Help Print this page 
Title and reference
Vierde mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG "Televisie zonder grenzen" gedurende de periode 1997-1998

/* COM/2000/0442 def. */
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI html SV
PDF pdf ES pdf DA pdf DE pdf EL pdf EN pdf FR pdf IT pdf NL pdf PT pdf FI pdf SV
Multilingual display
Text

52000DC0442

Vierde mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG "Televisie zonder grenzen" gedurende de periode 1997-1998 /* COM/2000/0442 def. */


VIERDE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT betreffende de tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG "Televisie zonder grenzen" gedurende de periode 1997 - 1998

INLEIDING

I. Advies van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 5 gedurende de periode1997-1998

1. Tenuitvoerlegging door de lidstaten van de Europese Unie

1.1. Besteding van het grootste gedeelte van de zendtijd aan Europese producties

1.2. Producties van onafhankelijke producenten

2. Tenuitvoerlegging door de staten van de Europese Vrijhandelsassociatie die tot de Europese Economische Ruimte behoren

II. Samenvatting van de verslagen van de lidstaten

III. Samenvatting van de verslagen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte

IV. BIJLAGEN

Bijlage 1 : Document "Voorgestelde richtsnoeren voor toezicht op de uitvoering van de artikelen 4 en 5 van de richtlijn "Televisie zonder grenzen"

Bijlage 2 : Lijst van kanalen die niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese en onafhankelijke producties hebben gewijd

Bijlage 3: Gehanteerde parameters voor de berekening van gewogen gemiddelden van uitzendingen van Europese producties door televisiekanalen met een zeer groot kijkerspubliek in de Europese Unie

INLEIDING

Deze mededeling is het vierde verslag van de Commissie betreffende de tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG [1], gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG [2], gedurende de periode 1997 - 1998. Dit document is opgesteld aan de hand van de verslagen over de uitvoering van de genoemde artikelen in de referentieperiode, die door de lidstaten aan de Commissie zijn toegezonden. Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van de richtlijn heeft de Commissie deze verslagen tijdens de vergadering van het Contactcomité, die op 9 november 1999 heeft plaatsgevonden, ter kennis gebracht van de lidstaten. De Commissie zal in samenwerking met het Contactcomité toezicht blijven uitoefenen op de toepassing van de artikelen 4 en 5 om gedurende de opstelling van het volgende verslag rekening te kunnen houden met de ontwikkeling van de audiovisuele sector.

[1] Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 298 van 17.10.1989

[2] Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 202 van 30.7.1997

In het algemeen wordt eraan herinnerd dat de richtlijn Televisie zonder grenzen" het op bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten gebaseerde juridische referentiekader is voor de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in de Europese Unie.

Deze mededeling bestaat uit drie hoofdstukken en drie bijlagen. In hoofdstuk I brengt de Commissie in overeenstemming met de bepalingen van artikel 4, lid 3, van de richtlijn haar advies uit inzake de tenuitvoerlegging van de artikelen 4 en 5 in de referentieperiode. In de beide overige hoofdstukken worden de verslagen samengevat van de lidstaten en van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren.

De bijlagen omvatten: (1) de nieuwe voorgestelde richtsnoeren voor toezicht op de uitvoering van de richtlijn, aan de hand waarvan een volgend controleverslag zal worden opgesteld (2) een lijst van kanalen die niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese producties hebben gewijd en/of niet het voorgeschreven percentage onafhankelijke producties hebben bereikt; (3) de gehanteerde parameters voor de berekening van de gewogen gemiddelden van uitzendingen van Europese producties.

I. ADVIES VAN DE COMMISSIE OVER DE TENUITVOERLEGGING VAN DE ARTIKELEN 4 EN 5 GEDURENDE DE PERIODE 1997-1998

1. Tenuitvoerlegging door de lidstaten van de Europese Unie

Het advies van de Commissie bestaat uit een systematische samenvatting van de door de lidstaten ingediende verslagen en brengt een aantal algemene tendensen in kaart. Het belicht op globale wijze in hoeverre de bepalingen van de artikelen 4 en 5 van de richtlijn in de lidstaten zijn toegepast. Uit deze artikelen vloeit voort dat er een inspanningsverplichting op de lidstaten rust.

In de eerste plaats dient benadrukt te worden dat de richtlijn "Televisie zonder grenzen" de lidstaten toestaat meer gedetailleerde of strengere voorschriften vast te stellen. De meeste lidstaten hebben inderdaad gebruik gemaakt van dit aspect van de communautaire wetgeving en strengere wettelijke bepalingen dan die van de richtlijn getroffen.

Uit de analyse van de Commissie kan als eerste, algemene conclusie vastgesteld worden dat in de periode 1997/98 het aantal televisiekanalen in Europa, met name in het Verenigd Koninkrijk, aanzienlijk is toegenomen. De nationale verslagen vermelden in totaal 367 kanalen; ter vergelijking: dit aantal bedroeg 214 in 1995/96, 162 in 1993/94 en 124 in 1991/92.

Wat betreft de naleving door de televisiekanalen van de voorschriften betreffende het uitzenden van Europese en onafhankelijke producties laten de nationale verslagen over het geheel genomen bevredigende resultaten zien. Het gewogen gemiddelde van uitzendingen van Europese producties door grote kanalen verschilt van land tot land, van ongeveer 81,7 % tot 53,3 %, met uitzondering van Luxemburg (RTL Tele Lëtzebuerg) dat 100 % bereikt en Portugal dat niet boven 43 % uitkomt.

Over het algemeen worden de doelstellingen van de richtlijn bereikt. Tussen de periode 1997/98 en de voorafgaande periode kan een toename van uitzendingen van Europese producties vastgesteld worden. Bij bepaalde kanalen kan echter een lichte daling van het percentage Europese en onafhankelijke producties in het totale programma-aanbod waargenomen worden.

In de volgende samenvattingen wordt meer in bijzonderheden ingegaan op de resultaten van het toezicht voor de jaren 1997-1998.

1.1 Besteding van het grootste gedeelte van de zendtijd aan Europese producties

In Oostenrijk was gedurende 1998 ongeveer 61,1% van de zendtijd van de kanalen ORF 1 en ORF 2, die een kijkdichtheid hebben van 62,2 %, voor Europese producties bestemd. Met name dient erop te worden gewezen dat ORF 2 ruimschoots het grootste gedeelte van de zendtijd aan Europese producties besteed. ORF 1 daarentegen heeft nog steeds niet het op grond van de richtlijn vereiste niveau gehaald. Volgens dit kanaal houdt de daling van het percentage uitgezonden Europese producties in de periode 1997/98 verband met uitbreiding van de zendtijd en een gewijzigde programmering.

In België (Franse Gemeenschap), hebben in 1998 de kanalen RTL-TVI, Club RTL en

RTBF 1, die een kijkdichtheid hebben van 41,1 %, voor omstreeks 64 % aan Europese producties uitgezonden. Er wordt op gewezen dat een aanzienlijk deel van de kijkers in het Franstalige gedeelte van België naar Franse zenders (TF1, France 2 et France 3) kijkt.

Alle zenders voldoen aan de bepalingen van artikel 4 (RTL-Tvi sinds 1998). Het resultaat is bijzonder positief, aangezien het percentage uitgezonden Europese producties in de gehele referentieperiode voor alle kanalen is toegenomen.

Voor de Duitstalige Gemeenschap van België is geen verslag ingediend.

In de Vlaamse Gemeenschap van België hebben de zenders TV1, TV2, VTM en Kanaal 2, met een kijkdichtheid van 64,8 %, in 1998 ongeveer 60,4 % van hun zendtijd voor Europese producties bestemd. Meer in het bijzonder nemen drie kanalen de bepalingen van artikel 4 in acht; zij het dat in het geval van één zender, TV1, het percentage Europese producties in vergelijking tot de voorafgaande periode is afgenomen Drie kanalen hebben de quota voor Europese producties niet gehaald. In het geval van twee van deze kanalen wordt de niet-naleving verdedigd op grond van het feit dat het hier om thematische filmkanalen gaat (CANAL+1 en 2) ; wat betreft het derde kanaal (Kanaal 2) zijn de resultaten in verband met uitgezonden Europese producties teruggelopen in verhouding tot de voorafgaande periode. Met betrekking tot TV2 en CANAL+ Super Sport ontbreken de gegevens voor het jaar 1998. In 1997 bevonden deze beide kanalen zich echter ruimschoots boven de in de richtlijn vastgelegde limiet.

In Duitsland hebben de kanalen ARD, ZDF, Kabel 1, Pro Sieben, RTL, RTL 2, SAT 1, Super RTL et VOX, die een kijkdichtheid hebben van 90,8 %, in 1998 voor ongeveer 70 % aan Europese producties uitgezonden. Op een totaal van 25 in het verslag genoemde kanalen voldoen er 14 aan de voorschriften van artikel 4. Met betrekking tot 17 kanalen waarvan volledige gegevens beschikbaar zijn voor de periodes 1995-96 en 1997-98 wordt erop gewezen dat in vergelijking tot de voorafgaande periode het percentage van 8 kanalen recentelijk is gestegen, dat het van 6 kanalen is gedaald en dat bij 3 kanalen het quota aan Europese uitzendingen ongewijzigd is gebleven. De volgende kanalen hebben niet het grootste deel van hun zendtijd gereserveerd voor Europese producties: Discovery Chanel (1997), DF 1 (1997/98), KABEL 1 (1997/98), Premiere (1997/98), ProSieben (1997/98), RTL2-(1997/98), Super RTL (1997/98), TM3 - Fernsehen für Frauen (1997/98), VIVA 2 (1997/98), VOX (1998). Als redenen worden aangevoerd: het feit dat het kanaal nieuw is, de thematische aard of de structuur ervan.

In Denemarken hebben de kanalen DR 1 en TV 2, met een kijkdichtheid van 68,3 %, in 1998 voor omstreeks 73,3 % aan Europese producties uitgezonden. Vier van de zeven onderzochte kanalen komen de voorschriften van de richtlijn na en de algemene tendens gaat in de richting van een toename van het aandeel van Europese producties. Toch wordt erop gewezen dat TV Danmark niet het vereiste percentage uitzendingen haalt en in de toelichting van de lidstaat wordt voorgesteld eventueel sancties toe te passen; Erotica Rendez-Vous heeft in 1997 niet het vereiste niveau bereikt; TV Bio heeft dit niveau in 1997 en 1998 niet bereikt, zij het dat dit kanaal in 1998 voor 50 % aan Europese producties heeft uitgezonden.

