Help Print this page 

Document 32014R0655

Title and reference
Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken
  • In force
OJ L 189, 27.6.2014, p. 59–92 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/655/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html GA html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf GA pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Text

27.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 189/59


VERORDENING (EU) Nr. 655/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 mei 2014

tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 81, lid 2, onder a), e) en f),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Met het oog op de geleidelijke totstandbrenging van die ruimte dient de Unie maatregelen te nemen op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen, in het bijzonder wanneer dat nodig is voor de goede werking van de interne markt.

(2)

Overeenkomstig artikel 81, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kunnen dergelijke maatregelen onder meer initiatieven omvatten ter waarborging van de wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van rechterlijke beslissingen en de tenuitvoerlegging daarvan, van de daadwerkelijke toegang tot een gerecht en van het wegnemen van de hindernissen voor de goede werking van civiele procedures, indien nodig door bevordering van de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende bepalingen inzake burgerlijke rechtspleging.

(3)

De Commissie heeft op 24 oktober 2006 met haar Groenboek over „een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie: beslag op bankrekeningen”, een raadpleging op gang gebracht over de behoefte aan een uniforme Europese procedure voor conservatoir beslag op bankrekeningen, en over de eventuele kenmerken van een dergelijke procedure.

(4)

In het programma van Stockholm van december 2009 (3), waarin de prioriteiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie voor de periode 2010-2014 zijn vastgesteld, is de Commissie door de Europese Raad verzocht na te gaan of het nodig en mogelijk is op het niveau van de Unie voorlopige maatregelen, waaronder bewarende maatregelen, in te voeren bijvoorbeeld om te voorkomen dat activa verdwijnen voordat een vordering ten uitvoer is gelegd, en passende voorstellen in te dienen, strekkende tot een efficiëntere tenuitvoerlegging in de Unie van beslissingen betreffende bankrekeningen en vermogen van schuldenaren.

(5)

Nationale procedures voor het verkrijgen van bewarende maatregelen, zoals bevelen tot conservatoir beslag op bankrekeningen, bestaan in alle lidstaten, maar de voorwaarden waaronder dergelijke maatregelen worden toegestaan en de doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging ervan verschillen aanzienlijk. Bovendien kan het aanvragen van nationale bewarende maatregelen in zaken met grensoverschrijdende gevolgen omslachtig blijken, in het bijzonder wanneer de schuldeiser conservatoir beslag wenst te leggen op meerdere rekeningen in verschillende lidstaten. Het lijkt derhalve noodzakelijk en passend om een bindend en rechtstreeks toepasselijk rechtsinstrument van de Unie vast te stellen, waarbij een nieuwe Unieprocedure wordt ingesteld voor het op een efficiënte en prompte wijze leggen van conservatoir beslag op tegoeden op bankrekeningen in grensoverschrijdende gevallen.

(6)

De procedure waarin deze verordening voorziet, dient te worden beschouwd als een bijkomend en facultatief middel voor de schuldeiser, die de vrijheid blijft behouden om een andere procedure te volgen met het oog op het verkrijgen van een gelijkwaardige maatregel krachtens het nationale recht.

(7)

Een schuldeiser moet de mogelijkheid hebben een bewarende maatregel te verkrijgen in de vorm van een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen („bevel tot conservatoir beslag” of „bevel”), welke de overschrijving of opname belet van tegoeden die door de schuldenaar worden gehouden op een in een lidstaat aangehouden bankrekening als er een risico bestaat dat, zonder een dergelijke maatregel, de latere inning van zijn vordering jegens de schuldenaar zal worden verhinderd of ernstig zal worden bemoeilijkt. Conservatoir beslag op tegoeden op de rekening van de schuldenaar dient niet alleen de schuldenaar zelf te beletten van deze tegoeden gebruik te maken, maar ook personen die door hem zijn gemachtigd middels deze rekening betalingen te verrichten, bijvoorbeeld door middel van een doorlopende opdracht of een automatische incasso of door gebruik van een kredietkaart.

(8)

Het toepassingsgebied van deze verordening moet alle burgerlijke en handelszaken omvatten behalve bepaalde duidelijk omschreven uitzonderingen. Deze verordening mag in het bijzonder niet van toepassing zijn op vorderingen tegen een schuldenaar in insolventieprocedures. Dit moet betekenen dat geen bevel tot conservatoir beslag tegen de schuldenaar kan worden uitgevaardigd zodra jegens hem een insolventieprocedure in de zin van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad (4) is ingesteld. Anderzijds betekent deze uitsluiting dat het bevel kan worden gebruikt om conservatoir beslag te laten leggen op nadelige betalingen die de schuldenaar aan derden heeft gedaan.

(9)

Deze verordening moet van toepassing zijn op rekeningen bij kredietinstellingen waarvan de werkzaamheden erin bestaan geld of andere terugbetaalbare tegoeden van het publiek in deposito of bewaring te nemen en voor eigen rekening krediet te verlenen.

Zij mag dus niet van toepassing zijn op financiële instellingen die deze werkzaamheden niet verrichten, bijvoorbeeld instellingen die export- en investeringsprojecten of projecten in ontwikkelingslanden financieren, of instellingen die financiële diensten verstrekken. Deze verordening dient voorts niet van toepassing zijn op rekeningen die door of bij centrale banken in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit worden aangehouden, noch op rekeningen waarop krachtens nationale met een bevel tot conservatoir beslag gelijkgestelde bevelen geen beslag kan worden gelegd, of die anderszins krachtens de wetgeving van de lidstaat waar de desbetreffende rekening wordt aangehouden, niet voor beslag vatbaar zijn.

(10)

In deze verordening, die uitsluitend op grensoverschrijdende zaken van toepassing dient te zijn, moet worden bepaald wat in dit verband onder dergelijke zaken wordt verstaan.

In deze verordening dient als grensoverschrijdend te worden beschouwd het geval waarin van het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag kennis wordt genomen door een gerecht in een andere lidstaat dan die waar de in het bevel bedoelde bankrekening wordt aangehouden. Als grensoverschrijdend moet eveneens worden beschouwd het geval waarin de schuldeiser in een andere lidstaat zijn woonplaats heeft dan die waar het gerecht gelegen is en waar de bankrekening waarop beslag moet worden gelegd, wordt aangehouden.

Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op beslag op rekeningen die worden aangehouden in de lidstaat van het gerecht waar het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag wordt ingediend, indien ook de woonplaats van de schuldeiser zich daar bevindt, ook al verzoekt de schuldeiser tezelfdertijd om beslag op een of meer rekeningen die in een andere lidstaat worden aangehouden. De schuldeiser moet in dat geval twee afzonderlijke verzoeken (een om een bevel tot conservatoir beslag en een om een nationale maatregel) indienen.

(11)

De procedure voor een bevel tot conservatoir beslag moet beschikbaar zijn voor een schuldeiser die vóór het begin van de procedure betreffende het bodemgeschil of op eender welk ogenblik tijdens deze procedure de tenuitvoerlegging van een latere rechterlijke beslissing over het bodemgeschil wil verzekeren. Zij moet tevens ter beschikking staan van een schuldeiser die reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen.

(12)

Het bevel tot conservatoir beslag dient beschikbaar te zijn voor het veiligstellen van vorderingen die reeds opeisbaar zijn. Het dient ook beschikbaar te zijn voor vorderingen die nog niet opeisbaar zijn, mits deze vorderingen hun oorsprong vinden in een transactie of een gebeurtenis die zich reeds heeft voorgedaan en het bedrag ervan kan worden vastgesteld, waaronder vorderingen wegens verbintenissen uit onrechtmatige daad en op strafbare feiten gegronde rechtsvorderingen tot schadevergoeding of tot teruggave.

Een schuldeiser moet de mogelijkheid hebben een bevel tot conservatoir beslag te verzoeken ten bedrage van de hoofdvordering of voor een lager bedrag. Een bevel voor een lager bedrag zou bijvoorbeeld in zijn belang kunnen zijn als hij al ten dele enig andere zekerheid voor zijn vordering heeft.

(13)

Om te waarborgen dat de procedure betreffende het bevel tot conservatoir beslag en de procedure betreffende het bodemgeschil nauw met elkaar verbonden zijn, moet de internationale bevoegdheid om het bevel uit te vaardigen, berusten bij de gerechten van de lidstaat waarvan de gerechten bevoegd zijn om van het bodemgeschil kennis te nemen. Voor de toepassing van deze verordening moet onder de procedure betreffende het bodemgeschil worden verstaan elke procedure tot het verkrijgen van een uitvoerbare titel betreffende de onderliggende vordering, waaronder bijvoorbeeld ook de summiere procedure betreffende een aanmaning tot betaling en de procedure in kort geding. Indien de schuldenaar een consument is die zijn woonplaats in een lidstaat heeft, dient de bevoegdheid om het bevel uit te vaardigen uitsluitend bij de gerechten van die lidstaat te berusten.

(14)

Het bevel tot conservatoir beslag mag slechts worden uitgevaardigd onder voorwaarden die een juist evenwicht bewerkstelligen tussen het belang van de schuldeiser dat hij een bevel verkrijgt en het belang van de schuldenaar dat het bevel niet wordt misbruikt.

Bijgevolg moet de schuldeiser, indien hij om een bevel tot conservatoir beslag verzoekt voordat hij een rechterlijke beslissing heeft verkregen, ten genoegen van het gerecht waar het verzoek is ingediend kunnen aantonen dat hij de procedure betreffende het bodemgeschil tegen de schuldenaar waarschijnlijk zal winnen.

Verder moet de schuldeiser worden verplicht in alle gevallen, ook als hij reeds een rechterlijke beslissing heeft verkregen, het gerecht ervan te overtuigen dat zijn vordering dringend gerechtelijk moet worden beschermd en dat de tenuitvoerlegging van de bestaande of toekomstige rechterlijke beslissing zonder het bevel waarschijnlijk verhinderd of ernstig bemoeilijkt zou worden wegens het reële risico dat de schuldenaar, tegen de tijd dat de schuldeiser de bestaande of een toekomstige rechterlijke beslissing ten uitvoer kan doen leggen, zijn tegoeden zal hebben verspild, verborgen of vernietigd, dan wel onder de waarde, in ongebruikelijke mate of door ongebruikelijke handelingen, zal hebben vervreemd.

Het gerecht dient het door de schuldeiser verstrekte bewijsmateriaal tot staving van dat risico te beoordelen. Dat bewijsmateriaal zou bijvoorbeeld verband kunnen houden met de handelwijze van de schuldenaar met betrekking tot de schuldvordering of in een eerder geschil tussen de partijen, het kredietverleden van de schuldenaar, de aard van zijn vermogen, en recent door hem verrichte vermogenshandelingen. Bij het beoordelen van het bewijsmateriaal kan het gerecht rekening houden met het op zichzelf niet ongebruikelijke karakter van geldopnames van rekeningen en uitgaven door de schuldenaar die verband houden met de gewone gang van zijn bedrijf of met courante gezinskosten. Het feit dat de vordering niet wordt voldaan of dat zij wordt betwist, of het loutere feit dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft, dient op zich niet te worden beschouwd als een bewijs dat voldoende grond oplevert voor een bevel. Evenmin dient het loutere feit dat de schuldenaar zich in een moeilijke of verslechterende financiële situatie bevindt, op zichzelf worden beschouwd als een bewijs dat voldoende grond oplevert voor een bevel. Het gerecht kan deze factoren echter bij de algemene inschatting van het risico in overweging nemen.

(15)

Het bevel tot conservatoir beslag moet een verrassingseffect sorteren en een bruikbaar instrument zijn voor een schuldeiser die in een grensoverschrijdende zaak een schuldvordering tracht te innen van zijn schuldenaar; daarom mag de schuldenaar niet over het verzoek van de schuldeiser worden ingelicht, niet worden gehoord voordat het bevel wordt uitgevaardigd, en geen kennis krijgen van het bevel voordat het wordt uitgevoerd. Indien het bewijsmateriaal en de informatie die de schuldeiser of, in voorkomend geval, zijn getuigen verstrekken, het gerecht er niet van overtuigen dat beslag op de rekening of de rekeningen gerechtvaardigd is, mag zij het bevel niet uitvaardigen.

(16)

Indien de schuldeiser vóór het begin van de procedure betreffende het bodemgeschil voor een gerecht om een bevel tot conservatoir beslag verzoekt, moet deze verordening hem ertoe verplichten die procedure binnen een welbepaalde termijn in te leiden en tevens aan het gerecht waar het verzoek is ingediend een bewijs daarvan te leveren. Voldoet de schuldeiser niet aan die verplichting, dan moet het bevel ambtshalve door het gerecht worden ingetrokken of moet het bevel automatisch eindigen.

(17)

Aangezien niet wordt bepaald dat de schuldenaar vooraf wordt gehoord, moet deze verordening voorzien in specifieke waarborgen tegen misbruik van het bevel en ter bescherming van de rechten van de schuldenaar.

(18)

Een van die belangrijke waarborgen moet zijn dat van de schuldeiser een zekerheid moet kunnen worden geëist waaruit de schuldenaar later vergoed kan worden wegens schade die hij ten gevolge van het bevel tot conservatoir beslag heeft geleden. Afhankelijk van het nationale recht kan de zekerheid worden gesteld in de vorm van een borgsom of een andere waarborg, zoals een bankgarantie of een hypotheek. Het gerecht moet de vrijheid hebben om het bedrag van de zekerheid te bepalen dat toereikend is om misbruik van het bevel te voorkomen en vergoeding van de schuldenaar te garanderen en het gerecht moet, indien het bedrag van de mogelijke schade niet duidelijk vaststaat, het bedrag waarvoor het bevel tot conservatoir beslag zal worden uitgevaardigd, kunnen gebruiken als richtsnoer voor het bepalen van het bedrag van de zekerheid.

