Help Print this page 
Title and reference
Verslag van de Commissie - Jaarverslag 1999 over het Cohesiefonds

/* COM/2000/0822 def. */
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html FI
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

52000DC0822

Verslag van de Commissie - Jaarverslag 1999 over het Cohesiefonds /* COM/2000/0822 def. */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE - JAARVERSLAG 1999 OVER HET COHESIEFONDS

VOORWOORD

Dit jaarverslag over de werkzaamheden van het Cohesiefonds heeft betrekking op het kalenderjaar 1999.

Evenals de vorige verslagen geeft dit verslag een overzicht van de ontwikkelingen sinds 1993 om zo de lezer een volledig beeld te verschaffen van de activiteiten van het Fonds.

De opzet van het verslag beantwoordt aan de eisen van de verordening betreffende het Cohesiefonds. Bij de presentatie is rekening gehouden met de opmerkingen van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Wij hopen dat dit verslag een nuttig referentiedocument is voor al wie belang stelt in de bevordering en voortgang van de economische en sociale cohesie van de Unie.

INHOUDSOPGAVE

VERSLAG VAN DE COMMISSIE - JAARVERSLAG 1999 OVER HET COHESIEFONDS

1. Algemene context

1.1. Convergentie en economische ontwikkeling in de Cohesielanden

1.1.1. Griekenland

1.1.2. Spanje

1.1.3. Ierland

1.1.4. Portugal

1.2. Koppeling van de bijstand aan voorwaarden

1.2.1. Inleiding

1.2.2. Beschikking van de Raad over Griekenland

2. Regels voor beheer van verleende financiële bijstand

2.1. Coördinatie met het overige communautair beleid

2.1.1. Overheidsopdrachten

2.1.2. Milieuwetgeving

2.1.3. Structuurfondsen

2.2. Naar een evenwicht tussen vervoer en milieu

2.2.1. Cohesiefonds en milieubescherming

2.2.2. Uitbreiding van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN) in 1999

2.3. De begroting - besteding, vastleggings- en betalingskredieten

2.3.1. Beschikbare begrotingsmiddelen

2.3.2. Uitvoering van de begroting

3. Goedgekeurde projecten en maatregelen

3.1. Bijstand uit het Fonds per begunstigde lidstaat

3.1.1. Griekenland

3.1.1.1. Milieu

3.1.1.2. Vervoer

3.1.2. Spanje (inclusief de ultraperifere regio's)

3.1.2.1. Milieu

3.1.2.2. Vervoer

3.1.3. Ierland

3.1.3.1. Milieu

3.1.3.2. Vervoer

3.1.4. Portugal

3.1.4.1. Milieu

3.1.4.2. Vervoer

3.2. Technische bijstand en onderzoek

3.2.1. Algemeen beleid van het Fonds

3.2.2. Technische bijstand op initiatief van de Commissie

4. Toezicht, controle en onregelmatigheden

4.1. Toezicht: toezichtcomités en controlebezoeken

4.1.1. Griekenland

4.1.2. Spanje

4.1.3. Ierland

4.1.4. Portugal

4.2. Controlebezoeken

4.2.1. Griekenland

4.2.2. Spanje

4.2.3. Ierland

4.2.4. Portugal

4.3. Onregelmatigheden en opschorting van de bijstand

5. Beoordeling en evaluatie

5.1. Algemeen

5.2. Analyse en voorafgaande beoordeling van projecten

5.3. Samenwerking met de EIB bij de analyse van projecten

5.4. Programma "evaluaties"

5.4.1. Milieu

5.4.2. Vervoer

6. Interinstitutionele dialoog, informatie en publiciteit

6.1. Jaarlijks verslag

6.1.1. Europees Parlement

6.1.2. Economisch en Sociaal Comité

6.2. Informatie aan de lidstaten

6.3. Overige informatieactiviteiten

6.3.1. Informatie aan de sociale partners

6.3.2. Overige activiteiten

6.4. Publiciteits- en voorlichtingsacties van de Commissie

BIJLAGEN

SAMENVATTING

Economisch klimaat en koppeling van de bijstand aan de voorwaarden

In de periode 1993-1999 heeft het Cohesiefonds de vier begunstigde lidstaten (Spanje, Griekenland, Ierland en Portugal) in staat gesteld de overheidsinvesteringen voor milieu en vervoer op een hoog niveau te handhaven en zich toch tegelijk te houden aan de in de doelstellingen voor vermindering van het begrotingstekort die in de convergentieprogramma's waren vastgesteld met het oog op de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie.

Uitvoering van de begroting

Doordat de financiële uitvoering in samenwerking met de lidstaten wordt gepland, zijn aan het eind van de periode 1993-1999 de volgende twee doelstellingen gehaald:

- de doelstellingen inzake de verdeling van de financiële middelen over de landen (binnen de in de verordening aangegeven bandbreedte),

- evenwichtige verdeling van de financiële middelen over de twee categorieën vervoer en milieu.

Vervoer

In 1999 heeft het Cohesiefonds in totaal 1.523,5 miljoen euro vastgelegd voor projecten op het gebied van vervoer. De totale bijstand die sinds 1993 door het Cohesiefonds en zijn voorganger, het financiële instrument, aan vervoersprojecten voor de trans-Europese netwerken is vastgelegd, bedraagt 8.325,7 miljoen euro.

Het Europees Parlement heeft de wens te kennen gegeven de acties van het Cohesiefonds meer op vervoer per spoor te richten. Aan deze wens is in 1999 tegemoetgekomen; de investeringen voor de spoorwegen zijn aanzienlijk toegenomen in Griekenland en Spanje en in mindere mate in Portugal.

Milieu

In 1999 heeft de Commissie de milieudoelstellingen aangescherpt door middel van twee richtlijnen die samenhangen met de projecten van het Cohesiefonds. Het betreft richtlijn 85/337 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (MEB-richtlijn) en richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitat-richtlijn).

Op verzoek van het Europees Parlement naar aanleiding van de bespreking van het vorige activiteitenverslag, zijn de investeringen op het gebied van vast afval in 1999 vergroot (Griekenland en vooral Portugal).

Voorlichting en publiciteit

De lidstaten en de Commissie zijn in het kader van het Cohesiefonds in 1999 twee keer bij elkaar geweest. De eerste vergadering is gehouden in januari in Brussel en de tweede in juli in Madrid.

Tijdens de eerste vergadering zijn de activiteiten van 1998 in het kader van het Cohesiefonds aan de lidstaten gepresenteerd. Tijdens de tweede vergadering is de toekomst van het Cohesiefonds besproken (de nieuwe verordening).

Daarnaast zijn er (o.a. in Lissabon) nog enkele werkbijeenkomsten en verschillende vergaderingen geweest.

In oktober 1999 is een beknopt vademecum opgezet waarin de lidstaten worden geïnformeerd over de nieuwe verordening voor het Cohesiefonds in de periode 2000-2006. Dit vademecum is op 30 november 1999 aan de lidstaten gepresenteerd.

Evaluatie

Het drie jaar durende programma voor evaluatie achteraf is medio 1998 van start gegaan. In totaal zullen 120 projecten worden geëvalueerd, 60 voor elk van de beide gebieden waarop de maatregelen van het Cohesiefonds betrekking hebben. Tot nu toe zijn 71 projecten geëvalueerd; 40 in de categorie vervoer en 31 op het gebied van het milieu.

Gezond financieel beheer

Evenmin als in voorgaande jaren zijn er in 1999 door de lidstaten gevallen van fraude geconstateerd of gemeld aan het Bureau voor fraude-onderzoek van de Commissie (OLAF).

Belangrijkste ontwikkelingen in de cohesielanden

Hier volgen de belangrijkste ontwikkelingen in elk van de vier begunstigde landen.

Griekenland

In 1999 ontving Griekenland 550 miljoen euro aan Cohesiefondssubsidie. Daarvan was 206 miljoen euro (37,5%) bestemd voor milieuprojecten en 343,7 miljoen euro (62,5%) voor de vervoersinfrastructuur.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Milieu

Het aandeel van milieuprojecten in de gehele periode 1993-1999 bedraagt 48,8%.

Vervoer

In 1999 heeft de Commissie 343,7 miljoen euro uitgetrokken voor de categorie vervoer in Griekenland. Hiervan was 41% bestemd voor de spoorweginfrastructuur, 29% voor luchthavens en 27% voor verkeerswegen. Voor de hele periode 1993-1999 komt de categorie vervoer op 51,2%.

Spanje

In 1999 ontving Spanje 1757,6 miljoen euro aan Cohesiefondssubsidie. Daarvan was 925,1 miljoen euro (52,6%) bestemd voor milieuprojecten en 832,5 miljoen euro (46,4%) voor de vervoersinfrastructuur.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Milieu

De activiteiten in 1999 betroffen voornamelijk de voortzetting van prioritaire projecten die in voorafgaande jaren waren vastgesteld. Het aandeel van milieuprojecten in de gehele periode 1993-1999 bedraagt 50,3%.

Vervoer

In 1999 heeft het Cohesiefonds 832,5 miljoen euro uitgetrokken voor de categorie vervoer in Spanje. Hiervan ging 87% naar de spoorinfrastructuur en 9% naar de wegenbouw. Voor de hele periode 1993-1999 komt de categorie vervoer op 49,7%.

Ierland

Ierland ontving in 1999 269,6 miljoen euro aan Cohesiefondssubsidie. Hiervan was 150,1 miljoen euro (55,7%) bestemd voor milieuprojecten en 119,5 miljoen euro (44,3%) voor vervoersinfrasctructuur.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* In het vorige jaarlijkse verslag is een drinkwaterproject abusievelijk ingedeeld als een afvalwaterproject.

Milieu

In 1999 hadden de activiteiten voornamelijk betrekking op voortzetting van de in eerdere jaren vastgestelde prioritaire projecten. Het aandeel van milieuprojecten in de gehele periode 1993-1999 bedraagt 49,96%.

Vervoer

In 1999 heeft de Commissie 119,6 miljoen euro uitgetrokken voor de categorie vervoer in Ierland. Hiervan ging 19,9 % naar de spoorweginfrastructuur en 80,1% naar de wegenbouw. Voor de hele periode 1993-1999 komt de categorie vervoer op 50,04%.

Portugal

In 1999 ontving Portugal 549,7 miljoen euro aan Cohesiefondssubsidie. Daarvan was 324,2 miljoen euro (59%) bestemd voor milieuprojecten en 225,5 miljoen euro (41%) voor de vervoersinfrastructuur.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Milieu

Het aandeel van milieuprojecten in de gehele periode 1993-1999 bedraagt 51,9%.

Vervoer

In 1999 heeft de Commissie 225,5 miljoen euro uitgetrokken voor de categorie vervoer in Portugal. Hiervan was 20% bestemd voor de infrastructuur van luchthavens, 16% voor zeehavens, 30% voor de spoorweginfrastructuur en 34% voor de wegenbouw. Voor de hele periode 1993-1999 komt de categorie vervoer op 48,1%.

1. Algemene context

1.1. Convergentie en economische ontwikkeling in de Cohesielanden

1.1.1. Griekenland

Leidraad voor het economisch beleid van Griekenland in 1999 waren de doelstellingen van het geactualiseerde convergentieprogramma dat in september 1998 is ingediend ingevolge de richtsnoeren van het pact voor stabiliteit en groei. [1]

[1] PB C 372 van 2.12.1998.

Griekenland wordt sinds 1994 door de Raad beschouwd als een land met een buitensporig tekort in de zin van artikel 104, lid 6, van het Verdrag. Ingevolge artikel 104, lid 7, heeft de Raad Griekenland daarna elk jaar aanbevelingen gedaan om aan deze situatie een einde te maken. In 1998 is het overheidstekort afgenomen tot 2,5% van het BBP, iets boven het geraamde niveau van het convergentieprogramma. De staatsschuld bereikte in 1996 zijn hoogste niveau van 112,3% van het BBP, maar daalde daarna met 6,0 procentpunt tot 106,3% van het BBP in 1998. [2] Op 17 december 1999 heeft de Raad zijn beschikking ingetrokken dat er in Griekenland sprake is van een buitensporig tekort. [3]

[2] De overgang naar ESA95 (Europees Stelsel van Economische Rekeningen) met ingang van maart 2000 heeft tot gevolg een tekort van 3,1% van het BBP in 1998 en een schuld/BBP-ratio van 105,4, terwijl die in 1996 nog 111,3 was.

[3] PB L 12 van 18.1.2000, blz. 24.

In 1999 bleek de begrotingspositie van Griekenland beter te zijn dan was voorzien in het convergentieprogramma. Het overheidstekort was 1,6% van het BBP tegenover de in het programma verwachte 2,1%. Ook is de schuld/BBP-ratio verder gedaald tot 104,4%.

In December 1999 heeft Griekenland de eerste geactualiseerde versie van het convergentieprogramma voor 1999/2002 ingediend. Deze is op 31 januari 2000 door de Raad beoordeeld. [4]

[4] Advies van de Raad, PB C 60 van 2 maart 2000, blz. 4.

De geactualiseerde versie van 1999 blijft bij de in de vorige programma's geformuleerde strategie om de nominale convergentie begin 2000 te realiseren.

1.1.2. Spanje

Leidraad voor het economisch beleid van Spanje in 1999 waren de doelstellingen van het stabiliteitsprogramma van 1998. Het programma onderstreept het belang van de economische strategie die de laatste jaren is gevolgd in het nieuwe kader van de deelname van Spanje aan de EMU: de bevordering van een gezonde economische groei door consolidatie van de belastingpolitiek en structurele hervormingen. De primaire doelstellingen van dit beleid zijn de daadwerkelijke convergentie met de Europese partners in termen van het inkomen per hoofd van de bevolking en de terugdringing van de werkloosheid. De Raad heeft vastgesteld dat het programma aansluit bij het pact voor stabiliteit en groei [5]. Op 25 januari 2000 presenteerde de Spaanse regering de geactualiseerde versie van het stabiliteitsprogramma, dat voortbouwt op de vorige programmastrategie voor de periode 1992-2003. Het is op 28 februari 2000 door de Raad beoordeeld.

[5] PB C 124 van 5.5.1999.

In 1999 is de begrotingssituatie verder geconsolideerd. Volgens de laatste officiële schattingen daalde het overheidstekort van 2,6% in 1998 tot 1,1% van het BBP in 1999, dus lager dan de 1,3% waarvan in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma was uitgegaan. De vermindering van het tekort is echter eerder te danken aan uitgavenbeperkingen, met name de beperking van de lopende uitgaven, dan aan de groei van de inkomsten. Voor het jaar 2000 is de begrotingsdoelstelling van 0,8% van het BBP onlangs officieel bijgesteld tot 0,4% om in 2001 weer op een evenwichtssituatie uit te kunnen komen. Volgens de geactualiseerde versie van het stabiliteitsprogramma zullen de overheidsrekeningen een overschot te zien geven van respectievelijk 0,1% en 0,2% van het BBP in de jaren 2002 en 2003. Wat de schuld/BBP-ratio betreft gaat de actuele versie van 1999 ervan uit dat deze in 1999 met 1,3 procentpunt tot 63,5% zal zijn gedaald, tegenover 66,4% volgens het oorspronkelijke programma. Volgens plan moet deze ratio in 2002 lager zijn dan 60% en verder dalen tot 55,8% in 2003.

1.1.3. Ierland

De uitvoering van het Ierse stabiliteitsprogramma in 1999 heeft de verwachtingen van de overheid overtroffen. Naar het oordeel van de Raad is het programma in overeenstemming met het pact voor stabiliteit en groei [6]. De overheid schat de economische groei op 8,4% (circa 1,75% hoger dan de oorspronkelijke prognose). De overheidsbegroting, vóór correctie voor bijzondere factoren, gaf een overschot te zien van circa 3,2% van het BBP (tweemaal zo hoog als de oorspronkelijke prognose in het eerste stabiliteitsprogramma). Er ging een stimulerend effect uit van de groei van de economische activiteit, die hoger was dan voorzien. De staatsschuld/BBP-ratio daalde in 1999 tot 52%.

[6] PB C 42 van 17.2.1999.

In december 1999 diende Ierland zijn geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2000-2002 in. Beoordeling door de Raad vond plaats op 31 januari 2000. In dit programma zijn maatregelen opgenomen die reeds waren aangekondigd in de eveneens in december vastgestelde begroting. Uit het programma blijkt weer dat Ierland de doelstellingen van het pact voor stabiliteit en groei blijft nastreven. In de jaren tot 2002 zal de overheidsbalans steeds een overschot te zien geven. Geraamd is een verdere, scherpe daling van de schuld/BBP-ratio tot 36% in 2002.

1.1.4. Portugal

De begrotingheeft zich in 1999 ontwikkeld binnen het kader van het Portugese stabiliteitsprogramma. De Raad was van oordeel dat het programma in grote lijnen aansluit bij de eisen van het pact voor stabiliteit en groei [7]. Volgens voorlopige schattingen kwam het overheidstekort in 1999 uit op 2,0% van het BBP, hetgeen overeenkomt met het streefdoel van het stabiliteitsprogramma. De krachtig aantrekkende belastinginkomsten, mede als gevolg van de huidige inspanningen om de belastingdienst efficiënter te laten werken, hebben bijgedragen tot het bereiken van dit doel. Ook de primaire overheidsuitgaven stijgen in snel tempo.

[7] PB C 68 van 11.3.1999.

Portugal heeft de geactualiseerde versie van het stabiliteitsprogramma voor de periode 2000-2004 op 17 februari 2000 ingediend. Dit programma voorziet een geleidelijke verlaging van het overheidstekort van 1,5 % van het BBP in 2000 tot begrotingsevenwicht in 2004. Volgens de prognose daalt de staatsschuld/BBP-ratio van 57,1% in 2000 tot 48,4% in 2004. Deze daling is het resultaat van de stijging van het primaire overschot en van aanzienlijke inkomsten uit de privatisering.

1.2. Koppeling van de bijstand aan voorwaarden

1.2.1. Inleiding

Ingevolge artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad wordt bijstand uit het Cohesiefonds uitsluitend verleend op voorwaarde dat een goed beheer wordt gevoerd ten aanzien van de overheidsfinanciën. Bijstand voor nieuwe projecten in een begunstigde lidstaat kan worden opgeschort als de Raad per besluit vaststelt dat in dat land sprake is van een buitensporig overheidstekort totdat dit besluit overeenkomstig artikel 104 van het Verdrag wordt ingetrokken.

Elk voorjaar wordt het overheidstekort over het voorgaande jaar geschat aan de hand van de economische voorjaarsprognoses van de Commissie, die zijn gebaseerd op begrotingsgegevens die door de lidstaten vóór 1 maart over het voorgaande jaar worden gemeld. Elk najaar wordt het overheidstekort voor het lopende jaar geschat aan de hand van de economische najaarsprognoses van de Commissie, nadat de betrouwbaarheid hiervan is getoetst.

1.2.2. Beschikking van de Raad over Griekenland

Op 17 december 1999 heft de Raad zijn beschikking van 26 september 1994 betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Griekenland [8], ingetrokken. De politieke overeenstemming over deze beschikking is bereikt in de Eofin-Raad van 29 novemeber 1999. Die overeenstemming was gebaseerd op een aanbeveling van de Commissie die door dit College was aangenomen op 10 november 1999.

[8] PB L 12 van 18.1.2000, blz. 24.

