Help Print this page 
Title and reference
Mededeling van de Commissie over de sociale agenda

/* COM/2005/0033 def. */
Multilingual display
Text

52005DC0033




Brussel, 9.2.2005

COM(2005) 33 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

over de sociale agenda

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

De sociale agenda

"Een sociaal Europa in de wereldeconomie: banen en nieuwe kansen voor iedereen". Dat is het devies van de tweede fase van de sociale agenda in de periode tot en met 2010. De Commissie wijst er in haar mededeling over de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon op dat onze gemeenschappelijke en in de Grondwet verankerde doelstelling erin bestaat te zorgen voor "de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei, van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en van een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu".

De Commissie hecht veel belang aan de modernisering en de ontwikkeling van het Europese sociale model en de bevordering van de sociale samenhang als integrerend onderdeel van de strategie van Lissabon[1] en de strategie voor duurzame ontwikkeling[2]. In deze agenda worden de prioriteiten opgesomd die als richtsnoer moeten dienen voor het beleid van de Europese Unie op dit gebied.

De herziening van de sociale agenda dient als aanvulling op en ondersteuning van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon, waarin vooral aandacht aan groei en banen werd geschonken. De agenda speelt een sleutelrol bij de bevordering van de sociale dimensie van de economische groei.

Tussen 2000 en 2004 is al aanzienlijke vooruitgang geboekt. Het is nu vooral zaak de acties van de sociale agenda beter uit te voeren op basis van beginselen die hun waarde hebben bewezen. Dankzij deze beginselen moet het mogelijk zijn:

- een geïntegreerde Europese aanpak na te streven die een positieve wisselwerking tussen het economische, sociale en werkgelegenheidsbeleid waarborgt;

- de kwaliteit van de werkgelegenheid, het sociale beleid en de arbeidsverhoudingen te bevorderen zodat het menselijke en sociale kapitaal kan worden verbeterd;

- de sociale beschermingsstelsels te moderniseren en aan de eisen van onze samenlevingen aan te passen door zich op solidariteit te baseren en hun rol van productieve factor te versterken;

- rekening te houden met de "kostprijs van een gebrek aan sociaal beleid".

De sociale agenda levert ontegenzeggelijk een meerwaarde op. Dankzij de sociale agenda kunnen de nationale stelsels gemakkelijker worden gemoderniseerd tegen de achtergrond van diepgaande economische en sociale veranderingen. De sociale agenda bevordert het harmonieuze functioneren van de interne markt door respect voor grondrechten en gemeenschappelijke waarden te waarborgen.

Het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren in zijn standpunten over de sociale aspecten van de strategie van Lissabon het belang van deze aanpak beklemtoond.

De agenda is mede gebaseerd op het deskundigenverslag over de toekomst van het sociale beleid en het recente derde verslag van de groep-Kok ("De uitdagingen aangaan", oktober 2004). Voorts laat de agenda zich inspireren door de open en interactieve debatten die tijdens het tweede semester van 2004 in het kader van het Nederlandse voorzitterschap zijn georganiseerd.

De agenda ontwikkelt een tweeledige strategie.

In de eerste plaats wordt de rol beklemtoond die de sociale agenda speelt bij het vergroten van het vertrouwen van de burgers. Vertrouwen is van essentieel belang om de veranderingen in goede banen te leiden en speelt psychologisch een sleutelrol bij de bevordering van de economische groei. De agenda beschrijft de combinatie van communautaire instrumenten die nodig is voor een betere uitvoering van de agenda. In dit verband worden drie belangrijke voorwaarden voor succes vermeld: een intergenerationele aanpak, een partnerschap voor veranderingen en de noodzaak om de mogelijkheden van de mondialisering te benutten.

In de tweede plaats beschrijft de agenda belangrijke acties in het kader van twee hoofdthema's van de strategische doelstellingen van de Commissie in 2005-2009[3]: (1) werkgelegenheid (onder de doelstelling welvaart) en (2) gelijke kansen en integratie (onder de doelstelling solidariteit). De agenda verbindt de consolidering van een gemeenschappelijke Europese kern met de uitvoering van gediversifieerde acties die aan specifieke behoeften beantwoorden. De agenda illustreert zo het devies "In verscheidenheid verenigd" van het ontwerp voor een constitutioneel verdrag.

