Help Print this page 
Title and reference
Verslag van de Commissie aan de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de regio's over de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat

/* COM/2000/0625 def. */
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

52000DC0625

Verslag van de Commissie aan de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de regio's over de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat /* COM/2000/0625 def. */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, AAN HET EUROPEES PARLEMENT, AAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN AAN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S over de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat

Inleiding

1. Oprichting van het Waarnemingscentrum

1.1. De adviescommissie "Racisme en vreemdelingenhaat"

1.2. De rechtsregels

1.2.1. Doelen en taken

1.2.2. Methoden en aandachtsgebieden

1.2.3. Samenwerking met andere organisaties

1.2.4. Raad van bestuur en Dagelijks bestuur

1.2.5. Directeur en personeel

2. Middelen en structuur

2.1. Personeel

2.1.1. Benoeming van de directeur

2.1.2. Personeel

2.2. Begroting

2.3. Kantoorruimte

2.3.1. Keuze van een pand

2.3.2. Veiligheid

2.3.3. Inwijding

2.4. Overeenkomst over de plaats van vestiging

3. Het werkprogramma en de uitvoering daarvan

3.1. Raxen

3.2. Jaarverslag

3.3. Rondetafelconferenties

3.4. Samenwerking met andere organisaties

3.4.1. De Raad van Europa

3.4.2. Wereldconferentie van de Verenigde Naties

3.5. Informatie en de rol van de media

3.5.1. Conferentie van Keulen

3.5.2. Documentatie/informatie

3.6. Andere acties

3.6.1. Handvest van de politieke partijen

3.6.2. Studies

3.6.3. Ad hoc-werkgroepen

4. Externe evaluatie

Inleiding

Overeenkomstig artikel 16 van Verordening nr.°1035/97 van de Raad van 2 juni 1997 [1] houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat legt de Commissie hierbij een verslag over de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum voor.

[1] PB L 151 van 10.6.1997. Artikel 16 bepaalt: "In de loop van het derde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze verordening legt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een voortgangsverslag voor over de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum, eventueel vergezeld van voorstellen tot aanpassing of uitbreiding van zijn taken, met name in het licht van de ontwikkeling van de bevoegdheden van de Gemeenschap terzake van racisme en vreemdelingenhaat."

In juli 1998 is de directeur aangetreden. In de eerste maanden heeft hij de bestuurlijke zaken geregeld. Omdat geen geschikt pand kon worden gevonden, is het Waarnemingscentrum in tijdelijke ruimtes aan zijn werkzaamheden begonnen. Sedert 1 mei 1999 werkt het personeel in de huidige ruimtes. Tot juni 1999 bestond het personeel van het Waarnemingscentrum uit 3 "statutaire" medewerkers. In september 1999 waren dat er 10 en in augustus 2000 inmiddels 21.

De uitvoering van het werkprogramma van het Waarnemingscentrum verkeert dus nog in het beginstadium. Het opzetten van het Europees informatienetwerk inzake racisme en vreemdelingenhaat (Raxen) duurt bijv. nog verscheidene maanden.

Overeenkomstig de Verordening zou in de loop van het derde jaar na inwerkingtreding van het Centrum een evaluatieverslag door de Commissie moeten worden voorgelegd. De Commissie vindt drie jaar te kort voor een uitputtende evaluatie van de activiteiten van het Waarnemingscentrum. Volgens haar moeten de werkzaamheden voor een juiste evaluatie over een langere periode worden bezien.

Bijgevolg is dit een tussentijds verslag over de tot nu toe door het Waarnemingscentrum verrichte werkzaamheden, maar geen echte evaluatie. Voor haar evaluatieverslag dat, zo nodig, vergezeld gaat van voorstellen tot aanpassing of uitbreiding van de taken van het Waarnemingscentrum zal de Commissie zich baseren op de evaluatie van externe deskundigen die vóór het eind van het jaar 2000 moet beginnen. (zie punt 4).

1. Oprichting van het Waarnemingscentrum

1.1. De adviescommissie "Racisme en vreemdelingenhaat"

Het feit dat racistische propaganda en het aanzetten tot rassenhaat in alle landen voorkomt, toont aan dat actie op Europees niveau noodzakelijk is [2]. Een grotere kennis op Europees niveau van zowel de omvang als de aard van racisme en vreemdelingenhaat is dus dringend noodzakelijk wil de Europese Unie concrete oplossingen kunnen toepassen om in het kader van een totaalstrategie deze verschijnselen te bestrijden.

