Help Print this page 
Title and reference
Mededeling aan de Europese Voorjaarsraad - Samen werken aan werkgelegenheid en groei - Een nieuwe start voor de Lissabon-strategie - Mededeling van Commissievoorzitter Barroso met instemming van vice-voorzitter Verheugen {SEC(2005) 192} {SEC(2005) 193}

/* COM/2005/0024 def. */
Multilingual display
Text

52005DC0024

Mededeling aan de Europese Voorjaarsraad - Samen werken aan werkgelegenheid en groei - Een nieuwe start voor de Lissabon-strategie - Mededeling van Commissievoorzitter Barroso met instemming van vice-voorzitter Verheugen {SEC(2005) 192} {SEC(2005) 193} /* COM/2005/0024 def. */


Brussel, 2.2.2005

COM(2005) 24 definitief

MEDEDELING AAN DE EUROPESE VOORJAARSRAAD

Samen werken aan werkgelegenheid en groeiEen nieuwe start voor de Lissabon-strategie

Mededeling van Commissievoorzitter Barrosomet instemming van vice-voorzitter Verheugen{SEC(2005) 192}{SEC(2005) 193}

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord 3

Groei en werkgelegenheid: een nieuwe start voor de Lissabon-strategie 3

SAMENVATTING 7

1. Groei en werkgelegenheid als hoofddoel 12

2. Een Europees partnerschap voor groei en werkgelegenheid 15

3. Maatregelen ten bate van groei en werkgelegenheid 16

3.1. Een Lissabon-actieprogramma voor de Unie en de lidstaten 16

3.2. Investeren en werken in Europa aantrekkelijker maken 17

3.2.1. De interne markt verbreden en verdiepen 17

3.2.2. Zorgen voor open en concurrerende markten binnen en buiten Europa 19

3.2.3. De Europese en nationale wetgeving verbeteren 20

3.2.4. De Europese infrastructuur uitbreiden en verbeteren 21

3.3. Kennis en innovatie voor groei 22

3.3.1. Investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling verhogen en verbeteren 22

3.3.2. Innovatie, verbreiding van ICT en duurzaam gebruik van hulpbronnen vergemakkelijken 24

3.3.3. Bijdragen tot een sterke Europese industriële basis 27

3.4. Meer en betere banen creëren 28

3.4.1. De arbeidsmarkt aantrekkelijker maken en de stelsels voor sociale bescherming moderniseren 29

3.4.2. Het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt verhogen 31

3.4.3 Meer investeren in menselijk kapitaal door beter onderwijs en betere vaardigheden 32

3.5. Effecten op groei en banen 33

4. Ervoor zorgen dat het partnerschap tot groei en banen leidt 35

Voorwoord

Groei en werkgelegenheid: een nieuwe start voor de Lissabon-strategie

Denk u eens in wat Europa zou kunnen zijn. Denk aan de aangeboren krachten van onze uitgebreide Unie. Denk aan het nog niet benutte potentieel om welvaart te creëren en alle burgers kansen en rechtvaardigheid te bieden. Europa kan voor de rest van de wereld een baken zijn van vooruitgang op economisch, maatschappelijk en milieugebied.

In deze geest van realistisch optimisme heeft de nieuwe Europese Commissie beleidsaanbevelingen vastgesteld voor de tussentijdse evaluatie van de Lissabon-strategie – onze ambitieuze hervormingsagenda die door de Europese Raad in maart 2000 werd gelanceerd.

Europeanen hebben alle reden om optimistisch te zijn over ons economisch potentieel. De successen die behaald zijn tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw hebben een stevig fundament gelegd. Na meer dan een halve eeuw vrede behoort onze economie tot de meest ontwikkelde ter wereld en vormen we een politieke Unie van stabiele en democratische lidstaten. De Unie heeft een interne markt tot stand gebracht, ondersteund door een gezamenlijke munteenheid, die de economische stabiliteit consolideert en mogelijkheden biedt voor verdere economische integratie. We hebben een uniek maatschappelijk model verwezenlijkt, gebaseerd op participatie. Onze normen wat betreft basisonderwijs zijn hoog en de wetenschappelijke basis is van oudsher goed ontwikkeld. In Europa zijn dynamische, innovatieve bedrijven gevestigd, wier concurrentievermogen buitengewoon groot is. In optimale omstandigheden geven zij blijk van een opmerkelijk vermogen tot vernieuwing. Wij hebben meer vooruitgang geboekt met betrekking tot duurzame ontwikkeling dan enige andere regio in de wereld.

Dit hebben we bereikt door als partners samen te werken – Europese instellingen, regeringen en overheden op nationaal, regionaal en lokaal niveau, sociale partners, het maatschappelijk middenveld – allemaal werken we samen naar een gemeenschappelijk doel toe.

Deze erfenis vormt een solide fundament voor de visie die ons verbindt, een visie die bevestigd wordt in de grondwet en die luidt: “De Unie zet zich in voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei, van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en van een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu.”

De afgelopen vijftig jaar is buitengewone vooruitgang geboekt, maar Europa kan niet stil blijven staan nu de wereld verandert. Daarom besloten de staatshoofden en regeringsleiders vijf jaar geleden tot een ambitieus veranderingsprogramma. Zij verbonden zich ertoe de EU tot de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen, een hechtere sociale samenhang en respect voor het milieu.

Vandaag de dag moeten we constateren dat de resultaten hooguit wisselend zijn geweest. Hoewel aan veel basisvoorwaarden voor een Europese wederopleving is voldaan, is er eenvoudigweg te weinig gedaan aan uitvoering op Europees en nationaal niveau. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door het feit dat de economische omstandigheden sinds de start van Lissabon moeilijk waren, maar ook doordat de politieke agenda overbelast is geworden, er onvoldoende coördinatie plaatsvond en de prioriteiten soms met elkaar in strijd waren. Sommigen vinden nu dat we de ambitie van vijf jaar geleden moeten laten varen, maar daar is de Commissie het niet mee eens. De problemen waarvoor we nu geplaatst zijn, zijn nog dringender nu de bevolking vergrijst en de mondiale concurrentie toeneemt. Als we onze verbintenis niet bekrachtigen, en niet met nieuwe energie en doelgerichtheid streven onze ambitie waar te maken, zullen ons Europese maatschappelijke model, onze pensioenen en de kwaliteit van ons leven op korte termijn in het geding komen.

Dat de tijd dringt, wordt bevestigd in een rapport van de groep op hoog niveau onder leiding van Wim Kok, dat in november 2004 verscheen. Hierin wordt een reusachtige taak beschreven. Volgens Kok is “ het uitvoeren van de Lissabon-strategie thans nog dringender dan voorheen omdat het verschil in groei met Noord-Amerika en Azië nog groter is geworden, terwijl Europa de dubbele uitdaging van lage bevolkingsgroei en vergrijzing het hoofd moet bieden. Er is geen tijd te verliezen en er is geen plaats voor zelfgenoegzaamheid. Om de verloren tijd in te halen, moeten we dringend tot een betere uitvoering komen.” Om deze uitdaging het hoofd te bieden, moet Europa de productiviteit en de werkgelegenheid vergroten.

Als de huidige trend doorzet, zal het groeipotentieel van de Europese economie de komende decennia halveren en iets meer dan 1% per jaar gaan bedragen.

De prestaties van Europa wijken af van die van onze concurrenten in andere delen van de wereld. Hun productiviteit is sneller gestegen en zij hebben meer geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Wij moeten nog steeds de structuren creëren nom beter te kunnen anticiperen op veranderingen in onze economie en in de samenleving en hier beter mee om te gaan. En we moeten nog steeds een maatschappelijke visie ontwikkelen waarin de vergrijzing en jeugd geïntegreerd zijn, met name met betrekking tot de ontwikkeling van het arbeidspotentieel. De huidige situatie belooft niet veel goeds voor de groei en sociale cohesie op lange termijn.

De Commissie heeft naar deze uitdaging gehandeld door haar voorstellen te presenteren voor de strategische doelstellingen van de Unie: “ hernieuwde groei is cruciaal voor welvaart, kan opnieuw leiden tot volledige werkgelegenheid en vormt de basis voor sociale rechtvaardigheid en kansen voor iedereen. Hernieuwde groei is ook cruciaal voor de positie van Europa in de wereld en het vermogen van Europa om de middelen te mobiliseren voor de aanpak van verschillende mondiale problemen. ”

We hebben een dynamische economie nodig om onze bredere ambities op het gebied van maatschappij en milieu te voeden. Daarom concentreert de vernieuwde Lissabon-strategie zich op groei en werkgelegenheid. Daartoe moeten we ervoor zorgen dat:

- investeren en werken in Europa aantrekkelijker wordt;

- kennis en innovatie het kloppende hart van de Europese groei zijn;

- beleid opgezet wordt waardoor ondernemingen meer en betere banen kunnen creëren.

Groei en werkgelegenheid centraal stellen gaat hand in hand met het nastreven van doelstellingen op sociaal en milieugebied. De Lissabon-strategie is een essentieel onderdeel van de overkoepelende doelstelling van duurzame ontwikkeling die in het Verdrag beschreven wordt: de welvaart en levensomstandigheden voor deze en toekomstige generaties op duurzame wijze verbeteren. Zowel de Lissabon-strategie als de strategie voor duurzame ontwikkeling dragen bij aan de verwezenlijking van deze doelstelling. Beide strategieën versterken elkaar en richten zich op complementaire maatregelen, maar ze maken gebruik van verschillende instrumenten en kennen verschillende tijdspaden.

De Commissie heeft zich ten volle verbonden aan duurzame ontwikkeling en het moderniseren en bevorderen van het Europese sociale model. Zonder meer groei en werkgelegenheid zal dat niet mogelijk zijn. Onze strategie voor duurzame ontwikkeling en onze sociale agenda zijn geëvalueerd en de komende weken zullen voorstellen worden gepresenteerd, ter voorbereiding op de Europese voorjaarsraad. Daarnaast moeten we samen blijven werken met onze internationale partners om mondiale macro-economische problemen aan te pakken, want het stimuleren van de groei is zowel gunstig voor onze partners als voor de Unie.

“Lissabon” vraagt daarom om onmiddellijke actie en er zijn veel redenen om samen te werken op Europees niveau.

De prijs van niet-samenwerken is hoog en meetbaar en is aangetoond in veel wetenschappelijke onderzoeken. Over de cijfers kan getwist worden, maar we zullen een prijs moeten betalen als we “Lissabon” niet verwezenlijken. Het beste bewijs daarvoor is dat de kloof tussen de potentiële groei van Europa en die van andere economische partners steeds groter wordt. Bredere en diepere economische integratie binnen de uitgebreide Unie biedt echter enorme mogelijkheden.

In de tussentijdse evaluatie wordt beschreven hoe Europa haar doelstellingen op het gebied van groei en werkgelegenheid kan verwezenlijken. Het idee van een Partnerschap voor groei en werkgelegenheid wordt gelanceerd, ondersteund met een communautair actieprogramma en nationale actieprogramma’s met ambitieuze verbintenissen. De evaluatie is opgebouwd rond drie centrale thema’s:

- Ten eerste moeten de Europese maatregelen doelgerichter worden . We moeten al onze inspanningen concentreren op de uitvoering van concreet beleid dat het meeste effect zal sorteren. Dit betekent dat gedane beloften moeten worden nagekomen, dat de in iedere lidstaat reeds in gang gezette hervormingen verder uitgebouwd moeten worden en dat nieuwe maatregelen genomen moeten worden wanneer dit nodig is om ons op koers te houden. De Commissie moet rigoureus prioriteiten stellen, die krachtig ondersteund moeten worden door de Europese Raad en het Europees Parlement.

- Ten tweede moeten we steun voor verandering mobiliseren . Brede en werkelijke betrokkenheid bij de Lissabon-doelstellingen is de beste manier om ervoor te zorgen dat woorden omgezet worden in daden. Iedereen die belang heeft bij het succes van Lissabon moet, ongeacht het niveau waarop zij actie ondernemen, betrokken worden bij de uitvoering van deze hervormingen. Ze moeten participeren in het nationale politieke debat.

- Ten derde moeten we Lissabon vereenvoudigen en stroomlijnen . Dit betekent duidelijker omschrijven wie wat doet, de verslaglegging vereenvoudigen en de uitvoering ondersteunen met communautaire en nationale actieprogramma’s in verband met Lissabon. Er zou een samenhangend pakket Lissabon-“richtsnoeren” moeten zijn als kader voor de acties van de lidstaten, ondersteund door één rapport op EU-niveau en één rapport op nationaal niveau waarin de voortgang wordt beschreven. Hierdoor zal de rapportage voor de lidstaten een aanzienlijk kleinere belasting vormen.