In gevallen waarin de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen die de schuldenaar ertoe verplicht de vordering van de schuldeiser te voldoen, moet het stellen van een zekerheid de regel zijn, waarbij het gerecht slechts bij uitzondering, indien het zekerheidstelling in het licht van de omstandigheden ongepast, overbodig of onevenredig acht, mag afwijken van deze regel of een lager bedrag mag eisen. Zulke omstandigheden kunnen bijvoorbeeld zijn dat de schuldeiser bijzonder overtuigend bewijs levert maar te weinig middelen heeft om een zekerheid te stellen, dat de vordering betrekking heeft op onderhoudsgeld of op uitbetaling van loon, of dat de vordering van een zodanige omvang - bijvoorbeeld een geringe bedrijfsschuld - is, dat de schuldenaar waarschijnlijk geen schade ondervindt van het bevel.

In zaken waarin de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, is het aan het gerecht te bepalen of er zekerheid dient te worden gesteld. Het stellen van een zekerheid kan, behalve in de genoemde uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld passend zijn indien de rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging door het bevel tot conservatoir beslag moet worden gewaarborgd, nog niet uitvoerbaar is of alleen voorlopig uitvoerbaar is hangende een hoger beroep.

(19)

Met het oog op een passend evenwicht tussen de belangen van de schuldeiser en die van de schuldenaar, is het verder van belang een regel vast te stellen met betrekking tot de aansprakelijkheid van de schuldeiser voor eventuele schade die door het bevel tot conservatoir beslag aan de schuldenaar wordt berokkend. Deze verordening dient daarom, bij wijze van minimumnorm, te voorzien in de aansprakelijkheid van de schuldeiser indien de schade die de schuldenaar in verband met het bevel heeft geleden, toe te schrijven is aan de schuldeiser. In deze context moet de bewijslast bij de schuldenaar berusten. Wat de in deze verordening gespecificeerde aansprakelijkheidsgronden betreft, moet er worden voorzien in een geharmoniseerde regel voor een weerlegbaar vermoeden van een fout van de schuldeiser.

Bovendien moeten de lidstaten andere dan de in deze verordening genoemde aansprakelijkheidsgronden in hun nationaal recht kunnen handhaven of invoeren. Met betrekking tot deze andere aansprakelijkheidsgronden moeten de lidstaten ook andere vormen van aansprakelijkheid, zoals risicoaansprakelijkheid, kunnen handhaven of invoeren.

Deze verordening dient ook een conflictregel te omvatten waarin wordt bepaald dat, wat betreft de aansprakelijkheid van de schuldeiser, de wet van de lidstaat van tenuitvoerlegging van toepassing is. Indien er verschillende tenuitvoerleggingslidstaten zijn, is de wet van de lidstaat van tenuitvoerlegging waar de schuldenaar zijn gewone verblijfplaats heeft van toepassing. Indien de schuldenaar geen gewone verblijfplaats heeft in een van de tenuitvoerleggingslidstaten, moet de wet van toepassing die van de lidstaat van tenuitvoerlegging zijn waarmee de zaak het nauwst verbonden is. Bij het bepalen van de nauwste verbondenheid kan het gerecht onder andere rekening houden met de omvang van het bedrag waarop in de verschillende tenuitvoerleggingslidstaten beslag is gelegd.

(20)

Om praktische moeilijkheden te overwinnen die zich voordoen bij het verkrijgen van informatie over de plaats waar, in een grensoverschrijdende context, een schuldenaar een bankrekening heeft, dient deze verordening een mechanisme te omvatten dat de schuldeiser in staat stelt om, nog voordat een bevel tot conservatoir beslag wordt uitgevaardigd, te verlangen dat het gerecht de voor het identificeren van de rekening van de schuldenaar vereiste informatie verkrijgt van de daartoe aangewezen informatie-instantie van de lidstaat waarvan de schuldeiser vermoedt dat de schuldenaar er een rekening heeft. Gezien het bijzondere karakter van deze tussenkomst van openbare instanties en van deze toegang tot persoonsgegevens mag in de regel slechts toegang worden verleend tot rekeninginformatie indien de schuldeiser al een uitvoerbare rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen. Bij uitzondering moet het evenwel mogelijk zijn dat de schuldeiser om rekeninginformatie verzoekt, ook wanneer de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte waarover hij beschikt nog niet uitvoerbaar is. Dit is het geval indien het bedrag waarop beslag moet worden gelegd gezien de omstandigheden aanzienlijk is en het gerecht er op basis van de door de schuldeiser overgelegde bewijzen van overtuigd is dat de rekeninginformatie dringend moet worden verstrekt, omdat de latere inning van de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar anders in het gedrang dreigt te komen, waardoor de financiële situatie van de schuldeiser aanzienlijk zou kunnen verslechteren.

Om dit mechanisme werkbaar te maken, moeten de lidstaten zelf in een of meer methoden voor het verkrijgen van die informatie voorzien, die doeltreffend en efficiënt zijn, en niet onevenredig veel tijd of geld kosten. Het mechanisme moet uitsluitend gelden indien aan alle voorwaarden en vereisten voor het uitvaardigen van een bevel tot conservatoir beslag wordt voldaan, en de schuldeiser in zijn verzoek duidelijk heeft gestaafd dat er redenen zijn om aan te nemen dat de schuldenaar een of meer rekeningen in een gegeven lidstaat heeft, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar aldaar werkt, er een beroepsactiviteit uitoefent, of er goederen bezit.

(21)

Ter bescherming van de persoonsgegevens van de schuldenaar mag de verkregen informatie over de bankrekening of bankrekeningen van de schuldenaar niet aan de schuldeiser worden verstrekt. Zij dient enkel te worden verstrekt aan het verzoekende gerecht, en bij uitzondering ook aan de bank, indien de bank of een andere entiteit die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het bevel in de lidstaat van tenuitvoerlegging niet in staat is een rekening van een schuldenaar te identificeren op basis van de in het bevel verstrekte informatie, bijvoorbeeld omdat verschillende mensen met dezelfde naam en hetzelfde adres bij dezelfde bank rekeningen hebben. Wordt in dat geval in het bevel aangegeven dat het nummer of de nummers van de rekeningen waarop beslag moet worden gelegd, is of zijn verkregen via een informatieverzoek, dan dient de bank die informatie op te vragen bij de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging, hetgeen op een informele en eenvoudige manier mogelijk moet zijn.

(22)

De schuldeiser moet krachtens deze verordening hoger beroep kunnen instellen tegen een weigering om het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen. Dit recht moet onverlet laten dat de schuldeiser op grond van nieuwe feiten of nieuw bewijsmateriaal opnieuw een bevel tot conservatoir beslag kan aanvragen.

(23)

De tenuitvoerleggingsstructuren voor het conservatoir beslag op bankrekeningen verschillen aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat. Duplicatie moet worden vermeden en de nationale procedures dienen zoveel mogelijk te worden gevolgd; daarom moeten in deze verordening de tenuitvoerlegging en de daadwerkelijke uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag worden geënt op de in de lidstaat van tenuitvoerlegging bestaande methoden en structuren voor de tenuitvoerlegging en de uitvoering van gelijkwaardige nationale bevelen.

(24)

Met het oog op een snelle tenuitvoerlegging dient deze verordening voor te schrijven dat de lidstaat van herkomst het bevel aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging moet toezenden op een wijze die waarborgt dat de inhoud van de verzonden stukken accuraat, getrouw en gemakkelijk leesbaar is.

(25)

Na ontvangst van het bevel tot conservatoir beslag, dient de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging de nodige stappen te ondernemen om het bevel overeenkomstig haar nationale recht ten uitvoer te laten leggen, hetzij door het toe te zenden aan de bank of een andere entiteit die in die lidstaat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van een dergelijk bevel, hetzij, indien het nationale recht daarin voorziet, door de bank opdracht te geven het bevel uit te voeren.

(26)

Afhankelijk van de krachtens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging beschikbare methode voor gelijkwaardige nationale bevelen moet het bevel worden uitgevoerd door het bedrag waarop beslag wordt gelegd op de rekening van de schuldenaar te blokkeren, of, indien het nationale recht daarin voorziet, het over te maken op een speciale beslagrekening, aangehouden door de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie, door het gerecht, door de bank waar de schuldenaar zijn rekening aanhoudt, of door een bank die voor dat specifieke geval is aangewezen als coördinerende entiteit voor het conservatoir beslag.

(27)

Deze verordening mag niet beletten dat voorafgaande betaling van vergoedingen voor de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag wordt gevorderd. Deze kwestie wordt overgelaten aan het nationale recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

(28)

Het bevel tot conservatoir beslag moet in voorkomend geval dezelfde rangorde hebben als een gelijkwaardig nationaal bevel in de lidstaat van tenuitvoerlegging. Indien bepaalde tenuitvoerleggingsmaatregelen krachtens het nationale recht voorrang hebben op bewarende maatregelen, moeten deze tenuitvoerleggingsmaatregelen dezelfde voorrang krijgen ten aanzien van bevelen tot conservatoir beslag in het kader van deze verordening. Voor de toepassing van deze verordening moeten de in bepaalde nationale rechtsstelsels bestaande in-personambevelen als gelijkwaardige nationale bevelen worden beschouwd.

(29)

Deze verordening moet de bank of een andere entiteit die in de lidstaat van tenuitvoerlegging verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag, ertoe verplichten mee te delen of, en zo ja in welke mate, het bevel heeft geleid tot het conservatoir beslag op tegoeden van de schuldenaar, en moet de schuldeiser ertoe verplichten eventuele tegoeden waarop boven het in het bevel bepaalde bedrag beslag is gelegd vrij te geven.

(30)

Deze verordening moet het recht van de schuldenaar op een eerlijk proces en op een doeltreffende voorziening in rechte beschermen, en moet de schuldenaar daarom, gezien het niet-contradictoire karakter van de procedure voor de uitvaardiging van het bevel tot conservatoir beslag, in staat stellen het bevel of de handhaving ervan onmiddellijk na de tenuitvoerlegging van het bevel aan te vechten op de bij deze verordening vastgestelde gronden.

(31)

Deze verordening dient daartoe voor te schrijven dat het bevel tot conservatoir beslag, vergezeld van alle stukken die de schuldeiser bij het gerecht in de lidstaat van herkomst heeft ingediend en van de nodige vertalingen, onmiddellijk na de uitvoering ervan aan de schuldenaar wordt betekend. Het gerecht moet de discretionaire bevoegdheid hebben bij het bevel aanvullende stukken te voegen waarop haar beslissing is gebaseerd en die de schuldenaar voor het instellen van zijn rechtsmiddel nodig zou kunnen hebben, bijvoorbeeld het woordelijke verslag van het mondeling horen.

(32)

De schuldenaar moet om een herziening van het bevel tot conservatoir beslag kunnen verzoeken, in het bijzonder indien niet aan de in deze verordening vermelde voorwaarden of vereisten wordt voldaan of indien de omstandigheden die tot de uitvaardiging geleid hebben zodanig zijn veranderd dat die uitvaardiging niet langer gegrond zou zijn. Zo moet de schuldenaar bijvoorbeeld over een rechtsmiddel kunnen beschikken indien de zaak niet grensoverschrijdend was volgens de in deze verordening gegeven definitie, indien de in deze verordening bepaalde bevoegdheidsregeling niet in acht is genomen, indien de schuldeiser niet binnen de bij deze verordening vastgestelde termijn een procedure betreffende het bodemgeschil heeft ingeleid en het gerecht daaropvolgend niet ambtshalve het bevel heeft ingetrokken of het bevel niet automatisch eindigt, indien de vordering van de schuldeiser geen dringende bescherming in de vorm van een bevel tot conservatoir beslag behoefde omdat er geen risico bestond dat de latere inning van die vordering verhinderd of sterk bemoeilijkt zou worden, of indien de zekerheidstelling niet volgens de vereisten van deze verordening is geschied.

De schuldenaar moet ook kunnen beschikken over een rechtsmiddel in het geval dat het bevel en de verklaring betreffende het beslag hem niet overeenkomstig deze verordening zijn betekend, of dat de hem betekende stukken niet voldeden aan de taalvoorschriften van deze verordening. Een dergelijk rechtsmiddel mag evenwel niet worden toegekend indien het ontbreken van een betekening of vertaling binnen een bepaalde termijn wordt rechtgezet. Om het ontbreken van betekening te verhelpen, moet de schuldeiser de voor betekening bevoegde instantie in de lidstaat van herkomst verzoeken de betrokken stukken bij aangetekend schrijven aan de schuldenaar toe te zenden of, indien de schuldenaar bereid is de stukken ter griffie in ontvangst te nemen, de nodige vertalingen aan het gerecht te bezorgen. Een dergelijk verzoek mag niet vereist zijn indien het ontbreken van betekening reeds op andere wijze is verholpen, bijvoorbeeld indien, overeenkomstig het nationale recht, het gerecht ambtshalve tot de betekening is overgegaan.

(33)

Wie de krachtens deze verordening vereiste vertalingen moet verstrekken, en wie daarvan de kosten moet dragen, wordt door het nationale recht bepaald.

