Help Print this page 
Title and reference
Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Halfjaarlijkse bijwerking van het scorebord van de vorderingen op het gebied van de totstandbrenging van een ruimte van "vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid" in de Europese Unie (1e halfjaar 2002)

/* COM/2002/0261 def. */
Languages and formats available
Multilingual display
Text

52002DC0261

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Halfjaarlijkse bijwerking van het scorebord van de vorderingen op het gebied van de totstandbrenging van een ruimte van "vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid" in de Europese Unie (1e halfjaar 2002) /* COM/2002/0261 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT - HALFJAARLIJKSE BIJWERKING VAN HET SCOREBORD VAN DE VORDERINGEN OP HET GEBIED VAN DE TOTSTANDBRENGING VAN EEN RUIMTE VAN "VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHTVAARDIGHEID" IN DE EUROPESE UNIE (1e HALFJAAR 2002)

VOORWOORD

Het scorebord over de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid wordt regelmatig door de Commissie bijgewerkt om de vorderingen bij te houden bij de goedkeuring en tenuitvoerlegging van de maatregelen die moeten worden genomen om de doelstellingen te verwezenlijken die in het Verdrag en door de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 zijn vastgelegd.

In deze versie van het scorebord wordt evenals in de vorige versies een overzicht gegeven van de doelstellingen en termijnen die door de Europese Raad van Tampere zijn vastgesteld, waarbij per geval wordt aangegeven wie verantwoordelijk is voor het op gang brengen, de voortgang en de voltooiing van het proces. Om de vorderingen gemakkelijk te kunnen volgen, wordt in de tabellen een onderscheid gemaakt tussen ingediende voorstellen en initiatieven, de stand van zaken bij de Raad, en eventueel bij het Europees Parlement, en de geplande werkzaamheden voor de toekomst. De rubriek "omzetting" van de goedgekeurde besluiten geeft ook een indicatie van de inwerkingtreding en de tenuitvoerlegging van goedgekeurde besluiten en maatregelen.

Evenals in de vorige versie is bij dit scorebord een samenvatting opgenomen waarin de belangrijkste resultaten sinds Tampere worden geschetst, om de lezer te helpen bij de interpretatie van de tabellen.

INHOUDSOPGAVE

1. Samenvatting

2. Een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid van de eu

2.1. Partnerschap met de landen van herkomst

2.2. Een gemeenschappelijk Europees asielstelsel

2.3. Eerlijke behandeling van derdelanders

2.4. Beheer van migratiestromen

3. Een ware Europese rechtsruimte

3.1. Een betere toegang tot de rechter in Europa

3.2. Wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen

3.3. Grotere convergentie inzake burgerlijk recht

4. Bestrijding van de criminaliteit in de Unie in haar geheel

4.1. Criminaliteitspreventie op het niveau van de Unie

4.2. Versterking van de samenwerking bij de bestrijding van de criminaliteit

4.3. Bestrijding van bepaalde vormen van criminaliteit

4.4. Speciaal optreden tegen het witwassen van geld

5. Aangelegenheden op het gebied van binnen- en buitengrenzen en visumbeleid, tenuitvoerlegging van art. 62 VEG en omzetting van het Schengenacquis

6. Burgerschap van de Unie

7. Samenwerking ter bestrijding van drugs

8. Krachtdadiger extern optreden

9. ANDERE LOPENDE INITIATIEVEN

1. Samenvatting

In dit deel wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste vorderingen bij de tenuitvoerlegging van de conclusies van de Europese Raad van Tampere sinds de vorige versie van het scorebord, dat op 30 oktober 2001 aan de vooravond van de Europese Raad van Laken door de Commissie werd ingediend. Deze vorderingen worden uitvoerig weergegeven in de tabellen.

Het scorebord van vóór de top van Laken bevatte een tussentijdse evaluatie door de Commissie van de vorderingen bij de verwezenlijking van het programma van Tampere. Toen werd al opgemerkt dat duidelijk is welke maatregelen precies genomen moeten worden en dat over de meeste maatregelen al wordt onderhandeld. Bij haar beoordeling was de Commissie echter minder positief als het ging om de formulering van gemeenschappelijk beleid en wetgevingsinitiatieven, en wees zij erop dat bepaalde voorstellen een test vormden voor de wil van de lidstaten om overeenkomstig de afspraken verder te gaan.

De vorderingen van de afgelopen zes maanden, met name de besluitvorming over de voorstellen voor een Europees arrestatiebevel en een kaderbesluit inzake terrorisme, die formele goedkeuring op korte termijn mogelijk maakt, lijken te bewijzen dat de Unie, als de noodzaak om te handelen en de wil om resultaat te boeken beide aanwezig zijn, in staat is concreet vorm te geven aan de doelstellingen van het Verdrag van Amsterdam.

Maar deze vorderingen, hoe reëel ze ook zijn, moeten enerzijds ook worden afgemeten aan het tijdschema dat in Tampere is vastgesteld en aan de maatregelen die nog moeten worden genomen om het programma van Tampere binnen de gestelde termijnen te verwezenlijken, en anderzijds aan de daadwerkelijke tenuitvoerlegging door de lidstaten.