Dit moet gezien worden in het licht van de bredere hervormingen. Voor onze ambitie om te veranderen moeten voldoende middelen worden vrijgemaakt op zowel Europees als nationaal niveau.

Een gezonde macro-economische situatie is essentieel voor serieuze pogingen om het groeipotentieel te doen toenemen en werkgelegenheid te creëren. De veranderingen die worden voorgesteld met betrekking tot het Groei- en stabiliteitspact van de Europese Unie – de Europese regels voor het nationale begrotingsbeleid – moeten onze economie verder stabiliseren, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de lidstaten een belangrijke rol spelen bij het scheppen van voorwaarden voor lange-termijngroei.

Op Europees niveau moet in het debat over het toekomstige financiële kader van de Unie tot 2013 (“de Financiële Vooruitzichten”) rekening gehouden worden met onze ambities in verband met Lissabon: de prioriteiten van Lissabon moeten ondersteund worden in de toekomstige EU-begroting. We moeten steun bieden aan en investeren in een moderne kenniseconomie, onze middelen zodanig gebruiken dat we ons kunnen aanpassen aan de veranderende economische en sociale omstandigheden en programma’s opzetten waarmee de lidstaten op de juiste wijze gestimuleerd worden om hun eigen overheidsuitgaven toe te spitsen op de Lissabon-doelstellingen. De voorstellen van de Commissie voor de Financiële Vooruitzichten weerspiegelen deze prioriteiten.

Als we ambitie, middelen en goede ideeën op elkaar kunnen afstemmen, als we deze voor het eind van dit decennium kunnen omzetten in concrete, blijvende veranderingen, en als we Lissabon kunnen ondersteunen door het gebrek aan investeringen te ondervangen en een nieuwe impuls te geven aan sterkere cohesie in heel Europa, kunnen de Lissabon-doelstellingen alsnog verwezenlijkt worden.

Dat is de nieuwe start die Europa nodig heeft.

SAMENVATTING

Vijf jaar geleden lanceerde de Europese Unie een ambitieuze hervormingsagenda. Het afgelopen jaar heeft de Commissie de geboekte vooruitgang geëvalueerd. Dit leidde tot een stevig debat op Europees en nationaal niveau tussen allen die betrokken zijn bij het succes van Lissabon. Daarnaast kon de Commissie gebruik maken van het werk van de groep op hoog niveau onder leiding van Wim Kok, die in november 2004 verslag uitbracht. Vandaag bestaat er algemene overeenstemming dat Europa nog lang niet alle mogelijkheden voor verandering heeft benut die de Lissabon-strategie biedt. Men is het eens over zowel de kwaal als het middel, maar er is onvoldoende vooruitgang geboekt.

In dit rapport, halverwege Lissabon, wordt nu beschreven hoe we samen kunnen werken aan de toekomst van Europa en hoe we de Lissabon-agenda weer op koers kunnen krijgen.

De hernieuwde Lissabon-strategie – wat verandert er?

De Commissie stelt een nieuwe start voor de Lissabon-strategie voor, waarbij we onze inspanningen zullen concentreren op twee hoofdtaken: sterkere en duurzame groei bewerkstelligen en meer en betere banen creëren . Als we aan deze doelstelling op het gebied van groei en werkgelegenheid voldoen, zullen ook de middelen vrijkomen om onze bredere ambities op economisch, maatschappelijk en milieugebied waar te maken. Of we deze bredere doelstellingen verwezenlijken, zal bepalen of onze hervormingen succesvol zijn. Om dit mogelijk te maken, is een gezonde macro-economische situatie essentieel, met name het nastreven van op stabiliteit gericht macro-economisch beleid en solide begrotingsbeleid.

I Ervoor zorgen dat de strategie wordt uitgevoerd

De uitvoering is de belangrijkste kwestie in verband met de Lissabon-strategie, zowel op Europees als op nationaal niveau. De uitvoering van de hervormingsagenda vereist een nieuw Partnerschap voor groei en werkgelegenheid.

Op EU-niveau zal de Commissie haar centrale rol vervullen in het initiëren van beleid en zorg dragen voor de tenuitvoerlegging.

Parallel hieraan moeten de lidstaten de in het kader van Lissabon afgesproken, maar nog niet uitgevoerde hervormingen doorvoeren. Dit zou ondersteund moeten worden met nationale Lissabon-programma's, waarin beschreven wordt hoe dit zal gebeuren (zie de paragraaf over beheer hieronder).

II Een vernieuwd Lissabon-actieprogramma

Dit rapport beoogt niet de Lissabon-strategie te herschrijven, maar er worden nieuwe maatregelen op Europees en nationaal niveau beschreven waarmee onze visie op Lissabon kan worden waargemaakt.

Investeren en werken aantrekkelijker maken De interne markt verbreden en verdiepen De Europese en nationale regelgeving verbeteren Zorgen voor open en concurrerende markten binnen en buiten Europa De Europese infrastructuur uitbreiden en verbeteren |

We moeten de interne markt verbreden en verdiepen. De lidstaten moeten de bestaande EU-regelgeving beter tenuitvoerleggen zodat bedrijven en consumenten optimaal kunnen profiteren. In een aantal lidstaten zijn belangrijke markten, zoals telecommunicatie, energie en vervoer, alleen op papier opengesteld, terwijl de termijnen voor openstellingen waartoe die lidstaten zich hebben verbonden reeds lang verstreken zijn. |

Er zijn nog steeds belangrijke hervormingen nodig om de interne markt te voltooien en er zou bijzondere aandacht besteed moeten worden aan: financiële dienstverlening, en dienstverlening in het algemeen, het REACH-voorstel, een gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelasting en het gemeenschapsoctrooi. |

Het regelgevend kader moet verbeterd worden. In maart zal de Commissie een nieuw initiatief lanceren voor de hervorming van de regelgeving, waarbij we gebruik zullen maken van externe deskundigen die ons zullen adviseren over de kwaliteit en de methodologie van onze effectbeoordelingen. |

De mededingingsregels moeten reactief toegepast worden. Hierdoor zal het consumentenvertrouwen toenemen. In sectoren als energie, telecommunicatie en financiële dienstverlening zullen concurrentiebelemmeringen op sectoraal niveau onderzocht worden. |

Europese ondernemingen hebben ook een open wereldmarkt nodig. De Unie zal sterk aandringen op de afronding en tenuitvoerlegging van de Doha-ontwikkelingsronde, alsmede op vooruitgang van andere bilaterale en regionale economische betrekkingen. |

Kennis en innovatie voor groei Investeringen in onderzoek en ontwikkeling verhogen en verbeteren Stimuleren van innovaties, de verbreiding van ICT en het duurzaam gebruik van middelen Bijdragen tot een sterke Europese industriële basis |

De overheden van de lidstaten moeten op alle niveaus innovaties ondersteunen en de kennismaatschappij werkelijkheid doen worden. Het feit dat de Unie voortdurend aandacht besteed aan de informatiemaatschappij, biotechnologie en ecologische innovaties zou hen daarbij moeten helpen. |

Zowel de publieke als de particuliere sector moeten meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Op Europees niveau moeten op korte termijn het volgende Kaderprogramma voor onderzoek en een nieuw kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie worden aangenomen door het Europees Parlement. Deze zullen in april worden gepresenteerd. |

Als onderdeel van de ingrijpende hervorming van de staatssteun, die later dit jaar van start zal gaan, zullen de lidstaten, regionale en andere overheden meer speelruimte hebben om onderzoek en innovatie te ondersteunen, met name via het Europese midden- en kleinbedrijf. |

Het verspreiden van kennis via een kwalitatief hoogstaand onderwijssysteem is de beste manier om het concurrentievermogen van de Unie op de lange termijn te garanderen. De Unie moet er met name voor zorgen dat onze universiteiten zich kunnen meten met de beste in de wereld, door de voltooiing van de Europese ruimte voor hoger onderwijs. |

De Commissie zal de oprichting voorstellen van een “Europees technologie-instituut”. |

De Commissie zal innovatiecentra ondersteunen en aanmoedigen die regionale organisaties moeten helpen de beste wetenschappers en ondernemers bij elkaar te brengen, die over de juiste middelen beschikken om ideeën vanuit het laboratorium in de praktijk te brengen. |

De Commissie en de lidstaten moeten innovaties op ecologisch gebied intensiever aanmoedigen. Dergelijke innovaties kunnen de kwaliteit van ons leven aanzienlijk verbeteren, alsmede leiden tot groei en werkgelegenheid, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaam gebruik van hulpbronnen, klimaatverandering en energieverbruik. |

Partnerschappen met de industrie zullen ook gestimuleerd worden via Europese technologie-initiatieven, waarin voortgebouwd wordt op de ervaringen met het satellietnavigatiesysteem Galileo. Het eerste initiatief zou in 2007 van start moeten gaan, zodra het volgende Kaderprogramma voor onderzoek in werking is getreden. |

Meer en betere banen Meer mensen aan het werk helpen en de sociale zekerheid moderniseren Vergroting van het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven en van de flexibiliteit van de arbeidsmarkten Meer investeringen in menselijk kapitaal door middel van beter onderwijs en betere vaardigheden |

De sociale partners worden uitgenodigd voorafgaand aan de Europese voorjaarsraad van 2005 een gezamenlijk Lissabon-actieprogramma op te stellen waarin zij hun bijdrage aan de Lissabon-doelstellingen uiteenzetten. |

De lidstaten en de sociale partners moeten hun inspanningen opvoeren om de arbeidsparticipatie te vergroten, met name door actief werkgelegenheidsbeleid waarmee mensen aan het werk geholpen worden en gestimuleerd worden aan het werk te blijven, door actief ouderenbeleid te voeren waarmee mensen ontmoedigd worden te vroeg met pensioen te gaan, en door de sociale-zekerheidsstelsels te moderniseren zodat ze mensen voldoende zekerheid bieden om veranderingen aan te gaan. |

De toekomst van Europa en van de Lissabon-strategie hangt sterk samen met jongeren. De Unie en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat jongeren dankzij de voorgestelde hervormingen een goede start maken en de vaardigheden verwerven die zij de rest van hun leven nodig zullen hebben. De Unie moet ook haar prioriteiten stellen in verband met de demografische problemen waarmee we te maken zullen krijgen. |

De lidstaten en de sociale partners moeten het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven alsmede de flexibiliteit van de arbeidsmarkt vergroten zodat Europa zich kan aanpassen aan herstructureringen en veranderingen op de markt. |

Nu de beroepsbevolking krimpt, moeten we legale migratie op weloverwogen wijze aanpakken. De Commissie zal voor eind 2005 een plan presenteren op basis van de resultaten van de lopende openbare raadpleging. |

Europa moet meer en beter investeren in onderwijs en opleiding. Door op Europees en nationaal niveau de nadruk te leggen op vaardigheden en levenslang leren, zal het voor mensen gemakkelijker worden om een nieuwe baan te zoeken. Dit zou ondersteund moeten worden met de goedkeuring later dit jaar van het programma voor levenslang leren op EU-niveau en de presentatie in 2006 van de nationale strategieën voor levenslang leren van de lidstaten. |

De Europese beroepsbevolking moet ook mobieler worden. De mobiliteit in de Unie zal bevorderd worden als het kader voor beroepskwalificaties, dat momenteel in behandeling is, op korte termijn wordt goedgekeurd. De Commissie zal in de loop van 2006 voorstellen doen om de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties te vereenvoudigen. De lidstaten zouden de beperkingen van de mobiliteit van werknemers uit de nieuwe lidstaten sneller moeten afschaffen. |

Regionale en lokale autoriteiten zouden projecten moeten opzetten die de verwezenlijking van Lissabon dichterbij brengen. Daartoe krijgt de volgende generatie Structuurfondsen (waaronder de fondsen voor plattelandsontwikkeling) een nieuwe vorm en wordt de nadruk gelegd op het bewerkstelligen van groei en werkgelegenheid op lokaal niveau. |

- III Beter beheer van Lissabon

Het beheer van de Lissabon-strategie moet drastisch verbeteren, zodat de strategie doelmatiger wordt en beter begrepen wordt . Er bestond verwarring over de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de Unie en de lidstaten. De verslagleggingsprocedures overlappen elkaar en zijn te bureaucratisch en er is onvoldoende politieke betrokkenheid.

