Help Print this page 

Document 32016D1010

Title and reference
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1010 van de Commissie van 21 juni 2016 betreffende de adequaatheid van de bevoegde autoriteiten van bepaalde derde landen en gebieden overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 3727) (Voor de EER relevante tekst)

C/2016/3727
  • Date of entry into force unknown (pending notification) or not yet in force.
OJ L 165, 23.6.2016, p. 17–22 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2016/1010/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Text

23.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 165/17


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/1010 VAN DE COMMISSIE

van 21 juni 2016

betreffende de adequaatheid van de bevoegde autoriteiten van bepaalde derde landen en gebieden overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 3727)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (1), en met name artikel 47, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG mogen de bevoegde autoriteiten van lidstaten toestaan dat controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of door hen goedgekeurde auditkantoren alsmede inspectie- of onderzoeksverslagen met betrekking tot de audits in kwestie, aan de bevoegde autoriteiten van een derde land worden overgedragen, op voorwaarde dat deze autoriteiten door de Commissie adequaat zijn verklaard en dat er tussen deze autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten op wederkerigheid gebaseerde werkregelingen zijn overeengekomen. Daarom moet worden vastgesteld of de bevoegde autoriteiten van bepaalde derde landen voldoen aan eisen die adequaat zijn om controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, alsmede inspectie- of onderzoeksverslagen aan deze autoriteiten over te dragen.

(2)

Een beslissing over de adequaatheid op grond van artikel 47, lid 3, van Richtlijn 2006/43/EG heeft geen betrekking op andere specifieke voorschriften voor de overdracht van controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, alsmede van inspectie- of onderzoeksverslagen, zoals de overeenkomst betreffende op wederkerigheid gebaseerde werkregelingen tussen de bevoegde autoriteiten als uiteengezet in artikel 47, lid 1, onder d), van die richtlijn, of de voorschriften voor de overdracht van persoonsgegevens als uiteengezet in artikel 47, lid 1, onder e), van die richtlijn.

(3)

Voor de toepassing van dit besluit moeten de in bepaalde gebieden bij wet aangewezen bevoegde autoriteiten die belast zijn met de regelgeving voor en/of het toezicht op wettelijke auditors en auditkantoren of specifieke aspecten daarvan, als bevoegde autoriteiten van derde landen worden behandeld.

(4)

Een overdracht van controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, alsmede van inspectie- of onderzoeksverslagen aan de bevoegde autoriteit van een derde land of gebied is een aangelegenheid van zwaarwegend algemeen belang bij de uitoefening van onafhankelijk publiek toezicht. In het kader van de in artikel 47, lid 2, van Richtlijn 2006/43/EG bedoelde werkregelingen moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten er bijgevolg zorg voor dragen dat de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land of gebied de overeenkomstig artikel 47, lid 1, van die richtlijn overgedragen documenten alleen gebruikt voor de uitoefening van haar bevoegdheden op het gebied van publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoek bij auditors en auditkantoren.

(5)

De overdracht van controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren aan de bevoegde autoriteit van een derde land of gebied dient in te houden dat de autoriteit in kwestie toegang wordt verleend tot deze documenten of dat de documenten haar worden toegezonden door de wettelijke auditors of auditkantoren die ze in bezit hebben na voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat, of door die autoriteit zelf.

(6)

Wanneer inspecties of onderzoeken worden uitgevoerd, mogen wettelijke auditors en auditkantoren niet onder andere voorwaarden toegang verlenen tot hun controle- of andere documenten en deze aan de bevoegde autoriteiten van derde landen of gebieden overdragen dan onder de voorwaarden in artikel 47 van Richtlijn 2006/43/EG en in dit besluit.

(7)

Onverminderd artikel 47, lid 4, van Richtlijn 2006/43/EG dienen de lidstaten erop toe te zien dat de contacten tussen de wettelijke auditors of auditkantoren die door henzelf en door de bevoegde autoriteiten in het kader van het publieke toezicht op, de externe kwaliteitsborging van en het onderzoek bij wettelijke auditors en auditkantoren zijn toegelaten, via de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat verlopen.