Als gevolg daarvan was artikel 6 van de Cohesiefondsverordening niet langer van toepassing voor Griekenland. De Commissie heeft dan ook in het najaar geen evaluatie meer uitgebracht over de naleving door Griekenland van de in genoemd artikel bedoelde voorwaarden.

2. Regels voor beheer van verleende financiële bijstand

2.1. Coördinatie met het overige communautair beleid

2.1.1. Overheidsopdrachten

Sinds de opzet van het Cohesiefonds heeft de Commissie er in het bijzonder op gelet dat de communautaire wetgeving inzake plaatsing van overheidsopdrachten op de juiste manier wordt omgezet in nationaal recht en dat bij projecten die worden uitgevoerd met financiële bijstand van de Gemeenschap de regels en eisen van de Gemeenschap zorgvuldig worden nageleefd. Met name gezien de hoge financiële bijstand uit het Cohesiefonds moet de Commissie met meer dan gemiddelde nauwkeurigheid nagaan of er sprake is van open en eerlijke toegang tot overheidsopdrachten.

De Commissie controleert bij haar verschillende toezichtwerkzaamheden normaliter routinematig of de richtlijnen van de Gemeenschap met betrekking tot de plaatsing van overheidsopdrachten en de correcte uitvoering van de selectieprocedures worden nageleefd. Het zorgvuldige toezicht van de Commissie in het kader van door het Fonds goedgekeurde projecten heeft er in de loop van de jaren toe geleid dat nationale overheden beter vertrouwd zijn geraakt met de procedures van de Gemeenschap voor de gunning van overheidscontracten en -werkzaamheden en deze procedures beter toepassen. De Commissie constateert dat de nationale instanties en toezichtcomités steeds beter medewerking geven en uitvoerig antwoorden op de vragen van de Commissie bij de beoordeling van te financieren projecten en bij het toezicht op de uitvoering van projecten.

2.1.2. Milieuwetgeving

In artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad betreffende het Cohesiefonds is bepaald dat de projecten in overeenstemming moeten zijn met het beleid van de Gemeenschap, waaronder het beleid inzake milieubescherming.

De doelstellingen van het communautaire milieubeleid, die zijn aangegeven in artikel 130 R van het Verdrag, zijn:

* behoud en kwaliteitsverbetering van het milieu;

* bescherming van de gezondheid van de mens;

* rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

In 1993 is bij resolutie van de Raad het communautaire beleids- en actieprogramma inzake milieu en duurzame ontwikkeling (het Vijfde Actieprogramma) vastgesteld. In dat actieprogramma werd er reeds van uitgegaan dat het Cohesiefonds steun zou verlenen voor het bereiken van de Verdragsdoelstellingen, in het bijzonder voor het oplossen van specifieke problemen, zoals vermindering van de watervervuiling en adequaat afvalbeheer. Behalve op deze fundamentele problemen, werd nadrukkelijk gewezen op de noodzaak de milieudimensie in de overige takken van communautair beleid te integreren om zo verandering te brengen in en greep te krijgen op ongewenste neveneffecten van de activiteiten van sommige economische sectoren. Dit laatste punt is van belang voor het Cohesiefonds, aangezien, naast het milieu, de vervoersinfrastructuur de andere prioriteit is voor de investeringen van het Fonds.

Bovendien heeft de Commissie in 1997 haar goedkeuring gegeven aan een breed pakket interne maatregelen om bij de politieke besluitvorming en op bestuurlijke niveau meer rekening te houden met de milieudimensie. Deze maatregelen betekenen een verbetering en intensivering van haar in 1993 vastgestelde procedures. In samenhang daarmee heeft het Europees Parlement ter verhoging van de 'ecologische accenten' in de begroting ruimere kredieten voor het milieu goedgekeurd.

2.1.3. Structuurfondsen

De Structuurfondsen, en met name het EFRO en incidenteel het EOGFL - afdeling Oriëntatie, worden doorgaans geraadpleegd over aanvragen en beschikkingen, inclusief wijzigingen, voor zover deze een zeker gewicht hebben. De diensten adviseren met betrekking tot specifieke zaken die binnen hun bevoegdheid vallen.

Coördinatie op basis van degelijke, langjarige afspraken is ook nodig, aangezien in artikel 9 van Verordening 1164/94 betreffende het Cohesiefonds is bepaald dat voor een uitgavenpost niet tevens bijstand mag worden toegekend uit het Cohesiefonds en uit een of meer van de Structuurfondsen. Ten slotte mag de bijstand voor een bepaald project uit het Cohesiefonds en de eventuele andere communautaire steun, bijvoorbeeld uit de TEN-V-begroting, samen niet meer bedragen dan 90% van de totale uitgaven.

Ingevolge de besluiten van de top van Edinburg moeten de vastleggingen uit hoofde van doelstelling 1 van de Structuurfondsen en uit het Cohesiefonds samen een reële verdubbeling mogelijk maken van de financiële bijstand van de Gemeenschap voor regio's van doelstelling 1 in de vier onder het Cohesiefonds vallende landen. Voor Spanje, dat slechts gedeeltelijk in aanmerking komt voor bijstand ingevolge doelstelling 1, is voor de periode 1994 - 1999 een bedrag van 7.950 miljoen euro aan vastleggingskredieten van het Cohesiefonds opgenomen in het communautair bestek voor doelstelling 1. Op die manier draagt het Cohesiefonds bij aan de reële verdubbeling van de communautaire bijstand voor de minst welvarende regio's in Spanje. Daar de bijstand uit het Cohesiefonds bestemd is voor landen en niet voor regio's, registreert het Fonds de bijstand niet per regio. De invulling van de doelstelling van reële verdubbeling van de solidariteitsinspanning voor Spanje's armste regio's ligt volledig in handen van de centrale en autonome regionale overheden. Volgens het subsidiariteitsbeginsel berust de verantwoordelijkheid voor de doorgeleiding van financiën naar deze regio's bij de nationale overheid, die bevoegd is om het Cohesiefonds adequate toepassingen voor financiering van projecten in de desbetreffende regio's voor te leggen, en moet het toezichtcomité van doelstelling 1 erop toezien dat het doel wordt bereikt.

Dankzij de coördinatieprocedures is er tot nu toe tijdens de verschillende controlebezoeken geen enkel geval van dubbele financiering ontdekt. Zoals in eerdere verslagen vermeld, heeft het Cohesiefonds er echter geen bezwaar tegen om duidelijk aangegeven verschillende fasen te ondersteunen van projecten waarvan andere fasen dan worden ondersteund door het EFRO; dit geldt met name voor zeer grote vervoersinfrastructuurprojecten.

2.2. Naar een evenwicht tussen vervoer en milieu

Volgens Verordening (EG) nr. 1164/94 betreffende het Cohesiefonds dient te worden gezorgd voor een passend evenwicht tussen de bijstand voor vervoersinfrastructuurprojecten en die voor projecten op het gebied van de milieubescherming.

In een mededeling aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's in 1995 [9] heeft de Commissie haar mening over dit evenwicht nader uiteengezet. De Commissie meent dat over de gehele periode 1993-1999 in samenspraak met de lidstaten moet worden gestreefd naar een 50/50-verdeling van de kredieten tussen milieuprojecten en vervoersprojecten.

[9] COM(95) 509 def.

Aan het begin van de periode waren de vastleggingskredieten niet gelijkmatig verdeeld tussen de twee categorieën, maar over de hele periode 1993-999 is de situatie in evenwicht.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*) Exclusief technische bijstand

2.2.1. Cohesiefonds en milieubescherming

De Commissie heeft in 1999 de eisen voor milieubescherming in het kader van twee richtlijnen met betrekking tot de projecten van het Cohesiefonds aangescherpt.

Het betreft:

- richtlijn 85/337 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (MEB-richtlijn)

- richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitat-richtlijn).

MEB-richtlijn

Met de in maart 1999 van kracht geworden wijziging 97/11 zijn drempels en objectieve criteria geïntroduceerd waarmee bepaald wordt welke projecten beoordeeld moeten worden in verband met de omvang van het milieueffect. De lijst van projecten waarvoor een milieueffectbeoordeling in ieder geval verplicht gesteld is, is uitgebreid. Verder is de deelname van het publiek bij het besluitvormingsproces toegenomen.

Habitat-richtlijn

In deze richtlijn is 10 juni 1998 vastgesteld als de uiterste datum waarop de lijsten met beschermde gebieden in het kader van Natura 2000 moesten zijn opgesteld. Ook zijn de controles aangescherpt om ervoor te zorgen dat de betrokken lidstaten alle noodzakelijke maatregelen nemen ter bescherming van het milieu in gebieden die mogelijk schade ondervinden van een door de gemeenschap gefinancierd project.

2.2.2. Uitbreiding van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN) in 1999

In de vervoerssector financiert het Cohesiefonds uitsluitend infrastructuurprojecten die van algemeen belang zijn en die zijn geformuleerd volgens de richtlijnen die zijn goedgekeurd bij beschikking 1992/96/EG van 23 juli 1996 van het Europees Parlement en de Europese Raad. Deze richtlijnen vormen de basis voor de selectie van de door het Cohesiefonds te ondersteunen projecten

Gezien de specifieke doelstellingen en de aanzienlijke middelen waarover het Cohesiefonds beschikt, speelt het een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de trans-Europese netwerken in de vier door het Cohesiefonds begunstigde lidstaten. Voor de periode 1993-1999 is een totaalbedrag van 8,3 miljard euro, circa de helft van de begroting van het Fonds, uitgetrokken voor vervoersprojecten (zie de onderstaande tabel). Volgens plan wordt voor de periode 2000-2006 een zelfde deel van de begroting van het Fonds bestemd voor vervoersprojecten.

Het Cohesiefonds werkt nauw samen met de vier begunstigde lidstaten om de prioriteiten voor de verschillende werkzaamheden vast te stellen. Ook stemt zij haar bijstand af op de activiteiten van de EIB en het EFRO en op de TEN-begroting om te waarborgen dat de middelen zo efficiënt mogelijk worden aangewend. Ook in 1999 onderhielden het Cohesiefonds en DG Vervoer intensief contact met het oog op de samenhang bij de tenuitvoerlegging van de TEN-projecten. Er zijn regelmatig interdienstenbijeenkomsten gehouden en besprekingen gevoerd over TEN-projecten die door het Cohesiefonds worden gefinancierd. Deze samenwerking dient in de periode 2000-2006 te worden uitgebreid om de middelen uit het Cohesiefonds zo efficiënt mogelijk te gebruiken bij de tenuitvoerlegging van de TEN's in de begunstigde landen.

Binnen de geplande vervoersnetwerken is in het algemeen prioriteit verleend aan de belangrijkste weg-, spoorweg- en maritieme verbindingen die de hoofdschakel vormen of versterken tussen de Cohesielidstaten en de rest van de EU. Andere ondersteunde projecten zijn bedoeld om de communicatie en het handelsverkeer tussen de perifere regio's en de belangrijkste centra van economische activiteit in de betreffende landen te verbeteren, en om de continuïteit van de netwerken bij de stedelijke centra te verbeteren. Door de vele, door het Cohesiefonds gefinancierde ringwegen om de grotere en kleinere steden zijn de netwerkverbindingen verbeterd en zijn de negatieve milieueffecten van het verkeer in de stadscentra gereduceerd.

Ten aanzien van de (in december 1994) door de Raad van Essen goedgekeurde prioritaire projecten, is door het Cohesiefonds bijzonder accent gelegd op de prioritaire projecten waarvan de uitvoering geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op het grondgebied van de Cohesielidstaten: de hogesnelheidstrein in het zuiden, de Griekse snelwegen (Pathe- en Egnatia-snelweg), de verbinding tussen Portugal en Spanje voor multimodaal vervoer, de spoorwegverbinding Cork-Dublin-Belfast, en de wegverbinding Ierland-Verenigd Koninkrijk-Benelux.

In 1999 heeft het Cohesiefonds voor vervoerprojecten een totaalbedrag van 1.523,5 miljoen euro beschikbaar gesteld [10]. De totale bijstand die vanaf 1993 door het Cohesiefonds en zijn voorganger, het financieringsinstrument voor de cohesie, is verleend ten behoeve van de trans-Europese netwerkprojecten bedraagt 8.325,7 miljoen euro.

[10] Dit betreft ook vastleggingen voor nieuwe projecten, of nieuwe fasen van bestaande projecten, alsook extra vastleggingen voor projecten die in eerdere jaren zijn goedgekeurd (nieuwe jaarlijkse tranches of wijzigingen van eerdere beschikkingen).

Vastleggingen voor trans-Europese netwerkprojecten per vervoerssector

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

*Met inbegrip van VTS (systemen voor scheepsbegeleiding op zee)

2.3. De begroting - besteding, vastleggings- en betalingskredieten

2.3.1. Beschikbare begrotingsmiddelen

In december 1992 is in Edinburgh door de Europese Raad overeenstemming bereikt over het Cohesiefonds voor de periode 1993-1999. Ten behoeve van de EU-lidstaten met een BBP per hoofd van de bevolking van minder dan 90% van het EU-gemiddelde is 15.150 miljoen euro aan het Cohesiefonds toegewezen tegen constante prijzen van 1992. De jaarlijkse begrotingsmiddelen worden aangepast aan de gemiddelde jaarlijkse prijsstijging in de Unie.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bovenstaande tabel geeft de jaarlijks beschikbaar gestelde begrotingsmiddelen volgens het prijspeil van 1992 en de aan de inflatie aangepaste waarden.

Eind 1999 had de Commissie alle toewijzingen uit het Cohesiefonds voor de periode 1993-1999 vastgelegd. Circa 91,6% van de kredieten was benut. De late ontvangst van betalingsverzoeken en de werkdruk bij de betrokken diensten van de Commissie hebben ertoe geleid dat de kredieten niet volledig zijn benut.

Bijlage I bij de Cohesiefondsverordening geeft de indicatieve toewijzing van de middelen aan de begunstigde lidstaten over de periode 1993-1999.

% van de totale middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bij de toewijzing van de middelen uit het Cohesiefonds heeft de Commissie de door de Raad gegeven richtsnoeren volledig gevolgd en zich op het midden van de indicatieve toewijzing voor de begunstigde landen gericht. De volgende tabel geeft de bijzonderheden van de door de Commissie aan de vier cohesielanden toegewezen middelen tot en met 1999.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.3.2. Uitvoering van de begroting

In 1999 beschikte het Cohesiefonds over een bedrag aan vastleggingskredieten van 3.117,7 miljoen euro. Door wederopgevoerde kredieten krachtens de bepalingen van artikel 7, lid 6, van de financiële verordening kwam hier een bedrag van 11,379 miljoen euro bij.

Het oorspronkelijke bedrag van 2.876,675 miljoen euro aan toegewezen betalingskredieten is in het kader van de Notenboom-procedure na een overdracht van 1.000 miljoen euro ten gunste van begrotingslijn B2-1200 'Doelstelling 1 (EFRO-CB)' teruggebracht tot 1.876,675 miljoen euro.

in miljoen euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Inclusief GAB, stortingen, overgedragen en wederopgevoerde kredieten

Ten opzichte van 1998 is het bedrag aan vastleggingskredieten in 1999 met 9% gestegen, terwijl het bedrag aan betalingskredieten met 30% is gedaald. Daar 1999 het laatste jaar is van de programmaperiode 1993-1999 was er verhoudingsgewijs minder behoefte aan betalingskredieten dan aan vastleggingskredieten, omdat voor een groot deel van de vastleggingen geen voorschotbetalingen zijn verricht (vastleggingen van latere jaarlijkse tranches, vasthouden van het eindsaldo).

Vastleggingen in 1999

De voor het boekjaar 1999 beschikbare vastleggingskredieten zijn volledig benut met inachtneming van de juiste verdeling per land en per sector.

Zoals blijkt uit onderstaande tabel is het voor Spanje bepaalde quotum iets hoger dan de gemiddeld voor Spanje vastgestelde bandbreedte (55%) om de in voorgaande jaren ontstane onevenwichtige situatie te herstellen. Het is namelijk essentieel dat de werkelijke gedurende de gehele periode 1993-1999 gebruikte kredieten in het laatste jaar van de kredietverlening strikt volgens de in de Cohesiefondsverordening bepaalde bandbreedte tussen de begunstigde lidstaten worden verdeeld (Spanje 55%, Portugal en Griekenland 18%, Ierland 9%).

Uit de tabel blijkt eveneens dat het milieu iets beter is bedeeld (51,3%) om over de gehele periode 1993-1999 een evenwichtige 50/50 verdeling te krijgen.

in miljoen euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De vastleggingen zijn ten dele verricht om de financiering van in 1999 goedgekeurde projecten te verzekeren. Het grootste deel van de vastgelegde bedragen komt echter voort uit de vastlegging van de tranche 1999 van bijstand die is verleend voor in de voorgaande jaren goedgekeurde projecten. Deze tranche 1999 voor enkele grote, reeds goedgekeurde projecten, betreft aanzienlijke bedragen aangezien deze tranche de uitgaven dekt voor in 1999 en volgende jaren geplande projecten. Voorts heeft de Commissie op de begroting voor 1999 de gehele bijstand voor dit jaar goedgekeurde projecten moeten vastleggen. Volgens de in juli 1999 goedgekeurde Cohesiefondsverordening mag bij het nemen van beschikkingen en het doen van vastleggingen geen rekening worden gehouden met de na 1999 beschikbare middelen.

Betalingen in 1999

Kenmerkend voor de benutting van de betalingskredieten zijn

- de overboeking van 1.000 miljoen euro in het kader van de Notenboom-procedure,

- de onderbenutting van de werkelijke bijstand.

Voor de overboeking zijn de volgende (op het moment van opstellen van de begrotingsvoorstellen niet bekende) redenen aan te voeren:

- de meeste vastleggingen hebben betrekking op uitgaven over meer jaren. De betalingen echter hebben betrekking op reeds in 1999 gedane uitgaven en derhalve over een beperkt deel van de gedane vastlegging,

- voor veel projecten in de eindfase hoeft alleen nog het saldo te worden betaald. Volgens de regelgeving voor financiële uitvoering mag dit saldo niet eerder worden overgemaakt dan dat het project praktisch en financieel is afgesloten en het eindverslag is opgesteld,

- voor een aantal goedgekeurde projecten met een bijzondere financiële constructie wordt de betaling van de overheidsuitgaven verschoven naar het eind van het project, zodat hiervoor slechts heel kleine voorschotten betaald hoefden te worden.

Dat het gehele beschikbare betalingskrediet niet is benut, komt omdat een groot aantal betalingsverzoeken in december 1999 bij de Commissie is ingediend. Gezien de hoge werkdruk bij de betrokken diensten van de Commissie aan het eind van het jaar, konden deze verzoeken niet in het boekjaar 1999 worden verwerkt.

Overzicht van de vastleggingen en betalingen voor de periode 1993-1999

De volgende tabellen geven voor 1999 en de gehele periode vanaf 1993 een overzicht van de vastleggings- en betalingskredieten per begunstigde lidstaat en per categorie. Artikel 7, lid 4, van de Cohesiefondsverordening geeft de Commissie het recht maximaal 0,5% van de middelen van het Fonds op eigen initiatief te benutten voor maatregelen van technische bijstand. De Commissie heeft tot dusver zeer behoedzaam van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De volgende tabel geeft een overzicht van de toegewezen kredieten op het gebied van milieu en vervoer met een uitsplitsing naar de voornaamste deelgebieden. Vermeld zijn het totaal voor de periode 1993-1998, de cijfers voor 1999 en de totaalcijfers voor 1993-1999.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Goedgekeurde projecten en maatregelen

3.1. Bijstand uit het Fonds per begunstigde lidstaat

3.1.1. Griekenland

Het Cohesiefonds heeft in 1999 een bedrag van in totaal 549,7 miljoen euro voor projecten in Griekenland toegekend. Hiervan is 62,5% bestemd voor vervoersprojecten en 37,5% voor milieuprojecten.