De Commissie zal een Lissabon-actieprogramma presenteren waarin verduidelijkt wordt wat er moet gebeuren en wie waarvoor verantwoordelijk is.

Daarnaast stelt de Commissie een geïntegreerde aanpak voor om de bestaande Globale richtsnoeren voor het economisch en werkgelegenheidsbeleid te stroomlijnen, binnen een nieuwe economische en werkgelegenheidscyclus . In de toekomst zal de hervormingsagenda uitgevoerd worden door middel van een geïntegreerd pakket richtsnoeren in combinatie met het Lissabon-actieprogramma. Deze zullen macro-economisch beleid, werkgelegenheid, en structurele hervormingen bestrijken. De lidstaten worden op hun beurt geacht na breed nationaal overleg nationale actieprogramma’s voor groei en werkgelegenheid goed te keuren, voorzien van verbintenissen en doelstellingen.

Om dit allemaal te coördineren zouden de lidstaten een “mijnheer” of “mevrouw Lissabon” op regeringsniveau moeten benoemen.

Ook de verslaglegging zal vereenvoudigd worden. Er zal één voortgangsverslag op Europees niveau en één op nationaal niveau moeten worden opgesteld. Dit nieuwe verslagleggingsproces zal een mechanisme bieden waardoor de Europese Raad en het Europees Parlement zich kunnen richten op de hoofdlijnen van het beleid zonder zoals tot dusver jaarlijks overspoeld te worden met de talloze sectorale verslagen.

Dankzij deze aanpak kan de Europese Raad ieder voorjaar gemakkelijker praktisch advies geven en kan de Commissie haar rol als toezichthouder op de Lissabon-doelstellingen vervullen, aanmoedigen en eventueel aanvullende maatregelen voorstellen om Lissabon op koers te houden.

* * *

Op grond hiervan beveelt de Commissie de Europese Raad het volgende aan:

- een nieuw partnerschap voor groei en werkgelegenheid lanceren

- het communautaire actieprogramma bekrachtigen en de lidstaten oproepen eigen nationale actieprogramma’s vast te stellen

- de in dit verslag beschreven nieuwe regels voor het beheer van de Lissabon-strategie goedkeuren zodat het beleid effectiever wordt uitgevoerd op Europees en nationaal niveau en zodat er een echt debat en echte politieke betrokkenheid ontstaan met betrekking tot de Lissabon-doelstellingen.

1. GROEI EN WERKGELEGENHEID ALS HOOFDDOEL

De Lissabon-agenda moest het potentieel van de Unie vrijmaken… | De interne markt, de euro, de recente uitbreiding van de Unie tonen aan dat de Unie in staat is ambitieuze doelstellingen waar te maken. Gedurende meer dan een halve eeuw heeft de Unie vrede en welvaart tot stand gebracht, tegen een veranderende economische, sociale en politieke achtergrond. De Unie heeft dat gedaan door gemeenschappelijke doelstellingen te bepalen en samen te werken aan de verwezenlijking daarvan: de Unie en haar lidstaten, regeringen, het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven en burgers. Deze dynamiek lag ook ten grondslag aan de vaststelling van de ambitieuze hervormingsagenda tijdens de Europese Raad van Lissabon in maart 2000. Er werd een route uitgestippeld naar een breed toegankelijke kenniseconomie met een groot concurrentievermogen, waardoor Europa in staat gesteld zou worden om de grote problemen aan te pakken waarmee ons continent te maken heeft. |

… maar er is onvoldoende vooruitgang geboekt | Vandaag de dag moeten we constateren dat Lissabon van koers is geraakt door de combinatie van de economische situatie, internationale onzekerheid, trage voortgang in de lidstaten en afnemende inzet. De problemen waarvoor we nu geplaatst zijn, zijn echter alleen maar dringender geworden vanwege de mondiale concurrentie en de vergrijzing, die nu duidelijker voelbaar zijn dan vijf jaar geleden. Deze mening wordt gedeeld door de groep op hoog niveau onder leiding van Wim Kok, die in november 2004 verslag uitbracht[1]. Hierin werd benadrukt dat Europa onvoldoende voortgang heeft geboekt met betrekking tot de doelstellingen van de Lissabon-strategie. We moeten daarom het vertrouwen herstellen in het Europese vermogen om de voorwaarden te scheppen om deze doelstellingen te verwezenlijken. Europa kan bogen op haar rijke traditie en diversiteit en haar unieke sociale model en kan voortbouwen op haar recente uitbreiding, waardoor zij de grootste interne markt en het grootste handelsblok ter wereld is geworden. |

Groei en werkgelegenheid zijn het volgende grote Europese project | De belangrijkste conclusie van het verslag-Kok is dat “het bevorderen van de groei en de werkgelegenheid in Europa het volgende grote Europese project is”. De Commissie stelt voor het accent op de Lissabon-agenda nu te leggen op maatregelen die de groei en de werkgelegenheid stimuleren op een wijze die volledig verenigbaar is met de doelstelling van duurzame ontwikkeling. De maatregelen in het kader van deze strategie moeten leiden tot een versterking van het potentieel van de Unie om onze doelstellingen op sociaal en milieugebied te verwezenlijken en verder te ontwikkelen. Nu staan we voor de uitdaging een strategie te bepalen voor de aanpak van de terreinen waarop Europa niet goed presteert (bijvoorbeeld de stagnerende groei en onvoldoende nieuwe banen). |

Dit vereist een vernieuwd partnerschap | Deze strategie moet vorm krijgen door middel van een vernieuwd partnerschap tussen de lidstaten en de Unie, waarbij de sociale partners ten volle betrokken worden. De nieuwe Lissabon-agenda waaiert noodzakelijkerwijs breed uit, maar een klein aantal beleidsprioriteiten zal zijn succes bepalen. We moeten ons op deze prioriteiten concentreren om het geheel tot een succes te maken. De uitvoering zal cruciaal zijn en de bestaande uitvoeringsmechanismen moeten dringend verbeterd worden. Voor de uitvoering van de strategie is een gestroomlijnde, doelgerichte werkmethode noodzakelijk, die de Unie en haar lidstaten aan elkaar verbindt. Daartoe moeten alle belanghebbenden op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau betrokken zijn bij de Lissabon-agenda: de lidstaten, de Europese burger, de parlementen, de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en alle communautaire instellingen. Deze moeten allemaal de toekomst van Europa helpen vormgeven. Uiteindelijk zal ook iedereen profiteren van de toekomst die de Lissabon-agenda probeert te verwezenlijken. Bij de vernieuwde Lissabon-strategie gaat het erom dit potentieel ten bate van onze burgers aan te boren. Het gaat om kansen en een gemeenschappelijk visie op vooruitgang. |

Een gezonde macro-economische situatie als uitgangspunt voor succes | Gezonde macro-economische omstandigheden en beleidslijnen Een gezonde macro-economische situatie is essentieel voor serieuze pogingen om het groeipotentieel te doen toenemen en werkgelegenheid te creëren. Met name het systematisch nastreven van een op stabiliteit gericht macro-economisch beleid en solide begrotingsbeleid zal cruciaal zijn. Regeringen moeten solide beheer van de overheidsfinanciën handhaven of voortzetten en tegelijkertijd zo veel mogelijk groei en werkgelegenheid scheppen. De veranderingen die worden voorgesteld met betrekking tot het Groei- en stabiliteitspact van de Europese Unie – de Europese regels voor het nationale begrotingsbeleid – moeten onze economie verder stabiliseren, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de lidstaten een belangrijke rol spelen bij het scheppen van voorwaarden voor lange-termijngroei. |

Productiviteit en werkgelegenheid |

In de Lissabon-strategie wordt even veel waarde gehecht aan het vergroten van de groei als aan die van de werkgelegenheid, door middel van een toename van het concurrentievermogen. |

Meer en betere banen… | De arbeidsmarkt moet zijn functie beter kunnen vervullen door mensen te stimuleren aan het werk te gaan en ondernemingen te stimuleren hen in dienst te nemen en meer en betere banen te creëren. Hiervoor zijn aanzienlijke investeringen in het menselijk kapitaal nodig en moet de beroepsbevolking zich beter kunnen aanpassen op de arbeidsmarkt die steeds toegankelijker wordt. |

… en een toename van het concurrentie-vermogen door stijging van de productiviteit | De stijging van de productiviteit is in de EU duidelijk afgezwakt. Het keren van deze trend is de belangrijkste uitdaging met betrekking tot het concurrentievermogen waarvoor de Unie zich geplaatst ziet. Tegelijkertijd moeten we proberen een blijvende toename van de productiviteit in alle belangrijke economische sectoren te bewerkstelligen. Naast het vergroten van de vaardigheden van de beroepsbevolking en meer investeringen in en gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in alle economische sectoren, zijn gezonde concurrentie en evenwichtige regelgeving van het grootste belang voor de vergroting van de productiviteit. Doordat de lijst met beleidsprioriteiten in het kader van Lissabon veel te lang was, was het onduidelijk welke maatregelen tot een productiviteitsstijging kunnen leiden. In de nieuwe Lissabon-strategie moeten structurele hervormingen, door middel van dergelijke maatregelen, centraal staan. |

… moeten hand in hand gaan. | Productiviteitsgroei en groei van de werkgelegenheid moeten hand in hand gaan. We moeten voorkomen dat er sprake is van groei zonder toename van de werkgelegenheid, wat de afgelopen jaren de prestaties van de Amerikaanse economie parten speelde. Tegelijkertijd moeten we mensen die langdurig werkloos of relatief laaggekwalificeerd zijn weer aan het werk zien te krijgen. Dit kan van invloed zijn op het tempo waarmee de productiviteit kan toenemen. Doordat in de vernieuwde Lissabon-strategie sterk de nadruk wordt gelegd op kennis, onderwijs en innovatie, zullen mensen de kans krijgen productiever te worden, waardoor onze totale productiviteit snel moet kunnen stijgen. |

Open internationale markten zijn belangrijk. | De openstelling van internationale markten en de sterke groei van jonge industrielanden zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan groei en werkgelegenheid, echter alleen als we zorgen voor verdergaande en snellere structurele aanpassing van onze eigen economie door middelen in te zetten in de sectoren waarin Europa een voorsprong heeft. Voor het welslagen van de hernieuwde Lissabon-strategie is het daarom van groot belang dat veranderingen in die sectoren vergemakkelijkt worden. |

De EU en de lidstaten moeten de verantwoor-delijkheid delen | In dit verband moeten zowel de Unie als de lidstaten actie ondernemen om de beleidsagenda in praktijk om te zetten. Het succes hangt samen met gedeelde verantwoordelijkheid en wederzijdse betrokkenheid. Daarom is een partnerschap essentieel. |

2. EEN EUROPEES PARTNERSCHAP VOOR GROEI EN WERKGELEGENHEID

Groei en werkgelegenheid – het eerste voorbeeld van ons partnerschap voor Europese vernieuwing | De Commissie heeft zojuist een partnerschap voor Europese vernieuwing voorgesteld[2]. Dit maakt deel uit van de strategische programmering voor de periode 2005-2009 en beoogt de lidstaten, de Europese Unie en de sociale partners in staat te stellen samen aan hetzelfde doel te werken. Zoals hierboven reeds beschreven, zijn groei en werkgelegenheid de speerpunten van dit nieuwe partnerschap. Uit alle bijdragen tot nu toe blijkt duidelijk dat men vastbesloten is aan deze hernieuwde ambitie te werken. |

Om van Lissabon een succes te maken, moeten we… | De Commissie roept de Europese voorjaarsraad daarom op de Lissabon-strategie een nieuwe impuls te geven door middel van het Europese partnerschap voor groei en werkgelegenheid. Dit partnerschap heeft slechts één doel: de voor groei en werkgelegenheid noodzakelijke hervormingen vergemakkelijken en versnellen. |

Het partnerschap moet duidelijk over toegevoegde waarde beschikken wil het tot concrete en snelle resultaten leiden: |

