Help Print this page 
Title and reference
Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de tenuitvoerlegging van het actieplan voor risicokapitaal (APRK)

/* COM/2001/0605 def. */
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

52001DC0605

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de tenuitvoerlegging van het actieplan voor risicokapitaal (APRK) /* COM/2001/0605 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING VAN HET ACTIEPLAN VOOR RISICOKAPITAAL (APRK)

SAMENVATTING

In de voorliggende mededeling wordt verslag uitgebracht over de bij de tenuitvoerlegging van het APRK in 2000 en aan het begin van 2001 gemaakte vorderingen. Het betreft het derde voortgangsverslag sinds het APRK in 1998 is goedgekeurd en de publicatie ervan valt halverwege de uitvoeringstermijn van het APRK, dat in 2003 moet zijn voltooid.

In 2000 hebben de risicokapitaalmarkten in Europa een sterke prestatie neergezet. Dit geldt vooral voor de markten voor seed capital en aanloopkapitaal, die tot dusver steeds de zwakste schakels in de financieringscyclus zijn geweest. De Europese durfkapitaalsector is niet alleen in omvang toegenomen, maar ook geavanceerder geworden en thans een stuk beter georganiseerd. Alle lidstaten hebben deel gehad aan de groei, al blijven er nog grote verschillen bestaan die wijzen op een vrij gefragmenteerde pan-Europese markt. Ondanks deze krachtige groei is de Europese markt nog steeds klein in vergelijking met die in de VS, hetgeen inhoudt dat Europa nog een lange weg af te leggen heeft. De daling van de aandelenkoersen - die in 2000 inzette en in 2001 versnelde -, de groeiverzwakking en de daarmee gepaard gaande onzekerheid, die nog is toegenomen naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 september in de VS, zullen een negatieve weerslag hebben op het groeipad van de risicokapitaalsector. Dit kan op zijn beurt een onevenredig sterk neerwaarts effect sorteren op de investeringen in de deelmarkten voor seed capital en aanloopkapitaal. De moeilijkheden waarmee de markt thans te kampen heeft en de breed blijvende kloof ten opzichte van de VS zouden een extra stimulans moeten betekenen om de inpanningen ter voltooiing van het APRK te intensiveren.

Er is verdere vooruitgang geboekt bij de totstandbrenging van een passend regelgevingskader om de ontwikkeling van het risicokapitaal te bevorderen. Zo zijn met name aanzienlijke vorderingen gemaakt bij het nemen van financiële maatregelen, waar het zwaartepunt van de besluitvorming is verschoven van de Commissie naar de lidstaten en het Europees Parlement. Op een aantal belangrijke terreinen moeten echter nog verscheidene moeilijkheden worden overwonnen. Zo is er nog altijd geen betaalbaar unitair octrooi en bestaan er nog steeds tal van fiscale barrières, veelal met een discriminerend karakter, die de totstandbrenging van een volkomen eengemaakte risicokapitaalmarkt nog verder kunnen vertragen. De voor binnenkort geplande invoering van eurobankbiljetten en -munten zal de druk om de resterende belemmeringen voor de totstandkoming van een grensoverschrijdende risicokapitaalmarkt weg te werken, nog doen toenemen.

De ontwikkeling en bevordering van het Europese ondernemerschap is een doelstelling die een hoge prioriteit geniet. De verwezenlijking van deze doelstelling werd vooral nagestreefd met behulp van conferenties, workshops, opleidingsprogramma's en de uitwisseling van optimale werkwijzen. Culturele barrières zijn moeilijk te overwinnen: ondanks de gunstige ontwikkeling die de laatste jaren valt waar te nemen, is het noodzakelijk gebleken de duur van de programma's te verlengen. De inspanningen om het ondernemerschap te bevorderen, zouden wel eens de meeste vruchten kunnen afwerpen in de O&O-sector. Tijdens de top van Lissabon werd het voornemen geuit om tegen het einde van dit decennium in de Europese Unie de meest dynamische economie ter wereld tot stand te brengen. Dit vereist de ontwikkeling, verspreiding en commercialisering van geavanceerde technologieën en daarmee samenhangende toepassingen, die het resultaat zijn van doeltreffende en dynamische O&O-programma's. Teneinde de werkzaamheden van onderzoekers optimaal te benutten, zal het belangrijk zijn hen ertoe aan te sporen een innovatieve en commerciële reflex te ontwikkelen. In dit verband is het noodzakelijk dat de snelle goedkeuring van het nieuwe O&O-kaderprogramma als een politieke topprioriteit wordt aangemerkt.

Op het gebied van de openbare financiering zijn belangrijke stappen ondernomen om in de Gemeenschap tot over het algemeen efficiënter functionerende risicokapitaalmarkten te komen: de Commissie heeft meer duidelijkheid verschaft over haar beleid ten aanzien van de steunmaatregelen van de staten; het EIF heeft zijn positie als het in risicokapitaal gespecialiseerde onderdeel van de EIB-groep verstevigd en afgebakend; de EIB-groep en de Commissie hebben een gemeenschappelijk memorandum ondertekend om O&O-activiteiten te cofinancieren; bij de regionale ontwikkeling wordt steeds meer gebruik gemaakt van risicokapitaal; en sommige Gemeenschapsinstrumenten zijn thans meer op startfinanciering gericht.