3.1.1.1. Milieu

Net als in andere jaren is prioriteit gegeven aan projecten op het gebied van watervoorziening, afvalwaterzuivering, afvalbeheer en natuurbescherming. Een tabel met alle goedgekeurde en gewijzigde milieuprojecten is opgenomen in bijlage III.

Watervoorziening

Tot dit onderdeel behoren één groot project (de watervoorziening van Thessaloniki uit de rivier de Aliakmon) en voorts werkzaamheden ter aanvulling van het grote Evinos-project [11] voor de watervoorziening van de hoofdstad en bij dit laatste project aansluitende verbeteringen aan het aquaduct van Mornos [12].

[11] Het Evinos-project wordt thans, na de goedkeuring van het derde en voorlaatste deel, voortgezet.

[12] Goedkeuring is verleend voor de vergroting van het aquaduct van Mornos waar dat nodig is aan het begin van het stadsgewest van Athene.

Wat het project voor de watervoorziening van Athene betreft, zijn voor het Cohesiefonds vooral een goed beheer van de waterreserves en verbetering van de aanvoerleidingen naar de hoofdstad van belang. Er zij op gewezen dat Athene sinds de zomer van 1995 van water wordt voorzien via de ondergrondse leiding Evinos/Mornos. Voorts heeft het Cohesiefonds zijn goedkeuring gehecht aan het aannemen van een projectmanager voor de projecten van de Atheense watermaatschappij (EYDAP) en de financiering van maatregelen op het gebied van beheer en vervoer van water (beheer en bediening op afstand) goedgekeurd.

In verband met de behoefte aan externe aanvoerleidingen en met het oog op grotere waarborgen voor de watervoorziening van Athene heeft het Cohesiefonds de financiering goedgekeurd van verbeteringen aan de verbindingen van Athene met andere drinkwatervoorraden, met name die van Yliki en Marathon.

Bij het grootschalige watervoorzieningproject voor Thessaloniki heeft het Cohesiefonds gezorgd voor een goed beheer van de waterreserves, voor het toezicht op de bestaande installaties en het aannemen van een projectbeheerder. Ondanks de grote inzet bij de uitvoering van het project is door technische problemen helaas een grote achterstand ontstaan.

Voorts volgt het Cohesiefonds van nabij het project voor de samenstelling van een hydrologische en meteorologische gegevensbank, die moet bijdragen tot een beter beheer van de waterreserves van het land.

Het Cohesiefonds heeft de evaluatie van het project voor de watervoorziening op Rhodos en de buureilanden diepgaand bestudeerd in het kader van het milieubeleidsplan voor de eilanden in de Dodekanesos. Een startkrediet voor met name onderzoek en de projectbeheerder is aangevuld met financiering voor een deskundigengroep en voor de aanschaf van de benodigde terreinen.

Zuivering van afvalwater

De volgende twee beginselen liggen ten grondslag aan de genomen maatregelen:

- goedkeuring van zo volledig mogelijke, operationele en samenhangende projecten in het kader van een geïntegreerde strategie gebaseerd op de economische en sociale ontwikkeling van de betrokken regio;

- milieubescherming: de met voorrang goedgekeurde projecten betreffen met name steden die gelegen zijn bij kwetsbare gebieden en/of steden met meer dan 15.000 inwoners waar volgens het tijdschema van de Gemeenschap bepaalde prioriteiten gelden (1998-2000).

De financiering is telkens toegekend op basis van een volledig dossier over het project, dat grondig is onderzocht. De projecten zijn vooraf beoordeeld en worden ook tijdens de uitvoering geëvalueerd.

Op het gebied van de zuivering van afvalwater en de behandeling van voornamelijk stedelijk rioolwater is bijstand verleend voor een groot aantal projecten in verschillende grote en middelgrote steden in de regio's.

De aanbesteding van het grote project voor de biologische behandeling van Atheens afvalwater op het eilandje Psytallia is nauwlettend gevolgd. Dit bij uitstek prioritaire en absoluut noodzakelijke project is vooraf grondig bestudeerd. Het functioneren van deze installatie draagt bij tot een betere kwaliteit van het zeewater in de Golf van Saronikos en daarmee aan een beter milieu in de omringende stedelijke gebieden.

De financiering van het grote project voor de biologische behandeling van afvalwater van Thessaloniki is in 1999 voortgezet. Dit grootschalige project is uitermate belangrijk voor de waterkwaliteit in de Golf van Thessaloniki en heeft betrekking op de op één na grootste stad van Griekenland. In verband met de waterkwaliteit in de Golf van Thessaloniki heeft het Cohesiefonds ook een project goedgekeurd voor biologische afvalwaterbehandeling in het toeristisch gebied rond Thessaloniki. Ook dit water komt immers in de Golf van Thessaloniki terecht. Deze projecten vormen samen met het rioleringsproject voor Kalochori een geheel van milieubeschermende maatregelen in de regio.

Het Cohesiefonds heeft zich op voorstel van de Griekse overheid verder verdiept in de voortdurende evaluatie van dit project. In dat verband zijn tussen partijen verbeteringen overeengekomen die een aanvulling vormen op het project.

Het Cohesiefonds heeft daarnaast ook bijgedragen aan de financiering van talrijke andere projecten op het gebied van watervoorziening en afvalwaterzuivering in alle regio's van Griekenland.

Nieuwe projecten waarvoor al tot medefinanciering is overgegaan zijn onder meer:

* Dam bij Aposselemi, met 8,3 miljoen euro aan bijstand

* Messolonghi, afvalwater en zuiveringsstation, met 5,4 miljoen euro aan bijstand

* Zakynthos, water en afvalwater, met 6,1 miljoen euro aan bijstand

* Alexandroipolis, water, met 13,0 miljoen euro aan bijstand

* Kalymnos, afvalwater, met 3,4 miljoen euro aan bijstand

* Mantoudi-Prokopi, afvalwater, met 4,0 miljoen euro aan bijstand

* Plomari, water en afvalwater, met 3,5 miljoen euro aan bijstand

* Archanes, afvalwater, met 2,6 miljoen euro aan bijstand

* Sarantapotamos, bergstroom, met 2,5 miljoen euro aan bijstand

* Elassona, afvalwater, met 4,7 miljoen euro aan bijstand

* Korinthe, regenwater, met 5,0 miljoen euro aan bijstand

* Kalamata, afval- en regenwater, met 1,8 miljoen euro aan bijstand.

Afvalbeheer

Het Cohesiefonds heeft in 1999 verzoeken om bijstand ontvangen en onderzocht voor grote afvalverwerkingsprojecten in de grote steden Athene en Thessaloniki. Daar deze projecten nog niet voldoende waren uitgewerkt en er geen adequate beheersstructuur was opgezet, kon in 1999 voor deze projecten nog geen financieringsvoorstel worden gedaan.

Het Cohesiefonds heeft bijgedragen aan de financiering van de volgende projecten:

* Rhodos, vuilstortplaats, met 2,2 miljoen euro aan bijstand

* Messolonghi, vuilstortplaats, met 2,3 miljoen euro aan bijstand

* Komotini, vuilstortplaats, met 2,0 miljoen euro aan bijstand

* Korfoe, vuilstortplaats, met 2,2 miljoen euro aan bijstand

* Aridea - Pella, vuilstortplaats, met 1,8 miljoen euro aan bijstand.

Modelprojecten

De Griekse autoriteiten hebben in 1998 goedkeuring verleend aan het masterplan van het modelproject voor de sanering van het Koroniameer en de studie naar het geïntegreerde modelproject voor het eiland Santorini.

Het Cohesiefonds heeft in 1999 financiering verleend voor de eerste fase van deze twee projecten.

Hierbij gaat het om

* de sanering van het Koroniameer, met 2,5 miljoen euro aan bijstand,

* het geïntegreerde project voor afvalwerking, afvalwaterbehandeling en drinkwaterproduc tie door ontzilting van het zeewater bij Santorini, met 1,6 miljoen euro aan bijstand.

Milieubescherming

Het Cohesiefonds heeft de medefinanciering van het milieuonderzoeks- en opleidingscentrum 'GAIA' voor een bedrag van 0,5 miljoen euro voortgezet.

3.1.1.2. Vervoer

Op het vlak van het vervoer heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend voor een totale bijstand van 93 miljoen euro ter financiering van de verschillende trajecten van de autowegen Pathe en Egnatia (prioritaire projecten van de trans-Europese netwerken). Een bedrag van 142 miljoen euro is bestemd voor de financiering van spoorwegprojecten, met name de as Patras - Athene - Thessaloniki en een bedrag van 10 miljoen euro voor de financiering van havenprojecten (infrastructurele installaties in de haven van Piraeus).

De activiteiten op dit terrein worden volledig gecoördineerd met het EFRO-programma 'Vervoer' en uitgevoerd met inachtneming van de vastgestelde prioriteiten voor TEN-vervoersprojecten.

Het Cohesiefonds en het EFRO werken aldus zij aan zij aan de financiering van de uitbreiding en modernisering van de Griekse spoorwegen en autowegen en vooral van de snelwegen Egnatia en Pathe. Dit wegenverkeersnet moet nog worden verbeterd en het gebruik ervan bevorderd door het inrichten van 'centra voor goederenopslag'.

Het onderzoek naar een centrum in Lesvos wordt door het Cohesiefonds gefinancierd uit de kredieten bestemd voor technische bijstand. Het Cohesiefonds is van mening dat een dergelijk centrum de betrokkenheid van de particuliere sector zou kunnen vergroten, omdat deze belang heeft bij snel en doelmatig goederenvervoer. Door een sneller vervoer van goederen met behulp van optimale logistieke voorzieningen (aansluiting havens op de vervoersnetwerken, uitgerust met intermodale knooppunten voor gecombineerd vervoer) kan de kostprijs van de goederen omlaag, wat de export van de lidstaten kan vergroten, waardoor weer directe en indirecte werkgelegenheid ontstaat.

Een tabel met alle goedgekeurde of gewijzigde projecten op het gebied van vervoer is opgenomen in bijlage III.

Wegen

De vervoersstrategie is gericht op de voltooiing van de twee belangrijkste verkeersassen van Griekenland, de snelwegen Egnatia en Pathe.

Snelweg Via Egnatia

Het project 'Ag. Nikolaos-Koumaria' heeft goede voortgang geboekt en naar verwachting wordt het traject in juli 2000 voor het verkeer open gesteld en zal het eindverslag eind 2000 worden ingediend.

De aanleg van het verkeersknooppunt 'Ag. Sillas' is voltooid en de andere projecten, 'Ag. Andreas - N.Karvali', 'MR 4+937-MR 9+400' en 'aanleg zes viaducten' die betrekking hebben op het deeltraject 'rondweg Kavala' vorderen gestaag. Naar verwachting kan het verkeer eind 2000 van dit gehele traject gebruik maken.

Pathe-snelweg

De deeltrajecten 'rondweg Patras' en 'Iliki - Kastro - Martino' zijn voltooid. Het eindverslag wordt in het eerste kwartaal van 2000 verwacht. Het traject 'Martino - Atalanti - Arkitsa - Ag.Konstantinos - viaduct' is praktisch voltooid en de bouw van de 'Tragana-tolpoorten' vordert gestaag. Opgemerkt wordt dat het verkeer reeds van deze trajecten gebruik maakt.

Van het 20 km lange traject 'Rahes - knooppunt Ag. Theodori' is reeds 15 km in gebruik bij het verkeer. Het tweede deel wordt volgend jaar door het Cohesiefonds gefinancierd op basis van een aanvullend contract en de voltooiing is gepland voor eind 2001.

Het gehele traject 'Skotina - Litohoro - Dion-Katerini' is op 1 km na in gebruik bij het verkeer, de tweede fase wordt volgend jaar door het Cohesiefonds gefinancierd op basis van een aanvullend contract en de voltooiing is gepland voor eind 2001.

Luchtverkeersleiding

Er is vooruitgang geboekt met de procedures voor de installatie van de drie langeafstandradars bij Thassos, Rhodos en Karpathos.

Na enige vertraging is de ontwikkeling van het luchtvaartcontrolesysteem en het veiligheidscontrolesysteem in 1999 voortgezet. Hopelijk wordt er voor elk van de projecten in het jaar 2000 een aannemer gevonden. Met name wat betreft de veiligheidscontrole kunnen eind 2000 resultaten tegemoet worden gezien.

Spoorwegnet

In 1999 is vooruitgang geboekt met de reeds goedgekeurde spoorwegprojecten, hoewel enkele projecten met grote achterstand kampen. Vertegenwoordigers van het Cohesiefonds hebben in de loop van het jaar tijdens ad hoc-controlebezoeken de voortgang van alle lopende projecten onderzocht.

Ook is geconstateerd dat het management van ERGOSE verbeterd moet worden. De Griekse autoriteiten hebben zich ertoe verbonden maatregelen te nemen.

Vervoer over zee

In 1999 is slechts één havenproject goedgekeurd. Het betreft de bouw van aanlegkades voor grote cruiseschepen in het plaatsje Palataki in de haven van Piraeus. Voor dit project is een bedrag van 9,7 miljoen euro aan bijstand verleend.

3.1.2. Spanje (inclusief de ultraperifere regio's)

Om in Spanje een evenwichtige verdeling van de begrotingsbedragen tussen vervoer en milieu te bereiken over de hele periode 1993-1999, heeft het Cohesiefonds meer financiële bijstand voor milieuprojecten willen verlenen, zodat over de hele periode 1997-1999 55% van de bijstand zou zijn verleend voor milieuprojecten en 45% voor vervoersprojecten (zie de lijst met projecten in bijlage III).

3.1.2.1. Milieu

Watervoorziening

Gedurende de periode 1993-1999 bedroeg de bijstand uit het Cohesiefonds voor watervoorzieningsprojecten 1.211 miljoen euro, dat wil zeggen 13,1% van de totale communautaire aan Spanje toegekende bijstand.

De inspanningen zijn gericht op grotere beschikbaarheid van goed drinkwater door de aanleg van voorzieningen voor opvang, vervoer en behandeling en tevens werkzaamheden ter verbetering van bestaande voorzieningen. Met bijstand uit het Cohesiefonds is in alle grote stroomgebieden een alarmerings- en informatiesysteem (SAIH) ingesteld.

In 1999 beliep de bijstand uit het Cohesiefonds voor watervoorzieningsprojecten 28% van de beschikbare middelen voor milieuprojecten in Spanje, dat wil zeggen 259 miljoen euro in het kader van tien nieuwe beschikkingen, naast zeven wijzigingsbeschikkingen in verband met hogere kosten ten gevolge van aanvullingen op de oorspronkelijk geplande werkzaamheden.

De in deze sector gegeven beschikkingen betreffen hoofdzakelijk problemen met de bestaande watervoorzieningsystemen en verbetering van de waterkwaliteit, met het oog op het naleven van de bepalingen die zijn vastgelegd in de richtlijnen 80/778 EEG en 98/83 EG.

De voor de regio Madrid goedgekeurde projecten zijn bedoeld om de watervoorziening in sterk groeiende stadsdelen onder alle omstandigheden veilig te stellen door meer gebruik te maken van de koppelingsmogelijkheden tussen zes verschillende waterwinplaatsen. Op deze manier wordt getracht door een samenhangender gebruik de waterreserves beter te beheren.

Elders in Spanje, zoals in de grote steden Salamanca, Albacete, Cartagena, Alicante en de regio's Bajo Ebro en de Balearen, zijn in 1999 projecten goedgekeurd die op termijn moeten leiden tot een betrouwbare watervoorziening van een kwaliteit die in overeenstemming is met de communautaire richtlijnen.

Zuivering van afvalwater

Dankzij de bijstand uit het Cohesiefonds is in de periode 1993-1999 grote vooruitgang geboekt op dit gebied. Er is voor een bedrag van 2.068 miljoen euro aan bijstand verleend, dat wil zeggen 22,4% van de aan Spanje voor zeven jaar toegekende kredieten. Deze investeringen hebben het Spaanse nationale plan voor riolering en waterzuivering in 1995 mogelijk gemaakt, mede ter naleving van richtlijn 91/271/EEG.

In 1999 is in deze sector een groot deel van de voor Spanje beschikbare kredieten besteed, namelijk 567,9 miljoen euro, ofwel 32,3% van de totale toegekende kredieten. Er zijn 18 beschikkingen genomen: vijf hebben betrekking op wijzigingen (aanvullende werkzaamheden of extra fasen in aanvulling op bestaande systemen) en 13 op nieuwe projecten. Bij de nieuwe projecten gaat het om zuiveringsstations of geïntegreerde zuiveringssystemen in de volgende autonome regio's: Andalusië, Balearen, Canarische Eilanden, Cantabrië, Kastilië en Leon, Catalonië, Madrid en Valencia. Vermeldenswaard in dit verband is de goedkeuring van de faciliteit in Prat de Llobregat in Catalonië met betrekking tot de bouw van een biologisch zuiveringsstation, een lozingspijp in zee en een rioleringsstelsel bestemd voor negen gemeenten in het grootstedelijke gebied Barcelona, waarvoor een bedrag van 204 miljoen euro is uitgetrokken.

Het Cohesiefonds hecht groot belang aan de financiering van projecten in de ultraperifere regio's van de cohesielanden. Dit heeft er toe geleid dat voor de twee grootste van de Canarische Eilanden bijstand is verleend ten bedrage van 25 miljoen euro voor de aanleg van zuiveringsinstallaties voor afvalwater.

Afvalbeheer

In 1999 is een bedrag van 70,3 miljoen euro gereserveerd voor afvalbeheerprojecten. Hiervan is 47,7 miljoen euro (68%) bestemd voor eerder goedgekeurde projecten (nieuwe jaarlijkse tranches of wijzigingen van eerdere beschikkingen) en de rest voor de vastleggingen voor twee nieuwe goedgekeurde projecten. Beide nieuwe projecten geven uitvoering aan de regionale plannen voor afvalbeheer in de regio's waar deze projecten zijn gesitueerd. Deze regionale plannen zijn gebaseerd op afspraken tussen de nationale regering en de autonome regio's die verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer in hun gebied.

Inclusief de vastleggingen voor 1999 bedragen de uitgaven in de sector afvalbeheer 481 miljoen euro, dat wil zeggen 10,3% van de bestedingen uit het Cohesiefonds voor milieuprojecten sinds 1993.

Inrichting en herstel van het kustgebied

Een bedrag van 9 miljoen euro is bij beschikking toegekend aan een project voor herstel van het milieu aan de kust bij Ferrol. Het voornaamste doel van dit project is zoveel mogelijk de natuurlijke kenmerken van het gebied te herstellen, de kust bereikbaar te maken en de aangetaste gebieden te saneren.

Erosiebestrijding en bebossing

In de periode 1993-1999 is ingevolge de beschikkingen ten aanzien van de Spaanse projecten voor herbebossing en beheersing van de erosie een bedrag van 565 miljoen euro aan bijstand door het Cohesiefonds ter beschikking gesteld. Dit komt overeen met 12,1% van de milieubegroting voor Spanje.

Deze projecten zijn afgeleid van het Spaanse herbebossingsprogramma dat is opgesteld voor de periode 1995-1999. Daaronder valt ook een reeks activiteiten die worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Directoraat Natuurbehoud van het Spaanse ministerie van Milieu en van de autonome regio's.

