een stijging van 32% in 2000 tot 45,8% in 2005. Deze trend zet zich door, aangezien meer dan de helft van de nieuwe vastleggingen in 2005 bestemd was voor deze landen.

[pic]

Snelheid en efficiëntie zijn belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om de resultaten die bereikt worden met de hulp. De bevindingen van het resultaatgerichte toezichtsysteem van de Commissie, dat gebaseerd is op regelmatige evaluaties ter plaatse door onafhankelijke deskundigen, gaan duidelijk in de richting van een gestage verbetering van de kwaliteit. Vooral de score voor efficiëntie en duurzaamheid van de projecten en programma’s is sinds 2001 sterk toegenomen.

[pic]

De Commissie is vastbesloten het beheer van de fondsen waarvoor zij verantwoordelijk is, verder te verbeteren. Zij heeft dan ook voorgesteld zowel de rechtsgrond voor de buitenlandse hulp (de instrumenten), als haar eigen interne procedures te vereenvoudigen.

In 2005 is hard gewerkt aan de voorbereiding van de volgende generatie van hulpprogramma’s die ten uitvoer zullen worden gelegd in het kader van de financiële vooruitzichten voor 2007-2013. Samen met de bevoegde autoriteiten en betrokkenen in de begunstigde landen, alsmede met de lidstaten en andere donoren, is de Commissie begonnen met het opstellen van de strategiedocumenten die leidraad zijn bij het programmeringsproces voor de verschillende landen en regio’s. Dit proces wordt afgerond in 2006, zodat de geplande acties ten uitvoer kunnen worden gelegd vanaf januari 2007.

De doelstellingen en beginselen die zijn genoemd in de verklaring van december 2005 over het ontwikkelingsbeleid, de Europese consensus inzake ontwikkeling, hebben als inspiratie gediend bij het opstellen van deze nationale en regionale strategiedocumenten. Bijzondere aandacht is geschonken aan het verbeteren van de effectiviteit van de hulp door bij het programmeringsproces rekening te houden met de verbintenissen die de EU en de lidstaten zijn aangegaan.

[1] COM(2004) 133 def.

[2] COM(2005) 134 def. – april 2005.

[3] Handel, milieu, klimaatverandering, veiligheid, landbouw, visserij, de sociale dimensie van de mondialisering, migratie, onderzoek en innovatie, informatiemaatschappij, vervoer, energie.

[4] De Commissie en de Raad hebben het document goedgekeurd op de bijeenkomst van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 22 november 2005 (14820/05), het Parlement tijdens de plenaire zitting van 15 december 2005 (resolutie P6-TA-PROV (2005) 0528).

[5] COM(2005) 132 def.

[6] Behalve Kroatië, dat reeds de status van kandidaat-lidstaat heeft en profiteert van alle drie de financiële pretoetredingsinstrumenten en het regionale programma Cards.

[7] COM(2004) 373 def.

[8] Gemeenschappelijke economische ruimte, gemeenschappelijke ruimte voor vrijheid, veiligheid en justitie, gemeenschappelijke ruimte voor buitenlandse veiligheid, en de gemeenschappelijke ruimte voor onderzoek, onderwijs en cultuur.

[9] COM(2001) 252 def.

[10] Waaronder de European Humanities University in Vilnius, die hoger onderwijs biedt in het Wit-Russisch over democratie en mensenrechtenvraagstukken.

[11] Ratificaties zijn nog lopende. De overeenkomst treedt naar verwacht in werking op 1 januari 2008.

[12] Gewijzigde partnerschapsovereenkomst (Cotonou): gezamenlijke verklaring van de Raad en de Commissie inzake financiële en technische bijstand voor de samenwerking bij het bestrijden van terrorisme, en artikel 11, onder a), van de gewijzigde partnerschapsovereenkomst (Cotonou).

[13] Verordening (EG) nr. 491/2004.

[14] COM(2005) 388 def.

[15] http://www.oecd.org/DATAOECD/11/41/34428351.pdf

[16] DAC CHAIR (2005) 12 /REV.1

[17] SEC(2005) 963

Top