Bij wijze van besluit kan worden gesteld dat op alle terreinen die door het APRK worden bestreken, enige voortgang is gemaakt. Wanneer Europa echter de in Lissabon geformuleerde ambitie wil waarmaken en wil uitgroeien tot een wereldleider, dan dienen de inspanningen op een breed scala van voor de bevordering van het risicokapitaal van belang zijnde terreinen te worden geïntensiveerd.

1. INLEIDING

Sinds het Actieplan voor risicokapitaal (APRK) in juni 1998 tijdens de top van Cardiff is goedgekeurd [1], is al tweemaal een jaarlijks voortgangsverslag gepubliceerd [2]. In het voorliggende document staan de ontwikkelingen in 2000 en aan het begin van 2001 centraal. Voortbouwend op de resultaten van de Raad (Ecofin) van 7.11.2000 en op de conclusies van de topontmoetingen te Stockholm en Göteborg, wordt een (overwegend kwalitatieve) beoordeling gegeven van de geboekte vooruitgang, waarbij tevens een vergelijking wordt gemaakt met de voornaamste concurrent, namelijk de Verenigde Staten. Aangezien het APRK tegen 2003 volledig moet zijn uitgevoerd, moet dit document worden gezien als het eindresultaat van een halftijdse beoordeling van het APRK. //

[1] Op basis van de mededeling van de Commissie getiteld "Risicokapitaal: sleutel voor de schepping van werkgelegenheid in de Europese Unie", SEC(1998) 522, april 1998.

[2] COM(1999) 493 van 20.10.1999 en COM(2000) 658 van 18.10.2000.

Halftijdse be-oordeling van het APRK afgerond

De in het APRK beschreven maatregelen om de belemmeringen voor het risicokapitaal weg te nemen, passen in het kader van de lopende structurele hervormingen en moeten bijdragen tot de totstandkoming van efficiëntere communautaire product- en kapitaalmarkten. In reactie op de conclusies van het APRK-voortgangsverslag van vorig jaar zijn in de GREB (globale richtsnoeren voor het economisch beleid) voor 2001-2002 aanbevelingen opgenomen voor de verdere ontwikkeling van de risicokapitaalmarkten in de EU. Later dit jaar zullen de lidstaten verslag uitbrengen over de vorderingen die zij bij de tenuitvoerlegging van de algemene en landenspecifieke aanbevelingen hebben gemaakt, wanneer zij hun nationale voortgangsverslagen betreffende de structurele hervormingen in het kader van het proces van Cardiff presenteren. // Het APRK past in het kader van de lopende structurele economische hervormingen in de EU

Deze mededeling is opgesteld in overleg met de durfkapitaalsector (EVCA) door een uit ambtenaren van verschillende diensten van de Commissie bestaande ad-hocgroep, waarin ook de EIB en het EIF vertegenwoordigd waren. // Ad-hocgroep met vertegen-woordigers van verschillende diensten

In hoofdstuk 2 worden de belangwekkende marktontwikkelingen beschreven en geanalyseerd, waarbij ook de vooruitzichten voor de nabije toekomst worden belicht. In hoofdstuk 3 staan de lopende wetgevingsactiviteiten van zowel financiële als niet-financiële aard centraal. Hoofdstuk 4 handelt over de fiscale thema's die voor het risicokapitaal van belang zijn. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de ontwikkelingen op het gebied van het ondernemerschap, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan O&O-aspecten. Hoofdstuk 6 heeft betrekking op de belangrijkste maatregelen die op het terrein van de openbare financiering zijn genomen. Hoofdstuk 7, ten slotte, bevat een aantal algemene conclusies in verband met de geboekte vooruitgang. //

2. Marktontw.

3. Kader

4. Fiscale thema's

5.Ondernemersch.

6. Openbare fin.

7. Conclusies

2. MARKTONTWIKKELINGEN

2.1. Durfkapitaal in 2000 //

De totale omvang van durfkapitaalinvesteringen in Europa [3] (investeringen in de loop van zowel de start-, aanloop-, expansie- als vervangingsfase in de levenscyclus van een onderneming) heeft een krachtige groei te zien gegeven van ongeveer 10 miljard EUR (0,14% van het BBP) in 1999 tot ruim 19,6 miljard EUR (0,23% van het BBP) in 2000, waarmee de zich in de afgelopen paar jaar aftekenende tendens werd voortgezet (figuur 1). Deze forse expansie is het gevolg van een toename van de gemiddelde omvang van de afzonderlijke investeringen (van 1,6 miljoen EUR in 1999 tot 2,3 miljoen EUR in 2000) en stijgingen met respectievelijk 30% en 35% van het aantal investeringen en het aantal ondernemingen waarin werd geïnvesteerd. //

[3] 2000 werd gekenmerkt door een ongelijkmatige ontwikkeling: het jaar ving aan met een oververhitte markt en eindigde in mineur, wat meteen het begin betekende van een (mogelijk langdurige) periode van onzekerheid. De hier vermelde gegevens betreffen totale bedragen en doen derhalve geen recht aan de verandering in de marktstemming die zich in de loop van het jaar heeft voltrokken. De gegevens zijn ontleend aan een door PWC (PriceWaterhouseCoopers) in opdracht van de EVCA gehouden enquête en gepubliceerd in het Jaarboek voor 2001 van de EVCA.

