Help Print this page 
Title and reference
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Overgang op de stationerings- en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet

/* COM/2004/0636 def. */
Multilingual display
Text

52004DC0636

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Overgang op de stationerings- en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet /* COM/2004/0636 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD - Overgang op de stationerings- en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet

Inleiding

Naar aanleiding van de mededeling van de Commissie van 18 februari 2004 [1] heeft de Raad op 9 maart 2004 conclusies vastgesteld waarin de Commissie werd verzocht uiterlijk eind oktober 2004 een mededeling in te dienen op basis waarvan de Raad nog voor het einde van het jaar de noodzakelijke beleidsbeslissingen zou kunnen nemen over het begin van de stationerings- en de exploitatiefase, met inbegrip van een standpunt over de maximale financiële bijdrage van de Europese Gemeenschap aan deze fasen, alsmede over het dienstenaanbod. Het programma verkeert sinds 2002 in de ontwikkelingsfase, die moet worden gevolgd door de stationeringsfase (2006-2007) en de exploitatiefase (vanaf 2008).

[1] COM(2004) 112 def.

Vóór de start van de stationerings- en de exploitatiefase moeten evenwel vier kwesties worden opgelost:

- De particuliere sector moet zich hebben vastgelegd op een aanzienlijke financiële bijdrage aan deze fasen.

- Het dienstenaanbod moet zijn gedefinieerd.

- De beheersstructuren voor het systeem dienen te zijn vastgelegd.

- Met de Verenigde Staten moet een akkoord zijn gesloten over de interoperabiliteit van het Europese en het Amerikaanse systeem.

De twee laatste kwesties zijn inmiddels geregeld. Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet en Gemeenschappelijk optreden 2004/552/GBVB van de Raad ten aanzien van aspecten van de exploitatie van het Europees systeem voor radionavigatie per satelliet die betrekking hebben op de veiligheid van de Europese Unie, beide van 12 juli 2004 [2], regelen de beheersstructuren van het systeem, en de op 26 juni 2004 met de Verenigde Staten gesloten overeenkomst voorziet voorts uitdrukkelijk in een algehele interoperabiliteit van het Europese en het Amerikaanse systeem.

[2] PB L 246 van 20.7.2004, blz. 1 en blz. 30.

Wat de financiering door de particuliere sector betreft, is de gemeenschappelijke onderneming Galileo, die sinds de zomer van 2003 operationeel is, belast met de procedure voor de selectie van de concessiehouder. De eerste fase, die van de voorselectie, is in februari 2004 afgerond. Eind augustus 2004 hadden twee van de drie gepreselecteerde consortia in het kader van de tweede fase van de procedure een gedetailleerde offerte ingediend. De gemeenschappelijke onderneming heeft deze offertes in september 2004 geëvalueerd en daarover een verslag opgesteld. Overeenkomstig haar mandaat zal de gemeenschappelijke onderneming met een voorstel komen voor de aanwijzing van een kandidaat-concessiehouder en dit ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur voorleggen.

Het verslag van de gemeenschappelijke onderneming moet samen met deze mededeling de weg vrijmaken voor de beleidsrichtsnoeren ten aanzien van de publieke financiering van de volgende programmafasen en de openbare-dienstverleningstaak, in het bijzonder de vaststelling van het dienstenpakket. Op basis hiervan zal de gemeenschappelijke onderneming een begin kunnen maken met de laatste fase van de concessionering van het systeem, te weten de onderhandelingen over het concessiecontract dat in de loop van 2005 moet worden gesloten. Deze fase zal plaatsvinden in nauwe samenwerking met de Toezichtautoriteit, die in haar hoedanigheid van concessieverlener dit contract zal tekenen en zal toezien op de uitvoering ervan overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, lid 1, van de reeds genoemde Verordening (EG) nr. 1321/2004.