In Griekenland hebben de kanalen ET1, Megachannel, Antenna 1, Sky et Star, die een kijkdichtheid hebben van 79,1 %, in de loop van 1998 voor ongeveer 62,6 % aan Europese producties uitgezonden. Alle in het verslag 1995/96 behandelde kanalen komen de voorschriften inzake de besteding van het grootste deel van de zendtijd aan Europese producties na en in het geval van bijna alle kanalen zijn de percentages in 1997/98 toegenomen in vergelijking tot de voorafgaande periode. Star Channel, dat in 1997 onder de drempel van 50% van uitgezonden Europese producties was gedaald, is in 1998 weer boven dit percentage uitgekomen.

In Spanje hebben de kanalen TVE 1, TVE 2, Antena 3 en Tele 5, die een kijkdichtheid hebben van 77,5 %, in 1998 53,3% van hun zendtijd aan Europese producties besteed. Gedurende de beide referentiejaren voldeden alle kanalen, behalve Tele 5 en Antena 3 (alleen in 1997) waarvan het aandeel evenwel stijgt, aan de bepalingen van artikel 4. Op een totaal van 13 kanalen is in het geval van 7 het percentage uitgezonden Europese producties toegenomen, bij 3 is het gedaald en bij nog eens 3 is het percentage hoofdzakelijk ongewijzigd gebleven.

In Frankrijk hebben de kanalen TF 1, France 2, France 3, Canal + en M6, die een kijkdichtheid hebben van 92,6 %, in 1998 voor omstreeks 69,2 % aan Europese producties uitgezonden. Benadrukt dient te worden dat de etherkanalen en de meeste kabelkanalen voldoen aan de richtlijn. Toch besteden verscheidene kabelkanalen niet het grootste deel van hun zendtijd aan Europese producties (11 in 1997 en 9 in 1998). Deze niet-naleving wordt verdedigd op grond van het feit dat bepaalde kanalen nog maar kort bestaan en op grond van het thematische karakter van hun programma-aanbod.

In Ierland hebben de kanalen RTE1 en Network 2, met een kijkdichtheid van 53 %, in 1998 voor ongeveer 81,7 % aan Europese producties uitgezonden. Ierland leeft de bepalingen van de richtlijn grotendeels na.

In Italië hebben de kanalen RAI Uno, Rai Due, Rai Tre, Canale 5, Italia 1, Rete 4 en TMC, met een kijkdichtheid van 92,2 %, in 1998 voor omstreeks 68,2 % aan Europese producties uitgezonden.

Vier van de voornaamste van de elf onderzochte kanalen voldoen aan de voorschriften van artikel 4 en het percentage uitzendingen van Europese producties stijgt over het algemeen (met uitzondering van het kanaal Canale 5, waarvan het percentage lichtelijk is gedaald ten opzichte van 1995/96). Deze verbetering geldt ook voor de kanalen die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 4 van de richtlijn (Italia Uno en Retequattro).

De meeste gegevens betreffende pas opgerichte kanalen ontbreken en er wordt de aandacht op gevestigd dat de onderzochte kanalen niet het in de richtlijn voorziene niveau van uitzendingen van Europese producties bereiken. In het verslag van de lidstaat wordt uiteengezet dat deze niet-nakoming ten dele het gevolg is van de trage tenuitvoerlegging van Richtlijn 97/36/EG. Als gevolg van deze aanzienlijke leemte qua gegevens kan er geen diepgaande evaluatie plaatsvinden van de stand van zaken in verband met de minder belangrijke kanalen in deze lidstaat.

In Luxemburg heeft het kanaal RTL Tele Lëtzeburg, met een kijkcijfer van 58,32 % gedurende de zendtijd met de grootste kijkdichtheid, in 1997 en 1998 voor 100% aan Europese producties uitgezonden. Wat betreft de kanalen die ook uitzendingen in andere lidstaten verzorgen wordt erop gewezen dat het percentage van RTL 5 sinds het vorige verslag aanzienlijk is gestegen. RTL-TVi voldeed in 1998 aan de richtlijn en Club RTL in 1997. Daarentegen besteedden gedurende de referentieperiode vijf kanalen niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese producties [RTL5 (1997/98), RTL Tvi (1997), RTL 9 (1998), RTL9 SAT in 1998 en RTL7 (1997/98)]. De resultaten van RTL9 zijn nadelig beïnvloed door de herstructurering die tussen 1997 en 1998 heeft plaatsgevonden. RTL7 is in december 1996 begonnen uit te zenden; toch kan ten opzichte van de voorafgaande periode een daling van het percentage uitgezonden Europese producties vastgesteld worden.

In Nederland hebben de kanalen NED 1, TV2, NED 3, Veronica en SBS 6, met een kijkdichtheid van 54,2 %, in 1998 ongeveer 76,3 % van hun zendtijd aan Europese producties besteed. Het merendeel (7) van de onderzochte kanalen (11) voldoen aan de voorschriften van artikel 4. In het geval van bepaalde kanalen is sprake van een lichte stijging en in het geval van andere van een onveranderde situatie. SBS 6 (sportprogramma's), TV10/Fox (onlangs geherstructureerd) en Canal + 1 en 2 (betaalkanalen) besteden nog steeds niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese producties. Het Commissariaat voor de Media heeft tegen SBS6 en TV10 een procedure aangespannen op grond van « de niet-naleving van het percentage Europese producties », zoals vermeld in artikel 52k van het Mediabesluit.

In Portugal hebben de kanalen RTP1, RTP2, SIC et TVI, die het gehele kijkerspubliek bestrijken, in 1998 voor omstreeks 43,4 % aan Europese producties uitgezonden. Er wordt op gewezen dat de kanalen RTP1, RTP2 et RTPI (het internationale kanaal) de richtlijn naleven, maar dat SIC en TVI nog steeds niet het grootste deel van hun zendtijd aan Europese producties besteden.

In Finland hebben de kanalen MTV3, TV1, TV2 en Nelonen, met een kijkdichtheid van 95 %, voor ongeveer 64,2 % aan Europese producties uitgezonden. Over het algemeen leeft Finland de richtlijn na. Het verdient vermelding dat het kanaal Nelonen in 1997/1998 50 % van zijn zendtijd aan Europese producties heeft besteed.

In Zweden hebben de kanalen SVT-1, SVT-2 et TV4, die een kijkdichtheid hebben van 75,6 %, in 1998 voor omstreeks 74,2 % aan Europese producties uitgezonden. De kanalen ZTV, TV8, SVT1, SVT2, UR, TV4 besteden ruimschoots het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese producties. Vijf andere kanalen bereiken evenwel niet het in de richtlijn voorgeschreven aandeel van uitzendingen van Europese producties. Deze situatie deed zich reeds voor ten tijde van het laatste verslag. Canal + en Canal + Gul hebben hun percentage uitzendingen van Europese producties verdubbeld; zij besteden echter over het geheel genomen nog bij verre niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese producties. TV 1000, Cinema en TV 6 hebben ten opzichte van de voorafgaande periode daarentegen ternauwernood voortgang geboekt.

In het Verenigd Koninkrijk hebben de kanalen BBC 1, BBC 2, ITV, Channel 4 en Channel 5, met een kijkdichtheid van 86,8 % , in 1998 voor ongeveer 68,2 % aan Europese producties uitgezonden. In vergelijking tot het vorige verslag is in het geval van 26 kanalen het percentage uitzendingen van Europese producties toegenomen, bij 14 is het percentage in hoofdzaak gelijk gebleven en bij 19 is het teruggelopen. In het geval van 37 kanalen wordt niet het in de richtlijn voorgeschreven percentage Europese producties gehaald. Er is sprake van een aanzienlijke uitbreiding van het aantal kanalen (van 80 tot179). Voor het merendeel van deze nieuwe kanalen zijn de gegevens niet beschikbaar (als redenen worden opgegeven : de recente oprichting van het kanaal, specifieke programma's, gebruik van niet-communautaire talen, afhankelijkheid van ondernemingen uit derde landen).

Algemene overwegingen

De meeste kanalen die niet het in de richtlijn voorgeschreven aandeel hebben kunnen bereiken, hebben daartoe een of verscheidene van de volgende redenen aangevoerd:

1) De recente oprichting van het kanaal, herstructurering van een reeds bestaand kanaal of uitbreiding van zijn programma-aanbod. Op grond van een zuiver economische analyse kiezen de kanalen in deze omstandigheden voor minder dure en onmiddellijk beschikbare, dus over het algemeen niet-Europese programma's.

2) Thematische aard van het kanaal. Met het oog op bepaalde financiële knelpunten ondervindt de Europese productie moeilijkheden om gespecialiseerde producties te ontwikkelen. De eraan verbonden kosten liggen vaak veel hoger dan die van producties uit derde landen.

3) De statistische gegevens betreffende de thematische muziekkanalen zijn bijzonder moeilijk te achterhalen, aangezien het bijna onmogelijk is om de oorsprong van een muziekclip vast te stellen.

4) Filmkanalen. Deze kanalen stemmen hun programmering af op grote, dure filmproducties. Over het algemeen is het moeilijk om Europese films te vinden die aan deze voorwaarden voldoen.

5) Dochtermaatschappijen van ondernemingen uit derde landen. De moedermaatschappij bepaalt de programmering en gewoonlijk maakt zij gebruik van haar eigen aanbod.

6) Vertraging van de tenuitvoerlegging van de richtlijn.

De beide eerste argumenten voor niet-naleving zijn conjunctureel van aard. Daarom zouden de betrokken kanalen, zelfs als de lidstaten op de korte termijn geen maatregelen treffen, in staat moeten zijn snel te voldoen aan de richtlijn. Daarentegen blijkt uit het derde, vierde en vijfde argument dat de lidstaten een grondiger controle moeten uitvoeren om te trachten verbetering te brengen in de huidige situatie.

1.2 Producties van onafhankelijke producenten

Wat betreft de naleving van artikel 5 inzake de onafhankelijke producties, zijn de in de nationale verslagen vermelde resultaten over het algemeen bevredigend.

In Oostenrijk komen alle kanalen de doelstellingen van de richtlijn na. De kanalen ORF1 en ORF 2 hebben zelfs gedurende de referentieperiode een stijging van het percentage Europese producties van onafhankelijke producenten bereikt.

In België leeft de Franse Gemeenschap grotendeels de voorschriften van de richtlijn na. In de Vlaamse Gemeenschap is gedurende de referentieperiode het aantal uitzendingen van onafhankelijke producties door TV1 en Tv2 gedaald, terwijl bij andere kanalen, met name CANAL + 1 en 2 daarentegen het aantal uitzendingen van onafhankelijke producties toegenomen is. Tijdens de referentieperiode waren er in de Duitstalige Gemeenschap geen omroeporganisaties.