[2] De Europese Instellingen hebben vooral sedert de interinstitutionele verklaring tegen racisme en vreemdelingenhaat in juni 1986 (PB C 158 van 25 juni 1986) het vraagstuk aangepakt. In de loop van de laatste tien jaar is de strijd tegen racisme opgevoerd en een steeds belangrijker punt van de programma's van de Europese Instellingen geworden. Tal van resoluties van het Europees Parlement, de Mededeling van de Commissie betreffende racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme, COM(95) 653 def. van 13 december 1995 en het Europees jaar tegen racisme in 1997 getuigen hiervan.- Zie ook "De Europese instellingen en racismebestrijding: geselecteerde teksten".

Tijdens de Europese Raad op Corfu in juni 1994 is voorgesteld om in de Raad een adviescommissie racisme en vreemdelingenhaat (CCRX=Commission consultative sur le racisme et la xénophobie) op te richten. In juni 1995 heeft de Europese Raad van Cannes deze adviescommissie gevraagd om samen met de Raad van Europa de haalbaarheid van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat te onderzoeken. De CCRX is tot de slotsom gekomen dat alleen een Europees Waarnemingscentrum de ontwikkeling van racisme en vreemdelingenhaat in de Unie nauwlettend kan volgen, waarschuwen en de politiek tot concrete maatregelen kan stimuleren.

In het licht van deze conclusies heeft de Europese Raad van Florence in juni 1996 in principe de oprichting van een Europees Waarnemingscentrum goedgekeurd. De Commissie heeft in november 1996 een hiertoe strekkend voorstel gedaan [3].

[3] COM (96) 615 def. van 27.11.1996 en COM (97) 201 def. van 14.5.1997.

De Raad heeft op 2 juni 1997 Verordening (EEG) nr.° 1035/97 houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat goedgekeurd. Het Centrum wordt in Wenen gevestigd [4].

[4] Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van 2 juni 1997 tot vaststelling van de vestigingsplaats van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (PB C 194 van 25.6.1997, blz.4).

1.2. De rechtsregels

1.2.1. Doelen en taken

Het in artikel 2, lid 1, van de Verordening uiteengezette hoofddoel is het verstrekken van objectieve, betrouwbare en vergelijkbare gegevens over verschijnselen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme in Europa aan de Gemeenschap en haar lidstaten.

Het Waarnemingscentrum moet de informatie en de gegevens verzamelen, registreren en analyseren, onderzoek en studies verrichten, methoden ontwikkelen om beter vergelijkbare, objectievere en betrouwbaardere gegevens op communautair niveau te verkrijgen en een Europees netwerk over racisme en vreemdelingenhaat (Raxen) opzetten en coördineren.

Het mag conclusies en adviezen uitbrengen aan de Gemeenschap en haar lidstaten en publiceert een jaarverslag over de toestand inzake racisme en vreemdelingenhaat in de Gemeenschap en zijn eigen werkzaamheden.

1.2.2. Methoden en aandachtsgebieden

De te verzamelen en te verwerken gegevens en informatie en het te verrichten en te stimuleren wetenschappelijk onderzoek hebben betrekking op de omvang, de ontwikkeling en de oorzaken en gevolgen van verschijnselen van racisme en vreemdelingenhaat in het bijzonder op de volgende gebieden: vrij verkeer van personen, informatie en media, onderwijs, beroepsopleiding, jongeren, het sociale beleid, vrij verkeer van goederen en cultuur.

1.2.3. Samenwerking met andere organisaties

Het Waarnemingscentrum werkt samen met de nationale, internationale, gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat.

Vooral in artikel 7, lid 3, van de Verordening wordt tot coördinatie van de werkzaamheden van het Centrum met die van de Raad van Europa opgeroepen (zie 3.4.1).

1.2.4. Raad van bestuur en Dagelijks bestuur

De Raad van Bestuur (RB) bestaat uit onafhankelijke door de lidstaten, het Europees Parlement en de Raad van Europa aangewezen deskundigen op het gebied van de mensenrechten en de analysering van racistische, xenofobe en antisemitische verschijnselen en een vertegenwoordiger van de Commissie. Hun ambtstermijn bedraagt drie jaar en kan eenmaal worden verlengd. Ieder lid heeft een plaatsvervanger, die op dezelfde wijze wordt aangewezen [5].

[5] Zie bijlage 1 voor de lijst met de leden van de Raad van bestuur

De Raad van bestuur komt minstens twee keer per jaar bijeen en neemt de besluiten die nodig zijn voor de functionering van het Waarnemingscentrum: het benoemt de directeur, keurt het jaarverslag, de conclusies en de adviezen van het Waarnemingscentrum goed.