De projecten beslaan de volgende hoofdactiviteiten:

- herbeplanting van kwetsbare gebieden met geschikte boom- en struiksoorten;

- behandeling van het bestaande bosareaal om de vegetatie te verbeteren en een evenwicht te behouden tussen de verschillende vormen van bodembescherming;

- kleinschalige infrastructurele werkzaamheden ter stabilisering van de oevers van rivieren en stromen;

- herbebossing en behandeling van gebieden die zijn aangetast door brand of daartoe gevaar lopen.

Al deze projecten hebben de bestrijding van de bodemerosie en de verwoestijning in kwetsbare regio's ten doel, evenals de bescherming en het natuurlijke herstel van de door brand beschadigde bossen. Zij bestrijken alle grote stroomgebieden in Spanje, en betekenen een samenhangend antwoord op het gegeven dat naar schatting 40% van het Spaanse landoppervlak ernstig lijdt onder de erosie.

In 1999 zijn een tweetal nieuwe projecten (19,5 miljoen euro) in de omgeving van Valencia en in het stroomgebied van de Ebro goedgekeurd. Ook zijn in 1999 de in vorige jaren goedgekeurde projecten herzien met het oog op nieuwe werkzaamheden, die worden uitgevoerd in de regio's waarin de bovengenoemde activiteiten moeten worden uitgebreid. Volgens de laatste informatie worden nagenoeg alle werkzaamheden in het jaar 2000 afgerond.

3.1.2.2. Vervoer

Het jaar 1999 was voor de Spaanse vervoersinfrastructuurprojecten een jaar van consolidatie, waarin maar een klein aantal nieuwe beschikkingen is goedgekeurd.

Overeenkomstig de doelstellingen van het raamplan 'Plan Director de Infraestructuras 1993-2007' en de communautaire richtlijnen voor de ontwikkeling van het trans-Europese vervoersnetwerk (zie hiervoor punt 2.2.2) is door het Cohesiefonds een aanzienlijke bijdrage geleverd aan Spaanse infrastructuurprojecten, met name die voor het wegennet en de spoorwegen. Vanaf 1993 is er door het Fonds voor in totaal 4.597 miljoen euro aan bijstand verleend: 50,3% van het totale krediet voor Spanje.

De vastleggingen voor wegenprojecten beliepen 2.611 miljoen euro (56,8% van het totaal voor vervoer), en die voor spoorwegprojecten 1.859,2 miljoen euro (40,4% van het totaal voor vervoer.

Wegen en snelwegen

Tot het jaar 1997 is de bijstand van het Cohesiefonds in Spanje grotendeels gericht geweest op wegenprojecten. Sindsdien is de nadruk op wegaanleg wat minder uitgesproken. De grote omvang van de investeringen komt voort uit de noodzaak tot voltooiing en modernisering van het uitgebreide Spaanse wegenstelsel met het oog op de snelle groei van het wegverkeer. Alle door het Cohesiefonds ondersteunde projecten dienen ter realisering van de doelstellingen van de trans-Europese vervoersnetwerken en het algemene wegenplan voor Spanje. Daaronder valt ook de voltooiing van de drukste snelwegcorridors, de verbinding van afgelegen gebieden met de belangrijkste centra van economische activiteit, het terugbrengen van de buitensporig radiale structuur van het Spaanse wegennet tot normale proporties, de terugdringing van de congestie in de steden en de integratie van het Spaanse wegennet met dat van de EU-buurlanden.

Overeenkomstig deze doelstellingen was de bijstand van het Cohesiefonds voornamelijk gericht op de hoofdcorridors (zie bijlage).

Door het Cohesiefonds is ruim aandacht besteed aan het toezicht op projecten die in voorgaande jaren zijn goedgekeurd. Toezicht is primair uitgeoefend via de door de Spaanse autoriteiten verstrekte informatie (fysieke en financiële indicatoren), via de informatie die is verstrekt bij de aanvraag van tussentijdse en definitieve betalingen en via missies ter plaatse ter controle van de uitvoering van projecten.

Spoorwegen

Het raamplan 'Plan director de Infraestructuras 1993-2007' bevat de belangrijkste prioriteiten voor de verbetering van de Spaanse spoorweginfrastructuur, waaronder de ontwikkeling van hoge snelheidslijnen,verbetering van de sporen, seininstallaties en andere voorzieningen op bestaande lijnen en algemene veiligheids- en onderhoudsmaatregelen. Het Cohesiefonds heeft aan de financiering van deze maatregelen bijgedragen voorzover zij verband houden met de ontwikkeling van het trans-Europese vervoersnet.

Sinds 1993 is de bijstand van het Cohesiefonds voornamelijk gericht op de in de bijlage genoemde projecten.

Havens en luchthavens

De totale bijstand ten behoeve van de havens en de luchthavens bedraagt 2,2% van het vervoersbudget (101,4 miljoen euro). Deze bijstand geldt uitsluitend de Balearen.

Scheepsgeleidingsystemen (Vessel Traffic Systems - VTS)

Projecten binnen deze categorie hebben betrekking op de scheepsbegeleiding op zee en de bestrijding van de verontreiniging van de zee. In 1999 zijn geen nieuwe projecten goedgekeurd. Er is in 1999 ook geen enkele bijstandsaanvraag gedaan binnen deze categorie. Voor de periode 1993-1999 is een subsidiebedrag van 25,3 miljoen beschikbaar gesteld voor dit soort projecten in het raamwerk van het nationale plan voor de scheepsgeleiding.

3.1.3. Ierland

Zoals in vorige verslagen reeds is aangestipt, is in de loop der tijd het aandeel van de vastleggingen voor bijstand van het Cohesiefonds aan Ierland verschoven van steun voor betrekkelijk kleinschalige projecten naar grootschalige projecten met een meerjarenbegroting, en is het accent op voortzetting van de belangrijkste in uitvoering zijnde projecten komen te liggen in plaats van op nieuwe projecten. Deze tendens is voortgezet in 1999. Het merendeel van de bijstand ging naar in eerdere jaren ondersteunde projecten. Er zijn geen volledig nieuwe projecten goedgekeurd. Kenmerkend voor dit jaar was ook de afronding van een fors aantal projecten.

Zoals steeds het geval was in de afgelopen jaren is op milieugebied het leeuwendeel van de bijstand aan voortzetting van prioritaire projecten besteed, hetzij nieuwe fasen van in voorgaande jaren door de Commissie ondersteunde projecten, hetzij jaarlijkse tranches van eerder goedgekeurde grootschaliger projecten. De enige nieuwe projectfase waarvoor bijstand werd verleend was de vijfde fase van het rioleringsplan voor de regio Dublin. In 1999 zijn geen volledig nieuwe projecten aan de lijst toegevoegd.

In 1999 was meer dan 80% van de subsidie voor milieuprojecten bestemd voor afvalwaterzuiveringprojecten. Net als in voorgaande jaren is weer voorrang gegeven aan projecten voor de behandeling van afvalwater in de meest verstedelijkte en ecologisch kwetsbare gebieden. Deze projecten moeten op grond van communautaire richtlijnen voor het einde van het decennium zijn afgerond. De projectfasen waarvoor bijstand is verleend betroffen de hoofdrioleringsstelsels in Wexford (fase II), Dublin (fase II), Dundalk (fase II), Cork (fase II) en Drogheda (fase II). De Commissie heeft de steun aan groepen onderling samenhangende projecten in de stroomgebieden van meren en rivieren verlengd, opdat de voor milieubescherming reeds toegekende steun in deze gebieden optimaal effect kan sorteren. De stroomgebiedprojecten waarvoor in 1999 communautaire bijstand is verleend betreffen het stroomgebied van de Suir en het gebied rondom Lough Ree.

Bij de bijstand voor watervoorzieningprojecten lag in 1999 het accent op de verdere verbetering van de kwaliteit van de watervoorziening voor Dublin en het omringende stedelijke gebied, en op waterbehoudprojecten in Dublin. Waterbehoud heeft prioriteit bij de subsidieverlening sinds een studie door een adviesbureau in 1996 heeft aangetoond dat lekkagebestrijding veelal voordeliger is dan de aanleg van nieuwe basisinfrastructuur.

In de categorie vervoer is het grootste deel van de begroting gebruikt voor de voortzetting van grote projecten ten behoeve van het trans-Europese wegennet, waarbij de meeste bijstand ging naar projecten aan de route Dublin-Belfast.

In de spoorwegsector is de bijstand voor de aanleg van bepaalde baanvakken van de spoorwegverbindingen Dublin-Galway, Dublin-Sligo, Dublin-Waterford en Mallow-Tralee en voor de uitbreiding van de DART in Dublin beëindigd.

Bijlage III geeft een overzicht van de projecten.

3.1.3.1. Milieu

Afvalwaterbehandeling

Het grootste deel van de bijstand is vastgelegd voor jaarlijkse tranches van grootschalige projecten in uitvoering en voor een nieuwe fase van een eerder door de Commissie gesteund project.

Watervoorzieningprojecten

Het grootste deel van de bijstand is vastgelegd voor jaartranches van de steun voor een tweetal reeds in gang zijnde projecten.

3.1.3.2. Vervoer

Wegen

In 1999 is 98,9 miljoen euro uitgetrokken voor wegenprojecten. Alle bijstand was bestemd voor jaarlijkse tranches van grootschalige projecten in uitvoering. In 1999 zijn geen geheel nieuwe vervoersprojecten goedgekeurd. Wel is een nieuw uit voeren fase van een belangrijk snelwegproject gedeeltelijk ondersteund via een enkel jaarbedrag.

Met het oog op goed financieel beheer heeft de Commissie besloten de bijstand te verlagen voor twee projecten waarbij vertraging optrad vanwege de milieuaspecten. Daardoor kwamen meer middelen vrij voor het project rondweg Drogheda (fase II).

Spoorwegen

Er is een bedrag van 22,9 miljoen euro vastgelegd voor de laatste jaartranches van twee in gang zijnde prioritaire projecten ten behoeve van het spoorwegnet.

3.1.4. Portugal

3.1.4.1. Milieu

In de periode 1993-1999 zijn de prioritaire sectoren voor milieu steeds geweest: de drinkwatervoorziening, de afvalwaterzuivering en het beheer van vast stedelijk afval.

Over de hele periode is 51,9% van de bijstand uit het Cohesiefonds voor Portugal bestemd voor milieuprojecten. De laatste jaren en met name in 1999 vertoont dit percentage een duidelijk stijgende lijn. In 1999 is het aandeel namelijk opgelopen tot 59% van de totale vastleggingen.

Uit de uitsplitsing per soort projecten over de gehele periode blijkt dat de nadruk ligt op afvalwaterprojecten (18,4% en 552 miljoen euro), gevolgd door projecten voor drinkwatervoorziening (16,9% en 507 miljoen euro) en afvalverwerking (14,6% en 437 miljoen euro).

In 1999 zijn de vastleggingen voor projecten op het gebied van afvalwaterzuivering en afvalverwerking in een stroomversnelling geraakt (respectievelijk 24,7% en 21,4%). Dit is het resultaat van de inspanningen die Portugal zich heeft getroost om de achterstand met de naleving van richtlijn 91/271/EG in te lopen.

Bij de afvalverwerking is voorrang gegeven aan systemen voor inzameling en verwerking als vastgelegd in het in 1996 door Portugal goedgekeurde en door het Cohesiefonds gefinancierde strategische plan.

Het percentage van de bevolking van Portugal dat tussen 1994 en 1999 betrokken is geweest bij de drie prioritaire zwaartepunten wordt in de onderstaande tabel vermeld.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Drinkwatervoorziening

De bijstand uit het Cohesiefonds op het gebied van de drinkwatervoorziening gedurende de periode 1993-1999 bedroeg 507 miljoen euro ofwel ongeveer 17% van de totale bijstand uit het Fonds voor Portugal en eenderde van het bedrag dat over deze periode is uitgetrokken voor milieuprojecten.

Het gevoerde beleid is sterk geconcentreerd op de drie dichtst bevolkte gebieden van Portugal (Groot-Lissabon, Groot-Porto en de regio Algarve) en streeft naar het inhalen van de op dit gebied in Portugal bestaande achterstand in overeenstemming met de communautaire richtlijnen 80/778 EEG en 98/83 EG.

Met de totstandkoming van intergemeentelijke beheersstructuren is een bijdrage geleverd aan een aantal grootschalige projecten die volledig passen in het uitgezette beleid. Deze projecten leveren aanzienlijke schaalvoordelen door gebruikmaking van de technische mogelijkheden en betrouwbaar beheer.

In 1999 is de bijstand uit het Cohesiefonds op dit vlak afgenomen tot ongeveer 13% van de totale vastleggingen. Dit komt omdat er in dit laatste jaar van uitvoering geen kredieten meer beschikbaar waren voor nieuwe projecten, afgezien van de vastlegging van de jaarlijkse tranches van grote projecten in uitvoering en de gevraagde verhoging van de financiële bijstand voor de werkzaamheden in het kader van het nationale waterplan en de verschillende plannen per stroomgebied.

Zuivering van afvalwater

Op het gebied van de afvalwaterzuivering richten de inspanningen van het Cohesiefonds zich vrijwel uitsluitend op de drie dichtstbevolkte gebieden van Portugal: Lissabon, Porto en de Algarve. De enkele projecten die niet in de genoemde gebieden liggen, beogen oplossingen voor bijzonder ernstige en soms grootschalige milieuproblemen waarvoor snel optreden vereist is.

Het Cohesiefonds heeft in 1999 24,7% van de voor milieuprojecten beschikbare middelen voor dit onderdeel vastgelegd.

Dit neemt niet weg dat men op het gebied van de afvalwaterzuivering nog aanzienlijk achterligt op het tijdschema dat in richtlijn 91/271/EEG is vastgesteld voor de totstandbrenging van dergelijke systemen en dat de inspanningen in de nabije toekomst nog opgevoerd moeten worden. Uit het in opdracht van het Cohesiefonds door WS ATKINS International uitgevoerde onderzoek blijkt namelijk dat op het gebied van de zuivering van stedelijk afvalwater in Portugal grote investeringen nodig zijn om volledig te voldoen aan de normen van de Gemeenschap.

De Commissie en de Portugese overheid hebben in 1999 de werkzaamheden op het gebied van de afvalwaterzuivering geïntensiveerd door een groot deel van de milieu-investeringen aan deze sector toe te kennen. Hierdoor is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de tenuitvoerlegging van de desbetreffende richtlijnen, te weten Richtlijn 91/271/EEG van de Raad d.d. 21 mei 1991 als gewijzigd bij Richtlijn 98/15/EG van de Commissie d.d. 27 februari 1998.

Van de bijstand in het kader van nieuwe beschikkingen is in 1999 11.045.750 euro naar afvalwaterzuivering gegaan voor één nieuw project (zie bijlage III).

De eerste fase van het geïntegreerde saneringsproject voor de stroomgebieden van de Rio Lis en de Ribeira de Seiça is van start gegaan. Dit geïntegreerde systeem voor sanering en zuivering van afvalwater afkomstig uit de stedelijke agglommeraties die op deze stroomgebieden lozen omvat oplossingen voor de zuivering van afvalwater van de zeer vervuilende varkenshouderijen die in ditzelfde stroomgebied aanwezig zijn. In het kader van dit project waaraan het ministerie van Landbouw en de boerenbedrijven via hun landbouworganisaties deelnemen, wordt uitgegaan van het beginsel dat de vervuiler betaalt. De gekozen oplossing heeft als algemene doelstelling de verbetering van het milieu in het stroomgebied van de Lis en wordt gebruikt als voorbeeld voor soortgelijke gevallen in andere stroomgebieden in het land.

Afval

Het Cohesiefonds heeft zich in 1999 net als het jaar ervoor voornamelijk bezig gehouden met het toezicht op de uitvoering van de in voorgaande jaren goedgekeurde projecten.

In 1999 is slechts één nieuw project goedgekeurd. Het betreft de eerste fase van een project voor een afvalverwerkingseenheid op het eiland Madeira. Met deze eerste fase is een investering van 46 miljoen euro gemoeid waaraan het Cohesiefonds een bedrag van 31 miljoen euro bijdraagt. Het project bestaat onder meer uit de bouw en inrichting van twee verbrandingsovens, één voor stedelijk afval en één voor ziekenhuisafval. Met de voltooiing van dit project wordt een integrale oplossing bereikt voor de afvalproductie van Madeira en het eiland Porto Santo. Deze investering is bijzonder belangrijk daar hierdoor de kwaliteit van het milieu, de volksgezondheid en de kwaliteit van het leven verbetert. Voorts wordt gewezen op de rechtstreekse gunstige invloed die het project heeft op het toerisme, de motor van de economie van de eilandengroep.

Eind 1999 loopt de eerste uitvoeringsperiode van het Cohesiefonds ten einde. Nu kan de balans worden opgemaakt van de op het gebied van de afvalverwerking verleende bijstand uit het Fonds voor Portugal over de gehele periode 1993-1999.

Op basis van het in 1996 opgestelde en door het Cohesiefonds medegefinancierde strategische plan voor vast stedelijk afval, konden de problemen in kaart worden gebracht en kon het beleid worden vastgesteld met het oog op een verbetering van de slechte situatie in Portugal op het gebied van de verwerking van stedelijk afval.

Voor de totstandkoming van de noodzakelijke voorzieningen heeft Portugal een beheersmodel ingesteld op basis van intergemeentelijke organisaties, verenigingen van gemeenten en ondernemingen met een gemengd (publiek en privaat) vermogen.

Over de gehele periode heeft het Cohesiefonds financiering verleend voor zes projecten onder verantwoordelijkheid van intergemeentelijke organisaties, drie projecten onder verantwoordelijkheid van verenigingen van gemeenten en twee onder verantwoordelijkheid van ondernemingen met gemengd vermogen. Deze projecten en het project op Madeira voor een afvalverwerkingscentrale vormen de belangrijkste door het Fonds gefinancierde maatregelen. Het betreft een investering van 646 miljoen euro waaraan het Fonds voor een bedrag van 438 miljoen euro heeft bijgedragen, wat neerkomt op 14,6% van de totale over de periode aan Portugal toegekende kredieten.

Dankzij deze projecten is een systeem van basisvoorzieningen tot stand gekomen waarmee het stedelijk afval adequaat kan worden beheerd. De voorzieningen betreffen vrijwel de gehele kuststrook van Portugal waar de bevolkingsdichtheid het hoogst is. Zo profiteren 7,2 miljoen mensen ofwel 73% van de bevolking woonachtig op ongeveer 29% van het grondgebied van Portugal van de projecten.

3.1.4.2. Vervoer

* Een jaar van consolidatie

1999 is en Portugal eerder een jaar geweest van consolidatie van de projecten voor de vervoersinfrastructuur dan van nieuwe projecten. Dit heeft met name te maken met het feit dat dit jaar het laatste was van de eerste periode van het Cohesiefonds.

De vastleggingen in 1999 voor de vervoersector -225,5 miljoen euro- hadden dan ook uitsluitend betrekking op de jaartranches voor 1999 van projecten die in voorgaande jaren waren goedgekeurd.

In 1999 is het saldo betaald van de bijstand voor de Vasco da Gama-brug (meer dan 29,3 miljoen euro van de totale bijstan van 311,2 miljoen euro). De betaling is uitgevoerd na een aantal bijeenkomsten met de Portugese autoriteiten voor preciseringen ten aanzien van de naleving van de milieu-eisen die voorwaarde waren voor medefinanciering door de Gemeenschap.