1. DE FINANCIERING VAN DE STATIONERINGS- EN DE EXPLOITATIEFASE

Vanwege de snelle ontwikkeling van de markten voor radionavigatie per satelliet hebben de Europese instellingen voor de stationerings- en de exploitatiefase van het Galileo-programma de voorkeur gegeven aan een publiek-privaat partnerschap op basis van een concessie. Al heeft de particuliere sector zich, gelet op de commerciële vooruitzichten, bereid verklaard veel in het project te investeren, toch blijft een financiële bijdrage van de Gemeenschap noodzakelijk om het programma financieel in evenwicht te brengen.

1.1. Gunstige commerciële vooruitzichten

Uit verschillende studies [3] die sinds 1999 in opdracht van de Commissie zijn gemaakt en die ter kennis van de Raad zijn gebracht, blijkt dat de vooruitzichten voor de ontwikkeling van de markten voor radionavigatie per satelliet voortreffelijk zijn. De trend van de afgelopen jaren wijst op een explosie van de markten voor producten en diensten waarbij van radionavigatie per satelliet gebruik wordt gemaakt. Zelfs de meest optimistische verwachtingen zijn overtroffen.

[3] Met name de studies GALA, Geminus, Pricewaterhouse Coopers en Galilei.

Zo blijkt de omvang van de wereldmarkt voor producten en diensten op het gebied van radionavigatie per satelliet tussen 2002 en 2003 te zijn verdubbeld (van 10 miljard naar 20 miljard euro). Tegen 2020 zal dat bedrag zijn opgelopen tot bijna 300 miljard euro, terwijl er dan ongeveer 3 miljard ontvangers in gebruik zullen zijn. Deze ontvangers zullen geschikt zijn voor een combinatie van alle diensten van de systemen Galileo, EGNOS en GPS.

Elke dag verschijnen er weer nieuwe innovatieve toepassingen op de markt. De prijzen van ontvangers dalen voortdurend. Zij zijn momenteel al verkrijgbaar voor minder dan 150 euro. Net zoals enkele jaren geleden bij mobiele telefoons zorgen de dalende prijzen voor een snelle verspreiding van radionavigatiediensten in alle sectoren, waardoor het gebruik ervan net zo gangbaar wordt als dat van elektronische consumentenapparatuur zoals horloges, fototoestellen, mobiele telefoons, enz. Radionavigatie per satelliet dringt langzaam door tot in alle uithoeken van de samenleving, waardoor het Galileo-programma een dimensie krijgt die dicht bij de burger staat.

Al vanaf de start van het Galileo-project heeft de Raad aangedrongen op een krachtige deelname van de particuliere sector aan het programma. In zijn resolutie van 19 juli 1999 heeft de Raad de Commissie verzocht "tijdige en realistische voorwaarden te scheppen met het oog op een in hoge mate private financiering binnen het kader van een openbaar/particulier partnerschap" [4]. De Raad heeft dit standpunt daarna voortdurend herhaald. Meer in het bijzonder heeft deze in zijn conclusies van 26 maart 2002 bepaald dat voor de financiering van de stationeringsfase gestreefd zal worden naar een verdeling waarbij maximaal een derde ten laste van de communautaire begroting zal komen en minimaal twee derde door de particuliere sector zal worden gedragen. Overigens heeft de Raad in diezelfde conclusies en in de conclusies van 9 maart 2004 uitdrukkelijk gesteld dat voor de financiering van de exploitatiefase een beroep zal worden gedaan op communautaire fondsen.

[4] PB C 221 van 3.8.1999, blz. 1.

1.2. Financieringsmogelijkheden voor de particuliere sector

Volgens het tussentijdse verslag van de gemeenschappelijke onderneming Galileo bevestigen de offertes van de gepreselecteerde consortia de hypotheses over de financiering van de stationerings- en de exploitatiefase aangezien zij overeenstemmen met het door de Raad geplande schema: alle consortia hebben toegezegd ten minste twee derde van de kosten van de stationeringsfase, begroot op 2,1 miljard euro, te zullen financieren en vragen voor de eerste jaren na de ingebruikname van het systeem een subsidie om de financiering in evenwicht te brengen.