Zodra de namen van de leden en hun plaatsvervangers aan de Commissie bekend waren gemaakt, is de eerste vergadering van de Raad van bestuur in Wenen gehouden (20 en 21 januari 1998). Tijdens deze vergadering die door de Commissie in samenwerking met de Oostenrijkse autoriteiten werd georganiseerd, is de heer Jean Kahn tot voorzitter, de heer Robert Purkiss tot vice-voorzitter en prof. Anton Pelinka van het Dagelijks bestuur als derde lid gekozen [6].

[6] Als gevolg van het opstappen van prof. Pelinka, begin juni 2000, bestaat het Dagelijks Bestuur tot de afloop van het mandaat van de Raad van Bestuur in januari 2001 nog maar uit vier personen

Het Dagelijks bestuur [7] houdt toezicht op de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum, volgt de opstelling en uitvoering van de programma's, bereidt de vergaderingen van de Raad van bestuur voor en vervult teven alle door de RB opgedragen taken.

[7] Het Dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, de vice-voorzitter en drie andere leden van de Raad van bestuur waaronder een vertegenwoordiger van de Raad van Europa en van de Commissie.

1.2.5. Directeur en personeel

De directeur wordt voor vier jaar benoemd. Zijn ambtstermijn kan worden verlengd. Hij is de wettelijke vertegenwoordiger van het Waarnemingscentrum en vooral belast met de uitvoering van de taken van het Waarnemingscentrum, de opstelling en uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma en het jaarverslag, de conclusies, de adviezen en vergaderingen van de RB, de budgettaire en personeelszaken en het dagelijks beheer.

Op het personeel van het Waarnemingscentrum zijn alle verordeningen en regelingen van toepassing die voor de ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen gelden.

2. Middelen en structuur

2.1. Personeel

2.1.1. Benoeming van de directeur

Tijdens de eerste vergadering van de RB in januari 1998 is de benoemingsprocedure ten uitvoer gelegd. Overeenkomstig artikel 10, lid 1, van de Verordening heeft de Commissie na een in overleg met het Dagelijks bestuur overeengekomen selectieprocedure haar voorstel aan de Raad van bestuur voorgelegd.

Tijdens zijn tweede vergadering op 28 en 29 mei 1998 in Brussel heeft de RB mevrouw Beate Winkler tot directeur van het Waarnemingscentrum benoemd, Mevrouw Winkler is op 16 juli 1998 in functie getreden.

2.1.2. Personeel

In 1999 is het personeel van 3 statutaire leden (tot juni) tot 14 personen uitgegroeid (december). In augustus 2000 bedroeg hun aantal 21 personen. Verder zijn er 2 mensen met een contract als hulpfunctionaris en een deskundige voor de externe evaluatie [8].

[8] Zie bijlage 2 van het huidige organigram van het Waarnemingscentrum.

De eerste wervingsprocedure in december 1998 had betrekking op 8 posten (2A; 2B; 3C; 1D) en de tweede in april 1999 op 5 posten (3A et 2B). De posten voor de hoofden van de eenheden Raxen en Informatie moesten in augustus 1999 opnieuw worden gepubliceerd. In het voorjaar van 2000 konden de hoofden worden geworven. In maart 2000 zijn voor de vierde keer posten gepubliceerd, opnieuw 8 (3A; 4B en 1C).

2.2. Begroting

De Raad van bestuur stelt jaarlijks de ontwerp-begroting en de definitieve begroting van het Waarnemingscentrum vast en op grond van die begroting en de beschikbare middelen wordt het werkprogramma voor dat jaar opgemaakt.

De ontvangsten van het Waarnemingscentrum bestaan uit een subsidie van de Gemeenschap die in een post van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen is opgenomen (momenteel B5-809); de betalingen voor verleende diensten; eventuele financiële bijdragen van organisaties waarmee het Waarnemingscentrum samenwerkt, en vrijwillige bijdragen van lidstaten.

Voor 1998 heeft het Waarnemingscentrum 2 miljoen euro gekregen. Omdat het Centrum pas in de tweede helft van dat jaar is gaan functioneren is slechts een klein gedeelte van de begroting besteed. Dit is voornamelijk het gevolg van het feit dat er geen huur, apparatuur en personeel hoefde te worden betaald.

In 1999 is 3,750 miljoen euro toegewezen. Dat is 87% meer dan voor 1998. Daarbij is rekening gehouden met de aanloopfase. De Oostenrijkse autoriteiten hebben 0,23 miljoen bijgedragen.

De begroting voor 2000 bedraagt 4,750 miljoen euro aan subsidie van de Gemeenschap. Dat is 27% meer dan vorig jaar. De bijdrage van het gastland bedraagt 0,150 miljoen euro.

Toegekende kredieten : in miljoen euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De uitgaven van het Waarnemingscentrum bestaan voornamelijk uit de salarissen van het personeel, administratieve uitgaven, uitgaven voor de infrastructuur, huishoudelijke uitgaven, uitgaven in verband met overeenkomsten met instellingen of organismes die deel uitmaken van Raxen, en contracten met derden.