… steun mobiliseren… … onze betrokkenheid verbreden… … en onze prioriteiten verduidelijken. | De verschillende betrokkenen moeten samenwerken. Mobilisatie en collectieve inspanningen zijn essentieel voor het partnerschap. We staan allemaal voor dezelfde uitdagingen, die ons ontwikkelingsmodel bepalen. We moeten deze uitdagingen samen aangaan – uiteindelijk hangt het collectieve succes af van ieders individuele succes. De uitdagingen zijn zo groot, en onze economieën zijn onderling zo afhankelijk dat geen enkele lidstaat in zijn eentje deze taak kan uitvoeren. Alle betrokkenen moeten deze doelstellingen en hervormingen onderschrijven. De hoofdrolspelers waren onvoldoende betrokken bij de uitvoering, met name op nationaal niveau. Mobilisatie is alleen mogelijk als de verschillende betrokkenen het gevoel hebben dat het beleid over hen gaat en dat zij daadwerkelijk invloed hebben op het proces van besluitvorming en uitvoering. De lidstaten moeten daarom opgeroepen worden één nationaal actieprogramma te presenteren – na breed overleg – en één nationaal verslag over de Lissabon-strategie (zie punt 4). Het accent moet gelegd worden op prioriteiten en zichtbare doelstellingen, ondersteund met concrete maatregelen op het gebied van groei en werkgelegenheid. Dit is essentieel voor het welslagen van de Lissabon-strategie. Door duidelijke prioriteiten en concrete maatregelen aan te wijzen, kunnen we mensen bewegen zich achter Lissabon te scharen en zich ervoor in te zetten. |

Wil dit partnerschap succesvol zijn, dan moeten op nationaal niveau alle partners ten volle erbij betrokken zijn. |

3. MAATREGELEN TEN BATE VAN GROEI EN WERKGELEGENHEID

3.1. Een Lissabon-actieprogramma voor de Unie en de lidstaten |

Drie hoofdgebieden… | De kern van het voorgestelde partnerschap voor groei en werkgelegenheid wordt gevormd door een Lissabon-actieprogramma. Hierin worden de prioriteiten beschreven aan de hand waarvan de Unie en de lidstaten hun productiviteit kunnen vergroten en meer en betere banen kunnen creëren. Deze prioriteiten liggen op drie hoofdgebieden: Investeren en werken in Europa aantrekkelijker maken Kennis en innovatie voor groei Meer en betere banen |

…vereenvoudigen onze aanpak… | Hierdoor wordt de hernieuwde Lissabon-strategie doelgerichter, en worden de prioriteiten duidelijker. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de kritiek dat Lissabon te veel prioriteiten kende en dat het voor mensen lastig was om te begrijpen waar Lissabon nu echt over ging. |

… beschrijven wie wanneer wat doet en hoe we de voortgang zullen meten. | In het Lissabon-actieprogramma wordt, naar het voorbeeld van het programma voor de interne markt, beschreven wie waarvoor verantwoordelijk is, welke termijnen gerespecteerd moeten worden en hoe de voortgang gemeten zal worden. Er wordt met name een duidelijk onderscheid gemaakt tussen maatregelen op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de Europese Unie. De belangrijkste maatregelen worden in dit hoofdstuk beschreven. |

Alle Europese instellingen moeten een rol spelen. | Op EU-niveau zal de Commissie haar centrale rol vervullen in het initiëren van beleid en zorg dragen voor de tenuitvoerlegging. Daarbij zal zij nauw samenwerken met het Europees Parlement en de Raad, en gebruik maken van de deskundigheid van andere Europese instellingen zoals het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s of, op financieel gebied, de Europese Investeringsbank. |

De lidstaten moeten stevige toezeggingen doen. | De Commissie speelt een faciliterende rol op nationaal niveau door criteria vast te stellen, financiële steun te verlenen, de sociale dialoog te bevorderen en beste praktijken vast te stellen. Maar de eerste fase van Lissabon is gestrand op de uitvoering in de praktijk. Daarom beschrijft de Commissie op welke terreinen de lidstaten, afhankelijk van hun specifieke situatie, geacht worden stevige toezeggingen te doen in hun nationale actieprogramma’s. Daarbij gaat het om concrete maatregelen, een tijdschema en voortgangscriteria. De Commissie zal de voortgang blijven meten en beoordelen totdat de nieuwe verslagleggings- en coördinatiemethode, die hieronder beschreven wordt, in werking zal zijn getreden. |

3.2. Investeren en werken in Europa aantrekkelijker maken |

Om de groei en de werkgelegenheid te stimuleren moet Europa aantrekkelijker worden voor investeerders en werknemers. De Europese Unie en de lidstaten moeten hun maatregelen richten op factoren waarvan een belangrijk hefboomeffect uitgaat. |

Het ondernemingsklimaat voor het MKB moet worden verbeterd | De maatregelen moeten in het bijzonder gericht worden op het Europese midden- en kleinbedrijf (MKB), dat goed is voor 99% van alle ondernemingen en twee derde van alle werkgelegenheid. Er moeten gewoon te veel obstakels worden overwonnen om ondernemer te worden of een bedrijf te starten, waardoor Europa kansen mist. Om het ondernemersinitiatief te bevorderen, moet de ondernemersgeest worden gestimuleerd. De verhouding tussen risico en beloning die samenhangt met ondernemerschap moet worden veranderd. Het stigma van een faillissement bemoeilijkt het maken van een nieuwe start en weerhoudt velen er hoe dan ook van om een eigen bedrijf te beginnen. Ondanks de vooruitgang die de eerste vijf jaar is geboekt met de Lissabon-agenda, is er nog altijd te weinig durfkapitaal beschikbaar voor het starten van innovatieve jonge ondernemingen en bemoeilijkt de huidige belastingwetgeving de aanwending van winst voor vermogensopbouw. |

We moeten de interne markt verbreden en verdiepen... | 3.2.1. De interne markt verbreden en verdiepen De voltooiing van de interne markt, met name op het gebied van diensten, gereglementeerde beroepen, energie, vervoer, openbare aanbestedingen en financiële diensten blijft van cruciaal belang. Ook is het van belang dat alle burgers tegen betaalbare prijzen toegang hebben tot kwalitatief goede diensten van algemeen belang. Een gezonde en open dienstensector wordt steeds belangrijker voor de groei en de werkgelegenheid van de Europese economie. In de periode 1997-2002 werden nagenoeg alle nieuwe banen gecreëerd in de dienstensector. Momenteel wordt 70% van alle toegevoegde waarde gegenereerd door de dienstensector. Een verdere liberalisering in deze sector zal de groei stimuleren en werkgelegenheid genereren. De vrijmaking van de dienstensector zou netto 600.000 extra banen kunnen opleveren. |

Dit zijn terreinen waarop reële groei en banen kunnen worden gecreëerd die van onmiddellijk belang zijn voor consumenten. Op vele van deze terreinen zijn op wetgevingsgebied reeds een groot aantal Lissabon-doelstellingen bereikt, maar de lidstaten laten hun bedrijven en burgers in de steek door een gebrek aan doortastendheid bij de implementatie en het toezicht op de naleving. |

…investeringen en innovatie aanmoedigen… | Door de resterende belemmeringen weg te nemen zullen nieuwe kansen ontstaan voor nieuwe spelers op de markt en de daaruit resulterende concurrentie zal de investeringen en de innovatie aanmoedigen. Dit is des te belangrijker tegen de achtergrond van het stagnerende verkeer in goederen binnen de EU en de haperende prijsconvergentie. |

Diensten van algemeen economisch belang optimaal benutten | Openbare diensten spelen een sleutelrol in een effectieve en dynamische interne markt. De Commissie heeft in 2004 een witboek gepubliceerd over de beginselen die ten grondslag liggen aan het EU-beleid op het gebied van diensten van algemeen belang. Daarbij kwamen ook essentiële onderwerpen zoals de onderlinge relatie met de interne markt, concurrentie en staatssteunregels aan de orde, evenals de keuze van dienstverstrekkers en de rechten van de consument. De Commissie zal hierop later in 2005 terugkomen. |

…en nationale regeringen spelen een centrale rol | Tot slot moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun eigen regelgevingsstelsels beter worden afgestemd op de behoeften van de EU-markt. Het is van cruciaal belang om, waar nodig, de rol van de nationale regeringen bij het bewerkstelligen van de gewenste marktomstandigheden te verbeteren (bijvoorbeeld meer gebruik van online diensten – e-overheid – bestrijding van corruptie en fraude). Voorts kunnen fiscale aanpassingen de werking van de interne markt sterk verbeteren en de administratieve druk op ondernemers aanzienlijk verlichten. |

INTERNE-MARKTWETGEVING Het Actieplan inzake financiële diensten was een van de belangrijke successen van de eerste fase van de Lissabon-strategie: de wetgevingsmaatregelen werden op tijd afgerond; de samenwerking tussen de Europese instellingen verliep goed en er werden innovatieve oplossingen gevonden om het ambitieuze nieuwe kader tot in detail uit te werken. Wat nu telt, is ervoor te zorgen dat de regels in de hele Unie op dezelfde wijze worden toegepast. In de komende jaren moeten voorts de resterende punten van het Actieplan inzake financiële diensten worden afgewerkt. Er wordt alleen actie ondernomen als uit een brede raadpleging met de belanghebbenden en een effectrapportage blijkt dat er duidelijk sprake is van toegevoegde waarde. Om een consensus te bereiken over de Dienstenrichtlijn en ervoor te dat de discussie over dit belangrijke voorstel goed verloopt, zal de Commissie op constructieve wijze samenwerken met het Parlement, de Raad en andere belanghebbenden in de aanloop naar de goedkeuring van de eerste lezing in het Parlement. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan gebieden zoals de werking van bepalingen inzake het land van oorsprong en het potentiële effect voor bepaalde sectoren. Ten aanzien van de REACH-richtlijn benadrukt de Commissie de noodzaak om tot een besluit te komen dat in overeenstemming is met de Lissabon-doelstellingen ten aanzien van het concurrentievermogen van de Europese industrieën en ten aanzien van het stimuleren van innovatie, welke zullen resulteren in een sterke verbetering van de volksgezondheid en het milieu, waarvan de burgers van Europa de vruchten zullen plukken. De Commissie verklaart zich bereid volledig samen te werken met het Parlement en de Raad bij het zoeken naar pragmatische oplossingen voor belangrijke onderwerpen die bij de besprekingen over REACH naar voren zijn gekomen, teneinde de werkbaarheid ervan te vergroten. Ten einde de obstakels te overwinnen die het gevolg zijn van het naast elkaar bestaan van 25 regelgevingen op het gebied van de fiscale behandeling van ondernemingen die actief zijn in verscheidene lidstaten, spant de Commissie zich in om overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting en de tenuitvoerlegging daarvan. De hoge kosten die bedrijven moeten maken om in verschillende landen actief te zijn, zullen hierdoor sterk worden verminderd, terwijl lidstaten vrij blijven bij de vaststelling van het percentage van de vennootschapsbelasting. Het Gemeenschapsoctrooi is een symbool geworden van de betrokkenheid van de Unie bij de totstandbrenging van een kenniseconomie. Dit blijft een belangrijk voorstel en gestreefd moet worden naar snelle vooruitgang om te komen tot een werkbare oplossing die bevorderlijk is voor innovatie. |

Concurrentie is essentieel | 3.2.2. Zorgen voor open en concurrerende markten binnen en buiten Europa Concurrentie is essentieel voor het gehele partnerschap voor groei en werkgelegenheid. Het EU-mededingingsbeleid heeft een sleutelrol gespeeld bij de vormgeving van concurrerende Europese markten, die hebben bijgedragen tot een toenemende productiviteit. Deze ontwikkeling zal zich voortzetten in het uitgebreide Europa, met name door middel van pro-actief toezicht op de naleving en een hervorming van staatssteunregels met betrekking tot innovatie, O&O en durfkapitaal. De Commissie zal derhalve voortgaan met het uitvoeren van haar mededingingsbeleid, dat ook kan bijdragen tot het opsporen van belemmerende regelgeving en andere hindernissen voor concurrentie. In belangrijke sectoren, zoals financiële diensten en energie, zal onderzoek worden gedaan naar de onderliggende redenen voor de onvolledige marktwerking in deze sectoren. |

Lidstaten moeten de staatssteun verminderen en anders aanwenden | Lidstaten dienen de staatssteun die zij thans verlenen, te verminderen en anders aan te wenden; de staatssteun moet worden gebruikt om slechte marktwerking te verbeteren in sectoren met een hoog groeipotentieel en om innovatie te stimuleren. Deze initiatieven moeten gericht zijn op de behoeften en lasten van kleine en middelgrote ondernemingen. De Commissie zal zich in de loop van het jaar buigen over een ingrijpende herziening van de regels inzake staatssteun (zie punt 3.3.1). |