In de reeds genoemde mededeling van 18 februari 2004 noemt de Commissie diverse mogelijkheden voor de privé-sector om de stationerings- en de exploitatiefase te financieren.

De inkomsten uit de verkoop van diensten spelen een belangrijke rol in de financieringsplannen van de gepreselecteerde consortia. Deze rechtstreeks door de concessiehouder geïnde inkomsten, stellen hem in staat het geïnvesteerde kapitaal terug te verdienen en de gesloten leningen af te betalen. Er zij op gewezen dat alle consortia het belang van de verwachte inkomsten uit de verkoop van de beveiligde gouvernementele dienst (ook wel publiek gereguleerde dienst of PRS-dienst genoemd) hebben benadrukt.

Ook de inkomsten uit de verkoop van intellectuele-eigendomsrechten vormen een belangrijk element van de door de gepreselecteerde consortia ingediende financieringsplannen. Net zoals bij de inkomsten uit de verkoop van diensten is het de bedoeling dat deze rechtstreeks worden geïnd door de concessiehouder. Deze moet van de Toezichtautoriteit in het kader van de concessieovereenkomst toestemming krijgen voor de exploitatie van de intellectuele-eigendomsrechten met betrekking tot de onderdelen van het systeem en de toepassingen daarvan. De gemeenschappelijke onderneming Galileo heeft samen met de Commissie en het Europees Ruimteagentschap in dit verband een algemene benadering uitgewerkt voor de rechtsbescherming van de belangrijkste elementen van het systeem, in het bijzonder wat betreft de signaalverwerking. Deze benadering geldt voor alle gebruikers, ongeacht de gebruikte dienst. Zij wordt onderschreven door de kandidaat-concessiehouders, die daarin een belangrijke bron van inkomsten zien en zij maakt de eveneens in de mededeling van 18 februari 2004 bedoelde heffingen op ontvangers overbodig.

Ten slotte voorzien de financieringsplannen van de gepreselecteerde consortia eveneens in een aanmerkelijke financiering op basis van eigen middelen met een solide bancaire ondersteuning. De Europese Investeringsbank, die nauwe contacten onderhoudt met de verschillende kandidaat-concessiehouders, zal een belangrijke rol spelen in deze financiële constructie door de verstrekking van leningen op zeer lange termijn met een passende aflossingsvrije periode.

1.3. De noodzakelijke bijdrage van de Gemeenschap

Het Europese systeem voor radionavigatie per satelliet is een grootschalige openbare infrastructuur met talloze voordelen voor de EU. Dankzij dit systeem kan Europa op een dagelijks groeiend aantal cruciale toepassingsgebieden ontsnappen aan de afhankelijkheid van een systeem van derden met een monopoliepositie. Voorts krijgt Europa dankzij dit systeem de beschikking over de noodzakelijke technologie en de voor de economie essentiële plaats- en tijdbepalingdiensten. Als civiel systeem voor civiele gebruikers voorziet het in behoeften waarin de huidige systemen niet kunnen voorzien. Dit past in het kader van het Europese ruimtevaartbeleid zoals dat in het witboek van de Commissie van 11 november 2003 [5] is beschreven. Dit zijn allemaal argumenten die pleiten voor een bijdrage van de publieke sector in de financiering van de stationerings- en de exploitatiefase van het programma.

[5] COM(2003) 673.

Het aandeel van de publieke sector in de financiering van deze beide fasen dient ter aanvulling van de oorspronkelijke particuliere financiering. De hoogte hiervan wordt enerzijds bepaald door de dimensie en de kwaliteit van dit door de Europese Gemeenschap gewenste project en anderzijds door de commerciële inkomsten die met de exploitatie van dit systeem mogelijk zijn.

De kosten van de stationeringsfase worden geraamd op 2,1 miljard euro. Alle gepreselecteerde consortia verbinden zich ertoe twee derde van deze kosten, dat wil zeggen 1,4 miljard euro, te zullen dragen, zodat een bedrag van 700 miljoen euro ten laste zal komen van de begroting van de Gemeenschap voor de financiering van deze fase.

