Help Print this page 
Title and reference
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector bananen

/* COM/2005/0050 def. */
Multilingual display
Text

52005DC0050

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector bananen /* COM/2005/0050 def. */


Brussel, 17.02.2005

COM(2005) 50 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector bananen

INHOUDSOPGAVE

Inleiding 3

1. Structuur en tenuitvoerlegging van de GMO in de sector bananen 3

1.1. Telersverenigingen 3

1.2. Compenserende steun 4

1.3. Structuurmaatregelen 5

1.4. Handel met derde landen 5

1.4.1. Invoerregeling (EU-15) 5

1.4.2. Het gebruik van certificaten en de marktdeelnemers (EU-15) 6

1.4.3. Naar aanleiding van de uitbreiding getroffen overgangsmaatregelen (EU-10) 7

1.4.4. Onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 7

2. Bijzondere kaderregeling voor bijstand ten behoeve van de traditionele ACS-leveranciers van bananen 7

3. Markttendensen 8

3.1. Bevoorrading van de communautaire markt 8

3.1.1. Productie in de EU 8

3.1.2. Invoer in de EU 8

3.1.3. Prijzen 9

INLEIDING

Krachtens artikel 32 van Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen[1], moet de Commissie uiterlijk op 31 december 2004 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voorleggen over de werking van die gemeenschappelijke marktordening (GMO). In het onderhavige verslag wordt een overzicht gegeven van de werking van deze GMO sinds 1999.

Momenteel wordt een grondige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de GMO sinds haar invoering in 1993 uitgevoerd, die in het tweede kwartaal van 2005 zal worden afgerond. Parallel daarmee is de Commissie onderhandelingen begonnen in het kader van artikel XXVIII van de GATT, die uiterlijk op 1 januari 2006 moeten uitmonden in de invoering van een “zuiver tarifaire” regeling voor de invoer van bananen.

Uitgaande van de resultaten van de evaluatie zal de Commissie het debat met haar institutionele, economische en sociale partners aangaan over eventuele verbeteringen van de GMO. Voorstellen in die richting kunnen na het debat worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.

1. STRUCTUUR EN TENUITVOERLEGGING VAN DE GMO IN DE SECTOR BANANEN

Als onderdeel van de verwezenlijking van de interne markt is op 13 februari 1993 een gemeenschappelijke marktordening in de sector bananen vastgesteld en verankerd in Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad[2]. Deze verordening heeft onder meer betrekking op kwaliteits- en handelsnormen, telersverenigingen, steun voor communautaire telers en handel met derde landen. De GMO voor bananen is in de loop der jaren herhaaldelijk gewijzigd; de belangrijkste wijzigingen zijn in 1998 en 2001 doorgevoerd en betroffen met name de invoerregeling.

1.1. Telersverenigingen

Elke communautaire bananenteler is lid van één van de 21 telersverenigingen, die als volgt over de productiezones zijn verdeeld:

Canarische eilanden | 5 |

Guadeloupe | 2 |

Martinique | 4 |

Madeira | 2 |

Azoren | 5 |

Algarve | 1 |

Kreta | 1 |

Lakonië | 1 |

[Cyprus | 1, nog op te richten]. |

De minimumomvang van de vereniging, uitgedrukt in aantal telers en hoeveelheid afgezette bananen, varieert naar gelang van de productiestructuur in de betrokken productiezone.

1.2. Compenserende steun

De compenserende steun wordt berekend aan de hand van het verschil tussen:

- de "forfaitaire referentieopbrengst" van in de Gemeenschap geteelde en afgezette bananen, en

- de "gemiddelde productieopbrengst" in het betrokken jaar op de markt van de Gemeenschap voor in de Gemeenschap geteelde en afgezette bananen.

De oorspronkelijke forfaitaire referentieopbrengst franco uitgang pakloods is bepaald op basis van de informatie over de in 1991 opgetekende gemiddelde prijzen. Deze waarde is in 1998 met 5% en vanaf 1999 met maximaal 8% verhoogd als resultaat van de Landbouwraad van juni 1998. Momenteel bedraagt de forfaitaire referentieopbrengst 64,03 euro/100 kg.