De Europese Raad van Laken heeft immers bevestigd dat hij belang hecht aan de in Tampere vastgestelde richtsnoeren en er nota van genomen dat, hoewel bepaalde vorderingen konden worden geconstateerd, "nieuwe impulsen en richtsnoeren nodig zijn" om de achterstand op sommige gebieden in te halen. Tegelijkertijd heeft hij onderstreept dat het van groot belang is dat de besluiten van de Unie snel door de lidstaten worden omgezet en/of ten uitvoer gelegd [1], en dat de sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht gesloten overeenkomsten zonder uitstel worden bekrachtigd [2].

[1] De Raad heeft op 28.2.2002 het eerste verslag over het kaderbesluit tot versterking, door middel van strafrechtelijke sancties, van de bescherming van de euro tegen valsemunterij goedgekeurd. In dit verslag wordt voor het eerst een instrument geëvalueerd dat op grond van titel VI van het VEU is goedgekeurd.

[2] De stand van zaken bij de bekrachtiging zoals die is aangegeven in het scorebord is gebaseerd op de kennisgevingen van de lidstaten aan het secretariaat-generaal van de Raad.

De lezer krijgt door middel van de tabellen een duidelijker beeld van de werkzaamheden die zijn verricht en van de prioriteiten van de Commissie voor het komende halfjaar op de gebieden die centraal staan bij de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid: asiel, immigratie, justitie, criminaliteitsbestrijding, buitengrenzen, burgerschap en versterking van het externe beleid.

Een gemeenschappelijk Europees asiel- en immigratiebeleid

De Europese Raad van Laken van 14 en 15 december 2001 heeft de doelstelling van de Europese Raad van Tampere bevestigd: er moet "zo spoedig mogelijk" een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid worden goedgekeurd.

Op het gebied van asiel werkt de Raad verder aan de behandeling van de ingediende voorstellen die nodig zijn om de eerste fase van het in Tampere overeengekomen gemeenschappelijke beleid te verwezenlijken. Op de bijeenkomst van april 2002 heeft de Raad ingestemd met het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van gemeenschappelijke minimumnormen voor de opvang van asielzoekers.

Daarnaast zal de Commissie, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Laken, binnenkort een gewijzigd voorstel indienen voor de vaststelling van gemeenschappelijke minimumnormen voor de toekenning en intrekking van de vluchtelingenstatus. Ten aanzien van het voorstel voor een verordening Dublin II zijn de Commissie en de Raad na overleg overeengekomen hun werkzaamheden voort te zetten op basis van het voorstel van de Commissie.

Het Eurodac-systeem voor het vergelijken van vingerafdrukken van asielzoekers, dat ook volgens de Europese Raad van Laken van groot belang is voor een werkelijk gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid, is in ontwikkeling. De Raad heeft in februari 2002 een verordening goedgekeurd tot vaststelling van een aantal toepassingsvoorschriften voor de verordening van december 2000 waarbij het systeem in het leven is geroepen.

Op het gebied van immigratie heeft de Commissie, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Laken, in mei 2002 een gewijzigd voorstel ingediend inzake het recht op gezinshereniging.

De Europese Raad van Tampere had erop gewezen dat de onderlinge afstemming van de voorwaarden voor toegang en verblijf voor onderdanen van derde landen onder meer gericht moet zijn op een integratiebeleid dat met name stoelt op de bestrijding van elke vorm van discriminatie. Ter aanvulling van de bestaande wetgeving heeft de Commissie in november 2001 een voostel voor een kaderbesluit inzake racisme en vreemdelingenhaat ingediend. De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van april 2002 heeft conclusies goedgekeurd over de bestrijding van racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat.

Ook de bestrijding van illegale immigratie is de afgelopen maanden een prioriteit geweest. De Commissie heeft hierover in november 2001 een mededeling uitgebracht, en dit aspect ook opgenomen in de recente mededeling over het beheer van de buitengrenzen (zie hieronder). Om meer middelen te hebben om deze praktijken te bestrijden, heeft de Commissie in februari 2002 een voorstel voor een richtlijn ingediend betreffende de verblijfstitel met een korte geldigheidsduur voor slachtoffers van mensenhandel en migrantensmokkel die meewerken bij het aanpakken van illegale mensensmokkelaars en -handelaars.

Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Laken heeft de Raad in februari 2002 een actieplan goedgekeurd voor de bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel in de Unie.

De Commissie is voornemens om vóór het einde van het jaar een voorstel in te dienen voor een rechtsgrond voor de tenuitvoerlegging van het nieuwe begrotingsinstrument voor de samenwerking met de landen van herkomst en doorreis, dat naar aanleiding van de resolutie van het Europees Parlement van maart 2000 in het leven is geroepen. In de lijn van de conclusies van de Europese Raad van Laken hebben de Raad en de Commissie een nieuwe prioriteitenlijst opgesteld voor de onderhandelingen over en de sluiting van Europese overname-overeenkomsten. Er is een overeenkomst gesloten met Hongkong en de onderhandelingen met Rusland, Pakistan, Sri Lanka, Marokko en Macau zijn voortgezet. Daarnaast heeft de Commissie een onderhandelingsmandaat voor een overeenkomst met Oekraïne aan de Raad voorgelegd.