In Duitsland voldeden de resultaten van de kanalen in het algemeen aan de voorgeschreven criteria. Phoenix (1997/98), MultiThématiques (1997/98), VIVA (1997/98) en VIVA 2 (1997/98) geven structurele problemen op als reden voor niet-naleving van artikel 5 van de richtlijn. De ontoereikende resultaten van deze kanalen worden in zekere zin gecompenseerd door de verbeterde resultaten van andere kanalen. Verscheidene kanalen zenden zelfs voor 100% aan producties van onafhankelijke producenten uit (Discovery Channel, DSF, ONYX MUSIC TELEVISION, Premiere, SAT 1, Super RTL en TM3).

Denemarken behaalt bevredigende resultaten. Alle kanalen komen de voorschriften van de richtlijn na. Het percentage van Erotica Rendez-Vous is in 1996 en 1997 met 0,5% toegenomen, terwijl de percentages van DR1, DR2 en DK4 daalden.

Griekenland heeft zijn aandeel van onafhankelijke producties verbeterd. Voor ET1, ET2 en TV Makedonia was deze verbetering opmerkelijk (de beide eerste bevinden zich dicht bij 20% en de derde haalt 100%). Alle kanalen, behalve ANT1, hebben in 1998 de bepalingen van artikel 5 nageleefd.

In Spanje komt het merendeel van de kanalen artikel 5 van de richtlijn na; ten opzichte van de periode 1995/96 is het percentage gestegen. Toch bereiken CST, ETB1 en TVG niet 10% onafhankelijke producties, ook al bereikten zij in de voorafgaande periode wel dit percentage. TV3 komt de richtlijn nog steeds niet na, maar heeft zijn percentage verhoogd (van 2,2% tot 9,2%).

In Frankrijk komen alle kanalen boven 10% onafhankelijke producties uit. Bijzonder in het oog springt het voorbeeld van La Cinquième, een etherkanaal, omdat er zich een aanzienlijke daling van de cijfers heeft voorgedaan (van 72% in 1995 tot 15% in 1997, terwijl ze in 1998 weer stegen tot 20,5%). De via de kabel uitgezonden programma's laten daarentegen een opwaartse tendens zien.

Ierland leeft de bepalingen van de richtlijn grotendeels na.

Italië heeft slechts fragmentarisch gegevens betreffende onafhankelijke producties verstrekt. Wat betreft de kanalen waarvan de gegevens beschikbaar zijn is het percentage onafhankelijke producties grotendeels in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn, zij het dat er sprake is van een dalende lijn.

Luxemburg voldoet in grote lijnen aan de doelstellingen van de richtlijn. Sinds de voorafgaande referentieperiode hebben vier kanalen (RTL5, RTL Télévision, RTL Tvi en Club RTL) het percentage onafhankelijke producties verhoogd en hebben drie kanalen (RTL4, RTL9 en RTL7) het verminderd.

Nederland komt de voorschriften van de richtlijn na. Alle kanalen hebben hun percentage onafhankelijke producties uitgebreid en in het geval van Canal + Nederland is deze stijging aanzienlijk (van 17% in 1996 tot 100% in 1997/98).

In Portugal bereiken alle kanalen het in de richtlijn voorgeschreven aandeel van onafhankelijke producties. De Portugese autoriteiten vestigen er in het verslag echter de aandacht op dat de nationale productie kwetsbaar is door de felle concurrentie van in Brazilië vervaardigde producties. In vergelijking tot de referentieperiode 1995/96 hebben drie kanalen (RTP1, RTP2 en TV1) hun aandeel uitgebreid en twee andere (RTPI et SIC) het verminderd.

Vier kanalen in Finland komen de doelstellingen van de richtlijn na, hoewel de cijfers tijdens de referentieperiode over de gehele linie een daling laten zien.

In Zweden leven de kanalen, waarvan de gegevens beschikbaar zijn, over het algemeen de bepalingen van de richtlijn na. Ten opzichte van de periode 1995/1996 hebben drie kanalen (ZTV, STV1 et STV2) echter een lager percentage bereikt en is het slechts in het geval van één kanaal (TV4) gestegen.

In het Verenigd Koninkrijk voldoen talrijke kanalen aan de verplichting om voor 10% aan onafhankelijke producties uit te zenden; opgemerkt dient evenwel te worden dat de gegevens betreffende 53 kanalen ontbreken en dat 20 kanalen beneden de drempel van 10% blijven. Ten opzichte van de referentieperiode 1995/96 hebben 33 kanalen hun percentage uitgezonden onafhankelijke producties verhoogd en is dit bij 16 kanalen gedaald. In het nationale verslag komen 27 kanalen in aanmerking voor vrijstelling van het verstrekken van gegevens.

Over het geheel genomen zijn de door de lidstaten verstrekte gegevens adequaat en toereikend. Toch bestaat er in bepaalde gevallen geen deugdelijke reden voor het ontbreken van de gegevens. 2. Tenuitvoerlegging door de staten van de Europese Vrijhandelsassociatie die tot de Europese Economische Ruimte behoren

Dit verslag bevat voor de tweede keer de gegevens betreffende IJsland en Noorwegen; Liechtenstein heeft geen verslag ingediend omdat er geen enkele omroeporganisatie onder zijn jurisdictie valt.

In IJsland zijn de cijfers voor Europese productie gedurende de referentieperiode ternauwernood veranderd. RUV besteedt conform de richtlijn het grootste gedeelte van de zendtijd aan Europese producties en Channel 2 niet. RUV leeft ook grotendeels de bepalingen betreffende onafhankelijke producties van de richtlijn na. Betreffende Channel 2 zijn geen gegevens verstrekt.

In Noorwegen bereiken NRK AS en NRK2 bevredigende resultaten voor de Europese producties, terwijl de cijfers van TV2 AS et TVNORGE AS zijn gedaald als gevolg van een nieuw programmeringsbeleid, waarbij de aankoop en productie van programma's door beide kanalen gezamenlijk wordt verricht.

De door TV2 AS et TVNORGE AS uitgezonden onafhankelijke producties vertonen een stijgende lijn. De resultaten van NRK AS en NRK2 zijn matiger: de cijfers daalden van respectievelijk 57% tot 11% en van 78% tot 8%. Dit laatste resultaat bevindt zich onder het in de richtlijn vastgelegde minimum. II. - SAMENVATTING VAN DE VERSLAGEN VAN DE LIDSTATEN

Toelichting :

"NM": niet-meegedeelde gegevens.

"-": geeft aan dat het kanaal gedurende de aangegeven periode niet bestaat.

OOSTENRIJK

A)Statistisch overzicht

1.Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Het verschil met het jaar 1995 kan verklaard worden uit het feit dat de ORF op 6 maart 1995 een volledig nieuw programmaschema heeft ingevoerd, waardoor ORF een kanaal voor films en tv-series is geworden en ORF2 daarentegen het "kanaal van Oostenrijk." Deze gewijzigde programmering heeft ook als gevolg gehad dat het totale aantal dagelijkse zenduren van de ORF van 34 tot 48 (2 x 24 uur) is uitgebreid. Om een einde te maken aan de onderbreking van de nachtelijke uizendingen werden vooral reeds in de filmsector beschikbare licenties benut. Omdat de licenties binnenkort vervallen heeft de programmaleiding daarom besloten hiervan gebruik te maken.

2. Onafhankelijke producenten-

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

In de toekomst kan een uitbreiding van de quota van Europese producties verwacht worden, vooral omdat Duitse producties inmiddels populairder zijn bij de kijkers en hun aandeel en dat van vergelijkbare producties daarom de komende jaren binnen het programma-aanbod zal toenemen. De ORF heeft zijn werkzaamheden op het terrein van de coproductie met hoofdzakelijk Duitse partners uit zowel de publieke als de particuliere sector al geïntensiveerd (bijvoorbeeld: de series "Medicopter" met RTL, de serie "Kommissar Rex" met SAT1). Daarom kan er van worden uitgegaan dat het percentage EP's op ORF1 gedurende de volgende referentieperiode (1999-2000) zal toenemen.

D) Overige opmerkingen

De hierboven vermelde gegevens hebben betrekking op de uitzendingen van televisieprogramma's van zowel de Oostenrijkse radio- en tv-omroep (ORF) als op het per satelliet door Regional-TV Services AG uitgezonden programma. Deze particuliere omroeporganisatie is door de particuliere omroep verantwoordelijke instantie gemachtigd om uitzendingen te verzorgen en is op 1 augustus begonnen een programma via een satelliet uit te zenden (derhalve is alleen de periode van 1 augustus - 31 december 1998 in aanmerking genomen).

Behalve de bovenvermelde omroeporganisaties zenden verscheidene andere omroepen in Oostenrijk programma's via lokale kabelnetwerken uit. Aangezien deze uitzendingen bestemd zijn voor een lokaal kijkerspubliek en geen deel uitmaken van het nationale net blijven deze organisaties in overeenstemming met de bepalingen van artikel 9 van de richtlijn in dit verslag buiten beschouwing.

BELGIË

De Commissie heeft twee verslagen ontvangen van respectievelijk de Franse Gemeenschap van België en de Vlaamse Gemeenschap van België. Geen verslag is ingediend door de Duitstalige Gemeenschap (Deutschsprachige Gemeinschaft) en de Belgische Federale Regering: onder beider bevoegdheid valt geen omroeporganisatie die moet voldoen aan quota voor Europese producties.

FRANSE GEMEENSCHAP VAN BELGIË

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. . Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Wat betreft RTL-Tvi in 1997 zijn geen mededelingen gedaan.

2. Onafhankelijke producenten

Toelichting ontbreekt.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Niet van toepassing sinds het jaar 1998, in de loop waarvan volledig voldaan werd aan de quota voor producties.

D) Overige opmerkingen

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

VLAAMSE GEMEENSCHAP

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Door de aard van de programmering van CANAL+ TELEVISIE, waarvan beide kanalen voornamelijk films uitzenden, worden de percentages niet gehaald. De Vlaamse Gemeenschap wijst er niettemin op dat het aandeel Europese producties van 1997 tot 1998 toegenomen is.

2. Onafhankelijke producenten

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Wat betreft VMM stelt de Vlaamse Gemeenschap vast dat de percentages van deze omroeporganisatie in 1998 een stijgende lijn laten zien ten opzichte van 1997 en dat er op grond van het aldus bereikte gemiddelde van 50%, dat even hoog is als dat van VTM en KANAAL 2, voor de toekomst geen bijzondere maatregelen hoeven te worden overwogen.