(8)

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG vereiste werkregelingen voor de overdracht van controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, alsmede van inspectie- of onderzoeksverslagen tussen hun bevoegde autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van een derde land of gebied die onder dit besluit vallen, worden overeengekomen op basis van wederkerigheid en onder bescherming van beroepsgeheimen en gevoelige commerciële informatie van de gecontroleerde entiteiten in deze documenten, met inbegrip van hun industriële en intellectuele eigendom, of van de wettelijke auditors en auditkantoren die deze entiteiten hebben gecontroleerd.

(9)

Wanneer bij het overdragen van controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, alsmede van inspectie- of onderzoeksverslagen aan de bevoegde autoriteiten van een derde land of gebied persoonsgegevens openbaar worden gemaakt, kan dat slechts rechtmatig gebeuren wanneer aan de in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) vastgelegde voorwaarden voor internationale doorgifte van gegevens wordt voldaan. Daarom moeten de lidstaten er krachtens artikel 47, lid 1, onder e), van Richtlijn 2006/43/EG voor zorgen dat de doorgifte van persoonsgegevens tussen hun bevoegde autoriteiten en de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied gebeurt in overeenstemming met hoofdstuk IV van Richtlijn 95/46/EG. De lidstaten moeten voorzien in passende waarborgen ter bescherming van de overgedragen persoonsgegevens, indien nodig via bindende overeenkomsten, en ze moeten verzekeren dat de bevoegde autoriteit van een derde land of gebied persoonsgegevens in de overgedragen documenten niet verder zal doorgeven zonder voorafgaande instemming van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten.

(10)

De adequaatheid van de eisen waaraan de bevoegde autoriteit van een derde land of gebied dient te voldoen, wordt beoordeeld op basis van de voorschriften inzake samenwerking op regelgevingsgebied in artikel 36 van Richtlijn 2006/43/EG of functioneel grotendeels gelijkwaardige resultaten. Met name moeten de bevoegdheden die door de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land of gebied worden uitgeoefend, de toepasselijke waarborgen tegen inbreuken op voorschriften inzake beroepsgeheim en vertrouwelijkheid en de voorwaarden die zijn vastgelegd in de wet- en regelgeving van het betrokken derde land of gebied waaronder deze bevoegde autoriteiten met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen samenwerken, op hun adequaatheid worden getoetst.

(11)

Voor personen die werkzaam zijn of waren bij de bevoegde autoriteiten van derde landen of gebieden die overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG controle- of andere documenten ontvangen, moet het beroepsgeheim gelden.

(12)

Door een lidstaat toegelaten wettelijke auditors en auditkantoren die wettelijke controles uitvoeren van ondernemingen die effecten hebben uitgegeven in Brazilië, Dubai International Financial Centre, Guernsey, Indonesië, Man, Jersey, Maleisië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Taiwan of Thailand, of die deel uitmaken van een groep die wettelijk voorgeschreven geconsolideerde jaarrekeningen in een van die derde landen of gebieden uitgeeft, zijn onderworpen aan de nationale wetgeving van het desbetreffende derde land of gebied. Daarom moet worden vastgesteld of de bevoegde autoriteiten van deze derde landen en gebieden voldoen aan eisen die als adequaat kunnen worden beschouwd met betrekking tot de voorschriften inzake samenwerking op regelgevingsgebied in artikel 36 van Richtlijn 2006/43/EG of functioneel grotendeels gelijkwaardige voorschriften.

(13)

Met betrekking tot de bevoegde autoriteiten van Brazilië, Dubai International Financial Centre, Guernsey, Indonesië, Man, Jersey, Maleisië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Taiwan en Thailand zijn in de zin van artikel 47 van Richtlijn 2006/43/EG adequaatheidstoetsingen verricht. De adequaatheid van deze autoriteiten dient op basis van deze beoordelingen te worden vastgesteld.

