Help Print this page 

Document 32015R1011

Title and reference
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie van 24 april 2015 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)
  • In force
OJ L 162, 27.6.2015, p. 12–25 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/1011/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Text

27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/12


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1011 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2015

tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (1), en met name artikel 3, lid 8, artikel 8, lid 3, en artikel 13, lid 2,

Gezien Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren (2), en met name artikel 6, lid 1, derde alinea, artikel 7, lid 1, derde alinea, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 2, tweede alinea, artikel 11, leden 1 en 3, artikel 19 en artikel 32, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (3) zijn bepalingen vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 op het gebied van drugsprecursoren. Zowel Verordening (EG) nr. 273/2004 als Verordening (EG) nr. 111/2005 zijn gewijzigd na de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1277/2005, zodat daarin ook de bevoegdheid is opgenomen om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag. Daarom moeten nieuwe regels worden vastgesteld in overeenstemming met de nieuwe bevoegdheden.

(2)

Hoewel Verordening (EG) nr. 273/2004 betrekking heeft op de binnenlandse handel en Verordening (EG) nr. 111/2005 op de internationale handel, hebben beide verordeningen veel bepalingen gemeenschappelijk. Om de samenhang te waarborgen, is het gerechtvaardigd één gedelegeerde handeling met betrekking tot beide verordeningen vast te stellen.

(3)

Om de rechtszekerheid en een coherente toepassing van de bepalingen van deze verordening te waarborgen, is het noodzakelijk „bedrijfsruimten” te definiëren.

(4)

De vergunningen en registraties die marktdeelnemers nodig hebben om activiteiten te verrichten in verband met bepaalde stoffen (drugsprecursoren) die voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen kunnen worden gebruikt, mogen alleen worden verleend aan betrouwbare marktdeelnemers die daartoe een aanvraag indienen. Het is noodzakelijk dat deze marktdeelnemers passende maatregelen hebben genomen voor de veilige behandeling en opslag van die drugsprecursoren en dat zij een aanwijsbare verantwoordelijke hebben aangeduid om te waarborgen dat activiteiten in verband met deze stoffen overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen plaatsvinden.

(5)

Bepaalde marktdeelnemers die drugsprecursoren voor medische doeleinden gebruiken, zoals apotheken en verkooppunten voor diergeneesmiddelen, kunnen worden vrijgesteld van de vergunning- en registratieplicht om activiteiten in verband met deze stoffen uit te voeren. Hetzelfde zou kunnen gelden voor bepaalde overheidsinstanties.

(6)

Marktdeelnemers die activiteiten uitvoeren in verband met drugsprecursoren die niet bestemd zijn voor de markt van de Unie, maar in het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, moeten informatie verstrekken waaruit blijkt dat de ter zake geldende internationale overeenkomsten bij de uitvoer van die stoffen zijn nageleefd, teneinde de legale doeleinden van de transactie in kwestie aan te tonen.

(7)

In de Unie gevestigde marktdeelnemers moeten bepaalde basisgegevens verstrekken over de door hen uitgevoerde activiteiten, teneinde voor de bevoegde instanties het toezicht op de handel in drugsprecursoren te vergemakkelijken.

(8)

Om het risico van misbruik van bepaalde drugsprecursoren zo gering mogelijk te maken, zijn een voorafgaande kennisgeving van uitvoer en een uitvoervergunning vereist.

(9)

Er zijn vaak wijzigingen in de lijsten van derde landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005. Deze lijsten moeten op de website van de Commissie worden gepubliceerd teneinde deze snel te kunnen bijwerken overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde criteria voor deze lijsten.

(10)

Om de administratieve lasten te verlichten voor de handel in bepaalde categorieën drugsprecursoren, moet worden voorzien in vereenvoudigde procedures voor voorafgaande kennisgevingen van uitvoer en uitvoervergunningen.

(11)

Teneinde de coördinatie van de uitvoering van de toezichtmaatregelen te verbeteren, is het passend dat de lidstaten de Commissie regelmatig informatie verstrekken over in beslag genomen of vastgehouden drugsprecursoren.

(12)

Om de consistentie, de samenhang van de wetgeving en de rechtszekerheid te waarborgen, moet deze gedelegeerde verordening van toepassing zijn met ingang van dezelfde datum als de uitvoeringsverordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld voor het verlenen van vergunningen en registraties, alsmede de gevallen waarin geen vergunning of registratie is vereist, de criteria aan de hand waarvan de legale doeleinden van een transactie kunnen worden aangetoond, de informatie die vereist is om toezicht uit te oefenen op de handel, de voorwaarden voor het vaststellen van de lijsten van landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3, de criteria voor vereenvoudigde procedures voor voorafgaande kennisgevingen van uitvoer en voor uitvoervergunningen en de voorschriften voor de te verstrekken informatie over de uitvoering van de toezichtmaatregelen met betrekking tot de handel in drugsprecursoren.