De financiering van de exploitatiefase wordt door de particuliere sector verzorgd. Vanwege de beperkingen in verband met de openbare dienstverplichtingen die bij de exploitatie van zo'n grotere openbare infrastructuur als het Galileo-systeem worden opgelegd en de tijd die de particuliere sector nodig heeft om de satellietnavigatiemarkt en de commercialisering van zijn diensten volledig tot ontwikkeling te laten komen, is in de eerste jaren van de exploitatiefase niettemin een uitzonderlijke financiering uit publieke bron noodzakelijk.

Teneinde het ten laste van de begroting van de Gemeenschap komende deel te financieren, heeft de Commissie op 14 juli 2004 een voorstel ingediend voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de tenuitvoerlegging van de stationeringsfase en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet [6]. Met dit voorstel wordt het Galileo-programma op een specifiek juridisch instrument gebaseerd, dat in overeenstemming is met het toekomstige Europese ruimtevaartprogramma en beter aan de behoeften daarvan kan voldoen, terwijl tegelijkertijd voor een zo goed mogelijk financieel beheer wordt gezorgd. Het voorziet in een financiële bijdrage van de Europese Gemeenschap van 1 miljard euro voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013. 500 miljoen euro hiervan is bestemd voor de financiering van de stationeringsfase, waarvoor ook nog eens een bedrag van 200 miljoen euro wordt uitgetrokken ten laste van de lopende financiële vooruitzichten voor het jaar 2006, en 500 miljoen euro wordt gereserveerd voor de financiering van de eerste jaren van de exploitatiefase. Dit laatste bedrag heeft een indicatief karakter en zal eventueel, afhankelijk van de resultaten van de besprekingen met de kandidaat-concessiehouders, worden aangepast.

[6] COM(2004) 477 def.

Het beheer en de controle op het gebruik van de bijdrage van de Gemeenschap aan het Galileo-programma zullen worden verzorgd door de Europese GNSS-toezichtautoriteit overeenkomstig de bepalingen van de al genoemde Verordening (EG) nr. 1321/2004. Het is de bedoeling dat de Toezichtautoriteit in de eerste helft van 2005 wordt opgericht. Het is niet uitgesloten dat het Europees Ruimteagentschap, mocht dit nodig blijken, zal bijdragen aan de financiering van de ontwikkelings- en de exploitatiefase van het programma via steun aan de Toezichtautoriteit.

Er zij op gewezen dat het aandeel van de publieke financiering kan worden teruggebracht afhankelijk van de commerciële inkomsten van de concessiehouder bij de exploitatie van het systeem. In de concessieovereenkomst zal een clausule worden opgenomen waarin de voorwaarden voor een dergelijke aanpassing expliciet worden gestipuleerd.

De Commissie zal erop toezien dat het gebruik van radionavigatie per satelliet wordt gestimuleerd in het kader van initiatieven die zij op allerlei gebieden al neemt of nog zal nemen, zoals met name oproepen van de alarmnummers, de veiligheid van de scheepvaart, de visserij en landbouw parallel aan het systeem "Global Monitoring for Environment and Security (GMES)", de interoperabiliteit van spoorwegsystemen (ERTMS), justitie en binnenlandse zaken, enz.

1.4. Inkomsten uit derde landen

De tendens tot internationale samenwerking zet door. Diverse derde landen hebben veel belangstelling getoond voor deelname aan het Galileo-programma, ook op financieel niveau. Er zijn samenwerkingsovereenkomsten getekend met China op 30 oktober 2003 en met Israël op 13 juli 2004. Behalve met de Russische Federatie, India en Oekraïne, landen waarvoor de onderhandelingen over een dergelijke overeenkomst op de goede weg zijn, zijn er ook veelbelovende contacten aangeknoopt met Zuid-Korea, Australië, Mexico en Brazilië. Voorts onderzoeken Zwitserland en Noorwegen, lidstaten van het Europees Ruimteagentschap, en Canada, geassocieerd lid, de mogelijkheid om financieel deel te nemen aan de volgende fasen van het programma. Daarom mag worden gerekend op een forse financiële bijdrage van de verschillende derde landen die belangstelling hebben getoond.