Aanhoudend snelle groei van durfkapitaal-investeringen

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

//

De groei van de totale startinvesteringen was nog opvallender met een toename van bijna 115% tot 6,4 miljard EUR, een bedrag dat nauwelijks twee jaar eerder de totale omvang van de durfkapitaalinvesteringen vertegenwoordigde. De aanloopinvesteringen zijn bovendien meer dan verdubbeld en maken thans 29% van de totale durfkapitaalinvesteringen (figuur 2) en 38% van de totale investeringen uit. De forse stijging van deze investeringen was toe te schrijven aan een verdubbeling van het aantal transacties (tot een recordaantal van 1 121), veeleer dan aan grotere transactievolumes. // Grotere nadruk op start-investeringen

De meeste ondernemingen waarin werd geïnvesteerd, behoorden tot het MKB (minder dan 100 werknemers), waarbij 45% van alle particuliere risicokapitaalinvesteringen (met inbegrip van buy-outs, die veelal omvangrijker zijn) plaatsvonden in ondernemingen met minder dan 20 werknemers ten tijde van de investering. // Er is veelal geïnvesteerd in kleine onder-nemingen

Wat de financiering betreft, is in 2000 bijna 20 miljard EUR aangetrokken voor toekomstige durfkapitaalinvesteringen, tegen ongeveer 11,5 miljard EUR in 1999. Van dit totaalbedrag zullen de fondsenbeheerders naar verwachting bijna 9 miljard EUR aanwenden voor startinvesteringen (tegen minder dan 5,5 miljard EUR in 1999) en circa 14 miljard EUR voor hightechinvesteringen (start- en expansie-investeringen). // Financiering bijna verdubbeld in 2000

Steeds meer middelen zijn afkomstig van institutionele beleggers. In 2000 hebben de pensioenfondsen hun bijdrage ruimschoots verdubbeld in vergelijking met het jaar voordien, waardoor zij voor het eerst de belangrijkste bron van particulier risicokapitaal vormden (24%) in plaats van de banken (22%), terwijl de verzekeringsmaatschappijen goed waren voor 13% van het totaal. Er zij evenwel op gewezen dat een groot deel van deze investeringen van pensioenfondsen voor rekening komt van VS-pensioenfondsen, die met name in de Britse particuliere risicokapitaalsector investeerden. //

Toenemende investeringen van institutionele beleggers

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

//

De Europese risicokapitaalmarkt spitst zich thans minder toe op investeringen in de vorm van buy-outs, maar speelt beter in op de verschillende ontwikkelingsfasen van een onderneming. Ondanks een forse groei blijft de Europese markt klein in vergelijking met die in de VS, waar de investeringen in 2000 zijn opgelopen tot ruim 74 miljard EUR (een toename met 120% ten opzichte van het voorafgaande jaar), wat neerkomt op 0,7% van het BBP. Van dit totaalbedrag ging ongeveer 28 miljard EUR (37%) naar startinvesteringen. Dit bedrag stemt overeen met meer dan de totale Europese durfkapitaalinvesteringen en met meer dan viermaal de Europese investeringen in startende ondernemingen. // De markt heeft aan maturiteit gewonnen en is geavanceerder geworden

Kloof ten opzichte van de VS blijft bestaan

Uit de geaggregeerde gegevens voor de EU blijkt dat de durfkapitaalinvesteringen in 2000 in het geheel van de lidstaten een krachtige groei te zien hebben gegeven. In België was er tevens sprake van een forse toename van de startinvesteringen, maar dit gold niet voor de totale investeringen, die in het voorgaande jaar uitzonderlijk sterk waren gestegen. De in de grootste nationale markt (het Verenigd Koninkrijk) actief zijnde fondsen hebben hun totale durfkapitaalinvesteringen ruimschoots verdubbeld tot meer dan 6 miljard EUR [4]; opvallend daarbij was de verzevenvoudiging van de aanloopinvesteringen en de aanmerkelijke stijging van de investeringen in de vorm van seed capital, waardoor de nadruk minder op de financiering van buy-outs kwam te liggen dan in het verleden gebruikelijk was. De gezamenlijke durfkapitaalinvesteringen van de Duitse fondsen groeiden met 3,9 miljard EUR, hetgeen neerkwam op een toename met bijna 50%, waarbij een verdubbeling van de investeringen in de vorm van seed capital en een aanzienlijke stijging van de aanloopinvesteringen werd opgetekend. Ook in Frankrijk vond bijna een verdubbeling van de durfkapitaalinvesteringen plaats (tot 3,3 miljard EUR), waarbij zich een evenredige stijging van de aanloopinvesteringen heeft voorgedaan. De overige grote volumebijdragen waren afkomstig van Nederland met durfkapitaalinvesteringen van meer dan 1,5 miljard EUR (of 0,39% van het BBP, bijna evenveel als het percentage voor het Verenigd Koninkrijk) en Italië met 1,6 miljard EUR (bijna een verdrievoudiging ten opzichte van 1999 als gevolg van onder meer een verviervoudiging van de aanloopinvesteringen, al blijft het aandeel van het durfkapitaal in het BBP beperkt tot een bescheiden 0,14%). De Finse en Zweedse markten, die zich de afgelopen jaren sterk hebben ontwikkeld, bleven groeien, al kwam de markantste toename in Zweden in 2000 voor rekening van de markt van de buy-outs (75% van het totaalbedrag aan nieuwe investeringen). Hoewel het durfkapitaal in de overige lidstaten zowel qua bedrag als qua percentage van het BBP een stijging heeft vertoond, blijft het er evenwel aan de lage kant (figuur 3). // Verschillen tussen Europese landen blijven bestaan