* Voorbereiding van de volgende periode voor maatregelen van het Cohesiefonds

In 1999 is de grondslag gelegd voor besprekingen met de Portugese autoriteiten over mogelijke toekomstige acties van het Fonds tegen de achtergrond van de ontwikkelingen sinds 1993, die in het vervolg kort zijn geschetst.

In een aantal vergaderingen met de Portugese autoriteiten, met name rondetafelbijeenkomsten voor de indiening van het Portugese Programma voor regionale ontwikkeling heeft de Commissie aangegeven welke haar prioriteiten zijn en waar haar zorgpunten liggen, d.w.z. met name op het vlak van het milieu.

* De Commissie heeft gewezen op de volgende uitgangspunten:

- na gedegen schatting van de financiële middelen die beschikbaar zijn voor de periode 2000/2006 zouden de prioriteiten beter kunnen worden bepaald, met name wat betreft de voltooiing van het Transeuropese vervoersnet, en zouden de acties van de verschillende instrumenten van de Gemeenschap beter gecoördineerd kunnen worden;

- er zouden middelen geconcentreerd mogen worden op prioritair project nr 8 van de Top van Essen (De multimodale verbinding van Portugal/Spanje met de rest van Europa);

- er zou prioriteit worden gegeven aan verbetering van de mogelijkheden voor vervoer over zee en per spoor om zo bij te dragen tot verschuiving van vervoer over de weg naar minder vervuilende vormen van transport, en aan bevordering van duurzame ontwikkeling;

- ruimere toepassing van partnerschap van overheid en particuliere sector; op deze wijze zou het hefboomeffect van de bijstand van de Gemeenschap kunnen worden vergroot en zou medefinanciering mogelijk worden voor een breder gamma van projecten.

* Ontwikkelingen sinds 1993

De financiële bijdrage voor vervoersprojecten sinds 1993 -1446 miljoen euro, d.w.z. 48,1% van de totale bijstand aan Portugal uit het Cohesiefonds- is de kern geweest van een strategie die gericht was op een goede inpassing in de transeuropese netwerken en op verhoging van de efficiency van het vervoer in Portrugal gezien de perifere ligging van het land.

De bijstand van het Fonds die, vooral in de beginperiode, vrij sterk is geconcentreerd op wegenbouwprojecten (29% van de voor Portugal "gereserveerde" bijstand) heeft het met name mogelijk gemaakt de transportcorridors Lissabon/Madrid en Lissabon/La Coruña te voltooien en de totstankoming van de corridor Lissabon/Valladolid te bespoedigen. Deze drie corridors, die de hoogste prioriteit hebben, zijn een onderdeel van het transeuropese vervoersnet; de twee laatste zijn trouwens tegelijk een onderdeel van prioritair project nr 8 van Essen. Voorts heeft het Fonds een doorslaggevende bijdrage geleverd aan het wegwerken van ernstige knelpunten in de agglomeratie van Lissabon (via medefinanciering van projecten als de binnenste en buitenste ringweg, de verbreding van de autoweg ten noorden van de stad en de nieuwe brug over de Taag) en van Oporto (capaciteitsvergroting op het wegvak Oporto/Aguas Santas, en een gedeelte van de werkzaamheden aan de brug van "Freixo").

Wat de spoorwegverbindingen betreft, is in deze periode een grote inspanning gedaan (334 miljoen euro, d.w.z. 11% van de totale bijstand voor Portugal uit het Cohesiefonds) voor twee spoortrajecten van strategische betekenis die Portugal met het centrum van Europa verbinden. Het Fonds heeft in dit verband bijstand verleend voor een aantal projecten in het kader van Algemene plannen voor modernisering van de betrokken spoorlijnen en zo het ambitieuze Portugese programma voor investeringen in de infrastructuur gesteund. De werkzaamheden aan de lijn "Beira Alta" zijn voltooid, met name dankzij de combinatie van bijstand uit het Cohesiefonds en het EFRO. Het programma voor modernisering van de spoorlijn naar het noorden moet echter nog worden voortgezet in de periode 2000/2006.

Ook voor de infrastructuur voor vervoer over zee is in de loop van de hele periode steun verleend; deze bijstand bedroeg minder dan 3%. Bij de toekenning van de bijstand van het Cohesiefonds is prioriteit gegeven aan investeringen in Lissabon en in Leixões voor korteafstandsvervoer over zee, ten einde zo overschakeling van vervoer over land naar vervoer over zee te stimuleren, en daarnaast aan maatregelen om de combinatiemogelijkheden van zeervervoer met andere vormen van vervoer te vergroten, alsmede aan veiligheidvoorzieningen in de havens van Leixões en Sines.

Op het gebied van het luchtvervoer is bijstand gegeven voor één enkel project: het vliegveld van Funchal op Madeira. Het Cohesiefonds heeft 160 miljoen euro bijstand verleend (5% van de totale bijstand aan Portugal uit het Cohesiefonds) om de bereikbaarheid van deze ultraperifere regio te verbeteren en een impuls te geven aan de toerististische sector op het eiland, die zeer belangrijk is.

3.2. Technische bijstand en onderzoek

3.2.1. Algemeen beleid van het Fonds

Om de managementtaak naar behoren uit te voeren en het effect van de toegekende bijstand te vergroten, heeft het Cohesiefonds een aantal deskundigen en adviseurs ingeschakeld voor de verschillende sectoren waarin het actief is.

De adviseurs vervullen een zeer belangrijke taak bij de evaluatie, de analyse en de controle van de projecten waarvoor medefinanciering wordt gevraagd. Door een beroep te doen op deskundigen wordt de technische deskundigheid van de Commissie aangevuld met praktische en geactualiseerde kennis op verschillende terreinen zodat zij haar taken beter kan vervullen.

3.2.2. Technische bijstand op initiatief van de Commissie

De technische bijstand van externe adviseurs is van grote betekenis voor de uitvoering van de aan het Cohesiefonds opgedragen taken.

Deze vormt een aanvulling op de in de diensten van de Commissie beschikbare deskundigheid.

De adviseurs worden geselecteerd op basis van een aanbesteding volgens de bepalingen van Richtlijn 92/50/EEG betreffende overheidsaanbestedingen voor dienstverlening en behoren tot de beste in Europa.

De meeste adviseurs die voor het Cohesiefonds werken zijn ondernemingen uit andere dan de cohesielanden. Vaak vormen zij samenwerkingsverbanden met adviseurs uit de begunstigde landen.

Uit de begroting 1999 van het Cohesiefonds is 157.412 miljoen euro vastgelegd voor technische bijstand en onderzoek. Dit is wat minder (-10%) dan vorig jaar. Dit komt omdat verschillende kadercontracten voor technische bijstand in verband met specialistische adviezen op het werkterrein van het Cohesiefonds meerjarencontracten zijn waarvoor geen nieuwe financiële vastleggingen hoeven te worden gedaan.

Voor de hele periode 1993-1999 is op dit gebied 8,6 miljoen euro besteed, dus minder dan 0,05% van de door het Fonds vastgelegde middelen.

De kadercontracten naderen het eind van hun looptijd. In juni 1999 zijn daarom twee grote aanbestedingen gedaan met het oog op de selectie van adviseurs voor de nieuwe periode die in 2000 begint. Ter ondersteuning van de diensten van de Commissie bij de technische beoordeling van de lopende of te financieren projecten zijn twee consortia van adviseurs geselecteerd, één voor vervoersprojecten en één voor milieuprojecten.

4. Toezicht, controle en onregelmatigheden

4.1. Toezicht: toezichtcomités en controlebezoeken

4.1.1. Griekenland

Toezichtcomités

De toezichtcomités voor de projecten in de categorieën vervoer en milieu van het Cohesiefonds hebben in 1999 in maart en oktober vergaderd. De ad hoc-toezichtcomités voor de projecten Spata (vervoer), Evinos-Eydap en Psyttalia (milieu), zijn ook bij elkaar geweest.

De toezichtcomités worden voorgezeten door de secretaris-generaal van het ministerie van Nationale Economie en bestaan uit de secretarissen-generaal van de andere ministeries die bij de bijstandsverlening van het Cohesiefonds zijn betrokken, vertegenwoordigers van de Commissie, namelijk het Cohesiefonds en de overige betrokken directoraten en directoraten-generaal van de Commissie, vertegenwoordigers van de EIB, vertegenwoordigers van de Griekse ministeries, vertegenwoordigers van de verenigingen van gemeenten en een aantal burgemeesters in de hoedanigheid van opdrachtgever.

Overzichtstabellen per beschikking en per project en verslagen over elk project zijn in de comités besproken. De Commissie heeft daarbij terdege aandacht besteed aan de inachtneming van het communautaire beleid op de verschillende terreinen.

De verschillende vergaderingen van het toezichtcomité waren voorts een gelegenheid om:

- de bedragen van de in 1999 voor Griekse vervoers- en milieuprojecten gedane vastleggingen en betalingen mede te delen;

- de resultaten van het onderzoek van nieuwe bijstandsaanvragen bekend te maken aan de door de lidstaat aangewezen autoriteit, de toezichthoudende ministeries en de begunstigden;

- rechtstreeks kennis te nemen van de problemen waarmee de begunstigden bij de uitvoering van de werken worden geconfronteerd;

- de gezamenlijke standpunten (lidstaat/Commissie) inzake de voortzetting van de projecten, de mogelijkheid van financiering van de uitgaven en de verstrekking van gegevens aan de Commissie uiteen te zetten;

- van de Griekse autoriteiten de in 1999 aan te brengen wijzigingen van reeds goedgekeurde projecten te vernemen, waarvoor de Commissie toestemming moet geven.

Op het vlak van het vervoer bleek het tempo van de vastleggingen en de feitelijke uitvoering van de projecten Pathe en Egnatia in 1999 bevredigend. Met betrekking tot de uitvoering van de spoorwegprojecten zijn grote achterstanden geconstateerd. De Commissie heeft een waarschuwing verstuurd.

Het ad hoc-toezichtcomité voor de nieuwe luchthaven van Athene in Spata heeft in 1999 twee maal vergaderd. Het toezichtcomité let op de materiële en financiële voortgang van het project, maar beoordeelt ook of de beleidslijnen van de Gemeenschap, vooral op milieugebied, worden nageleefd en of wordt voldaan aan de bijzondere bepalingen van de Commissiebeschikking. Deze bepalingen hebben voornamelijk betrekking op de tijdige voltooiing van de toegangswegen naar de luchthaven en de installatie van de luchtverkeersvoorzieningen. Dankzij de inspanningen van de betrokken partijen zijn de nodige maatregelen genomen. De aanleg van de luchthaven verloopt volgens plan.

Op het vlak van het milieu bleek de feitelijke en financiële uitvoering van de projecten in 1999 over het algemeen eveneens bevredigend, hoewel enkele projecten vertraging hebben opgelopen. Aangezien de voor deze vertraging aangevoerde redenen niet steekhoudend bleken te zijn, heeft de Commissie hierover op basis van de bepalingen van bijlage VI bij de toewijzingsbeschikking van het Cohesiefonds een waarschuwingsbrief verstuurd.

Het ad hoc-toezichtcomité voor Evinos heeft in 1999 tweemaal vergaderd. Dit comité houdt toezicht op de watervoorziening van Athene uit de rivier de Evinos en op de projecten van het Atheense waterleidingbedrijf (EYDAP) die verband houden met het waterleidingnet en het waterbeheer in het stadsgewest Athene.

Het Evinos-project wordt zowel materieel, financieel als technisch gevolgd. Een belangrijk deel van het door het Cohesiefonds gefinancierde project is voltooid. Het uitgebreide eindonderzoek verloopt naar wens. In mei is het bedrijf Montgomery Watson aangetreden als projectmanager voor de EYDAP-projecten.

Het toezichtcomité voor biologische zuivering - tweede fase - ten behoeve van Athene in Psyttalia is in 1999 tweemaal bijeengekomen. Dit project wordt zowel materiaal, financieel als technisch gevolgd.

Controlebezoeken

Om modelprojecten op gang te helpen, heeft het Cohesiefonds in 1999 twee bezoeken gebracht aan het Koroniameer in Thessaloniki met het oog op uitvoering van het project voor de bescherming van dit meer. Ter plaatse zijn vele besprekingen gevoerd met lokale, regionale en nationale Griekse overheden en vergaderingen belegd met deze overheden en de deskundigen die door het Cohesiefonds zijn aangewezen om het masterplan voor dit project te schrijven. Aan deze vergaderingen is ook deelgenomen door vertegenwoordigers van de om het meer liggende dorpen, zodat deze konden worden geïnformeerd over en bewust worden gemaakt van het milieubelang en de economische en sociale dimensie van dit project. Nu de eerste fase eind 1999 is goedgekeurd, kan het project voor de bescherming van het Koroniameer van start gaan.

Andere controlebezoeken zijn in 1999 afgelegd in verband met het opstarten van het modelproject ten behoeve Santorini (watertoevoer, afvalwaterzuivering en afvalverwerking). Ook hier zijn besprekingen gevoerd met lokale, regionale en nationale overheden en is de lokale bevolking van dit Griekse eiland geïnformeerd over en bewust gemaakt van het belang van dit project. Nu de eerste fase eind 1999 is goedgekeurd, kunnen de voorwaarden voor milieubescherming op het eiland Santorini dankzij een samenhangende visie op de bestaande problemen worden verbeterd.

Verder is bijzondere aandacht besteed aan de projecten in de omgeving van Thessaloniki voor het herstel van de waterkwaliteit in de Golf van Thermaikos.

De andere controlebezoeken die de rapporteurs van het Cohesiefonds in 1999 hebben afgelegd evenals de verrichte kwaliteitscontroles staan vermeld in bijlage II van dit verslag.

4.1.2. Spanje

Toezichtcomités

In 1999 heeft het toezichtcomité voor de projecten die door het Cohesiefonds worden gefinancierd tweemaal in Madrid vergaderd: de elfde vergadering vond plaats op 27, 28 en 29 april en de twaalfde op 19, 20 en 21 oktober.

Dit toezichtcomité is opgesplitst in zeven afzonderlijke comités:

* Comité voor het project HSL-Zuid: de lijn Madrid-Barcelona

* Comité voor vervoersprojecten van de centrale overheid

* Comité voor herbebossingsprojecten

* Comité voor projecten van de lokale overheden

* Comité voor milieuprojecten van de centrale overheid met inbegrip van waterprojecten

* Comité voor projecten van de autonome regio's

* Comité voor projecten in het kader van een privaat-publiek partnerschap.

Er zijn ongeveer 200 toezichtverslagen betreffende de stand van zaken van de projecten of groepen projecten besproken.

Van verschillende projecten zijn de werkzaamheden reeds beëindigd. Echter, door de administratieve rompslomp bij afloop van de contracten hebben de eindverslagen, en dus ook de uitbetaling van het resterende bedrag, vertraging opgelopen. In het eindverslag dat de uitbetaling van het resterende bedrag vergezelt, is gevraagd duidelijk aan te geven of de vastgestelde doelen zijn bereikt en het planmatig kader van het project aan te geven.

De uitvoering van de projecten is goed verlopen. Toch zijn er bij het beheer van de projecten ook problemen opgetreden door de vele wijzigingen en samenvoegingen.

Het comité voor projecten in het kader van een privaat-publiek partnerschap heeft in 1999 voor het eerst vergaderd. Dit comité moet toezicht houden op projecten die mede met privé-financiering worden uitgevoerd. De opdrachten voor de meeste van deze projecten worden toegewezen in de vorm van een concessie. Andere worden beheerd door overheidsmaatschappijen waarin de centrale, regionale of lokale overheid participeert.

Aangezien dit de laatste toezichtcomités waren vóór de inwerkingtreding van de nieuwe verordening, vormden zij een goede gelegenheid voor een terugblik op het verleden en het uitzetten van een nieuwe koers, met de opgedane ervaring als uitgangspunt.

Daarbij zijn voor de komende periode voornamelijk de volgende punten aan bod gekomen:

(1) de wijzigingen die de nieuwe verordening met zich meebrengt,

(2) de nieuwe principes voor strategische inpassing van de maatregelen van het Cohesiefonds,

(3) nieuwe werkwijzen met het oog op een eenvoudiger, doelmatiger en doorzichtiger beheer.

Controlebezoeken

Bij de bezoeken zijn de projecten in uitvoering en in onderzoek ter plaatse bezocht. Er zijn vergaderingen belegd met de organen die verantwoordelijk zijn voor het indienen en uitvoeren van de projecten om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de plannen voor de verschillende sectoren in de bezochte regio's. Deze bezoeken boden de gelegenheid de stand van zaken van de werkzaamheden na te gaan, inzicht te krijgen in de problemen bij de uitvoering van de projecten en een beter beeld te krijgen van het doel dat met de projecten in onderzoek wordt beoogd.

Zie bijlage II voor een overzicht van de controlebezoeken.

4.1.3. Ierland

Toezichtcomité

Het toezichtcomité voor Ierland heeft in 1999 twee keer vergaderd, namelijk op 15 april en 25 november.

Evenals in voorgaande jaren was de Commissie vertegenwoordigd door het Cohesiefonds en vertegenwoordigers van de andere betrokken diensten. De Ierse overheid was vertegenwoordigd door het ministerie van Financiën, dat het voorzitterschap en het secretariaat van het comité waarneemt, door de Ierse ministeries die bevoegd zijn voor de sectoren waaraan bijstand wordt verleend en door vertegenwoordigers van de openbare instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de projecten (zoals Irish Rail - de nationale spoorwegonderneming, en de havenautoriteiten). Evenals bij vorige bijeenkomsten namen ook vertegenwoordigers van sommige lokale overheden die verantwoordelijk zijn voor de uitwerking, de uitvoering en het beheer van wegenbouw-, waterzuiverings- en watervoorzieningsprojecten, aan de vergaderingen deel.

De Commissie was ook nu over het algemeen weer verheugd over de kwaliteit van de verstrekte informatie met betrekking tot het beheer van de projecten. In een klein aantal gevallen moest echter aanvullende informatie worden gevraagd om een juist beeld te krijgen van de stand van zaken of om vertraging in de voltooiing van een project te verklaren.

De Commissie was in het algemeen tevreden over de voortgang van de projecten. Hoewel er met de succesvolle voltooiing van een aantal projecten in 1999 duidelijke vorderingen zijn geboekt, was ongeveer de helft van alle projecten eind 1999 nog niet voltooid. In het bijzonder heeft de Commissie opnieuw haar bezorgdheid geuit over het aantal milieuprojecten waarvoor meer tijd werd gevraagd en over de omvang van de kostenstijging bij enkele projecten. De Commissie handhaafde haar standpunt dat een verhoging van de bijstand alleen kan worden toegekend indien een gedetailleerde motivering van de hogere kosten wordt verstrekt. Bovendien is verhoging van de bijstand slechts mogelijk voor zover hiervoor middelen beschikbaar zijn. De Ierse autoriteiten hebben dit standpunt geaccepteerd en er zijn geen speciale verzoeken wegens kostenstijgingen ontvangen.

Controlebezoeken

Zie bijlage II voor een overzicht van de controlebezoeken.

4.1.4. Portugal

Toezichtcomité

In 1999 heeft het toezichtcomité twee keer vergaderd en wel op 25/26 maart en op 26/27 oktober. Net als in het verleden is op deze vergaderingen een systematische aanpak gevolgd, zodat het verband tussen de verschillende projecten en de totale samenhang van de maatregelen duidelijk naar voren komt. Deze vergaderingen vormen tevens een essentieel element van een adequaat toezicht op de projecten. Hier immers komen de problemen bij de uitvoering van de projecten aan het licht en wordt gezocht naar de meest geëigende oplossingen.