Het bedrijfsleven van de EU heeft ook open en mondiale markten nodig | Europese bedrijven krijgen in toenemende mate te maken met internationale uitdagingen en het EMU-handelsbeleid moet er dan ook voor zorgen dat zij op een eerlijke basis toegang hebben tot markten van derde landen en dat volgens duidelijke regels kan worden geconcurreerd. Samengevat zijn open markten, zowel in Europa als in de rest van de wereld, cruciaal voor het genereren van hogere groeipercentages. |

GROEI EN WERKGELEGENHEID: DE MONDIALE DIMENSIE Het sluiten van een ambitieus akkoord in de Doha-ronde blijft derhalve de fundamentele doelstelling. Dit moet worden aangevuld door bilaterale en regionale vrijhandelsakkoorden, onder andere met Mercosur en de Samenwerkingsraad van de Golfstaten. Er is een nieuwe impuls nodig om op internationaal niveau tot convergentie van regels en administratieve procedures te komen, in het bijzonder met betrekking tot de transatlantische handelsbetrekkingen. Hoe groter de convergentie van normen op zo breed mogelijke internationale schaal – met onze belangrijkste handelspartners zoals de VS of met de opkomende markten in Azië zoals China, India en met andere landen rond de EU – des te groter het potentieel voor aanzienlijke kostenverminderingen en productiviteitsgroei. De Commissie zal dit actief nastreven. |

Een geschikt regelgevingskader is bevorderlijk voor het vertrouwen van bedrijven en consumenten | 3.2.3. De Europese en nationale wetgeving verbeteren De voorwaarden voor economische groei en het vergroten van de productiviteit kunnen mede worden geschapen door onnodige kosten terug te dringen, belemmeringen voor aanpassing en innovatie weg te nemen, meer concurrentie en wetgeving die bevorderlijk is voor de werkgelegenheid. Dit impliceert vereenvoudigingsmaatregelen, degelijke wetgeving en inspanningen om de last van administratieve kosten te verlichten. Een adequaat regelgevingskader zal ook het consumentenvertrouwen helpen versterken opdat de consument een bijdrage kan leveren tot de groei. De last van regelgeving drukt bovendien vaak meer dan gemiddeld op kleine en middelgrote ondernemingen, omdat zij slechts beperkte middelen hebben om te voldoen aan de administratieve verplichtingen die uit dergelijke regelgeving voortvloeien. |

Onnodige last verminderen | De nieuwe wetgevingsaanpak moet gericht zijn op het verminderen van de last waaronder bedrijven gebukt gaan en van bureaucratische verplichtingen die niet onmisbaar zijn om de onderliggende beleidsdoelstellingen te bereiken. Betere regelgeving moet dan ook de hoeksteen vormen van de besluitvorming op alle niveaus in de Unie. |

BETERE REGELGEVING Betere regelgeving heeft een zeer gunstig effect op de economische groei, de werkgelegenheid en de productiviteit doordat de wetgevingskwaliteit wordt verbeterd, waardoor bedrijven de juiste impulsen krijgen, onnodige kosten tot het verleden behoren en belemmeringen voor aanpassing en innovatie worden weggenomen. De lidstaten moeten zelf ook initiatieven ondernemen om hun regelgeving te verbeteren, in het bijzonder met betrekking tot sectoren waarin de productiviteitsgroei van Europa duidelijk achterblijft, zoals de dienstensector. De Commissie zal deze doelstelling krachtig nastreven en nog voor de voorjaarsraad een nieuw omvangrijk initiatief lanceren, bestaande uit: Verbeteren van de beoordeling van de effecten van nieuwe wetgevings-/beleidsvoorstellen op het concurrentievermogen, ook met behulp van het effectbeoordelingsinstrument. Inroepen van externe deskundigheid voor adviezen over de kwaliteit en de methodologie van de uitvoering van effectbeoordelingen. De combinatie van regelgeving, moeilijk toegankelijke markten en onvoldoende concurrentiedruk kan de innovatie in sectoren met een hoog groeipotentieel belemmeren. De Commissie gaat daarom in de voornaamste sectoren onderzoeken wat de belemmeringen zijn voor groei en innovatie. Daarbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan de last die kleine en middelgrote ondernemingen ondervinden. |

Moderne infrastructuur is bevorderlijk voor handel en mobiliteit. | 3.2.4. De Europese infrastructuur uitbreiden en verbeteren De interne markt moet worden uitgerust met moderne infrastructuur om de handel en de mobiliteit te vergemakkelijken. Op dit gebied is teleurstellend weinig vooruitgang geboekt en hierin moet nu verandering komen. Moderne infrastructuur is voor veel ondernemingen een belangrijke factor in beslissingen die van belang zijn voor het concurrentievermogen, want deze is bepalend voor de economische en sociale aantrekkelijkheid van locaties. Een goede infrastructuur staat borg voor de mobiliteit van personen, goederen en diensten in de hele Unie. Investeringen in infrastructuur zullen met name in de nieuwe lidstaten bevorderlijk zijn voor de groei en zorgen voor meer convergentie in economisch, sociaal en milieuopzicht. Gelet op de langetermijneffecten van infrastructuren, moeten beslissingen daarover worden genomen met het oog op duurzame ontwikkeling. Vanuit dezelfde optiek moeten eerlijke en efficiënte prijsstelsels voor infrastructuur worden ontwikkeld. |

De openstelling van de energiesector en andere netwerkindustrieën moet volledig worden doorgevoerd. | Tot slot moeten we ervoor zorgen dat de openstelling voor concurrentie in sectoren zoals de energiesector en andere netwerkindustrieën, waarover reeds overeenstemming is bereikt, nu in de praktijk volledig wordt doorgevoerd. Van deze maatregelen gaat een belangrijk hefboomeffect uit om ervoor te zorgen dat de fysieke infrastructuur, waar deze zich ook bevindt, optimaal wordt benut, waarbij bedrijven en consumenten hun voordeel kunnen doen met de laatste prijzen, een ruimere keuze en een garantie van kwalitatief hoogstaande dienstverlening, hetgeen in het belang is voor alle burgers. |

EUROPESE INFRASTRUCTUREN Moderne vervoers- en energie-infrastructuren op het hele grondgebied van de Europese Unie zijn een voorafgaande voorwaarde willen we de vruchten van een hernieuwde Lissabon-strategie kunnen plukken. Lidstaten moeten hun beloften gestand doen en beginnen met 45 grensoverschrijdende “quick start”-projecten op het gebied van vervoer en energie. Tegenover de Europese coördinatie voor elk afzonderlijk project moet een duidelijke inspanning van de betrokken lidstaten staan in de vorm van het in gang zetten van een plannings- en financieringsproces. De lidstaten dienen verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang als onderdeel van hun nationale actieprogramma’s. |

3.3. Kennis en innovatie voor groei |

Kennis is de motor van productiviteitsgroei. | In geavanceerde economieën zoals die van de EU vormt kennis, dat wil zeggen O&O, innovatie en onderwijs, een van de voornaamste motoren van productiviteitsgroei. Kennis is een essentiële factor die Europa in staat kan stellen mondiaal te concurreren met marktdeelnemers die kunnen beschikken over goedkope arbeid of primaire hulpbronnen. |

We moeten de achterstand van de EU op het gebied van O&O-investeringen inhalen | 3.3.1. Investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling verhogen en verbeteren Nog altijd blijven de O&O-investeringen in de EU met ongeveer een derde achter bij die in de VS. 80% van deze achterstand is te wijten aan achterblijvende investeringen in onderzoek en ontwikkeling door de particuliere sector, met name in ICT. Slechts 2% van het BBP gaat op dit moment in de EU naar investeringen, en dit cijfer is sinds de lancering van de Lissabon-agenda nauwelijks gestegen. Er moet dan ook meer vooruitgang worden geboekt bij het realiseren van de EU-doelstelling van 3% van het BBP voor O&O-uitgaven. Dit vereist meer en efficiëntere overheidsuitgaven, een gunstiger kader en krachtige impulsen voor bedrijven om zich toe te leggen op innovatie en O&O, alsmede meer goedopgeleide en gemotiveerde onderzoekers. |

DE O&O-DOELSTELLING VAN 3% REALISEREN De vooruitgang bij het realiseren van de Lissabon-doelstelling voor EU-uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (3% van het BBP in 2010) ligt hoofdzakelijk in de handen van de lidstaten. In hun nationale Lissabon-programma’s dienen de lidstaten de stappen uiteen te zetten om deze doelstelling binnen bereik te brengen. Het mobiliseren van meer investeringen door ondernemingen is van cruciaal belang en lidstaten dienen in dat verband alle mogelijkheden van de nieuwe kaderregeling voor staatssteun te benutten. Een ander aspect dat van groot belang is, wordt gevormd door een gecoördineerde Europese aanpak om het fiscale klimaat voor O&O te verbeteren. Dit is van toenemend belang om bedrijven ertoe te aan te zetten meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling in andere landen. Dit speelt vooral een belangrijke rol bij de totstandkoming van kleine en middelgrote high-tech-ondernemingen in de hele Unie. Op het niveau van de EU zal het zevende kaderprogramma voor onderzoek gericht worden op het krachtig stimuleren van het concurrentievermogen van onze industrieën in belangrijke technologiesectoren door het bundelen en versterken van de inspanningen in de hele EU en door de ondersteuning van investeringen in de particuliere sector met openbare middelen. Het nieuwe kaderprogramma zal tevens gericht worden op het bereiken van een onderzoeksbasis van topniveau door middel van de in te stellen Europese Onderzoeksraad, die zal worden samengesteld uit onafhankelijke toponderzoekers die onderzoeksprojecten en -programma’s moeten selecteren op basis van wetenschappelijke topkwaliteit. |

HERZIENING VAN DE KADERREGELING VOOR STAATSSTEUN VOOR O&O EN INNOVATIE In het kader van de algemene hervorming van de staatssteunregels zal een herziening van de huidige kaderregeling voor O&O worden doorgevoerd om de toegankelijkheid van financiering, durfkapitaal en overheidsfinanciering voor O&O en innovatie te vergroten. Vóór de zomer van 2005 zal de Commissie in een mededeling de toekomst van het staatssteunbeleid uiteen zetten. Het moet gemakkelijker worden om financiële steun te verkrijgen voor onderzoek en innovatie, met name voor jonge en innoverende bedrijven. Nu vormt de beperkte toegang tot financiering één van de grootste obstakels voor innovatie. Er moet een beroep kunnen worden gedaan op overheidssteun in gevallen waar de samenleving als geheel belang bij heeft, waarbij voorkomen moet worden dat de concurrentieverhoudingen worden verstoord. |

3.3.2. Innovatie, verbreiding van ICT en duurzaam gebruik van hulpbronnen vergemakkelijken |

Universiteiten spelen een cruciale rol bij het genereren en verspreiden van kennis. | De rol van universiteiten bij het genereren en verspreiden van kennis in de hele Unie moet worden versterkt. De Commissie zal ideeën ontwikkelen om hun potentieel en kwaliteit op het gebied van onderzoek en wetenschap te vergroten en aldus hun aantrekkelijkheid te vergroten en hun banden met het bedrijfsleven te versterken. De Commissie zal voorts richtsnoeren opstellen om de samenwerking op het gebied van onderzoek en de overdracht van technologie tussen universiteiten en bedrijven te verbeteren. Zij zal zich buigen over de vraag hoe Europese universiteiten in staat kunnen worden gesteld internationaal te concurreren. De huidige benaderingen van financiering, bestuur en kwaliteit blijken op vele manieren ongeschikt om de uitdaging van wat een globale markt voor academici, studenten en kennis is geworden, het hoofd te bieden. |

EU-investeringen moeten een rol spelen. | Teneinde meer synergieën tot stand te brengen tussen de uitgaven voor onderzoek en het structuur- en cohesiebeleid moeten we meer investeren in faciliteiten voor onderzoek en innovatie, waardoor meer regio’s in staat worden gesteld te participeren in onderzoeksactiviteiten op EU-niveau. |