In april 2002 heeft de Commissie een groenboek over een gemeenschappelijk terugkeerbeleid ten aanzien van personen die illegaal in de Unie verblijven gepresenteerd.

Tenslotte heeft de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van het actieplan ter bestrijding van terrorisme in een werkdocument dat zij bij de Raad en het Parlement heeft ingediend, al haar voorstellen geëvalueerd in het licht van de bescherming van de interne veiligheid en de naleving van internationale verplichtingen en instrumenten op het gebied van bescherming [3].

[3] COM(2001)743 van 5.12.2001

Grensbeleid, visabeleid, tenuitvoerlegging van artikel 62 van het EG-Verdrag en omzetting van het Schengen-acquis

Naast de goedkeuring van technische besluiten door de Raad inzake de gemeenschappelijke visuminstructie of een uniform visummodel, is er een discussie op gang gekomen over de ontwikkeling van een gemeenschappelijk identificatiesysteem voor visa (de Commissie zal binnenkort opdracht geven tot een haalbaarheidsstudie daarover) en, op verzoek van de Europese Raad van Laken, over de mogelijkheid om gemeenschappelijke consulaire posten te creëren.

De Europese Raad heeft verzocht de mechanismen te bepalen voor samenwerking tussen de diensten die belast zijn met het beheer van de buitengrenzen en de voorwaarden te bestuderen waaronder het mogelijk is een gemeenschappelijk mechanisme of gemeenschappelijke diensten te creëren voor de controle van de buitengrenzen. In mei 2002 heeft de Commissie een mededeling uitgebracht over het beheer van de buitengrenzen, waarin zij met name onderzoekt op welke wijze de samenwerking tussen de nationale diensten kan worden verbeterd en onder welke voorwaarden het mogelijk is een gemeenschappelijk mechanisme of gemeenschappelijke diensten voor de controle van de buitengrenzen te creëren.

Tenslotte heeft de Commissie in december 2001 een mededeling ingediend betreffende de ontwikkeling van een Schengen-informatiesysteem van de tweede generatie, dat in 2006 in de plaats moet komen van het huidige systeem, zodat de nieuwe lidstaten toegang tot het systeem kunnen krijgen en gebruik kan worden gemaakt van nieuwere technologie en nieuwe functies, waarover nu nog wordt gesproken in de Raad. Tegelijkertijd heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan de rechtsgrond, waardoor de Commissie vanaf januari 2002 met bijstand van een comité van deskundigen van de lidstaten het beheer kan voeren over het technische ontwikkelingsproject.

Een ware Europese rechtsruimte

Op de twee prioritaire gebieden waarvoor door de Europese Raad van Tampere concrete maatregelen werden geëist, namelijk de verbetering van de toegang tot de rechter en de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen, zijn de afgelopen zes maanden vorderingen gemaakt.

Wat de toegang tot de rechter betreft heeft de Commissie in november 2001 een gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad ingediend tot vaststelling van een algemeen kader voor communautaire activiteiten ter vergemakkelijking van de totstandbrenging van een Europese justitiële ruimte in burgerlijke zaken, dat in april 2002 door de Raad is goedgekeurd. Ook met een ander belangrijk aspect van de toegang tot de rechter heeft de Commissie zich beziggehouden: in januari 2002 heeft zij een voorstel voor een richtlijn inzake rechtsbijstand en de financiële aspecten van procedures ingediend.

De Commissie heeft haar werkzaamheden op het gebied van de alternatieve geschillenbeslechting voortgezet na de oprichting van het Europees buitengerechtelijk netwerk voor consumenten in oktober 2001, en in april 2002 een groenboek uitgebracht betreffende de vaststelling van minimumkwaliteitsnormen op het gebied van de buitengerechtelijke beslechting van geschillen.

Eveneens in april 2002 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening betreffende een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen ingediend, op basis waarvan alle intermediaire tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen worden afgeschaft. Daarnaast overweegt zij een groenboek op te stellen over de verdere onderlinge afstemming van de procedurevoorschriften betreffende niet-betwiste schuldvorderingen en geringe vorderingen.

Tenslotte hebben de Commissie en de lidstaten voorbereidingen getroffen voor het Europees justitieel netwerk op het gebied van burgerlijke zaken, dat in maart 2001 is opgericht en vanaf 2002 operationeel zal zijn.

De werkzaamheden op het gebied van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen, die het volgens de Europese Raad van Laken mogelijk maakt "de problemen die samenhangen met de verschillen tussen de rechtsstelsels te overwinnen", zijn voortgezet, zowel op civiel- als op strafrechtelijk gebied.

Het programma voor wederzijdse erkenning dat door de Raad in november 2000 is goedgekeurd, vormt het kader waarbinnen het beginsel van wederzijdse erkenning geleidelijk gestalte krijgt.