Gezien de al eerder genoemde specifieke programmering van CANAL + TELEVISIE is de Vlaamse Gemeenschap van oordeel dat er geen maatregelen kunnen worden getroffen.

D) Overige opmerkingen

Het tweede kanaal ( TV 2 ) van de VRT is op 1 december 1997 verdeeld in CANVAS/KETNET. De gegevens betreffende TV2 - CANVAS/KETNET zijn voor 1997 afzonderlijk vermeld. Vanaf 1998 hebben de verstrekte gegevens alleen betrekking op CANVAS/KETNET.

CANAL+ TELEVISIE heeft de activiteiten overgenomen van FILMNET TELEVISION, dat FILMNET 1 en FILMNET 2 uitzond. FILMNET 1 is op 1 augustus 1997 CANAL+ 1 geworden en vervolgens, op 1 april 1998, CANAL+ Groen. FILMNET 2 is op dezelfde data CANAL+ 2 en CANAL + Blauw geworden.

SUPERSPORT heeft op 1 augustus 1997 zijn uitzendingen gestaakt.

De Vlaamse Gemenschap is van oordeel dat het niet noodzakelijk is maatregelen te nemen inzake het percentage Europese producties van de Vlaamse Mediamaatschappij (VMM).

De VMM heeft twee kanalen: VTM en Kanaal 2. VTM heeft tweemaal zoveel zendtijd als Kanaal 2. Als dit percentage in aanmerking wordt genomen en de nieuws-, sport-, spel, reclame-, teletekst en voor telewinkelen bestemde programma's niet worden meegeteld, besteedt de VMM het grootste gedeelte van haar zendtijd aan Europese producties.

DUITSLAND

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

*) Het percentage recente producties wordt berekend op basis van de Europese producties en niet op basis van de onafhankelijke producties.

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

DF1:

DF1 is een nieuw kanaal dat in de beginfase nog niet in staat is om de verplichtingen betreffende percentages na te komen.

Kabel 1

Op grond van zijn thematische aard zendt het kanaal Kabel 1 nog maar een betrekkelijk gering aandeel aan Europese producties uit; dit aandeel vertoont echter een stijgende lijn.

Première

Première is een betaalkanaal waarvan het aandeel van de onder de quotaregeling vallende uitzendingen hoofdzakelijk gewijd is aan films. De reeds belichte problemen met betrekking tot de voorafgaande referentieperiodes duren nog steeds voort. Zowel het aandeel van Europese producties als dat van eerste uitzendingen (Erstausstrahlungen) neemt toe en bij deze laatste bedraagt het percentage Europese producties duidelijk meer dan 50%.

Pro Sieben

Het gedeelte van de voor Europese producties bestemde zendtijd van dit kanaal neemt toe en bevindt zich slechts 2% onder de drempel van 50%.

RTL2

Dit kanaal is een van de onlangs opgerichte Duitse omroeporganisaties, die pas na een fase van economische consolidering de quotaregeling zullen kunnen naleven.

Super RTL

Dit kanaal is een van de onlangs opgerichte Duitse omroeporganisaties, die pas na een fase van economische consolidering de quotaregeling zullen kunnen naleven.

VIVA2

Dit kanaal is een van de onlangs opgerichte Duitse omroeporganisaties, die pas na een fase van economische consolidering de quotaregeling zullen kunnen naleven.

2. Onafhankelijke producenten

Phoenix

Gezien de structuur van dit kanaal kan slechts een klein gedeelte van de productie worden uitbesteed.

MultiThématik

Gezien de structuur van dit kanaal jan slechts een klein gedeelte van de productie worden uitbesteed.

VIVA

Gezien de structuur van dit kanaal kan slechts een klein gedeelte van de productie worden uitbesteed.

VIVA2

Gezien de structuur van dit kanaal kan slechts een klein gedeelte van de productie worden uitbesteed.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

De bevoegde instanties plegen voortdurend overleg met de verschillende omroeporganisaties.

D) Overige opmerkingen

1. Phoenix

Het door Phoenix uitgezonden percentage onafhankelijke producties resulteert uit de specifieke opzet van deze omroeporganisatie, die een thematisch kanaal is. Twee derde van de programma's betreffen de zogenaamde "doorgifte van uitzendingen van evenementen" en discussieprogramma's die gezien hun aard eigen producties zijn die niet kunnen worden uitbesteed aan onafhankelijke producenten. Bovendien wordt - afgezien van een zeer gering aantal weekeinden - geen enkele documentaire na middernacht opnieuw uitgezonden, waardoor vanzelf het aandeel van onafhankelijke Europese producties in verhouding tot de totale zendtijd minder wordt.

Van 7 april 1997 tot 30 oktober 1997 heeft dit kanaal van 7.30 uur - 24.00 uur uitgezonden, ofwel ongeveer gedurende 16, 5 uur. Sinds 1 november verzorgt dit kanaal het gehele etmaal uizendingen, waarbij 's nachts discussieprogramma's en "doorgegeven uitzendingen van evenementen" herhaald worden.

2. DSF

Percentage recente producties (C) bedraagt meer dan 90%: gezien de korte periode waarin onder de quotaregeling vallende programma's zijn uitgezonden is het moeilijk om nauwkeuriger gegevens te verstrekken.

3. Kabel 1

Te weinig uitzendingen

4. n-tv

Gegevens niet beschikbaar (informatiekanaal).

5.Super RTL

Te weinig uitzendingen.

6. TM3

Onlangs opgerichte omroeporganisatie.

7. VH-1 - VIVA - VIVA2

Muziekkanaal (24 uur per etmaal) dat voor meer dan 90% aan eigen producties uitzendt.

DENEMARKEN

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

PPV - TV Bio is in november 1996 begonnen uit te zenden en heeft in oktober 1997 voor meer dan 50 % aan Europese producties bereikt, waardoor het gemiddelde voor het jaar 1997 36% bedroeg.

DSTV heeft als gevolg van moeilijkheden bij het verwerven van rechten op Europese programma's voor 1998 niet voor 50% aan Europese producties gehaald.

2. Onafhankelijke producenten

Toelichting ontbreekt.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Het onafhankelijke Comité voor satelliet en kabel, dat vergunningen afgeeft aan tv-stations die via satelliet of kabel uitzenden, zal door het ministerie van Cultuur worden verzocht de situatie in verband met TvDanmark te onderzoeken met het oog op eventuele sancties.

D) Overige opmerkingen

De 8 regionale kanalen van TV 2 zenden dagelijks gedurende een half uur tot een uur lokale informatie uit in de hiertoe bestemde "blokken" van kanaal TV 2. De gegevens betreffende deze programma's zijn niet in de totale cijfers opgenomen.

GRIEKENLAND

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Toelichting ontbreekt.

2. Onafhankelijke producenten

Toelichting ontbreekt.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Toelichting ontbreekt.

D) Overige opmerkingen

1. Het percentage voor recente Europese producties van onafhankelijke producenten gereserveerde zendtijd is berekend op basis van de voor Europese producties van onafhankelijke producenten bestemde zendtijd.

2. De Griekse televisiekanalen leven de uit de richtlijn "Televisie zonder grenzen" voortvloeiende verplichtingen na en zenden zelfs in bijna alle gevallen een percentage Europese producties uit dat hoger ligt dan in de richtlijn is voorgeschreven.

SPANJE

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Conform de bepalingen van Richtlijn 89/552/EEG staat de Spaanse wetgeving een geleidelijke harmonisatie toe. Er zijn geen gevallen van niet-nakoming geconstateerd.

2. Onafhankelijke producenten

Conform de bepalingen van Richtlijn 89/552/EEG, staat de Spaanse wetgeving een geleidelijke harmonisatie toe. Er zijn geen gevallen van niet-nakoming geconstateerd.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Indien de vastgestelde quota niet worden bereikt zal de overheid driemaandelijkse controles invoeren om de exploitant te dwingen aan zijn jaarlijkse verplichtingen te voldoen.

D) Overige opmerkingen

Onafhankelijke producties: bij de gegevens zijn de producties meegerekend die op verzoek van een kanaal door onafhankelijke producenten zijn vervaardigd.

FRANKRIJK

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Dit verslag heeft tot doel om vast te stellen of de televisie-omroeporganisaties in de loop van 1997 en 1998 artikel 4, dat betrekking heeft op het gedeelte van hun zendtijd dat zij reserveren voor Europese producties, en artikel 5, dat betrekking heeft op het aan Europese producties van onafhankelijke producenten gewijde gedeelte van hun zendtijd, hebben toegepast.

Overeenkomstig artikel 9 van de richtlijn vallen omroeporganisaties die plaatselijke televisie-uitzendingen uitzenden en geen deel uitmaken van een nationaal net buiten het toepassingsgebied van de artikelen 4 en 5.

Dit verslag behandelt dus alle nationale etheromroepen die tijdens de referentieperiode uitzonden, te weten de maatschappijen: TF1, France 2, France 3, Canal+, La Cinquième en M6 en de 38 in 1997 respectievelijk 47 in 1998 via de kabel verspreide diensten.

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

a) Etherkanalen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Zowel ten aanzien van artikel 4 als artikel 5 is aan alle verplichtingen voldaan.

b) Via de kabel verspreide diensten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

In 1997 hebben 10 thematische kabeldiensten niet het vereiste minimum voor Europese producties bereikt :

Bij 5 daarvan gaat het om kanalen die behoren tot de maatschappij AB Sat, die slechts via een gering aantal kabelnetwerken worden verspreid.

Drie kanalen zijn volledig voor films bestemd (Cinestar 1 en Cinestar 2, die grotendeels identiek zijn, en Cinétoile, dat zich op oude films richt ).

* Ten slotte Disney Channel en Multivision.

Multivision, een pay-per view televisiestation, heeft sinds zijn oprichting in 1994 moeilijkheden ondervonden bij het verwerven van de uitzendrechten van recente Europese films die voldoende aantrekkelijk zijn. Multivision heeft bij de Conseil de la Concurrence (Raad voor de Mededinging) een zaak aanhangig gemaakt betreffende het functioneren van de markten van de betaaltelevisie en de uitzendrechten van Franse films, en beriep zich daarbij met name op de blokkering van de door het kanaal premium Canal + uitgeoefende rechten. Een recent vonnis van het Cour d'Appel (Hof van Beroep) van Parijs heeft de beslissing van de Conseil de la Concurrence bevestigd op grond waarvan Canal + wordt gelast niet langer aan de vooraankoop van exclusieve uitzendrechten van recente bioscoopfilms via abonneetelevisie de voorwaarde te verbinden dat de producent ervan afziet om de uitzendrechten van deze films over te dragen aan derden met het oogmerk deze door een pay-per-view televisiestation uit te zenden.