INNOVATIECENTRA Zowel op regionaal als op lokaal niveau moet meer aandacht worden besteed aan het tot stand brengen van innovatiecentra, waarbij geavanceerde technologieën, kleine en middelgrote ondernemingen, universiteiten en de benodigde bedrijfsmatige en financiële ondersteuning worden samengebracht. De lidstaten moeten de kansen benutten van de regionale en sociale EU-fondsen voor de ondersteuning van regionale innovatiestrategieën. Dit is van cruciaal belang voor de exploitatie van nieuwe “expertisecentra”, zoals die worden bevorderd door ons onderzoeksprogramma, met als uiteindelijke bedoeling dat meer ideeën hun weg vinden naar concrete uitvoering. Dit zal worden vergemakkelijkt door de versterking van de onderlinge banden tussen de fondsen voor regionale ontwikkeling, het kaderprogramma voor onderzoek en het nieuwe programma voor concurrentievermogen en innovatie. De nationale Lissabon-programma’s moeten een routekaart bieden voor de totstandbrending en ontwikkeling van nieuwe en bestaande innovatiecentra. Van oudsher vormt de dorst naar kennis de drijvende kracht achter het Europese avontuur. Dit heeft ons geholpen onze identiteit en onze waarden te definiëren, en is de motor van ons concurrentievermogen in de toekomst. Ten bewijze van haar overtuiging dat kennis de sleutel vormt tot groei, stelt de Commissie voor een “Europees Technologie-instituut” op te richten dat moet fungeren als een centrum dat de knapste koppen en de beste ideeën en bedrijven uit de hele wereld moet aantrekken. De Commissie zal samen met de lidstaten en publieke en private belanghebbenden onderzoeken hoe dit idee het best gestalte kan worden gegeven. |

Investeren in nieuwe technologieën … | Innovatie wordt sterk beïnvloed door het fiscale en concurrentiebeleid, evenals door de snelheid waarmee nieuwe technologieën ingang vinden, met name in het kader van snel veranderende technologie. |

…is cruciaal bij het opdrijven van de productiviteit. i2010: Europese Informatiemaatschappij kan ICT-gebruik stimuleren | Meer in het algemeen zijn onze prestaties op het gebied van innovatie sterk afhankelijk van de versterking van investeringen en het gebruik van nieuwe technologieën, in het bijzonder ICT, door zowel de private als de publieke sectoren. De informatie- en communicatietechnologieën vormen de ruggengraat van de kenniseconomie. Zij zijn goed voor ongeveer de helft van de productiviteitsgroei in moderne economieën. De investeringen in ICT zijn in Europa echter lager en verlopen trager dan in de Verenigde Staten, in het bijzonder in dienstensectoren zoals vervoer, de retailsector of financiële diensten. Terwijl de voornaamste verantwoordelijkheid voor het opstellen van investeringsprogramma’s bij de bedrijven en overheidsinstanties zelf ligt, biedt Europa een helpende hand. Het nieuwe initiatief i2010: Europese Informatiemaatschappij is gericht op het bevorderen van de verbreiding van ICT om bij te dragen tot de uitvoering van de eEurope-agenda van de Lissabon-strategie. Het is de bedoeling hiertoe een duidelijk, stabiel en concurrerend klimaat voor elektronische communicatie en digitale diensten te bevorderen, alsmede meer onderzoek en innovatie in ICT en een informatiemaatschappij waarin sociale integratie en welzijn centraal staan. |

We moeten ook de uitdagingen van de hulpbronnen en het milieu het hoofd bieden... | Of de Unie op lange termijn succes zal hebben is afhankelijk van de mate waarin we erin slagen een reeks uitdagingen met betrekking tot onze hulpbronnen en het milieu het hoofd te bieden, die, als we er nu geen antwoord op bieden, een rem zullen vormen op toekomstige groei. Dit raakt de kern van duurzame ontwikkeling. In tegenstelling tot Europa is in vele andere delen van de wereld sprake van hoge economische groeicijfers in combinatie met een sterke bevolkingsgroei. Europa moet deze uitdaging aangaan en de leiding nemen om een verschuiving naar meer duurzame productie- en consumptiepatronen te bewerkstelligen. |

…milieu -innovaties vormen de sleutel. | Bovendien kan innovatie, door meer rendement te halen uit dezelfde productie, een belangrijke bijdrage leveren tot milieuvriendelijke economische groei. Om die reden moeten milieu-innovaties sterk worden aangemoedigd, in het bijzonder in de sectoren vervoer en energie. |

MILIEU-INNOVATIES De Commissie zal meer werk maken van het bevorderen van milieutechnologieën. Ook zal zij stappen ondernemen om de ontwikkeling van methodes en technologieën te bevorderen die de EU in staat stellen de structurele aanpassingen door te voeren die nodig zijn voor duurzame groei op de lange termijn, bijvoorbeeld op gebieden zoals het gebruik van duurzame hulpbronnen, klimaatverandering en zuinig energieverbruik. Deze zijn zowel nodig binnen de EU als om te voldoen aan de vraag op wereldwijd groeiende markten. Er is een groot potentieel voor synergieën tussen economische ontwikkeling, het milieu en werkgelegenheid door middel van milieutechnologieën en zuinig energieverbruik. Deze zullen worden ondersteund door het intensiveren van de inspanningen voor het verbreiden van onderzoek en technologie, met inbegrip van ondersteuning van particuliere financiering via de Europese investeringsbank, voor het bevorderen van de ontwikkeling en de verspreiding van zuinige technologieën. |

Een sterke industriële basis kan ervoor zorgen dat we op het gebied van wetenschap en technologie voorop lopen. | 3.3.3. Bijdragen tot een sterke Europese industriële basis Als de EU erin slaagt in internationaal verband een toonaangevende positie te verwerven op het gebied van O&O en innovatie, kan dit een voorsprong opleveren op lange termijn, zeker als technologische doorbraken zoals onze ervaring op het gebied van GSM-technologie Europa in staat stellen de internationale normen te bepalen. Om een leidende positie in economisch en technologisch opzicht verbeteren en te handhaven moet Europa beschikken over een sterke industriële capaciteit, met name door haar technologische potentieel volledig te benutten. We moeten een geïntegreerde en poractieve benadering volgen gebaseerd op een marktgestuurde ontwikkeling van industriële sectoren. De synergieën die het resultaat kunnen zijn van een gezamenlijke aanpak van uitdagingen met betrekking tot onderzoek, regelgeving en financiering op Europees niveau waar afzonderlijke lidstaten door kleinschaligheid of beperkt bereik alleen niet kunnen slagen om de marktwerking te verbeteren, zijn tot op heden niet altijd volledig benut. |

Galileo en de luchtvaart tonen dat publiek-private partnerschappen succesvol kunnen zijn. | Het Galileo-project en de luchtvaart zijn belangrijke voorbeelden van wat er kan worden bereikt als Europese topkwaliteit wordt gebundeld. In beide gevallen werden grote voordelen voor de Europese economie behaald. Dergelijke benaderingen waarbij publiek-private partnerschappen tot stand worden gebracht, dienen te worden ontwikkeld voor gevallen waarin de voordelen voor de samenleving in haar geheel die van de private sector overstijgen: een goed voorbeeld hiervan is waterstofenergie. Door de Lissabon-strategie nieuw leven in te blazen, moeten de juiste voorwaarden worden geschapen om dit potentieel tot ontwikkeling te brengen en de benodigde structurele hervormingen te bewerkstelligen, terwijl buiten de EU gewerkt moet worden aan marktopenstelling. |

EUROPESE TECHNOLOGIE-INITIATIEVEN Het industriële concurrentievermogen kan worden ondersteund door belangrijke Europese technologie-initiatieven op te zetten met financiering van de Unie, de lidstaten en de betrokken bedrijfstakken. Het volgende kaderprogramma voor onderzoek kan dit proces sturen en zorgen voor voldoende prioriteit. Het doel is onvolkomenheden in de marktwerking aan te pakken en de ontwikkeling van concrete producten en diensten vooruit te helpen op basis van deze technologieën die niet alleen fundamenteel zijn voor het duurzame ontwikkelingsmodel van Europa, maar die ook zullen bijdragen tot industrieel concurrentievermogen. De schaal rechtvaardigt aanvullende EU-financiering, hetgeen op zijn beurt zal leiden tot het mobiliseren van aanvullende nationale en private financiering. Het beheer zou plaatsvinden via publiek-private partnerschappen. Belangrijke voorbeelden betreffen milieuvriendelijke technologieën, zoals waterstoftechnologie en zonne-energie. Voor deze projecten is Galileo, dat zal leiden tot het ontstaan van een belangrijke markt en talrijke banen, een goed referentiepunt. Het vergroten van het vermogen van de EU om technologie te transformeren tot concrete producten, markten en banen is een sleutel tot het welslagen van Lissabon. De Commissie zal de criteria, thema’s en projecten inventariseren in nauwe samenwerking met de voornaamste belanghebbenden (lidstaten, onderzoeksgemeenschap, bedrijfstak en maatschappelijk middenveld) en in juni verslag uitbrengen aan de Europese Raad. Dit proces en de daarop volgende voorbereidings- en financieringsfase zal plaatsvinden als onderdeel van het proces van voorbereiding en goedkeuring van het kaderprogramma. |

3.4. Meer en betere banen creëren |

Europa heeft meer en betere banen nodig... | Tot stand brengen van welvaart en verminderen van de risico’s op sociale uitsluiting betekent dat we ons meer moeten inzetten om mensen werk te verschaffen en ervoor te zorgen dat zij hun leven lang deel van het arbeids- en onderwijsproces blijven uitmaken. |

…maar de demografische ontwikkeling zet onze werkgelegenheid in toenemende mate onder druk. | Binnen een context van snelle economische verschuivingen en een sterke vergrijzing vormt het creëren van meer en betere banen niet alleen een politieke ambitie maar ook een economische en sociale noodzaak. In de komende 50 jaar zal Europa met nooit eerder geziene demografische wijzigingen geconfronteerd worden. Als gevolg van de huidige demografische tendensen zal de totale actieve bevolking in absolute cijfers afnemen. Naast sterke sociale veranderingen zal deze overgang onze pensioen- en sociale-zekerheidsstelsel zwaar onder druk zetten en zal het potentiële groeicijfer bij het uitblijven van maatregelen afglijden naar slechts 1% per jaar. Bovendien zou de bevolking van sommige lidstaten drastisch kunnen krimpen. De Commissie zal een Groenboek aannemen om een debat over deze demografische uitdagingen op gang te brengen teneinde na te gaan met welk overheidsbeleid dit probleem kan worden aangepakt. |

Tenslotte zal de Commissie voorstellen in 2005 de Europese werkgelegenheidsstrategie te herzien als integrerend onderdeel van de nieuwe Lissabon-strategie, voortbouwend op het actieplan van Lissabon. |

De arbeidsmarkt moet voor meer mensen een aantrekkelijk vooruitzicht worden … …en wij moeten passende beleidsmaatregelen voor jongere en oudere werknemers uitwerken. | 3.4.1. De arbeidsmarkt aantrekkelijker maken en de stelsels voor sociale bescherming moderniseren Hoewel ook het probleem van de lage geboortecijfers in Europa in het kader van een langetermijnbeleid moet worden aangepakt, blijft het verhogen van de werkgelegenheid de krachtigste stimulans om groei te genereren en op sociale integratie gebaseerde economieën te bevorderen. De uitdaging bestaat erin door een actief arbeidsmarktbeleid en adequate stimulansen ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt voor meer mensen aantrekkelijk wordt en blijft. Het is noodzakelijk de systemen voor sociale bescherming te moderniseren, wil men mensen ertoe bewegen van werkloosheid of inactiviteit opnieuw op arbeid over te schakelen en hen stimulansen bieden om langer aan de slag te blijven. Het aanzienlijke potentieel van vrouwen op de arbeidsmarkt is nog onderbenut en de sociale partners dienen zich ertoe te verbinden de loonverschillen tussen vrouwen en mannen weg te werken. Er zijn ook maatregelen nodig voor jongeren, een categorie waar de structurele werkloosheid en de voortijdige schoolverlating nog steeds hoog scoren in Europa, en ook voor oudere werknemers die nog steeds vanaf de leeftijd van 55 jaar op grote schaal de arbeidsmarkt verlaten. Velen vinden het bovendien moeilijk arbeid en gezin te combineren. Betere en betaalbare kinderopvang zou hier een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Ook wettelijke migratie om tekorten aan specifieke vaardigheden op te vullen en vraag en aanbod in belangrijke segmenten van de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen, kan een belangrijke rol spelen. |