Artikel 2

Definities

Onder „bedrijfsruimten” wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan: het (de) gebouw(en) en het bijbehorende terrein die een marktdeelnemer op eenzelfde locatie in gebruik heeft.

Artikel 3

Voorwaarden voor het verlenen van een vergunning

1.   Om een vergunning overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 te verkrijgen, wijst de marktdeelnemer een verantwoordelijke aan voor de handel in geregistreerde stoffen van categorie 1 van de bijlage bij die verordening, deelt hij aan de bevoegde instantie de naam en contactgegevens van die verantwoordelijke mee en stelt hij haar onverwijld in kennis van elke wijziging van deze gegevens.

De verantwoordelijke zorgt ervoor dat de invoer, uitvoer of intermediaire activiteiten overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen plaatsvinden, en wordt gemachtigd de marktdeelnemer te vertegenwoordigen en de beslissingen te nemen die voor de uitvoering van deze taak nodig zijn.

2.   De betrokken marktdeelnemer voldoet aan alle volgende voorschriften en voorwaarden:

a)

de marktdeelnemer neemt passende maatregelen tegen ongeoorloofde verwijdering van geregistreerde stoffen van categorie 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 van de plaatsen waar geregistreerde stoffen worden opgeslagen, geproduceerd, vervaardigd en verwerkt, en neemt passende maatregelen om zijn bedrijfsruimten te beveiligen;

b)

de marktdeelnemer dient een aanvraag in die de volgende informatie bevat:

i)

volledige naam, adres, telefoon en/of fax en e-mail van de aanvrager;

ii)

volledige naam en contactgegevens van de verantwoordelijke;

iii)

een beschrijving van de functie en de taken van de verantwoordelijke;

iv)

volledig adres van elke bedrijfsruimte;

v)

de beschrijving van alle plaatsen waar de onder x) bedoelde verrichtingen plaatsvinden;

vi)

informatie waaruit blijkt dat de in lid 2, onder a), bedoelde passende maatregelen zijn genomen;

vii)

naam en GN-code van de geregistreerde stoffen zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005;

viii)

de volgende gegevens, indien het een mengsel of een natuurproduct betreft:

a)

naam van het mengsel of het natuurproduct;

b)

naam en GN-code van de in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005;

c)

maximumpercentage van de in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen;

ix)

een beschrijving van het geplande type verrichtingen bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 273/2004 en in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005;

x)

een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het handels- of activiteitenregister, waar van toepassing;

xi)

een bewijs van goed gedrag van de betrokken marktdeelnemer en van de verantwoordelijke of een document waaruit blijkt dat zij de nodige waarborgen bieden voor de correcte afwikkeling van de verrichtingen of de informatie aan de hand waarvan de bevoegde instantie een dergelijk document kan verkrijgen.

3.   Indien aan de marktdeelnemer reeds de status van geautoriseerde marktdeelnemer (authorised economic operator, AEO) is verleend overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (4), kan hij in de aanvraag voor een vergunning het AEO-certificaatnummer vermelden zodat de bevoegde instantie zijn status van geautoriseerde marktdeelnemer in aanmerking kan nemen.

4.   Op schriftelijk verzoek van de desbetreffende bevoegde instantie verstrekt de aanvrager alle relevante aanvullende informatie.

5.   Indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, is lid 2, onder b), ii) en iii), niet van toepassing; lid 2, onder b), iv), is slechts van toepassing indien relevant.

6.   Onverminderd de overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 273/2004 en artikel 26, lid 3, van Verordening (EG) nr. 111/2005 genomen maatregelen, weigert de bevoegde instantie de afgifte van een vergunning indien niet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 2, onder b), van deze verordening is voldaan of indien er redelijke vermoedens bestaan dat de geregistreerde stoffen bestemd zijn voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

7.   In het geval van handel tussen de Unie en derde landen zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 111/2005 kan de bevoegde instantie de geldigheidsduur van de vergunning tot ten hoogste drie jaar beperken of van de marktdeelnemer verlangen dat hij op regelmatige tijdstippen en ten minste om de drie jaar aantoont dat nog altijd aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning is voldaan.

De vergunningen die zijn afgegeven vóór de inwerkingtreding van deze verordening, blijven geldig.