Uitgaven: in miljoen euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De financieel controleur van de Commissie ziet toe op de betalingsverplichtingen, de betaling van alle uitgaven van het Waarnemingscentrum en de vaststelling en inning van de ontvangsten.

De directeur voert de begroting van het Waarnemingscentrum uit. De Raad van bestuur verleent de directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting [9].

[9] .In oktober 1997 heeft de Commissie een voorstel ingediend om met name de begrotingsprocedures in de verordeningen tot oprichting van negen "gedecentraliseerde" communautaire organen, waaronder het Waarnemingscentrum in Wenen, te wijzigen [COM (97) 489 def.- PB C 335, 6.11.1997] Op aanbeveling van de RB stelt de Commissie met betrekking tot het Waarnemingscentrum voor om het Europees Parlement de bevoegdheid te geven om de directeur kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting.

Er is besloten om een Adviescommissie aankopen en contracten (RCAC) op te richten. De RB moet dit besluit nog bekrachtigen.

De Rekenkamer heeft controlebezoeken aan het Centrum in Wenen gebracht. Het eerste had plaats in december 1998 en het tweede, in maart 1999, had ten doel de rekeningen van het op 31 december 1998 eindigende boekjaar te onderzoeken [10]. Het derde bezoek vond plaats in september 1999 en het laatste, in mei 2000, had ten doel de rekeningen van het op 31 december 1999 afgesloten boekjaar te onderzoeken.

[10] Verslag over de financiële situatie van het Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (Wenen) in de periode van 1 mei t/m 31 december 1998 met de reacties van het Waarnemingscentrum [PB C 372, 22.12.1999].

Ook de Commissie heeft alle perikelen rond de opstarting van het Waarnemingscentrum zeer aandachtig gevolgd. In verband hiermee heeft van 20-22 maart 2000 een controlebezoek plaats gehad. Er is geconstateerd dat, gelet op de moeilijke omstandigheden waarin het Centrum van start is gegaan, het beheer van het Waarnemingscentrum kan worden verbeterd. De conclusies van deze audit zijn aan het Waarnemingscentrum meegedeeld. Het verslag van de externe evaluatoren dient te vermelden welk gevolg hieraan is gegeven.

2.3. Kantoorruimte

2.3.1. Keuze van een pand

Tijdens zijn eerste vergadering in januari 1998 heeft de RB het DB opdracht gegeven om een gebouw voor het Waarnemingscentrum te zoeken. In februari 1998 hebben de Oostenrijkse autoriteiten samen met een lid van het Bestuur, de architect die de Commissie adviseert, en een vertegenwoordiger van DG V verschillende gebouwen bekeken. Naar aanleiding van de krapte op de onroerendgoedmarkt in Wenen heeft het Dagelijks bestuur in maart 1998 besloten de RB te adviseren om aan de Oostenrijkse autoriteiten te vragen tijdelijk kantoorruimte ter beschikking te stellen zodat het Waarnemingscentrum de tijd heeft om een geschikt gebouw te vinden.

In juli 1998 kon de directeur dus zijn intrek nemen in de vier kamers die door de Oostenrijkse kanselarij ter beschikking waren gesteld.

2.3.2. Veiligheid

Het personeel van het Waarnemingscentrum is in mei 1999 in zijn definitieve behuizing getrokken. Bij de inrichting is met name aandacht besteed aan de veiligheid, zowel van de ruimtes als van het personeel.

2.3.3. Inwijding

Op 7 april 2000 had in Wenen de officiële opening van het Waarnemingscentrum plaats. De openingsceremonie werd door zo'n 550 personen bijgewoond en er zijn toespreken gehouden door Jean Kahn, voorzitter van De Raad van bestuur van het Waarnemingscentrum, de heer Klestil, president van Oostenrijk, Romano Prodi, voorzitter van de Europese Commissie, Nicole Fontaine, voorzitter van het Europees Parlement en Maria de Belén Roseira, de Portugese minister voor gelijke kansen als vertegenwoordiger van het Portugese voorzitterschap.

De ceremonie werd gevolgd door een op 7 en 8 april gehouden conferentie, genaamd het "Forum van Wenen". Hierop is het onderwerp 'politiek en racisme' van verschillende kanten belicht: racistische taal in de politiek en de media; identiteit als een oorzaak van racistische tweespalt in de maatschappij; de vruchteloosheid van een moralistische aanpak, wetsvoorstellen op basis van artikel 13; het internationaal recht en de rol van de non-gouvernementele organisaties.