Door deze uitspraak zullen de pay - per - view televisiestations , waaronder het in 1998 opgerichte Kiosque, in staat zijn om de Europese quotaregeling beter na te leven.

Over het geheel genomen is de situatie in 1998 verbeterd, aangezien 8 thematische kabelzenders van de 45 die gegevens hebben verstrekt niet aan het vereiste minimum voldoen. Het betreft zes dezelfde kanalen als in het voorafgaande jaar, die alle meer Europese producties zijn gaan uitzenden (met uitzondering van "Action" van AB Sat), en voorts het nieuwe pay-per-view station "Kiosque" en het uit Studios Universal voortgekomen kanaal "13ème Rue".

2. Onafhankelijke producenten

Beoordeeld op basis van het voor programma's bestemde budget of de zendtijd ligt het percentage Europese producties van onafhankelijke producenten bij alle via de kabel verspreide diensten hoger dan de richtlijn voorschrijft. Artikel 5 wordt derhalve nageleefd.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Op 26 oktober 1999 is aan de diensten die niet de krachtens de Franse regelgeving verplichte percentages hebben bereikt een aanmaning verzonden om in de toekomst de quota van uit te zenden producties na te komen.

Aangezien de regelgeving strenger is dan de in artikel 4 van de richtlijn "TZG" vastgelegde voorschriften, spreekt het vanzelf dat deze aanmaning ook betrekking heeft op de niet-nakoming van dit artikel.

In dit verband wordt eraan herinnerd dat krachtens de overeenkomsten tussen de CSA en elke dienst er geen sanctie kan worden opgelegd indien de exploitant niet eerst is aangemaand om de verplichting na te leven.

D) Overige opmerkingen :

Bijzonder geval

Sinds 28 september 1992 wordt het Frans-Duitse kanaal Arte (Europees economisch samenwerkingsverband) van 19.00 uur tot 1.00 uur 's ochtends via het vijfde Franse ethernetwerk uitgezonden. In overeenstemming met zijn rol van Europees cultuurkanaal bestaat zijn programma-aanbod hoofdzakelijk uit Europese producties (2114 uur, ofwel 82, 1%, in 1997 en 2147 uur, ofwel 83,2%, in 1998) die voor de helft uit het Duitse voor de andere helft uit het Franse taal- en cultuurgebied afkomstig zijn, alsook van tv-omroeporganisaties die onlangs als geassocieerde leden overeenkomsten zijn aangegaan.

Voorts heeft La Sept, de Franse poot van het Europees economisch samenwerkingsverband op een programmabudget van respectievelijk 377 miljoen frank en 408 miljoen frank voor respectievelijk 152,6 miljoen frank en 172,1 miljoen frank bestemd voor onafhankelijke producenten ten behoeve van oorspronkelijk Franstalige producties; hiermee heeft zij voor 40% en 42% aan de in artikel 5 van de richtlijn vastgelegde verplichting voldaan.

IERLAND

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties.

Toelichting ontbreekt.

2. Onafhankelijke producenten. Toelichting ontbreekt.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Toelichting ontbreekt.

D) Overige opmerkingen

(*) Teilifís Na Gaeilge is op 31 oktober 1996 begonnen uit te zenden. De programma's van dit kanaal zijn voornamelijk in het Iers. De vervaardiging van deze programma's wordt meestal toevertrouwd aan onafhankelijke producenten.

(**) TV 3 is een particuliere televisie-omroeporganisatie die in september 1998 begonnen is programma's uit te zenden. De organisatie exploiteert één kanaal. De expoitant en de onafhankelijke commissie voor radio en televisie stellen momenteel de regels inzake rapportage op. De IRTC heeft meegedeeld dat TV3 nog niet lang genoeg bestaat om statistische gegevens betreffende de referentieperiode te verstrekken.

ITALIË

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

* Europese producties

In het verslag wordt uiteengezet dat de niet-inachtneming ten dele het gevolg is van de vertraagde tenuitvoerlegging van Richtlijn 97/36/EG. Als gevolg hiervan was het bijzonder moeilijk homogene criteria voor de follow-up vast te stellen, met name met betrekking tot de te ontvangen gegevens. De aanvaarding van Wet 122 in mei 1998 heeft evenwel geleid tot een stijgende tendens gedurende het laatste kwartaal van het jaar.

2. Onafhankelijke producties

Volgens het verslag worden krachtens Wet 122/98 bij de definitie van onafhankelijke producties twee criteria gehanteerd: 1) de omroeporganisatie bezit niet een te groot gedeelte van het kapitaal van een productiemaatschappij; 2) de productiemaatschappij levert gedurende een periode van drie jaar niet meer dan 90% van haar productie aan dezelfde omroeporganisatie.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Vastgesteld wordt in het verslag dat de Italiaanse bevoegde autoriteiten op het terrein van de regelgeving inzake de communicatiesector gerechtigd zijn om beslissingen te nemen betreffende de vervaardiging en de programmering van Europese producties.

D) Overige opmerkingen

De opstellers van het verslag betreuren het dat de omroeporganisatie om verschillende redenen geen volledige gegevens hebben kunnen verstrekken over Tele+ Grigio, TMC, TMC2, Rete Mia, Rete Capri en Rete A , zoals vanwege het feit dat de organisatie in kwestie zich voornamelijk wijdt aan teleshopping, vanwege de thematische specialisatie of de moeilijkheid om op de Europese markt geschikte programma's tegen een redelijke prijs te vinden. De gegevens zullen in een later stadium volgen.

LUXEMBURG

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. 2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* RTL7 is op 6 december 1996 begonnen uit te zenden B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

De kanalen RTL Télé Lëtzebuerg, RTL Television, RTL4 en Club RTL hebben de in de richtlijn voorgeschreven percentages bereikt.

RTL TVi heeft in 1998 het grootste deel van de zendtijd aan Europese producties besteed. Ook RTL 5 heeft voooruitgang geboekt en besteedde ondanks de in 1997 gewijzigde formule het grootste gedeelte van de zendtijd aan Europese producties.

Helaas besteedden RTL9 in 1998 en RTL7 in 1997 en 1998 niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan Europese producties.

Deze situatie is voornamelijk het gevolg van een tekort aan Europese producties (fictie) tegen concurrerende prijzen die geschikt zijn voor het kijkerspubliek van deze kanalen waarvan het programma-aanbod hoofdzakelijk bestaat uit fictie en die tijdens de referentieperiode 1997/98 met ernstige economische problemen kampten.

RTL9 heeft eind 1997 en in 1998 een ingrijpende herstructurering ondergaan met de bedoeling om een zeer slechte economische situatie te verbeteren. Gedurende dezelfde periode maakte de Franse markt van de commerciële televisie een revolutionaire ontwikkeling door. De explosieve groei van het aantal thematische kanalen en met name kanalen die fictie uitzenden maakte het steeds moeilijker om Europese producties te verkrijgen en heeft geleid tot een ware kosteninflatie waaraan het kanaal tijdens een intern herstructureringsproces niet het hoofd kon bieden.

RTL7 is een nieuw, Poolstalig kanaal, dat pas in december 1997 is begonnen uit te zenden. Het merendeel van de kijkers van dit kanaal bevindt zich binnen de Poolse markt die zich in volle ontwikkeling en in de greep van een felle concurrentieslag bevindt. Aangezien RTL7 slechts op beperkte schaal (satelliet en enige kabelnetwerken) uitzendingen kan verzorgen ziet het kanaal zich nog steeds geconfronteerd met problemen in verband met economische overlevingskansen.

2. Onafhankelijke producenten

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

De regering heeft CLT-UFA verzocht zodanige maatregelen te treffen dat alle kanalen het grootste gedeelte van de zendtijd aan Europese producties besteden.

D) Overige opmerkingen

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

NEDERLAND

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*) De NOS verzamelt de gegevens (betreffende de publieke omroepen, te weten Nederland 1, TV2 en Nederland 3) op basis van de totale zendtijd (met uitzondering van de aan informatie, sportevenementen, enz. gewijde zendtijd).

SBS6 heeft als steekproef één week (aselect getrokken) per kwartaal van de referentieperiode genomen.

Veronica heeft als steekproef de volgende weken genomen: 3, 16, 29, 38 en 47.

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

SBS6 verklaart dat het niet in staat was te voldoen aan het percentage Europese producties omdat het een aanzienlijk gedeelte van het voor de programma's gereserveerde budget heeft bestemd voor uitzendingen in verband met informatie en sportevenementen en het overdag minder Nederlandse producties heeft heruitgezonden. SBS6 is ervan overtuigd dat dit percentage de komende jaren opnieuw zal stijgen, gezien het feit dat dit kanaal op het ogenblik ook producties op de Engelse markt aankoopt.

Sinds 19 december 1998 heet TV10 Fox. Tot 1 oktober 1997 zond TV10 hoofdzakelijk oude televisieseries uit. Sindsdien heeft dit kanaal zijn programmering overdag gewijzigd en zendt het, onder de naam Fox-kids, hoofdzakelijk (Amerikaanse) tekenfilms uit.

Canal + Nederland BV heeft van het Commissariaat voor de Media (zie "Overige opmerkingen" hieronder) een (tijdelijke) vrijstelling verkregen. Canal+ is gespecialiseerd in films en sport.. De meeste populaire films worden buiten Europa vervaardigd.

2. Onafhankelijke producenten

NM (TMF en the Box) staat voor "niet-meetbaar": het is moeilijk om de herkomst van videoclips te achterhalen, d.w.z. de zetel van de productiemaatschappij.

TV10 zond voornamelijk (tot oktober 1997) oude tv-series uit (die meer dan vijf jaar oud waren), waarvan de naam van de producent moeilijk te achterhalen is. De overdag (na oktober 1997) uitgezonden tekenfilms worden door onafhankelijke producenten vervaardigd.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Het Commissariaat voor de Media heeft tegen SBS6 en TV10 een procedure aangespannen op grond van (de niet-naleving van het percentage Europese producties vermeld in) artikel 52k van het Mediabesluit.

D) Overige opmerkingen

Canal + Nederland BV heeft overeenkomstig artikel 53b van het Mediabesluit van het Commissariaat voor de Media voor de jaren 1997 en 1998 een tijdelijke vrijstelling verkregen. In 1997 moest het percentage Europese producties minstens 10% bedragen en in 1998 minstens 25%. Canal + is in beroep gegaan tegen de beslissing aangaande het cijfer van 25% voor het jaar 1998.