Bij de vergaderingen wordt het toezichtcomité opgesplitst in verschillende speciale comités. Zo zijn er naast het algemene toezichtcomité ook een comité voor toezicht op projecten op het gebied van huishoudelijk afval en een toezichtcomité voor het project voor de uitbreiding van de luchthaven Funchal op het eiland Madeira. Op het project voor de financiering van de waterkrachtcentrale van Alqueva wordt eveneens toezicht uitgeoefend, en wel door het toezichtcomité van de Structuurfondsen voor het specifieke programma voor geïntegreerde ontwikkeling van het gebied Alqueva (PEDIZA). Dit comité kwam in 1999 tweemaal bijeen.

Controlebezoeken

De eenheid van DG Regionaal beleid-E/2 heeft, naast haar deelname aan de vergaderingen van het toezichtcomité, in 1999 verschillende controlebezoeken uitgevoerd om de voortgang van de projecten te beoordelen, ter plaatse kennis te nemen van problemen die zijn ontstaan bij de uitvoering van de projecten en te zoeken naar de meest bruikbare oplossingen om een regelmatige voortgang van de projecten te waarborgen.

De eenheid van DG Regionaal beleid-E/2 heeft tevens deelgenomen aan technische vergaderingen die tot doel hadden het bijstandsbeleid in bepaalde sectoren waarbij het Cohesiefonds is betrokken, vast te stellen of te verbeteren, met name waterbeheer en railvervoer. Ook nam de eenheid deel aan vergaderingen met betrekking tot het toepassen van nieuwe financieringstechnieken, met name het privaat-publieke partnerschap (PPP).

De door de eenheid Regionaal beleid-E2 in Portugal uitgevoerde controlebezoeken zijn vermeld in bijlage II.

4.2. Controlebezoeken

4.2.1. Griekenland

Controles van het DG Regionaal beleid

Door de controlediensten van DG Regionaal beleid is in januari een bezoek ter plaatse georganiseerd. Tijdens dit bezoek is het functioneren van het declaratiestelsel bij het ministerie van Nationale Economie in Athene getoetst en zijn het financiële beheer en de controle door de bevoegde autoriteiten onderzocht, alsmede de uitvoering van de projecten door de eindbegunstigden.

De controle betrof de volgende projecten:

93-94.09.61.070 - Centrum voor milieuonderzoek en milieueducatie van het Museum Goulandris, museum voor natuurlijke historie.

95.09.65.040 - Nieuwe luchthaven voor Athene in Spata.

94.09.61.027 - Rioleringsstelsel van Keratea.

93.09.65.005 - Rondweg voor de haven van Piraeus.

94.09.65.005 - Kade II van het nieuwe containerstation van de haven van Piraeus in N. Ikonion.

De belangrijkste bevindingen, waarover contact is opgenomen met de nationale autoriteiten, waren:

- een aantal gevallen van mogelijk niet-subsidiabele uitgaven, hetzij omdat die uitgaven niet onder de beschikking vielen, hetzij omdat ze waren gedaan voor het begin van de periode waarin de uitgaven subsidiabel zijn;

- het ontbreken van een afzonderlijke boekhouding over het vliegveldproject;

- te late indiening van aanvragen om betaling bij de Commissie;

- tekortkomingen bij de controle van uitgavendeclaraties, voor het indienen daarvan bij de Commissie.

Tijdens een tweede bezoek in februari zijn twee projecten gecontroleerd:

94.09.61.043 - Sanering vuilstortplaatsen en studie voor de bouw van een doorvoerstation voor het afval van Thessaloniki.

94.09.61.075 - Wateraanvoer - riolering en biologische behandeling van afvalwater in Naoussa.

Tijdens dit controlebezoek zijn geen zaken gecontateerd die maatregelen vergden.

Financiële Controle

Een eerste missie in Griekenland vond plaats op 17 en 18 februari 1999. Daarbij zijn vier milieuprojecten bij Volos en Larissa (de projecten 95/09/61/062, 94/09/61/042, 94/09/61/062-1 en 96/09/61/085) onder de loep genomen.

Een tweede missie in Griekenland vond plaats van 15 t/m 18 maart 1999 ter controle van milieu- en vervoersprojecten op Korfoe (de projecten 94/09/61/028, 93/09/65/003 en 93/09/65/001).

Van de beide controlemissies zijn verslagen opgesteld die naar de nationale autoriteiten zijn verzonden. De belangrijkste bevindingen zijn in de jaarlijkse bilaterale coördinatievergadering besproken met de Griekse auditinstanties.

De belangrijkste bevindingen waren:

- het was moeilijk het verband vast te stellen tussen de opgegeven uitgaven en de gevoerde boekhouding omdat zowel subsidiabele als niet-subsidiabele uitgaven op dezelfde rekeningen waren geboekt;

- het bleef onduidelijk of en hoe de kostenopgaven van projectbeheerders worden gecontroleerd voordat deze bij Commissie worden ingediend;

- de door de Commissie aan het ministerie van Financiën betaalde voorschotten waren slechts gedeeltelijk (65%) doorgezonden naar de projectbeheerders; het bleef onduidelijk wanneer en onder welke condities het resterende deel naar hen is overgeboekt.

4.2.2. Spanje

Controles van het DG Regionaal beleid

In oktober hebben de controleteams van DG Regionaal beleid een bezoek gebracht aan een reeks projecten.

Het doel van dit bezoek was:

- de doelmatigheid van het door het bevoegde gezag uitgeoefende financiële beheer en toezicht, zowel op nationaal niveau als op het niveau van de autonome regio's, te verifiëren,

- de uitvoering van bepaalde projecten door de eindbegunstigden controleren,

- nagaan of de controle op de uitgavendeclaraties voldoet,

- de invloed van de projecten op de ontwikkeling van de bij het programma betrokken regio's analyseren.

De controle betrof de volgende projecten:

95.11.65.001 - Autoweg Baix Llobregat

96.11.65.004 - Autoweg Rías Bajas. Wegvak Alto Allariz-San Ciprián

97.11.61.047 - SOGAMA

96.11.61.051 - Beheer vast stedelijk afval in het stadsgewest Barcelona

96.11.61.052 - Rioleringsproject Saneamiento in het stadsgewest Barcelona

94.11.61.021 - Milieuherstel Ciutat Vella (Barcelona).

Financiële controle

De controlewerkzaamheden in Spanje vonden plaats van 17 t/m 20 mei 1999. Daarbij is een gedeelte van het vervoersproject 'Alta Velocidad Madrid-Barcelona-Frontera francesca' (project 95/11/65/007) onderzocht. De controleteams van DG Regionaal beleid hebben ook deelgenomen aan een controlebezoek dat was georganiseerd door DG Audit.

De belangrijkste bevindingen waren de volgende:

- de maatregelen die zijn genomen ten behoeve van het financieel beheer van het project zijn onderzocht en bevredigend bevonden;

- er is een adequate boekhouding gevoerd en alle hulpdocumentatie is beschikbaar gesteld;

- de controle was bevredigend wat betreft de verificatie van de bij de Commissie ingediende kostenopgaven;

- DGAPP heeft voor bepaalde gegevens die de dienst niet had gecontroleerd een verklaring afgegeven.

De resultaten van de controles waren bevredigend.

De autoriteiten is aanbevolen steekproeven uit te voeren.

Er is een controleverslag opgesteld en aan de nationale autoriteiten toegezonden. De belangrijkste bevindingen zijn met de Spaanse auditinstanties besproken in de jaarlijkse bilaterale coördinatievergadering.

4.2.3. Ierland

Controles van het DG Regionaal beleid

In 1999 voerde de eenheid financiële controle van DG Regionaal Beleid een controle uit met betrekking tot het door het Cohesiefonds ondersteunde project voor de watervoorziening voor de regio Lough Mask (projectnummer 94/07/61/019). Dit was één onderdeel van een serie vergelijkbare controles in Ierland tussen 21 en 25 juni.

De door de nationale autoriteiten ontwikkelde regelgeving voor beheer en controle is onderzocht. Deze bleek goed te voldoen. Het project is grondig onderzocht door zowel de uitvoerende eenheid als de onlangs gevormde eenheid interne controle van het Cohesiefonds, die verantwoordelijk is voor de 5% controles die ingevolge Verordening 2064/1997 van de Commissie dienen te worden uitgevoerd.

Verschillende factoren (waaronder het gebruik van clausules voor prijswijziging, meerwerk, archeologische werkzaamheden, wegherstel en uitgaven voor de aankoop van grond) leidden tot een aanzienlijke kostenstijging van zelfs 50% bij sommige contracten. De nationale en plaatselijke autoriteiten is gevraagd in de toekomst met betere kostenprognoses te komen. Om verbeteringen op dit gebied te stimuleren, heeft de Commissie nu als algemene regel dat Cohesiefondsprojecten geen ruimte laten voor kostenverhogingen.

4.2.4. Portugal

Controles van het DG Regionaal beleid

In februari hebben de controleteams van DG Regionaal beleid een bezoek afgelegd, dat twee projecten betrof:

- waterleiding Barlavento in de Algarve

- afvalwater van Vila do Conde

De controles betroffen met name de voorschriften voor overheidsopdrachten, het dossier inzake onteigeningen, garanties, de subsidiabiliteit van uitgaven, betalingen, de overdracht van kredieten en de overeenstemming met de communautaire beleidslijnen. De controles hebben geen aanleiding gegeven tot speciale opmerkingen over de projecten.

4.3. Onregelmatigheden en opschorting van de bijstand

Op grond van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad heeft de Commissie Verordening (EG) nr. 1831/94 [13] vastgesteld betreffende onregelmatigheden en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in het kader van Cohesiefondsfinanciering, alsmede de instelling van een informatiesysteem op dit gebied.

[13] PB L 191 van 29.7.1994.

Krachtens artikel 3 van deze verordening zijn de begunstigde lidstaten verplicht om de Commissie in kennis te stellen van onregelmatigheden waarvoor een eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling is gedaan.

Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1164/94 en Verordening (EG) nr. 1831/94 (de laatste is van toepassing op het financiële instrument voor cohesie), is mededeling gedaan van vijf gevallen van onregelmatigheden, waarvan drie in 1999. Het gaat om één geval van niet-naleving van de voorschriften inzake overheidsopdrachten, gemeld door de Griekse autoriteiten, en twee gevallen van niet voor financiering in aanmerking komende kosten waarvan respectievelijk door de Spaanse en Ierse autoriteiten mededeling is gedaan.

Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding heeft geen controles uitgevoerd met betrekking tot activiteiten in het kader van het Cohesiefonds.

Bovendien is begrotingspost B2-301, die bestemd is voor kredieten voor de bestrijding van fraude op het gebied van het Cohesiefonds en waarvoor een bedrag van 300.000 EUR beschikbaar is, niet gebruikt omdat de betrokken autoriteiten zich niet hebben gemeld en door de reorganisatie van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding.

5. Beoordeling en evaluatie

5.1. Algemeen

Om een nauwkeurige beoordeling van een project te kunnen geven, moet elk verzoek om steun van de lidstaten ver gezeld gaan van adequate documentatie en een economische analyse waaruit blijkt dat op middellange termijn de sociale en economische voordelen van het project in verhouding staan tot de vrijgemaakte middelen. Daarvoor wordt in het algemeen een kosten-batenanalyse uitgevoerd. Daar toepassing van deze methode in de categorie milieu echter niet altijd mogelijk is, laat de verordening toe dat in deze sector ook andere analyses worden uitgevoerd en de baten anders worden aangetoond. In principe is het opstellen van de kosten-batenanalyses en andere soorten analyses de taak van de begunstigde lidstaten, maar de Commissie kan door middel van technische-bijstandsmaatregelen of in het kader van een eerste financieringsfase steun verlenen voor de beoordeling van projecten.

De Commissie maakt zonodig gebruik van de technische deskundigheid van externe adviseurs; tevens doet zij een beroep op de Europese Investeringsbank in het kader van de met deze bank gesloten vaste overeenkomst voor bijstand bij de beoordeling van projecten.

5.2. Analyse en voorafgaande beoordeling van projecten

Voor elk project waarvoor bijstand uit het Cohesiefonds wordt gevraagd, moet een kosten-batenanalyse of andere vorm van cijfermatige analyse worden uitgevoerd. De lidstaten hebben zich veel inspanningen getroost om aan deze eis te voldoen en de kwaliteit van de bij de verzoeken om bijstand gevoegde economische analyses is dan ook verbeterd, hoewel er met name bij milieuprojecten nog het nodige voor verdere verbetering vatbaar is. Ook is het wenselijk dat er meer samenhang komt tussen de verschillende sectoren waarvoor bijstand wordt verleend en tussen de aanpak van de verschillende landen.

5.3. Samenwerking met de EIB bij de analyse van projecten

Het in 1994 gesloten raamakkoord voor samenwerking tussen het Cohesiefonds en de Europese Investeringsbank liep eind 1999 af. Op 16 juni 2000 is een nieuw raamakkoord getekend, met het oog op voortzetting van de buitengewoon vruchtbare samenwerking bij de evaluatie vooraf van projecten gedurende de totale duur van de nieuwe programmeringsperiode tot eind 2006.

Op grond van het raamakkoord wordt permanent informatie verstrekt, vinden regelmatig vergaderingen plaats en kan een beroep worden gedaan op de expertise van de EIB bij de beoordeling van projecten waarvoor de projectleider of de nationale autoriteiten medefinanciering door de EIB en het Cohesiefonds in overweging hebben genomen. De deskundigheid van de EIB maakt het mogelijk bij grootschalige of financieel zeer complexe projecten de beste combinatie van financieringsbronnen vast te stellen (subsidies en leningen).

Het nieuwe raamakkoord met de EIB betreft niet alleen projecten op het gebied van het Cohesiefonds, maar ook projecten in het kader van het pretoetredingsinstrument en de grote EFRO-projecten.

5.4. Programma "evaluaties"

Medio 1998 is een begin gemaakt met een driejarig programma voor evaluatie achteraf. Gedurende deze periode worden in totaal 120 projecten geëvalueerd, 60 in elk van de twee Cohesiefondscategorieën. Tot dusver zijn 71 projecten geëvalueerd, waarvan 40 in de categorie vervoer en 31 in de milieusector.

5.4.1. Milieu

In 1999 zijn in de vier lidstaten in totaal 18 milieuprojecten geëvalueerd. Bijlage IV geeft daarvan een overzicht.

Alle projecten hebben een bevredigend effect gehad op het milieu. Waterzuiverings- en rioleringsprojecten hadden een directer en duidelijker milieueffect, zelfs wanneer, zoals in sommige gevallen, de milieueffecten zich minder deden gevoelen door projectvertragingen. In het algemeen is de kwaliteit van het waterbeheer verbeterd door watervoorzieningprojecten, en hebben deze geresulteerd in een beter beheer van de waterreserves. De projecten voor de verbetering van het milieu in de kuststreken, de steden en de natuurgebieden hebben voor voornamelijk bijgedragen aan het behoud van flora en fauna en het verbinden van het natuurlijk en het stedelijk milieu.

In het algemeen bleken de geanalyseerde projecten heilzaam te zijn voor de plaatselijke bevolking en het milieu van het projectgebied. Het projectresultaat komt overeen met de oorspronkelijke doelstellingen, behalve bij één watervoorzieningproject (95/11/61/028-2) in Spanje, dat pas laat in bedrijf kwam.

De projecten hadden een goede economische uitstraling door de positieve milieueffecten. Indirect is door sommige projecten de grondwaarde in het uitvoeringsgebied verhoogd en de aanzet tot een economische ontwikkeling gegeven, die weer een stimulans vormde voor nieuwe activiteiten en werkgelegenheid.

5.4.2. Vervoer

In 1999 zijn in totaal 27 vervoersprojecten in Spanje en Ierland geëvalueerd. Bijlage V geeft een overzicht van deze projecten. In Griekenland was geen van de vervoersprojecten gereed voor evaluatie. Het ex-post evaluatieprogramma voor dit land is pas in 2000 gestart.

De belangrijkste conclusies uit de verslagen die in 1999 het licht zagen kunnen als volgt worden samengevat.

* De geëvalueerde projecten dragen aanzienlijk bij aan het doel van sociale en economische convergentie, waardoor de regio's en landen binnen de EU dichter bij elkaar werden gebracht.

* De grensoverschrijdende effecten waren positief. Zodoende is bijgedragen aan de marktintegratie binnen de Europese Unie.

* De bereikbaarheid van grote delen van de Cohesielanden is enorm verbeterd, wat zich vertaalt in een betere en efficiëntere communicatie.

* Het verkeersaanbod op de trans-Europese routes en de nationale netwerkverbindingen is in het algemeen sterker toegenomen dan verwacht. De reistijdverkorting is aanzienlijk, en de veiligheid is in hoge mate gestegen.

* De voordelen voor grote stedelijke gebieden zijn aanzienlijk: minder kosten als gevolg van congestie, beter gebruik van de stedelijke ruimte, minder negatieve milieueffecten en nieuwe mogelijkheden voor stadsontwikkeling.

Er is bijzondere aandacht besteed aan milieuaspecten, met name bij de meeste in gang zijnde projecten. De nodige maatregelen zijn genomen om negatieve milieueffecten tot een minimum te beperken.

6. Interinstitutionele dialoog, informatie en publiciteit

6.1. Jaarlijks verslag

Overeenkomstig artikel 14 van de Verordening tot oprichting van het Cohesiefonds moet de Commissie jaarlijks een verslag over de activiteiten van het Fonds voorleggen aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Het jaarlijks verslag over 1998 is op 15 oktober 1999 door de Commissie goedgekeurd, die het vervolgens volgens de voorschriften aan bovengenoemde instellingen heeft doen toekomen.

6.1.1. Europees Parlement

Het Europees Parlement toonde zich over het geheel genomen zeer tevreden over de prestaties van het Cohesiefonds in 1998.

Het Parlement complimenteerde de Commissie en de lidstaten met de goede begrotingsuitvoering van het Cohesiefonds in 1998 en het feit dat dat jaar bij het Fonds geen fraude is geconstateerd.

Het Parlement was verheugd over de toename van de investeringen in het spoorwegvervoer en het vervoer over zee in vergelijking met de investeringen in het wegennet. Het verzoek van het Parlement in 1998 om een groter deel van de voor het vervoer bestemde financieringsmiddelen te besteden aan milieuvriendelijker vervoersmiddelen heeft op deze wijze concreet vorm gekregen.

Het Parlement wees op de noodzaak meer rekening te houden met het vraagstuk van de verwerking van vast afval. De Commissie wees erop dat de projecten van het Cohesiefonds tot nu toe waren geconcentreerd op de drie sectoren waarvoor communautaire richtlijnen bestaan, namelijk drinkwaterzuivering, behandeling van afvalwater en verwerking van vast afval. Van de beschikbare middelen was 14% gereserveerd voor de verwerking van vast afval. Dit is een duidelijke toename in vergelijking met het gemiddelde percentage in de periode 1993-1997.

Het Parlement uitte zijn bezorgdheid over de late aanbieding van het verslag over 1998 (oktober 1999). De Commissie had begrip voor de argumenten van het Parlement, maar wees erop dat vertraging soms onvermijdelijk is: om nut af te werpen moet het verslag namelijk zo volledig mogelijk zijn, en dit streven naar volledigheid kost nu eenmaal tijd. Bovendien zijn er voldoende contacten tussen het Parlement en de Commissie om ook buiten het officiële kader van de beschouwingen over het jaarverslag problemen te bespreken.