2.4. Overeenkomst over de plaats van vestiging

Op 18 mei 2000 hebben het Waarnemingscentrum en de Oostenrijkse autoriteiten officieel een overeenkomst over de plaats van vestiging ondertekend waarin onder meer de toepassing van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten en fiscale en veiligheidsmaatregelen zijn vastgelegd.

3. Het werkprogramma en de uitvoering daarvan

Het Waarnemingscentrum vervult zijn taken binnen de grenzen van de bevoegdheden van de Gemeenschappen op grond van de doelen in het jaarprogramma en het beschikbare budget.

De Raad van Bestuur stelt het jaarprogramma vast.

3.1. Raxen

Het opzetten van het Europees informatienet inzake racisme en vreemdelingenhaat is één van de voornaamste taken van het Waarnemingscentrum. Het netwerk dat zal bestaan uit een centrale eenheid van het Waarnemingscentrum, werkt samen met onderzoekcentra, non-gouvernementele organisaties en gespecialiseerde centra.

Om het netwerk zo spoedig mogelijk op te zetten heeft de Commissie op 1 april 1998, in afwachting van de benoeming van de directeur, de lidstaten gevraagd om mee te delen welke centra en organisaties voor deelname aan Raxen in aanmerking zouden kunnen komen. Eind november 1998 was de lijst klaar.

De Raad van bestuur verzoekt organisaties die op deze lijst staan en op de verlangde gebieden deskundig zijn, om zich bij het netwerk aan te sluiten. Het leek de RB noodzakelijk om een voorbereidingsfase in te lassen en dan een besluit hierover te nemen. In deze fase zouden een aantal overgebleven vraagstukken betreffende de deelname aan het netwerk moeten worden opgelost: aantal organisaties en centra per land, evenwicht tussen de verschillende soorten organisaties, de structuur en het belang van de criteria voor de vergelijkbaarheid.

Om deze problemen op te lossen heeft het Waarnemingscentrum voorts een haalbaarheidsstudie naar deze vraagstukken ingesteld. De studie adviseert voor Raxen een structuur met verschillende niveaus en een gemeenschappelijke gegevensbank onder de hoede van het Waarnemingscentrum.

Voor de uitvoering van de eerste fase van de opbouw van het netwerk is een externe consultant aangetrokken [11].

[11] Er zijn tevens voorbereidende vergaderingen gehouden. De eerste in juni 1999 met nationale onderzoekcentra en vertegenwoordigers van de NGO's. Deze vergadering heeft geleid tot de oprichting van een adviesgroep die moet onderzoeken welke praktische maatregelen voor de opbouw van het netwerk nodig zijn. Een tweede vergadering is in september georganiseerd. Hieraan is deelgenomen door de sociale partners en vertegenwoordigers van de onafhankelijke nationale organisaties ter bevordering van de bestrijding van discriminatie. Voor overleg met alle partners is in oktober een derde vergadering georganiseerd. De adviesgroep is twee keer bijeengekomen, een keer in september en een keer in oktober 1999.

De RB heeft in zijn vergadering op 4 februari 2000 op basis van het rapport van de consultant de richtsnoeren voor het netwerk vastgesteld. Raxen moet nationale gegevens en statistieken verzamelen en doorgeven aan een centrale eenheid. Het moet met behulp van deze gegevens een gegevensbank opzetten voor Europees onderzoek, verspreiding van informatie en overdracht van kennis.

Het netwerk zal in drie fasen worden opgezet. In de eerste fase zal de structuur van het netwerk voor het verzamelen van de gegevens worden voorgesteld: de verzameling van de nationale gegevens zal door de "nationale contactpunten" (NCP's) worden gecoördineerd. Deze kunnen uit verscheidene nationale actoren bestaan die via een openbare aanbesteding zijn geselecteerd. De selectie zou in de herfst van 2000 rond moeten zijn. Naar verwachting zullen de NCP's eind 2000 - begin 2001 volledig operationeel zijn.

In de twee andere fases zullen de richtsnoeren voor de verzameling van gegevens worden opgesteld - er zullen vooral gemeenschappelijke criteria voor de verbetering van de vergelijkbaarheid van gegevens worden uitgewerkt - en de technische specificaties voor de overdracht van gegevens tussen de verschillende niveaus van het netwerk worden vastgesteld.

3.2. Jaarverslag

Het jaarverslag over 1998 is in december 1999 in Brussel gepresenteerd. Het bestaat uit twee delen: het eerste deel (Confrontatie met de realiteit - racisme en vreemdelingenhaat in de Europese Gemeenschap -) over de uitingen van racisme en vreemdelingenhaat in de Gemeenschap geeft een overzicht van de activiteiten en de maatregelen die hiertegen in de lidstaten en op Europees niveau genomen zijn.Voor dit deel heeft het Waarnemingscentrum een contract gesloten met een externe deskundige. Deze moet de verzameling van het materiaal coördineren en de sociologische, politieke en economische situatie in de lidstaten schetsen.