PORTUGAL

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

SIC

In de loop van 1997 en 1998 heeft SIC een percentage Europese producties geprogrammeerd dat hoger ligt dan het in artikel 5 van de richtlijn TZG voorgeschreven percentage; derhalve is alleen niet voldaan aan artikel 4 van deze richtlijn.

Zonder bovengenoemde situatie uit het oog te verliezen dient te worden gewezen op de vooruitgang die geconstateerd kan worden wanneer het in het verslag beschreven eerste en tweede jaar worden vergeleken; deze trend treedt nog duidelijker aan het licht gedurende de eerste vier maanden van 1999 - waarvoor reeds berekeningen zijn gemaakt - gedurende welke periode de geregistreerde percentages tussen 48 en 53 % lagen. Wat betreft uitzendingen van Europese producties voldoet SIC in het zevende jaar van zijn bestaan bijna volledig aan de in de richtlijn neergelegde normen inzake programmering.

Er wordt op gewezen dat tijdens de in dit verslag behandelde periode o.a. de volgende factoren de naleving van deze normen in de weg hebben gestaan: de recente verschijning op de markt van deze omroeporganisatie, de krappe nationale reclamemarkt en de weinig ontwikkelde nationale productie-industrie, waardoor via het nationale net geen Portugeestalige programma's kunnen worden uitgezonden die speciaal zijn vervaardigd om kijkers aan te trekken in een situatie waarin sprake is van een scherpe concurrentie van in Brazilië vervaardigde producties.

TVI

Wat betreft TVI hebben de geconstateerde afwijkingen voornamelijk betrekking op de bepalingen van artikel 4 van Richtlijn 89/552/EEG, terwijl de bepalingen van artikel 5 van de richtlijn betreffende het percentage uitgezonden Europese producties van onafhankelijke producenten in de loop van deze twee jaar nageleefd werden.

Net als SIC heeft TVI in 1998 ook een groter percentage Europese producties uitgezonden dan in het voorafgaande jaar; het kanaal heeft zich derhalve geleidelijk geconformeerd aan artikel 4, lid 1, van Richtlijn 89/552/EEG.

Wat betreft TVI kan aan de verwijzing naar de - reeds genoemde - ongunstige omstandigheden die voor alle Portugese omroeporganisaties gelden, toegevoegd worden dat dit kanaal als laatste is begonnen uit te zenden. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor het doordringen op de markt, het kijkerspubliek en de economische positie en heeft geleid tot onzekere eigendomsverhoudingen en achtereenvolgende wijzigingen van het programmeringsbeleid.

2. Onafhankelijke producenten

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

De Portugese autoriteiten hebben SIC en TVI te kennen gegeven dat zij al het mogelijke in het werk moeten stellen om het percentage uitgezonden Europese producties beter in overeenstemming te brengen met de in Richtlijn 89/552/EEG neergelegde doelstellingen. De autoriteiten hebben echter besloten op grond van de in beide gevallen vastgestelde geleidelijke ontwikkeling, het feit dat de in Richtlijn 89/552/EEG aangegeven beleidslijn slechts een aanbeveling is en de autoriteiten beseffen dat iedere sanctie ernstige gevolgen voor de omroeporganisaties zou kunnen hebben, geen strafmaatregelen op te leggen, al zullen zij door middel van geregeld overleg met deze organisaties de situatie op de voet volgen.

D) Overige opmerkingen

Toelichting ontbreekt.

FINLAND

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

2. Onafhankelijke producenten

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Hierover zijn geen mededelingen gedaan.

D) Overige opmerkingen

De afgelopen jaren hebben de aanbieders van televisiediensten hun zendtijd aanzienlijk uitgebreid door meer nieuws en films uit te zenden. Aangezien een belangrijk gedeelte van de films niet Europees is, is het aandeel van Europese programma's ten opzichte van de periode 1995-1998 licht gedaald.

ZWEDEN

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

n.b = niet beschikbaar

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1.Europese producties

Toelichting ontbreekt.

2. Onafhankelijke producenten

Toelichting ontbreekt.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Toelichting ontbreekt.

D) Overige opmerkingen

De percentages van Canal + in 1997 en SVT in 1998 hebben steeds betrekking op alle uitzendingen van beide kanalen van deze beide omroeporganisaties.

Sinds 7 juni 1998 zendt ZTV uit vanuit het Verenigd Koninkrijk. De cijfers voor 1998 hebben betrekking op de periode 1 januari - 7 juni 1998.

VERENIGD KONINKRIJK

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (Europees Parlement) onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

NIB - niet in bedrijf

NB - niet-beschikbaar

B)Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneminge

1. Europese producties

a) Thematische opzet van het kanaal:-

Jazz International, History Channel, Sci-Fi Channel, Sky Cinema, Sky Movie Max, Sky Premier

b) Begindatum van het kanaal:-

Front Row (met Barker Channel), Front Row (zonder Barker Channel), National Geographic, Studio Universal

c) Uitzendingen hoofdzakelijk in niet-Europese talen. De programma's in talen van de EU zijn voornamelijk buiten de EU vervaardigd:-

Asiannet, Chinese News et Entertainment, Zee TV

d) Problemen bij het vinden van Europese programma's en/of tegen concurrerende prijzen:-

3+, Bravo, Discovery Home & Leisure, Home Video Channel, Kanal 5, Living, Nickelodeon, Nickelodeon Nordic, Playboy TV, Sky One, Sky Soap, Sky Travel Channel, TCC Nordic, Television X, TNT Classical Movies:Digital, Trouble, TV3 Denmark, TV3 Norway, TV3 Sweden, VT4

e) Dochterondernemingen van maatschappijen uit derde landen; uitgezonden programma's grotendeels afkomstig uit het aanbod van deze maatschappijen:-

Cartoon Network, Disney Channel, Fox Kids, Fox Kids Scandinavia, Paramount Comedy Channel

2. Onafhankelijke producties

Bravo is een themakanaal dat is begonnen met uitzendingen van films die ouder dan 10 jaar waren. Het kanaal investeert op het ogenblik op grote schaal in oorspronkelijke producties, met name in samenwerking met onafhankelijke producenten; hierdoor zal het aantal onafhankelijke producties en Europese programma's naar verwachting toenemen.

BBC News 24 zendt onafgebroken informatie- en nieuwsprogramma's uit die door de zender zelf worden geproduceerd.

Disney Channel, de kanalen van Front Row, GSB Goodlife, Home Video Channel, Live TV zijn recente kanalen en/of hebben geen begrotingsruimte voor grote investeringen in de productie.

C)Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Het ministerie van Cultuur, Media en Sport heeft de omroeporganisaties die de vereiste percentages niet hebben bereikt, verzocht een nauwkeurige verantwoording hiervoor te geven en aan te geven binnen welke termijn en op welke wijze zij voornemens zijn het vereiste minimum te halen.

D) Overige opmerkingen

Geen overige opmerkingen.

III. SAMENVATTING VAN DE VERSLAGEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE VRIJHANDELSASSOCIATIE DIE DEEL UITMAKEN VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

IJSLAND

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (Europees Parlement), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

Toelichting ontbreekt.

2. Onafhankelijke producenten

Toelichting ontbreekt.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

Toelichting ontbreekt.

D) Overige opmerkingen

Toelichting ontbreekt.

NOORWEGEN

A) Statistisch overzicht

1. Overzichtstabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Percentage Europese (EP), onafhankelijke (OP) en recente producties (RP)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B) Door de lidstaat opgegeven redenen voor niet-inachtneming

1. Europese producties

TV Norge AS verklaart de niet-naleving van het percentage Europese producties uit het feit dat TV Norge onlangs een samenwerking is aangegaan met TV2 op het terrein van programmering, aankoop en productie en dat deze overgangsperiode het moeilijk maakt om te voldoen aan het vereiste percentage Europese producties. De Noorse autoriteiten hebben niettemin de organisatie meegedeeld dat een dergelijk gering percentage Europese producties onaanvaardbaar is.

2. Onafhankelijke producenten

Het vereiste percentage onafhankeljke producties wordt niet bereikt door kanaal NRK 2 van NRK, hoewel de marge gering is.

C) Door de lidstaat getroffen of overwogen maatregelen

De Noorse instantie voor het mediabestel heeft TVNorge AS meegedeeld dat het geringe percentage Europese producties onaanvaardbaar is en heeft deze omroeporganisatie verzocht een verslag over te leggen waarin wordt aangegeven op welke wijze zij voornemens is in de toekomst het percentage Europese producties uit te breiden.

De instantie voor het mediabestel heeft ook NRK AS, TV2 AS en TVNorge AS gevraagd hun methoden voor de telling van het percentage recente producties te verbeteren.

D) Overige opmerkingen

IV. BIJLAGEN

BIJLAGE 1

Voorgestelde nieuwe richtsnoeren voor toezicht op de uitvoering van de artikelen 4 en 5 van de richTlijn "Televisie zonder grenzen"

1. INLEIDING

1.1. De hierna volgende richtsnoeren zijn opgesteld om de lidstaten in staat te stellen te voldoen aan hun taak om toezicht te houden op de toepassing van de artikelen 4 en 5 [3] van Richtlijn 89/552/EEG, als gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG, betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten. De verplichtingen van de lidstaten in dit verband worden omschreven in artikel 4, lid 3, van de richtlijn. Dit artikel bevat de bepaling dat" de lidstaten om de twee jaar aan de Commissie een verslag voorleggen over de toepassing van het onderhavige artikel en van artikel 5. Dit verslag bevat met name een statistisch overzicht van de mate waarin het in het onderhavige artikel en in artikel 5 genoemde gedeelte voor elk van de televisieprogramma's die onder de bevoegdheid van de betrokken Lid-Staat vallen, is bereikt, de redenen waarom dat in bepaalde gevallen niet is gebeurd, alsmede de maatregelen die in verband daarmee genomen zijn of overwogen worden."

[3] Voor de duidelijkheid hebben alle verwijzingen naar artikelen betrekking op de geconsolideerde versie van de richtlijn.

1.2. Deze richtsnoeren zijn opgesteld door het "contactcomité" dat is ingesteld overeenkomstig artikel 23 bis van de richtlijn om bepaalde definities nader uit te werken en zo eventuele verschillende interpretaties te vermijden die zouden kunnen leiden tot uiteenlopende toepassingen van de richtlijn. De richtsnoeren hebben ook tot doel om aan alle betrokkenen duidelijk te maken op welke manier de betrokken bepalingen worden toegepast. Dit document heeft geen kracht van wet en beoogt voornamelijk sommige bepalingen van de richtlijn te verduidelijken. Het is de tweede versie van de richtsnoeren en bevat de veranderingen die voortvloeien uit sommige bepalingen van de richtlijn van 1997 tot wijziging van de richtlijn van 1989.