Het Parlement betreurde het dat een door de London School of Economics (LSE) uitgevoerde studie vijf jaar heeft geduurd (de periode tussen het begin van de beoordeelde projecten en de eindevaluatie). De Commissie is van mening dat vijf jaar niet ongewoon is voor een studie van dergelijke omvang. De studie wordt nu door de Commissie geëvalueerd en zal zo spoedig mogelijk ter beschikking van het Parlement worden gesteld.

6.1.2. Economisch en Sociaal Comité

Over het geheel genomen oordeelde het Economisch en Sociaal Comité gunstig over het jaarverslag 1998.

Evenals het Parlement betreurde het Comité het late tijdstip waarop het jaarverslag is aangeboden. Ook nu wees de Commissie op de noodzaak van een volledig verslag. Zij ziet weinig kans de termijn voor het opstellen van het verslag te bekorten.

Het ESC betreurde het voorts dat de werkzaamheden met betrekking tot de subsidiabiliteitsregels pas in 1998 zijn voltooid, dit is minder dan twee jaar voor de vervaldatum van het huidige Cohesiefonds. De Commissie verklaarde dat dit het gevolg was van het tijdrovende proces van interne en externe coördinatie (de lidstaten moesten verschillende malen en op verschillende niveaus worden geraadpleegd over de subsidiabiliteitsregels).

Het ESC benadrukte dat het jaarverslag over 1998 op bepaalde punten niet van hetzelfde niveau was als dat van voorgaande jaren door de te globale en soms niet door de lidstaten geharmoniseerde presentatie van de gegevens. De Commissie antwoordde dat, gezien de ruime informatiemogelijkheden die met name via internet voor het publiek beschikbaar zijn, de jaarverslagen zich moeten concentreren op de essentiële punten. De details van de tenuitvoerlegging kunnen worden geraadpleegd op de internetsite Inforegio van DG Regionaal beleid.

Het ESC was tevreden over het gemiddelde uitvoeringsniveau van de projecten, maar wees op het verschil tussen de twee bijstandscategorieën van het Cohesiefonds (vervoer en milieu).

De discrepantie wordt in wezen veroorzaakt doordat de eenmalige vastlegging in de twee sectoren verschillend wordt toegepast. In het algemeen wordt bij milieuprojecten vaker gebruik gemaakt van een eenmalige vastlegging. De vastlegging vindt dan dus in één keer plaats, terwijl de betalingen zich uitstrekken over een aantal jaren al naargelang de uitvoering van het project. In de categorie vervoer vinden de vastleggingen vaker plaats via tranches, omdat het in het algemeen grote projecten betreft. Daardoor is de indicator percentage betalingen/vastleggingen automatisch hoger.

Het ESC gaf opnieuw uiting aan zijn bezorgdheid over de ontwikkeling van de maatregelen op gebieden als natuurbescherming en vooral ook erosie en herbebossing, waarvan de omvang verhoudingsgewijze is afgenomen.

De Commissie wees erop dat zij in de eerste plaats de zorg had voor de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving op het gebied van drinkwater en de behandeling van afvalwater. De strijd tegen woestijnvorming behoort niet tot de prioritaire doelstellingen van het Cohesiefonds. De lidstaten kunnen echter wel verzoeken aan de Commissie voorleggen, die deze zal bestuderen. Dit geldt vooral voor al hetgeen te maken heeft met behoud van de natuur.

Het ESC uitte opnieuw zijn bezorgdheid over de verdeling van de middelen voor het vervoer (1993-1998), want ondanks de recente toename bij het railvervoer gaat het grootste deel van de middelen (64,1%) naar de sector wegen/wegvervoer.

De Commissie dringt er voortdurend bij de begunstigde lidstaten op aan projecten van andere aard in te dienen. De financiering bestemd voor de spoorwegen groeit, met name door een duidelijke toename van het railvervoer in Spanje.

Het ESC toonde nogmaals zijn bezorgdheid over de geringe omvang van de investeringen in projecten voor zee- en riviervaart en havens.

De Commissie wees erop dat het hierbij in het algemeen gaat om commerciële activiteiten die vaak aanzienlijke opbrengsten genereren, zodat er minder behoefte aan communautaire steun bestaat.

Het ESC zou graag meer informatie krijgen over het door de London School of Economics uitgewerkte economische model, om zo meer zicht te krijgen op de impact van het Cohesiefonds.

De volledige studie van de LSE is door de Commissie gepubliceerd en wordt thans op uitgebreide schaal verspreid.

6.2. Informatie aan de lidstaten

Het Cohesiefonds organiseert regelmatig informatievergaderingen voor de lidstaten, in principe tweemaal per jaar.

De eerste bijeenkomst in 1999 is in januari in Brussel gehouden, de tweede in juli in Madrid.

Op de eerste bijeenkomst zijn de activiteiten van het Cohesiefonds in 1998 aan de lidstaten gepresenteerd, in het bijzonder de verzoeken om bijstand, de tussentijdse controle en evaluatie, de evaluatie achteraf en tot slot informatie betreffende artikel H, bijlage II van Verordening 1164/94.

Tijdens de tweede jaarlijkse bijeenkomst heeft de Commissie het Jaarlijks verslag van het Cohesiefonds 1998 gepresenteerd, alsmede de verwachtingen voor eind 1999. Ook is de nieuwe Cohesiefondsverordening aan de lidstaten voorgelegd en was er gelegenheid tot gedachtewisseling.

6.3. Overige informatieactiviteiten

6.3.1. Informatie aan de sociale partners

In 1999 zijn geen ad-hocvergaderingen gehouden met de sociale partners. Deze hebben informatie gekregen over het Cohesiefonds tijdens vergaderingen met de Commissie over de Structuurfondsen.

6.3.2. Overige activiteiten

Seminar te Lissabon over multimodale vrachtvervoercentra ('freight villages')

Het directoraat Cohesiefonds heeft op 26 maart in Lissabon een seminar over multimodale vrachtvervoercentra (freight villages) georganiseerd en de deskundigen op dit gebied uit verschillende lidstaten uitgenodigd een uiteenzetting te geven over de voordelen van dit soort investeringen.

Het seminar was bestemd voor ondernemers in het goederenvervoer en de hoofden van de vervoersdepartementen van de Portugese overheid. Ook de minister en de staatssecretaris van transport waren uitgenodigd. Dit initiatief had als doel de betrokken kringen bewust te maken van dit soort economisch interessante projecten, waarmee het railvervoer rendabeler kan worden terwijl het wegtransport meer ruimte krijgt, met zeer gunstige milieueffecten.

Acties ter voorbereiding van de programmeringsperiode 2000-2006

In 1999 hebben enkele voorbereidende activiteiten voor de periode 2000-2006 plaatsgevonden:

- er zijn in juni 1999 twee rondetafelconferenties georganiseerd met de Griekse autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de twee betrokken gebieden (vervoer en milieu);

- de voor het Cohesiefonds verantwoordelijke dienst van het Cohesiefonds heeft (juni - oktober 1999) een beknopt vademecum samengesteld om de lidstaten inzicht te geven in de nieuwe Cohesiefondsverordening 2000-2006. Het vademecum is aan de vier lidstaten aangeboden en met hen besproken (30 november 1999).

6.4. Publiciteits- en voorlichtingsacties van de Commissie

Het Cohesiefonds komt voor in de publicaties van DG Regionaal beleid over het regionaal beleid en de cohesie.

Het jaarlijks verslag wordt gepubliceerd in een handzaam formaat. De samenvatting wordt opgenomen in de nieuwsbrieven Inforegio van DG Regionaal beleid.

Voor specifieke evenementen, zoals voorlichtingsbijeenkomsten en conferenties, is apart materiaal samengesteld (verplaatsbare stands, computerondersteund grafisch materiaal, audiovisueel materiaal en drukwerk).

In het kader van begrotingspost B2-1600 is het Cohesiefonds begonnen aan de uitgave van verschillende studies over het Cohesiefonds en het milieu. Deze studies zijn inmiddels beschikbaar.

BIJLAGEN

Bijlage I : In 1999 voltooide projecten

Bijlage II : Controlebezoeken in 1999

Bijlage III : Bijstand van het Cohesiefonds per begunstigde lidstaat

Bijlage IV : Evaluaties achteraf van milieuprojecten

Bijlage V : Evaluaties achteraf van vervoersprojecten

BIJLAGE I In 1999 voltooide projecten

SPANJE

Milieu

Project nr. 94.11.61.022 Beschikking: C(94)3696 van 21/12/1994

Beschikking: C(96)2740 van 07/10/1996

Beschikking: C(99)1241 van 12/05/1999

Herinrichting en herstel van het milieu.

Herstel van de omgeving van openbare kunstwerken. Reeks maatregelen voor herstel van de natuurlijke omgeving, met name daar waar deze schade heeft ondervonden van de aanleg van het openbare wegennet.

Totale kosten: 14.941.777 euro

Toegekende bijstand: 12.700.510 euro

Project nr. 95.11.61.010-2 Beschikking: C(96)3384/F van 17/12/1996

Groep projecten op het gebied van bebossing, strijd tegen erosie, woestijnvorming en herstel van door brand beschadigde ecosystemen op de Canarische Eilanden.

Totale kosten: 4.956.751 euro

Toegekende bijstand: 4.213.238 euro

Project nr. 95.11.61.021-A Beschikking: C(95)3074/F van 08/11/1995

Beschikking: C(97) 873/F van 25/03/1997

Beschikking: C(98) 390/F van 23/02/1998

Riolering in Madrid-1995.

Groep projecten voor het geurvrij maken van afvalwater, wat het milieu langs de oevers van de Manzanares in Madrid ten goede komt.

Totale kosten: 2.013.335 euro

Toegekende bijstand: 1.610.668 euro

Project nr. 95.11.61.021-E Beschikking: C(95)3029/F van 06/12/1995

Beschikking: C(97) 511/F van 24/02/1997

Stedelijk milieu in 1995-Madrid.

Groep projecten met betrekking tot de bouw van een centrum voor onderzoek van geluidshinder in Madrid en herstel van beschadigde gebieden en verbetering van het milieu in het park van Casa de Campo (eerste fase).

Totale kosten: 4.130.652 euro

Toegekende bijstand: 3.304.522 euro

Project nr. 95.11.61.023-A Beschikking: C(95)3115/F van 12/12/1995

Beschikking: C(98) 390/F van 23/02/1998

Rioleringsproject voor het stadsgewest Barcelona-1995.

Groep van 23 projecten op het gebied van riolering voor het stadsgewest Barcelona (1995).

Totale kosten: 15.813.813 euro

Toegekende bijstand: 12.651.050 euro

Project nr. 95.11.61.024-3 Beschikking: C(95)3512/F van 11/01/1996

Beschikking: C(97) 349/F van 07/02/1997

Riolerings- en zuiveringsproject 1995 - hoofdriool Gobelas in Bilbao.

Totale kosten: 10.300.449 euro

Toegekende bijstand: 8.240.359 euro

Project nr. 95.11.61.024-5 Beschikking: C(96) 404/F van 19/02/96

Beschikking: C(98)1313/F van 13/05/98

Riolerings- en zuiveringsproject in San Sebastian.

Groep van zeven projecten voor riolering en herstructurering van de hoofdriolen in verschillende delen van de stad San Sebastian.

Totale kosten: 3.237.698 euro

Toegekende bijstand: 2.590.158 euro

Project nr. 95.11.61.026-5 Beschikking: C(96) 404/F van 19/02/1996

Beschikking: C(98)1313/F van 13/05/1998

Stedelijk milieu in Zaragoza.

Groep bestaande uit drie projecten: Park Las Glorietas (fase 1), inrichting van de oevers van het Canal Imperial (fase 2) en de groene strook van de Huerva (fase 3).

Totale kosten: 3.237.698 euro

Toegekende bijstand: 2.590.158 euro

Project nr. 95.11.61.030 Beschikking: C(95)3134/F van 11/12/1995

Waterzuiveringsinstallatie van Jaen.

Totale kosten: 11.628.050 euro

Toegekende bijstand: 9.302.440 euro

Project nr. 95.11.61.034 Beschikking: C(95)3294/F van 18/12/1995

Beschikking: C(97) 661/F van 13/03/1997

Systeem voor opvang en behandeling van het afvalwater van de Catalaanse kust.

Groep van negen projecten voor een stelsel van zuiveringsinstallaties, riolen en lozing in zee.

Totale kosten: 73.649.452 euro

Toegekende bijstand: 58.919.562 euro

Project nr. 95.11.61.043-3 Beschikking: C(95)3254 van 18/12/1995

Beschikking: C(97) 661 van 12/03/1997

Sluiting en sanering van illegale vuilstortplaatsen in de streek Estremadura.

Groep van 22 projecten met betrekking tot het vervoer van afvalstoffen, verplaatsing en verdichting van afvalstoffen en herstel van de natuurlijke omgeving.

Totale kosten: 9.610.468 euro

Toegekende bijstand: 7.688.374 euro

Project nr. 96/11/61/029 Beschikking: C(96)2514/F van 13/09/1996

Extra waterbronnen voor Palma de Mallorca.

Groep van drie projecten voor: benutten van afvloeiend oppervlaktewater, terugwinnen van fabriekslozingen met inverse osmose, tertiaire behandeling met het oog op hergebruik van afvalwater bij de stadsdienst in Palma de Mallorca.

Totale kosten: 7.088.960 euro

Toegekende bijstand: 5.671.169 euro

Vervoer

Project nr. 93.11.65.016 Beschikking: C(93)3258/F van 15/11/1993

Beschikking: C(94)2796/F van 27/10/1994

Beschikking: C(95)3519/F van 11/01/1996

Rijksweg 234, weggedeelte Gilet-Soneja.

Totale kosten: 48.845.621 euro

Toegekende bijstand: 41.518.775 euro

Project nr. 94.11.65.006 Beschikking: C(94)3757/F van 21/12/1994

Beschikking: C(96)1375/F van 28/05/1996

Spoorlijnen Madrid-Alicante en La Encina-Valencia, fase II (opheffing van overwegen en aanpassing aan snelheden van 200 - 220 km per uur).

Totale kosten: 86.102.110 euro

Toegekende bijstand: 73.186.792 euro

Project nr. 95.11.65.002 Beschikking: C(95)2935/F van 27/11/1995

Beschikking: C(97)2566/F van 29/07/1997

Beschikking: C(98)4327/F van 21/12/1998

Snelweg Zaragoza-Huesca.

Totale kosten: 120.070.769 euro

Toegekende bijstand: 102.060.153 euro

PORTUGAL

Milieu

Project nr. 95/10/61/028 // Beschikking: C(96)2955 van 24/10/1996

Beschikking: C(98)432 van 25/02/1998

Uitbreiding van de drinkwatervoorziening voor vier gemeenten die water ontvangen via het leidingnet van het stadsgewest Groot-Lissabon en de middenloop van de Taag.

Totale kosten // 5.289.470 euro

Toegekende bijstand // 4.496.050 euro

Vervoer

Project nr. 93/10/65/010 - 94/10/65/007 // Beschikking: C(98)2233 van 27/07/98

Modernisering van de spoorlijn Beira Alta - Met de uitvoering van de baanvakken I en III, waarop dit project betrekking heeft, wordt het totale project afgerond en heeft Portugal een betere spoorwegverbinding met Spanje en de rest van Europa.

Totale kosten // 64.392.000 euro

Toegekende bijstand // 51.513.600 euro

IERLAND

Milieu

Project nr. 94/07/61/008 Beschikking: C(96)1696 van 25/06/96

Beschikking: C(97)2609 F/4 van 29/07/97

Verbetering rioleringsstelsel Killarney

De projecten betreffen de uitbreiding van de capaciteit van het rioleringsstelsel en de zuiveringsinstallaties tot een bevolkingsequivalent van 42.000 en de aanleg van nieuwe riolering in het gebied rond de meren. De verbetering gold onder meer de modernisering van de stelsels die niet aan de capaciteitseisen voldoen, de aanleg van nieuwe regen- en afvalwaterafvoerleidingen en rioolpompstations en de uitbreiding van de bestaande waterzuiveringsinstallatie tot een bevolkingsequivalent van 42.000. Het project omvat ook de plannings- en ontwikkelingsfase van rioolslibzuiveringsinstallaties in het kader van het daartoe ontwikkelde Ierse nationale beleid in de regio South Kerry.

Totale kosten: 12.960.000 euro

Toegekende bijstand: 11.019.000 euro

Project nr. 94/07/61/009 Beschikking C(95)3008/4 van 06/12/95

Hoofdrioleringsstelsel Tralee

Het project betreft de aanleg van een rioleringsstelsel voor Tralee en de directe omgeving, de modernisering van stelsels die niet aan de capaciteitseisen voldoen, de bouw van scheidingskamers voor regen- en afvalwater en van regen- en rioolwaterpompstations, de aanleg van een nieuwe zuiveringsinstallatie en een lozingspijp naar de baai van Tralee. De zuiveringsinstallatie heeft een biologische capaciteit tot een bevolkingsequivalent van 40.000 en beschikt over een ultraviolet-desinfectieinrichting.

Totale kosten: 10,866 miljoen euro

Toegekende bijstand: 9,237 miljoen euro

Vervoer

Project nr. 93/07/65/014 Beschikking C(95)1641 def./3 van 13/07/95

Lo-Lo haven Dublin

De modernisering van één van de drie containerterminals van de haven van Dublin.

Het project betreft het groot onderhoud van een deel van de bestaande kademuur om uit te kunnen baggeren tot een diepte van 7,5 meter en de laad- en losfaciliteiten te maximaliseren door de noodzakelijke actieradius voor de kranen te creëren.

Totale kosten: 4,169 miljoen euro

Toegekende bijstand: 3.543.650 euro

Project nr. 93/07/65/029 Beschikking C(95)1641/4 van 13/07/1995

Beschikking C(96)1111/2 van 03/05/1996

Beschikking C(97) 2606/5 van 28/07/1997

Beschikking C(98)2085 def./1 van 22/07/1998

Rondweg Balbriggan (fase 2)

Het project betreft de vierbaans rondweg van Balbriggan die loopt van de zuidkant van Balrothery tot de noordzijde van Gormanstown. Daartoe behoort tevens de aanleg van een drietal knooppunten. De rondweg gaat deel uitmaken van de nieuwe snelweg van Dublin tot de grens, van de EOI-route die de verbinding vormt tussen Rosslare en Larne, en van de M1 tussen Dublin en Belfast.

Totale kosten: 40,370 miljoen euro

Toegekende bijstand: 34,314 miljoen euro

Project nr. 93/07/65/034 Beschikking C(95)1867/1N4 van 24/07/1995

Beschikking C(96)1111/def./2 van 03/05/1996

Vervoersproject rondweg Curlows

Het project betreft de N4 tussen Dublin en Sligo. Deze zorgt voor een belangrijke infrastructurele ondersteuning van de economische ontwikkeling (met name die van de industrie en het toerisme) door een betere bereikbaarheid en toegankelijkheid van de havens, de luchthavens en de belangrijkste interne markten. Ook worden daardoor de subregio's (met name in het westen en het noordwesten) beter bereikbaar, wat hen aantrekkelijker maakt als locaties voor investering en economische ontwikkeling.