8.   Een vergunning is niet overdraagbaar.

9.   De vergunninghouder vraagt een nieuwe vergunning aan wanneer hij het volgende beoogt:

a)

de toevoeging van een geregistreerde stof;

b)

de aanvang van nieuwe verrichtingen;

c)

de wijziging van de locatie van de bedrijfsruimten waar de verrichtingen plaatsvinden.

In die gevallen is de bestaande vergunning niet langer geldig vanaf de eerste van onderstaande data:

i)

de datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien er overeenkomstig artikel 3, lid 6, van deze verordening of overeenkomstig artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 273/2004 een geldigheidsduur is bepaald;

ii)

de aanvangsdatum waarop de geldigheid van de nieuwe vergunning ingaat.

10.   Lid 9 is ook van toepassing op de vergunningen die zijn afgegeven vóór de datum van toepassing van deze verordening.

11.   De leden 2 tot en met 6, 8, 9 en 10 zijn ook van toepassing voor het verkrijgen van een vergunning overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004, met uitzondering van speciale vergunningen.

12.   De in artikel 3, leden 2 en 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde overheidsinstanties omvatten douane, politie en officiële laboratoria van bevoegde instanties.

Artikel 4

Gevallen waarin geen vergunning is vereist

Apotheken, verkooppunten voor diergeneesmiddelen, douane, politie, strijdkrachten en officiële laboratoria van bevoegde instanties kunnen worden vrijgesteld van de vergunningplicht uit hoofde van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005, voor zover deze marktdeelnemers drugsprecursoren gebruiken op het gebied waarop zij hun officiële taken uitvoeren.

De in de eerste alinea genoemde marktdeelnemers zijn tevens vrijgesteld van:

a)

de verstrekking van de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde documenten;

b)

de verplichting tot aanwijzing van een verantwoordelijke overeenkomstig artikel 3, lid 1, van deze verordening.

Artikel 5

Voorwaarden voor het verlenen van een registratie

1.   Om een registratie overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 te verkrijgen, wijst de marktdeelnemer een verantwoordelijke aan voor de handel in geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij die verordening, deelt hij aan de bevoegde instantie de naam en contactgegevens van die verantwoordelijke mee en stelt hij haar onverwijld in kennis van elke wijziging van deze gegevens.

De verantwoordelijke zorgt ervoor dat de invoer, uitvoer of intermediaire activiteiten overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen plaatsvinden, en wordt gemachtigd de marktdeelnemer te vertegenwoordigen en de beslissingen te nemen die voor de uitvoering van deze taak nodig zijn.

2.   De marktdeelnemer die zich bezighoudt met geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, dient een aanvraag in die de informatie en documenten bevat als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), met uitzondering van artikel 3, lid 2, onder b), vi), x), en xi), behalve wanneer de bevoegde instantie daarom heeft verzocht.

Hetzelfde geldt voor de marktdeelnemer die zich bezighoudt met de uitvoer van geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

3.   Artikel 3, leden 3 en 4, zijn ook van toepassing.

4.   Lid 2, eerste alinea, en lid 3, zijn met betrekking tot geregistreerde stoffen van categorie 2 van bijlage I bij die verordening van overeenkomstige toepassing op de in artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde marktdeelnemers en gebruikers.

5.   Gebruikers van geregistreerde stoffen van categorie 2A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 verstrekken ook informatie over het gebruik van de geregistreerde stoffen.

Artikel 6

Gevallen waarin geen registratie is vereist

De volgende categorieën kunnen worden vrijgesteld van de registratieplicht uit hoofde van artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005:

a)

apotheken, verkooppunten voor diergeneesmiddelen, douane, politie, officiële laboratoria van bevoegde instanties en strijdkrachten, voor zover deze marktdeelnemers drugsprecursoren gebruiken op het gebied waarop zij hun officiële taken uitvoeren;

b)

de marktdeelnemer die zich bezighoudt met de uitvoer van geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, indien hij in het voorafgaande kalenderjaar (1 januari-31 december) in totaal niet meer heeft uitgevoerd dan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde hoeveelheden. Worden die hoeveelheden in het lopende kalenderjaar overschreden, dan neemt de marktdeelnemer de registratieplicht onmiddellijk in acht;

c)

de marktdeelnemer die zich bezighoudt met de uitvoer van mengsels die geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 bevatten, indien de hoeveelheid van de geregistreerde stof in de mengsels in het voorafgaande kalenderjaar niet groter was dan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde hoeveelheden. Worden die hoeveelheden in het lopende kalenderjaar overschreden, dan neemt de marktdeelnemer de registratieplicht onmiddellijk in acht.