De bij het Galileo-programma geassocieerde derde landen bieden goede vooruitzichten wat betreft marktontwikkeling. In al deze landen zijn er bedrijven met gedegen technische en commerciële capaciteiten op de gebieden ruimtevaart en radionavigatie per satelliet die de Europese bedrijven een nieuwe impuls kunnen geven. In al deze landen wijzen alle exploitanten en gebruikers op de noodzaak om een civiel systeem voor radionavigatie per satelliet te ontwikkelen dat specifiek is afgestemd op hun behoeften aan de hand van vijf verschillende diensten en dat beschikt over de onmisbare eigenschappen voor een grootschalige ontwikkeling van deze technologie: integriteit, continuïteit van de dienstverlening en koppeling met telecommunicatiesystemen. Zij stellen het daarom op prijs dat het Galileo-systeem een ander karakter heeft dan het Amerikaanse GPS-systeem en hechten veel belang aan een bilaterale overeenkomst over alle terreinen van samenwerking op basis waarvan zij betrokken worden bij de verschillende aspecten van een technologie met zulk een veelbelovende toekomst.

Als programma dat openstaat voor een zeer brede samenwerking met derde landen biedt Galileo deze landen de mogelijkheid betrokken te worden bij de aanleg, de ontwikkeling en het beheer van een strategische infrastructuur. Daarmee levert Galileo een significante bijdrage aan de externe dimensie van het beleid van de Europese Gemeenschap. De verscheidenheid en reikwijdte van de geplande deelnamemogelijkheden, die op het vlak liggen van de concessie, het onderzoekprogramma, de contracten van het Europees Ruimteagentschap, de regelgevingsaspecten, de deelname aan de gemeenschappelijke onderneming of de rol in de toekomstige Toezichtautoriteit, zijn ongetwijfeld positief voor de internationale samenwerking.

Door deze samenwerking met derde landen verzekert de Gemeenschap zich ook van de steun van deze landen binnen de internationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de toewijzing van de frequenties en de vaststelling van normen. Bovendien garandeert zij dat de door het systeem geboden diensten ongehinderd binnen de betrokken landen kunnen worden gecommercialiseerd.

2. EISEN IN VERBAND MET HET DIENSTENAANBOD

In de exploitatiefase moet het Galileo-systeem verschillende diensten bieden die duidelijk omschreven kenmerken vertonen en een hoge mate van veiligheid garanderen.

2.1. Het dienstenaanbod

De in de exploitatiefase door het Galileo-systeem geboden diensten zijn uitvoerig beschreven in bijlage 1 bij de mededeling van de Commissie van 24 september 2002 [7]. Het dienstenaanbod is vastgelegd in de "High-Level Definition", die in 2002 is uitgewerkt en die sindsdien constant wordt bijgewerkt in samenspraak met de verschillende categorieën gebruikers. Op basis hiervan heeft de Raad in zijn conclusies van 6 december 2002 bepaald dat de aanbestedingen die in het kader van het Galileo-programma zullen plaatsvinden, met name die van de concessie, op vijf diensten betrekking dienen te hebben: een "open dienst", een "commerciële dienst", een "safety-of-life-dienst", een "beveiligde gouvernementele dienst" (PRS) en de ondersteuning van de opsporings- en reddingsdienst COSPAS-SARSAT of andere relevante systemen.

[7] COM(2002) 518 def.

De offertes waarover momenteel met de gepreselecteerde consortia wordt onderhandeld, zijn in overeenstemming met de technische eisen en hebben elk betrekking op alle vijf bovengenoemde diensten.