De maximumhoeveelheid communautaire bananen die in aanmerking komen voor compenserende steun, is vastgesteld op 867 500 ton. Opgesplitst naar productiezone levert dit het volgende beeld op:

Canarische eilanden | 420 000 t |

Guadeloupe | 150 000 t |

Martinique | 219 000 t |

Madeira, de Azoren en Algarve | 50 000 t |

Kreta en Lakonië | 15 000 t |

Cyprus | 13 500 t. |

In 2001 heeft de Raad de lidstaten gemachtigd[3] om voor bananen die afkomstig zijn van nieuwe bananenarealen, geen compenserende steun toe te kennen. Deze bepaling kan worden toegepast, wanneer er volgens de lidstaat een risico bestaat voor de duurzame ontwikkeling van de productiezones, en met name voor de instandhouding van het milieu, de bescherming van de bodem en de karakteristieke landschapskenmerken. Spanje is bij een beschikking van de Commissie van 31 mei 2002[4] gemachtigd om een tijdelijke maatregel tot uitsluiting van compenserende steun in te voeren voor afgezette producten die afkomstig zijn van op of na 1 juni 2002 aangeplante nieuwe bananenarealen.

De Gemeenschapsmiddelen voor compenserende steun variëren naar gelang van de marktprijzen voor de communautaire telers en de afgezette hoeveelheden in het betrokken jaar. In de periode 1999-2003 bedroegen de gemiddelde jaarlijkse uitgaven 249 miljoen euro.

Productiezones met een gemiddelde productieopbrengst die ten minste 10% lager lag dan de gemiddelde communautaire opbrengst, hebben aanvullende steun gekregen. Om de communautaire telers aan te zetten tot een meer marktgerichte aanpak, is het toegekende bedrag van de aanvullende steun omgekeerd evenredig aan het verschil tussen de regionale en de communautaire prijs.

In het kader van de lopende evaluatie van de GMO zal tevens grondig worden gekeken naar de werking en de kosteneffectiviteit van de voor de interne markt geldende regeling en naar eventuele problemen bij de tenuitvoerlegging ervan.

Gedetailleerde gegevens over de compenserende steun (basissteun en aanvullende steun) en over de begrotingsuitgaven voor de periode 1999-2003 zijn opgenomen in bijlage 1.

1.3. Structuurmaatregelen

Bananentelers komen bovendien in aanmerking voor structurele steun in het kader van de maatregelen voor de plattelandsontwikkeling, die gelden voor verschillende producten en worden gefinancierd in het kader van het EOGFL. De rechtsgrond voor deze steun is Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad[5].

In het kader van de maatregelen voor plattelandswikkeling mag in de volgende drie gevallen steun voor bananen worden verleend: voor investeringen in landbouwbedrijven, voor de verbetering van de verwerking en de afzet en voor milieumaatregelen in de landbouw. Maatregelen van die strekking zijn opgenomen in de operationele programma's van de productiezones. In de evaluatie zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de synergie tussen de verschillende communautaire steuninstrumenten die in de bananensector van kracht zijn.

1.4. Handel met derde landen

1.4.1. Invoerregeling (EU-15)

De invoerregeling is in 1998 en 2001 ingrijpend gewijzigd.

De hervorming van 1998 is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1637/98 van de Raad[6] van 28 juli 1998 en ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. 2362/98 van de Commissie[7] van 28 oktober 1998. De gewijzigde regeling is op 1 januari 1999 in werking getreden. De indeling van de marktdeelnemers op basis van categorie en functie is losgelaten ten voordele van een indeling in “traditionele marktdeelnemers” en “nieuwkomers”. De nieuwkomers hebben toegang gekregen tot een groter aandeel van het tariefcontingent – 8% in plaats van de oorspronkelijke 3,5%. De toewijzingen voor de “traditionele marktdeelnemers” zijn vastgesteld op basis van de recente “daadwerkelijke invoer”, d.i. de hoeveelheid die in het vrije verkeer is gebracht en waarvoor invoerrechten zijn betaald. De certificaten mogen worden gebruikt voor de invoer van dollar- en ACS-bananen ("single pot").