1. HET VERTROUWEN VERGROTEN – MIDDELEN EN VOORWAARDEN VOOR SUCCES

1.1. Het vertrouwen vergroten

De agenda beoogt de modernisering van het Europese sociale model, met name door de collectieve capaciteit om te handelen en iedereen nieuwe kansen te bieden te vergroten.

De drijvende krachten achter de veranderingen – de toegenomen concurrentie op wereldvlak, de technologische ontwikkeling en de demografische vergrijzing – zullen zich voor het einde van dit decennium nog intenser doen gevoelen. Er blijft ook nog een aantal grote problemen over: de lage arbeidsparticipatie, de werkloosheid, de armoede en de vormen van ongelijkheid en discriminatie.

De voorgestelde maatregelen beogen door de modernisering van het sociale beleid de burgers vertrouwen te geven in hun vermogen om deze veranderingen in goede banen te leiden.

1.2. De instrumenten

De EU beschikt over tal van instrumenten om de sociale agenda uit te voeren: de wetgeving, de sociale dialoog, de financiële instrumenten (vooral het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het programma PROGRESS), de open coördinatiemethode (die de lidstaten steun verleent bij de modernisering van de werkgelegenheid en de socialebeschermingsstelsels) en het mainstreamingbeginsel. De band tussen het ESF en het door de sociale agenda vastgestelde beleidskader zal worden versterkt. Het ESF zal de lidstaten steunen bij de uitvoering van de richtsnoeren en de aanbevelingen van de werkgelegenheidsstrategie en de doelstellingen van de EU op het gebied van sociale integratie.

Het ESF investeert rechtstreeks in beleidsmaatregelen die op Europees niveau zijn overeengekomen en in de lidstaten worden uitgewerkt. Het ESF levert een concrete Europese meerwaarde op en houdt tegelijkertijd rekening met de situatie in elk land. De investeringen in opleidingen en de bevordering van een sociaal kapitaal dat vertrouwen schept en partnerschappen stimuleert, zijn van groot belang voor de verwezenlijking van de economische, sociale en werkgelegenheidsdoelstellingen. Ze kunnen de achterstand bij de uitvoering van de hervormingen helpen inhalen.

Er doen zich grote sociaal-economische ongelijkheden voor in de lidstaten en de regio's die uit hoofde van de voorgestelde rubriek "Convergentie" voor steun in aanmerking zullen komen: groei en samenhang kunnen er niet worden gerealiseerd zonder financiële steun van de Gemeenschap. In de lidstaten die uit hoofde van de voorgestelde rubriek "Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" financiële steun zullen genieten, zal het ESF als katalysator fungeren. Het ESF zal er ook steun aan kennisuitwisselingen verlenen.

De complementariteit tussen de sociale agenda enerzijds en de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon en de strategie voor duurzame ontwikkeling anderzijds maakt een koppeling aan andere communautaire beleidsmaatregelen op het gebied van interne markt, industrie, mededinging en handel noodzakelijk. Deze aanpak impliceert dat ten volle rekening wordt gehouden met werkgelegenheid en sociale thema's in het kader van andere beleidsmaatregelen van de Gemeenschap en vice versa. Het door de Commissie ontwikkelde geïntegreerde effectbeoordelingsinstrument levert in dit verband een waardevolle methodologische bijdrage. De sociale agenda laat zich in dit opzicht inspireren door het consitutioneel verdrag, waarin het belang van een geintegreerde aanpak wordt benadrukt.

1.3. Drie voorwaarden voor succes

De agenda kan alleen succes oogsten als alle delen van de Europese bevolking erbij worden betrokken: de veranderingen moeten gebaseerd zijn op een nieuwe intergenerationele aanpak. Ook mogen de doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, solidariteit en sociale integratie niet worden gescheiden van de gemondialiseerde economie, waar het concurrentievermogen en de aantrekkelijkheid van Europa op het spel staan. Deze dubbele opening vergt de volledige en actieve deelname van alle betrokken actoren.

1.3.1. Een intergenerationele aanpak: kansen voor de jeugd

1.3.1.1. Een groenboek over de intergenerationele dimensie

Europa wordt met grote uitdagingen geconfronteerd: de veranderingen als gevolg van de demografische ontwikkeling van de Europese bevolking, de aanpassing van de socialebeschermingsstelsels en de pensioenstelsels aan deze veranderingen en de noodzaak om deze kwesties aan de migratieproblematiek te koppelen.