(34)

De bevoegdheid om te beslissen over rechtsmiddelen tegen het verlenen van het bevel tot conservatoir beslag zelf moet worden gegeven aan de gerechten van de lidstaat waar het bevel is uitgegeven. Over de rechtsmiddelen tegen de tenuitvoerlegging van het bevel moet worden beslist door de gerechten of, in voorkomend geval, door de bevoegde tenuitvoerleggingsinstanties van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

(35)

De schuldenaar moet het recht hebben om de vrijgave van de tegoeden waarop beslag is gelegd te verzoeken, indien hij een passende andere zekerheid stelt. Deze kan de vorm hebben van een zekerheidstelling of een andere waarborg, zoals een bankgarantie of een hypotheek.

(36)

Deze verordening moet ervoor zorgen dat het conservatoir beslag op de rekening van de schuldenaar geen bedragen treft die krachtens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging niet voor beslag vatbaar zijn, bijvoorbeeld bedragen die het levensonderhoud van de schuldenaar en zijn familie moeten waarborgen. Afhankelijk van het in die lidstaat toepasselijke procesrecht dienen zulke bedragen hetzij door de bevoegde instantie (het gerecht, de bank of de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie) ambtshalve niet voor beslag vatbaar te worden verklaard voordat het bevel wordt uitgevoerd, hetzij op verzoek van de schuldenaar niet voor beslag vatbaar te worden verklaard nadat het bevel is uitgevoerd. Indien op rekeningen in verschillende lidstaten beslag wordt gelegd en meer dan eenmaal is verklaard dat bedragen niet voor beslag vatbaar zijn, moet de schuldeiser bij het bevoegde gerecht van eender welke lidstaat van tenuitvoerlegging of, indien het nationale recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging daarin voorziet, bij de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in die lidstaat, om aanpassing van de in die lidstaat toegepaste verklaring met die bedragen waarop geen beslag kan worden gelegd kunnen verzoeken.

(37)

Het bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen moet vlot en onverwijld uitgevaardigd en ten uitvoer gelegd worden; daarom moet deze verordening voorschrijven binnen welke termijnen de verschillende stappen in de procedure worden gezet. Gerechten of instanties die bij de procedure zijn betrokken, dienen slechts in uitzonderlijke omstandigheden van die termijnen te kunnen afwijken, bijvoorbeeld in gevallen die juridisch of feitelijk complex zijn.

(38)

Voor de berekening van de in deze verordening vastgelegde termijnen geldt Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (5).

(39)

Om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken, moeten de lidstaten ertoe verplicht worden bepaalde informatie betreffende hun wetgeving en hun procedures met betrekking tot bevelen tot conservatoir beslag en gelijkwaardige nationale bevelen aan de Commissie mee te delen.

(40)

Met het oog op een vlottere toepassing van deze verordening in de praktijk, moeten standaardformulieren worden ontworpen, in het bijzonder voor het aanvragen van een bevel tot conservatoir beslag, voor het bevel tot conservatoir beslag zelf, voor de verklaring betreffende het beslag op tegoeden, en voor het instellen van een rechtsmiddel of een hoger beroep krachtens deze verordening.

(41)

Ter wille van de efficiëntie van de procedure, moet krachtens deze verordening zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de in het kader van het procesrecht van de betrokken lidstaten aanvaarde moderne communicatietechnologie, in het bijzonder ten behoeve van het invullen van de in deze verordening voorgeschreven standaardformulieren en van de communicatie tussen de bij de procedure betrokken instanties. Voorts dienen het bevel tot conservatoir beslag en de andere stukken in het kader van deze verordening op een technisch neutrale wijze te worden ondertekend, zodat bestaande methoden, zoals digitale certificering of veilige verificatie, kunnen worden toegepast en er tegelijk ruimte is voor de toepassing van nieuwe technieken.

(42)

Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vaststelling en wijziging van de standaardformulieren waarin bij deze verordening wordt voorzien. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(43)

De uitvoeringshandelingen tot vaststelling en tot wijziging van de in deze verordening voorgeschreven standaardformulieren moeten overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 worden vastgesteld.

(44)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Zij heeft in het bijzonder tot doel de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de bescherming van persoonsgegevens, het recht op eigendom en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht te waarborgen, als vastgelegd in respectievelijk de artikelen 7, 8, 17 en 47 van dat handvest.

(45)

Wat de toegang tot en het gebruik en de verstrekking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening betreft, moeten de voorschriften van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (7), zoals omgezet in het nationale recht van de lidstaten, in acht worden genomen.

(46)

Voor de toepassing van deze verordening moeten evenwel bepaalde specifieke voorwaarden voor de toegang tot persoonsgegevens en voor het gebruik en de verstrekking van deze gegevens nader worden bepaald. In dit verband is rekening gehouden met het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (8). De kennisgeving aan de persoon over wie de informatie is verzameld, moet overeenkomstig het nationale recht geschieden. De schuldenaar mag er evenwel pas na dertig dagen van op de hoogte worden gebracht dat er informatie over zijn rekening of rekeningen is vrijgegeven, teneinde te voorkomen dat een vroege kennisgeving het effect van het bevel tot conservatoir beslag in het gedrang brengt.

(47)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het vaststellen van een procedure in de Unie voor een bewarende maatregel die een schuldeiser in staat stelt een bevel tot conservatoir beslag te verkrijgen waarmee wordt vermeden dat de latere inning van de vordering van de schuldeiser in het gedrang komt door het overmaken of opnemen van tegoeden die een schuldenaar op een bankrekening in de Unie heeft staan, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(48)

Deze verordening is alleen van toepassing op de lidstaten die er overeenkomstig de Verdragen door gebonden zijn. De bij deze verordening ingestelde procedure voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag dient derhalve uitsluitend ter beschikking te staan van schuldeisers die hun woonplaats hebben in een door deze verordening gebonden lidstaat en krachtens deze verordening uitgevaardigde bevelen mogen alleen betrekking hebben op conservatoir beslag op in een dergelijke lidstaat aangehouden bankrekeningen.

(49)

Overeenkomstig artikel 3 van het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, heeft Ierland kennis gegeven van zijn wens deel te nemen aan de aanneming en toepassing van deze verordening.

(50)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de aanneming van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is in het Verenigd Koninkrijk.

(51)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

1.   Bij deze verordening wordt een Unieprocedure ingesteld waarmee een schuldeiser een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen („bevel tot conservatoir beslag” of „bevel”) kan verkrijgen, welke verhindert dat de latere inning van de vordering van de schuldeiser wordt belemmerd doordat tegoeden, tot het in het bevel bepaalde bedrag, op een door of namens hem in een lidstaat aangehouden bankrekening worden verplaatst of worden onttrokken.

2.   Het bevel tot conservatoir beslag staat ter beschikking van de schuldeiser als alternatief voor bewarende maatregelen uit hoofde van nationaal recht.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op geldelijke vorderingen in burgerlijke en handelszaken in grensoverschrijdend verband, zoals omschreven in artikel 3, ongeacht de aard van de rechterlijke instantie (het „gerecht”). Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken of bestuursrechtelijke zaken, of de aansprakelijkheid van de staat wegens een handeling of nalaten in de uitoefening van het openbaar gezag („acta jure imperii”).

2.   Deze verordening is niet van toepassing op:

a)

het huwelijksvermogensrecht of het vermogensrecht inzake relatievormen waaraan volgens het hierop toepasselijke recht gevolgen worden verbonden welke vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk;

b)

testamenten en erfenissen, met inbegrip van onderhoudsverplichtingen die ontstaan als gevolg van overlijden;

c)

vorderingen jegens een schuldenaar te wiens aanzien een faillissementsprocedure, een akkoord of een soortgelijke procedure is ingesteld;

d)

sociale zekerheid;

e)

arbitrage.

3.   Deze verordening is niet van toepassing op bankrekeningen die niet vatbaar zijn voor beslag krachtens het recht van de lidstaat waar de rekening wordt aangehouden, noch op rekeningen die worden aangehouden in een systeem als omschreven in artikel 2, onder a), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad (9).

4.   Deze verordening is niet van toepassing op bankrekeningen die door of bij centrale banken in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit worden aangehouden.

Artikel 3

Grensoverschrijdende zaken

1.   Voor de toepassing van deze verordening is een zaak grensoverschrijdend als de bankrekening of bankrekeningen waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft, worden aangehouden in een andere lidstaat dan:

a)

de lidstaat van het gerecht waarbij het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig artikel 6 is ingediend; of

b)

de lidstaat waar de schuldeiser zijn woonplaats heeft.

2.   Het tijdstip dat bepalend is voor het grensoverschrijdende karakter van een zaak is de datum waarop het verzoek om een bevel wordt ingediend bij het gerecht dat bevoegd is om het bevel uit te vaardigen.

Artikel 4

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„bankrekening” of „rekening”, elke rekening met tegoeden die op naam van de schuldenaar of namens de schuldenaar op naam van een derde partij bij een bank wordt aangehouden;

2.

„bank”, een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10), met inbegrip van de bijkantoren, in de zin van artikel 4, lid 1, punt 17), van die verordening, van kredietinstellingen met hoofdkantoor in de Unie of, overeenkomstig artikel 47 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (11), de in de Unie gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Unie;

3.

„tegoeden”, gelden op een rekening, in ongeacht welke valuta gecrediteerd, of soortgelijke vorderingen tot restitutie van geld, zoals geldmarktdeposito’s;

4.

„lidstaat waar de bankrekening wordt aangehouden”,

a)

de lidstaat vermeld in het IBAN (International Bank Account Number - internationaal bankrekeningnummer) van de rekening; of

b)

in het geval van een bankrekening zonder IBAN, de lidstaat waar de bank waarbij de rekening wordt aangehouden haar hoofdkantoor heeft of, indien de rekening bij een bijkantoor wordt aangehouden, de lidstaat waar het bijkantoor zich bevindt;

5.

„vordering”, een vordering tot betaling van een bepaalde, opeisbare geldschuld, of tot betaling van een bepaalbare geldschuld die voortvloeit uit een transactie of een gebeurtenis welke reeds heeft plaatsgevonden, mits de vordering in rechte kan worden aangebracht;

6.

„schuldeiser”, een natuurlijk persoon die zijn woon- of gewone verblijfplaats in een lidstaat heeft, of een in een lidstaat gevestigde rechtspersoon of andere in een lidstaat gevestigde entiteit, die volgens het recht van een lidstaat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, en die een bevel tot conservatoir beslag aanvraagt of reeds heeft verkregen met betrekking tot een vordering;

7.

„schuldenaar”, een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een andere entiteit die volgens het recht van een lidstaat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, tegen wie de schuldeiser een bevel tot conservatoir beslag tracht te verkrijgen of reeds heeft verkregen, met betrekking tot een vordering;

8.

„rechterlijke beslissing”, elke door een gerecht van een lidstaat gegeven beslissing, ongeacht de daaraan gegeven benaming, alsmede de vaststelling van het bedrag van de proceskosten door de griffier;

9.

„gerechtelijke schikking”, een schikking die door een gerecht van een lidstaat is goedgekeurd of tijdens een procedure voor een gerecht van een lidstaat is getroffen;

10.

„authentieke akte”, een akte die als authentieke akte is verleden of geregistreerd in een lidstaat en waarvan de authenticiteit:

a)

betrekking heeft op de ondertekening en de inhoud van de akte, en

b)

is vastgesteld door een overheidsinstantie of een andere daartoe bevoegd verklaarde autoriteit;

11.

„lidstaat van herkomst”, de lidstaat waar het bevel tot conservatoir beslag is uitgevaardigd;

12.

„lidstaat van tenuitvoerlegging”, de lidstaat waar de rekening wordt aangehouden waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft;

13.

„informatie-instantie”, de instantie die door een lidstaat is aangewezen als bevoegd om de nodige informatie over de rekening of rekeningen van de schuldenaar te verkrijgen, overeenkomstig artikel 14;

14.

„bevoegde instantie”, de instantie of instanties die door een lidstaat zijn aangewezen als bevoegd voor de ontvangst, doorzending of betekening of kennisgeving, overeenkomstig artikel 10, lid 2, artikel 23, leden 3, 5 en 6, artikel 25, lid 3, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 3, en artikel 36, lid 5, tweede alinea;

15.

„woonplaats”, de overeenkomstig artikelen 62 en 63 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad (12) te bepalen woonplaats.

HOOFDSTUK 2

PROCEDURE VOOR HET VERKRIJGEN VAN EEN BEVEL TOT CONSERVATOIR BESLAG

Artikel 5

Beschikbaarheid

De schuldeiser kan in de volgende gevallen een bevel tot conservatoir beslag verkrijgen:

a)

vóór of tijdens elke fase van een door hem in een lidstaat tegen de schuldenaar ingestelde procedure betreffende het bodemgeschil, zolang geen rechterlijke beslissing is gegeven of geen gerechtelijke schikking is goedgekeurd of getroffen;

b)

nadat hij in een lidstaat een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen.

Artikel 6

Rechterlijke bevoegdheid

1.   Indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, zijn de gerechten van de lidstaat die overeenkomstig de toepasselijke regels bevoegd zijn om van het bodemgeschil kennis te nemen, tevens bevoegd om het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen.

2.   Niettegenstaande lid 1 zijn de gerechten van de lidstaat waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft bij uitsluiting bevoegd om een bevel tot conservatoir beslag ter bescherming van een vordering uit overeenkomst uit te vaardigen, in het geval dat de schuldenaar een consument is die een overeenkomst met de schuldeiser heeft gesloten voor een gebruik dat niet als bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd.