(14)

De Comissão de Valores Mobiliários van Brazilië is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Brazilië mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet de Comissão de Valores Mobiliários van Brazilië aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(15)

De Dubai Financial Service Authority van Dubai International Financial Centre is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Dubai en van Dubai International Financial Centre mag de Dubai Financial Service Authority aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet de Dubai Financial Service Authority van Dubai International Financial Centre aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(16)

Het Registrar of Companies van Guernsey is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Guernsey mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet het Registrar of Companies van Guernsey aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(17)

Het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. Het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië voert zijn taken uit in combinatie met of naast de Financial Services Authority, maar is de nationale regelgevende instantie voor het auditberoep in Indonesië. Daarom is het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië de bevoegde autoriteit voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Op basis van de interpretatie van de wet- en regelgeving van Indonesië kan momenteel worden geconcludeerd dat het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten mag overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. De samenwerking op regelgevingsgebied tussen het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moet derhalve aan nauwlettende monitoring en evaluatie door de Commissie worden onderworpen. Op die basis voldoet het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG gedurende een beperkte periode adequaat moeten worden verklaard.

(18)

De Financial Supervision Commission van Man is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Man mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op basis daarvan voldoet de Financial Supervision Commission van Man aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(19)

De Jersey Financial Services Commission is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Jersey mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet de Jersey Financial Services Commission aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(20)

De Audit Oversight Board van Maleisië is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren, onder meer op het vlak van samenwerking met relevante buitenlandse autoriteiten op het gebied van uitwisseling en overdracht van informatie voor toezicht op controles, en dit besluit mag alleen op deze bevoegdheden betrekking hebben. De Audit Oversight Board voert zijn taken uit namens de Securities Commission van Maleisië, maar handelt onafhankelijk daarvan. Op grond hiervan is de Audit Oversight Board van Maleisië de bevoegde autoriteit voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Maleisië mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet de Audit Oversight Board van Maleisië aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(21)

De Independent Regulatory Board for Auditors van Zuid-Afrika is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Volgens de wet- en regelgeving van Zuid-Afrika mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. In het kader van inspecties en inspectieverslagen verkregen documenten mogen evenwel alleen worden uitgewisseld met toestemming van de auditor of het auditkantoor geregistreerd bij de Independent Regulatory Board for Auditors van Zuid-Afrika. Dit vereiste kan leiden tot problemen bij de toepassing van de voorschriften inzake samenwerking op regelgevingsgebied in artikel 47 van Richtlijn 2006/43/EG. Daarom moet de samenwerking op regelgevingsgebied tussen de Independent Regulatory Board for Auditors van Zuid-Afrika en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van nabij door de Commissie worden gemonitord en beoordeeld om uit te maken of het vereiste van toestemming in de praktijk de uitwisseling van informatie belemmert. Op die basis moeten de eisen waaraan de Independent Regulatory Board for Auditors van Zuid-Afrika voldoet voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG, gedurende een beperkte periode adequaat worden verklaard.

(22)

De Financial Services Commission van Zuid-Korea en de Financial Supervisory Service van Zuid-Korea binnen de Financial Services Commission zijn bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De Financial Services Commission draagt algemene beleidsverantwoordelijkheid voor audits, terwijl de Financial Supervisory Service verantwoordelijk is voor het uitvoeren van inspecties en onderzoeken voor de Financial Services Commission. Dit besluit moet betrekking hebben op de Financial Supervisory Service binnen de Financial Services Commission en op de bevoegdheden van de Financial Services Commission voor toezicht op audits. De Financial Services Commission en the Financial Supervisory Service passen afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door hun huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Zuid-Korea mogen deze instellingen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoen de Financial Services Commission van Zuid-Korea en the Financial Supervisory Service van Zuid-Korea aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(23)

De Financial Supervisory Commission van Taiwan is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Taiwan mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet de Financial Supervisory Commission van Taiwan aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(24)

De Securities and Exchange Commission van Thailand is bevoegd voor publiek toezicht op, externe kwaliteitsborging van en onderzoeken bij auditors en auditkantoren. De instelling past afdoende veiligheidsmaatregelen toe die de verstrekking door haar huidige of vroegere werknemers van vertrouwelijke informatie aan een derde persoon of autoriteit verbieden en bestraffen. Krachtens de wet- en regelgeving van Thailand mag deze instelling aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten documenten overdragen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 47, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden bedoeld. Op grond hiervan voldoet de Securities and Exchange Commission van Thailand aan eisen die voor de toepassing van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat moeten worden verklaard.