In januari 2001 heeft de Raad besloten dat uiterlijk in januari 2006[8] een zuiver tarifaire importregeling moet worden ingevoerd. Conform de in april 2001 gesloten akkoorden tussen de EU en respectievelijk de Verenigde Staten van Amerika en Ecuador is sinds 1 juli 2001 een tijdelijke op invoercertificaten gebaseerde invoerregeling van kracht.De in november 2001 verkregen afwijkingen van de artikelen I en XIII van de GATT voorzien in de mogelijkheid contingent C (750 000 ton) voor te behouden voor ACS-landen en een nulrecht toe te passen op de invoer van ACS-bananen in het kader van de drie tariefcontingenten A, B en C. Hiertoe is de gemeenschappelijke marktordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 216/2001 van de Raad van 29 januari 2001 en Verordening (EG) nr. 2587/2001 van de Raad[9] van 19 december 2001. De uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 896/2001 van de Commissie[10] van 7 mei 2001.

De volgende drie contingenten zijn van toepassing:

- contingent A: 2 200 000 ton tegen een geconsolideerd recht van 75 euro/ton (0 voor ACS-bananen);

- contingent B (autonoom tariefcontingent): 453 000 ton tegen een recht van 75 euro/ton (0 voor ACS-bananen);

- contingent C: 750 000 ton tegen een recht van 0 euro/ton (alleen voor ACS-bananen).

In het kader van de contingenten A en B mogen bananen van om het even welke oorsprong worden ingevoerd, terwijl het contingent C uitsluitend mag worden benut door ACS-landen. Voor buiten de contingenten ingevoerde bananen geldt een invoerrecht van 680 euro/ton; voor ACS-bananen is een tariefpreferentie van 300 euro/ton van kracht.

Van de in het kader van het contingent A/B beschikbare hoeveelheden wordt 83% toegewezen aan “traditionele marktdeelnemers” en 17% aan “niet-traditionele marktdeelnemers”. Voor het contingent C is dat respectievelijk 89% en 11%.

Bij het beheer van de regelingen betreffende de invoercertificaten voor de traditionele marktdeelnemers wordt uitgegaan van historische referenties. De referentiehoeveelheid voor elke traditionele marktdeelnemer wordt voor het jaar 1998 vastgesteld op basis van het gemiddelde van zijn primaire invoer in 1994, 1995 en 1996. Om tot actuele cijfers te komen, zijn de referentiehoeveelheden voor de traditionele marktdeelnemers voor 2004 en 2005 berekend op basis van het gebruik van invoercertificaten in respectievelijk 2002 en 2003.

1.4.2. Het gebruik van certificaten en de marktdeelnemers (EU-15)

Voor de invoer van bananen in de Gemeenschap moet gebruik worden gemaakt van invoercertificaten, die op verzoek van geregistreerde marktdeelnemers worden afgegeven door de lidstaten. De certificaten zijn in de hele Gemeenschap geldig.

In de periode januari 1999-juni 2001 zijn de voor dollarbananen beschikbare certificaten nagenoeg volledig benut. Voor bananen van de traditionele ACS-leveranciers[11] daarentegen lag de benuttingsgraad lager. In 1999 hebben de traditionele marktdeelnemers 88% van de voor hen beschikbare certificaten gebruikt en de nieuwkomers slechts 36%. In 2000 was dat respectievelijk 84% en 46 %. In dezelfde periode stonden er 625 traditionele marktdeelnemers geregistreerd; het aantal nieuwkomers is gestaag toegenomen tot 1 383 in de tweede helft van 2001.

In 2001, een overgangsjaar, zijn de certificaten voor het contingent A/B volledig benut; voor het contingent C bedroeg de benuttingsgraad 86,6%. De cijfers voor de daaropvolgende jaren geven een verdere verbetering te zien. In 2002 zijn de certificaten voor het contigent A/B weer volledig opgebruikt; voor het contingent C lag de benuttingsgraad op 95%. In 2003 zijn alle contingenten voor 100% benut.

In de periode juli 2001-2003 is het aantal traditionele marktdeelnemers nagenoeg stabiel gebleven (174 in 2003, waarvan er 147 intekenden op het contingent A/B en 26 op het contingent C).

Het aantal niet-traditionele marktdeelnemers is in die periode gestaag toegenomen, vooral in het kader van het contingent C. Het aantal niet-traditionele marktdeelnemers in het kader van het contingent A/B is gestegen van 188 in de tweede helft van 2001 tot 220 in 2003. Voor het contingent C bedragen deze cijfers respectievelijk 37 en 79.