EUROPEES JEUGDINITIATIEF In hun brief van 29 oktober 2004 hebben de regeringsleiders van Frankrijk, Duitsland, Spanje en Zweden een voorstel gepresenteerd voor een Europees pact voor de jeugd, dat is toegespitst op het terugdringen van de jeugdwerkloosheid en het vergemakkelijken van het betreden van de arbeidsmarkt. Een centraal element van dit initiatief betreft het vinden van middelen om werk en gezin beter te combineren. De in deze mededeling besproken beleidsterreinen omvatten een aantal maatregelen die cruciaal zijn om het potentieel van jongeren tot ontplooiing te laten komen. Zij zullen een belangrijk element vormen bij de herziene Europese werkgelegenheidsstrategie en moeten financiële steun krijgen van de EU, met name uit het Europees Sociaal Fonds. Samen vormen deze maatregelen een werkelijk Europees jeugdinitiatief: Het beleidsterrein “De arbeidsmarkt aantrekkelijker maken en de stelsels voor sociale bescherming moderniseren” omvat maatregelen voor het terugdringen van de jeugdwerkloosheid zoals een betere beroepsopleiding en de ontwikkeling van het leerlingstelsel, alsook maatregelen om in het kader van een actief arbeidsmarktbeleid bijzondere aandacht aan jonge werklozen te besteden. Ook initiatieven voor de verbetering van kinderopvang en voor bejaarden en gehandicapten alsmede de uitbreiding van het vaderschapsverlof zullen tot een meer harmonieuze combinatie van werk en gezin bijdragen. Op het beleidsterrein “Meer investeren in menselijk kapitaal door beter onderwijs en betere vaardigheden” zijn verschillende maatregelen specifiek op de jongere generatie gericht, met name door het menselijk kapitaal en de vaardigheden te ontwikkelen die in een dynamische kenniseconomie noodzakelijk zijn. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn het versterken van de doeltreffendheid van onderwijsinvesteringen; het verminderen van het aantal voortijdige schoolverlaters en leerlingen met slechte prestaties; een hoger aantal inschrijvingen voor wiskunde, wetenschappen, technologie en engineering. Ook maatregelen op het terrein “Meer en efficiënter investeren in onderzoek en ontwikkeling” zullen - samen met het vermogen om het menselijk kapitaal in de economie te versterken - ten goede van de jongere generaties komen door nieuwe carrièrevooruitzichten te creëren. |

Ook de modernisering van stelsels voor sociale bescherming is belangrijk. | De lidstaten dienen de stelsels voor sociale bescherming te moderniseren (in de eerste plaats pensioenen en ziekteverzekering) en hun werkgelegenheidsbeleid te versterken. Het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten dient erop gericht te zijn de arbeidsmarkt voor meer mensen aantrekkelijk te maken (met name door de hervorming van belastingen en uitkeringen teneinde de werkloosheids- en armoedeval weg te nemen, een verbeterde toepassing van een actief arbeidsmarktbeleid en strategieën voor actief ouder worden); verbetering van het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven, met name door een loonontwikkeling die gelijke tred houdt met de groei van de productiviteit en hogere investeringen in menselijk kapitaal. Het verlengen van het aantal levensjaren in goede gezondheid zal daarbij een cruciale factor vormen. |

De lidstaten dienen nationale werkgelegenheidsdoelstellingen vast te stellen … | De Commissie stelt voor dat de lidstaten in hun nationale Lissabon-programma’s nationale streefcijfers voor werkgelegenheid in 2008 en 2010 vaststellen en aangeven met welke beleidsinstrumenten zij die denken te bereiken. De werkgelegenheidsrichtsnoeren zullen voor de lidstaten een hulpmiddel vormen om de meest doeltreffende instrumenten te selecteren en de Commissie zal op basis daarvan de vorderingen beoordelen in haar strategisch jaarverslag. |

Vrijwillige bedrijfsinitiatieven in de vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen een cruciale rol voor de duurzame ontwikkeling spelen en tegelijk het innovatiepotentieel en het concurrentievermogen van Europa versterken. |

…en ook de steun van de sociale partners is nodig. | Tenslotte worden de sociale partners verzocht de integratie te bevorderen van degenen die van de arbeidsmarkt worden uitgesloten, inclusief jongeren. Dit zal niet alleen bijdragen tot de armoedebestrijding maar er ook voor zorgen dat meer mensen een baan krijgen. |

Een groot aanpassingsvermogen zal onze prestaties verbeteren en mensen aan een baan helpen. | 3.4.2. Het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt verhogen In snel veranderende economieën is een sterk aanpassingsvermogen van vitaal belang om de groei van de productiviteit te bevorderen en het scheppen van banen in snel groeiende sectoren te stimuleren. Nieuwe bedrijven en KMO’s vormen in toenemende mate een belangrijke bron van werkgelegenheid en groei in Europa. Een grotere flexibiliteit gecombineerd met werkzekerheid zal van werknemers en bedrijven een sterker vermogen eisen om te anticiperen op verandering, deze zelf in gang te zetten en zich eraan aan te passen. Een beter aanpassingsvermogen zou er ook toe moeten bijdragen dat de loonkosten niet vooruit lopen op de groei van de productiviteit en de situatie op de arbeidsmarkt weerspiegelen. Gezien de verschillen in de instanties die zich met de arbeidsmarkt bezighouden en de werking van de arbeidsmarkten, is het duidelijk dat één enkel beleid ondoeltreffend en potentieel contraproductief zou zijn. De lidstaten zullen zelf de beste beleidsmix moeten uitstippelen. |

Wij moeten de belemmeringen voor mobiliteit wegnemen. | Teneinde specifieke problemen aan te pakken zal de Commissie voorstellen indienen om de belemmeringen voor het vrije verkeer van werknemers als gevolg van bedrijfspensioenregelingen weg te werken, en zorgen voor de coördinatie van het toelatingsbeleid voor economische migranten. De goedkeuring van wetsvoorstellen om de mobiliteit in de vrije beroepen te bevorderen, de goedkeuring van een Europees kwalificatiekader in 2006 en het bevorderen van gelijke kansen (herzien voorstel) zijn eveneens van fundamenteel belang. |

Meer investeren in onderwijs en vaardigheden is eveneens een belangrijke factor. | 3.4.3 Meer investeren in menselijk kapitaal door beter onderwijs en betere vaardigheden Structurele wijzigingen, een sterkere participatie in de arbeidsmarkt en stijging van de productiviteit vereisen permanente investeringen in hooggeschoolde arbeidskrachten met een groot aanpassingsvermogen. Economieën die over geschoolde arbeidskrachten beschikken zijn beter in staat nieuwe technologieën te ontwikkelen en doeltreffend te gebruiken. Het opleidingspeil in Europa is ontoereikend om de nodige vaardigheden beschikbaar te stellen op de arbeidsmarkt en nieuwe kennis te vergaren die vervolgens in de gehele economie wordt verspreid. De nadruk op levenslang leren en op kennis in het economische leven wijst erop dat van het bevorderen van onderwijsresultaten en vaardigheden een belangrijke bijdrage tot de sociale cohesie wordt verwacht. |

Levenslang leren vormt een prioriteit. | De modernisering en hervorming van het Europese onderwijs- en opleidingsstelsel is in hoofdzaak de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Een aantal belangrijke maatregelen moet evenwel op Europees niveau worden genomen om dit proces te bevorderen en te versterken. Het voorstel voor een nieuw programma voor levenslang leren, dat vanaf 2007 de huidige generatie onderwijs- en opleidingsprogramma's moet vervangen, moet tegen eind 2005 door de wetgever zijn goedgekeurd teneinde de daadwerkelijke en tijdige tenuitvoerlegging ervan mogelijk te maken. Voor het programma moeten ook adequate middelen worden uitgetrokken om de doelstellingen te kunnen realiseren. De lidstaten moeten hun verbintenis nakomen om tussen nu en 2006 strategieën voor levenslang leren vast te stellen. |

De EU-financiering heeft een rol hierbij te spelen. | De Gemeenschap zal tot de doelstelling van meer en betere banen bijdragen door een actieve inzet van haar uitgavenbeleid. De Structuurfondsen worden al voor die doelstellingen aangewend maar deze vorderingen kunnen alleen worden geconsolideerd door de goedkeuring van de voorstellen voor het nieuwe kader na 2007. Voor dit beleid moeten de nodige middelen worden uitgetrokken: hierdoor zou ook een impuls worden gegeven aan regionale en nationale steun uit de openbare en de particuliere sector en aan het bundelen van beste praktijken. |

UITVOERING VAN DE LISSABON-STRATEGIE: HERVORMING VAN HET COHESIEBELEID VAN DE EU EN ROL VAN DE STRUCTUURFONDSEN Voor de komende generatie programma’s op het gebied van regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en de cohesie stelt de Commissie een meer strategische aanpak voor teneinde ervoor te zorgen dat hun inhoud op groei en banen is gericht. Op communautair niveau zullen bij besluit van de Raad strategische richtsnoeren worden vastgesteld waarin het kader wordt uitgestippeld voor nationale richtsnoeren die in partnerschapsoverleg en rekening houdend met de verschillende nationale en regionale behoeften en omstandigheden worden overeengekomen. De middelen van de toekomstige regionale programma’s en de nationale werkgelegenheidsprogramma’s zullen met name ten goede komen van de minder welvarende regio’s, waar de communautaire middelen zullen worden geconcentreerd op: het ontwikkelen van meer en betere arbeidsplaatsen door investeringen in opleiding en het creëren van nieuwe activiteiten, het aanmoedigen van innovatie en de groei van de kenniseconomie door het versterken van researchcapaciteiten en innovatienetwerken, met inbegrip van de exploitatie van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en, het aantrekkelijker maken van de regio’s door de aanleg van infrastructuur. Ook het beleid voor plattelandsontwikkeling zal meer specifiek op het creëren van groei en banen in plattelandsgebieden worden toegespitst. Er moet ten volle gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van het internet en breedbandcommunicatie teneinde de nadelen van de geïsoleerde ligging weg te werken. Dit is een taak voor de lidstaten, in partnerschap met de regio’s en de steden. |

3.5. Effecten op groei en banen |

Lissabon leidt tot groei op middellange en lange termijn. Een eengemaakte dienstenmarkt zou het BBP met 0,6% kunnen verhogen en de werkgelegenheid met 0,3% kunnen optrekken … … investeren in kennis en onderwijs zou ons vermogen tot innovatie moeten versterken, … …en een juiste aanpak van de werkgelegenheid zou de participatiegraad met 1,5% kunnen doen stijgen. Houdt men rekening met het wederzijds versterkend effect van deze afzonderlijke maatregelen, dan kan de algemene impact nog veel sterker zijn. | De beleidsmaatregelen in deze mededeling zullen evolueren in overeenstemming met de nationale actieprogramma’s die de lidstaten vaststellen. Het is dus niet mogelijk in deze fase de effecten van het volledige actieprogramma van Lissabon volledig te beoordelen, maar algemeen wordt aangenomen dat de maatregelen in dit actieprogramma een essentiële bijdrage tot het verhogen van het groeipotentieel op middellange en lange termijn kunnen leveren[3]. Investeren en werken in Europa aantrekkelijker Het interne-marktprogramma is een van de beste voorbeelden van een hervorming in de geest van de Lissabon-strategie waarvan een significant effect op groei en werkgelegenheid uitgaat. Zo zou bijvoorbeeld de voltooiing van een eengemaakte dienstenmarkt op middellange termijn moeten leiden tot een toename van het BBP met 0,6% en van de werkgelegenheid met 0,3%. De integratie van de financiële markten zou op middellange tot lange termijn kunnen leiden tot een daling van de kapitaalkosten van EU-bedrijven met circa 0,5 procentpunten en op lange termijn tot een stijging van het BBP met 1,1% en een toename van de werkgelegenheid met 0,5%. Kennis en innovatie ten dienste van groei Investeren in kennis zou het vermogen van de EU om te innoveren en om nieuwe technologieën te produceren en te gebruiken moeten verhogen. Een toename van de O&O-uitgaven als aandeel van het BBP van 1,9% naar 3% (teneinde tegen 2010 de Lissabon-doelstelling te halen) zou leiden tot een groei van het BBP met 1,7% tegen 2010. Investeren in menselijk kapitaal is eveneens noodzakelijk omdat hooggeschoolde werknemers het best uitgerust zijn om met het meest productieve kapitaal te werken en organisatorische wijzigingen uit te voeren die aangepast zijn aan de nieuwe technologieën. Verhoogt men het gemiddelde studiepeil van de werknemers met één jaar, dan zou dit kunnen leiden tot een stijging van het jaarlijkse groeicijfer van het BBP in de EU met 0,3 tot 0,5 procentpunten. Meer en betere banen creëren Tenslotte is de verbetering van de werkgelegenheidsresultaten in de afgelopen jaren groter in de landen die hervormingen hebben uitgevoerd om de participatiegraad te verhogen en hun actief arbeidsmarktbeleid en belastings- en uitkeringsstelsels te verbeteren. Uit studies blijkt dat deze hervormingen de participatiegraad met 1,5 procentpunten kunnen doen stijgen en gecombineerd met loonmatiging kunnen leiden tot een verlaging van de werkloosheid met 1%. Zoals blijkt uit de hierboven besproken maatregelen, zouden de afzonderlijke punten van het actieprogramma van Lissabon substantiële positieve economische gevolgen hebben. De strategie vormt evenwel een omvattend pakket hervormingen die elkaar wederzijds versterken. Volgens de beschikbare ramingen zou het niet onredelijk zijn te verwachten dat het volledige actieprogramma van Lissabon, zodra alle onderdelen ervan volledig zijn uitgevoerd, het huidige potentiële groeicijfer in de EU dichter bij de doelstelling van 3% zal brengen. Ook de werkgelegenheid zou tegen 2010 met ten minste 6 miljoen banen moeten toenemen. |

