Help Print this page 

Document 32014D0087

Title and reference
2014/87/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 13 februari 2014 betreffende maatregelen ter preventie van de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Well et Raju) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 726)
  • No longer in force
OJ L 45, 15.2.2014, p. 29–33 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2014/87/oj
Languages, formats and link to OJ
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html BG html ES html CS html DA html DE html ET html EL html EN html FR html HR html IT html LV html LT html HU html MT html NL html PL html PT html RO html SK html SL html FI html SV
PDF pdf BG pdf ES pdf CS pdf DA pdf DE pdf ET pdf EL pdf EN pdf FR pdf HR pdf IT pdf LV pdf LT pdf HU pdf MT pdf NL pdf PL pdf PT pdf RO pdf SK pdf SL pdf FI pdf SV
Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal Display Official Journal
 To see if this document has been published in an e-OJ with legal value, click on the icon above (For OJs published before 1st July 2013, only the paper version has legal value).
Multilingual display
Text

15.2.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/29


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 13 februari 2014

betreffende maatregelen ter preventie van de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Well et Raju)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 726)

(2014/87/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 16, lid 3, derde zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Xylella fastidiosa (Well et Raju) (hierna het „organisme in kwestie” genoemd) is opgenomen in rubriek I van deel A van bijlage I bij Richtlijn 2000/29/EG als een schadelijk organisme dat voor zover bekend niet in de Unie voorkomt en dat niet in de lidstaten mag worden binnengebracht of verspreid.

(2)

Op 21 oktober 2013 heeft Italië de overige lidstaten en de Commissie meegedeeld dat het organisme in kwestie op zijn grondgebied is aangetroffen, namelijk in twee afzonderlijke gebieden in de provincie Lecce in de regio Puglia. Daarna zijn nog eens twee afzonderlijke uitbraken in dezelfde provincie vastgesteld. Het organisme in kwestie is bij verschillende plantensoorten aangetroffen — onder meer bij Olea europaea L., Prunus amygdalus Batsch, Nerium oleander L. en Quercus sp. L. — en leidt tot bladverschroeiing en een snel wegkwijnen van de plant. Het is de eerste keer dat het organisme in kwestie op het grondgebied van de Unie is aangetroffen. Voor tal van andere plantensoorten is het onderzoek naar de aanwezigheid van het organisme in kwestie nog niet afgerond. De vector van het organisme in kwestie in Puglia is voorlopig nog niet geïdentificeerd.

(3)

Op 29 oktober 2013 heeft de regio Puglia noodmaatregelen genomen ter preventie en uitroeiing van het organisme in kwestie (2) in overeenstemming met artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2000/29/EG.

(4)

Italië heeft meegedeeld dat bij inspecties het organisme in kwestie in de naburige provincies Brindisi en Taranto niet is aangetroffen.

(5)

In antwoord op een verzoek van de Commissie heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 25 november 2013 een verklaring gepubliceerd (3). Daarin wordt geconcludeerd dat het organisme in kwestie waarschijnlijk een zeer groot aantal waardplanten heeft, waaronder veel in Europa algemeen voorkomende gecultiveerde en wilde planten.

(6)

Het organisme in kwestie dringt voornamelijk binnen wanneer voor opplant bestemde planten — met uitzondering van zaaigoed — worden verplaatst. Het traject van via plantenzendingen getransporteerde besmettelijke vectoren van het organisme in kwestie baart ook zorgen. De kans is verwaarloosbaar klein dat het organisme in kwestie via vruchten en hout wordt binnengebracht. De kans is klein dat het organisme in kwestie via zaaigoed, snijbloemen en sierplanten wordt binnengebracht. Het organisme in kwestie verspreidt zich het efficiëntst over grote afstanden wanneer besmette voor opplant bestemde planten worden verplaatst.

(7)

Gezien de aard van het organisme in kwestie zal het zich waarschijnlijk snel op grote schaal verspreiden. Om te voorkomen dat het organisme in kwestie zich naar de rest van de Unie verspreidt, moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen. Zolang geen specifiekere gegevens over waardplanten, vectoren, trajecten en risicobeperkende opties beschikbaar zijn, is het raadzaam verplaatsingen uit gebieden met mogelijk besmette planten te verbieden.