Artikel 7

Voorwaarden voor vrijstelling van bepaalde voorschriften

Voor de toepassing van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 273/2004 delen afnemers hun leverancier mee of dit artikel op hen van toepassing is.

Artikel 8

Criteria aan de hand waarvan de legale doeleinden van een transactie kunnen worden aangetoond

1.   De marktdeelnemer verklaart dat de zending het land van uitvoer heeft verlaten in overeenstemming met de geldende nationale bepalingen aangenomen overeenkomstig artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (5) om de legale doeleinden van zijn transactie aan te tonen overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005.

2.   Hiertoe maakt de marktdeelnemer gebruik van het in bijlage II bij deze verordening opgenomen model of legt hij de in artikel 20 van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde invoervergunning of de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde afnemersverklaring voor.

Artikel 9

Informatie vereist om toezicht te kunnen uitoefenen op de handel

1.   Voor de toepassing van artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 verstrekt de marktdeelnemer de bevoegde instanties beknopt informatie over de hoeveelheden van geregistreerde stoffen die worden gebruikt of geleverd en, in het geval van levering, de hoeveelheden die aan iedere derde worden geleverd.

Voor geregistreerde stoffen van categorie 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 is de eerste alinea uitsluitend op verzoek van de bevoegde instanties van toepassing.

2.   Voor de toepassing van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 111/2005 verstrekt de marktdeelnemer de bevoegde instanties informatie over het volgende:

a)

elke uitvoer van geregistreerde stoffen waarvoor een uitvoervergunning is vereist;

b)

elke invoer van geregistreerde stoffen van categorie 1 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 waarvoor een invoervergunning vereist is, of alle gevallen waarin geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 in een vrije zone van controletype II worden geplaatst, onder een andere schorsingsregeling dan douanevervoer worden geplaatst of in het vrije verkeer worden gebracht;

c)

alle intermediaire activiteiten in verband met geregistreerde stoffen van de categorieën 1 en 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

3.   De in lid 2, onder a), bedoelde informatie bevat gegevens over het land van bestemming, de uitgevoerde hoeveelheden en, in voorkomend geval, het referentienummer van de uitvoervergunning.

4.   De in lid 2, onder b), bedoelde informatie bevat gegevens over het derde land van uitvoer en, in voorkomend geval, het referentienummer van de invoervergunning.

5.   De in lid 2, onder c), bedoelde informatie bevat gegevens over de derde landen die bij deze intermediaire activiteiten zijn betrokken en, in voorkomend geval, de invoer- of uitvoervergunning. De marktdeelnemer verstrekt aanvullende informatie op verzoek van de bevoegde instanties.

6.   De bevoegde instanties behandelen de in dit artikel bedoelde informatie als vertrouwelijke bedrijfsinformatie.

Artikel 10

Voorwaarden voor het vaststellen van de lijsten van landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3

De in artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde lijsten bevatten ten minste al de volgende informatie:

a)

de derde landen waarmee de Unie een specifieke overeenkomst in verband met drugsprecursoren heeft gesloten;

b)

de derde landen die om voorafgaande kennisgeving van uitvoer hebben verzocht in overeenstemming met artikel 12, lid 10, van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;

c)

de derde landen die om voorafgaande kennisgeving van uitvoer hebben verzocht in overeenstemming met artikel 24 van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

De lijsten van de specifieke landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3 van de bijlage zoals bedoeld onder a), b) en c), worden op de website van de Commissie gepubliceerd.

Artikel 11

Criteria voor vereenvoudigde procedures voor voorafgaande kennisgevingen van uitvoer

1.   Voor uitvoer volgens de vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning kan de bevoegde instantie op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 111/2005 een vereenvoudigde voorafgaande kennisgeving van uitvoer toezenden die betrekking heeft op verschillende exporttransacties die binnen een specifieke periode van zes of twaalf maanden moeten plaatsvinden.

2.   De bevoegde instantie van het land van uitvoer verstrekt de in artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde informatie aan de bevoegde instantie van het derde land van bestemming.

3.   De bevoegde instantie stelt het land van bestemming daarvan in kennis en gebruikt daartoe het PEN-onlinesysteem of de „multilaterale aangifte van chemicaliën” die in bijlage III bij deze verordening is opgenomen.