(25)

Dit besluit laat de samenwerkingsregelingen als bedoeld in artikel 25, lid 4, van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) onverlet.

(26)

Met dit besluit wordt beoogd doeltreffende samenwerking te bevorderen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en die van Brazilië, Dubai International Financial Centre, Guernsey, Indonesië, Man, Jersey, Maleisië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Taiwan en Thailand. Het is de bedoeling deze autoriteiten in staat te stellen hun taken op het gebied van publiek toezicht, externe kwaliteitsborging en onderzoek te vervullen en tegelijkertijd de rechten van de betrokken partijen te beschermen. De lidstaten zijn verplicht de Commissie in kennis te stellen van de met deze autoriteiten op basis van wederkerigheid overeengekomen werkregelingen zodat zij kan nagaan of de samenwerking in overeenstemming met artikel 47 van Richtlijn 2006/43/EG verloopt.

(27)

Het uiteindelijke doel van de samenwerking inzake toezicht op audits met Brazilië, Dubai International Financial Centre, Guernsey, Indonesië, Man, Jersey, Maleisië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Taiwan en Thailand is het creëren van wederzijds vertrouwen in elkaars toezichtsstelsels. Op die manier moeten overdrachten van controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, alsmede van inspectie- of onderzoeksverslagen de uitzondering worden. Wederzijds vertrouwen zou dan gebaseerd zijn op de gelijkwaardigheid van de stelsels van toezicht op auditors van de Unie en van het betrokken derde land of gebied.

(28)

De Commissie zal de ontwikkelingen in het toezichts- en regelgevingskader van de betrokken derde landen en gebieden regelmatig monitoren. Dit besluit wordt indien nodig herzien in het licht van wijzigingen in het toezichts- en regelgevingskader van de Unie en de betrokken derde landen en gebieden, rekening houdend met beschikbare bronnen van relevante informatie. Met name kan de Commissie, hierin bijgestaan door het CEAOB, als bedoeld in artikel 30, lid 7, onder c), en artikel 30, lid 12, van Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4), te allen tijde de adequaatheid opnieuw beoordelen, zoals wanneer de relevante wetgeving of omstandigheden zijn gewijzigd. Die beoordeling kan leiden tot de intrekking van de verklaring van adequaatheid.

(29)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op 17 december 2015 een advies uitgebracht.

(30)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende bevoegde autoriteiten van derde landen of gebieden voldoen aan eisen die in de zin van artikel 47, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/43/EG adequaat worden geacht voor de overdracht van controle- of andere documenten, alsmede van inspectie- en onderzoeksverslagen uit hoofde van artikel 47, lid 1, van die richtlijn:

1)

de Comissão de Valores Mobiliários van Brazilië,

2)

de Dubai Financial Service Authority van Dubai International Financial Centre,

3)

het Registrar of Companies van Guernsey,

4)

het Finance Professions Supervisory Centre van Indonesië,

5)

de Financial Supervision Commission van Man,

6)

de Jersey Financial Services Commission,

7)

de Audit Oversight Board van Maleisië,

8)

de Independent Regulatory Board for Auditors van Zuid-Afrika,

9)

de Financial Services Commission van Zuid-Korea en de Financial Supervisory Service van Zuid-Korea,

10)

de Financial Supervisory Commission van Taiwan,

11)

de Securities and Exchange Commission van Thailand.

Artikel 2

Ingeval controle- of andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, uitsluitend in het bezit zijn van een wettelijke auditor of een auditkantoor ingeschreven in het register van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de groepsauditor is geregistreerd, en indien de bevoegde autoriteit van de groepsauditor van een van de in artikel 1 bedoelde autoriteiten een overdrachtsverzoek heeft ontvangen, zorgen de lidstaten ervoor dat de documenten in kwestie pas aan de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land of gebied worden overgedragen indien de bevoegde autoriteit van eerstgenoemde lidstaat uitdrukkelijk met de overdracht heeft ingestemd.

Artikel 3

Voor de in artikel 1, punten 4 en 8, genoemde bevoegde autoriteiten is dit besluit tot 31 juli 2019 van toepassing.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 juni 2016.

Voor de Commissie

Jonathan HILL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87.

(2)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(3)  Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).

(4)  Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77).


Top