De nieuwe richtsnoeren zijn op 1 januari 1999 van kracht geworden.

2. DEFINITIE VAN TELEVISIEOMROEPORGANISATIES EN VAN HET TOEPASSINGSGEBIED

2.1. Volgens artikel 1, punt b, van de richtlijn is een televisie-omroeporganisatie een "natuurlijke of rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de samenstelling van schema's van televisieprogramma's in de zin van letter a) en die deze programma's uitzendt of laat uitzenden door derden."

In punt a wordt "televisie-omroep" gedefinieerd als "het oorspronkelijk uitzenden via de kabel of draadloos, via de ether of via satelliet, in al dan niet gecodeerde vorm van voor ontvangst door het publiek bestemde televisieprogramma's. Hieronder is mede begrepen het overdragen van programma's tussen ondernemingen met het oog op doorgifte daarvan aan het publiek. Hieronder zijn niet begrepen communicatiediensten die informatieve gegevens of andere prestaties op individueel verzoek verstrekken zoals telekopiediensten, elektronische databanken en andere soortgelijke diensten."

2.2. De in artikel 4, lid 3, genoemde verplichting om verslag uit te brengen is van toepassing op alle uitzendingen van omroeporganisaties die onder de bevoegdheid van een lidstaat vallen, met de volgende uitzonderingen :

artikel 4 en 5 zijn niet van toepassing op "informatie, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen."

artikel 9 bevat de bepaling dat de artikelen 4 en 5 niet van toepassing zijn op "voor lokaal publiek bestemde televisie-uitzendingen die geen deel uitmaken van een nationaal net."

in de 29e overweging van de richtlijn is bepaald dat "de bepalingen van de artikelen 4 en 5 niet van toepassing zouden moeten zijn op kanalen die uitsluitend uitzenden in een andere taal dan die van de lidstaten."

artikel 2, lid 6, schrijft voor dat de richtlijn niet van toepassing is op televisie-uitzendingen die uitsluitend voor ontvangst in derde landen bestemd zijn en die niet direct of indirect door het publiek in een of meer lidstaten worden ontvangen.

Derhalve heeft het geen zin om in de nationale verslagen gegevens op te nemen over de volgende categorieën :

kanalen die hun zendtijd uitsluitend wijden aan "informatie, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen";

uitzendingen "bestemd voor lokaal publiek die geen deel uitmaken van een nationaal net", ongeacht de wijze waarop ze worden uitgezonden. Als uitzondering op de regel dient de term "lokaal" hier te worden opgevat in de betekenis "strikt plaatselijk";

kanalen die uitsluitend uitzenden in een taal die geen officiële status heeft als taal van een of meer lidstaten ;

de in artikel 2, lid 6, bedoelde uitzendingen, d.w.z. uitzendingen die uitsluitend voor ontvangst in derde landen bestemd zijn en die niet in een lidstaat kunnen worden ontvangen.

3. Toezicht op de omroeporganisaties

In het kader van deze richtlijn worden uit hoofde van artikel 2, lid 2, onder omroeporganisaties die onder de bevoegdheid van een lidstaat vallen, verstaan:

omroepen die overeenkomstig lid 3 in die lidstaat gevestigd zijn (vestigingsplaats(en) waar de omroeporganisatie haar hoofdkantoor heeft of de programmeringsbesluiten genomen worden en/of waar een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel zich bevindt) ;

omroepen waarop lid 4 van toepassing is (d.w.z. omroeporganisaties die, hoewel zij niet gevestigd zijn in een lidstaat, gebruik maken van een door die lidstaat toegekende frequentie of van een tot die lidstaat behorende satellietcapaciteit of van een zich in een lidstaat bevindende aarde-satelliet-verbinding).

4. IN AANMERKING TE NEMEN ZENDTIJD

4.1. De zendtijd omvat, in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 1, de totale zendtijd van een omroeporganisatie, met uitzondering van het testbeeld, en verminderd met de zendtijd die is gewijd aan nieuws, sportevenementen, spelprogramma's, reclame, teletekst en telewinkelen.

4.2. Met het oog op de vergelijkbaarheid met voorafgaande verslagen dienen, als een omroeporganisatie via meer dan een kanaal uitzendt, de percentages (Europese en onafhankelijke producties) in beginsel voor alle betrokken kanalen meegedeeld te worden. De lidstaten kunnen echter in naar behoren met redenen omklede gevallen op de meest aangewezen wijze de bijzondere aard van bepaalde nieuwe omroepen in aanmerking nemen.

4.3. De lidstaten hoeven in hun verslagen geen gegevens op te nemen betreffende aan al dan niet Europese programma's op het terrein van informatie, sport, spel, reclame teletekst en telewinkelen gewijde zendtijd.

5. Europese producties

5.1. De term "Europese producties" wordt in arikel 6 van de richtlijn duidelijk omschreven als

a) producties die afkomstig zijn uit lidstaten;

b) producties die afkomstig zijn uit derde Europese staten die partij zijn bij het Europees Verdrag over grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa en voldoen aan de in artikel 6, lid 2, genoemde voorwaarden;

c) producties die afkomstig zijn uit andere derde Europese staten en voldoen aan de in artikel 6, lid 3, genoemde voorwaarden.

5.2. De onder a) en b) hierboven bedoelde producties zijn producties die voornamelijk tot stand zijn gebracht met hulp van auteurs en medewerkers die in een of meer onder a) en b) bedoelde staten woonachtig zijn en aan een van de volgende drie voorwaarden voldoen:

(1) deze producties zijn tot stand gebracht door een of meer in een of meer van deze staten gevestigde producenten;

(2) de vervaardiging ervan wordt door een of meer in een of meer van deze staten gevestigde producenten gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd;

(3) de bijdrage van de coproducenten van deze staten in de totale kosten van de coproductie bedraagt meer dan de helft en de coproductie wordt niet door een of meer buiten deze staten gevestigde producenten gecontroleerd.

Een producent wordt geacht in een Europese staat gevestigd te zijn indien zijn onderneming permanent is en over vast personeel beschikt dat zich zowel met productie- als commerciële activiteiten in Europa bezighoudt.

5.3. De onder c) bedoelde producties zijn producties die uitsluitend of in coproductie met in een of meer lidstaten gevestigde producenten zijn vervaardigd door producenten die gevestigd zijn in een of meer derde Europese staten, waarmee de Gemeenschap op de audiovisuele sector betrekking hebbende overeenkomsten heeft gesloten, indien die producties voornamelijk zijn vervaardigd met de hulp van auteurs en medewerkers die woonachtig zijn in een of meer Europese staten. De Commissie stelt een lijst op van landen die in aanmerking komen voor de onder b) en c) genoemde bepalingen. De Commissie en de lidstaten houden deze lijst ter beschikking van belanghebbende partijen. Voorwaarde voor de toepassing van het bepaalde in b) en c) is dat producties die afkomstig zijn uit lidstaten, in de betrokken derde landen niet worden getroffen door discriminerende maatregelen.

5.4. Bovendien worden producties die geen Europese producties in de zin van de bovengenoemde bepalingen zijn, maar die vervaardigd worden in het kader van tussen de lidstaten en derde landen gesloten bilaterale coproductieverdragen, als Europese producties beschouwd wanneer de coproducenten uit de Gemeenschap een meerderheidsaandeel hebben in de totale productiekosten en over de productie niet door een of meer buiten de lidstaten gevestigde producenten zeggenschap wordt uitgeoefend.

De lidstaten stellen een lijst van hun bilaterale coproductieverdragen op. De lidstaten en de Commissie houden deze lijst ter beschikking van belanghebbende partijen.

5.5. Ten slotte worden producties die niet onder een van de bovengenoemde bepalingen vallen, maar die voornamelijk vervaardigd zijn met de hulp van auteurs en medewerkers die woonachtig zijn in een of meer lidstaten, beschouwd als Europese producties naar verhouding van het aandeel van coproducenten uit de Gemeenschap in de totale productiekosten.

6. HET BEGRIP ONAFHANKELIJK

6.1. Dit begrip dient geïnterpreteerd te worden in het licht van overweging 31 van de richtlijn.

Een producent met belangen in het televisieomroepbestel zal alleen dan als onafhankelijk producent worden beschouwd wanneer zijn omroepbelangen niet zijn voornaamste activiteit vormen.

6.2. In andere woorden, de lidstaten moeten bij de definitie die zij toepassen op de tekst van artikel 5 de volgende drie indicatieve en niet-volledige criteria in overweging nemen:

aan wie behoort de productiemaatschappij-

Beoogd wordt dat de omroeporganisatie niet een te groot gedeelte van het kapitaal van een productiemaatschappij (en vice versa) bezit. Met "omroeporganisatie" wordt de organisatie als geheel bedoeld, en niet ieder kanaal dat tot deze organisatie behoort.

hoeveel programma's worden aan dezelfde omroeporganisatie geleverd -

Dit criterium heeft tot doel om de onafhankelijkheid te bepalen wat betreft de hoeveelheid geleverde programma's door de analyse te baseren op een periode die lang genoeg is om conclusies te kunnen trekken en door rekening te houden met alle bijzondere kenmerken van de betreffende omroeporganisatie.

Wie bezit de secundaire rechten-

Op grond van dit criterium kan worden beoordeeld of een producent onafhankelijk is. Indien al zijn rechten, waaronder zijn secundaire rechten, zijn aangekocht door omroeporganisaties, is de onafhankelijke producent niet in staat een programma-aanbod met secundaire rechten samen te stellen dat op andere markten verkocht kan worden.

7. Gegevensverzameling 7.1. Onder voorbehoud van de in 2.2 hierboven genoemde uitzonderingen moeten de statistieken, waarin aantallen uren en percentages worden vermeld, betrekking hebben op de totale zendtijd van alle omroeporganisaties die gedurende de periode van de verslaglegging onder de bevoegdheid van de lidstaat vallen, ook wanneer het gaat om nieuwe of themakanalen.

De lidstaten dienen voor zover mogelijk jaarlijkse statistieken over te leggen per afzonderlijk kanaal (zie 4.2. hierboven).

Voorgesteld wordt dat de lidstaten de bovengenoemde definities hanteren, teneinde de vergelijkbaarheid van de nationale verslagen te waarborgen.