[4] Net als bij alle overige lidstaten hebben deze gegevens betrekking op de investeringen van fondsen op hun binnenlandse markt. Investeringen in andere lidstaten en in derde landen (met name de Verenigde Staten) zijn er niet in opgenomen. Hoewel de pan-Europese investeringen en de investeringen buiten Europa zijn toegenomen, is de binnenlandse markt nog steeds goed voor ruim 80% van het aantal particuliere risicokapitaalinvesteringen en ongeveer 75% van de totale omvang van dergelijke investeringen.

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

//

Dit alles heeft zich voorgedaan in een Europese particuliere risicokapitaal- en durfkapitaalsector die thans veel groter, veel geavanceerder en veel beter ontwikkeld is dan ooit tevoren en waarin een uitgebreide kern van onderlegde professionele beheerders, meer ervaren beleggers en diverse aanbieders van ondersteunende diensten (gespecialiseerde juristen, boekhouders, consultants enz.) actief is, die allemaal belang hebben bij een voorspoedige ontwikkeling ervan. // De sector is niet alleen professio-neler geworden, maar is nu ook beter georga-niseerd

2.2. Effectenmarkten voor snelgroeiende ondernemingen

De koersen op de Duitse Neuer Markt zijn in 2000 met 40% teruggevallen (en met 68% ten opzichte van het in maart bereikte hoogtepunt), die op de Franse Nouveau Marché met 2% (en met 61% ten opzichte van hun hoogste peil) en die op de pan-Europese effectenbeurs EASDAQ met 57% (figuur 4). De neerwaarts tendens zette door in de tweede helft van 2000 en versnelde nog in 2001 naar aanleiding van een reeks winstwaarschuwingen van technologiebedrijven (en dan vooral internetbedrijven), de op de markten heersende bezorgdheid over de schuldenlast van telecommunicatiemaatschappijen en de algemene onzekerheid die voortvloeide uit de tegenvallende bedrijfsresultaten. //

In 2000 deed zich een ingrijpende marktcorrectie voor, die in 2001 voortduurt

De eerste helft van 2000 werd gekenmerkt door een aanhoudende groei van nieuwe noteringen op de nieuwe markten. Vorig jaar waren er meer dan 250 nieuwe noteringen op de AIM in Londen, 130 op de Neuer Markt, 50 op de Nouveau Marché en 35 op de Nuovo Mercato in Italië. De nieuwkomers op de beurzen voor snelgroeiende ondernemingen trokken 22 miljard EUR aan (tegen 8 miljard EUR in 1999), al moet daaraan worden toegevoegd dat op de traditionele beurzen nog meer vers kapitaal werd aangetrokken. In 2000 werden tevens nieuwe markten operationeel in Ierland en Spanje. De meeste IPO's werden in de eerste helft van 2000 afgerond. Op de markten voor snelgroeiende ondernemingen liepen de aandelenkoersen en het aantal beursintroducties bovendien sneller en forser terug dan op de traditionele effectenbeurzen. De belangrijkste uitzondering op deze tendens werd gevormd door de AIM, waar het hele jaar door een gestage stroom van beursintroducties kon worden waargenomen; dit is toe te schrijven aan het feit dat de AIM minder het accent legt op technologie-aandelen, maar daarentegen ondernemingen uit een breed scala van sectoren tot de notering toelaat. //

De meeste IPO's hebben in de eerste helft van 2000 plaatsge-vonden

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

//

Tegelijkertijd bleven de Europese effectenbeurzen onder druk staan om tot consolidatie en integratie over te gaan. Deze druk is wellicht zelfs nog in hevigheid toegenomen als gevolg van de op de markten heersende beroering. Na de oprichting van EURONEXT [5], die ook een hightechsegment omvat, heeft de Amerikaanse NASDAQ in april 2001 een meerderheidsbelang verworven in EASDAQ, waardoor de pan-Europese effectenbeurs voor snelgroeiende ondernemingen werd omgedoopt tot NASDAQ-Europe. //

[5] EURONEXT werd opgericht in september 2000 door de beurzen van Parijs, Brussel en Amsterdam. Er wordt gepoogd andere effectenbeurzen, zoals die van Lissabon, bij het project te betrekken.