Op het gebied van het familierecht heeft de Commissie in mei 2002 een voorstel ingediend waarin haar voorstel voor een verordening betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, dat zij in september 2001 had ingediend, het Franse initiatief inzake het omgangsrecht en Verordening (EG) nr. 1347/2000 ("Brussel II") worden samengevoegd.

De invoering van een Europese executoriale titel, waarvan hierboven al sprake was, zou een belangrijke vooruitgang betekenen bij de tenuitvoerlegging van het beginsel van wederzijdse erkenning op civielrechtelijk gebied.

In verband met de internationale onderhandelingen over de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning van beslissingen op het gebied van burgerlijke en handelszaken, heeft de Raad in maart 2002 op voorstel van de Commissie nieuwe onderhandelingsrichtsnoeren goedgekeurd voor de lopende onderhandelingen in Den Haag over een mondiale overeenkomst. Daarnaast heeft de Commissie in maart 2002 een voorstel ingediend voor een onderhandelingsmandaat op basis waarvan de Gemeenschap kan onderhandelen over een overeenkomst met de landen die partij zijn bij het verdrag van Lugano.

Op strafrechtelijk gebied zal de formele goedkeuring, volgend op het principe-akkoord van de Europese Raad van Laken, van het voorstel voor een kaderbesluit betreffende het Europees arrestatiebevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie een grote stap voorwaarts betekenen, omdat dit besluit in de plaats zal komen van de bestaande uitleveringsprocedures. Dit kaderbesluit is ook een concrete illustratie van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning.

Ook met betrekking tot de wederzijdse erkenning van beslissingen in de fase voorafgaand aan de terechtzitting heeft de Raad in februari 2002 in beginsel ingestemd met het kaderbesluit inzake de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van beslissingen tot bevriezing van vermogensbestanddelen of bewijsstukken, dat binnenkort formeel zal worden goedgekeurd. In het verlengde van de mededeling van juli 2000 over de wederzijdse erkenning van definitieve beslissingen in strafzaken, werkt de Commissie aan een mededeling over de vaststelling van bevoegdheidscriteria op strafrechtelijk gebied, die in de loop van het tweede halfjaar zal worden ingediend. Voorts zal de Commissie binnenkort, in aanvulling op het wederzijdse erkenningsprogramma, een mededeling uitbrengen waarin zij minimumnormen voorstelt voor bepaalde aspecten van de strafprocedure. Daarnaast is zij begonnen met een analyse van de normen voor de bescherming van de individuele rechten in strafprocedures, teneinde het wederzijdse vertrouwen, een factor die van doorslaggevend belang is voor de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, te versterken.

De convergentie van de rechtsstelsels moet de vorderingen op het gebied van de wederzijdse erkenning ondersteunen. In verband met de discussie over de harmonisatie van straffen, in het kader waarvan de Raad in april 2002 conclusies heeft goedgekeurd over de benadering die bij de harmonisatie van straffen moet worden gevolgd om de behandeling van lopende en toekomstige voorstellen en initiatieven (zie volgende onderdeel) te vergemakkelijken, heeft de Commissie in het voorjaar van 2002 opdracht gegeven tot een voorbereidende studie over de controle op vrijheidsstraffen in de lidstaten.

Criminaliteitsbestrijding op Unie-niveau, met inbegrip van terrorismebestrijding

De criminaliteitsbestrijding, inclusief de terrorismebestrijding, is een prioriteit van de Unie ten aanzien waarvan grote vorderingen zijn gemaakt, zowel bij de operationele samenwerking als bij de ontwikkeling van het wetgevingskader op Europees niveau ter bevordering en vereenvoudiging van deze samenwerking.

Het terrorisme wordt door de Unie op verschillende manieren bestreden in het kader van het actieplan dat door de Europese Raad van 21 september 2001 is goedgekeurd. De tenuitvoerlegging van het actieplan wordt gevolgd in het maandelijkse draaiboek van het voorzitterschap van de Raad [4].

[4] Wanneer maatregelen die in het kader van de conclusies van Tampere zijn genomen, ook in het actieplan inzake terrorismebestrijding voorkomen, wordt in een voetnoot verwezen naar het actieplan van 21.9.2001.

Eurojust, de eenheid bestaande uit officieren van justitie, rechters en politieambtenaren met een gelijkwaardige bevoegdheid, bestond in voorlopige vorm sinds maart 2001 en is definitief opgericht bij besluit van de Raad van 28 februari 2002. De definitieve installatie van Eurojust, uiterlijk in september 2003, vormt een belangrijke waarborg voor een goede samenwerking tussen de nationale instanties die belast zijn met gerechtelijke vervolging en een hulpmiddel bij onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit en terrorisme.

Op initiatief van verschillende lidstaten en na raadpleging van het Parlement heeft de Raad in december 2001 in beginsel ingestemd met de oprichting van gemeenschappelijke onderzoeksteams, zoals voorzien in de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, die in mei 2000 is goedgekeurd. Met dit nieuwe kaderbesluit, waarvan de formele goedkeuring binnenkort wordt verwacht, kan vooruit worden gelopen op de inwerkingtreding van deze overeenkomst, die tot nu toe alleen door Portugal is bekrachtigd.