1.4.3. Naar aanleiding van de uitbreiding getroffen overgangsmaatregelen (EU-10)

Voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 was voor de invoer in de nieuwe lidstaten een extra hoeveelheid van 300 000 ton beschikbaar[12]. Voor 2005 is de extra hoeveelheid vastgesteld op 460 000 ton[13].

De extra hoeveelheid is op voorlopige basis vastgesteld en wordt apart beheerd, zij het met de mechanismen en instrumenten die ook voor de contingenten A/B en C worden ingezet. Met de vaststelling van de extra hoeveelheid mag niet worden vooruitgelopen op het resultaat van de WTO-onderhandelingen. De betrokken hoeveelheid kan worden verhoogd, indien de vraag dat rechtvaardigt.

1.4.4. Onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT

Op 19 januari 2004 heeft de Europese Gemeenschap de WTO ervan in kennis gesteld dat zij de EG-lijst CXL en de lijsten van de tien nieuwe lidstaten intrekt, dat zij de EG-lijst CXL voor de 25 lidstaten tijdelijk toepast in afwachting van de beëindiging van de onderhandelingen over compenserende aanpassingen en dat zij bereid is te onderhandelen over compenserende aanpassingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT. Op 22 maart 2004 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om onderhandelingen met de handelspartners van de Gemeenschap te voeren in het kader van artikel XXIV, lid 6.

Op 4 juni 2004 heeft de Commissie van de Raad de machtiging gekregen om tot onderhandelingen in het kader van artikel XXVIII over te gaan. Op 15 juli 2004 heeft de Commissie de WTO op de hoogte gebracht van haar voornemen om aan de in het kader van de GATT vastgestelde communautaire invoertarieven wijzigingen aan te brengen waar het de verplichtingen met betrekking tot bananen betreft. De onderhandelingen zijn in november van start gegaan.

2. BIJZONDERE KADERREGELING VOOR BIJSTAND TEN BEHOEVE VAN DE TRADITIONELE ACS-LEVERANCIERS VAN BANANEN

Om de concurrentieproblemen aan te pakken, heeft de EG een bijzondere kaderregeling voor bijstand ten behoeve van de traditionele ACS-leveranciers van bananen ingevoerd. De kaderregeling is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 856/1999 van de Raad[14] van 22 april 1999 en heeft tot doel de traditionele ACS-leveranciers te helpen zich aan de veranderende marktsituatie aan te passen. De middelen die in het kader van de regeling ter beschikking worden gesteld, moeten de begunstigde landen helpen de concurrentiepositie van de bananensector te versterken en de diversificatie te steunen wanneer een duurzame verbetering van die positie niet tot de mogelijkheden behoort.

In de periode 1999-2003 is in totaal 216,18 miljoen euro aan de begunstigde landen toegewezen. De bijstand is vooral ten goede gekomen aan de Bovenwindse Eilanden[15], waar 51% van de middelen binnen de periode is toegewezen.

De Commissie brengt bij het Europees Parlement en de Raad geregeld verslag uit over de tenuitvoerlegging van deze bijzondere kaderregeling.

3. MARKTTENDENSEN

3.1. Bevoorrading van de communautaire markt

Grafieken over deze materie zijn opgenomen in bijlage 2.

3.1.1. Productie in de EU

Met in totaal 754 000 ton heeft de EU-15 in 2003 circa 1% van de wereldproductie van dat jaar voor haar rekening genomen (grafiek 2).

In de periode 1999-2003 schommelde de productie van de EU-15 rond de 750 000 ton en is ze in totaal met 3,5% gestegen. Hierbij moet worden aangetekend dat de productie in de lidstaten in die periode op verschillende manieren is geëvolueerd (grafiek 3).

3.1.2. Invoer in de EU

Per jaar wordt op de markt van de EU-15 ruwweg 4 miljoen ton bananen afgezet. De hoeveelheid is weliswaar onderhevig aan schommelingen, maar is in de periode 1999-2003 in elk geval met 5% toegenomen. Circa 82% van de in de “oude” lidstaten geconsumeerde bananen, d.i. 3,4 miljoen ton, wordt ingevoerd (in 2003). Deze hoeveelheid bestaat voor 63% uit dollarbananen (van oorsprong uit Latijns Amerika) en voor 19% uit ACS-bananen. Het resterende marktaandeel van 18% wordt ingenomen door bananen van communautaire oorsprong (grafiek 1).