3.   Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing of gerechtelijke schikking heeft verkregen, zijn de gerechten van de lidstaat waar de rechterlijke beslissing is gegeven of de gerechtelijke schikking is goedgekeurd of getroffen, bevoegd een bevel tot conservatoir beslag betreffende de in de rechterlijke beslissing of gerechtelijke schikking bedoelde vordering uit te vaardigen.

4.   Indien de schuldeiser een authentieke akte heeft verkregen, zijn de gerechten die daartoe zijn aangewezen in de lidstaat waar die akte is opgesteld, bevoegd een bevel tot conservatoir beslag betreffende de in die akte bedoelde vordering uit te vaardigen.

Artikel 7

Voorwaarden voor het uitvaardigen van een bevel tot conservatoir beslag

1.   Het gerecht vaardigt het bevel tot conservatoir beslag uit indien de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om het gerecht ervan te overtuigen dat er dringend behoefte bestaat aan een bewarende maatregel in de vorm van een bevel tot conservatoir beslag, gelet op het reële risico dat, zonder een dergelijke maatregel, de latere inning van de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar onmogelijk wordt gemaakt of wordt bemoeilijkt.

2.   Indien de schuldeiser in een lidstaat nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen, verstrekt de schuldeiser tevens voldoende bewijsmateriaal om het gerecht ervan te overtuigen dat zijn vordering tegen de schuldenaar waarschijnlijk gegrond wordt verklaard.

Artikel 8

Verzoek om een bevel tot conservatoir beslag

1.   Het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag wordt ingediend door middel van het formulier dat volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure is vastgesteld.

2.   Het verzoek bevat de volgende elementen:

a)

de naam en het adres van het gerecht waar het verzoek wordt ingediend;

b)

gegevens betreffende de schuldeiser: de naam en contactgegevens van de schuldeiser en, in voorkomend geval, van zijn vertegenwoordiger, en

i)

indien de schuldeiser een natuurlijke persoon is, zijn geboortedatum en, in voorkomend geval en indien beschikbaar, het nummer van zijn identiteitskaart of het paspoort; of

ii)

indien de schuldeiser een rechtspersoon is of een andere entiteit die krachtens het recht van een lidstaat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, de staat van de statutaire zetel en het identificatie- of registratienummer of, bij gebreke hiervan, de datum en plaats van vestiging, oprichting of registratie;

c)

gegevens betreffende de schuldenaar: de naam en contactgegevens van de schuldenaar en, in voorkomend geval, van zijn vertegenwoordiger, en, indien beschikbaar:

i)

indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, zijn geboortedatum en het nummer van zijn identiteitsbewijs of paspoort; of

ii)

indien de schuldenaar een rechtspersoon is of een andere entiteit die volgens het recht van een staat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, de staat van de statutaire zetel en het identificatie- of registratienummer of, bij gebreke hiervan, de datum en plaats van vestiging, oprichting of registratie;

d)

een nummer aan de hand waarvan de bank kan worden bepaald, zoals het IBAN of de BIC en/of de naam en het adres van de bank, waar de schuldenaar een of meer rekeningen aanhoudt waarop conservatoir beslag moet worden gelegd;

e)

indien beschikbaar, het nummer van de rekening of rekeningen waarop conservatoir beslag moet worden gelegd en, in dat geval, de vermelding of op andere rekeningen die de schuldenaar bij dezelfde bank aanhoudt, conservatoir beslag moet worden gelegd;

f)

indien geen van de onder d) bedoelde gegevens kan worden verstrekt, een verklaring dat een verzoek om rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14 wordt ingediend, indien een dergelijk verzoek mogelijk is, en een vermelding van de redenen waarom de schuldeiser van mening is dat de schuldenaar een of meer rekeningen bij een bank in een bepaalde lidstaat aanhoudt;

g)

het bedrag waarvoor om het bevel tot conservatoir beslag wordt verzocht:

i)

indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, het bedrag van de hoofdvordering of een gedeelte daarvan en van alle rente die overeenkomstig artikel 15 kan worden geïnd;

ii)

indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, het in de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte bepaalde bedrag van de hoofdvordering of een onderdeel daarvan en alle rente en kosten die overeenkomstig artikel 15 kunnen worden geïnd;

h)

indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen:

i)

een beschrijving van alle relevante elementen ter ondersteuning van de bevoegdheid van het gerecht waar het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag is ingediend;

ii)

een beschrijving van alle relevante omstandigheden die als grondslag voor de vordering en, in voorkomend geval, de gevorderde rente worden aangevoerd;

iii)

een verklaring die aangeeft of de schuldeiser reeds een procedure betreffende het bodemgeschil heeft ingesteld tegen de schuldenaar;

i)

indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een verklaring dat aan de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte nog geen gevolg is gegeven of, in voorkomend geval, de vermelding in welke mate eraan gevolg is gegeven;

j)

een beschrijving van alle relevante omstandigheden die overeenkomstig artikel 7, lid 1, grond opleveren voor de uitvaardiging van het bevel tot conservatoir beslag;

k)

in voorkomend geval, een opgave van de redenen waarom de schuldeiser meent te moeten worden vrijgesteld van zekerheidstelling overeenkomstig artikel 12;

l)

een lijst van het door de schuldeiser verstrekte bewijsmateriaal;

m)

een verklaring van de schuldeiser, overeenkomstig artikel 16, over de vraag of hij al dan niet andere gerechten of instanties om een gelijkwaardig nationaal bevel heeft verzocht en of het verzoek is ingewilligd of afgewezen en, indien het is ingewilligd, in welke mate aan het bevel uitvoering is gegeven;

n)

een facultatieve vermelding van de bankrekening van de schuldeiser waarop de schuldenaar de vordering vrijwillig kan voldoen;

o)

een verklaring van de schuldeiser dat de informatie in het verzoek naar zijn beste weten juist en volledig is en dat opzettelijk onjuiste of onvolledige verklaringen juridische gevolgen kunnen hebben krachtens het recht van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend, of tot aansprakelijkheid in de zin van artikel 13 kunnen leiden.

3.   Het verzoek gaat vergezeld van alle nuttige bewijsstukken en, indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een afschrift van de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte dat voldoet aan de voorwaarden om de echtheid ervan te kunnen vaststellen.

4.   Het verzoek en de bewijsstukken kunnen worden ingediend met alle mogelijke — ook digitale — communicatiemiddelen die worden aanvaard krachtens het procesrecht van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend.

Artikel 9

Bewijsverkrijging

1.   Het gerecht doet uitspraak bij wege van een schriftelijke procedure aan de hand van de gegevens en de bewijsstukken die de schuldeiser in of bij zijn verzoek heeft verstrekt. Indien het gerecht het verstrekte bewijsmateriaal ontoereikend acht, kan het de schuldeiser verzoeken aanvullende bewijsstukken over te leggen, indien het nationale recht dat toestaat.

2.   Niettegenstaande lid 1 en behoudens artikel 11, kan het gerecht voorts, mits dat de procedure niet onnodig vertraagt, bewijsmateriaal trachten te verkrijgen met andere passende middelen die hem volgens het nationaal recht ter beschikking staan, zoals het mondeling horen van de schuldeiser of zijn getuigen, onder meer per videoconferentie of met behulp van andere communicatietechnologie.

Artikel 10

Instelling van een procedure betreffende het bodemgeschil

1.   Indien de schuldeiser een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag heeft ingediend voordat hij een procedure betreffende het bodemgeschil heeft ingesteld, stelt hij deze procedure in en levert hij het gerecht waar het verzoek om het bevel is ingediend daarvan het bewijs, uiterlijk dertig dagen na de datum waarop hij het verzoek heeft ingediend of, indien dit later is, binnen veertien dagen na de datum waarop het bevel is uitgevaardigd. Tevens kan het gerecht, op verzoek van de schuldenaar en onder kennisgeving aan de beide partijen, die termijn verlengen, bijvoorbeeld om de partijen de zaak te laten schikken.

2.   Indien het gerecht binnen de in lid 1 bedoelde termijn niet het bewijs heeft ontvangen dat de procedure is ingeleid, wordt het bevel tot conservatoir beslag ingetrokken of eindigt het en worden de partijen daarvan op de hoogte gebracht.

Indien het gerecht dat het bevel heeft uitgevaardigd zich in de lidstaat van tenuitvoerlegging bevindt, wordt het bevel ingetrokken of eindigt het overeenkomstig het recht van die lidstaat.

Indien het bevel moet worden ingetrokken of het bevel eindigt in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, wordt het bevel door het gerecht ingetrokken met behulp van het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld, en dat overeenkomstig artikel 29 aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging wordt toegezonden. Die instantie onderneemt de nodige stappen om in voorkomend geval artikel 23 toe te passen om de intrekking of de beëindiging van de tenuitvoerlegging uitgevoerd te zien.

3.   Voor de toepassing van lid 1 wordt de procedure betreffende het bodemgeschil geacht te zijn ingesteld:

a)

op het tijdstip waarop het stuk waarmee de procedure wordt ingeleid of een gelijkwaardig stuk bij het gerecht wordt ingediend, mits de schuldeiser vervolgens niet heeft nagelaten te doen wat hij met het oog op de betekening of de kennisgeving van het stuk aan de schuldenaar moest doen; of

b)

indien het stuk betekend of ter kennis gebracht moet worden voordat het bij het gerecht wordt ingediend, op het tijdstip waarop de instantie die belast is met de betekening of kennisgeving het stuk ontvangt, mits de schuldeiser vervolgens niet heeft nagelaten te doen wat hij met het oog op de indiening van het stuk bij het gerecht moest doen.

De onder b) van de eerste alinea bedoelde instantie die belast is met de betekening of de kennisgeving is de eerste instantie die de te betekenen of ter kennis te brengen stukken ontvangt.

Artikel 11

Niet-contradictoire procedure

De schuldenaar wordt niet in kennis gesteld van het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag, noch gehoord, voordat het bevel is uitgevaardigd.

Artikel 12

Zekerheidstelling door de schuldeiser

1.   Voordat het gerecht, in het geval dat de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een bevel tot conservatoir beslag uitvaardigt, verlangt het dat de schuldeiser zekerheid stelt ten belope van een bedrag dat volstaat om misbruik te voorkomen van de procedure waarin deze verordening voorziet en de door de schuldenaar als gevolg van het bevel geleden schade te vergoeden, voor zover de schuldeiser overeenkomstig artikel 13 aansprakelijk is voor die schade.

Het gerecht kan bij wijze van uitzondering van de in de eerste alinea vermelde regel afwijken indien het de in die alinea vermelde zekerheidstelling in het licht van de omstandigheden niet passend acht.

2.   Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, kan het gerecht, alvorens het bevel uit te vaardigen, van de schuldeiser verlangen dat hij een zekerheid in de zin van lid 1, eerste alinea, stelt, indien het dat in de omstandigheden van het geval noodzakelijk en passend acht.

3.   Indien het gerecht verlangt dat een zekerheid overeenkomstig dit artikel moet worden gesteld, wordt aan de schuldeiser meegedeeld voor welk bedrag hij zekerheid moet stellen en welke vorm aanvaardbaar is op grond van het recht van de lidstaat waar het gerecht zich bevindt. Het gerecht vermeldt dat het het bevel tot conservatoir beslag zal uitvaardigen nadat overeenkomstig deze vereisten zekerheid is gesteld.

Artikel 13

Aansprakelijkheid van de schuldeiser

1.   De schuldeiser is aansprakelijk voor iedere schade die de schuldenaar door het bevel tot conservatoir beslag lijdt en die te wijten is aan de schuldeiser. De bewijslast rust op de schuldenaar.

2.   In de volgende gevallen wordt de schuldeiser, behoudens tegenbewijs, verondersteld aansprakelijk te zijn:

a)

indien het bevel wordt ingetrokken omdat de schuldeiser, buiten het geval van voldoening van de vordering door de schuldenaar of een andere vorm van schikking tussen de partijen, heeft verzuimd een procedure betreffende het bodemgeschil in te stellen;

b)

indien de schuldeiser heeft verzuimd krachtens artikel 27 het teveel waarop beslag is gelegd te laten vrijgeven;

c)

indien naderhand blijkt dat het bevel niet, of slechts voor een lager bedrag, terecht is uitgevaardigd, omdat de schuldeiser niet aan de verplichtingen uit hoofde van artikel 16 heeft voldaan; of

d)

indien het bevel wordt ingetrokken of eindigt omdat de schuldeiser niet heeft voldaan aan de in deze verordening vastgelegde verplichtingen inzake betekening of kennisgeving of vertaling, of inzake het verhelpen van het ontbreken van betekening of kennisgeving of vertaling.

3.   Niettegenstaande lid 1 kunnen de lidstaten in hun nationaal recht andere gronden of vormen van aansprakelijkheid of regels over de bewijslast handhaven of opnemen. Alle andere dan de in de leden 1 en 2 bedoelde aspecten van de aansprakelijkheid jegens de schuldeiser vallen onder het nationale recht.

4.   De aansprakelijkheid van de schuldeiser wordt beheerst door het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

Indien in meer dan één lidstaat op rekeningen beslag wordt gelegd, is het op de aansprakelijkheid van de schuldeiser toepasselijke recht dat van de lidstaat van tenuitvoerlegging:

a)

waar de schuldenaar zijn gewone verblijfplaats in de zin van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad (13) heeft of, bij gebreke hiervan,

b)

die het nauwst verbonden is met de zaak.