De rol van Europol is ook versterkt nadat de Raad in december 2001 zijn goedkeuring had gehecht aan de uitbreiding van de bevoegdheden van Europol tot alle vormen van internationale criminaliteit die worden genoemd in de Europol-Overeenkomst. Daarnaast heeft de Raad in april 2002 een principe-akkoord bereikt over de wijziging van de Europol-Overeenkomst die tot gevolg heeft dat Europol enerzijds kan deelnemen aan de gemeenschappelijke onderzoeksteams en anderzijds de nationale autoriteiten kan verzoeken onderzoeken in te stellen of te coördineren, overeenkomstig het Verdrag van Amsterdam (artikel 30, lid 2, VEU).

Voorts heeft de Raad in april 2002 ingestemd met de voorlopige vestiging van het secretariaat van de Europese Politieacademie in Kopenhagen.

In aansluiting op deze ontwikkelingen heeft de Commissie in februari 2002 een mededeling uitgebracht over de democratische controle van Europol.

Om de justitiële en politiële samenwerking te verbeteren, met name met de externe partners van de Unie, heeft de Raad in februari 2002 een wijziging goedgekeurd van het besluit tot vaststelling van de regels voor de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan derde landen en instanties.

In samenhang daarmee en om de verstrekking van persoonsgegevens gemakkelijker te maken en toch een hoog beschermingsniveau te waarborgen, is de Commissie voornemens binnenkort een voorstel in te dienen over de waarborgen met betrekking tot de verstrekking van persoonsgegeven in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.

In het kader van de terrorismebestrijding heeft de Raad in december 2001 een principe-akkoord bereikt over het voorstel voor een kaderbesluit dat de Commissie in september 2001 had ingediend. De goedkeuring van dit voorstel, na de intrekking van de laatste nationale parlementaire voorbehouden, zal een grote stap vooruit betekenen voor de ontwikkeling van een meer geïntegreerde strafrechtelijke aanpak van de Unie van grensoverschrijdende en bijzonder zware criminaliteit. Deze goedkeuring zal ook een positieve uitwerking hebben op andere prioritaire gebieden in de bestrijding van de zware of georganiseerde criminaliteit, zoals de drugshandel en de seksuele uitbuiting van kinderen, waarover de Raad momenteel ook voorstellen behandelt.

Op het gebied van de bestrijding van aanvallen op informatiesystemen heeft de Commissie, op basis van haar mededeling over cybercriminaliteit van januari 2001, in april 2002 een voorstel voor een kaderbesluit ingediend.

Naast de bestrijding van criminele netwerken die betrokken zijn bij mensenhandel en illegale immigratie (zie hierboven), stond ook de bestrijding van de financiële criminaliteit en het witwassen van geld zeer hoog op de agenda van de Europese instellingen. De Raad en het Europees Parlement hebben in december 2001 hun goedkeuring gehecht aan een voorstel van de Commissie tot wijziging van de richtlijn betreffende het witwassen van geld, en in februari heeft de Raad in beginsel ingestemd met een initiatief van Frankrijk, België en Zweden betreffende de bevriezing van vermogensbestanddelen of bewijsstukken (zie het punt over de wederzijdse erkenning), dat binnenkort formeel zal worden goedgekeurd, na de opheffing van de laatste nationale parlementaire voorbehouden.

In verband met de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, heeft de Commissie in december 2001 haar goedkeuring gehecht aan een Groenboek inzake de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de instelling van een Europese officier van justitie, een initiatief dat aansluit bij de initiatieven van Tampere wat bijvoorbeeld het beginsel van wederzijdse erkenning, het Europees arrestatiebevel en de samenwerking met Eurojust en Europol betreft. De Europese Raad van Laken heeft de lidstaten verzocht dit groenboek onverwijld te bestuderen. Over het voorstel voor een richtlijn dat de Commissie in het voorjaar van 2001 heeft ingediend met het oog op een betere strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, is in november 2001 een positief advies uitgebracht door het Europees Parlement en de Rekenkamer .

Daarnaast heeft de Unie binnen internationale organisaties zich verder ingespannen voor internationale samenwerking tegen de georganiseerde criminaliteit. In april 2002 heeft de Commissie een aanbeveling aan de Raad opgesteld voor onderhandelingsrichtsnoeren voor het ontwerpverdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, waarover momenteel wordt onderhandeld. De ondertekening van het protocol betreffende vuurwapens betekent dat de Gemeenschap zowel het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit als de drie bijbehorende protocollen heeft ondertekend, en de Commissie is nu voornemens een voorstel in te dienen voor de sluiting van deze instrumenten door de Gemeenschap voor de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen.