Het tweede deel (Een hart voor Europa - jaarverslag van de activiteiten in 1998) verstrekt informatie over het Waarnemingscentrum en de acties daarvan in dat jaar.

Begin september 2000 wordt de laatste hand gelegd aan het jaarverslag over 1999 .

3.3. Rondetafelconferenties

Het Waarnemingscentrum moet de periodieke organisatie van rondetafelconferenties met de sociale partners, onderzoekcentra, vertegenwoordigers van de bevoegde overheidsinstanties en experts stimuleren. Deze hebben ten doel de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen de verschillende actoren te bevorderen en een multidisciplinaire aanpak te garanderen.

In elke lidstaat zou minstens een keer per jaar een nationale rondetafelconferentie moeten worden gehouden. Eind 1999 waren in negen lidstaten rondetafelconferenties georganiseerd: in het Verenigd Koninkrijk (oktober 1998 en november 1999); Ierland (november 1998 en november 1999); Oostenrijk (november 1998); Zweden, Portugal, Italië, Luxemburg en Nederland (zomer 1999); en Griekenland (november 1999).

Het Waarnemingscentrum moet de uitkomsten van deze rondetafelconferenties samenvatten en bestuderen om een voorlopig verslag over de verschillen in aanpak in de lidstaten op te stellen en een aanbeveling over een gezamenlijke Europese aanpak uit te brengen.

In verband hiermee heeft de Raad van bestuur besloten om een "geharmoniseerd profiel" van de rondetafelconferenties op te stellen. Hierin kan worden vastgesteld wat de gemeenschappelijke doelen en bevoegdheden zijn. Verder kunnen de criteria voor vergelijkbaarheid en een gemeenschappelijke organisatiemethode uiteen worden gezet en de vooruitzichten voor Europa worden geanalyseerd.

Tijdens de eerste Europese rondetafelconferentie op 30 juni 2000 in Wenen is onder meer dit onderwerp aangesneden.

3.4. Samenwerking met andere organisaties

3.4.1. De Raad van Europa

Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de Verordening heeft de Gemeenschap namens het Waarnemingscentrum een samenwerkingovereenkomst met de Raad van Europa gesloten. Deze overeenkomst is op 10 februari 1999 officieel ondertekend [12].

[12] Besluit van de Raad van 21 december 1998. [PB L 44 van 18 februari 1999].

De overeenkomst voorziet in regelmatige contacten tussen de directeur van het Waarnemingscentrum en het secretariaat van de Europese Commissie tegen racisme en onverdraagzaamheid van de Raad van Europa (ECRI). Het Waarnemingscentrum en de ECRI geven elkaar de niet-vertrouwelijke informatie en de in het kader van hun werkzaamheden verzamelde gegevens door en zorgen voor een zo breed mogelijke verspreiding van de resultaten van hun werkzaamheden. Zij raadplegen elkaar om hun werkzaamheden te coördineren en hun programma's op elkaar af te stemmen. Met betrekking tot onderwerpen van gemeenschappelijk belang kunnen zij gezamenlijke en/of aanvullende activiteiten ontplooien.

Naar aanleiding van de overeenkomst hebben het Dagelijks bestuur van de Raad van Europa en dat van het Waarnemingscentrum in Parijs op 3 juni 1999 voor het eerst vergaderd. Sedertdien komen zij twee keer per jaar bijeen. Op 31 mei 2000 is in Wenen de tweede vergadering gehouden. In september 1999 zijn de directie van het Waarnemingscentrum en het secretariaat van ECRI bijeengekomen om de verschillende aspecten van deze samenwerking te bezien.

Na de gezamenlijke initiatieven in 1999 zijn drie rondetafelconferenties georganiseerd, respectievelijk in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Griekenland. Het Waarnemingscentrum en ECRI hebben besloten om in de respecieve werkprogramma's een gezamenlijk hoofdstuk te presenteren en de concrete uitvoering van bepaalde gezamenlijke projecten te controleren.

3.4.2. Wereldconferentie van de Verenigde Naties

Onder auspiciën van de Verenigde Naties zal in september 2001 in Zuid Afrika een wereldconferentie worden gehouden tegen racisme, discriminatie op grond van ras, vreemdelingenhaat en daarmee gepaard gaande onverdraagzaamheid. Deze beoogt een inventaris op te maken van de vorderingen bij de bestrijding van racisme in de wereld, te bestuderen welke methodes en instrumenten tot een betere toepassing van de bestaande regelgeving en de beschikbare instrumenten kunnen leiden en concrete aanbevelingen voor nieuwe nationale, regionale en internationale maatregelen tegen alle vormen van racisme op te stellen.