- 4. ERVOOR ZORGEN DAT HET PARTNERSCHAP TOT GROEI EN BANEN LEIDT

Wij schoeien de uitvoering van de Lissabon-strategie op een nieuwe leest … | Hoewel een zekere vooruitgang is geboekt bij het bereiken van de doelstellingen die op de Europese Raad van Lissabon in 2000 zijn vastgesteld, is het algemene beeld toch zeer uiteenlopend. De grootste uitdaging waarmee wij halverwege het parcours tot 2010 worden geconfronteerd, is het inhalen van de achterstand bij de tenuitvoerlegging. Wij moeten een nieuw elan geven aan het tenuitvoerleggingsproces, dat te ingewikkeld is geworden en moeilijk te begrijpen is. Het produceert veel papier maar weinig tastbare resultaten. De taakverdeling tussen het nationale en het Europese niveau is vervaagd. Het resultaat is dat er weinig gevoel van verantwoordelijkheid bestaat. |

… door een enkel nationaal Lissabon-programma voor groei en banen,… | Om deze situatie te verhelpen stelt de Commissie voor de tenuitvoerlegging van de vernieuwde Lissabon-strategie op een volledig nieuwe leest te schoeien: Eén enkel nationaal actieprogramma voor groei en banen, dat door de nationale regeringen na bespreking met hun parlementen wordt goedgekeurd: dit zou bijdragen tot het creëren van verantwoordelijkheid en legitimiteit op nationaal niveau, een proces dat door de deelname van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld aan de uitwerking van één nationaal Lissabon-programma zou worden versterkt. In dit programma worden de hervormingen en de doelstellingen vastgelegd afhankelijk van de omstandigheden in de lidstaten. Het moet door de regeringen na bespreking met hun nationale parlementen worden opgesteld en goedgekeurd. |

…een mijnheer of mevrouw Lissabon in de nationale regeringen, | De lidstaten zouden op regeringsniveau een mijnheer of mevrouw Lissabon moeten aanwijzen die wordt belast met het coördineren van de verschillende elementen van de strategie en het presenteren van het programma van Lissabon. |

…een enkele rapportagestructuur … | De nationale Lissabon-programma’s voor groei en banen zouden het belangrijkste rapportage-instrument over economische en werkgelegenheidsmaatregelen in het kader van de strategie van Lissabon worden. Dit zal leiden tot een sterke inkrimping van de huidige stapel rapporten in het kader van de open coördinatiemethode, die door de Commissie zal worden herzien. |

…naast een EU-programma voor Lissabon, en …. | De actieprioriteiten op het niveau van de Unie zijn omschreven en uiteengezet in een afzonderlijk gepubliceerd communautair actieprogramma voor Lissabon. Het is nodig tot overeenstemming over het belang ervan te komen om snel vorderingen met de besluitvorming en nadien de tenuitvoerlegging te bereiken. |

een enkel geïntegreerd pakket voor de coördinatie van het economisch en werkgelegenheidsbeleid. | Tegelijk met de vereenvoudiging van de rapportagestructuren zouden op EU-niveau de bestaande op het Verdrag gebaseerde mechanismen voor coördinatie van het economisch en werkgelegenheidsbeleid in een enkel pakket worden geïntegreerd (in het kader van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren). Dit zal gebeuren in een strategisch jaarverslag dat telkens in januari zal verschijnen. |

De lidstaten moeten uiting geven aan hun engagement. | Lidstaten. Tenuitvoerlegging is het zwakke punt van de Lissabon-strategie. De voorstellen voor de verbetering van het tenuitvoerleggingsmechanisme zouden heel wat moeilijkheden kunnen oplossen maar zij zullen alleen maar resultaten opleveren indien er sprake is van een effectief engagement van de lidstaten. |

De Europese Raad geeft de richting aan … | Er zou op Europees niveau ook een duidelijke rolverdeling worden vastgelegd: De Europese Raad zou worden belast met de algemene verantwoordelijkheid voor het sturen van het proces. Door een geïntegreerde aanpak van de goedkeuring van richtsnoeren voor nationale programma’s voor groei en werkgelegenheid en een vereenvoudigde rapportage door de lidstaten na tenuitvoerlegging zou de Europese Raad nog beter leiding kunnen geven. |

…rekening houdend met de adviezen van het Europees Parlement … | Het Europees Parlement zou eveneens bij dit proces worden betrokken door een advies over het strategisch jaarverslag uit te brengen, waarmee de Raad rekening dient te houden. De voorzitters van het Parlement, de Raad en de Commissie zouden regelmatig blijven bijeenkomen, ook vóór de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad, om te bepalen hoe de wetgevingsvoorstellen in verband met het communautaire Lissabon-programma binnen het wetgevingsproces ten uitvoer kunnen worden gelegd. De Commissie zal ook het Europees Parlement op gezette tijden informeren over haar analyse van de gemaakte vorderingen en de door de lidstaten aangenomen maatregelen. |

…en de Commissie zorgt voor de verdere tenuitvoerlegging. | De Commissie zal de lidstaten ondersteunen bij het opstellen van hun Lissabon-programma’s en zal de nodige structuren creëren om dit proces te vergemakkelijken. Zij zal de doelstellingen en maatregelen evalueren die de lidstaten goedkeuren, de aandacht vestigen op bestaande problemen en gebruikmaken van haar strategisch jaarverslag om ervoor te zorgen dat de Unie op het juiste spoor blijft. Dit zou worden aangevuld met de uitoefening van haar bevoegdheden krachtens het Verdrag om te zorgen voor een juiste omzetting van de wetgeving en de naleving van de verbintenissen van de lidstaten in het kader van de Lissabon-agenda. |

De sociale partners dienen een bijzondere rol te spelen. | De rol van de sociale partners is van vitaal belang. Hun steun zal cruciaal zijn op gebieden zoals een actief arbeidsmarktbeleid, levenslang leren en het anticiperen op de herstructurering in industriesectoren. Daarom stelt de Commissie hen voor, met gebruikmaking van de bevoegdheden die het Verdrag hen verleent, hun eigen meerjarig Lissabon-programma voor groei en werkgelegenheid op te stellen. De regelmatige Driepartijentop moet worden gewijd aan de evaluatie van de gemaakte vorderingen en het uitwisselen van beste praktijken tussen de lidstaten. Het partnerschap voor groei en werkgelegenheid is bijgevolg volledig in overeenstemming met de ambities van het partnerschap voor verandering dat de sociale partners op de Driepartijentop in maart 2004 hebben goedgekeurd. |

Deze nieuwe driejarencyclus start in 2005. | Deze nieuwe driejarencyclus zou in 2005 van start gaan met de vaststelling van nieuwe algemenere richtsnoeren inzake economie en werkgelegenheid, waardoor de lidstaten hun nationale Lissabon-programma’s op hun nationale situaties zouden kunnen afstemmen. In 2008 zou een toetsing plaatsvinden. Een uitgebreid overzicht van de nieuwe aanpak van het beheer wordt afzonderlijk gepubliceerd. |

Hierdoor wordt ons partnerschap gestructureerd en zullen er daadwerkelijk veranderingen plaatsvinden, ... | De voorstellen voor de tenuitvoerlegging inzake groei en werkgelegenheid door het partnerschap zijn dus gebaseerd op een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden waardoor alle actoren zich kunnen bezighouden met de maatregelen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Door de nieuwe aanpak wordt de huidige doolhof van rapportageverplichtingen afgeschaft. De klemtoon verschuift dus van coördinatie via multilaterale besprekingen tussen 25 lidstaten en de Commissie, naar afzonderlijke beleidsthema’s (de open coördinatiemethode), met een bilaterale diepgaande dialoog tussen de Commissie en de lidstaten over een engagementgestuurd nationaal actieprogramma. Deze dialoog vindt plaats in het kader van de bestaande op het Verdrag gebaseerde instrumenten voor coördinatie van het economisch en werkgelegenheidsbeleid: de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren. |

…waardoor wij van de voordelen van een coherent optreden op verschillende gebieden en verschillende niveaus kunnen profiteren. | Ten slotte zal deze aanpak ons de mogelijkheid bieden door maatregelen op de verschillende niveaus van het partnerschap een werkelijke synergie te bereiken en voort te bouwen op de complementariteit met de lidstaten en tussen de lidstaten onderling. Zo bijvoorbeeld zullen de lidstaten in hun Lissabon-programma’s hun nationale streefcijfers voor O&O-uitgaven bevestigen en aangeven welke maatregelen zij van plan zijn te nemen. Op communautair niveau wordt een verdubbeling van de O&O-uitgaven ten laste van het zevende kaderprogramma voorgesteld, en in de lidstaten zijn een aantal beleidsmaatregelen gepland om de O&O-uitgaven te stimuleren. Op basis van de nationale Lissabon-programma’s zal de Commissie daarom een jaarlijkse evaluatie kunnen maken van de vorderingen bij het bereiken van de doelstelling dat de O&O-uitgaven in de Unie als geheel 3% van het BBP vertegenwoordigen, alle nodige voorstellen voor het bijstellen van de beleidsinstrumenten indienen, de lidstaten feedback geven en zo nodig bij de Europese Raad verslag uitbrengen over ernstige moeilijkheden. |

De bevolking over Lissabon informeren vormt een belangrijke stap in de richting van een engagement op alle overheidsniveaus. |

De mensen moeten in de eerste plaats begrijpen waarom Lissabon van belang is,... | De uitdaging om op te komen voor hervormingen vindt niet haar eindpunt in dit verslag en evenmin in de start van het partnerschap voor groei en werkgelegenheid op de Europese Raad van maart. De ambitieuze hervormingsagenda van Lissabon moet gepaard gaan met inspanningen om te verklaren met welke uitdagingen wij worden geconfronteerd. De argumenten ten gunste van de hervorming moeten telkens opnieuw worden uiteengezet, teneinde het dringende karakter ervan duidelijk te maken en aan te tonen dat wij een antwoord kunnen bieden, een eigen Europees antwoord. Om deze boodschap te doen overkomen zijn evenwel aanzienlijke blijvende inspanningen vereist. |

…en dit moet op EU- en nationaal niveau worden uiteengezet. | Dit is een gezamenlijke taak voor de Europese instellingen. De hoofdverantwoordelijkheid ligt evenwel op het niveau van de lidstaten, waar de communicatie op nationale problemen en nationale discussies kan worden afgestemd. Daarbij moeten alle actoren worden betrokken die belang hebben bij het welslagen van Europa: nationale parlementen, regio's, steden en dorpen alsmede het maatschappelijk middenveld. De Commissie van haar kant zal deze agenda voor groei en werkgelegenheid gedurende haar volledige ambtstermijn als een centrale communicatieprioriteit behandelen. |

[1] Verslag van de groep op hoog niveau onder leiding van Wim Kok, november 2004. http://europa.eu.int/comm/lisbon_strategy/group/index_en.html

[2] COM (2005) 12, Strategic objectives 2005-2009. Europe 2010: a partnership for European renewal – Prosperity, solidarity and security.

[3] Zie “The costs of non-Lisbon. An issues paper”, ontwerp-werkdocument van de diensten van de Commissie.

Top