Ook Europol is voor de Europese Unie een internationaal samenwerkingsinstrument dat een bijdrage kan leveren aan de inspanningen van de internationale gemeenschap op het gebied van criminaliteitsbestrijding. De Raad heeft dan ook in december 2001 een besluit goedgekeurd tot machtiging van de directeur van Europol om onderhandelingen aan te knopen over overeenkomsten met derde staten of niet aan de Europese Unie gerelateerde instanties en het besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan derde staten en instanties gewijzigd.

Burgerschap van de Unie

Het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot vergroting van de transparantie en tot versoepeling van bepaalde aspecten van de huidige reis- en verblijfregeling is gunstig onthaald door het Comité van de regio's en het Economisch en Sociaal Comité. Het voorstel wordt momenteel behandeld in de Raad en het Europees Parlement werkt in het kader van de medebeslissingsprocedure aan zijn eerste advies over het voorstel.

De Commissie zal binnenkort een voorstel indienen voor een verordening betreffende een uniform model voor de verblijfskaart van de burgers van de Unie en de leden van hun gezin.

Samenwerking ter bestrijding van drugs

In het kader van het EU-actieplan inzake drugs (2000-2004) evalueert de Commissie de vorderingen op het niveau van de Unie en op nationaal niveau.

Wat de strijd tegen synthetische drugs en de handel in chemische precursoren betreft, verricht de Commissie een evaluatie van de communautaire wetgeving inzake de internationale controle op chemische precursoren en inzake het toezicht in de Gemeenschap op deze precursoren. Daarnaast verricht zij een evaluatie van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk optreden van de Raad betreffende de controle op nieuwe synthetische drugs. De resultaten van deze evaluaties worden voor het einde van het jaar verwacht. In februari 2002 heeft de Raad, op voorstel van de Commissie, een besluit goedgekeurd houdende omschrijving van PMMA als nieuwe synthetische drug die aan controlemaatregelen en strafrechtelijke bepalingen moet worden onderworpen, en in april 2002 een aanbeveling betreffende de noodzaak om de samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen de verschillende operationele diensten van de lidstaten die zijn gespecialiseerd in de bestrijding van de handel in chemische precursoren, te verbeteren.

Tenslotte hebben de Raad en het Europees Parlement de hoogste prioriteit toegekend aan het voorstel voor een kaderbesluit met het oog op de opstelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de drugshandel, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Laken, die heeft verzocht dit voorstel vóór eind mei 2002 goed te keuren. Het Parlement heeft zijn advies over het voorstel van de Commissie in april 2002 goedgekeurd.

Krachtdadiger extern optreden

Al sinds de Europese Raad van Feira is een krachtdadiger extern optreden van de Unie voor wat betreft de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een prioriteit, en dat is door de internationale ontwikkelingen alleen maar bevestigd. De Europese Raad van Laken heeft nogmaals gewezen op het belang daarvan.

Deze doelstelling speelt een rol in verschillende processen.

In de eerste plaats bij de uitbreiding, in de integratie-inspanningen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en in de bevordering van de inspanningen van de kandidaat-landen om hun bestuurlijke en gerechtelijke capaciteit uit te bouwen. Het onderzoek van het hoofdstuk Justitie en Binnenlandse Zaken (hoofdstuk 24) is voor zeven kandidaat-landen al afgerond: Hongarije, Tsjechië, Slovenië, Cyprus, Malta, Estland en Litouwen.

Maar ook bij de stabilisatie van de Balkan, in de ontwikkeling van een regionale en landelijke strategie binnen het CARDS-programma (Community Assistance for Reconstruction, Development, and Stabilisation) en in de voorbereiding van de onderhandelingen over stabilisatie- en associatieovereenkomsten met Albanië en de Federale Republiek Joegoslavië.

En tenslotte bij de Euromed-dialoog, in de versterking van het onderdeel van het bijstandprogramma Meda dat betrekking heeft op justitie en binnenlandse zaken.

Ook de samenwerking met derde landen is geïntensiveerd, met name met de Verenigde Staten, overeenkomstig de conclusies van de Raad van 20 september 2001 (de Raad heeft in april 2002 zijn goedkeuring gehecht aan een onderhandelingsmandaat voor een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten inzake samenwerking op strafrechtelijk gebied), met Rusland, in het kader van de samenwerkings- en partnerschapsovereenkomst en het gemeenschappelijk actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, en met Oekraïne, in het kader van het nieuwe actieplan op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken.

2. Een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid van de eu

Prioriteiten van Tampere :

De afzonderlijke, maar onderling nauw verbonden vraagstukken van asiel en migratie vereisen dat een gemeenschappelijk EU-beleid wordt uitgewerkt.

Overeenkomstig deze prioriteiten heeft de Europese Raad van Laken zich ertoe verbonden dat zo spoedig mogelijk een gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel en migratie zal worden goedgekeurd.

2.1. Partnerschap met de landen van herkomst

De Europese Unie heeft behoefte aan een alomvattende aanpak van migratie, waarbij aandacht wordt besteed aan de politieke, mensenrechten- en ontwikkelingsvraagstukken in de landen en regio's van herkomst en doorreis. Beslissend voor het welslagen van dit beleid en voor het bevorderen van de gezamenlijke ontwikkeling zal ook het partnerschap met de betrokken derde landen zijn.