Het is bijgevolg zaak om de toekomstige problemen op het punt van de intergenerationele relaties en de positie van gezinnen te analyseren. De Commissie zal daarom in 2005 een groenboek over de intergenerationele dimensie indienen.

Een groenboek over de intergenerationele dimensie: een analyse van de demografische veranderingen in Europa en de gevolgen ervan

1.3.1.2. Een bijdrage aan het Europees initiatief voor de jeugd

Een engagement ten behoeve van de jeugd – vooral met het oog op een dynamische intergenerationele relatie – geeft blijk van vertrouwen in de toekomst en verwerpt het fatalistische beeld van vergrijzing en scepticisme. Dit engagement wordt belichaamd door het Europees initiatief voor de jeugd.

Het engagement van de sociale partners in de vorm van een (reeds aangekondigd) intergenerationeel partnerschap zal een cruciale bijdrage aan dit initiatief leveren, evenals de integratie van het thema jongeren in de werkgelegenheidsstrategie en de strategie ter bevordering van sociale integratie.

Een intergenerationeel partnerschap: een bijdrage aan het Europees initiatief voor de jeugd

1.3.2. Het partnerschap ter ondersteuning van veranderingen

Het partnerschap tussen de autoriteiten, de sociale partners en de civiele samenleving is van cruciaal belang voor het succes van het Europese beleid. Om de hervormingen te ondersteunen heeft de Europese Raad van maart 2004 de lidstaten opgeroepen partnerschappen ter ondersteuning van veranderingen op te zetten.

Er moet ook een balans worden opgemaakt van de geboekte vooruitgang bij het streven alle actoren bij de uitvoering van het Europese beleid te betrekken. De Commissie stelt daarom voor:

jaarlijks een bijeenkomst van alle actoren te organiseren om de uitvoering van de agenda te evalueren

1.3.3. De externe dimensie

Het verslag van de Wereldcommissie voor de sociale dimensie van de globalisering en de eigen voorstellen van de Commissie vormen een goede basis om aanzienlijke vooruitgang te boeken bij de versterking van de sociale dimensie van de globalisering.

- De agenda wil gebruikmaken van de kennisuitwisseling tussen de EU en haar partners over de nauwe band tussen economische en sociale vooruitgang, rekening houdend met de effecten van buitenlandse handel voor het concurrentievermogen: in de eerste plaats met de kandidaat-lidstaten, de buurlanden en andere derde landen, zoals geïndustrialiseerde landen (VSA, Japan), groei-economieën (China, Brazilië, India, Zuid-Afrika) en ontwikkelingslanden;

- in de tweede plaats met internationale organisaties (IAO, OESO, VN) en bij de economische governance betrokken organisaties (IMF, Wereldbank, WHO). Doel is meer rekening te houden met de sociale dimensie van de globalisering en de sociale pijler van duurzame ontwikkeling.

De Wereldcommissie voor de sociale dimensie van de globalisering heeft ervoor gepleit fatsoenlijk werk voor iedereen wereldwijd op alle niveaus te bevorderen. Deze doelstelling strookt met de ontwikkelingsdoelstellingen voor het millennium, de toezeggingen van de sociale wereldtop van Kopenhagen en de economische governance.

Verder zal de Commissie een interdepartementele groep oprichten om de aandacht voor de externe dimensie van werkgelegenheid, sociaal beleid en fatsoenlijk werk te bevorderen.

De integratie van het Europese sociale model in de externe dialoog en de maatregelen op bilateraal, regionaal en multilateraal niveau De bevordering van fatsoenlijk werk als een wereldwijde doelstelling op alle niveaus |

2. DE TWEE PRIORITAIRE THEMA'S

2.1. Op weg naar volledige werkgelegenheid: werk een reële optie voor iedereen maken, de arbeidskwaliteit en de productiviteit verhogen en veranderingen anticiperen en in goede banen leiden

Volledige werkgelegenheid

Een vernieuwde cyclus van de Europese werkgelegenheidsstrategie in 2005 in het kader van de tussentijdse evaluatie van Lissabon

Een ESF dat de convergentie, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen bevordert

Anticipatie en positief beheer van veranderingen: een strategische aanpak

Om de doelstellingen van Lissabon op het gebied van groei en werkgelegenheid te verwezenlijken heeft Europa behoefte aan een groter aantal actieve en ook productievere werknemers om langdurige economische groei te stimuleren, de werkloosheid en de regionale ongelijkheden te bestrijden en de sociale samenhang te bevorderen. Europa moet daarom aandacht schenken aan de kwantiteit en de kwaliteit van banen en aan de arbeidsproductiviteit. Verder moet Europa nagaan hoe de kwestie van de economische migratie kan worden aangepakt.