Druk op effectenmarkten om tot conso-lidatie over te gaan, houdt aan

2.3. Vooruitzichten voor 2001

Voor de eerste helft van 2001 zijn nog geen gegevens beschikbaar over Europese durfkapitaalinvesteringen en de voor de financiering daarvan aangetrokken middelen. Binnen de sector zijn de trends en vooruitzichten voor de korte en middellange termijn echter al intensief besproken. Alle vormen van externe financiering zijn moeilijker toegankelijk en duurder geworden. Zo zijn de spreads voor kredietnemers met een hoog risico aanzienlijk vergroot, worden er minder nieuwe leningen verstrekt, en is zoals gezegd met name op de nieuwe markten de IPO-stroom opgedroogd [6]. //

[6] Naar verluidt zouden in de periode januari-augustus 2001 in heel Europa slechts 7 IPO's in de hightechsector hebben plaatsgevonden.

Een aanpassings-jaar voor de Europese durf-kapitaalmarkten

Nu uitstappen moeilijker is geworden en tegen een achtergrond van een algemene vertraging van de economische groei en de daarmee gepaard gaande onzekerheid, die nog in de hand wordt gewerkt door de gebeurtenissen van 11 september in de VS, worden tal van durfkapitaalfondsen thans geconfronteerd met het vooruitzicht van minder renderende investeringen, die zij bovendien langere tijd moeten aanhouden en die ook nog meer kapitaalinjecties vereisen door middel van diverse financieringsrondes, hetgeen tot een consolidatie van de sector kan leiden. Daartegenover staat dat er reeds een aanzienlijk bedrag beschikbaar (maar nog niet toegewezen) is voor nieuwe investeringen, zodat de koersdalingen nieuwe kansen inhouden voor liquide durfkapitaalfondsen, die over de komende twee à drie jaar zeer hoge opbrengsten kunnen behalen. // Uitstappen is moeilijker geworden

Consolidatie kan onontkoombaar worden

Verwacht wordt dat in 2001 zowel de investeringen als de fondsenwerving in Europa zullen teruglopen. Hetzelfde geldt voor de VS-markt, die zelfs nog zwaarder kan worden getroffen vanwege de grotere investeringen in de IT-sector. Uit de gegevens voor de VS-markt voor het eerste kwartaal blijkt overigens reeds dat er zich een ernstige inzinking heeft voorgedaan. De investeringen in met durfkapitaal gefinancierde VS-ondernemingen zijn in het eerste kwartaal van 2001 immers met 39% teruggevallen in vergelijking met het vierde kwartaal van 2000, wat meteen de grootste driemaandelijkse daling is sinds het ontstaan van de sector. De durfkapitaalinvesteringen in de IT-sector zouden zelfs met ruim 50% afgenomen zijn [7]. Ondanks de groeiverzwakking in Europa, waarvan een negatief effect kan uitgaan op de in 2000 waargenomen en toe te juichen verschuiving naar de financiering van startinvesteringen, mag er van uit worden gegaan dat de Europese sector, die meer ervaren, groter en sterker is dan ooit tevoren, de huidige moeilijkheden met succes te boven zal komen. // Groeiverzwakking in Europa zal naar verwachting met goed gevolg worden doorstaan

[7] PriceWaterhouseCoopers and VentureOne MoneyTree Survey, mei 2001.

3. REGELGEVINGSKADER

De totstandbrenging van een adequaat regelgevingskader op zowel communautair als nationaal niveau, die met het APRK wordt beoogd en waarop voortdurend door de sector wordt aangedrongen [8], blijft een politieke topprioriteit voor de overheidsinstanties. Het is dan ook dringend noodzakelijk dat een modern, flexibel en kosteneffectief regelgevingsstelsel wordt ingevoerd dat in de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen voorziet en dat ten volle voldoet aan de voorwaarden die moeten worden vervuld om tot efficiënt functionerende risicokapitaalmarkten te komen (zowel aan de aanbodzijde als aan de vraagzijde). In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de belangrijkste financiële en niet-financiële maatregelen die moeten worden genomen om dit doel te bereiken. De vereiste fiscale maatregelen komen in het volgende hoofdstuk aan de orde.

[8] Zie "White Paper: Priorities for Private Equity-Fostering Long-Term Economic Growth", EVCA, juni 2001. Dit document vormde het uitgangspunt voor de 4th EVCA Policy Meeting, die op 11 september 2001 te Brussel heeft plaatsgevonden en die door vertegenwoordigers van de sector en de Commissie werd bijgewoond.

3.1. Invoering van de euro //

Er moet onverwijld voor een adequaat regelgevings-kader worden gezorgd

Dankzij de materiële invoering van de euro in 12 lidstaten en de daarmee gepaard gaande verdwijning van de nationale munteenheden zal de EU, en in het bijzonder de eurozone, zich nog sterker als een echte eengemaakte markt gaan profileren. Volgens dit dynamische scenario [9] voor een verdergaande integratie zullen barrières van regelgevende aard alsmaar meer gaan opvallen, waardoor de noodzaak van het opheffen ervan zich steeds sterker zou laten gevoelen. // De euro leidt ertoe dat belemmeringen meer zullen gaan opvallen

[9] De institutionele beleggers gaan de Europese effectenmarkten steeds meer als één enkele entiteit zien en het is gebleken dat deze zienswijze ook bij de particuliere beleggers terrein wint. Bovendien waren tal van beursintroducties die tijdens de afgelopen maanden hebben plaatsgevonden, ook voor een deel op particuliere pan-Europese beleggers gericht.