Artikel 12

Criteria voor vereenvoudigde procedures voor uitvoervergunningen

1.   Indien een in de Unie gevestigde exporteur vaak één specifieke geregistreerde stof van de categorieën 3 of 4 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 uitvoert naar dezelfde importeur in hetzelfde derde land van bestemming, kan de bevoegde instantie op verzoek van de betrokken marktdeelnemer overeenkomstig artikel 19 van die verordening de vereenvoudigde procedure toepassen en hem een uitvoervergunning verlenen voor een specifieke periode van zes of twaalf maanden.

Een dergelijke vereenvoudigde uitvoervergunning mag slechts worden verleend in de volgende gevallen:

a)

wanneer tijdens vorige exporttransacties is gebleken dat de marktdeelnemer in staat is om alle verplichtingen in verband met die exporttransacties na te komen, en hij geen inbreuken heeft gepleegd op de relevante wetgeving;

b)

wanneer de bevoegde instanties zich ervan hebben kunnen vergewissen dat die exporttransacties legale doeleinden hebben.

2.   De aanvraag voor een vereenvoudigde uitvoervergunning bevat ten minste de volgende informatie:

a)

naam en adres van de exporteur, de importeur in het derde land en de uiteindelijke ontvanger;

b)

naam van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, of, zo het een mengsel of een natuurproduct betreft, naam en GN-code daarvan evenals de naam van de in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005;

c)

de maximumhoeveelheid van de geregistreerde stof die voor uitvoer is bestemd;

d)

de specifieke periode waarbinnen de exporttransacties gepland zijn.

3.   De bevoegde instantie neemt een besluit over de aanvraag voor een vereenvoudigde uitvoervergunning binnen een termijn van 15 werkdagen na de datum van ontvangst van de vereiste informatie.

4.   In geval van medische spoedhulp neemt de bevoegde instantie over een aanvraag voor een vereenvoudigde uitvoervergunning voor geregistreerde stoffen van categorie 4 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 onmiddellijk of uiterlijk binnen een termijn van drie werkdagen na ontvangst van de aanvraag een besluit indien aan de voorwaarden van lid 1, onder a) en b), is voldaan.

Artikel 13

Voorwaarden en voorschriften voor de te verstrekken informatie over de uitvoering van de toezichtmaatregelen

1   Uiterlijk een maand na afloop van elk kalenderjaar zenden de lidstaten de Commissie de in artikel 32, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde informatie toe. Deze heeft betrekking op alle gevallen waarin de vrijgave van geregistreerde en niet-geregistreerde stoffen werd geschorst of de geregistreerde en niet-geregistreerde stoffen werden vastgehouden.

2.   Deze informatie bevat de volgende gegevens:

a)

naam van de stoffen;

b)

indien bekend, de oorsprong, herkomst en bestemming van de stoffen;

c)

de hoeveelheid en de douanestatus van de stoffen alsook de gebruikte vervoermiddelen.

3.   Op het einde van elk kalenderjaar deelt de Commissie de overeenkomstig lid 1 ontvangen informatie aan alle lidstaten mee.

Artikel 14

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1277/2005 wordt ingetrokken.

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 juli 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.

(2)  PB L 22 van 26.1.2005, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PB L 202 van 3.8.2005, blz. 7).

(4)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek van 12 oktober 1992 (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).

(5)  Besluit 90/611/EEG van de Raad van 22 oktober 1990 betreffende de sluiting namens de Europese Economische Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (PB L 326 van 24.11.1990, blz. 56).


BIJLAGE I

Stof

Hoeveelheid

Aceton (1)

50 kg

Ethylether (1)

20 kg

Methylethylketon (1)

50 kg

Tolueen (1)

50 kg

Zwavelzuur

100 kg

Zoutzuur

100 kg


(1)  Dit omvat de zouten van deze stoffen wanneer het bestaan van deze zouten mogelijk is.


BIJLAGE II

Image

Toelichting

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend.

3.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is het toezicht op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens zijn artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming:

http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/


BIJLAGE III

Image

Toelichting

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend. De vetgedrukte vakken moeten worden ingevuld.

3.

Verdere uitleg bij de vakken:

 

vak „Deel A”: vermelden of de multilaterale aangifte van chemicaliën betrekking heeft op meerdere exporttransacties en als dat het geval is, de geplande periode vermelden;

 

vak 14 (hoeveelheid en gewicht): indien de multilaterale aangifte van chemicaliën betrekking heeft op meerdere exporttransacties, de maximumhoeveelheid en het maximumgewicht vermelden;

 

vak 18 (datum van verzending): indien de multilaterale aangifte van chemicaliën betrekking heeft op meerdere exporttransacties, de geplande datum van de laatste verzending vermelden.

4.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is het toezicht op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming:

http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/


Top