5.   Dit artikel heeft geen betrekking op mogelijke aansprakelijkheid van de schuldeiser jegens de bank of een derde.

Artikel 14

Verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie

1.   Indien de schuldeiser in een lidstaat een uitvoerbare rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen en de schuldeiser redenen heeft om aan te nemen dat de schuldenaar een of meer rekeningen bij een bank heeft waarvan hij noch de naam en/of het adres kent, noch het IBAN, de BIC of een ander bankrekeningnummer aan de hand waarvan de bank kan worden geïdentificeerd, kan hij het gerecht waar het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag wordt ingediend vragen de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging de gegevens te laten inwinnen aan de hand waarvan de bank of banken en de rekening of rekeningen van de schuldenaar kunnen worden geïdentificeerd.

Niettemin kan de schuldeiser om de in de voorgaande alinea bedoelde rekeninginformatie verzoeken indien de door hem verkregen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte nog niet uitvoerbaar is en het bedrag waarop beslag moet worden gelegd gezien de omstandigheden aanzienlijk is en de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om het gerecht ervan te overtuigen dat de informatie dringend moet worden verstrekt, omdat anders de latere inning van de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar in het gedrang dreigt te komen, waardoor de financiële situatie van de schuldeiser aanzienlijk zou kunnen verslechteren.

2.   Het informatieverzoek wordt door de schuldeiser vervat in het in lid 1 vermelde verzoek om een bevel tot conservatoir beslag. De schuldeiser maakt aannemelijk waarom volgens hem de schuldenaar een of meer rekeningen bij een bank in een bepaalde lidstaat aanhoudt, en verstrekt alle hem beschikbare en relevante informatie omtrent de schuldenaar en de rekeningen waarop beslag moet worden gelegd. Indien het gerecht waar het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag is ingediend het verzoek onvoldoende onderbouwd acht, wordt het verworpen.

3.   Indien het gerecht ervan overtuigd is dat het verzoek om informatie voldoende is onderbouwd en dat aan alle voorwaarden en vereisten voor de uitvaardiging van het bevel is voldaan, met uitzondering van hetgeen in artikel 8, lid 2, onder d), met betrekking tot informatie en, in voorkomend geval, in artikel 12 inzake zekerheidstelling is voorgeschreven, doet het verzoek om informatie overeenkomstig artikel 29 aan de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toekomen.

4.   De informatie-instantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging gebruikt een van de in lid 5 bedoelde, in die lidstaat beschikbare middelen om de in lid 1 bedoelde informatie te verkrijgen.

5.   Elke lidstaat voorziet in zijn nationale recht in ten minste een van de volgende middelen om de in lid 1 bedoelde informatie te verkrijgen:

a)

de verplichting dat alle banken op zijn grondgebied, op verzoek van de informatie-instantie, bekendmaken of de schuldenaar bij hen een rekening aanhoudt;

b)

het recht van de informatie-instantie om toegang te krijgen tot de relevante informatie die de overheid in registers of op andere wijze bijhoudt;

c)

de mogelijkheid dat zijn gerechten de schuldenaar de verplichting opleggen bekend te maken bij welke banken op het grondgebied van die lidstaat hij een of meer rekeningen aanhoudt, en hem voorts door een bevel in personam verbieden tegoeden op die rekening of rekeningen op te nemen of over te dragen tot het bedrag waarop beslag moet worden gelegd overeenkomstig het bevel tot conservatoir beslag; of

d)

elk ander middel dat doeltreffend en doelmatig is om de relevante informatie te verkrijgen, mits deze niet onevenredig kostbaar zijn of onevenredig veel tijd vergen.

Ongeacht de middelen waarin een lidstaat voorziet, wordt door alle bij het verkrijgen van de informatie betrokken instanties met bekwame spoed gehandeld.

6.   Zodra de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging de rekeninginformatie heeft verkregen, doet zij deze overeenkomstig artikel 29 toekomen aan het gerecht dat ze heeft opgevraagd.

7.   Indien de informatie-instantie de in lid 1 bedoelde informatie niet kan verkrijgen, deelt zij dit mee aan het gerecht dat de informatie heeft opgevraagd. Wordt het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag, omwille van het ontbreken van rekeninginformatie, geheel afgewezen, dan beslist het gerecht dat de informatie heeft opgevraagd tot onmiddellijke vrijgave van de misschien door de schuldeiser overeenkomstig artikel 12 gestelde zekerheid.

8.   Indien de informatie-instantie op grond van dit artikel informatie ontvangt van een bank of haar toegang wordt verleend tot rekeninginformatie die de overheid in registers bijhoudt, wordt de kennisgeving aan de schuldenaar van de openbaarmaking van zijn persoonsgegevens voor een termijn van dertig dagen opgeschort, om te voorkomen dat door vroegtijdige kennisgeving het effect van het bevel tot conservatoir beslag in het gedrang komt.

Artikel 15

Rente en kosten

1.   Op verzoek van de schuldeiser omvat het bevel tot conservatoir beslag de krachtens het toepasselijke recht aangegroeide rente op de vordering tot op de datum van uitvaardiging van het bevel, mits het opnemen van het rentebedrag of de rentevorm niet in strijd is met bepalingen van bijzonder dwingend recht in de lidstaat van herkomst.

2.   Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, omvat het bevel tot conservatoir beslag op verzoek van de schuldeiser tevens de kosten van het verkrijgen van een dergelijke beslissing, schikking of akte, voor zover is bepaald dat deze kosten ten laste van de schuldenaar komen.

Artikel 16

Parallelle verzoeken

1.   Het is de schuldeiser niet toegestaan gelijktijdig bij verschillende gerechten parallelle verzoeken voor een bevel tot conservatoir beslag met betrekking tot dezelfde schuldenaar gericht op het veiligstellen van dezelfde vordering in te dienen.

2.   In het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag vermeldt de schuldeiser of hij reeds bij een ander gerecht of instantie een verzoek om een gelijkwaardig nationaal bevel met betrekking tot dezelfde schuldenaar en dezelfde vordering heeft ingediend, dan wel reeds heeft verkregen. Hij vermeldt in voorkomend geval ook verzoeken die als niet-ontvankelijk of ongegrond zijn afgewezen.

3.   Indien de schuldeiser tijdens de bevelprocedure een gelijkwaardig nationaal bevel met betrekking tot dezelfde schuldenaar en dezelfde vordering verkrijgt, brengt hij het gerecht hiervan, alsmede van de aan het nationaal bevel gegeven uitvoering, onverwijld op de hoogte. Hij vermeldt tevens welke verzoeken om een gelijkwaardig nationaal bevel als niet-ontvankelijk of ongegrond zijn afgewezen.

4.   Indien het gerecht verneemt dat de schuldeiser reeds een gelijkwaardig nationaal bevel heeft verkregen, overweegt het of het, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, nog steeds aangewezen is het bevel geheel of gedeeltelijk uit te vaardigen.

Artikel 17

Beslissing over het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag

1.   Het gerecht waar het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag is ingediend, onderzoekt of aan de in deze verordening gestelde voorwaarden en vereisten is voldaan.

2.   Het gerecht beslist onverwijld over het verzoek, en uiterlijk binnen de in artikel 18 bepaalde termijn.

3.   Indien de schuldeiser niet alle in artikel 8 bedoelde informatie heeft verstrekt, kan het gerecht, tenzij het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, een termijn bepalen waarbinnen de schuldeiser het verzoek moet hebben aangevuld of gecorrigeerd. Indien de schuldeiser het verzoek niet binnen die termijn heeft aangevuld of gecorrigeerd, wordt het afgewezen.

4.   Het bevel tot conservatoir beslag wordt uitgevaardigd voor het bedrag dat wordt gegrond op het in artikel 9 bedoelde bewijsmateriaal en zoals bepaald door het op de onderliggende vordering toepasselijke recht, en omvat in voorkomend geval ook de rente en kosten overeenkomstig artikel 15.

Het bevel mag in geen geval worden uitgevaardigd voor een hoger bedrag dan het bedrag dat de schuldeiser in zijn verzoek heeft opgegeven.

5.   De beslissing over het verzoek wordt de schuldeiser ter kennis gebracht volgens de in het recht van de lidstaat van herkomst vastgestelde procedure voor gelijkwaardige nationale bevelen.

Artikel 18

Termijnen voor de beslissing over het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag

1.   Indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, beslist het gerecht uiterlijk op de tiende werkdag nadat de schuldeiser het verzoek heeft ingediend of, in voorkomend geval, heeft aangevuld.

2.   Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, beslist het gerecht uiterlijk op de vijfde werkdag nadat de schuldeiser het verzoek heeft ingediend of, in voorkomend geval, heeft aangevuld.

3.   Indien het gerecht overeenkomstig artikel 9, lid 2, oordeelt dat de schuldeiser of, naargelang van het geval, zijn getuigen, mondeling moeten worden gehoord, geschiedt dit onverwijld, en beslist het gerecht uiterlijk op de vijfde werkdag na het horen.

4.   In de in artikel 12 bedoelde gevallen zijn de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bepaalde termijnen van toepassing op de beslissing dat de schuldeiser een zekerheid moet stellen. Zodra de schuldeiser de vereiste zekerheid heeft gesteld, beslist het gerecht onverwijld inzake het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag.

5.   Niettegenstaande de leden 1, 2 en 3 van dit artikel, beslist het gerecht in de in artikel 14 bedoelde gevallen, onverwijld nadat het de in artikel 14, lid 6 of 7, bedoelde informatie heeft ontvangen, mits de schuldeiser op dat moment reeds de vereiste zekerheid heeft gesteld.

Artikel 19

Vorm en inhoud van het bevel tot conservatoir beslag

1.   Het bevel tot conservatoir beslag wordt verleend middels het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld, en wordt door het gerecht afgestempeld, ondertekend en/of anderszins gelegaliseerd. Het formulier bestaat uit twee delen:

a)

deel A, met de in lid 2 bedoelde informatie die aan de bank, de schuldeiser en de schuldenaar moet worden verstrekt; en

b)

deel B, met de in lid 3 bedoelde informatie die aan de schuldeiser en de schuldenaar naast de in lid 2 bedoelde informatie moet worden verstrekt.

2.   Deel A bevat de volgende gegevens:

a)

de naam en het adres van het gerecht en het dossiernummer;

b)

de in artikel 8, lid 2, onder b), bedoelde gegevens betreffende de schuldeiser;

c)

de in artikel 8, lid 2, onder c), bedoelde gegevens betreffende de schuldenaar;

d)

de naam en het adres van de in het bevel bedoelde bank;

e)

indien de schuldeiser het rekeningnummer van de schuldenaar in het verzoek heeft vermeld, het nummer van de rekening of rekeningen waarop beslag moet worden gelegd en, in voorkomend geval, de vermelding dat ook op andere rekeningen die de schuldenaar bij dezelfde bank aanhoudt, beslag moet worden gelegd;

f)

in voorkomend geval, de vermelding dat het nummer van enige rekening waarop beslag moet worden gelegd, werd verkregen door middel van een verzoek overeenkomstig artikel 14, en dat de bank, indien noodzakelijk overeenkomstig artikel 24, lid 4, tweede alinea, het nummer heeft verkregen van de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging;

g)

het bedrag waarop het bevel betrekking heeft;

h)

de aan de bank gegeven opdracht uitvoering te geven aan het bevel, overeenkomstig artikel 24;

i)

de datum van het bevel;

j)

indien de schuldeiser overeenkomstig artikel 8, lid 2, onder n), in het verzoek een rekening heeft opgegeven, de overeenkomstig artikel 24, lid 3, aan de bank verleende machtiging om, op verzoek van de schuldenaar en indien toegestaan overeenkomstig het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging, op de rekening waarop beslag is gelegd tegoeden tot het in het bevel genoemd bedrag vrij te geven en ze over te maken op de door de schuldeiser opgegeven rekening;

k)

de plaats waar de elektronische versie van het te gebruiken formulier voor de in artikel 25 bedoelde verklaring te vinden is.

3.   Deel B bevat de volgende gegevens:

a)

een beschrijving van de zaak en van de motivering van het gerecht om het bevel uit te vaardigen;

b)

in voorkomend geval, het bedrag van de door de schuldeiser gestelde zekerheid;

c)

in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een procedure betreffende het bodemgeschil en voor het leveren van het bewijs, aan het gerecht dat het bevel heeft uitgevaardigd, dat deze procedure is ingesteld;

d)

in voorkomend geval, de vermelding welke stukken op grond van artikel 49, lid 1, tweede zin, moeten worden vertaald;

e)

in voorkomend geval, de vermelding dat het de taak van de schuldeiser is het bevel ten uitvoer te laten leggen, en bijgevolg, in voorkomend geval, de vermelding dat het de taak van de schuldeiser is om het bevel overeenkomstig artikel 23, lid 3, aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toe te zenden, en het overeenkomstig artikel 28, leden 2, 3 en 4, aan de schuldenaar te laten betekenen; en

f)

informatie over de rechtsmiddelen die de schuldenaar ter beschikking staan.

4.   Indien het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft op rekeningen bij verschillende banken, wordt voor elke bank een apart formulier (deel A overeenkomstig lid 2) ingevuld. In een dergelijk geval bevat het formulier dat aan de schuldeiser en de schuldenaar wordt bezorgd (deel A en deel B, respectievelijk overeenkomstig de leden 2 en 3) een lijst van alle betrokken banken.