Deze noodzaak werd overigens ook benadrukt tijdens de bijzondere Europese Raad van Stockholm (23/24 maart 2001). In paragraaf 18 van de conclusies van het Voorzitterschap wordt immers gesteld dat het van het allerhoogste belang is dat het Actieplan voor financiële diensten (APFD) snel wordt uitgevoerd. In paragraaf 19, tweede streepje, wordt er net als in Lissabon specifiek op aangedrongen om het APFD volledig uit te voeren tegen 2005. Voorts vroeg de Europese Raad voorrang te verlenen aan de effectenwetgeving in het APFD en tegen eind 2003 een geïntegreerde effectenmarkt tot stand te brengen. Daarnaast wordt in paragraaf 19 de in Lissabon vastgestelde limietdatum van 2003 bevestigd om goed functionerende risicokapitaalmarkten tot stand te brengen. Het feit dat voor de invoering van de effectenwetgeving en voor de voltooiing van het APRK eenzelfde termijn is vastgesteld, bevestigt impliciet dat beide nauw met elkaar samenhangen. Er moet dan ook werk worden gemaakt van de spoedige totstandbrenging van een naadloos pan-Europees financieel stelsel dat bij machte is in te spelen op de behoeften waarmee ondernemingen in de diverse fasen van hun levenscyclus (van aanloopfase tot beursgang, alsook in een latere fase) kunnen worden geconfronteerd. //

Effectenwetgeving moet tegen 2003 van kracht zijn

Europese Raad bevestigt nauwe band tussen APRK en effecten-markten

De Europese Raad van Stockholm heeft voorts zijn goedkeuring gehecht aan een resolutie waarin hij zijn instemming betuigde met het op 15 februari 2001 gepubliceerde eindverslag [10] over de regulering van de Europese effectenmarkten van het door baron Alexandre Lamfalussy voorgezeten comité van wijzen. In aansluiting hierop heeft de Commissie op 6 juni 2001 twee besluiten tot instelling van respectievelijk het Europees comité voor het effectenbedrijf (ECEB) en het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER) [11] aangenomen. Deze nieuwe regelingen moeten niet alleen waarborgen dat de Europese effectenwetgeving sneller en met behulp van transparantere procedures wordt aangenomen, maar ook dat de nieuwe voorschriften doelmatig en flexibel genoeg zijn om op onvoorziene marktontwikkelingen en financiële innovaties in te spelen door onderscheid te maken tussen kaderbeginselen en technische uitvoeringsmaatregelen. In de richtlijnvoorstellen inzake zekerheden (door de Commissie aangenomen op 27 maart 2001), prospectussen (zie verder), en marktmisbruik (aangenomen op 30 mei 2001) is reeds rekening gehouden met de wezenlijke aspecten van de nieuwe aanpak die door het comité-Lamfalussy is bepleit. //

[10] Zie http://europa.eu.int/comm/internal_market (financial services, general matters).

[11] Zie http://europa.eu.int/comm/internal_market (financial services, securities).

Lamfalussy-procedures moeten worden toegepast om tot een snellere en efficiëntere uitvaardiging van de wetgeving te komen

F

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

iguur 5: Tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake financiële diensten [12]

[12] Per eind mei 2001. Er zij evenwel op gewezen dat het aantal bankrichtlijnen sterk is verminderd in vergelijking met de voorgaande jaren ten gevolge van de aanneming van Richtlijn 2000/12/EG (codificatie van bankrichtlijnen), waardoor 20 richtlijnen konden worden ingetrokken.

BIJLAGE 1

LIJST VAN BIJLAGEN

Bijlage 2. - APRK - Overzicht per barrière

Bijlage 3. - Lijst van in het APRK gebruikte afkortingen

Bijlage 4. - Lijst van in het APRK gebruikte termen

BIJLAGE 2

APRK (ACTIEPLAN VOOR RISICOKAPITAAL) GOEDGEKEURD OP DE TOP VAN CARDIFF (JUNI 1998)

OVERZICHT PER BARRIÈRE - STAND VAN ZAKEN IN OKTOBER 2001

Het APRK heeft betrekking op zes (6) soorten barrières die in de EU dienen te worden weggewerkt:

* MARKTFRAGMENTATIE

* BARRIÈRES VAN INSTITUTIONELE EN REGELGEVENDE AARD

* ISCALE BARRIÈRES

* SCHAARSTE AAN KLEINE HIGHTECHONDERNEMINGEN

* MENSELIJKE HULPBRONNEN

* CULTURELE BARRIÈRES

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE 3

LIJST VAN IN HET APRK GEBRUIKTE AFKORTINGEN

AIM // Alternative Investment Market (www.londonstockexchange.com/aim)

APFD // Actieplan voor financiële diensten

BEST // Business Environment Simplification Task Force (task force voor de vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat). In september 1997 in het leven geroepen door de Commissie.