Als onderdeel van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon heeft de Commissie een vernieuwde cyclus voorgesteld die nieuwe richtsnoeren omvat en aansluit bij de rationalisering van de coördinatiecycli van het economische beleid op Europees niveau. De vier prioriteiten die de taskforce werkgelegenheid onder leiding van Wim Kok in 2003 heeft voorgesteld (verslag "Jobs, jobs, jobs"), zullen de kern van deze cyclus vormen om:

- het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven te vergroten;

- de arbeidsmarkt voor meer mensen aantrekkelijk te maken (te houden);

- meer en doeltreffender in menselijk kapitaal te investeren;

- reële hervormingen dankzij een betere governance te waarborgen.

Met het oog op een betere governance van de Europese werkgelegenheidsstrategie is de Commissie voornemens in 2006 maatregelen te nemen om de ESF-actoren te sensibiliseren. In 2006-2007 zal de Commissie een communicatiecampagne opstarten die zich richt tot parlementen en actoren op alle niveaus.

Tegen de achtergrond van groeiende economische integratie en toenemende wereldwijde concurrentie moet de EU doeltreffender op economische veranderingen kunnen anticiperen en veranderingen initiëren en beheren. Het tempo van de economische veranderingen neemt toe. Herstructureringen, offshoring, outsourcing en zelfs deïndustrialisering worden belangrijker.

De ervaring leert ons dat een actieve aanpak zowel noodzakelijk als mogelijk is. De Commissie zal daarom een strategie rond vier thema's ontwikkelen:

- een grotere wisselwerking tussen Europese beleidsmaatregelen die herstructureringen stimuleren en begeleiden. De Commissie wil in dit verband een forum op hoog niveau opzetten voor alle actoren en belanghebbende partijen.

- een grotere betrokkenheid van de sociale partners, vooral via de tweede fase van het overleg met de sociale partners over herstructureringen en de herziening van de richtlijn over Europese ondernemingsraden (94/45/EG);

- een grotere synergie tussen beleidsmaatregelen en de financiële instrumenten ervan (met name het ESF);

- een nauwere band tussen de Europese werkgelegenheidsstrategie en de ontwikkeling van de wettelijke kaders en de overeenkomsten met de sociale partners, zodat het aanpassingsvermogen van de beroepsbevolking kan worden vergroot en beleidsmaatregelen ter bevordering van levenslang leren en de modernisering van de werkorganisatie kunnen worden ondersteund.

Een nieuwe dynamiek voor de arbeidsverhoudingen

Een wettelijk kader in ontwikkeling

De sleutelrol van de sociale dialoog

De bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen

In een dynamische economie ontwikkelen zich nieuwe arbeidsvormen (bijvoorbeeld schijnzelfstandigen en arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd).

In de context van de economische integratie biedt Europa een aanzienlijke meerwaarde ten aanzien van wat nationaal wordt gedaan.

De Commissie is daarom van plan een groenboek over de ontwikkeling van het arbeidsrecht goed te keuren. De Commissie zal in het groenboek de huidige trends in nieuwe arbeidspatronen analyseren, evenals de rol die het arbeidsrecht speelt door een veiligere omgeving te waarborgen waarin efficiënte overgangen op de arbeidsmarkt worden bevorderd. De discussie waartoe dit document aanleiding zal geven, kan leiden tot voorstellen om de huidige voorschriften te moderniseren en te vereenvoudigen.

De Commissie zal in 2005 een initiatief voorstellen op het gebied van de bescherming van de persoonsgegevens van werknemers. Met het oog op een betere regelgeving (zie de tussentijdse evaluatie van Lissabon) zal de Commissie voorstellen om Richtlijn 2001/23/EG (overgang van ondernemingen) en Richtlijn 98/59/EG (collectief ontslag) te actualiseren en de bepalingen over de voorlichting en de raadpleging van werknemers te consolideren.