Deze wereldconferentie wordt voorafgegaan door vijf voorbereidende regionale conferenties. De coördinatie van de Europese regionale bijdrage aan de mondiale conferentie is aan de Raad van Europa toevertrouwd die hiertoe van 11-13 oktober 2000 in Straatsburg een Europese regionale conferentie zal organiseren.

Het Waarnemingscentrum is zowel betrokken bij de werkzaamheden van de technische werkgroep die voor de voorbereiding van deze regionale conferentie is opgericht om het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij te staan, als bij die van de netwerken van organisaties ter bestrijding van racisme (ENAR et UNITED). De bijdrage van het Waarnemingscentrum aan de conferentie bestaat uit discussiestukken (inmiddels voorgelegd). Verder zal het tijdens de Europese regionale conferentie een van de werkgroepen leiden.

Het Waarnemingscentrum heeft ook de eerste vergadering van het Comité voor de voorbereiding van de wereldconferentie bijgewoond. Deze is van 1-5 mei 2000 in Genève gehouden.

3.5. Informatie en de rol van de media

3.5.1. Conferentie van Keulen

Op 20 en 21 mei 1999 is door de Duitse televisie (de Westdeutscher Rundfunk (WDR) samen met het Waarnemingscentrum met steun van het "European Media Institut" (EMI) in Düsseldorf en de 'European Broadcasting Union' (EBU) in Genève een conferentie gehouden over de rol van de media bij de bevordering van culturele verscheidenheid. De conferentie had voornamelijk betrekking op de verantwoordelijkeheid van de media in hun berichtgeving over onverdraagzaamheid en discriminatie.

Aan het eind van de conferentie zijn enkele aanbevelingen uitgebracht, zoals: ontwikkel richtsnoeren die tot multiculturele diversiteit in de organisatie van de omroepverenigingen en de programma's leiden; ontwikkel nieuwe vormen van samenwerking, zet bijv. netwerken en gegevensbanken op voor verslaggevers en programmamakers; produceer programma's voor voortgezette opleiding en educatie. Speciale aandacht is besteed aan het opzetten van een monitoringsysteem voor de uitvoering van deze richtsnoeren.

De verslagen van de conferentie zijn in oktober 1999 gepubliceerd.

3.5.2. Documentatie/informatie

Er moet een openbaar documentatiebestand worden opgezet (artikel 2, lid 2, van de Verordening).

Het Waarnemingscentrum moet archieven met Europese documentatie over racisme en vreemdelingenhaat opzetten die voor het publiek, instellingen en organisaties toegankelijk zijn.

In deze archieven moet materiaal worden opgeborgen dat elders niet beschikbaar is. Aanvankelijk zullen de archieven een gegevensbasis zijn die on-line beschikbaar is en links bevat met andere archieven, bibliotheken en gegevensbases.

Het Waarnemingscentrum heeft inmiddels ook een website [13] met informatie, brochures en een infobulletin: "Equal voices", (verschenen in september 1999). De website van het EUMC beoogt etapsgewijs tot één loket met betrouwbare en bijgewerkte informatie over racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en bestrijding van discriminatie te komen.

[13] www.eumc.at

Het Waarnemingscentrum heeft ook brochures, folders en perscommuniqués uitgebracht waarin het verslag uitbrengt over zijn werkzaamheden en het racisme in de lidstaten van de Europese Unie, onder meer: een oproep tot gemeenschappelijke actie op 7 december 1998: "Gelijkheid en verscheidenheid voor Europa; een vergelijkende analyse van twee in 1989 en 1997 door Eurobarometer gehouden opinieonderzoeken: "Vreemdelingenhaat en racisme in Europa - De publieke opinie 1989-1997" en een werkdocument: "Challenging the media - for equality and diversity against racism".

3.6. Andere acties

3.6.1. Handvest van de politieke partijen

Het is van essentieel belang dat de politiek op verantwoorde wijze de problematiek van de minderheden behandelt en naar een redelijke vertegenwoordiging van die minderheden in de gelederen van de politieke partijen streeft. Het Waarnemingscentrum moedigt controle op de naleving en versterking van het in februari 1998 tijdens de conferentie van Utrecht gepresenteerde handvest van de politieke partijen voor een maatschappij zonder racisme aan.

Het handvest zal via verschillende initiatieven van het Waarnemingscentrum worden gepromoot: rondetafelconferenties, activiteiten met de media en congressen.