BSPCE // Bons de Souscription des Parts et Créateurs d'Entreprises (aandeelbewijzen)

CEER // Comité van Europese effectenregelgevers

EASDAQ // European Association of Securities Dealers Automated Quotation. Nieuwe naam: "NASDAQ-Europe" (www.nasdaqeurope.com)

ECEB // Europees comité voor het effectenbedrijf (vervangt het Comité op hoog niveau van effectentoezichthouders)

EHJ // Europees Hof van Justitie (www.curia.eu.int)

EIB // Europese Investeringsbank (www.eib.org)

EIF // Europees Investeringsfonds (www.eif.org)

EURO.NM // Nouveau Marché (Parijs) + Neuer Markt (Frankfurt) + Nieuwe Markt/Nouveau Marché (Brussel) + Nieuwe Markt (Amsterdam) + Nuovo Mercato (Milaan)

EVCA // European Private Equity and Venture Capital Association (Europese vereniging voor risicodragend kapitaal) (www.evca.com)

FESCO // Forum of European Securities Commissions (www.europefesco.org). Zie ook CEER*

FIBV // Federation Européenne des Bourses de Valeurs/International Federation of Stock Exchanges (www.fibv.com)

GREB // Globale richtsnoeren voor het economisch beleid

IAS // International Accounting Standards (internationale standaarden voor jaarrekeningen)

ICBE // Instelling voor collectieve belegging in effecten (beleggingsfondsen)

ICT // Informatie- en communicatietechnologie

IT // Informatietechnologie

MKB // Midden- en kleinbedrijf

MPOO // Meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap

NASDAQ // National Association of Securities Dealers Automated Quotation system (www.nasdaq.com)

O&O // Onderzoek en ontwikkeling

OTO // Onderzoek en technologische ontwikkeling

RBD // Richtlijn Beleggingsdiensten (Richtlijn 93/22/EEG)

US GAAP // US Generally Accepted Accounting Principles

VDK // Vennootschappelijk durfkapitaal

BIJLAGE 4

LIJST VAN IN HET APRK GEBRUIKTE TERMEN

Aandelenkapitaal: // Het eigen vermogen van een onderneming.

Aandelenoptie: // Optie die aan werknemers en/of managers wordt gegeven om aandelen tegen een vaste prijs te kopen.

Aanloopkapitaal: // Wordt aan ondernemingen verstrekt met het oog op het ontwikkelen en op de markt brengen van producten.

Business angels: // Particulieren die rechtstreeks in nieuwe en snelgroeiende niet-beursgenoteerde bedrijven investeren (seed finance). In vele gevallen vergemakkelijken zij ook de financiering van de volgende fase van de levenscyclus van nieuwe bedrijven (aanloopfase). Business angels verstrekken gewoonlijk financiële middelen in ruil voor een belang in het aandelenkapitaal van de onderneming, maar kunnen ook voorzien in andere vormen van financiering op lange termijn. Dit kapitaal kan een aanvulling vormen op de door de sector van het durfkapitaal* verschafte middelen doordat in een vroeger stadium dan dat de meeste durfkapitaalfondsen bereid zijn te investeren, kleinere bedragen (meestal minder dan 150 000 EUR) worden verstrekt.

Comité op hoog niveau van effectentoezicht-houders: // Informele adviesgroep die in 1985 door de Commissie en de effectentoezichthouders van de EU is opgericht voor samenwerking en grensoverschrijdende aangelegenheden. Is vervangen door het Europees comité voor het effectenbedrijf (ECEB*).

Corporate governance (ondernemingsbestuur en -controle): // De wijze waarop organisaties, in het bijzonder vennootschappen, worden bestuurd en de managers verantwoording afleggen aan de eigenaars. Het belang van dit thema is sinds het begin van de jaren negentig onafgebroken toegenomen, omdat de verstrekkers van externe financiering aan een onderneming zich ervan wilden verzekeren dat het management hun belangen niet schaadt.

Corporate venturing: // Verstrekking van vennootschappelijk durfkapitaal*, waarbij een grotere onderneming om strategische, financiële of maatschappelijk verantwoorde redenen een rechtstreeks minderheidsbelang neemt in een kleinere, niet-beursgenoteerde onderneming. Deze financieringsmethode wordt hoofdzakelijk toegepast door grote ondernemingen om de externe ontwikkeling van technologieën te ondersteunen.

Effecten: // Financiële vermogensbestanddelen, zoals onder andere aandelen, overheids- en andere obligaties, rechten van deelneming in beleggingsfondsen en rechten op geleend of gestort geld.

Effectenbeurs: // Een markt waarop effecten worden gekocht en verkocht. De belangrijkste functie bestaat erin vennootschappen en nationale en lokale autoriteiten kapitaal te verschaffen door de verkoop van effecten aan beleggers.