(8)

Gezien de locaties waar het organisme in kwestie is aangetroffen, de bijzondere geografische situatie van de administratieve provincie Lecce en de onzekere demarcatiecriteria moet het verbod voor die hele provincie gelden zodat het snel en doeltreffend kan worden opgelegd.

(9)

Het verbod geldt voor voor opplant bestemde planten — met uitzondering van zaaigoed — aangezien het organisme in kwestie zich vooral via die planten verspreidt. Uit uitgebreide steekproeven en tests in de provincie Lecce is echter gebleken dat bepaalde geslachten en soorten van voor opplant bestemde planten uit besmette delen van Lecce niet met het organisme in kwestie besmet zijn. Op basis van dit bewijsmateriaal geldt het verbod niet voor partijen voor opplant bestemde planten van die geslachten en soorten die op de aanwezigheid van het organisme in kwestie zijn bemonsterd en getest. Het is bovendien raadzaam het verbod niet te laten gelden voor voor opplant bestemde planten die op fysiek volledig tegen het binnenbrengen van het organisme in kwestie beschermde locaties zijn geteeld en die tot geslachten en soorten behoren die onder een certificeringsregeling vallen — waarbij ze officieel op de aanwezigheid van het organisme in kwestie moeten worden getest — en vrij van dat organisme zijn bevonden.

(10)

Gezien de beperkte informatie over de mogelijke aanwezigheid van het organisme in kwestie in de rest van de Unie moeten de lidstaten jaarlijks onderzoek doen naar de aanwezigheid van dat organisme op hun grondgebied. Gezien het grote aantal potentiële waardplanten moeten die onderzoeken worden aangepast aan de specifieke kenmerken van de verschillende gebieden, waardplanten, plantaardige producten en potentiële vectoren.

(11)

Om zoveel mogelijk informatie over het organisme in kwestie te verzamelen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat alle relevante informatie aan hen wordt meegedeeld.

(12)

Met het oog op een duidelijk overzicht van de uitvoering van dit besluit moeten de lidstaten de Commissie onmiddellijk informeren over alle maatregelen die zij hebben genomen om aan dit besluit te voldoen.

(13)

Het is raadzaam de maatregelen uiterlijk 30 april 2014 te evalueren en daarbij rekening te houden met de meer precieze wetenschappelijke en technische gegevens die dan beschikbaar zullen zijn, evenals met de resultaten van de lopende inspecties en tests door de Italiaanse autoriteiten.

(14)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Verplaatsing van voor opplant bestemde planten

De verplaatsing van voor opplant bestemde planten uit de provincie Lecce in de Italiaanse regio Puglia is verboden.

Dat verbod geldt niet voor:

a)

zaaigoed;

b)

partijen voor opplant bestemde planten van de in bijlage I vermelde geslachten en soorten die op de aanwezigheid van Xylella fastidiosa (Well et Raju) (het „organisme in kwestie”) zijn bemonsterd en getest en vrij van dat organisme zijn bevonden;

c)

voor opplant bestemde planten van de in bijlage II vermelde geslachten en soorten die op fysiek volledig tegen het binnenbrengen van het organisme in kwestie beschermde locaties zijn geteeld en die in het kader van een certificeringsregeling — waarbij ze officieel op de aanwezigheid van het organisme in kwestie moeten worden getest — officieel zijn gecertificeerd en vrij van dat organisme zijn bevonden.

Artikel 2

Onderzoeken

1.   De lidstaten doen jaarlijks officieel onderzoek naar de aanwezigheid van het organisme in kwestie op planten en plantaardige producten op hun grondgebied. Bij die onderzoeken wordt — waar nodig — rekening gehouden met de biologie, de teeltvoorwaarden en de teeltperioden van de onderzochte planten, de klimatologische omstandigheden, de biologie van het organisme in kwestie en de kenmerken van de potentiële vectoren.