Wat de beveiligde gouvernementele dienst (PRS) betreft, zij eraan herinnerd dat dit een van de hoofdaspecten van het programma betreft. Dankzij deze dienst kunnen openbare autoriteiten beschikken over een beveiligde dienst met hoge prestaties. Talrijke ministeries zijn bij de technische specificatie van deze dienst betrokken geweest en hebben het belang ervan onderstreept. Dit geldt in het bijzonder voor de diensten voor grensbewaking en binnenlandse veiligheid, die strijden tegen misdaad, smokkel, illegale immigratie en terrorisme, en voor de diensten voor civiele bescherming. Het gebruik van de beveiligde gouvernementele dienst is evenwel facultatief. Het staat de lidstaten en hun regeringen vrij er al dan niet gebruik van te maken. In de ontwerp-businessplannen van de gepreselecteerde kandidaat-concessiehouders bevestigen zij het bestaan van een krachtige vraag naar deze dienst van de zijde van de diverse lidstaten en wijzen zij op belang van de inkomsten die zij met de exploitatie van die dienst denken te genereren. De kosten van het gebruik van de beveiligde gouvernementele dienst zullen uitsluitend door de gebruikers ervan worden gedragen, maar zullen met het oog op een goed openbaar bestuur toch redelijk blijven.

Overigens zullen de kosten die met de integratie van de beveiligde gouvernementele dienst in de systeemarchitectuur zijn gemoeid, een zeer gering percentage vormen van de totale kosten van de infrastructuur. Deze dienst heeft eigenlijk maar een gering effect op de definitie van de belangrijkste parameters van de satellieten, namelijk het gewicht, het vermogen en de omvang van de apparatuur. Het effect op de kosten van het grondsegment is te verwaarlozen.

Voorts is het dankzij de onderzoekinspanningen van de afgelopen twee jaar en de besprekingen met de Verenigde Staten gelukt het bij de vijf aangeboden diensten behorende frequentieplan nauwkeurig te bepalen. De overeenkomst met de Verenigde Staten van 26 juni 2004 heeft de laatste politieke obstakels voor de goedkeuring van de plannen uit de weg geruimd.

Wat EGNOS betreft heeft de Raad in zijn conclusies van 5 juni 2003 bepaald dat "de voordelen van een mogelijke opneming van het beheer van EGNOS in de toekomstige concessieovereenkomst voor het beheer van Galileo, samen met mogelijke concessiehouders van Galileo, moeten worden geëvalueerd". De gemeenschappelijke onderneming Galileo heeft EGNOS daarom in haar besprekingen met de gepreselecteerde consortia betrokken en deze laatste hebben zich bereid verklaard het beheer van EGNOS in het kader van de concessieovereenkomst voor Galileo op zich te zullen nemen. De Commissie zal hiervoor met een voorstel komen op basis van de resultaten van de besprekingen met de gepreselecteerde kandidaten, de resultaten van de besprekingen met de luchtvaartautoriteiten van de lidstaten en de kenmerken van het momenteel bestudeerde Europees Radionavigatieplan.

2.2. De naleving van veiligheidseisen

Zoals de Raad herhaaldelijk heeft benadrukt is het Galileo-systeem een gevoelige infrastructuur waarvan het gebruik aan bijzondere veiligheids- en beveiligingsmaatregelen moet worden onderworpen. Het is wenselijk het systeem te beveiligen tegen twee potentiële gevaren: het moet enerzijds worden beschermd tegen bedreigingen tegen de goede werking ervan, of het nu gaat om kwade opzet of niet, en anderzijds tegen misbruik voor doeleinden die indruisen tegen de belangen van de Europese Unie en haar lidstaten.

De veiligheid en beveiliging van het Galileo-systeem in de stationerings- en de exploitatiefase zijn gebaseerd op twee teksten, te weten Verordening (EG) nr. 1321/2004 en Gemeenschappelijk optreden 2004/552/GBVB, beide van 12 juni 2004. De verordening voorziet in de oprichting van de Toezichtautoriteit, die de "technische" bevoegdheden krijgt met betrekking tot de veiligheid en beveiliging van het systeem. Het gemeenschappelijk optreden heeft betrekking op bedreigingen voor de integriteit en de goede werking van het systeem, alsmede op de maatregelen die in crisissituaties moeten worden getroffen. Het door de Toezichtautoriteit op te richten Comité voor veiligheid en beveiliging dat uit vertegenwoordigers van de lidstaten zal bestaan, moet de fakkel overnemen van de Veiligheidsraad voor Galileo (GSB).