Durfkapitaal (Venture capital): // Investeringen/beleggingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen door durfkapitaalfondsen die eigen gelden of gelden van derden beheren. Onder de term "durfkapitaal" vallen startkapitaal*, ontwikkelingskapitaal* en vervangingskapitaal*, maar niet de financiering van buy-outs*.

Durfkapitaalfondsen: // Fondsen van het closed-end-type die zijn opgericht om durfkapitaal te verstrekken .

Gereglementeerde markten: // Georganiseerde markten waarop kopers en verkopers volgens afgesproken regels en procedures effecten verhandelen. Markten die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 1, punt 13, van de Richtlijn Beleggingsdiensten*.

"Goede-huisvader"-regel: // Verplichting voor pensioenmanagers om te beleggen zoals een voorzichtige belegger dat voor zichzelf zou doen, in het bijzonder door de portefeuille op een verstandige wijze te diversifiëren, waarbij geen andere beperkingen op de diversificatie van de portefeuille gelden dan dat pensioenfondsen die pensioenregelingen in de vorm van salaris-/dienstjarensystemen (defined benefit plans) financieren, niet in soortgelijke pensioenfondsen mogen beleggen. Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben een dergelijke wetgeving.

Institutionele beleggers: // Met deze term wordt vooral gerefereerd aan verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en beleggingsfondsen die spaargelden aantrekken en middelen verstrekken aan de markten; hij heeft ook betrekking op andere vormen van institutioneel vermogen (bijv. fondsen uit schenkingen, stichtingen enz.).

IPO: // Initial Public Offering (beursgang, beursintroductie): het introduceren van een vennootschap op de beurs door het publiek uit te nodigen op haar aandelen in te schrijven.

Jaarrekeningenricht-lijnen: // De Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG.

Kapitaalmarkt: // Een markt waarop het bedrijfsleven, de nationale overheid en de lokale autoriteiten lange-termijnkapitaal aantrekken. Effectenbeurzen maken deel uit van de kapitaalmarkt.

Management buy-out: // Financiering die wordt verstrekt om het huidige management en de investeerders/beleggers de mogelijkheid te bieden een bestaand productengamma of bedrijf te verwerven. Ook MBO genoemd.

Marktkapitalisatie: // De prijs van een aandeel, vermenigvuldigd met het totale aantal uitstaande aandelen. De totale marktwaarde van een vennootschap. Bij uitbreiding, de totale waarde van de vennootschappen die aan een aandelenbeurs zijn genoteerd.

Ontwikkelingskapitaal: // Financiering die wordt verstrekt ter bevordering van de groei en expansie van een onderneming.

Particulier risicokapitaal: // Tegengestelde van openbaar risicokapitaal; risicokapitaalinvestering in niet-beursgenoteerde ondernemingen. Dit omvat durfkapitaal en overname-investeringen.

Primaire markt: // Markt waarop een nieuwe emissie van effecten plaatsvindt.

Prospectus: // Een formeel schriftelijk aanbod tot het verkopen van effecten, waarin een plan voor een nieuw bedrijf wordt voorgesteld of dat de gegevens over een bestaand bedrijf bevat die een belegger nodig heeft om een gegronde beslissing te nemen.

Prospectusrichtlijn: // Richtlijn 89/298/EEG (openbare aanbiedingen van effecten) en/of Richtlijn 80/390/EEG (prospectus voor de toelating tot de notering aan een effectenbeurs). Deze richtlijnen zullen worden vervangen door een nieuwe richtlijn die momenteel in behandeling is (het voorstel voor een nieuwe richtlijn is door de Commissie aangenomen op 30 mei 2001).

Richtlijn Beleggings-diensten: // Richtlijn 93/22/EEG (RBD*). Deze richtlijn voorziet in een Europees "paspoort" voor beleggingsondernemingen (makelaars, handelaars enz.) en verleent elektronische beurzen het recht hun terminals in andere lidstaten te plaatsen.

Risicokapitaalmarkten: // Markten waarop een onderneming tijdens de eerste groeifasen (aanloop* en ontwikkeling*) risicodragend kapitaal kan aantrekken. In het kader van deze mededeling heeft dit begrip betrekking op drie financieringswijzen:

* informele investeringen/beleggingen door business angels* en ondernemingen ("Corporate Venturing"*);

* durfkapitaal;

* in het MKB en snelgroeiende ondernemingen gespecialiseerde effectenbeurzen.

Secundaire markt: // Markt waarop effecten na de eerste emissie worden gekocht en verkocht. Het bestaan van een bloeiende, liquide secundaire markt is noodzakelijk voor een gezonde primaire markt.

Seed capital: // Financiering ter ondersteuning van het onderzoek, de analyse en de ontwikkeling van een initieel concept.

Startkapitaal (Early stage capital): // Financiering van ondernemingen voor zij beginnen met commerciële productie en verkoop en voor zij winst maken. Omvat seed capital* en aanloopkapitaal*.

Vervangingskapitaal: // Aankoop van bestaande aandelen in een vennootschap bij een andere organisatie die durfkapitaalinvesteringen verricht, dan wel bij een of meerdere andere aandeelhouders.

( ( ( ( (

(*) Opgenomen in de lijst van termen of afkortingen.

Top