2.   De resultaten van de in lid 1 vermelde onderzoeken worden jaarlijks uiterlijk 31 oktober aan de Commissie en de andere lidstaten meegedeeld en hebben betrekking op een periode van één jaar, die eindigt op 30 september van hetzelfde jaar. De resultaten van het eerste onderzoek worden uiterlijk 31 oktober 2014 meegedeeld en hebben betrekking op de periode van 1 februari 2014 tot en met 30 september 2014.

Artikel 3

Kennisgeving van de aanwezigheid van het organisme in kwestie

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat personen die de aanwezigheid van het organisme in kwestie vaststellen of redenen hebben om de aanwezigheid ervan te vermoeden, de bevoegde autoriteit hiervan binnen tien kalenderdagen op de hoogte brengen.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 vermelde personen op verzoek van de bevoegde autoriteit hun informatie over de aanwezigheid van het organisme in kwestie aan die autoriteit meedelen.

Artikel 4

Naleving

De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van de maatregelen die zij hebben genomen om aan dit besluit te voldoen.

Artikel 5

Evaluatie

Dit besluit wordt uiterlijk 30 april 2014 geëvalueerd.

Artikel 6

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 13 februari 2014.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2)  Deliberazione della Giunta Regionale, Regione Puglia, N.2023 del 29.10.2013 (Misure di emergenza per la prevenzione, il controllo e la eradicazione del batterio da quarantena Xylella fastidiosa associato al „Complesso del disseccamento rapido dell’olivo”).

(3)  Statement of EFSA on host plants, entry and spread pathways and risk reduction options for Xylella fastidiosa Wells et al. EFSA Journal 2013; 11(11):3468, 50 pp. doi:10.2903/j.efsa.2013.3468.


BIJLAGE I

Lijst van de geslachten en soorten waarnaar in artikel 1, tweede alinea, onder b), wordt verwezen

 

Abelia R. Br.

 

Acacia dealbata Link

 

Acca sellowiana (O. Berg) Burret

 

Arbutus unedo L.

 

Begonia L.

 

Boronia crenulata Sm.

 

Brachychiton discolor F. Muell.

 

Buxus sempervirens L.

 

Callistemon citrinus (Curtis) Skeels

 

Camellia L.

 

Ceratonia siliqua L.

 

Cercis siliquastrum L.

 

Chamelaucium uncinatum Schauer

 

Cinnamomun camphora (L.) J.Presl.

 

Citrus L.

 

Crataegus Tourn. ex L.

 

Cyclamen L.

 

Diosma L.

 

Eriobotrya japonica (Thunb.) Lindl.

 

Euphorbia pulcherrima Willd. ex Klotzsch

 

Ficus L.

 

Grevillea R.Br. ex Knight

 

Ilex aquifolium L.

 

Jasminum L.

 

Laurus nobilis L.

 

Lavandula angustifolia Mill.

 

Ligustrum vulgare L.

 

Magnolia grandiflora L.

 

Mandevilla sanderi (Hemsl.) Woodson

 

Metrosideros Banks ex Gaertn.

 

Morus alba L.

 

Myrtus communis L.

 

Nandina domestica Thunb.

 

Polygala myrtifolia L.

 

Punica granatum L.

 

Rosa L.

 

Salvia officinalis L.

 

Schinus molle L.

 

Trachelospermum jasminoides (Lindl.) Lem.

 

Viburnum tinus L.

 

Viola L.

 

Vitis L.

 

Weigela florida (Bunge) A. DC.


BIJLAGE II

Lijst van de geslachten en soorten waarnaar in artikel 1, tweede alinea, onder c), wordt verwezen

 

Apium graveolens L.

 

Brassica L.

 

Capsicum annuum L.

 

Citrullus lanatus (Thunb.) Matsum. & Nakai

 

Cucumis melo L.

 

Cucurbita pepo L.

 

Foeniculum vulgare Mill.

 

Lactuca L.

 

Petroselinum Hill

 

Solanum lycopersicum L.

 

Solanum melongena L.


Top