Artikel 20

Geldigheidsduur van het conservatoir beslag

Het beslag op de tegoeden waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft, blijft gehandhaafd zoals in het bevel en in latere wijzigingen of beperkingen van dat bevel overeenkomstig hoofdstuk 4 is bepaald:

a)

totdat het bevel wordt ingetrokken;

b)

totdat de tenuitvoerlegging van het bevel wordt beëindigd; of

c)

totdat een maatregel tot de tenuitvoerlegging van een uitspraak, een gerechtelijke schikking of een authentieke akte die door de schuldeiser met betrekking tot de vordering die door het conservatoir beslag gewaarborgd moest worden, van kracht is geworden met betrekking tot de door het beslag gedekte tegoeden.

Artikel 21

Hoger beroep tegen de weigering het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen

1.   De schuldeiser kan hoger beroep instellen tegen iedere beslissing van het gerecht waarbij het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag geheel of ten dele wordt afgewezen.

2.   Het beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de datum waarop de in lid 1 bedoelde beslissing ter kennis van de schuldeiser is gebracht. Het wordt ingesteld bij het door de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 50, lid 1, onder d), aan de Commissie gemeld gerecht.

3.   Indien het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag geheel is afgewezen, wordt het beroep, overeenkomstig artikel 11, niet op tegenspraak behandeld.

HOOFDSTUK 3

ERKENNING, UITVOERBAARHEID EN TENUITVOERLEGGING VAN HET BEVEL TOT CONSERVATOIR BESLAG

Artikel 22

Erkenning en uitvoerbaarheid

Een bevel tot conservatoir beslag dat overeenkomstig deze verordening in een lidstaat is uitgevaardigd, wordt in de andere lidstaten zonder speciale procedure erkend, en is er zonder uitvoerbaarverklaring uitvoerbaar.

Artikel 23

Tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag

1.   Behoudens het bepaalde in dit hoofdstuk geschiedt de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag volgens de procedures die gelden voor de tenuitvoerlegging van gelijkwaardige nationale bevelen in de lidstaat van tenuitvoerlegging.

2.   Alle bij de tenuitvoerlegging betrokken instanties handelen onverwijld.

3.   Indien het bevel tot conservatoir beslag in een andere lidstaat dan de lidstaat van tenuitvoerlegging is uitgevaardigd, wordt, met het oog op de toepassing van lid 1 van dit artikel, het in artikel 19, lid 2, bedoelde deel A, samen met een blanco standaardformulier voor de in artikel 25 bedoelde verklaring, overeenkomstig artikel 29 aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toegezonden.

De toezending geschiedt door het uitvaardigende gerecht of door de schuldeiser, afhankelijk van wie volgens het recht van de lidstaat van herkomst tot taak heeft de tenuitvoerleggingsprocedure in te leiden.

4.   Het bevel gaat indien nodig vergezeld van een vertaling of transliteratie in de officiële taal van de lidstaat van tenuitvoerlegging of, indien er in die lidstaat verschillende officiële talen zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar het bevel moet worden uitgevoerd. De vertaling of transliteratie wordt door het uitvaardigende gerecht verstrekt met behulp van de desbetreffende taalversie van het in artikel 19 bedoelde standaardformulier.

5.   De bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging doet het nodige om het bevel overeenkomstig het nationale recht ten uitvoer te laten leggen.

6.   Indien het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft op meer dan één bank in dezelfde lidstaat of in verschillende lidstaten, wordt per bank een formulier in de zin van artikel 19, lid 4, aan de bevoegde instantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging toegezonden.

Artikel 24

Uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag

1.   Aan het bevel tot conservatoir beslag wordt door de bank na ontvangst van het bevel of, indien het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging daarin voorziet, van een overeenkomstige daartoe strekkende opdracht onverwijld uitvoering gegeven.

2.   Behoudens artikel 31 geeft de bank uitvoering aan het bevel tot conservatoir beslag

a)

door te verhinderen dat het in het bevel bepaalde bedrag van de in het bevel genoemde of van de overeenkomstig lid 4 aangeduide rekeningen wordt overgemaakt of opgenomen; of

b)

indien het nationaal recht daarin voorziet, door het in het bevel bepaalde bedrag over te maken op een speciaal daartoe aangewezen rekening.

Het definitieve bedrag waarop beslag wordt gelegd kan afhankelijk zijn gesteld van het afhandelen van transacties die reeds hangende zijn op het tijdstip waarop de bank het bevel of een overeenkomstige opdracht ontvangt. Met deze hangende transacties mag evenwel alleen rekening worden gehouden indien zij worden afgehandeld voordat de bank de in artikel 25 bedoelde verklaring, binnen de in lid 1 van dat artikel gestelde termijn, verstrekt.

3.   Niettegenstaande lid 2, onder a), wordt de bank op verzoek van de schuldenaar gemachtigd om de tegoeden waarop beslag is gelegd vrij te geven en ze, ter voldoening van de schuldvordering, op de in het bevel vermelde rekening van de schuldeiser over te maken, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

een dergelijke machtiging van de bank is overeenkomstig artikel 19, lid 2, onder j), duidelijk in het bevel aangegeven;

b)

het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging staat dergelijke vrijgave en overmaking toe; en

c)

er zijn geen tegenstrijdige bevelen met betrekking tot de bedoelde rekening.

4.   Indien in het bevel tot conservatoir beslag niet het nummer of de nummers van de rekening of rekeningen wordt vermeld, maar alleen de naam en andere bijzonderheden betreffende de schuldenaar, stelt de met de uitvoering van het bevel belaste bank of andere entiteit vast welke rekeningen de schuldenaar bij de in het bevel genoemde bank aanhoudt.

Indien de bank of andere entiteit aan de hand van de in het bevel verstrekte informatie niet met zekerheid kan vaststellen of het een rekening van de schuldenaar betreft,

a)

vraagt de bank, indien overeenkomstig artikel 19, lid 2, onder f), in het bevel wordt vermeld dat het nummer of de nummers van de rekening of rekeningen waarop beslag moet worden gelegd, werd of werden verkregen door middel van een verzoek overeenkomstig artikel 14, die nummers op bij de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging; en

b)

geeft zij in de andere gevallen geen uitvoering aan het bevel.

5.   Op de in lid 2, onder a), bedoelde rekeningen kan slechts tot het in bevel bepaalde bedrag conservatoir beslag worden gelegd.

6.   Indien op het tijdstip van uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag de tegoeden op de in lid 2 bedoelde rekeningen niet volstaan voor beslaglegging ten belope van het totale in het bevel bepaalde bedrag, wordt het bevel slechts voor het op de rekeningen beschikbare bedrag uitgevoerd.

7.   Indien het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft op verscheidene rekeningen die de schuldenaar bij dezelfde bank aanhoudt en waarop tegoeden boven het in het bevel bepaalde bedrag staan, wordt het in deze volgorde uitgevoerd:

a)

op de spaarrekeningen die uitsluitend op naam van de schuldenaar staan;

b)

op de lopende rekeningen die uitsluitend op naam van de schuldenaar staan;

c)

op de gezamenlijke spaarrekeningen, behoudens artikel 30;

d)

op de gezamenlijke lopende rekeningen, behoudens artikel 30.

8.   Indien de tegoeden op de in lid 2, onder a), bedoelde rekeningen in een andere valuta luiden dan die welke in het bevel tot conservatoir beslag wordt gehanteerd, zet de bank het in het bevel genoemde bedrag om op basis van de referentiewisselkoers die door de Europese Centrale Bank is bepaald, of de wisselkoers die door de centrale bank van de lidstaat van tenuitvoerlegging is bepaald voor de verkoop van die valuta op de dag en het tijdstip van de uitvoering van het bevel en voert zij het bevel uit voor het overeenkomstige bedrag in de valuta van de tegoeden.

Artikel 25

Verklaring betreffende de tegoeden waarop beslag wordt gelegd

1.   Vóór het einde van de derde werkdag na de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag verklaart de bank of de andere in de lidstaat van tenuitvoerlegging met de uitvoering belaste entiteit, met behulp van het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld, of en in hoeverre beslag is gelegd op tegoeden op de rekeningen van de schuldenaar en, zo ja, op welke datum het bevel werd uitgevoerd. Indien de bank of de andere in de lidstaat van tenuitvoerlegging met de uitvoering belaste entiteit, in uitzonderlijke gevallen, de verklaring niet binnen drie werkdagen kan afgeven, geeft zij de verklaring zo spoedig mogelijk af, zij het uiterlijk op de achtste werkdag na de uitvoering van het bevel.

De verklaring wordt onverwijld toegezonden, overeenkomstig de leden 2 en 3.

2.   Indien het bevel in de lidstaat van tenuitvoerlegging is uitgevaardigd, wordt de verklaring door de bank of door de andere met de uitvoering van het bevel belaste entiteit, overeenkomstig artikel 29 aan het uitvaardigende gerecht en, per aangetekende post met ontvangstbevestiging of via gelijkwaardige elektronische media, aan de schuldeiser toegezonden.

3.   Indien het bevel in een andere lidstaat dan de lidstaat van tenuitvoerlegging is uitgevaardigd, wordt de verklaring overeenkomstig artikel 29 aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toegezonden, tenzij zij door die instantie zelf is afgegeven.

Uiterlijk op de eerste werkdag na ontvangst of afgifte ervan, zendt deze instantie de verklaring van de bank overeenkomstig artikel 29 toe aan het uitvaardigende gerecht en, per aangetekende post met ontvangstbevestiging of langs overeenkomstige elektronische weg, aan de schuldeiser.

4.   De bank of de andere met de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag belaste entiteit geeft de schuldenaar op diens verzoek inzage in de bijzonderheden het bevel. De bank of de entiteit kan de schuldenaar ook op eigen initiatief inzage geven.

Artikel 26

Aansprakelijkheid van de bank

Elke aansprakelijkheid van de bank voor niet-nakoming van de haar krachtens deze verordening opgelegde verplichtingen wordt beheerst door het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

Artikel 27

Verplichting van de schuldeiser tot vrijgave van het teveel waarop beslag is gelegd

1.   De schuldeiser heeft de plicht het nodige te doen opdat, na de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag, het gedeelte boven het in het bevel bepaalde bedrag („het teveel waarop beslag is gelegd”) wordt vrijgegeven:

a)

indien het bevel betrekking heeft op meerdere rekeningen in dezelfde lidstaat of in verschillende lidstaten; of

b)

indien het bevel is uitgevaardigd nadat een of meer gelijkwaardige nationale bevelen betreffende dezelfde schuldenaar en dezelfde vordering zijn uitgevoerd.

2.   Uiterlijk op de derde werkdag nadat hij een verklaring overeenkomstig artikel 25 heeft ontvangen waaruit blijkt dat het bedrag waarop beslag is gelegd te hoog is, dient de schuldeiser op de snelst mogelijke wijze en met behulp van het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld voor het verzoek om vrijgave van het teveel waarop beslag is gelegd, bij de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging waar op het teveel beslag is gelegd, een verzoek tot vrijgave in.

Na ontvangst van het verzoek geeft die instantie de betrokken bank onmiddellijk opdracht het teveel waarop beslag is gelegd vrij te geven. De in artikel 24, lid 7, bepaalde volgorde is, in voorkomend geval, in omgekeerde zin van toepassing.

3.   Dit artikel belet een lidstaat niet in zijn nationale recht te bepalen dat zijn bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie zelf beslist tot vrijgave van het teveel waarop beslag is gelegd op rekeningen die op zijn grondgebied worden aangehouden.

Artikel 28

Betekening of kennisgeving aan de schuldenaar

1.   Van het bevel tot conservatoir beslag, de andere in lid 5 van dit artikel bedoelde stukken, en de in artikel 25 bedoelde verklaring geschiedt overeenkomstig het onderhavige artikel betekening of kennisgeving aan de schuldenaar.

2.   Indien de schuldeiser in de lidstaat van herkomst woont, geschiedt de betekening of kennisgeving volgens het recht van die lidstaat. De betekening of kennisgeving geschiedt, afhankelijk van de voorschriften in de lidstaat van herkomst, op initiatief van het uitvaardigende gerecht of de schuldeiser, uiterlijk op de derde werkdag volgend op de dag van ontvangst van de in artikel 25 bedoelde verklaring waaruit de beslaglegging blijkt.

3.   Indien de schuldenaar zijn woonplaats in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst heeft, zendt het gerecht of de schuldeiser, dat of die volgens de voorschriften van de lidstaat van herkomst het initiatief tot de betekening of kennisgeving heeft, uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst van de in artikel 25 bedoelde verklaring waaruit de beslaglegging blijkt, de in lid 1 van dit artikel bedoelde stukken overeenkomstig artikel 29 toe aan de bevoegde instantie van de lidstaat waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft. Deze instantie doet onverwijld het nodige om, overeenkomstig het recht van de lidstaat waar de schuldenaar zijn woon- of verblijfplaats heeft, de betekening of kennisgeving aan de schuldenaar te laten verrichten.

Indien de lidstaat waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft de enige lidstaat van tenuitvoerlegging is, worden de in lid 5 van dit artikel bedoelde stukken aan de bevoegde instantie van die lidstaat toegezonden op het tijdstip van toezending van het bevel overeenkomstig artikel 23, lid 3. In dat geval gaat de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging, uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst of afgifte van de in artikel 25 bedoelde verklaring waaruit de beslaglegging blijkt, over tot de betekening of kennisgeving van alle in lid 1 van dit artikel bedoelde stukken.