Indien de lidstaten andere definities hanteren dan de hierboven vermelde, dienen die in het verslag nader te worden toegelicht en moet worden aangegeven in hoeverre zij afwijken van de hierboven vermelde en, indien mogelijk, in welk opzicht zij van invloed zijn op de verkregen informatie.

7.2. Voor zover de omroeporganisaties hun programma's overeenkomstig de voornoemde definities kunnen coderen, moet hun worden aanbevolen gebruik te maken van systemen voor gegevensverzameling waarmee alomvattende statistieken voor het gehele jaarprogramma kunnen worden verkregen.

Wanneer de nationale autoriteiten van mening zijn dat voor de referentieperiode kan worden afgeweken van de eis van een volledige verslaglegging, moet een gedetailleerde beschrijving van de door de omroeporganisatie gehanteerde steekproefmethode en van de grondslag waarop de ramingen zijn gebaseerd, aan de Commissie worden voorgelegd. Steekproeven moeten een periode van minimaal één (willekeurig gekozen) week per kwartaal van de periode van verslaglegging omvatten.

7.3. Model:De lidstaten kunnen bij hun verslaglegging van het volgende model gebruik maken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE 2

lijst van kanalen die niet het grootste gedeelte van hun zendtijd aan europese en onafhankelijke producties hebben gewijd (199798)

A) EUROPESE PRODUCTIES

status categorie

PA particulier kanaal AL algemeen ( = grootste gedeelte bereikt

PU publiek kanaal TH thematisch x= grootste gedeelte niet bereikt

BE betaalkanaal TA niet-communautaire taal =niet-meegedeelde gegevens.

BA kanaal dat deel uitmaakt van n.i.b. = niet in bedrijf

basisdienst van kabelnet

of van satellietdienst

1997 1998 status categorie

AT ORF 1 x x PU AL

BE RTL TVI x ( PA AL

Kanaal 2 x x PA AL

FILMNET 1 x x PA/BE TH

FILMNET 2 x x PA/BE TH

DE Discovery Channel x ( BE TH

DF 1 x x BE TH

KABEL 1 x x PA AL

ntv Der Nachrichtenkanal - - PA AL

Premiere x x BE TH

Pro Sieben x x PA AL

RTL 2 x x PA AL

Super RTL x x PA AL

TM3-Fernsehen für Frauen x x PA TH

VIVA 2 x x PA TH

VOX ( x PA AL

DK TV Bio x x PA/BE TH

Erotica Rendez-Vous x ( PA/BE TH

TV Danmark x x PA AL

GR Star Channel x ( PA AL

ES Antena 3 x ( PA AL

TELE5 x x PA AL

FR AB Channel x x PA/BA TH

Action x x PA/BE TH

ANIMAUX x ( PA/BA TH

AUTOMOBILE ( - PA/BA TH

CINE-PALACE x x PA/BE TH

CINESTAR 1 x x PA/BE TH

CINESTAR 2 x x PA/BE TH

CINETOILE x ( PA/BE TH

DISNEY CHANNEL x ( PA/BE TH

FUN TV ( x PA/BA TH

KIOSQUE n.i.b. x PA/BE TH

MANGAS x x PA/BA TH

MONTE CARLO TMC - - PA/BA AL

MULTIVISION x x PA/BE TH

13ème RUE n.ib. x PA TH

XXL x ( PA/BE TH

IE Teilifis Na Gaeilge - - PU AL

IT Italia 1 x x PA AL

Retequattro x x PA AL

Tele + Nero x x PA/BE TH

Tele + Bianco ( x PA/BE TH

Tele + Grigio ( - PA/BE TH

TMC x x PA AL

TMC 2 x x PA AL

Rete Mia - - PA TH

Rete Capri - - PA AL

Rete A - - PA TH

LU RTL 9 satelliet ( x PA AL

RTL 9 etheromroep ( x PA AL

RTL Tvi x ( PA AL

RTL 5 x x PA TH

RTL 7 x x PA AL

NL SBS 6 x x PA AL

TV10/FOX x x PA AL

Canal 1 x x BE AL

Canal+2 x x BE AL

PT SIC x x PA AL

TVI x x PA AL

FI Nelonen(4) x x PA AL

SE TV 1000 x x PA/BE TH

Cinema x x PA/BE TH

Canal + x x PA/BE TH

Canal + Gul x x PA/BE TH

TV 6 x x PA/BE TH

UK 3 + x x PA AL

Adult Channel x ( PA/BE AL

Asianet x ( PA/BE TA/AL Bet on Jazz n.i.b. x PA/BA TH international Bravo x x PA/BE/BA AL

Cartoon Network x x PA TH

Chinese News & x x PA/BE TA/GE Entertainment Christian Channel x x PA TH

Discovery Home x x PA AL

and Leisure Disney Channel UK x x PA/BE AL

Film on Four(*) n.i.b. - PA/BE TH

Fox Kids x x PA TH

Fox Kids n.i.b. x PA/BE TH

Scandinavia Front Row (met ni.b. x PA/BE TH

Barker Channel) GSB Talk TV x ni.b. PA/BE/BA TH

History Channel x x PA TH

Home Video x x PA/BA AL

Channel Kanal 5 x x Knowledge TV x n.i.b. PA TH

Living ( x PA AL

National x x PA TH

Geopraphic Nickelodeon x x PA TH Nickelodeon x x PA TH

Nordic Paramount x x PA/BE/BA TH

Comedy Channel Playboy TV x x PA/BE TH

Sci-Fi Channel x x PA/BE/BA TH

Sky Cinema x x PA/BE TH

(voorheen: Sky Movies Gold) Sky Movie Max x x PA/BE TH

(voorheen: Screen 1 en Sky Movies) Sky One x x PA/BE/BA AL

Sky Premier x x PA/BE TH

(voorheen: Screen 2 en Movie Channel

Sky Soap x x PA/BE TH

Sky Travel Channel x x PA/BE/BA TH

Studio Universal n.i.b. x PA/BE TH

Talent Channel x n.i.b. PA/BE TH

TCC x n.i.b. PA/BE/BA TH

TCC Nordic x x PA/BE/BA TH

Television X x x PA/BE TH

TNT (thans TNT x n.i.b. Classical Movies : digitaal) TNT Classical movies: x x PA/BE TH

digitaal Travel x (

Trouble x x PA/BA TH

TV3 Denmark x x PA AL

TV3 Norway x x PA AL

TV3 Sweden x x PA AL

VT4 x x PA AL

Zee TV (voorheen: x x PA/BE TA/AL Asia TV) ZTV - x PA AL

(*) is in december 1998 begonnen uit te zenden

B) ONAFHANKELIJKE PRODUCENTEN

status categorie

PA particulier kanaal AL algemeen ( = grootste gedeelte bereikt

PU publiek kanaal TH thematisch x= grootste gedeelte niet bereikt

BE betaalkanaal TA niet-communautaire taal - =niet-meegedeelde gegevens.

BA kanaal dat deel uitmaakt van n.i.b..= niet in bedrijf

basisdienst van kabelnet

of van satellietdienst

1997 1998 status categorie

BE TV1 x x PU AL

TV2 x n.i.b. PU AL

CANVAS/KETNET x x PU AL

DE Phoenix x x PU TH Multithématiques x x PA TH

n-tv Der Nachrichtenkanal - - PA TH

VIVA x x PA TH

VIVA 2 x x PA TH

DK Erotica Rendez-Vous - ( PA/BE TH

GR ANT1 ( x PA

ES CST ( x PU AL

ETB 1 x x PU AL

TV 3 ( x PU AL

TVG x x PU AL

FR AUTOMOBILE ( - PA/BA TH

Kiosque - - PA/BE TH

Mezzo n.i.b. - PU/BE TH

Monte Carlo TMC - - PA/BA AL

13ème Rue n.i.b. - PA TH

TV5 Europe - ( PU/BA AL

IE Teilifis Na Gaeilge - ( PU AL

IT Tele +Bianco x ( PA/BE TH

Tele + Grigio - - PA/BE TH

TMC - - PA AL

TMC 2 - - PA AL

Rete Mia - - PA TH

Rete Capri - - PA AL

Rete A - - PA TH

NL TV10/Fox - ( PA AL

TMF - - PA TH

The Box - - PA TH

SE TV 1000 - - PA/BE TH

Cinema - - PA/BE TH

Canal + - - PA/BE TH

Canal + Gul - - PA/BE TH

Z TV x ( PA TH

TV 6 x - PA/BE TH

UK 3+ x ( PA AL

AG Vision x n.i.b. PA TH

Asianet x ( PA/BE TA/AL Bet on Jazz n.i.b. x PA/BA TH International BBC News 24 x x PU/BA AL

BBC World x ( PU/BA AL

Bravo x x PA/BE/BA AL

Chinese News and x x PA/BE TA/AL Entertainment CNBC ( x PA/BE TA/AL Disney Channel UK x x PA/BE AL

Film on Four n.i.b. - PA/BE TH

Front Row (met n.i.b. x PA/BE TH

Barker Channel) GSB Goodlife TV x x PA/BE/BA AL

GSB Talk TV x n.i.b. PA/BE/BA TH

Home Video Channel x x PA/BA TH

Knowledge TV x n.i.b. PA TH

Live TV x x PA/BE/BA TH

Paramount x x PA/BE/BA TH

Comedy Channel Playboy TV x ( PA/BE TH

Rapture n.i.b. x PA TH

Sci-Fi Channel x x PA/BE/BA TH

Sky Cinema ( x PA/BE TH

(voorheen: Sky Movies Gold)

Sky Movie Max x x PA/BE TH (voorheen: Screen 1 en Sky Movies)

Sky One x x PA/BE/BA AL

Sky 2 x n.i.b. PA/BA AL

Sky Premier ( x PA/BE TH

Sky Travel Channel x x PA/BE/BA TH

UK Arena x x PA/BE TH

VT4 ( x PA AL

Zee TV (voorheen: x x PA/BE TA/AL Asia TV) ZTV - ( PA AL

BIJLAGE 3

Gehanteerde parameters voor de berekening van gewogen gemiddelden van uitzendingen van Europese producties door televisiekanalen met een zeer groot kijkerspubliek in de Europese Unie

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*) Bron : Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector, periode 01-01- 1998 - 30-06-1998, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk (van oktober 1997 - september 1998) en van Luxemburg (van 1 oktober 1997 - 31 mei 1998 tussen 19- 20 uur).

(**) Bron : Verklaringen van de lidstaten, periode 1 januari - 31 december 1998

Top