Doelstelling: Evaluatie van de landen en regio's van herkomst en doorreis teneinde een land- of regiospecifieke geïntegreerde aanpak te formuleren.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.2. Een gemeenschappelijk Europees asielstelsel

Het is de bedoeling toe te zien op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève en zo te garanderen dat niemand wordt teruggestuurd naar het land van vervolging, d.w.z. dat het beginsel van non-refoulement wordt gehandhaafd.

Op termijn moet dit leiden tot de vaststelling van een gemeenschappelijke asielprocedure en van een uniforme status voor personen die asiel hebben gekregen, welke in de hele Unie geldig is.

Secundaire bewegingen van asielzoekers tussen lidstaten moeten worden beperkt.

Op basis van de solidariteit tussen de lidstaten zal actief gezocht worden naar overeenstemming over een regeling voor tijdelijke bescherming van ontheemden.

Doel: Het bepalen van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.3. Eerlijke behandeling van derdelanders

De voorwaarden voor toelating en verblijf van derdelanders, gebaseerd op een gezamenlijke evaluatie van de economische en demografische ontwikkelingen in de Unie alsook op de situatie in de landen van herkomst, zullen op elkaar worden afgestemd.

Het integratiebeleid moet erop gericht zijn aan derdelanders die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven (in bijzonder bij langdurig verblijf), rechten toe te kennen en verplichtingen op te leggen die vergelijkbaar zijn met die van de EU-burgers. Het moet tevens de non-discriminatie en de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat verder ontwikkelen.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Beheer van migratiestromen

Alle fasen van de migratiestromen moeten in nauwe samenwerking met de landen van herkomst en doorreis doeltreffender worden beheerd. De Europese Raad van Laken heeft erop gewezen dat het beleid inzake de migratiestromen moet worden opgenomen in het extern beleid van de Europese Unie. De bestrijding van de illegale immigratie moet beter worden aangepakt door de strijd aan te binden met de betrokken criminele netwerken en tegelijkertijd de bescherming van de slachtoffers te garanderen. De Europese Raad Laken heeft gevraagd dat een actieplan wordt ontwikkeld op basis van de mededeling van de Commissie over de illegale immigratie en de mensenhandel.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Een ware Europese rechtsruimte

Prioriteiten van Tampere :

Het is de bedoeling dat de burgers in de gehele Unie eenzelfde beeld krijgen van justitie. Justitie moet worden beschouwd als een middel om het dagelijkse leven van de burgers te vergemakkelijken en om degenen die de vrijheid en de veiligheid van de individuen en de maatschappij in gevaar brengen, voor het gerecht te brengen. Dit impliceert zowel een betere toegang tot de rechter als volledige justitiële samenwerking tussen de lidstaten.

Op de top van Tampere is aangedrongen op concrete maatregelen met het oog op een betere toegang tot de rechter in Europa en op organisatorische voorzieningen ter bescherming van de rechten van de slachtoffers. Voorts is verzocht systemen te ontwikkelen voor wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen.

3.1. Een betere toegang tot de rechter in Europa

Een ware rechtsruimte moet garanderen dat burgers en bedrijven in alle lidstaten even gemakkelijk als in hun eigen land, toegang kunnen hebben tot de rechter en de autoriteiten en niet door de complexiteit van de juridische en administratieve stelsels van de lidstaten worden verhinderd of ontmoedigd om hun rechten te doen gelden.

3.2. Wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen

Een ware Europese rechtsruimte dient rechtszekerheid te verstrekken aan personen en economische subjecten. Dit betekent dat rechterlijke beslissingen en vonnissen in de gehele Unie in acht moeten worden genomen en uitgevoerd.

Een versterkte wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen en vonnissen en de noodzakelijke onderlinge aanpassing van de wetgevingen zouden de samenwerking tussen de autoriteiten en de justitiële bescherming van de rechten van het individu ten goede komen en zal, zoals de Europese Raad van Laken erop heeft gewezen het mogelijk maken "de moeilijkheden te overwinnen die voortvloeien uit de verschillen tussen de rechtsstelsels". Het is de bedoeling dat het beginsel van wederzijdse erkenning in zowel burgerlijke als strafzaken de hoeksteen van de justitiële samenwerking binnen de Unie wordt.

Op burgerrechtelijk gebied:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3.3. Grotere convergentie inzake burgerlijk recht

Met het oog op een vlottere justitiële samenwerking en een betere toegang tot de rechter dient een grotere overeenstemming en convergentie tussen de verschillende rechtsstelsels te worden tot stand gebracht.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. Bestrijding van de criminaliteit in de Unie in haar geheel

Prioriteiten van Tampere en strategie van de EU ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit voor het begin van het nieuwe millennium:

In de gehele Unie moet een evenwichtige ontwikkeling worden bewerkstelligd van maatregelen ter bestrijding van alle vormen van criminaliteit, met inbegrip van de ernstige vormen van georganiseerde en transnationale criminaliteit waarbij tegelijkertijd de vrijheid en de wettelijke rechten van personen en economische subjecten worden beschermd. In deze context wordt speciale aandacht gevraagd voor de "Strategie van de Europese Unie voor het begin van het nieuwe millennium" inzake preventie van en controle op georganiseerde misdaad. Een aantal aanvullende acties, die verder gaan dan de conclusies van Tampere en die in het leven zijn geroepen door de aanbevelingen van deze strategie, zijn in dit hoofdstuk opgenomen.