De bevoegde instantie stelt het uitvaardigende gerecht of de schuldeiser, afhankelijk van wie haar de stukken heeft toegezonden, in kennis van het resultaat van de betekening of kennisgeving.

4.   Indien de schuldenaar zijn woonplaats heeft in een derde staat, vindt de betekening of kennisgeving plaats overeenkomstig de voorschriften betreffende internationale betekening of kennisgeving die in de lidstaat van herkomst van toepassing zijn.

5.   Aan de schuldenaar geschiedt betekening of kennisgeving van de volgende stukken, waar nodig vergezeld van een vertaling of transliteratie overeenkomstig artikel 49, lid 1:

a)

het bevel tot conservatoir beslag, met behulp van de delen A en B van het in artikel 19, leden 2 en 3, bedoelde formulier;

b)

het door de schuldeiser bij het gerecht ingediende verzoek om het bevel tot conservatoir beslag;

c)

een afschrift van alle stukken die de schuldeiser ter verkrijging van het bevel bij het gerecht heeft ingediend.

6.   Indien het bevel tot conservatoir beslag meer dan één bank betreft, geschiedt betekening of kennisgeving overeenkomstig dit artikel uitsluitend van de eerste in artikel 25 bedoelde verklaring waaruit de beslaglegging blijkt. Alle latere verklaringen in de zin van artikel 25 worden de schuldenaar onverwijld ter kennis gebracht.

Artikel 29

Toezending van stukken

1.   In de gevallen waarin deze verordening in het verzenden van stukken overeenkomstig dit artikel voorziet, kan de verzending met elk passend middel geschieden, mits de inhoud van het ontvangen en het verzonden document eensluidend is en alle informatie goed leesbaar is.

2.   Het gerecht dat of de instantie die overeenkomstig lid 1 van dit artikel stukken heeft ontvangen, stuurt uiterlijk op het einde van de werkdag na ontvangst, een ontvangstbevestiging aan de instantie, schuldeiser of bank die haar de stukken heeft toegezonden, met gebruikmaking van de meest snelle communicatiemiddelen en met behulp van het standaardformulier dat door middel van de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld.

Artikel 30

Conservatoir beslag op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Tegoeden op rekeningen die blijkens de bankgegevens niet exclusief door de schuldenaar, door een derde namens de schuldenaar, of door de schuldenaar namens een derde worden aangehouden, zijn krachtens deze verordening slechts voor conservatoir beslag vatbaar voor zover het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging dat toestaat.

Artikel 31

Niet voor conservatoir beslag vatbare bedragen

1.   Bedragen die krachtens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging niet voor conservatoir beslag vatbaar zijn, zijn evenmin krachtens deze verordening voor conservatoir beslag vatbaar.

2.   Indien de in lid 1 bedoelde bedragen krachtens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging niet voor beslag vatbaar zijn zonder dat de schuldenaar daarom dient te hebben verzocht, geeft de instantie welke in die lidstaat bevoegd is om dergelijke bedragen niet voor beslag vatbaar te verklaren, ambtshalve een daartoe strekkende verklaring af.

3.   In de gevallen waarin de in lid 1 van dit artikel bedoelde bedragen krachtens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging op verzoek van de schuldenaar niet voor beslag vatbaar worden verklaard, geschiedt dit op verzoek van de schuldenaar overeenkomstig artikel 34, lid 1, onder a).

Artikel 32

Rangorde van het bevel tot conservatoir beslag

Het bevel tot conservatoir beslag heeft in voorkomend geval dezelfde rangorde als een gelijkwaardig nationaal bevel in de lidstaat van tenuitvoerlegging.

HOOFDSTUK 4

RECHTSMIDDELEN

Artikel 33

Rechtsmiddelen van de schuldenaar tegen het bevel tot conservatoir beslag

1.   Het bevel tot conservatoir beslag wordt, op verzoek van de schuldenaar, door het bevoegde gerecht van de lidstaat van herkomst ingetrokken of in voorkomend geval gewijzigd op grond van het feit dat:

a)

niet aan de in deze verordening gestelde voorwaarden of vereisten is voldaan;

b)

de betekening of kennisgeving van het bevel, de in artikel 25 bedoelde verklaring en/of de andere in artikel 28, lid 5, bedoelde stukken aan de schuldenaar niet is geschied binnen veertien dagen na het beslag op zijn rekening of rekeningen;

c)

de stukken waarvan overeenkomstig artikel 28 betekening of kennisgeving aan de schuldenaar is geschied, niet voldoen aan de taalvereisten in artikel 49, lid 1;

d)

bedragen die het in het bevel bepaalde bedrag overschrijden niet overeenkomstig artikel 27, zijn vrijgegeven;

e)

de vordering waarvan de schuldeiser de inning door middel van het bevel wilde beschermen, geheel of gedeeltelijk is voldaan;

f)

de vordering waarvan de schuldeiser de inning door middel van het bevel wilde beschermen, bij een rechterlijke beslissing over het bodemgeschil is afgewezen; of

g)

de rechterlijke beslissing over het bodemgeschil, of de gerechtelijke schikking of de authentieke akte, waarvan de schuldeiser aan de hand van het bevel de tenuitvoerlegging vorderde, is vernietigd, respectievelijk nietig verklaard.

2.   De in artikel 12 bedoelde beslissing betreffende de zekerheidstelling wordt, op verzoek van de schuldenaar, door het bevoegde gerecht van de lidstaat van herkomst herzien, indien niet aan de voorwaarden en vereisten in dat artikel is voldaan.

Indien het gerecht op basis van dit rechtsmiddel beslist dat de schuldeiser een zekerheid of aanvullende zekerheid moet stellen, is in voorkomend geval artikel 12, lid 3, eerste zin, van toepassing en verklaart het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag zal worden ingetrokken of gewijzigd indien de gevraagde (aanvullende) zekerheid niet binnen de door het gerecht gestelde termijn wordt gesteld.

3.   Het krachtens lid 1, onder b), ingestelde rechtsmiddel wordt niet toegewezen indien de schuldeiser het ontbreken van betekening of kennisgeving heeft verholpen binnen veertien dagen nadat hij ervan in kennis is gesteld dat de schuldenaar overeenkomstig lid 1, onder b), een rechtsmiddel heeft ingesteld.

Tenzij het ontbreken van betekening of kennisgeving met het oog op het beantwoorden van de vraag of het rechtsmiddel uit hoofde van lid 1, onder b), moet worden ingewilligd, reeds anderszins is verholpen, wordt het geacht te zijn verholpen indien:

a)

de schuldeiser de in de lidstaat van herkomst voor betekening of kennisgeving bevoegde instantie verzoekt om betekening of kennisgeving van de stukken aan de schuldenaar; of

b)

de schuldenaar bij het instellen van het rechtsmiddel heeft verklaard de stukken bij het gerecht in de lidstaat van herkomst in ontvangst te willen nemen en, in het geval dat de schuldeiser de vertaling moet verschaffen, de schuldeiser de overeenkomstig artikel 49, lid 1, vereiste vertalingen aan dat gerecht toezendt.

Van de stukken wordt, in het onder a) van de tweede alinea van dit lid bedoelde geval, op verzoek van de schuldeiser, door de in de lidstaat van herkomst voor betekening of kennisgeving bevoegde instantie onverwijld per aangetekende post met ontvangstbevestiging betekening of kennisgeving aan het door de schuldenaar opgegeven adres verricht overeenkomstig lid 5.

Indien de schuldeiser het initiatief tot de in artikel 28 bedoelde betekening of kennisgeving moest nemen, kan het ontbreken ervan slechts worden verholpen indien hij aantoont al het nodige te hebben gedaan om de oorspronkelijke betekening of kennisgeving te laten verrichten.

4.   Het in lid 1, onder c), bedoelde rechtsmiddel wordt toegewezen, tenzij de schuldeiser de overeenkomstig deze verordening vereiste vertalingen alsnog aan de schuldenaar verstrekt binnen veertien dagen nadat de schuldeiser ervan in kennis is gesteld dat de schuldenaar overeenkomstig lid 1, onder c), een rechtsmiddel heeft ingesteld.

Lid 3, tweede en derde alinea, is in voorkomend geval van toepassing.

5.   In de in lid 1, onder b) en c), bedoelde gevallen vermeldt de schuldenaar in het verzoekschrift een adres waaraan de in artikel 28 bedoelde stukken en vertalingen overeenkomstig de leden 3 en 4 van dat artikel kunnen worden gezonden, of verklaart hij in het verzoekschrift bereid te zijn de bedoelde stukken bij het gerecht van de lidstaat van herkomst in ontvangst te nemen.

Artikel 34

Rechtsmiddelen van de schuldenaar tegen de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag

1.   Niettegenstaande de artikelen 33 en 35 wordt op verzoek van de schuldenaar door het bevoegde gerecht of, indien het nationale recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging daarin voorziet, door de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in die lidstaat, de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging:

a)

beperkt op grond dat bepaalde op de rekening aangehouden bedragen overeenkomstig artikel 31, lid 3, niet voor beslag vatbaar behoren te zijn, of dat bij de uitvoering van het bevel overeenkomstig artikel 31, lid 2, niet of niet correct rekening is gehouden met de bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn; of

b)

beëindigd op grond dat:

i)

de rekening waarop conservatoir beslag is gelegd overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 4, buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt;

ii)

de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing, de gerechtelijke schikking of de authentieke akte, die de schuldeiser middels het bevel beoogde te beschermen, werd geweigerd in de lidstaat van tenuitvoerlegging;

iii)

de uitvoerbaarheid van de rechterlijke beslissing, die de schuldeiser middels het bevel beoogde te beschermen, in de lidstaat van herkomst is opgeschort; of

iv)

onder b), c), d), e), f) of g), van artikel 33, lid 1, van toepassing is. Artikel 33, leden 3, 4 en 5, is in voorkomend geval van toepassing.

2.   De tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging wordt, op verzoek van de schuldenaar, door het bevoegde gerecht in die lidstaat beëindigd indien zij kennelijk strijdig is met de openbare orde van die lidstaat.

Artikel 35

Andere rechtsmiddelen van de schuldenaar en de schuldeiser

1.   De schuldenaar of de schuldeiser kan het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd, verzoeken het bevel te wijzigen of in te trekken omdat de omstandigheden op grond waarvan het is uitgevaardigd, zijn veranderd.

2.   Het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd, kan, indien het recht van de lidstaat van herkomst dit toestaat, ook ambtshalve het bevel wijzigen of intrekken omdat de omstandigheden zijn veranderd.

3.   De schuldenaar en de schuldeiser kunnen samen, omdat zij zijn overeengekomen de zaak te schikken, het uitvaardigende gerecht verzoeken het bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen, of het bevoegde gerecht van de lidstaat van tenuitvoerlegging of, indien het nationale recht daarin voorziet, de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in die lidstaat verzoeken de tenuitvoerlegging van het bevel te beëindigen of te beperken.

4.   De schuldeiser kan het bevoegde gerecht van de lidstaat van tenuitvoerlegging of, indien het nationale recht daarin voorziet, de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in die lidstaat verzoeken de tenuitvoerlegging van het bevel te wijzigen in die zin dat het in die lidstaat overeenkomstig artikel 31 niet voor beslag vatbaar verklaarde bedrag wordt aangepast, omdat reeds anderszins, met betrekking tot een of meer, in een of meer lidstaten aangehouden rekeningen, in voldoende mate vrijstellingen zijn verleend, en dat aanpassing derhalve passend is.

Artikel 36

Procedure voor de rechtsmiddelen in de zin van de artikelen 33, 34 en 35

1.   Het rechtsmiddel in de zin van artikel 33, 34 of 35 wordt ingesteld met behulp van het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld. Het rechtsmiddel kan te allen tijde worden ingesteld, met behulp van alle mogelijke, ook digitale, communicatiemiddelen en die worden aanvaard in het procesrecht van de lidstaat waar het rechtsmiddel wordt ingesteld.

2.   Het rechtsmiddel wordt ter kennis gebracht van de tegenpartij.

3.   Tenzij het verzoek door de schuldenaar overeenkomstig artikel 34, lid 1, onder a), of artikel 35, lid 3, is ingediend, wordt erover beslist nadat beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun zaak voor te dragen, onder meer met behulp van een van de passende communicatiemiddelen die hun krachtens het nationale recht van elk van de betrokken lidstaten ter beschikking staan en die daardoor aanvaard zijn.

4.   De beslissing wordt onverwijld gegeven, doch uiterlijk eenentwintig dagen nadat het gerecht of, indien het nationale recht daarin voorziet, de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie alle daartoe benodigde informatie heeft ontvangen. De beslissing wordt ter kennis gebracht van de partijen.

5.   De beslissing tot intrekking of tot wijziging van het bevel tot conservatoir beslag en de beslissing tot beperking of tot beëindiging van de tenuitvoerlegging van het bevel zijn onmiddellijk uitvoerbaar.

Indien het rechtsmiddel is ingesteld in de lidstaat van herkomst, doet het gerecht, overeenkomstig artikel 29, de beslissing over het rechtsmiddel onverwijld aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toekomen, met behulp van het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld. Die instantie zorgt ervoor dat de beslissing over het rechtsmiddel onmiddellijk na ontvangst wordt uitgevoerd.