Wat de gezondheid en de veiligheid op het werk betreft, zal de Commissie een nieuwe strategie voor de periode 2007-2012 voorstellen. Preventie loont: dankzij minder arbeidsongevallen en beroepsziekten neemt de productiviteit toe, worden de kosten beheerst, neemt de arbeidskwaliteit toe en wordt het menselijk kapitaal van Europa beter benut. De nieuwe strategie moet de aandacht op nieuwe risico's toespitsen en minimumniveaus van bescherming waarborgen in arbeidsomstandigheden waar de bescherming tekortschiet, en voor werknemers die onvoldoende worden beschermd. Dankzij de evaluatie van het huidige programma moet het mogelijk zijn deze nieuwe situaties te omschrijven. Er moet ook bijzondere aandacht worden geschonken aan de kwaliteit van preventiediensten, gezondheids- en veiligheidsopleidingen en andere instrumenten die een betere toepassing van gezondheids- en veiligheidsnormen waarborgen.

Aangezien de kwaliteit van de uitvoering van cruciaal belang is, zal de Commissie zich blijven inspannen om toezicht uit te oefenen op de omzetting en de uitvoering van de wetgeving. Bovendien moeten alle actoren hun verantwoordelijkheden kunnen opnemen met het oog op een doeltreffende uitvoering. Het ESF zal een essentiële rol spelen bij de vergroting van het potentieel van administraties en sociale partners.

De Commissie zal de sociale partners blijven stimuleren om ten volle bij te dragen aan de tussentijdse evaluatie van Lissabon (onder meer door op alle niveaus overeenkomsten te sluiten).

De Commissie respecteert de autonomie van de sociale partners en zal de Europese sociale dialoog op bedrijfstakoverkoepelend en sectoraal niveau blijven bevorderen, vooral door meer logistieke en technische steun te verlenen en de sociale partners te raadplegen op basis van artikel 138 van het EG-Verdrag.

De Commissie zal maatschappelijk verantwoord ondernemen blijven steunen. Om de doeltreffendheid en de geloofwaardigheid van deze praktijken te bevorderen zal de Commissie samen met de lidstaten en de betrokken partijen initiatieven voorstellen om de ontwikkeling en de transparantie van maatschappelijk verantwoord ondernemen verder te versterken.

Naar een Europese arbeidsmarkt

Een facultatief Europees kader voor transnationale collectieve arbeidsonderhandelingen

2006, Europees Jaar van de mobiliteit van werknemers

Om een echte en efficiënte Europese arbeidsmarkt te creëren is het zaak de bestaande directe en indirecte obstakels uit de weg te ruimen en een beleid te ontwikkelen dat de betrokken partijen de mogelijkheid biedt om maximaal voordeel uit de Europese ruimte te halen. In overeenstemming met de tussentijdse evaluatie van Lissabon zal de Commissie voorstellen doen om de obstakels voor de arbeidsmobiliteit (vooral de obstakels die uit de ondernemingspensioenstelsels voortvloeien) uit de weg te ruimen.

Er is in de EU nog voldoende ruimte om de kwaliteit en de productiviteit te verhogen door nauwere samenwerking tussen de economische actoren.

Dankzij een facultatief kader voor transnationale collectieve arbeidsonderhandelingen op bedrijfs- of sectoraal niveau zijn bedrijven en sectoren beter uitgerust om de uitdagingen aan te gaan op gebieden als werkorganisatie, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden en opleidingen. Een facultatief kader biedt de sociale partners een basis om hun vermogen tot transnationaal handelen te versterken. Het is een vernieuwend instrument om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen en kosteneffectieve transnationale oplossingen te bieden. Deze aanpak is stevig verankerd in het door de strategie van Lissabon bepleite partnerschap voor verandering.

De Commissie is van plan een voorstel goed te keuren om de sociale partners de mogelijkheid te geven de aard en de resultaten van transnationale collectieve arbeidsonderhandelingen te formaliseren. Het bestaan van dit instrument is van cruciaal belang, maar het gebruik ervan zal facultatief zijn en volledig afhangen van de wil van de sociale partners.

Het vrije verkeer van personen is bovendien een van de fundamentele vrijheden en een noodzakelijk instrument om economische aanpassingen door te voeren. De versterking van het Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening kan deze mobiliteit bevorderen. Er duikt echter een aantal specifieke problemen op: de overgangsperiode (met betrekking tot werknemers uit de nieuwe lidstaten) en de versterking en de vereenvoudiging van de bepalingen voor de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

De Commissie zal in 2005 een groep van deskundigen uit alle lidstaten oprichten om de gevolgen van de uitbreiding voor de mobiliteit te evalueren en na te gaan hoe de in het kader van de jongste uitbreiding overeengekomen overgangsperioden functioneren. De resultaten zullen worden verwerkt in het verslag dat de Commissie begin 2006 aan de Raad zal voorleggen met het oog op de beslissingen over de overgangsperioden.