4.1. Criminaliteitspreventie op het niveau van de Unie

Een doeltreffend beleid op het gebied van de bestrijding van alle vormen van criminaliteit, al dan niet-georganiseerd, moet ook preventieve maatregelen van multidisciplinaire aard omvatten.

De integratie van aspecten van criminaliteitspreventie in maatregelen en programma's ter bestrijding van criminaliteit op het niveau van de Unie en van de lidstaten.

De samenwerking tussen nationale criminaliteitspreventieorganisaties moet worden aangemoedigd en er moeten bepaalde prioritaire gebieden worden vastgesteld.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4.2. Versterking van de samenwerking bij de bestrijding van de criminaliteit

In een ware rechtsruimte mogen de misdadigers niet de gelegenheid krijgen om voordeel te halen uit de verschillen in de rechtsstelsels van de lidstaten. De Europese Raad van Laken heeft, in het kader van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap, nota genomen van de goedkeuring van het Groenboek inzake de instelling van een Europese officier van justitie en heeft de Raad verzocht dit zo spoedig mogelijk te onderzoeken.

De voor de toepassing van de wetgeving verantwoordelijke autoriteiten dienen intensiever samen te werken om de burgers een hoog niveau van bescherming te bieden. Hiertoe moet bij onderzoeken inzake grensoverschrijdende criminaliteit optimaal profijt worden getrokken uit de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten.

Het Verdrag van Amsterdam heeft door de uitbreiding van de bevoegdheden van Europol de essentiële en centrale rol erkent die dit orgaan moet spelen door de Europese samenwerking op het gebied van preventie en bestrijding van de georganiseerde criminaliteit te vergemakkelijken.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4.3. Bestrijding van bepaalde vormen van criminaliteit

Wat het nationaal strafrecht betreft, dienen de inspanningen om overeenstemming te bereiken over gemeenschappelijke definities, strafbaarstelling en sancties in een eerste fase vooral gericht te zijn op een beperkt aantal sectoren die van bijzonder belang zijn. Er moet een akkoord worden bereikt over gemeenschappelijke definities, strafbaarstelling en gemeenschappelijke sancties wat betreft ernstige vormen van georganiseerde en transnationale criminaliteit teneinde de vrijheid en de wettelijke rechten van personen en economische subjecten te beschermen. Voorts heeft de Raad zich in zijn vergadering van 27-28 september 2001 ertoe verbonden onverwijld verder te gaan met de uitwerking van de algemene methodologie op het gebied van de harmonisatie van straffen en hij heeft op 25-26 april 2002 conclusies goedgekeurd over de manier waarop een dergelijke harmonisatie moet worden verwezenlijkt. De Commissie overweegt in dit verband een mededeling op te stellen over de harmonisatie van de straffen.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4.4. Speciaal optreden tegen het witwassen van geld

Het witwassen van geld is nauw verweven met de georganiseerde criminaliteit. Om die reden moeten maatregelen worden genomen om het witwassen uit te roeien, waar het zich ook voordoet, teneinde ervoor te zorgen dat concrete maatregelen worden genomen om opbrengsten van misdrijven op te sporen, te bevriezen, in beslag te nemen en te confisqueren. De buitengewone Europese Raad van 21 september 2001 heeft tevens gewezen op het belang van de bestrijding van de financiering van het terrorisme en vraagt dat hierover vóór eind juni 2002 een verslag wordt opgesteld.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

5. Aangelegenheden op het gebied van binnen- en buitengrenzen en visumbeleid, tenuitvoerlegging van art. 62 VEG en omzetting van het Schengenacquis

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6. Burgerschap van de Unie

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7. Samenwerking ter bestrijding van drugs

Prioriteiten van het drugsbestrijdingsbeleid van de Europese Unie:

Het drugsprobleem, dat een collectieve en individuele bedreiging vormt, dient op een globale, multidisciplinaire en geïntegreerde manier te worden aangepakt. Het EU-actieplan inzake drugs (2000-2004) zal halverwege en aan het einde worden geëvalueerd met de hulp van het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving (EWDD) en Europol.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. Krachtdadiger extern optreden

Prioriteiten van de Europese Raden van Tampere en Feira:

De Europese Unie onderstreept dat alle bevoegdheden en instrumenten die ter beschikking van de Unie staan, met name in de externe betrekkingen, op een geïntegreerde en consequente manier moeten worden gebruikt om een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen. Aangelegenheden op het gebied van justitie en binnenlandse zaken moeten geïntegreerd worden in de bepaling en de uitvoering van het beleid en de activiteiten van de Unie op andere gebieden.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

9. ANDERE LOPENDE INITIATIEVEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top