Indien de beslissing over het rechtsmiddel betrekking heeft op een bankrekening in de lidstaat van herkomst, wordt zij met betrekking tot die bankrekening uitgevoerd in overeenstemming met het recht van de lidstaat van herkomst.

Indien het rechtsmiddel in de lidstaat van tenuitvoerlegging is ingesteld, wordt de beslissing over het rechtsmiddel volgens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging uitgevoerd.

Artikel 37

Recht van hoger beroep

Tegen een op grond van artikel 33, 34 of 35 gegeven beslissing kan door elk van de partijen hoger beroep worden ingesteld. Het beroep wordt ingesteld met behulp van het beroepsformulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld.

Artikel 38

Recht op zekerheidstelling in plaats van conservatoir beslag

1.   Op verzoek van de schuldenaar:

a)

gelast het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd dat de bedragen waarop beslag is gelegd worden vrijgegeven indien de schuldenaar ten genoegen van dat gerecht een zekerheid voor het in het bevel bepaalde bedrag stelt, of een ten minste gelijkwaardige waarborg in een vorm die aanvaardbaar is volgens het recht van de lidstaat waar het gerecht gevestigd is;

b)

kan het bevoegde gerecht of, indien het nationale recht daarin voorziet, de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging, de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging beëindigen mits de schuldenaar ten genoegen van het gerecht of instantie een zekerheid voor het bedrag waarop in die lidstaat bedrag is gelegd, of een ten minste gelijkwaardige waarborg in een vorm die aanvaardbaar is volgens het recht van de lidstaat waar het gerecht gevestigd is.

2.   De artikelen 23 en 24 zijn in voorkomend geval van toepassing op de vrijgave van de tegoeden waarop conservatoir beslag is gelegd. Het feit dat geen conservatoir beslag is gelegd maar zekerheid is gesteld, wordt overeenkomstig het nationaal recht ter kennis van de schuldeiser gebracht.

Artikel 39

Rechten van derden

1.   Het recht van een derde om op te komen tegen een bevel tot conservatoir beslag wordt beheerst door het recht van de lidstaat van herkomst.

2.   Het recht van een derde om de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag aan te vechten wordt beheerst door het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

3.   Onverminderd andere bevoegdheidsregels in het Unierecht of het nationale recht berust de bevoegdheid betreffende een door een derde ingestelde vordering waarbij deze:

a)

een bevel tot conservatoir beslag aanvecht, bij de gerechten van de lidstaat van herkomst, en

b)

de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging aanvecht, bij de gerechten van die lidstaat of, indien het nationaal recht van die lidstaat daarin voorziet, bij de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie.

HOOFDSTUK 5

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 40

Legalisatie of soortgelijke formaliteit

In het kader van deze verordening wordt geen legalisatie of soortgelijke formaliteit vereist.

Artikel 41

Vertegenwoordiging in rechte

In de procedure tot het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag is vertegenwoordiging door een advocaat of iemand die anderszins beroepshalve in rechte optreedt niet verplicht. In de in hoofdstuk 4 bedoelde procedures is een dergelijke vertegenwoordiging uitsluitend verplicht indien zij, ongeacht de nationaliteit of woonplaats van de partijen, wettelijk is voorgeschreven in de lidstaat van het gerecht of instantie waarbij het rechtsmiddel wordt ingesteld.

Artikel 42

Gerechtskosten

De gerechtskosten in de procedure tot het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag of in de procedure voor een rechtsmiddel tegen het bevel, zijn niet hoger dan de kosten voor het verkrijgen van een gelijkwaardig nationaal bevel of van een rechtsmiddel tegen een gelijkwaardig nationaal bevel.

Artikel 43

Door de bank gemaakte kosten

1.   Een bank kan van de schuldeiser of de schuldenaar betaling of terugbetaling van de kosten van uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag verlangen, op voorwaarde dat zij daartoe krachtens het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging met betrekking tot een gelijkwaardig nationaal bevel gerechtigd is.

2.   Bij het vaststellen van de vergoeding voor de in lid 1 bedoelde kosten houdt de bank rekening met de complexiteit van de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag. De vergoeding mag niet hoger zijn dan die welke voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel in rekening wordt gebracht.

3.   De door een bank berekende vergoeding voor de kosten van het verstrekken van de in artikel 14 bedoelde rekeninginformatie mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten en, in voorkomend geval, niet hoger zijn dan de vergoeding die in verband met een gelijkwaardig nationaal bevel voor het verstrekken van rekeninginformatie in rekening wordt gebracht.

Artikel 44

Door instanties berekende vergoedingen

De vergoeding welke in rekening wordt gebracht door een instantie of een andere entiteit die betrokken is bij de behandeling of de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag of bij de verstrekking van rekeninginformatie in de zin van artikel 14, wordt bepaald aan de hand van een door elke lidstaat vooraf vastgestelde vergoedingenschaal of andere regeling, waarin de toepasselijke vergoedingen overzichtelijk zijn vastgelegd. Bij de vaststelling van deze schaal of andere reeks voorschriften kan rekening worden gehouden met het in het bevel bepaalde bedrag en de complexiteit van de behandeling ervan. De vergoeding mag in voorkomend geval niet hoger zijn dan die welke in verband met een gelijkwaardig nationaal bevel wordt berekend.

Artikel 45

Termijnen

Het gerecht dat of de betrokken instantie die, in uitzonderlijke omstandigheden, de in artikel 14, lid 7, artikel 18, artikel 23, lid 2, artikel 25, lid 3, tweede alinea, artikel 28, leden 2, 3 en 6, artikel 33, lid 3, en artikel 36, leden 4 en 5, bepaalde termijnen niet in acht kan nemen, neemt de bij deze bepalingen voorgeschreven maatregelen zo spoedig mogelijk.

Artikel 46

Verhouding tot het nationale procesrecht

1.   Niet uitdrukkelijk in deze verordening geregelde procedurekwesties worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.

2.   De rechtsgevolgen die het instellen van een insolventieprocedure heeft op een individuele tenuitvoerleggingsprocedure, zoals de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag, worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de insolventieprocedure is ingesteld.

Artikel 47

Gegevensbescherming

1.   De in het kader van deze verordening verkregen, verwerkte of meegedeelde persoonsgegevens zijn, uitgaande van het doel waarvoor zij zijn verkregen, verwerkt of meegedeeld, toereikend, relevant en niet bovenmatig en mogen uitsluitend voor dat doel worden gebruikt.

2.   De bevoegde instantie, de informatie-instantie en alle andere met de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag belaste instanties, mogen de in lid 1 bedoelde gegevens niet langer bewaren dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verkregen, verwerkt of toegezonden, en in ieder geval niet langer dan zes maanden nadat de procedure is afgelopen; zij zorgen ervoor dat deze gegevens gedurende de bewaartermijn adequaat worden beschermd. Dit lid is niet van toepassing op gegevens die worden verwerkt of opgeslagen door gerechten in de uitoefening van een rechterlijke functie.

Artikel 48

Verhouding tot andere regelgeving

Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van:

a)

Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad (14), met uitzondering van het bepaalde in artikel 10, lid 2, artikel 14, leden 3 en 6, artikel 17, lid 5, artikel 23, leden 3 en 6, artikel 25, leden 2 en 3, artikel 28, leden 1, 3, 5 en 6, artikel 29, artikel 33, lid 3, artikel 36, leden 2 en 4, en artikel 49, lid 1, van de onderhavige verordening;

b)

Verordening (EU) nr. 1215/2012;

c)

Verordening (EG) nr. 1346/2000;

d)

Richtlijn 95/46/EG, met uitzondering van het bepaalde in artikel 14, lid 8, en artikel 47 van de onderhavige verordening;

e)

Verordening (EG) nr. 1206/2001 van het Europees Parlement en de Raad (15);

f)

Verordening (EG) nr. 864/2007, met uitzondering van het bepaalde in artikel 13, lid 4, van de onderhavige verordening.

Artikel 49

Talen

1.   Alle in artikel 28, lid 5, onder a) en b), genoemde stukken waarvan betekening of kennisgeving aan de schuldenaar moet geschieden en die niet zijn gesteld in de officiële taal van de lidstaat waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft of, indien het een lidstaat met verschillende officiële talen betreft, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft of in een andere taal die hij begrijpt, gaan vergezeld van een vertaling of transliteratie in een van deze talen. De in artikel 28, lid 5, onder c), bedoelde stukken worden niet vertaald, tenzij het gerecht bij uitzondering beslist dat van bepaalde stukken een vertaling of transliteratie moet worden bezorgd, om de schuldenaar in staat te stellen zijn rechten te laten gelden.

2.   De stukken die krachtens deze verordening aan een gerecht of bevoegde instantie moeten worden toegezonden mogen ook zijn gesteld in een andere officiële taal van de instellingen van de Unie, indien de betrokken lidstaat heeft verklaard deze taal te kunnen aanvaarden.

3.   Elke vertaling in de zin van deze verordening wordt gemaakt door een persoon die in een van de lidstaten daartoe gemachtigd is.

Artikel 50

Door de lidstaten te verstrekken informatie

1.   De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 18 juli 2016 het volgende mee:

a)

welke gerechten bevoegd zijn om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen (artikel 6, lid 4);

b)

bij welke instantie rekeninginformatie kan worden opgevraagd (artikel 14);

c)

op welke wijze krachtens het nationale recht rekeninginformatie kan worden opgevraagd (artikel 14, lid 5);

d)

bij welke gerechten hoger beroep wordt ingesteld (artikel 21);

e)

welke instanties bevoegd zijn om het bevel tot conservatoir beslag en andere stukken krachtens deze Verordening (artikel 4, punt 14)) te ontvangen, te verzenden en te betekenen of kennisgeven;

f)

welke instantie overeenkomstig hoofdstuk 3 bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen;

g)

in welke mate krachtens hun nationale recht conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden (artikel 30);

h)

welke regels van toepassing zijn op bedragen die krachtens het nationale recht niet voor beslag vatbaar zijn (artikel 31);

i)

of de banken krachtens hun nationale recht een vergoeding mogen berekenen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van informatie en, zo ja, welke partij gehouden is deze vergoeding voorlopig en definitief te voldoen (artikel 43);

j)

het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken (artikel 44);

k)

of krachtens het nationale recht een bepaalde rangorde wordt toegekend aan een gelijkwaardig nationaal bevel (artikel 32);

l)

welke gerechten of, in voorkomend geval, welke tenuitvoerleggingsinstanties bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel (artikel 33, lid 1, artikel 34, leden 1 of 2);

m)

bij welke gerechten moet worden ingesteld, de termijn indien deze is bepaald waarbinnen een dergelijk hoger beroep op grond van het nationale recht moet worden ingesteld, en het feit dat die beroepstermijn doet ingaan (artikel 37);

n)

een indicatie van de gerechtskosten (artikel 42); en

o)

welke talen voor de vertaling van stukken worden aanvaard (artikel 49, lid 2).

Iedere wijziging van deze informatie wordt door de lidstaten ter kennis van de Commissie gebracht.

2.   De Commissie maakt de informatie met alle passende middelen openbaar, met name langs het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken.

Artikel 51

Vaststelling en wijziging van de formulieren

De in artikel 8, lid 1, artikel 10, lid 2, artikel 19, lid 1, artikel 25, lid 1, artikel 27, lid 2, artikel 29, lid 2, en artikel 36, lid 1, artikel 36, lid 5, tweede alinea, en artikel 37 bedoelde formulieren worden door de Commissie bij uitvoeringshandeling vastgesteld en gewijzigd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen.

Artikel 52

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 53

Toezicht en evaluatie

1.   Uiterlijk op 18 januari 2022 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening, waarbij een evaluatie wordt gevoegd met een antwoord op de vraag of:

a)

financiële instrumenten in het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden opgenomen, en

b)

het bevel tot conservatoir beslag ook betrekking moet kunnen hebben op bedragen die na de tenuitvoerlegging van het bevel op de rekening van de schuldenaar worden gecrediteerd.

Het verslag gaat zo nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening, alsmede van een effectbeoordeling van de aan te brengen wijzigingen.

2.   Voor de toepassing van lid 1 stellen de lidstaten de Commissie de informatie ter beschikking die zij op verzoek hebben verzameld over:

a)

het aantal verzoeken om een bevel tot conservatoir beslag en het aantal gevallen waarin het bevel is uitgevaardigd;

b)

het aantal gevallen waarin op grond van de artikelen 33 en 34 een rechtsmiddel is ingesteld en, indien mogelijk, het aantal gevallen waarin het rechtsmiddel is toegewezen; en

c)

het aantal gevallen waarin op grond van artikel 37 hoger beroep is ingesteld en, indien mogelijk, het aantal gevallen waarin het beroep is toegewezen.

HOOFDSTUK 6

SLOTBEPALINGEN

Artikel 54

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 18 januari 2017, met uitzondering van artikel 50, dat van toepassing is met ingang van 18 juli 2016.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  PB C 191 van 29.6. 2012, blz. 57.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 15 april 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 mei 2014.

(3)  PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.

(4)  Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1).

(5)  Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(7)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(8)  PB C 373 van 21.12.2011, blz. 4.

(9)  Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

(10)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(11)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

(12)  Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1).

(13)  Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 inzake het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 40).

(14)  Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken („de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad (PB L 324 van 1.12.2007, blz. 79).

(15)  Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (PB L 174 van 27.6.2001, blz. 1).


Top