De gemeenschappelijke onderneming heeft zich ervan vergewist dat de gepreselecteerde consortia alle waarborgen in termen van veiligheid en beveiliging bieden. De diensten die het systeem zullen beheren, zullen bestaan uit personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot geheime documenten en procedures. Alle consortia hebben de naleving van de veiligheidsmaatregelen van de huidige Veiligheidsraad voor Galileo en de toekomstige Toezichtautoriteit in hun offertes opgenomen. Voorts is voorzien in de mogelijkheid dat de Raad een aanpassing van de signaalkwaliteit voorschrijft ingeval zich in een van de regio's van de wereld een crisissituatie voordoet.

Conclusies

De gemeenschappelijke onderneming Galileo heeft in het kader van haar opdracht de selectieprocedure voor een toekomstige concessiehouder afgerond. Aan de voorwaarden die bij de start van het Galileo-programma zijn gesteld, blijkt te zijn voldaan. In het bijzonder zijn de volgende zaken bevestigd:

- de strategische aspecten van een infrastructuur die erop gericht is de onafhankelijkheid van de Europese Unie te garanderen met behoud van de complementariteit met het Amerikaanse GPS-systeem;

- de technische definities van een systeem waardoor de Europese Unie greep krijgt op de technologie voor radionavigatie per satelliet;

- de commerciële levensvatbaarheid van de exploitatie van het systeem door mogelijkheden te creëren om aanzienlijke inkomsten te genereren;

- de complementariteit van de vijf geplande diensten van het programma, waarmee moet worden voorzien in de behoeften van alle civiele gebruikers;

- de wenselijkheid om EGNOS, de voorloper van het Europese wereldwijde systeem voor radionavigatie per satelliet, in de gevolgde benadering, met inbegrip van de concessieplannen, te betrekken;

- de aanzienlijke financiële bijdrage van de particuliere sector;

- en, ten slotte, de internationale dimensie van het project en de groeiende bereidheid van derde landen om actief en ook financieel aan het programma bij te dragen.

Aan de overige door de Raad gestelde voorwaarden voor de overgang naar de volgende fasen van het programma, de stationering en de exploitatie van het systeem, is eveneens voldaan door:

- de sluiting op 26 juni 2004 van een overeenkomst met de Verenigde Staten over de interoperabiliteit van het Europese en het Amerikaanse systeem;

- de vaststelling van de toekomstige beheersstructuren voor het systeem - de Toezichtautoriteit en het veiligheidsmechanisme - met de goedkeuring door de Raad van de twee teksten van 12 juli 2004.

Alle voorwaarden zijn derhalve vervuld voor een besluit van de Raad over:

- de definitieve overgang op de stationerings- en de exploitatiefase van het programma;

- de essentiële eigenschappen van het systeem, met name wat betreft de diensten;

- de definitieve toezegging van de openbare autoriteiten met betrekking tot de financiering van de stationerings- en de exploitatiefase van het systeem enerzijds en de controle op het systeem anderzijds.

Deze elementen moeten vaststaan voordat:

- de gemeenschappelijke onderneming de onderhandelingen over de in de loop van 2005 door de Toezichtautoriteit te sluiten concessieovereenkomst kan afronden;

- de particuliere sector zijn offertes en financiële toezeggingen kan bevestigen.

De Commissie zal het Europees Parlement en de Raad regelmatig blijven inlichten over de voortgang van het programma. De Raad van toezicht van de gemeenschappelijke onderneming zal de concessieverleningsprocedure blijven volgen. De resultaten van deze procedure zullen door de Commissie worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad in overleg met de Toezichtautoriteit, die aanvang 2005 een begin zal maken met de belangrijkste werkzaamheden in verband met de stationerings- en de exploitatiefase.

Top