De Commissie zal ook studies uitvoeren om permanent toezicht te kunnen uitoefenen op migratiestromen als gevolg van de huidige uitbreiding en toekomstige uitbreidingen.

Ten slotte zullen de modernisering en de aanpassing van de bestaande communautaire voorschriften worden voortgezet door de verordeningen over de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels te wijzigen (Verordening (EEG) nr. 1408/71, Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EEG) nr. 574/72).

2.2. Een hechtere samenleving: gelijke kansen voor iedereen

De modernisering van de sociale bescherming: een sleutelelement van de tussentijdse evaluatie van Lissabon

De open coördinatiemethode (OCM) toepassen op gezondheidszorg en langdurige zorg

Alle lidstaten hebben een begin gemaakt met de hervorming op lange termijn van hun socialebeschermingsstelsels. De OCM biedt gemeenschappelijke doelstellingen maar laat de lidstaten zelf kiezen hoe ze deze doelstellingen willen verwezenlijken. Het ESF draagt in de praktijk bij tot de uitvoering van beleidsmaatregelen ter bevordering van de integratie.

De OCM, die aanvankelijk (vanaf 2000) ter bestrijding van uitsluiting en armoede maar later (vanaf 2002) ook op pensioenen werd toegepast, is door de verschillende partners (nationale regeringen, sociale partners, de civiele samenleving en plaatselijke en regionale actoren) gevalideerd. Ze hebben er ook voor gepleit de OCM vanaf 2006 op de gezondheidszorg en de langdurige zorg toe te passen met het oog op de structurering van de hervormingen rond de drie gemeenschappelijke thema's (universele toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid).

De kwaliteit van de uitvoering moet verder worden verbeterd om deze nationale hervormingen doeltreffender te maken. De Commissie zal voorstellen om de uitvoering van de OCM te rationaliseren en te vereenvoudigen. In het kader van deze rationalisering zal één lijst van voor de drie thema's (integratie, pensioenen en gezondheid) gemeenschappelijke doelstellingen worden opgesteld (inclusief horizontale doelstellingen zoals gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt).

Armoedebestrijding en de bevordering van sociale integratie

Een Gemeenschapsinitiatief inzake minimuminkomensregelingen en de integratie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten

2010, Europees Jaar van de strijd tegen uitsluiting en armoede

Bij het begin van het decennium was het percentage door armoede of hardnekkige armoede bedreigde burgers in de uitgebreide EU zeer hoog (respectievelijk 15% en 9%). Mensen die van reële kansen worden beroofd, worden niet ten volle bij het maatschappelijke leven betrokken. Bovendien worden kwetsbare personen als gevolg van de intergenerationele overdracht van armoede tot permanente uitsluiting veroordeeld. Deze situatie is sociaal en economisch niet houdbaar en bewijst dat er nog steeds grote problemen zijn, hoewel er overal allesomvattende strategieën zijn geïntroduceerd die met de vele facetten van armoede rekening houden.

De Commissie zal in het kader van de nieuwe agenda gevolg geven aan het debat over de nationale minimuminkomensregelingen dat zij in de vorige sociale agenda had beloofd te openen. De lidstaten hebben zich door de OCM laten stimuleren om hun nationale minimuminkomensregelingen doeltreffender te maken. Toch bevinden veel mensen zich nog steeds in een penibele situatie zonder werk of een nationaal minimuminkomen.

De Commissie zal de betrokkenen in 2005 raadplegen over de redenen waarom de bestaande stelsels niet doeltreffend genoeg zijn. De raadplegingen zullen zich toespitsen op de sociale partners, die rechtstreeks bij de uitvoering van integratiemaatregelen via de arbeidsmarkt betrokken zijn, en kunnen leiden tot concrete maatregelen om het kansenaanbod te vergroten. De Commissie zal ook voorstellen om het Europees Jaar in 2010 aan de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting te wijden. Tijdens het Europees Jaar moet de tijdens het decennium geboekte vooruitgang worden gemeten om de bijzondere kwetsbaarheid van de zwakste bevolkingsgroepen te benadrukken.