Het aandeel van deze drie groepen bananen op de communautaire markt is in de loop der jaren relatief stabiel gebleven. De som van de drie hoeveelheden verandert evenmin nauwelijks, in tegenstelling tot de structuur van de invoer in de dollargroep en vooral in de groep ACS-leveranciers (grafiek 6).

In de groep leveranciers van dollarbananen is de suprematie van de grootste vier exporteurs (Ecuador, Costa Rica, Colombia en Panama) altijd een constante geweest; zij laten met 97% van de in de EU ingevoerde dollarbananen de andere leveranciers ver achter zich (grafieken 4 en 7).

Het aandeel van de respectieve ACS-leveranciers in de invoer naar de EU is aan heel wat verschuivingen onderhevig geweest. De totale invoer uit het Caribisch gebied is in de periode 1999-2003 met 9,6% gedaald en bedraagt momenteel 36,8% van de totale invoer uit de ACS-landen. De daling is vooral geprononceerd in het geval van de Bovenwindse Eilanden (-51,1%). De Dominicaanse Republiek heeft daarentegen in dezelfde periode haar uitvoer naar de EU zien stijgen met 159% en neemt momenteel 14% van de communautaire invoer uit de ACS-landen voor haar rekening (in 1999 was dit nog 6%). De Afrikaanse ACS-landen, met name Kameroen, zorgen momenteel voor 37% van de totale invoer uit de ACS-landen, wat neerkomt op een stijging van 83% tussen 1999 en 2003.

Polen is overigens de grootste bananenimporteur van de tien nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 tot de EU zijn toegetreden. In 2003 bestond de bananeninvoer in de nieuwe lidstaten voor 98% uit dollarbananen. Ecuador heeft met 49% het grootste marktaandeel, gevolgd door Colombia met 21%, Panama met 13% en Costa Rica met 12%. Bananen van Caribische oorsprong zijn nagenoeg afwezig op de markt. Het aandeel Afrikaanse ACS-bananen bedraagt 2% (grafiek 9).

3.1.3. Prijzen

3.1.3.1. Groene bananen

De cif-invoerprijzen zijn in de periode 1999-2003 met 8% gestegen en bedroegen in 2003 gemiddeld 598 euro per ton ACS- of dollarbananen (grafieken 10, 11, 12 en 13).

3.1.3.2. Gele bananen

De groothandelsprijzen voor gele bananen op de communautaire markt hebben in de loop der jaren een aantal schommelingen doorgemaakt. In de periode 1999-2003 lagen ze gemiddeld rond de 808 euro per ton (grafieken 14 en 15).

In dezelfde periode bedroeg het verschil tussen de cif-prijs en de groothandelswaarde gemiddeld 28% voor ACS-bananen en 55% voor dollarbananen.

ANNEX I

[pic]

ANNEX 2

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[pic]

[1] PB L 47 van 25.2.1993, blz. 1. Artikel gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1637/98 van de Raad (PB L 120 van 28.7.1998, blz. 28).

[2] PB L 47 van 25.2.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

[3] Verordening (EG) nr. 2587/2001 van de Raad (PB L 345 van 19.12.2001, blz. 13).

[4] Beschikking 2002/414/EG van de Commissie (kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 2029), PB L 148 van 6.6.2002, blz. 28).

[5] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 583/2004 (PB L 91 van 30.3.2004, blz. 1).

[6] PB L 120 van 28.7.1998, blz. 28.

[7] PB L 293 van 31.10.2004, blz. 32. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1632/2000 (PB L 187 van 26.7.2000, blz. 27).

[8] Verordening (EG) nr. 216/2001 (PB L 31 van 2.2.2001, blz. 2).

[9] PB L 345 van 29.12.2001, blz. 13.

[10] PB L 126 van 8.5.2001, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 838/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 52).

[11] 12 ACS-landen: Belize, Kameroen, Kaapverdië, Ivoorkust, Dominica, Grenada, Jamaica, Madagascar, Somalië, Saint Lucia, Saint Vincent, Suriname.

[12] Verordening (EG) nr. 838/2004 van de Commissie (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 52).

[13] Verordening (EG) nr. 1892/2004 van de Commissie (PB L 328 van 30.10.2004, blz. 50).

[14] PB L 108 van 27.4.1999, blz. 2.

[15] Dominica, Grenada, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines.

Top