Totale kosten: 21,794 miljoen euro

Toegekende bijstand: 18,525 miljoen euro

Project nr. 93/07/65/042 Beschikking C(94)2684/9 van 14/10/94

Beschikking C(95)1874/4 van 25/07/95

Beschikking C(96)1111/2 van 03/05/1996

Beschikking C(97)2606 def./5 van 28/07/97

Beschikking C(98)2085 def./1 van 22/07/98

Rondweg Arklow

Het betreft een deeltraject van 12 km van de vierbaans rondweg van Arklow in het zuiden van County Wicklow met twee spoorbruggen, een rivierovergang, een zestal bruggen over bestaande wegen, twee knooppunten en twee opritten.

Totale kosten: 47,247 miljoen euro

Toegekende bijstand: 40,159 miljoen euro

Project nr. 94/07/65/006 Beschikking C(96)3690/1 van 09/12/96,

Beschikking C(97)2606/1 van 28/07/97

Knooppunt Rathcoole

Het project betreft de verbetering van de N7 van Dublin naar Cork/Limerick, 15 km ten zuidwesten van Dublin, om het verkeer over de N7 en bij de verkeerslichten bij Rathcoole te ontlasten. Een deel (0,8 km) van de bestaande vierbaansweg is vernieuwd en er is een brug gebouwd. Voorts zijn er drie nieuwe rotondes aangelegd en zijn er verbindingswegen nieuw aangelegd of verbeterd.

Totale kosten: 22. 119. 500 euro

Toegekende bijstand: 18. 801.575 euro

BIJLAGE II - Controlebezoeken in 1999

Spanje

Controlebezoeken

3 en 4 februari - Catalonië

Project nr. 98.11.61.022 - Riolerings- en waterzuiveringsstelsel van Prat de Llobregat

Project nr. 95.11.61.022E - Milieuherstel Ciutat Vella - Casc Antic. Barcelona

1-2 juni - Andalusië

Project nr. 98.11.61.050 - Herinrichting van het mijngebied Riotinto (Huelva)

14 december - Baskenland

Project nr. 95.11.61.043-7 - Sanering van verontreinigde grond in Baskenland. Veiligheidscomité HCH.

Griekenland

Overige controlebezoeken

(1) Havenprojecten: haven van Piraeus (project nr. 93.09.65.005 rondweg haven Piraeus, project nr. 94.09.65.005 container terminal Ikonio-II van de haven van Piraeus, project nr. 99.09.65.001 Palataki, bouw van kaden voor passagiersschepen in de haven van Piraeus), haven van Iraklion (project nr. 93.09.65.032, samenvoeging van de kaden IV en V voor het laden/lossen van goederen in de haven van Iraklion), haven van Igoemenitsa, (project nr. 93.09.65.004, aanleg van de nieuwe haven van Igoemenitsa).

(2) Spoorwegprojecten: evaluatie van het contract van de projectmanager, aanbieding van het nieuwe masterplan voor het spoorwegcomplex Thriassio, bestudering van de contracten en bijbehorende aanhangsels inzake de aanschaf van materieel en de aanleg van de spoorwegprojecten, en voorts controle van de volgende spoorwegprojecten: project nr. 94.09.65.004 elektrificatie van de spoorlijnen tussen Piraeus, Athene en Thessaloniki, project nr. 93,94.09.65.009 Evangelismos - Leptokarya, projecten nr. 94.09.65.011, 95.09.65.034 spoorwegcomplex station Thriassio en de verbindingslijnen met het spoorwegnet en de haven van Piraeus.

(3) Projecten voor onderzoek inzake vrachtvervoercentra (freight villages) op Chios/Lesbos en in Kilkis.

(4) EYDAP-projecten, alle lopende projecten van dit orgaan zijn gecontroleerd.

(5) Luchthavenprojecten: het project voor de luchthaven van Korfoe (project nr. 93.09.65.003 en nr. 94.09.65.014, uitbreiding van de terminal van de luchthaven van Korfoe en bouw van een brandweerstation).

(6) Autowegprojecten: de PATHE- en de EGNATIA-snelweg.

Het Cohesiefonds heeft dit jaar onderzoek verricht naar het projectbeheer voor EYDE/PATHE via zijn raadgevend orgaan KAMPSAX. De belangrijkste uitkomsten zijn:

(1) EYDE/PATHE beschikt niet over de nodige mankracht om adequaat toezicht te kunnen houden op de contracten. URGENT!

(2) De aannemers maken de definitieve bouwplannen. Dat is vragen om kostenverhogingen.

(3) Er is te weinig aandacht voor de veiligheidsaspecten van wegwerkzaamheden.

(4) De kennisoverdracht door de projectbeheerders heeft zwakke plekken. Hier moet een regeling voor worden ontwikkeld.

(5) Ook zijn de voortgangsverslagen een zwak punt. Er zijn veel herhalingen en ze worden niet regelmatig ingediend.

Kwaliteitscontrole

Door ESPEL uitgevoerde kwaliteitscontroles ten aanzien van het uitgevoerde werk op verzoek van de Griekse autoriteiten.

Categorie i betekent dat projecten nagenoeg vlekkeloos zijn verlopen en dat er geen herstelwerkzaamheden nodig zijn. Categorie ii betekent dat de projecten zwakke punten vertonen die de constructieve stabiliteit niet aantasten. Foutherstel is nodig.

- Informatie betreffende het toezicht op PATHE.

Deeltraject rondweg Patras, K1-K4: categorie ii

EYDE/PATHE stelt dat aan ESPEL is bewezen dat geen van de aantekeningen terecht is, en vraagt om een nieuwe projectcontrole. EYDE/PATHE merkt het volgende op:

- de projectbeheerder en de dienst hebben tegelijkertijd met ESPEL proeven genomen. De uitkomsten vallen binnen de besteksspecificaties;

- hoewel de aanbestedingsdocumenten één geheel vormen, stelt ESPEL dat het document 'onderzoeksbegroting' daarvan geen deel uitmaakt.

Deeltraject rondweg Patras, K5-K6-K7-A:

Met betrekking tot dit project is het technisch verslag met de categorieaanduiding niet naar EYDE/PATHE verzonden.

Deeltraject SKOTINA-LITOHORO: categorie i

Deeltraject LITOHORO-DION: categorie i

- Informatie betreffende het onderzoek ten behoeve van de EGNATIA-snelweg.

Er zijn 16 contracten gecontroleerd. Daarvan wordt een viertal, waaronder het contract voor de rondweg van Kavala, gefinancierd door het Cohesiefonds.

Van de 16 contracten vallen er 10 in categorie i en 5 in categorie ii. De projectbeheerders hebben reeds de noodzakelijke maatregelen genomen om de tekortkomingen te herstellen.

Voor het project 'rondweg Kavala met zes viaducten' is de controle uitgevoerd door een zestal beleidsmedewerkers van de nationale afdeling financiële controle, het ministerie van Nationale Economie en de eenheid voor toezicht en organisatie. Gecontroleerd zijn de voortgang van het project, de door de betreffende instanties toegepaste procedures, de naleving van de nationale en communautaire richtlijnen tijdens de projectuitvoering, de volledigheid en wettigheid van de verantwoordingen en andere kostendeclaraties, en het toezicht op de materiële projectuitvoering op de locatie. De uitkomsten van de controle waren bijzonder positief.

Ierland

Toezicht

21-25 juni:

Project nr. 94/07/61/019 - Regionale watervoorzieningLough Mask. Financiële controle door DG Regionaal beleid.

26 november:

Project nr. 95/07/61010 - Regionaal afvalwaterbehandelingprogramma Dublin, Fase I en II; controlebezoek voorlopige slibbehandelingsinstallatie. De procedure voor de opdracht voor de definitieve installatie is gaande.

Portugal

Controlebezoeken

Vier projecten met betrekking tot het intergemeentelijke stelsel voor drinkwatervoorziening Barlavento Algarvio. Bij de controle is steun verleend door de externe adviseurs van de directie Regionaal beleid-E in de drinkwatersector.

Voortgangsvergadering over een studie met betrekking tot de opstelling van het nationale waterplan en de plannen voor de stroomgebieden.

Twee projecten met betrekking tot het stelsel voor verwerking van vast stedelijk afval uit het centrale kustgebied.

Drie projecten met betrekking tot het stelsel voor verwerking van vast stedelijk afval uit Margem Sul.

Dertien projecten met betrekking tot het rioleringsstelsel in de regio Algarve.

Havenproject Lissabon (Sta. Apolónia).

Vergaderingen met BRISA (het bedrijf dat de concessie voor de snelwegen bezit) over de uitvoering van het privaat-publieke partnerschap.

Vergadering met de vervoersautoriteiten om na te gaan of de reeds gefinancierde projecten in de Linha do Norte in overeenstemming zijn met het nieuwe beleid dat zich in de spoorwegsector aftekent.

BIJLAGE III Bijstand van het Fonds per begunstigde lidstaat

GRIEKENLAND

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

SPANJE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

IERLAND

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

In de twee voorgaande tabellen staat de aanduiding 'laatste tranche' bij meerjarige projecten waarvoor de bijstand tot aan de voltooiing jaarlijks wordt vastgelegd. Met de twee vermelde laatste tranches is de bijstand van de Commissie aan deze projecten afgerond.

PORTUGAL

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE IV - Evaluatie achteraf van milieuprojecten

Spanje

95/11/61/041, Hergebruik batterijen en TL-lampen, fabriek in Vilomara.

Het project betreft de bouw van een inrichting voor de terugwinning van kwik en zware metalen uit batterijen en TL-lampen in Catalonië. De fabriek is in juli 1998 voltooid. De investeringskosten bedroegen 8,4 miljoen ecu.

95/11/61/036, Bouw van pijpleidingen en een waterzuiveringsinstallatie, Turia II.

Tijdens fase 2 zijn de afvalwaterzuiveringsinstallatie en twee hoofdriolen in Turia aangelegd. Aanvullende uitvoeringswerkzaamheden door de gemeenten zijn nog vereist voordat het project volledig vrucht afwerpt. De omvang van de vervuiling die voorheen op de rivier werd geloosd is echter reeds verminderd. Het project is in november 1997 voltooid. De investeringskosten bedroegen 11,7 miljoen ecu.

93/11/61/026, Park en civieltechnische werken aan de rivier de Ter in Girona.

Door het project zijn het milieu en de sociale omstandigheden in een wijk in Girona verbeterd. Er is een illegale vuilstort verwijderd, een groenvoorziening in de stad aangelegd, een voetgangersbrug gebouwd en, wat het belangrijkste is, er is weer verband tussen het stedelijk en het natuurlijk milieu. Het project is in april 1998 voltooid; de investering bedroeg 3,9 miljoen ecu.

95/11/61/024-3, Opvangsysteem Gobela, Gran Bilbao.

Aanleg van het hoofdriool voor Gobela in Gran Bilbao. Het project maakt deel uit van een groot rioleringsstelsel ten behoeve van meer dan 1 miljoen inwoners. Door het project is de kwaliteit van het zwemwater en het water van de Nervion vooruitgegaan. Het project is in februari 1998 voltooid. De investeringskosten bedroegen 10,9 miljoen ecu.

93/11/61/055, Sanering van het strand van Gros, Zurriola.

Het project moet zorgen voor bescherming van de noordelijke kuststrook tegen erosie en voor herstel van het strand van La Zuriola ter verbetering van de woonomstandigheden in de wijk Gros in San Sebastian. Het project is in maart 1995 voltooid en de investeringskosten bedroegen 9,8 miljoen ecu.

95/11/61/043-2, Verwerking vervuilde grond in Boecillo Valladolid.

Het project betreft de verwijdering en juiste verwerking van giftig afval voor de sanering van 3 hectare land. Het project is in maart 1997 voltooid, de kosten bedroegen 1,7 miljoen ecu.

95/11/61/028-2, Dringende voorzieningen tegen droogte, stroomgebied Segura, afvalwaterzuiveringsinstallatie Mula.

Uitbreiding van de afvalwaterzuivering van Mula met lagunes en zandfilters. Het project is in december 1995 voltooid. De investeringskosten bedroegen 2,1 miljoen ecu.

95/11/61/028-2, Dringende voorzieningen tegen droogte, stroomgebied Segura, waterzuiveringsinrichting La Pedrera.

Aanleg van een waterbehandelingsinrichting met omgekeerde osmose voor hergebruik van afvalwater als drinkwater. Het project is in december 1995 voltooid. De investeringskosten bedroegen 4,4 miljoen ecu.

95/11/61/025-4, Hergebruik verpakkingsafval in Tudela.

Bouw van een recyclinginstallatie voor het terugwinnen van plastic en metalen uit verpakkingsafval ten behoeve van een bevolking van naar schatting 350.000 inwoners. Het project is in juni 1998 voltooid. De investeringskosten bedroegen 4,4 miljoen ecu.

95/11/61/039-1, Aanleg inrichtingen voor afvalwaterzuivering in Alcudia op Mallorca.

Uitbreiding van de afvalwaterbehandeling in Alcudia met het oog op pieken in de toeristische vervuiling en uitbreiding van woonwijken. Het project is in maart 1995 voltooid. De investeringskosten bedroegen 1,1 miljoen ecu.

Giekenland

94/09/61/043, Voltooing van de afvalwaterzuivering in het toeristengebied van Thessaloniki.

Voltooiing van de afvalwaterzuivering van Ainia ten zuiden van Thessaloniki. Het project maakt deel uit van een rioleringssysteem in aanleg, ten behoeve van 90.000 bewonersequivalenten. Het project is in oktober 1997 voltooid. De investeringskosten bedroegen 3,3 miljoen ecu.

94/09/061/037-2, Netwerken voor riolering, waterafvoer en watervoorziening van Xanthi.

Het project betreft de uitbreiding van de netwerken voor riolering en afvoer van Xanti evenals een gedeeltelijke modernisering van de watervoorziening. Het project is in november 1995 voltooid. De investeringskosten bedroegen 2 miljoen ecu.

Ierland

93/07/61/015 - 94/07/61/001, Watervoorziening regio Dublin (Fase I).

Verbeteringen aan twee inrichtingen voor waterbehandeling met hoofdwaterleidingen in twee districten. Het project maakt deel uit van de uitbreiding en verbetering van de watervoorziening in Greater Dublin. Het project is in januari 1999 voltooid. De investeringskosten bedroegen 65,8 miljoen ecu.

94/07/61//008, Verbetering riolering Killarney.

Uitbreiding van de afvalwaterzuivering en de riolering van Killarney met het oog op uitbreiding van het toeristengebied, het industriegebied en de woonwijken. Het project is in juni 1999 voltooid. De investeringskosten bedroegen 15,3 miljoen ecu.

93/07/61//038 and 94/07/61/019, Regionale watervoorziening Lough Mask.

Uitbreiding van de bestaande watervoorziening door de aanleg van nieuwe hoofdleidingen, distributieleidingen en een reservoir. Het project is in maart 1997 voltooid. De investeringskosten bedroegen 25,8 miljoen ecu.

Portugal

93/10/61/002, Uitbreiding waterzuivering Asseiceira.

Uitbreiding van de waterzuivering ten dienste van Groot-Lissabon en de regio Midden-Taag. De uitbreiding omvat acht nieuwe snelwerkende open zandfilters en een slibindikker. Het project is in september 1996 voltooid. De investeringskosten bedroegen 4,9 miljoen ecu.

94/10/61/016, Transportpijp Castelo do Bode.

Uitbreiding van de pijp van Castelo do Bode die Groot-Lissabon en de regio Midden-Taag bedient. Het project is in juli 1996 voltooid. De investeringskosten bedroegen 27,1 miljoen ecu.

94/10/61/015, Watersysteem Odeleite Beliche.

Bouw van de dam van Odeleite, hoofdleiding, pompstation en eerste fase van de waterzuivering van Tavira. Het project is in juli 1998 voltooid. De investeringskosten bedroegen 101 miljoen ecu.

BIJLAGE V - Evaluatie achteraf van vervoersprojecten

Spanje

93/11/65/012, Oostelijke randweg Valladolid - Bijdrage Cohesiefonds 26,2 mln ecu.

93/11/65/018, Autosnelweg Trinidad-Montgat - Bijdrage Cohesiefonds 37,1 mln ecu.

93/11/65/003, Autosnelweg Bailén-Granada, eerste fase - Bijdrage Cohesiefonds 7,9 mln ecu.

94/11/65/003, Autosnelweg Bailén-Granada, tweede fase - Bijdrage Cohesiefonds 309,3 mln ecu.

93/11/65/023, Autosnelweg Ribadesella-Luarca - Bijdrage Cohesiefonds 16,5 mln ecu.

93/11/65/024, Spoorweg Madrid-Valencia Jativa - Bijdrage Cohesiefonds 64,2 mln ecu.

93/11/65/027, Scheepsbegeleidingsysteem (VTS) noordelijke Atlantische kust, Finisterre-Coruña - Bijdrage Cohesiefonds 18,4 mln ecu.

93/11/65/029, Scheepsbegeleidingsysteem (VTS) zuidelijke Atlantische kust, Sta.Cruz de Tenerife - Bijdrage Cohesiefonds 18,4 mln ecu.

94/11/65/001, Autosnelweg A-6 Madrid - Bijdrage Cohesiefonds 75,6 mln ecu.

94/11/65/004, Rondweg Lérida - Bijdrage Cohesiefonds 83,1 mln ecu.

94/11/65/008, Autosnelweg Costa del Sol-San Roque - Bijdrage Cohesiefonds 34,7 mln ecu.

94/11/65/009, Rondweg Luarca - Bijdrage Cohesiefonds 24,6 mln ecu.

94/11/65/010, Ringweg Gijon - Bijdrage Cohesiefonds 50,7 mln ecu.

94/11/65.011, Weg Novellana-Cadavedo - Bijdrage Cohesiefonds 28,3 mln ecu.

95/11/65/008, Verbindingsweg Catalonië: Lérida-Gerona - Bijdrage Cohesiefonds 53,9 mln ecu.

96/11/65/002, Verbindingsweg Catalonië: Artés-Sta.Maria d'Oló - Bijdrage Cohesiefonds 19,3 mln ecu.

94/11/65/009-011 and 93/11/65/023 Totaal autosnelweg Cantabrië. Novellana-Cadavedo-Luarca-Ribadesella.

Ierland

93/07/65/026, Haven Waterford. Kade Belview - Bijdrage Cohesiefonds 4,0 mln ecu.

93/07/65/015, Cork Ringaskiddy veerbootterminal - Bijdrage Cohesiefonds 7,5 mln ecu.

93/07/65/008, N1 rondweg Balbriggan - Bijdrage Cohesiefonds 3,1 mln ecu.

93/07/65/014, Oostelijke toegangsweg Galway - Bijdrage Cohesiefonds 8,4 mln ecu.

95/07/65/003, N-25 Rondweg Dunkettle-Carrightowill - Bijdrage Cohesiefonds 27,2 mln ecu.

Portugal

93/10/65/001, Verbetering spoorweg Linha do Norte - Bijdrage Cohesiefonds 32,1 mln ecu.

93/10/65/005, Weg Pamela-Marateca - Bijdrage Cohesiefonds 15,5 mln ecu.

93/10/65/032, Weg Marateca-Montemor - Bijdrage Cohesiefonds 46,6 mln ecu.

93/10/65/033, Autosnelweg Atalaia-Abrantes - Bijdrage Cohesiefonds 33,8 mln ecu.

95/10/65/001, Rocha-Conde de Ovidos Quay (haven) - Bijdrage Cohesiefonds 7,7 mln ecu.

Top