3.6.2. Studies

Het Waarnemingscentrum heeft een contract gesloten met Migration Policy Group (MPG). Deze groep gaat 15 nationale verslagen opstellen over nationale wettelijke maatregelen tegen racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat in de 15 lidstaten en een beknopt verslag waarin het «voorstel van Starting Line» met de geldende nationale wetgeving, de toepassing hiervan en voorbeelden van goede praktijken wordt vergeleken. Het project is in juni 1999 van start gegaan.

3.6.3. Ad hoc-werkgroepen

Het Waarnemingscentrum mag ad hoc-werkgroepen oprichten. Momenteel zijn binnen de Raad van bestuur twee werkgroepen opgericht. Deze zijn inmiddels met hun werkzaamheden begonnen.

De Werkgroep "art. 13" is door de Commissie geraadpleegd over het "anti-discriminatiepakket", en in het bijzonder over discriminatie op grond van ras en etnische afstamming (vergaderingen: juni 1999, januari en april 2000).

De werkgroep « key-issues » Deze is in augustus 1999 bijeengekomen en heeft tot taak om de hoofdthema's vast te stellen waarmee het Waarnemingscentrum zich in de komende jaren in zijn strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat zal bezig houden.

4. Externe evaluatie

Omdat het Waarnemingscentrum pas sinds kort volledig functioneert, presenteert de Commissie thans een tussentijds verslag over de werkzaamheden hiervan. In 2001 zal een evaluatie van deze werkzaamheden plaatsvinden. Deze zal aan externe deskundigen worden toevertrouwd. Hiermee zal vóór eind 2000 worden begonnen.

Deze externe evaluatie moet in alle onafhankelijkheid vaststellen of het Waarnemingscentrum wel doeltreffend functioneert in de zin van de Verordening (EG) van de Raad en de personele en financiële middelen wel efficiënt worden ingezet om deze doeleinden te bereiken.

De evaluatie dient een oordeel over de organisatiestructuur en de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum te geven en in het bijzonder aan te geven in hoeverre het zijn doelen heeft weten te verwezenlijken. De evaluatie zal betrekking hebben op de efficiency van de logistiek, de administratie en het management, de vorderingen bij het opzetten en beheren van het informatienet RAXEN; de kwaliteit en het belang van de activiteiten van het Waarnemingscentrum en zijn producten (publicaties enz.) en de follow-up van de werkzaamheden. De evaluatie moet vaststellen in hoeverre aan de behoeften van de gebruikers is voldaan, of zij tevreden zijn over de tot dusver ontwikkelde voorlichtingsproducten en -diensten en de feedback van de doelgroepen naar voren brengen.

BIJLAGE

LEDEN VAN DE Raad VAN BESTUUR VAN HET Waarnemingscentrum

België: // De heer Johan Leman / de heer Jean Cornil*

Denemarken: // De heer Ole Espersen / de heer Morten Kjaerum*

Duitsland: // Mevrouw Uta Würfel / mevrouw Barbara John*

Griekenland: // De heer Petros Stangos / de heer Perikles Pangalos*

Spanje: // De heer Juan de Dios Ramirez-Heredia /

de heer Joaquin Alvarez de Toledo*

Frankrijk: // De heer Jean Kahn / mevrouw Martine Valdes-Boulouque*

Ierland: // De heer Mervyn Taylor / mevrouw Mary Flaherty*

Italië: // De heer Francesco Margiotta Broglio / de heer Diego Ungaro*

Luxemburg: // De heer Nic Klecker / de heer Edouard Wolter*

Nederland : // De heer Ed van Thijn / de heer Paul B. Cliteur*

Oostenrijk: // De heer Stefan Karner [14]

[14] Naar aanleiding van het opstappen van prof. Pelinka begin juni hebben de Oostenrijkse autoriteiten prof Karner als lid aangewezen. Er is geen plaatsvervangend lid benoemd..

Portugal: // De heer Pedro Bacelar de Vasconcelos /

de heer Esmeraldo de Azevedo*

Finland: // Mevrouw Kaarina Suonio / de heer Tom Sandlund*

Zweden: // Mevrouw Helene Lööw / mevrouw Agneta Lindelöf* [15]

[15] Na het vertrek van de heer Bruchfeld en mevrouw Berggren zijn door de Zweedse autoriteiten de dames Lööw en Lindelöf aangewezen.

Verenigd Koninkrijk: // De heer Robert Purkiss / de heer David Weaver*

Europees Parlement: // De heer William Duncan / de heer Jürgen Micksch*

Raad van Europa: // De heer Joseph Voyame / de heer Jenö Kaltenbach

Europese Commissie: // Mevrouw Odile Quintin / de heer Adam Tyson*

Voorzitter van de Raad van bestuur // De heer Jean Kahn

Vice-voorzitter: // De heer Robert Purkiss

* plaatsvervangend lid

BIJLAGE

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Top