Verscheidenheid en non-discriminatie bevorderen

Een strategische aanpak ter bestrijding van discriminatie (2005)

2007, Europees Jaar van gelijke kansen

Een nieuwe fase in de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen: een Europees genderinstituut

Bij de uitvoering van het beginsel van gelijke behandeling heeft de EU een hoofdrol gespeeld. De EU heeft ook een voortrekkersrol op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen gespeeld en in de praktijk bijgedragen tot vooruitgang in de lidstaten. De strijd tegen discriminatie is op een harde kern van rechten gebaseerd en verleent prioriteit aan een synergie tussen alle Europese instrumenten.

In 2004 heeft de Commissie een groenboek over gelijkheid en non-discriminatie in een uitgebreide Europese Unie gepubliceerd op basis van meer dan 1500 bijdragen. In 2005 zal de Commissie een mededeling voorleggen met een beschrijving van de geplande beleidsmethode en het beleidskader voor nieuwe maatregelen (met inbegrip van de haalbaarheid en de relevantie van initiatieven ter aanvulling van het bestaande wettelijke kader van de EU). In de mededeling zal ook op het probleem van minderheden (vooral de Roma) worden ingegaan.

De Commissie is voornemens in 2007 een Europees Jaar van gelijke kansen te organiseren om de aandacht op het belang van dit thema en de geboekte resultaten toe te spitsen en de voordelen van verscheidenheid voor de Europese economie en samenleving te illustreren.

De EU is van oudsher bijzonder actief op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen. Ondanks de geboekte vooruitgang doen er zich nog steeds aanzienlijke problemen voor (de salariskloof tussen mannen en vrouwen, de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt, de arbeidsparticipatie van vrouwen, opleidingen, carrière, de combinatie van beroep en gezin, de betrokkenheid bij de besluitvorming). Naar aanleiding van het verloop van de huidige kaderstrategie 2000-2005 zal de Commissie een mededeling over toekomstige beleidsontwikkelingen opstellen met voorstellen om een oplossing voor deze tekortkomingen te vinden. De Commissie zal ook haar jaarverslag tijdens de voorjaarstop voorleggen.

De Europese Raad van juni 2004 heeft gepleit voor de oprichting van een Europees genderinstituut. De Commissie zal binnenkort een voorstel terzake indienen. Dit genderinstituut zou toelaten een bron ter beschikking te stellen waar informatie en goede praktijken kunnen worden uitgewisseld. Het zal de Commissie en de lidstaten ook bij de uitvoering van de communautaire doelstellingen ter bevordering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen helpen en ervoor zorgen dat deze doelstellingen in de beleidsmaatregelen van de Gemeenschap worden geïntegreerd.

Wat de gelijke kansen van gehandicapten ten slotte betreft, zal de Commissie nieuwe edities van haar actieplan voorleggen. Verder zal de Commissie om de twee jaar op de Europese Gehandicaptendag een verslag over de situatie van gehandicapten publiceren.

Sociale diensten van algemeen belang

Naar een verheldering van de rol en de eigenschappen van sociale diensten van algemeen belang

De Commissie heeft in 2004 in haar witboek over diensten van algemeen belang aangekondigd in 2005 een mededeling te publiceren om het kader te verduidelijken waarbinnen sociale diensten van algemeen belang opereren en gemoderniseerd kunnen worden. In deze mededeling zal een lijst worden opgenomen van communautaire beleidsmaatregelen met betrekking tot sociale diensten van algemeen belang. Er zal ook worden beschreven hoe deze diensten zijn georganiseerd en functioneren met het oog op de modernisering en de kwalitatieve verbetering ervan op de verschillende gebieden.

Inzake overheidssteun zal de Commissie in 2005 een besluit op basis van artikel 86, lid 3, van het Verdrag goedkeuren, evenals een communautair kader met betrekking tot de financiering van diensten van algemeen economisch belang. In deze documenten zullen de voorwaarden worden vastgesteld waaronder overheidssteun voor diensten van algemeen economisch belang verenigbaar is met de voorschriften van de Gemeenschap. In het licht van de lopende raadplegingen hierover is de Commissie voornemens een vrijstelling van de aanmeldingsplicht toe te staan voor beperkte compensaties voor de openbare dienst. Er zouden ook speciale voorwaarden kunnen gelden voor ziekenhuizen en ondernemingen voor sociale woningbouw. In de praktijk zou het besluit ten goede moeten komen aan de meeste sociale diensten die diensten van algemeen economisch belang zijn.

[1] COM (2005) 24.

[2] COM (2005) 37.

[3] COM (2005) 12.

Top